Bijdrage Van Raan behan­deling Verza­melwet brexit (eerste termijn)


24 januari 2019

Voorzitter, dank u wel. Vandaag deel twee in het brexit-tweeluik. Gisteren beweerden minister Blok en enkele collega's dat Nederland slechts weinig dieren naar het Verenigd Koninkrijk exporteert. Dat is eigenlijk een pijnlijk voorbeeld van de blinde vlek voor de bio-industrie. In 2017 ging het daarbij om 13720 runderen, 2.574 paarden, 75 varkens, 429 schapen en geiten en meer dan 10.000.000 kuikens. Dat zijn toch enorm veel dieren. Dat deze dieren slechts een klein deel van de Nederlandse veestapel zijn, doet daar helemaal niets aan af. Elk dier is een individu met recht op leven en welzijn. Vanochtend en vanmiddag hebben wij hier voor een groot deel over gedebatteerd. Het uitgangspunt dat een dier een individu is met recht op eigen leven en welzijn stond op geen enkele manier ter discussie.

Niet alleen bij de import, maar ook bij de export van levende dieren zal men tegen grote problemen aanlopen. Indien het in een goed georganiseerd land als Nederland wat dat betreft mis lijkt te lopen — dat lezen wij overal — dan vrezen wij nog meer dan wij normaal doen voor het lot van de dieren die wij naar het Verenigd Koninkrijk sturen. Dus vandaar dat wij zeggen dat wij een gedeeltelijk fokverbod willen dat zodanig groot is dat we niet alleen op korte termijn aan de Urgenda-uitspraken kunnen voldoen, maar ook voorbereid zijn op een volledige stop van de import en export van levende dieren uit en naar het Verenigd Koninkrijk. Graag een reactie.

Voorzitter. Het goede nieuws is dat we sinds kort weten dat niet alleen de Partij voor de Dieren zich druk maakt over dieren, maar dat ook minister Blok zich daar zorgen over maakt. In de beantwoording van de Kamervragen die voor het reces door twaalf van de dertien fracties zijn ingediend, schreef minister Blok immers dat het hem onder andere te doen is om de voorkoming van dierlijk leed. Bij de schriftelijke behandeling van dit wetsvoorstel deed de minister het voorkomen dat artikel X mede bedoeld is om waar nodig dierenleed te voorkomen. Maar dat is natuurlijk van een bijzondere tragiek: een minister van dit kabinet gebruikt het voorkómen van dierenleed als alibi om zijn brexitwetgeving te rechtvaardigen. Eigenlijk gebruikt hij het dierenleed zelfs om de democratie middels artikel X toch wat aan te tasten. Daar is al een hoop over gezegd. Artikel X wordt dus gebruikt als lapmiddel. En de afgelopen weken stapelden de video's over wat zich in de Nederlandse stallen afspeelt zich op. De afgrijselijke beelden staan nog bij veel mensen op het netvlies. Het kabinet is medeverantwoordelijk voor deze drama's in de Nederlandse stallen, maar kijkt weg. Dus één, dit kabinet zegt veel te doen maar houdt het systeem in stand, en twee, het kabinet gebruikt dierenleed vervolgens als rechtvaardiging van een aantasting van parlementaire grondrechten. De vraag is even of de minister deze hypocriete tweedeling ook ziet. Graag een reactie daarop.

Voorzitter. Dan de brexit. De brexitnoodwet veroorzaakt veel ophef, en die ophef is volkomen terecht en begrijpelijk. Het is uniek dat de regering via een noodwet met daarin verregaande maatregelen de macht van het parlement naar de regering probeert over te hevelen. De NRC — de heer Van Ojik zei er ook al wat over — schreef daar afgelopen weekend in het Commentaar over dat "het kabinet is doorgeslagen met het voorstel om bij onvoorziene problemen ministeriële regelingen zonder tussenkomst van het parlement mogelijk te maken". Het sloot af met: "De brexit kan geen alibi zijn voor een bestuurlijke staatsgreep". Dat waren grote woorden. Maar ook de Raad van State en verscheidene staatsrechtsgeleerden waren uitermate kritisch over artikel X.

