Vee-industrie afschaffen


  • Antibioticagebruik vee-industrie

    Dieren worden heel snel ziek in de vee-industrie doordat ze doorgefokt zijn en op een onnatuurlijke wijze worden gehouden. Veehouders geven de dieren niet alleen als ze ziek zijn maar zelfs nog voor ze ziek zijn massaal antibiotica (preventief). Het antibioticagebruik in de vee-industrie moet drastisch worden teruggedrongen door de dieren anders te fokken en op een natuurlijke manier te houden (biologisch(-dynamisch)).

    Preventieve toediening van antibiotica moet volledig verboden worden. Antibiotica mag wat ons betreft uitsluitend gebruikt worden als laatste redmiddel bij het bestrijden van een ziekte. De veesector stelt niet de volksgezondheid voorop, maar de economische belangen.

    Het massale (preventieve) gebruik van antibiotica in de vee-industrie maakt dat bacteriën zich kunnen aanpassen aan de antibiotica, waardoor de antibiotica niet of minder werkzaam worden. Antibiotica-resistente bacteriën afkomstig uit de intensieve veehouderij, zoals de MRSA-bacterie, de EHEC-bacterie of de ESBL-bacterie, vormen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid.

    Meer informatie
  • Beschutting weidedieren

    De Partij voor de Dieren wil dat landbouwhuisdieren gehuisvest en verzorgd worden in overeenstemming met hun aard en gedrag. Dit betekent dat dieren die buiten verblijven beschutting nodig hebben tegen wind, zon, regen en kou. Deze beschutting moet voor alle weidedieren verplicht worden. De vorm van beschutting moet bovendien passen bij het soorteigen gedrag van de betreffende dieren.

    Meer informatie
  • Castratie van biggen

    De Partij voor de Dieren wil per direct een geheel verbod op castratie van biggen. Deze castratie wordt toegepast om de specifieke berengeur bij vlees van mannelijke varkens te voorkomen. Inmiddels is echter aangetoond dat castratie overbodig is.

    De berengeur is slechts bij enkele procenten van de mannelijke varkens aanwezig en kan gemakkelijk aan de slachtlijn worden opgespoord. De miljoenen biggen die jaarlijks worden gecastreerd in Nederland ondergaan deze verminking dus op oneigenlijke gronden.

    Meer informatie
  • CO2 verdoving van varkens

    Het verdoven van varkens met CO2 voorafgaand aan de slacht zorgt voor ernstige stress, pijn en paniek in de laatste momenten in het leven van een varken. Dit blijkt uit onderzoek en videobeelden van de Universiteit van Zürich die door Varkens in Nood en Wakker Dier naar buiten zijn gebracht.

    Bij CO2 bedwelming worden de dieren in groepen in een ‘lift’ geplaatst die afdaalt in een gaskelder gevuld met koolstofdioxide. Dieren verkeren bij deze methode in een doodsstrijd die een halve minuut kan duren.

    Bij elektrische bedwelming daarentegen krijgen dieren een zodanige stroomstoot dat zij meteen verdoofd zijn. De elektrische methode voorkomt langdurige opwinding en pijn, zoals de wet voorschrijft.

    Desondanks ondergaan per jaar miljoenen varkens in slachthuizen in Nederland dit lot, want de CO2 methode is goedkoper. De Partij voor de Dieren vindt dit lijden onaanvaardbaar en constateert dat gehandeld wordt in strijd met bestaande regelgeving voor het doden van dieren. Het verdoven met CO2 moet daarom zo snel mogelijk verboden worden.

    Meer informatie
  • Diertransport drastisch inperken

    De Partij voor de Dieren wil het transport van dieren drastisch inperken. Gesleep met dieren is een van de grootste problemen in de intensieve veehouderij. Het welzijn en de gezondheid van dieren komen ernstig in het gedrang.

    De transportsector is zo gericht op wat dieren opleveren dat dierenwelzijn bijzaak is. De transportregels, die dieren zouden moeten beschermen, worden vaak overtreden; vrachtwagens worden voller geladen dan is toegestaan en veel dieren hebben geen water en voer tot hun beschikking. De dieren krijgen onvoldoende rust en worden ook bij extreme weersomstandigheden vervoerd. Bovendien is transport een van de belangrijkste oorzaken van de snelle verspreiding van dierziekten, waaronder dierziekten die overgedragen kunnen worden op mensen.

