Bijdrage Arissen AO Wadden


24 januari 2018

Voorzitter, dank u wel. Het Waddengebied is een belangrijk rustpunt voor trekvogels en de thuishaven voor een unieke variëteit aan al dan niet zeldzame dier- en plantensoorten. Ons grootste en meest dynamische natuurgebied kreeg niet voor niets in 2009 de UNESCO-status van natuurlijk werelderfgoed. Het is ook een Natura 2000-gebied.

Maar het Waddengebied staat onder druk en zijn voortbestaan loopt gevaar. Het dreigt te verdrinken door de toekomstige zeespiegelstijging, waarvoor Sybren Drijfhout in juni waarschuwde. Hij is fysisch oceanograaf en bijzonder hoogleraar Dynamica van het klimaat aan de Universiteit Utrecht. Zijn boodschap was: door verandering in stromen zal de zeespiegel aan de Nederlandse kust de komende twintig jaar extra hard stijgen. Dat is ook voor het voortbestaan van de Waddenzee, 's werelds grootste getijdengebied met een uniek klimaat, een bedreiging. Ziet de minister deze bedreiging ook?

Verder worden de Wadden bedreigd door de activiteiten van grote internationale bedrijven die economisch gewin laten prevaleren boven natuurbehoud. De NAM, met grootaandeelhouders Shell en ExxonMobil, heeft nieuwe plannen voor gaswinning onder het Waddengebied. En het bedrijf Frisia zal binnenkort starten met het boren naar zout. Ook het Staatstoezicht op de Mijnen schreef vorig jaar dat de onderzoeken van de NAM waardeloos zijn nu deze onvoldoende duidelijk maken hoe de bodem op langere termijn daalt. De Partij voor de Dieren diende, samen met de SP en GroenLinks, moties in om geen nieuwe vergunning te verlenen voor gaswinning in en nabij de Waddenzee en de huidige gaswinning te stoppen. Maar de toen nog onderhandelende regeringspartijen in spe waren eensgezind en wilden het kwetsbare Waddengebied blijven offeren op het altaar van de economie.

Bodemdaling en vervuiling bedreigen het kwetsbare Waddengebied. In het regeerakkoord wordt gesproken over het oprichten van een aparte beheerautoriteit ter bescherming van de natuur in het Waddengebied. Voorgaande sprekers hebben daar ook aandacht aan besteed. De minister gaat echter, zo staat in de Kamerbrief die we deze week ontvingen, balanceren tussen economie en ecologie en inzetten op beter visbeheer en visserij in een kwetsbaar natuurgebied. Wat is nu de inzet van deze nieuwe minister? Natuurbescherming of het economisch uitmelken van een van de waardevolste natuurgebieden van ons land, de Wadden?

Al meer dan honderd landen hebben in hun Grondwet een recht op een schoon en gezond leefmilieu opgenomen. Veel van die wetteksten refereren aan de belangen van toekomstige generaties. Vorige week stond er een mooi pleidooi in Trouw van advocaat mensenrechten en duurzame ontwikkeling Jan van de Venis, professor aan Nyenrode Tineke Lambooy en oud-directeur van de Waddenvereniging Arjan Berkhuysen over de prachtige kans voor Nederland om de natuur, en het Waddengebied in het bijzonder, een plaats te geven in ons rechtssysteem. Zij pleiten voor natuurrechten naast mensenrechten, in navolging van landen als Noorwegen en Nieuw-Zeeland, die juridisch afdwingbare rechten hebben toegekend aan de natuur via rechtspersoonlijkheid. Via een beheerautoriteit kunnen deze rechten beschermd worden. Dan hebben we het over een beheerautoriteit die niet zozeer een uitvoerder is van overheidsbeleid, zoals de minister nu voor ogen heeft, maar die echt de Waddenzee beschermt, vanuit een onafhankelijk bestuur met eigen macht en eigen middelen. Is de minister met de Partij voor de Dieren van mening dat dit de beste manier zou zijn om het kwetsbare Waddengebied te beschermen? En is zij bereid om de mogelijkheden te onderzoeken om Nederland aan te laten sluiten bij de nieuwe mondiale ontwikkelingen in het recht door de Waddenzee als natuurrechtspersoon te erkennen, in te richten en te beschermen?

Voorzitter. Ik zou graag willen afsluiten zoals de wetenschappers hun pleidooi ook eindigden: wij vragen dit voor de Waddenzee, voor al het leven in haar, voor ons en voor de toekomstige generaties.

Voorzitter, dank u wel.

Interrupties

De heer De Groot (D66):
Ik hoor een pleidooi dat in eerste instantie misschien heel sympathiek klinkt, maar dat op mij ook een beetje overkomt als een soort "staat in een staat" Op welke wijze zou deze rechtspersoon dan democratisch gelegitimeerd moeten worden?

Mevrouw Arissen (PvdD):
De schrijvers van het artikel, rechtswetenschappers en een professor, zeggen dat al meerdere landen, zoals Nieuw-Zeeland, rechtspersoonlijkheid aan natuurgebieden hebben toegekend. Dat is heel goed mogelijk via ons Burgerlijk Wetboek. Je kunt het ook opnemen in de Grondwet. Het recht op een schoon milieu en op behoud van de natuur is ook een mensenrecht, want wij zijn als mensen heel erg afhankelijk van een schoon milieu en van schone natuur. Het is natuurlijk geen staat in een staat. Alleen kan de beheerautoriteit als beschermheer van het gebied dat een rechtspersoonlijkheid heeft, de rechten van het natuurgebied juridisch afdwingbaar maken als die geschonden worden, bijvoorbeeld als de NAM daar naar gas gaat boren en er sprake is van bodemdaling of andere natuurvernietiging.

De voorzitter:
De heer De Groot, een korte vervolgvraag.

De heer De Groot (D66):
Ik heb het idee dat de Partij voor de Dieren perfect beschrijft wat die ene beheerautoriteit moet gaan doen.

De voorzitter:
Dat was geen vraag, maar u mag natuurlijk reageren.

Mevrouw Arissen (PvdD):
Wij zijn toch bang dat dat niet zo is, want in de Kamerbrief wordt heel duidelijk gesteld dat het niet gaat om een decentralisatie of om het geven van een rechtspersoonlijkheidsstatus. Dat zien wij als een gemiste kans. De Partij voor de Dieren zou de minister graag willen vragen of zij de mogelijkheden zou kunnen onderzoeken om een gebied dat zo belangrijk is en zo ontzettend kwetsbaar, een rechtspersoonlijkheidsstatus te geven. Zo kunnen we de rechten die dat natuurgebied dan heeft, ook juridisch afdwingbaar maken. Dat is met deze beheerautoriteit niet het geval.

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer