Bijdage Partij voor de Dieren Vrom begroting 2009


18 november 2008

VROM begroting 2009
Inbreng Partij voor de Dieren
18 november 2008

Voorzitter. Volgens de meest recente stand van de wetenschap -en de laatste keer dat ik naar buiten keek werd dat nog bevestigd- hebben we één aarde. Eén. En daar zijn we met z’n allen afhankelijk van. Schone lucht om in te ademen, schoon water om te drinken, ruimte om te leven, natuurlijke hulpbronnen die we kunnen gebruiken om onze samenleving in te richten en te laten draaien…. Álles is afhankelijk van onze aarde.

We hebben er maar één en vervangen kunnen we ‘m niet. Je zou dus denken dat we de aarde heel zorgvuldig behandelen. De mens is immers het meest begaafde en rationele wezen dat we kennen, die zou het toch niet in z’n hoofd halen om z’n eigen leefomgeving te verwoesten? En toch zeker wij niet, verstandige, nuchtere Hollanders?

Helaas voorzitter. Het Wereld Natuur Fonds onderzoekt ieder jaar de gezondheidstoestand van de aarde. En wat blijkt? Nederlanders leven en consumeren alsof ze twee wereldbollen tot hun beschikking hebben. Nederland consumeert de natuurlijke hulpbronnen -zoals hout, vis, schoon water en vruchtbare grond- sneller dan de aarde kan aanvullen. We teren daarbij niet alleen op ons eigen kapitaal, maar putten vooral de reserves elders op onze planeet verder uit.

Alle ogen zijn al weken, maanden gericht op de kredietcrisis. Maar, ik zou bijna willen zeggen: lieve mensen, die kredietcrisis is niet meer dan een symptoom van de destructieve levenswijze die we onszelf hebben aangemeten. Een bijverschijnsel. De gevolgen van de kredietcrisis vallen in het niet bij de wereldwijde gevolgen van de groene schuldenlast die we in een steeds groter tempo opbouwen. De hypotheek op onze toekomst is lood- en loodzwaar.

Want hoe kunnen we ook maar in de buurt komen van de Milleniumdoelen we met onze leefstijl hele volkeren bedreigen in hun voortbestaan? De allerarmsten op aarde worden nu al hard geraakt door de natuurcrisis. Zij zijn voor hun dagelijks bestaan direct afhankelijk van natuurlijk kapitaal, zoals hout, voedsel en drinkwater.

Uit onderzoek in opdracht van de Europese Unie bleek onlangs dat alleen al de gevolgen van ontbossing de wereldeconomie veel meer geld kost dan de huidige kredietcrisis. Als we de bossen kwijt zijn, zullen we de diensten die zij ons leverden op andere manieren moeten invullen. Denk aan het absorberen van broeikasgassen, het leveren van hout en voedsel, het vasthouden van watervoorraden. Als we de ontbossing niet stoppen, kost het de mensheid 1,5 tot 3,7 biljoen euro per jaar. Het verlies door de financiële crisis wordt geschat op 1 biljoen dollar (0,74 biljoen euro), eenmalig. 7 procent van de jaarlijkse wereldeconomie, ieder jaar, als we de bossen kwijtraken. En dan zijn de kosten van het verlies van andere ecosystemen nog niet eens in kaart gebracht.

Vleesconsumptie en klimaat

Voorzitter, we hebben de draagkracht van onze aarde overschreden. En daarmee een zware verantwoordelijkheid om te doen wat we kunnen om goed te maken wat we verpest hebben. Die verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij bedrijven. Ook in het consumptiegedrag zullen we keuzes moeten maken, als we écht willen werken aan een duurzame en rechtvaardige wereld.

Gelukkig lijkt dit besef inmiddels ook doorgedrongen tot de regeringsploeg die ons land mag leiden. In de kabinetsbrede aanpak Duurzame ontwikkeling heeft het kabinet de vinger gelegd op de driehoek van crises op het gebied van voedsel, klimaat en biodiversiteit. Het einddoel is productie én consumptie van eiwitten die bijdraagt aan (mondiale) welvaart en voedselzekerheid en die blijft binnen de draagkracht van het ecosysteem. Prachtig. Nog beter werd het toen Minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking riep dat het een goed idee zou zijn als we minder biefstuk zouden eten met z’n allen. Waarheid als een koe, dacht ik. En nu kunnen we in de Vrom-begroting we lezen dat de minister erkent dat het verminderen van de consumptie van dierlijke eiwitten belangrijk is om de emissies van broeikasgassen te reduceren.