    Hoewel Nederlandse varkenstransporten regelmatig van de weg worden gehaald wegens een overtreding, worden vergunningen niet ingetrokken. De Partij voor de Dieren wil dat de transporttijd van levende dieren tot maximaal twee uur wordt beperkt. Op warme dagen mogen dieren niet op transport worden gezet. Daarnaast moet een kilometerheffing voor diertransportwagens worden ingevoerd en de wagens moeten worden voorzien van een GPS-volgsysteem. Wanneer transporteurs welzijnsovertredingen begaan, moet hun vergunning worden ingetrokken.

    De Partij voor de Dieren wil diertransporten verder inperken door veehouders te verplichten hun eigen dieren te fokken, zelf af te mesten en aan een slachterij in de regio te leveren. Gescheiden fokken en afmesten mag alleen als er sprake is van een één-op-één relatie met een bedrijf in de regio. De mesterij mag zijn dieren slechts van één fokkerij afnemen en het aantal transporten moet beperkt worden tot maximaal twee keer (één keer naar de mesterij en één keer naar het slachthuis).

    Meer informatie
  • Einde aan bio-industrie/vee-industrie

    De Partij voor de Dieren wil dat er een einde komt aan de bio-industrie.

    De Nederlandse veestapel zal daartoe vergaand verkleind moeten worden en ingezet moet worden op een diervriendelijk landbouw. Dit betekent meer focus op het produceren van plantaardige alternatieven voor dierlijke eiwitten. De dieren die in Nederland gehouden worden dienen naar hun soorteigen gedrag te kunnen leven. Op dit moment biedt de biologische veehouderij daar de meeste waarborgen voor, alhoewel ook daar beperkte mogelijkheden zijn voor het dier om natuurlijk gedrag te vertonen.

    Meer informatie
  • Einde misstanden pluimveehouderij

    De Partij voor de Dieren wil dat er een einde komt aan de misstanden die de kippenindustrie met zich meebrengt. Nederland is het meest veedichte land ter wereld. In de afgelopen 50 jaar heeft de Nederlandse pluimveehouderij zich ontwikkeld tot een industrie waarin jaarlijks circa 96 miljoen kippen worden gedood.

    Deze kippen zijn in deze periode steeds intensiever geëxploiteerd: de kippen worden behandeld als bulkproducten die voor de laagst mogelijke kostprijs zoveel mogelijk moeten produceren. Dit gaat ten koste van het dierenwelzijn. Kippen hebben steeds minder ruimte gekregen, ze zien het daglicht niet meer en groeien als gevolg van fokprogramma’s, voer en medicijnen onnatuurlijk snel.

    Slachtkuikens kunnen na enkele weken hun eigen lichaamsgewicht niet meer dragen. De krappe huisvesting maakt ingrepen zoals snavelkappen noodzakelijk, dieren worden over enorme afstanden getransporteerd om geslacht of vetgemest te worden, en vertonen stress en kannibalisme. De huisvesting van kippen moet afgestemd worden op hun aard, leefwijze en natuurlijk gedrag, en de opfok moet gericht zijn op gezonde en weerbare kippen, in plaats van op een zo hoog mogelijke productie.

    Meer informatie
  • Foie Gras

    Het is niet mogelijk om foie gras te produceren op een diervriendelijke manier. Foie gras mag die naam uitsluitend dragen wanneer de lever van de gans of eend tenminste vier keer zo groot is als een normale lever. Deze lever is per definitie verziekt.

    De Partij voor de Dieren wijst de productie van ganzen- en eendenlever (foie gras) in alle gevallen sterk af en pleit voor een import- en handelsverbod op foie gras. Het houden van ganzen en eenden ten behoeve van foie gras-productie dient ook op Europees niveau verboden te worden.

    Meer informatie
  • Grootschalige productie eieren

    De grootschalige productie van eieren brengt met zich mee dat de haantjes 'overblijven'. Immers, haantjes leggen geen eieren. Deze haantjes worden vergast en versnipperd als ze nog geen dag oud zijn. De Partij voor de Dieren vindt dit getuigen van een gebrek aan respect voor het dier. Deze werkwijze roept de ethische vraag op of de consumptie van eieren het leed van tientallen miljoenen dieren in deze bio-industrie rechtvaardigt.