Het is niet zo dat het parlement helemaal buitenspel wordt gezet, maar er wordt wel gevraagd om te tekenen bij het kruisje. Het neemt het amendementsrecht weg bij de Kamer. De Raad van State geeft geen advies. Ook de ministerraad kan niet corrigeren. Het gevaar dat de minister de macht naar zich toe kan trekken blijft ook gewoon bestaan, ook met de wijzigingen die de minister heeft voorgesteld. Wij vinden dus dat artikel X niet in de wet thuishoort en doen daarvoor reparatievoorstellen. Het blijft namelijk volledig onduidelijk wat die onaanvaardbare en onomkeerbare gevolgen van de brexit zijn.

De beoordeling ligt volledig in handen van een willekeurige minister. En als de regering besluit dat bijvoorbeeld grote geopolitieke strubbelingen een gevolg kunnen zijn van de brexit, dan kan dit artikel worden aangegrepen om verregaande maatregelen te nemen. Ik zeg niet dat het gebeurt, maar het is niet uit te sluiten. En als de regering van mening is dat door de brexit de belangen van een grootbedrijf geschaad zouden worden, dan kan deze wet dus ingezet worden om de belangen van dat grootbedrijf te beschermen. Dat is eigenlijk de angst voor een brexit als breekijzer gebruiken voor een multinational.

De gehele Kamer maakt zich zorgen over deze wet. Over de oplossing verschillen de meningen. De collega's Omtzigt en Verhoeven hebben een amendement ingediend. Zij hebben een amendement ingediend dat de regering de mogelijkheid geeft om in geval van nood het Verenigd Koninkrijk als EU-land te beschouwen. De belangrijke valbijlbenadering, die we op zich waarderen en die een extra check zou moeten zijn, geldt dan niet. Dat lijkt op een creatieve oplossing, maar ik vraag de minister toch of dit amendement überhaupt mogelijk is. Nederland kan dan, voor zover nu bekend, als enige EU-land bepalen dat op bepaalde en vooralsnog ongespecificeerde terreinen het Verenigd Koninkrijk geen derde land is, maar een land waarop EU-regelgeving betrekking heeft. Althans, zo lezen wij het amendement en de toelichting. Wat gebeurt er nu wanneer bij ministeriële regeling wordt besloten dat het VK op een bepaald terrein als EU-land wordt gezien, terwijl het Verenigd Koninkrijk zich helemaal niet op hoeft te stellen als een EU-land? Op een gegeven moment gaat wat er in de EU kan en mag uit de pas lopen — dat kan gebeuren — met wat er in het Verenigd Koninkrijk kan en mag. Dat is niet na één dag en misschien ook niet na één maand, maar misschien wel na één jaar. Deze oplossing verdwaalt, naarmate de tijd verstrijkt, in een oerwoud van onvoorziene en misschien wel onaanvaardbare gevolgen. Graag een reactie van de minister.

Naar onze mening komen we dus terecht in een tegenstelling, een catch 22, als ik het zo mag noemen. Om onvoorziene en onaanvaardbare gevolgen te voorkomen, creëert deze wet onvoorziene en onaanvaardbare problemen. Kamerleden zijn met de beste bedoelingen — daar ben ik van overtuigd — bezig geweest met een houtje-touwtjeoplossing om het beruchte artikel X af te zwakken, maar laat er geen misverstand over bestaan: minister Blok is verantwoordelijk voor deze wet. Artikel X moet eruit. We moeten ons niet bang laten maken. Want de angst die de brexit bij sommigen oproept, wordt naar onze mening door de minister misbruikt om macht naar individuele ministers te verschuiven. Het is een klassiek voorbeeld van wat Naomi Klein heeft uiteengezet in haar boek The Shock Doctrine. Paniekkapitalisme, met steeds verdergaande bevoegdheden van een regering zonder democratische controle en het buitenspel zetten van instituties. Op veel plekken staat de democratie op het spel. Het is onze fundamentele plicht als Kamerleden, al is het in de ogen van sommigen wellicht een relatief kleine verschuiving in vergelijking met wat er in andere landen gebeurt, om daartegen in het geweer te komen. Ik heb beloofd de minister dat boek te geven. Dat doe ik bij dezen. De prijs staat er nog op: €17,50. Het valt dus binnen alle regels.