Nou, dat lijkt me wel ja. Ter illustratie: maar liefst tachtig procent van het landbouwareaal wordt ingezet voor de veehouderij, veertig procent van de wereldgraanoogst wordt eerst aan dieren gevoerd voordat deze eiwitten op het bord belanden in de vorm van vlees, zuivel of eieren. Voor soja is dat zelfs 70%. En we weten inmiddels ook dat Al Gore één ongemakkelijke waarheid is vergeten in zijn film: 18% van de wereldwijde broeikasgasuitstoot wordt veroorzaakt door de veehouderij.

Voorzitter. De wereldproblemen liggen dus vooral op ons bord. Het pleidooi van mijn partij - dat minder vlees eten loont - wordt inmiddels bevestigd door een groeiende stapel rapporten en evenzoveel onderzoek. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft berekend dat een dieet met minder vlees en zuivel een forse bijdrage kan leveren aan het halen van de klimaatdoelstellingen en bovendien veel minder landbouwgrond vergt. Nobelprijswinnaar voor de vrede voorzitter van het International Panel on Climate Change (IPCC) Rajendra Pachauri , riep ons onlangs op om tenminste één dag in de week geen vlees meer te eten. Reden: het is een relatief makkelijke manier om de broeikasgasemissies drastisch terug te dringen en het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan. En een van de hoogste ambtenaren van het ministerie van LNV durfde zelfs te vloeken in de kerk door te stellen dat minder vlees en zuivel belangrijke duurzaamheidswinst kan opleveren.

In oktober verscheen dan eindelijk het langverwachte rapport over de milieueffecten van eiwitconsumptie dat de minister op ons verzoek heeft laten schrijven. Ook in dit rapport werd bevestigd dat het vervangen van vlees, zuivel en vleeswaren door plantaardige alternatieven zoals soja en andere peulvruchten grote winst oplevert. Niet alleen voor de uitstoot van broeikasgassen, maar ook voor het landgebruik en het waterverbruik.

Kortom, voorzitter, het kabinet is niks te vroeg met haar belofte om beleid te ontwikkelen om de eiwitconsumptie te beïnvloeden. Maar: beter laat dan helemaal niet, en de Partij voor de Dieren is verheugd dat het kabinet eindelijk de mogelijkheden durft te benoemen. Wie had dat gedacht ;-)

Voorzitter, maar dan de uitvoering. Mijn fractie maakt zich hoe langer hoe meer zorgen over het duurzaamheidsgevecht dat klaarblijkelijk binnen het kabinet gevoerd wordt. Formeel spreekt het kabinet met één mond. Formeel betracht het kabinet consistentie in de uitvoering van haar beleid. Wat we zien is dat de ministers van Milieu en Ontwikkelingssamenwerking wel op één lijn lijken te zitten, maar dat een notoire spelbreker het feestje van een duurzame en eerlijke samenleving lelijk verstoort.

Waar het officiële kabinetsbeleid spreekt van een noodzakelijke verschuiving in de consumptie van dierlijke eiwitten naar de consumptie van duurzaam geproduceerde plantaardige en dierlijke eiwitten, was de landbouwminister er als de kippen bij om duidelijk te maken dat het toch zeker niet de bedoeling was om de consumptie van dierlijke eiwitten terug te dringen. Sterker nog, ze reist de hele wereld af om onze toch al stevige export van dierlijke producten nog verder uit te bouwen. Levende varkens voor Rusland, kalfsvlees voor Zuid Afrika en varkensresten voor China. Dat laatste overigens onder het toeziend oog van de minister-president. De landbouwminister is stuurs, bagatelliseert de problemen en geeft keer op keer prioriteit aan sectorbelangen boven het algemene belang dat we allemaal stelllen in duurzaamheid.

Is het wel zo verstandig om de opdracht de eiwitproblematiek op te lossen in handen te leggen van de marketingmanager van de vleesindustrie?

Het gevaar dreigt dat de integrale kabinetsaanpak van de verduurzaming van het consumptiepatroon onder druk komt te staan. Ik wil graag dat de milieuminister me geruststelt. Hoe gaat zij ervoor zorgen dat de belofte van het kabinet wordt waargemaakt?

Voorzitter. Het is mij niet duidelijk welke doelstellingen de regering wil bereiken op het gebied van duurzame eiwitconsumptie en op welke wijze deze worden geconcretiseerd. Welke ambities heeft de regering? Wordt gedacht aan concrete reductiedoelstellingen, bijvoorbeeld vertaald naar vermindering van broeikasgasuitstoot, vermindering van ruimtebeslag, vermindering van verlies aan biodiversiteit en vermindering van de ecologische voetafdruk van Nederlandse consumenten? Het lijkt mij zeer relevant om nu al specifieke prestaties en gewenste effecten te benoemen. Heel redelijk ook, om meetbare indicatoren op te nemen in het beleid.