    Het probleem van eendagshaantjes speelt minder bij zogenaamde dubbeldoelkippen: kippen die gehouden worden voor hun eieren én hun vlees. Ook zou het prenataal sexen van eieren (zonder genetische manipulatie) kunnen helpen. Deze methode wordt echter niet in de bestaande, dieronvriendelijke houderijsystemen toegepast. De Partij voor de Dieren stelt liever de gehele productie ter discussie: zowel de grootschaligheid als de wijze waarop eieren worden geproduceerd.

    Meer informatie
  • Intimidatie toezichthouders door vee- en vleessector

    De Partij voor de Dieren vindt intimidatie, bedreigingen en zelfs fysiek geweld tegen toezichthouders van de NVWA in de vee- en vleessector onacceptabel. Nadat een keuringsarts in een slachthuis in Drachten was neergeslagen (april 2019) meldde de NVWA dat dit geen op zichzelf staand incident is. Inspecteurs in de vee- en vleessector worden geïntimideerd, (thuis!) bedreigd, worden gestoken met de hooivork, moeten soms rennen voor hun veiligheid, krijgen kogelbrieven en moeten soms zelfs tijdelijk onderduiken met hun gezin. Als ze boerderijen gaan inspecteren, moet de NVWA soms de politie er alvast bijhalen omdat ze kunnen rekenen op agressie.

    De Partij voor de Dieren vindt het ongelofelijk dat het kabinet dit laat gebeuren en eist maatregelen om de toezichthouders te beschermen en hen in staat te stellen onafhankelijk en onbevreesd hun werk te doen. Een slachthuis of veebedrijf dat geweld gebruikt moet meteen worden gesloten. De Partij voor de Dieren pleit er dan ook al langer voor dat inspecties standaard moeten worden uitgevoerd door een team van minstens 2 mensen, zodat inspecteurs en keuringsartsen er niet alleen voorstaan. De kosten voor deze verstevigde inspecties moeten worden gedragen door de bedrijven zelf. Inspecteurs moeten ongehinderd en zelfstandig hun handhavende taak kunnen uitvoeren. Wanneer zij constateren dat er regels overtreden zijn, mogen medewerkers of eigenaren van slachthuizen en veebedrijven de inspecteurs niet hinderen en intimideren door het oordeel van de inspecteur in twijfel te trekken en druk uit te oefenen om niet te handhaven. Het hinderen van inspecteurs –door bemoeienis en erger door het geïnspecteerde bedrijf- moet een strafbaar feit zijn. Wanneer een bedrijf bezwaar heeft tegen een bepaalde beslissing van de NVWA, kan het beroep aantekenen bij de rechter. De inspecteurs ter plaatse laat je met rust.

    Meer informatie
  • Meer maatregelen om stalbranden te voorkomen

    De Partij voor de Dieren pleit voor wettelijke regels die de brandveiligheid van stallen waarborgen met daarin in ieder geval:

    • een forse beperking van het aantal dieren per stal,
    • verplichte vrije uitloop waardoor de dieren kunnen vluchten,
    • verplichte sprinkler- of watermistinstallaties en
    • een verbod op luchtwassers.

    Luchtwassers vormen een groot risico omdat via de leidingen het vuur zich razendsnel door de hele stal verspreidt. De lucht schoner maken moet je doen door minder dieren te houden. In de grote Nederlandse stallen zitten veel meer dieren opgesloten dan nog veilig kan. Bij een brand zitten ze als ratten in de val.

    De afgelopen elf jaar zijn er meer dan 1,7 miljoen dieren omgekomen bij stalbranden. Het Actieplan stalbranden dat het aantal stalbranden zou moeten verminderen, geschreven door onder andere de varkenssector zelf, heeft tot nu toe niet of nauwelijks verbetering gebracht.

