Bijdrage Esther Ouwehand aan land­bouw­be­groting 2019


31 oktober 2018

Je moet eerst cookies accepteren voordat je deze video kunt bekijken

Voorzitter, dank u wel. "De landbouw in Nederland moet er over tien jaar totaal anders uitzien dan nu. Zou het er na al die jaren eindelijk een keer van komen? De grote doorbraak ligt binnen handbereik. Het ministerie is er klaar voor, de plannen staan zwart-op-wit op papier en worden gesteund door het kabinet. De landbouw in Nederland binnen tien jaar helemaal anders."

Gaat dit over de baanbrekende nieuwe visie van minister Schouten op de landbouw? Je zou het bijna denken. Het roer gaat om, het systeem is niet langer houdbaar, zo lezen we immers nu. Maar nee, dit citaat komt uit de NRC en is geschreven op 11 juli 2000, bijna twintig jaar geleden. Het gaat over de visienota van, let op, de VVD, de Partij van de Arbeid en D66 op landbouw. Wat schreven ze? Binnen tien jaar helemaal anders. Zij erkenden toen dat de landbouw tegen maatschappelijke, economische en ecologische grenzen aanliep. In tien jaar tijd, dus uiterlijk in 2010, zou de landbouw ten volle rekening houden met de veiligheid en gezondheid van mens, dier en ecosysteem, volledig voldoen aan de geldende milieuwetgeving, waarbij de nationale milieudoelstellingen zouden zijn gehaald, en zou de biologische landbouw 10% van het landbouwareaal beslaan. Mijn favoriet: de veehouderij zou bovendien stukken kleiner zijn, met minder dieren, minder milieubelasting en uiteraard een beter dierenwelzijn.

Als je dan denkt "nou ja, maar dan had je het CDA nog niet mee, want die liggen altijd dwars", dan zeg ik: nee hoor, ook minister Verburg erkende negen jaar geleden al dat ons huidige voedselsysteem een grote druk legt op het mondiale ecosysteem, en de voedselzekerheid in gevaar brengt. Systeeminnovaties en -veranderingen zouden volgens haar onontbeerlijk zijn. We zouden toe moeten naar — let op — verregaand gesloten kringlopen. Ze vond het ietwat moeilijk om toe te geven, maar toch zei ze dat we minder dierlijke en meer plantaardige producten moesten eten.

Voorzitter. Het waren dus vijf partijen in deze Kamer, die nu in totaal een Kamermeerderheid hebben van 85 zetels, die al lang en breed erkend hebben wat nu in de zogenaamd baanbrekende landbouwvisie van minister Schouten staat. Ik wil de minister best een compliment geven dat ze erkent dat de landbouw is vastgelopen, dat het systeem onhoudbaar is en dat we zo niet verder kunnen, maar we moeten toch echt concluderen dat we heel ver zijn afgedreven van wat politiek zou moeten zijn — het oplossen van de daadwerkelijke problemen — als van ons al wordt verwacht dat we in onze handen klappen als er een erkenning is van wat we al zo lang weten.

Voorzitter, dan specifiek over de dieren. Minister Brinkhorst vroeg in 2001 advies aan de commissie-Wijffels, van het CDA, over de toekomst van de veehouderij. Dat advies loog er niet om. De Nederlandse veehouderij moet terug naar de tekentafel, zei hij. Economisering en schaalvergroting hebben geleid tot amorele verschijnselen. De omgang met dieren is niet zoals we willen en het milieu wordt te veel belast, zei de oud-voorzitter van de Rabobank. De minister noemde de conclusie destijds helder, hard en onontkoombaar. De veehouderij zoals ze was zou voorgoed veranderen. De reactie was helder: dit wordt uitgevoerd, dit komt niet op de plank, want daar liggen al zo veel rapporten dat dit er niet meer bij past. Dat het in de praktijk brengen van dit rapport van de commissie-Wijffels tot een flinke reductie van de sector leidt, lijkt me evident.

In de Nota Dierenwelzijn beloofde minister Brinkhorst — omdat de heer De Groot daar zelf over heeft gesproken, weet ik dat hij die heeft geschreven — dat als richtinggevend perspectief wordt gehanteerd dat gehouden dieren in een omgeving leven waarin ze soorteigen gedrag kunnen vertonen. Binnen tien tot twintig jaar moet de veehouderij zijn omgebogen in de richting van het perspectief van het soorteigen gedrag. Ook minister Verburg beloofde dat in haar Nota Dierenwelzijn. Vijftien jaar later, dus in 2022, zou het perspectief van het dier leidend zijn.