Ook is niet duidelijk welke maatregelen de minister zal implementeren om de consumptie van duurzame eiwitten te stimuleren. Ik denk dat niemand - ook mijn partij niet - mensen wil voorschrijven wat zij wel of niet mogen eten. Aan de andere kant moet het kabinetsbeleid ook niet blijven hangen in mooie woorden alleen. Tussen voorschriften en goede voornemens ligt echter een scala aan mogelijkheden en ik ben benieuwd welke beleidsinstrumenten het kabinet wil inzetten. Kan zij alvast een tipje van de sluier oplichten? Krijgen we een heffing op onduurzame eiwitten, komt er eenduidige etikettering of blijft het bij wat foldertjes of een website? Ik spreek hier alvast de wens uit dat mijn partij ook op het gebied van de eiwitproblematiek graag een verdere uitwerking van het ‘vervuiler betaalt’ principe ziet.

Voorzitter. Ik kom nog even terug op het Living Planet rapport van het WNF. De Kamer heeft de kabinetsreactie waarom zij gevraagd heeft, helaas nog niet mogen ontvangen. Ik zou vanavond in elk geval wel willen vragen hoe de minister de verontrustende conclusies van het rapport vertaalt naar haar beleid voor komend jaar. We gebruiken in Nederland 4,4 hectare per persoon om in onze behoeften te voorzien, terwijl voor elke wereldburger maar 2,1 hectare beschikbaar is. Dat is onhoudbaar vanuit ecologisch oogpunt, maar ook vanuit het streven naar een rechtvaardiger wereld. In het kabinetsbeleid zie ik echter niets terug wat duidt op de noodzaak tot matiging van onze consumptie. Ik zou graag zien dat de milieuminister de uitdaging op zou pakken de ecologische voetafdruk van Nederlanders te verkleinen.


Veehouderij en ammoniak

Voorzitter. Niet alleen onze ongebreidelde consumptie brengt ons aan de rand van de afgrond; ook de veehouderij in Nederland legt een zware druk op de ecologische draagkracht. Niet alleen in buitenland, maar ook in Nederland zelf. Zo is de veehouderij de belangrijkste veroorzaker van de ammoniakuitstoot, die op zijn beurt weer heeft geleid tot ernstig aangetaste natuurgebieden. Maar liefst 70% van onze natuur wordt te zwaar belast met de verzurende gassen uit de veehouderij. Het ziet er volgens het Planbureau niet naar uit dat het de komende jaren wél goed gaat komen.

De minister heeft onlangs aangekondigd de ammoniakeisen aan te scherpen in de bio-industrie en in de melkveehouderij omdat verder uitstel onverantwoord is. Ik juich haar daadkracht zeker toe, maar maak me zorgen over het welzijn van dieren als alleen aan technische oplossingen wordt gedacht. Nu ligt de definiëring van integrale duurzaamheid, inclusief dierenwelzijn, bij minister Verburg, maar ik constateer dat het een worsteling is. Het duurt maar en het duurt maar.

Een andere worsteling is de uitbreiding en afschaffing van het melkquotum. We hebben er al vaker over gesproken, de milieuminister en ik. Al in maart heb ik de minister gevraagd welke milieueffecten de verruiming van de melkquota veroorzaakt. Zij had hier geen inzicht in en zegde een onderzoek toe. Terwijl ondertussen al wel 2,5% quotumverruiming werd ingevoerd, met dank aan de minister van LNV.
Gisteren werd eindelijk het rapport van het Centrum voor Landbouw en Milieu naar de Kamer gestuurd. Met schokkende resultaten mag ik wel zeggen als we kijken wat er gebeurt bij een verwachte verruiming van het melkquotum van 8-10%:

  • Er zal er onvoldoende landbouwgrond zijn om mest op een verantwoorde manier af te zetten. Grote hoeveelheden mest moeten worden verwerkt of geëxporteerd.
  • De ammoniakuitstoot zal nog steeds 70% van de natuur in Nederland aantasten.
  • De sector zal niet kunnen voldoen aan de reductiedoelstellingen voor broeikasgassen, zelfs niet als de productie per koe wordt opgevoerd. Het CLM adviseert de lobby van de landbouwminister te stoppen en aanvullende milieumaatregelen te nemen.

    Wat gaat de minister doen met deze inzichten? Hoe gaat zij deze problemen oplossen?

Voorzitter, nu de negatieve effecten van de quotumverruiming duidelijk zijn, moet mij van het hart dat ik de werkwijze van het kabinet verwerpelijk vind. Eerst volop productieverruimingen toestaan, en dan pas kijken wat de effecten daarvan zijn op de natuur, het drinkwater en het klimaat. Hoe kan een kabinet dat in haar coalitieakkoord zegt – dat respect voor het leven van mens, dier en natuur het leidende beginsel is - deze werkwijze verantwoorden?