    Na lang wachten verscheen in 2018 het tweede Actieplan stalbranden. De aangekondigde maatregelen zijn echter nog steeds onvoldoende om dieren echt te kunnen beschermen tegen brand. Er komt bijvoorbeeld nog altijd geen verplichting voor de aanwezigheid van sprinklers en brandmelders in de stallen zelf. Van de maatregelen die de meeste dierenlevens zouden kunnen redden, zoals het compartimenteren (brandwerend afsluiten) van de technische ruimte, oordeelt landbouwminister Schouten dat deze te duur zijn om verplicht te stellen. Onbestaanbaar.

    De Partij voor de Dieren diende in januari 2019 bij een groot debat over dieren in de veehouderij opnieuw een motie in voor strengere brandveiligheidsregels in de veehouderij, want er is geen tijd voor nog meer overleg en onderzoek. Maar deze motie werd door een Kamermeerderheid van D66, CDA, VVD, SGP, CU, DENK en FvD weggestemd. De Partij voor de Dieren zal blijven aandringen op verdere aanscherping van de maatregelen.

    Meer informatie
  • Megastallen

    De Partij voor de Dieren wil dat er een einde komt aan de bio-industrie. Wij zijn dan ook zeer bezorgd over de opkomst van megastallen in Nederland en willen een stop op de 'megamorfose' van ons landschap. Megastallen vormen een gevaar voor het dierenwelzijn, de volksgezondheid en het milieu.

    Grote hoeveelheden dieren die dicht op elkaar leven, vormen een verhoogd risico op ziekten zoals vogelpest, Q-koorts, MRSA en stafylokokken die ook gevaarlijk kunnen zijn voor mensen. De grote hoeveelheden antibiotica die preventief gebuikt worden om ziektes in megastallen te voorkomen, zorgen voor reële gevaren voor de volksgezondheid, bijvoorbeeld antibioticaresistentie.

    De PvdD dringt er daarom expliciet op aan gezondheidsaspecten mee te nemen bij het bepalen van nieuwe (mega) bio-industriebedrijven. Er moet een afstand van minimaal 2.000 meter wordt aangehouden tussen stallen en woningen en tussen twee stallen. In grootschalige dierfabrieken worden zoveel mogelijk dieren op een klein oppervlak gehouden vanwege economische motieven. Dit vult alleen de portemonnee van grote ondernemers, letterlijk over de ruggen van dieren en ten koste van gezinsbedrijven. Gevolg hiervan is dat dieren aan hun huisvesting worden aangepast in plaats van dat de huisvesting aan de natuurlijke behoeften van dieren tegemoet komt. Met als gevolg het couperen van staarten bij schapen, het knippen van hoektanden en het afbranden van staarten bij varkens, het onthoornen van runderen, het snavelkappen bij kippen en andere verminkingen.

    De PvdD zet in op inkrimping van de veestapel, alternatieven voor dierlijke producten en op biologische landbouw.

    Meer informatie
  • Melkproductie beperken

    De PvdD is voor melkquota. De melkproductie moet drastisch beperkt worden omwille van dieren, natuur, milieu en klimaat. Om de huidige melkproductie te realiseren, moeten er miljoenen kalfjes geboren worden, die vervolgens onmiddellijk bij hun moeder worden weggehaald. Kalveren zouden na de geboorte bij hun moeder in een familiekudde moeten blijven en moedermelk moeten krijgen. Ook de consument kan een rol in hebben in het terugbrengen van de melkproductie, door zoveel mogelijk te kiezen voor producten zonder dierlijke eiwitten, en anders voor biologische melk die op een diervriendelijkere manier geproduceerd wordt.

    Meer informatie
  • Mestoverschot bij de bron aanpakken

    De Partij voor de Dieren wil dat de problemen rond de productie van mest bij de bron worden aangepakt. Nederland kent als gevolg van een immense veestapel een gigantisch mestoverschot dat zorgt voor een bijna onbeheersbare uitstoot van ammoniak en broeikasgassen en voor grote schade aan natuur en milieu. Bovendien is mest het resultaat van een zeer inefficiënte vorm van eiwitproductie, omdat er vele kilo's plantaardig eiwit nodig zijn voor de productie van 1 kilo dierlijk eiwit.