Voorzitter. Daar zijn we nog lang niet. Als je nu aan het regeren bent — ik kijk nadrukkelijk naar D66 en de VVD, die als eerste hiermee begonnen zijn — en je hebt nog maar drie jaar de tijd voor je eigen doelstellingen, dan moet je vaststellen dat je niet kunt wegkomen met een vage nota zonder enige uitwerking. Sterker nog: alle voorstellen voor krimp van de veestapel, die bijna twintig jaar geleden al onontkoombaar werd geacht, worden weggestemd.

Waarom is ervoor gekozen dat drie van deze partijen, of eigenlijk de woordvoerders van die partijen, een rondje werkbezoeken gingen doen en samen een visie gingen schrijven? Wij hadden gehoopt dat de minister, als verantwoordelijke, alle literatuur kennende en met alle erkenning dat het systeem allang is vastgelopen, de moed zou hebben om tegen deze woordvoerders te zeggen: luister beste vrienden, we weten dat het zo niet langer kan. Ze had kunnen wijzen op de doelen voor biodiversiteit, want die gaat dramatisch achteruit. Ze had kunnen zeggen dat het klimaatakkoord eraan komt dat we moeten zien te handhaven, dat we beloften hebben gedaan over dierenwelzijn, en niet in de laatste plaats dat als we nu niet veranderen, alle boeren uiteindelijk het loodje leggen. Ze had kunnen laten zien dat het aantal bedrijven afneemt met de koers van de afgelopen jaren. Dat hadden wij van de minister gehoopt en verwacht.

Ze had zo veel mensen meegehad, ze had kunnen zeggen dat ze de lijn van Van Aartsen zou kiezen. Hij zei toen al dat de sector best eerst zelf een poging mocht doen om de problemen op te lossen, maar dat de overheid zou doorpakken als men niet leverde. Van Aartsen was van de VVD. De minister-president van VVD-huize heeft in dit huis gezegd: ik heb niks met het mensonwaardige stapelen van dieren; u kunt altijd bij mij aankloppen om een einde te maken aan die varkensflats. Dat was gewoon een uitspraak van de VVD. Ook de CDA-voorganger van de minister heeft gezegd dat het met de dieren stukken beter moet.

Laten we kijken naar de beloften en wat ervan is waargemaakt. 10% van ons landbouwareaal was biologisch. Bijna twintig jaar later zitten we op 3,9%. Het aantal dieren zou fors moeten verminderen. Ik heb de lijstjes er even bij gepakt. In 2000 hadden we meer dan 4 miljoen koeien. In 2017 ook. In 2000 hadden we 178.000 geiten. Dat aantal is verdrievoudigd tot 532.000. Het aantal bedrijven is trouwens wel gehalveerd. Dan de zogenaamde hokdieren, die niet bestaan, zoals varkens. In 2000 waren er 13 miljoen. Daarna is het aantal wat afgenomen, maar nu zijn er weer meer dan 12 miljoen varkens.

Er wordt 200 miljoen uitgetrokken voor een sanering van de varkenshouderij. Daar is de Partij voor de Dieren voorstander van, maar we maken ons wel grote zorgen dat er geen analyse is en geen garantie dat we het niet nog een keer laten gebeuren. De Partij voor de Dieren heeft altijd gewaarschuwd voor nieuwe vergunningen, uitbreidingen en nieuwe stallen. Dan was het antwoord altijd: ja, maar het lokale bestuur, de provincies en gemeenten, toetsen gewoon op de milieuregels; maakt u zich maar geen zorgen. En waarom is het dan uit de hand gelopen? Waarom moet er nu worden gesaneerd? Zijn de milieuregels niet streng genoeg geweest? Heeft het lokale bestuur niet streng genoeg getoetst? Er gaat wel 200 miljoen uit de staatskas heen, waarvan nota bene 60 miljoen aan nieuwe subsidies voor de varkenshouderijen, want er is maar 120 miljoen voor de daadwerkelijke sanering. Ik heb uit de pers begrepen dat dit in overleg met de sectororganisatie is gegaan en dat die alleen op die voorwaarde akkoord ging. Alsof die iets te zeggen heeft over de besteding van 200 miljoen van de belastingbetaler! Men ging alleen akkoord als het fosfaatplafond niet naar beneden zou gaan. Ik wil dat de minister uitlegt hoe dat zit. De rechten gaan de markt uit; dat hebben we gevraagd. Maar als het fosfaatplafond niet naar beneden gaat, betekent dat dan dat de mestproductie op een andere manier alsnog vrijkomt? Dan schieten we er toch niets mee op? Graag een uitleg.

