Natuur- en mili­eu­ef­fecten veehou­derij toetsen


Verreweg de grootste bedreiging voor de natuur in Nederland wordt gevormd door de ammoniakuitstoot van de veehouderij en de intensieve landbouw. Driekwart van de Nederlandse natuurgebieden wordt structureel te zwaar belast door ammoniak. Ook de kunstmatig lage waterstanden ten behoeve van de landbouw zijn funest voor de natuur. De Partij voor de Dieren vindt dat waterstanden niet langer aangepast moeten worden aan de landbouw, maar aan de behoeften van de natuur. Daarnaast is onder druk van de landbouwlobby het natuurbeschermingsbeleid steeds verder ondermijnd. De PvdD wil dat de aantasting van de natuur bij de wortel wordt aangepakt, waardoor ook de beheerskosten omlaag kunnen. Daarom moet de vee-industrie rondom natuurgebieden versneld afgebouwd worden. De gelden die hiervoor beschikbaar zijn, moeten worden ingezet voor sanering, en niet voor verplaatsing van de vee-industrie. Bovendien moet er een einde komen aan de financiering van de vee-industrie met middelen die voor natuurherstel bedoeld zijn. Ook in de vee-industrie moet de vervuiler betalen, dus wij willen geen subsidies meer voor luchtwassers of emissiearme stalsystemen. Afgelopen decennia hebben het Rijk en de provincies veel activiteiten, in het bijzonder uitbreidingen van veestallen, toegestaan of gedoogd zonder de natuureffecten te toetsen. Deze natuurtoets moet alsnog uitgevoerd worden voor (bedrijfs)activiteiten die geen deugdelijke vergunning hebben.

Het standpunt Natuur- en milieueffecten veehouderij toetsen is onderdeel van: Bescherming van natuur, behoud van biodiversiteit