    Het mestprobleem wordt in de eerste plaats veroorzaakt doordat de kringloop in de Nederlandse veehouderijsector de afgelopen decennia bruut is verstoord. Desondanks weigert staatssecretaris Dijksma van Landbouw om het plafond voor mestproductie in Nederland te verlagen. Op aandringen van de PvdD schaft ze de bestaande productiebegrenzing voor varkens en kippen voorlopig niet af, maar ze laat die mogelijkheid nog wel in de lucht hangen.

    Dit terwijl de veestapel, en dus de productie van mest, juist verder zou moeten worden ingedamd en er óók voor melkvee een productieplafond in zou moeten worden gesteld. De regering zet in plaats daarvan in op mestverwerking en mestvergisting in grote, gevaarlijke installaties. De Partij voor de Dieren verzet zich hier hevig tegen, omdat dit grote nadelige gevolgen heeft voor mens, dier, milieu en landschap.

    Er zullen hierdoor alleen nog maar meer megastallen gebouwd worden. Bovendien zullen de dieren steeds meer jaarrond op stal gehouden worden. Ook de laatste koeien zullen daardoor verdwijnen uit de wei. Het mestproductieplafond moet niet worden afgeschaft, maar juist worden uitgebreid, zodat ook koeien, kalveren, geiten en schapen er onder komen te vallen.

    De veestapel zal in zijn geheel moeten krimpen, waardoor er niet meer mest wordt geproduceerd dan er verantwoord op de Nederlandse landbouwgronden gebruikt kan worden. Als er minder dieren gehouden worden, is er minder mest en zijn er minder problemen.

    De Partij voor de Dieren vindt bovendien dat grondgebonden veehouderij moet worden bevoordeeld ten opzichte van veehouderijen waarin de dieren jaarrond op stal worden gehouden. Ook wil de partij kleine bedrijven beschermen door een maximum te verbinden aan kilo's mest die er op een bedrijf geproduceerd mogen worden.

    Meer informatie
  • Mestverbranding en mestvergisters

    Mestvergisters produceren geen groene stroom, maar bruine stroom. We zijn het vieste jongetje van de Europese klas met 70 miljard kilo mest, 14x het lichaamsgewicht van elke Nederlander in poep.

    De huidige 'oplossing' voor het mestprobleem is er weer een vanuit hetzelfde denken als waardoor de problemen zijn veroorzaakt. Aan de 150 mestvergisters die Nederland nu telt, is onder het mom van 'groene stroom' al 345 miljoen euro subsidie uitgegeven. Maar het kleine beetje energie dat de mestvergisters opleveren, komt niet uit de lucht vallen. Om onze bio-industrie draaiende te houden, worden er grote hoeveelheden soja en mais ingevoerd uit landen als Brazilië en Argentinië. Dit hele proces kost jaarlijks net zo veel energie als vijf miljoen huishoudens gebruiken. De schamele opbrengsten van de mestvergisters staan daarmee in schril contrast.

    We verspillen veel te veel energie aan de bio-industrie en we wekken er maar heel weinig energie mee op. Voor omwonenden brengen de mestvergisters bovendien heel veel overlast met zich mee. Mensen worden letterlijk ziek van mestvergisters. Veel omwonenden klagen over stankoverlast, waarbij ze soms dagenlang last hebben van hoofdpijn en misselijkheid. En na al deze kosten en overlast, blijven we kampen met een enorm mineralenoverschot in de vorm van fosfaat en stikstof, die onze natuur en waterkwaliteit letterlijk verstikt.
    Zie ook ons standpunt over Mestoverschot bij de bron aanpakken

    Meer informatie
  • Misstanden in slachthuizen

    Het slachten van dieren moet volgens de wet plaatsvinden 'na voorafgaande bedwelming omdat daardoor met de grootste mate van zekerheid wordt voorkomen dat het dier lijdt door pijn of stress'. De praktijk in de slachthuizen ziet er echter anders uit en blijkt diervriendelijk slachten een illusie.

    In menig slachthuis worden kippen om bedrijfseconomische redenen met te zwakke stroom bedwelmd, waardoor jaarlijks miljoenen dieren onverdoofd geslacht worden. Ook de slacht van koeien, varkens en andere dieren geschiedt vaak op onzorgvuldige wijze, waardoor de dieren onaanvaardbaar lijden.