Voorzitter. De veehouderij in Nederland is verre van duurzaam en er zullen dus stevige stappen genomen moeten worden om de negatieve effecten op milieu, klimaat en natuur aan te pakken. Het is zeer de vraag of het huidige beleid voldoende zoden aan de dijk zal zetten. Het terugdringen van de consumptie van dierlijke eiwitten is broodnodig om de wereld weer een beetje leefbaar te maken. Maar de Nederlandse veehouderij maak je er nog niet een, twee, drie duurzaam mee. De enorme druk die deze exportsector legt op het milieu zal moeten worden verlaagd.

Ik kan niet anders dan concluderen dat het inmiddels echt tijd wordt het gevreesde K-woord uit de kast te halen. Voorzitter, voordat u denkt dat ik hier verkapte schuttingtaal bezig, ik doel op een Krimp van de veestapel. We hebben in Nederland de grenzen bereikt. Nederland hoeft geen slager en melkboer van Europa te zijn. Onze ruimte is schaars en de behoefte aan schoon water, schone lucht en een schone leefomgeving is in ons dichtbevolkte land groter dan elders. We zijn het meest veedichte land ter wereld. 500 miljoen landbouwdieren per jaar, 120 dieren per driekamerflat. Het systeem is vastgelopen, gaf oud-landbouwminister Veerman na zijn aftreden toe. We hebben zoveel meer te verliezen, dan te winnen wanneer we vast blijven houden aan de huidige bizar hoge dieraantallen.

Rechtspositie milieuclubs

Voorzitter, nog even terugkomend op het ammoniakprobleem. Jarenlang maakten de collega’s van deze minister zo’n zootje van het beleid dat bezorgde burgers zich hebben verenigd en besloten om de rechtmatigheid van afgegeven ammoniakvergunningen te laten toetsen door de rechter. Het milieu is immers een collectief goed, maar dit dreigt nu –ingegeven door economische belangen- steeds meer genegeerd te worden. We mogen deze organisaties dankbaar zijn, want het toetsingskader ammoniak werd bijvoorbeeld afgeschoten en vele vergunningen bleken dus volkomen onterecht te zijn verleend. Toch wordt nu met man en macht gewerkt om milieuclubs toegang tot de rechter te ontzeggen. Provincies, de Raad van State en partijen als CDA en VVD doen een wedstrijdje wie het snelst de meeste clubs de mond kan snoeren.

CDA-gedeputeerde Ger Driessen gaf vorige maand aan dat hij blij is met het feit dat “Mensen die lol hebben in het bezwaar maken, nu niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard. Notoire bezwaarmakers die geen direct eigen belang hebben, kun je nu wegzetten. Dat is bijzonder en positief”.

Bijzonder is het zeker, maar positief allerminst. Maatregelen om het milieu te beschermen nopen juist tot het vérder kijken dan eigen belang.

Vorige maand stond in Trouw een treffend opinieartikel van twee docenten bestuursrecht die ageerden tegen het besluit van de Raad van State om milieuclubs buiten te sluiten die zogenaamd “alleen maar procederen”. Tot 2005 mocht iedereen bij het verlenen van een milieuvergunning een beroepschrift indienen. Het milieu is immers ook in het belang van iedereen. Die wetgeving werd op initiatief van het CDA aangescherpt. Nu is dit recht voorbehouden aan belanghebbenden. Maar de Raad van State is op eigen houtje een stap verder gegaan door vervolgens stichtingen en verenigingen buiten de deur te houden, omdat ze niet voldoen aan de eigen interpretatie van de Raad van State aan het begrip ‘belanghebbende’. Volgens de Raad van State ben je pas belanghebbende als je ook flyers uitdeelt, of iets anders doet naast het voeren van procedures.

Mijn fractie maakt zich grote zorgen om deze ontwikkeling. Op basis waarvan kunnen provincies en de Raad van State de rechten van individuele burgers en milieuclubs inperken?

In Limburg worden zelfs ideeën geopperd om milieuclubs te chanteren: of meepraten, of procederen. Eenmaal aan tafel gezeten, zou men het recht verliezen om de uitkomst van een overleg aan te vechten. Als je kiest voor procederen, raak je je subsidie kwijt. Een opmerkelijke opstelling die helaas zeer selectief lijkt te worden toegepast. Want hoe zit het dan met bijvoorbeeld clubs als BOVAG en de RAI Vereniging die –ook gesubsidieerd- naar de rechter stappen als de overheid besluit om extra belasting te heffen op nieuwe dieselauto’s zonder roetfilter?

Wij horen graag hoe deze minister aankijkt tegen deze problematiek en welke mogelijkheden zij ziet om hier maatregelen tegen te treffen.