Bijdrage Arissen debat arbeids­par­ti­ci­patie vrouwen


19 april 2018

Voorzitter,

Wij kennen van alles de prijs en van niets de waarde. Gelukkig komt er steeds meer belangstelling voor een breed welvaartsbegrip en groeit het besef dat welvaart om véél meer draait dan alleen geld. Gezondheid, een groene, veilige leefomgeving, tijd om te zorgen voor kinderen of ouderen, een studie te volgen of vrijwilligerswerk te doen.

Voorzitter, vandaag bespreken we de emancipatie op de arbeidsmarkt en specifiek de positie van jonge vrouwen. Hoewel de emancipatienota vol goede initiatieven staat voor bijvoorbeeld LHBTI'ers, klinkt in de voorgenomen maatregelen op het gebied van de arbeidsmarkt heel luid het VVD-mantra door: “Alles ten behoeve van de economie”.

De minister stelt in haar Emancipatienota dat meer vrouwen meer uren moeten werken, zodat de economie met wel 4% kan groeien. Dat het meer premie- en belastinginkomsten oplevert voor de schatkist. Het sociaal cultureel planbureau stelt zelfs dat deeltijd werken voor vrouwen als ‘onwenselijk wordt gezien’. En deze minister maakt daar zelfs beleid op! Deeltijd werken wordt bewust minder aantrekkelijk gemaakt.

Voorzitter, we leven in een tijd waarin we met steeds minder menskracht alles kunnen produceren en organiseren wat we nodig hebben. Dat is in feite een zegen. Het biedt een geweldige kans om meer tijd aan andere dingen te besteden,
zoals de zorg voor elkaar en voor de natuur, persoonlijke ontwikkeling, kunst en ondernemingszin. De dingen die het leven werkelijk de moeite waard te maken. Maar de wijze waarop we de economie nu hebben georganiseerd, maakt zo’n ontwikkeling onmogelijk: de mensen moeten in onze samenleving meer en tot hogere leeftijd werken, in plaats van minder.

Elke vrouw die wil werken of meer wil werken moet dat vrijelijk kunnen doen! Geen glazen plafonds, geen oneerlijke beloning en zeker geen ouderwetse rolpatronen. Maar zou deze minister van Emancipatie ook tevreden zijn als mannen net zoveel als vrouwen willen werken? Net zoveel deeltijd? En als zij net zoveel thuis met hun kinderen zouden willen zijn of mantelzorg zouden willen geven? Zouden meer mannen in deeltijd juist ook niet bijdragen aan het doorbreken van de ouderwetse rolpatronen? Ziet de minister de waarde daarvan in?

We zullen het anders moeten gaan organiseren om de emancipatie van vrouwen én mannen te realiseren. Dan zullen we naar een breed welvaartsbegrip moeten in plaats van ons blind te staren op meer productie en meer consumptie om zo het Bruto Binnenlands Product maar op te stuwen met alle negatieve gevolgen voor onze gezondheid, ons welzijn en onze planeet van dien. Dan zullen we onbetaalde arbeid moeten gaan herwaarderen. We zouden geen belasting op arbeid moeten heffen, maar op het gebruik van grondstoffen. Het wordt daardoor mogelijk om verloren werkgelegenheid die naar lage lonenlanden is verplaatst, terug te winnen: denk aan de textielsector of andere maak- en herstelindustrieën. Op alle terreinen komt er meer werk omdat arbeid veel goedkoper wordt.
Maar de minister denkt met business as usual de emancipatie te kunnen bewerkstelligen.

Voorzitter, het streven naar financiële onafhankelijkheid delen wij met de minister. Wij willen dat echter niet bereiken door het verder opjagen van mensen ten behoeve van de economie. Wij willen dat door middel van bijvoorbeeld een basisinkomen. Een systeem waarin man en vrouw een gelijke basiszekerheid hebben. Een systeem vanwaar uit men echt (geparafraseerd) “zijn of haar leven kan inrichten zoals men dat wil”. Ook een systeem waarin de waarde van zorgtaken en vrijwilligerswerk veel meer tot zijn recht komt. Kan de minister hier op reflecteren?

Het economisch effect van alle vrouwen aan het werk en de kinderen naar de kinderopvang is te berekenen, het is zelfs allang berekend.[1] Maar onze verslaving aan economische groei mag niet meespelen in het emancipatiebeleid en mag zeker niet ten koste gaan van onze gezondheid. Graag hoor ik hoe de beide ministers hierover denken en wat zij gaan doen om rekening te houden de zaken waarvan we allemaal aanvoelen hoe waardevol ze zijn, maar die niet om te rekenen zijn in procentuele economische groei, naar bruto binnenlands product.

Dank u wel

[1] SEO Economisch Onderzoek, UvA, 2015 in opdracht van de branche: ‘Het economisch belang van kinderopvang’