    Daarom moet het wettelijke voorschrift dat dieren onnodige pijn, stress en angst moet worden bespaard voorafgaand aan de slacht veel strikter worden nageleefd, onder meer door het aantal dieren dat wordt geslacht fors te verlagen. De overheid moet in slachthuizen strenge en intensieve controle uitoefenen en bij overtreding strenge sancties toepassen. Dit geldt in het bijzonder voor het verdoven van dieren voorafgaand aan de slacht. Er moet ook permanent cameratoezicht komen in slachterijen.

    De Partij voor de Dieren wil bovendien dat haar aangenomen motie die vraagt om aanzienlijke welzijnsverbeteringen in de reguliere slachtpraktijk onverkort wordt uitgevoerd.

    Meer informatie
  • Oormerken

    Fysieke aanpassing van dieren kan nooit gerechtvaardigd worden door problemen die voortvloeien uit houderijsystemen of marktomstandigheden. Daarom is de Partij voor de Dieren tegen het oormerken van vee en wij vinden dat hier een einde aan moet komen. We pleiten voor de ontwikkeling en invoering van diervriendelijkere alternatieven, zoals chipherkenning.

    Meer informatie
  • Ophokplicht

    De Partij voor de Dieren is tegen de ophokplicht.

    Een ophokplicht is een maatregel die vaak meteen wordt opgelegd, wanneer er een dierziekte als vogelgriep is geconstateerd op een boerderij. Dit houdt in dat alle dieren op dat bedrijf, en vaak ook op bedrijven en bij particulieren in de omgeving, verplicht binnen gehouden moeten worden en niet vervoerd mogen worden.

    Maatregelen als de ophokplicht zijn vaak bedoeld om daadkracht te suggereren in het geval van de uitbraak van een dierziekte als vogelgriep, maar de werkelijke oorzaak van het probleem wordt niet aangepakt: de bio-industrie. Nederland is namelijk het meest veedichte land ter wereld en de intensieve veehouderij zorgt er, door grootschalige import en export van dieren, enorme bedrijfsdichtheid en een non-vaccinatiebeleid, voor dat de uitbraak van een enkele dierziekte al snel kan leiden tot een niet te stoppen epidemie.

    Dit leidt er vaak toe dat vele duizenden dieren uit voorzorg 'geruimd' moeten worden en dat diervriendelijke boeren hier ook economische schade door ondervinden. Wij zien daarom meer in verplicht vaccineren, strengere controles en een drastische inperking van het aantal gehouden dieren, dan in een ophokplicht.

    Meer informatie
  • Productie blank kalfsvlees

    De Partij voor de Dieren is tegen de productie van blank kalfsvlees omdat de productiemethode in strijd is met dierenwelzijn. Het ijzergehalte in het voedsel van kalveren wordt bewust laag gehouden waardoor zij consequent aan bloedarmoede lijden. Hierdoor voelen de dieren zich constant onwel.

    In Nederland worden bijna 700.000 kalveren (van de 800.000 kalveren) gehouden voor blank kalfsvlees. Nederland is daarmee de grootste producent in Europa. De sector transporteert circa 100.000 levende kalveren per jaar naar het buitenland, vaak op lange, dieronvriendelijke transporten. De Partij voor de Dieren vindt dat hier een einde aan moet komen.

    Meer informatie
  • Uitbraak dierziektes voorkomen

    De Partij voor de Dieren wil dat dieren en mensen beschermd worden tegen de uitbraak van dierziekten. Om dierziekten te voorkomen moet het veehouderijsysteem in Nederland drastisch veranderen.

    Het huidige veehouderijsysteem - waarin niet het welzijn van dieren maar maximale productie voorop staat - werkt dierziekten in de hand. Dieren worden in grote aantallen bij elkaar gehouden en lijden een stressvol bestaan. Bovendien vertonen dieren door het fokbeleid steeds meer genetische overeenkomsten. Ze zijn daardoor kwetsbaar voor de uitbraak van ziekten. Ziekten die overdraagbaar zijn op mensen vormen een groot gevaar voor de volksgezondheid.

