Bijdrage Akerboom Begroting Wonen


12 november 2018

Dank u wel, voorzitter. De Partij voor de Dieren is blij met het verzet onder burgers tegen het volbouwen van duinen en het stukjes afsnoepen van het Groene Hart. Ze maakt zich met deze burgers zorgen over de kleine leefgebieden van dieren als er weer extra grote bouwactiviteiten in het groen komen. Flora en fauna verdienen meer aandacht in het woningmarktbeleid. Zo is het van groot belang dat de woningbehoefte zo veel mogelijk binnenstedelijk op voormalige industrieterreinen en kantoorlocaties kan worden gerealiseerd en dat we kiezen voor verdichting in bestaande wijken en niet automatisch voor het bouwen van nieuwbouwwijken. Het is positief dat de minister deze transformatieopgave serieus neemt via een revolverend fonds voor 2018 en 2019, maar deze fondsen functioneren doorgaans tientallen jaren. Wat verwacht de minister na 2019?

In de afspraken met de woningcorporaties, die zijn aangewezen als de startmotor van verduurzaming, is het van belang om ook de stadsnatuur te bevorderen. Na het op grote schaal transformeren en verduurzamen van de woningvoorraad ligt er een heel grote kans om de biodiversiteit te bevorderen door natuurinclusieve bouw. Zo zal bij de isolatiecampagne die van start moet gaan ook rekening moeten worden gehouden met plekken voor vogels en insecten. Stadsnatuur is ook van belang voor het welzijn van stedelingen. Groen maakt mensen weerbaarder tegen stress en stimuleert mensen tot bewegen. Daarnaast zorgt groen voor verkoeling in de zomer en voor het bergen van water na hevige stortbuien.

Voorzitter, een andere belangrijke taak van de minister is de verduurzaming van bestaande woningen. Terwijl er volop wordt ingezet op maatregelen als zonnepanelen en warmtepompen blijft de maatregel die ervoor zorgt dat er minder energie nodig is, isolatie, helaas achter. De gebouwgebonden financiering die al een paar keer aan bod is gekomen, is wat de Partij voor de Dieren betreft een heel belangrijke stap richting de structurele verduurzaming van de gebouwde omgeving. Waarom is die gebouwgebonden financiering dan als niet fiscaal inpasbaar beoordeeld? Ik zei net al in de interruptie dat een erfpachtmodel voor grondgebonden financiering door een aantal gemeenten al is opgepakt. Kent de minister dit model en is zij bereid om ook andere steden nu alvast te wijzen op deze aanpak?

Mijn partij steunt het principe om voor starters en doorstromers op de woningmarkt extra ruimte te bieden om energiebesparende maatregelen te nemen. Maar net zoals blijkt uit de rapportages van het Energiebespaarfonds is een groot deel voor de relatief eenvoudig toe te passen maatregelen als een hr-ketel of zonnepanelen, terwijl juist bij een verbouwing na het moment van aankoop van een woning maatregelen als een lagetemperatuursysteem en isolatie de lastigste en belangrijkste no-regretmaatregelen zijn. Is de minister het op dit punt met mij eens en zo ja, zou de minister willen onderzoeken of er in deze regeling een stimulans kan worden gevonden voor lagetemperatuursystemen en isolatie? Vindt de minister het niet vreemd dat de aankoop van een nieuwe gasketel nog steeds wordt opgenomen op de lijst van energiebesparende voorzieningen?

Voorzitter, tot slot. Per 2020 is elke lidstaat van de Europese Unie verplicht om tijdig maatregelen te publiceren op welke manier alle nieuwbouwwoningen energieneutraal worden. De minister heeft laten onderzoeken of de eisen die worden gesteld ook kostenefficiënt zijn. In deze rekenmethode heeft de minister ervoor gekozen om de elektriciteitsopwekking in Nederland, die jarenlang op 39% rendement stond, voor de berekeningen te wijzigen in 68%. Kan de minister deze keuze toelichten? Graag een reactie.