    De Partij voor de Dieren streeft naar een regionale en kleinschalige voedselproductie. Met een kleinere veehouderij en door het uitbannen van lange afstandstransporten wordt de kans op een uitbraak van dierziektes drastisch verminderd en zullen de gevolgen van uitbraken beperkter zijn.

    De Partij voor de Dieren wil dat bij het fokken van dieren de nadruk ligt op gezonde, weerbare dieren. Het huisvestingssysteem moet worden aangepast aan het dier ten gunste van de gezondheid en weerbaarheid van het dier. Stallen moeten niet langer worden gebouwd in de buurt van woonkernen. Megastallen en megabedrijven moeten verboden worden, net als gemengde bedrijven waar zowel kippen als varkens gehouden worden.

    Meer informatie
  • Verbod onverdoofd slachten
    De Partij voor de Dieren heeft op 16 maart 2018 een nieuw wetsvoorstel ingediend voor een verbod op onverdoofd slachten en dus voor een algehele verplichting tot bedwelming van dieren voorafgaand aan de slacht.

    De uitzondering voor halal en koosjer slachten op het wettelijk voorschrift om dieren voorafgaand te verdoven, wordt geschrapt. De wet kent een overgangstermijn van vijf jaar, zodat slachterijen de gelegenheid krijgen om de benodigde aanpassingen te doen. Na deze vijf jaar zullen alle dieren in Nederland worden bedwelmd voordat ze worden geslacht.

    Achtergrond
    In 2011 diende de Partij voor de Dieren een wetsvoorstel in voor een verbod op onverdoofd slachten. Hier stemde destijds een overgrote meerderheid (116 van de 150 stemmen) van de Tweede Kamer vóór. Het voorstel werd daarna verworpen door de Eerste Kamer. Het kabinet heeft naar aanleiding van het eerste wetsvoorstel gepoogd afspraken te maken met de religieuze organisaties ten aanzien van het onverdoofd slachten. Onder meer door achteraf bedwelming toe te passen wanneer een dier meer dan veertig seconden na de halssnede nog bij bewustzijn is. Deze afspraken zijn maatschappelijk zeer omstreden en religieuze organisaties willen daarentegen dat de afgesproken regels versoepeld worden.

    "Het moet voor een dier niet uitmaken welk geloof zijn slachter heeft"

    Al bijna honderd jaar geleden is wettelijk vastgelegd dat dieren voorafgaand aan de slacht moeten worden bedwelmd. Hierbij is een uitzondering gemaakt voor joodse en islamitische slachters. Er is wetenschappelijke consensus ontstaan ten aanzien van de extra stress en pijn die het onverdoofd slachten voor het dier met zich meebrengt. Afgelopen jaren zijn vele wetenschappelijke rapporten verschenen waaruit blijkt dat dieren die onverdoofd worden geslacht extra stress en pijn ervaren tijdens het hele proces van fixatie, het toedienen van de halssnede en de periode tot zij het bewustzijn verliezen. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde en de Europese vereniging van dierenartsen delen de uitkomsten van dit wetenschappelijk onderzoek en vinden het extra dierenleed ontoelaatbaar. Ook de NVWA geeft aan dat het onverdoofd slachten leidt tot extra dierenleed.

    Meer informatie
  • Weidegang koeien

    De laatste jaren staan steeds meer koeien op stal, veel koeien komen nooit meer in de wei. Economische belangen krijgen hier voorrang boven het welzijn en de gezondheid van de dieren. Deze ontwikkeling moet gestopt worden. Weidegang zorgt voor minder klauw- en pootproblemen.

    Daarnaast is weidegang een belangrijke factor bij milieuproblemen en gezondheidsklachten bij mensen. Koeien op stal veroorzaken meer fijnstof dan koeien in de wei. Door opstallen worden de concentraties fijnstof zeer hoog rondom de stal en het erf, waardoor er gezondheidsproblemen kunnen ontstaan voor de lokale bevolking. Een koe op stal krijgt bovendien meer krachtvoer dan een koe in de wei. Ook dit brengt meer milieubelasting met zich mee, want het gebruik van krachtvoer zorgt voor veel meer uitstoot van broeikasgas dan gras.

    Meer informatie

Het standpunt Vee-industrie afschaffen is onderdeel van: Gezonde landbouw en duurzaam voedsel