Ik was bij de belofte gebleven dat het aantal dieren naar beneden zou gaan. Kippen: in 2000 104 miljoen, in 2017 105 miljoen. Slachteenden: nog geen miljoen in 2000, nu zit het aantal er dik overheen. Als toen al duidelijk was dat we het aantal dieren moesten verminderen omdat we het anders niet voor elkaar zouden krijgen om de landbouw vol houdbaar te maken voor de toekomst, dan is het niet een kwestie van opnieuw een visie schrijven. Dan is het kijken naar de instrumenten die dus niet hebben gewerkt en bepalen hoe je je doelen wel kan halen.

Een andere belofte. Er wordt ten volle rekening gehouden met de veiligheid en gezondheid van mens, dier en ecosysteem. Nou, we kregen de Q-koorts omdat de belangen van de geitenhouderij voorgingen op de gezondheid van mensen. En omwonenden van bollenvelden en andere akkers hebben het nakijken, omdat zij mogen leven in de dampen van het vele landbouwgif dat er op die velden gaat. En de veiligheid van dieren? Ik weet het niet, maar al die stalbranden dan? Dieren zitten opgesloten en kunnen geen kant op! We weten wat we moeten doen, want de aanbevelingen liggen er allang. Het is een kwestie van niet willen uitvoeren. Maar het waren wel deze partijen die die belofte hadden gedaan!

Een andere belofte. Door de vele incidenten zou er meer beleid en toezicht komen. Meer toezicht? Kan de minister zeggen hoe vaak een veehouder in Nederland eigenlijk wordt gecontroleerd? Is dat echt maar één keer in de tien jaar of zit dat anders?

Voorzitter. VVD en D66 zeiden ook dat de overheid een verantwoordelijkheid heeft voor het tegengaan van welzijnsonvriendelijke methoden die plaatsvinden met gehouden dieren. Ik herhaal: dé overheid heeft de verantwoordelijkheid voor het tegengaan van welzijnsonvriendelijke methoden.

De heer De Groot (D66):
De Partij voor de Dieren heeft uitgebreid huiswerk gedaan en is nu een lesje geschiedschrijving aan het doen en iedereen de maat aan het nemen. Maar ik wil toch de hand reiken en kijken of we de Partij voor de Dieren ook productief kunnen maken. Ik heb een voorstel gedaan voor een clubhuis. Stel dat de Partij voor de Dieren daar nu naar binnen zou kunnen gaan en zou kunnen bijdragen aan die transitie waar D66 zich voor inzet. Wat zou de Partij voor de Dieren daar gaan doen om met de anderen, niet alleen maar mét de anderen, aan de slag te gaan? Daar ben ik benieuwd naar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zou de mensen in dat gezellige clubhuis eraan herinneren dat er meer dan genoeg adviezen zijn over hoe we in de toekomst de wereld kunnen voeden zonder dat ten koste te laten gaan van dieren, natuur of milieu. Dan zou ik bijvoorbeeld wijzen op de VN-mensenrechtenrapporteur — een mensenrechtenrapporteur, hè — die zegt: dan moeten we in het rijke Westen fors minder dierlijke eiwitten gaan eten. Dan zou ik dus de heer De Groot uitnodigen om te doen waar D66 altijd al voor is geweest en om gewoon te beslissen dat een krimp van de veestapel onvermijdelijk is. Het is niet verstandig om daarmee te wachten, want daar doe je echt niemand een plezier mee en in de allerlaatste plaats de boeren zelf.

De heer De Groot (D66):
Denkt u dat u daar effectief zult zijn als u daar ook iedereen de les gaat lezen? Denkt u dat dat echt iets voor de dieren zal betekenen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou, voorzitter, de heer De Groot inmiddels kennende zal ik daar inderdaad een zware dobber aan hebben. Maar ik denk dat burgers van de politiek mogen verwachten dat we onze uiterste best doen om te doen wat nodig is. En het is echt aan de heer De Groot als hij ook nu de andere kant op kijkt en niet erkent dat een krimp van de veestapel nodig is. Zijn eigen minister zei toen al: we gaan dat rapport op de plank leggen, want er liggen er al te veel! Maar daar is toch weer rapport na rapport na rapport aan toegevoegd, waaronder het rapport van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Dat rapport zegt letterlijk: als je het nu niet doet, als je nu niet inzet op die krimp van de veestapel, dan heb je straks hele hoge kosten en maak je het voor de boeren alleen maar vervelender.

De heer De Groot (D66):
Nogmaals, het kabinet zet in op een krimp van de veestapel en trekt daar behoorlijk wat geld voor uit. En nogmaals, wij delen de droom van een duurzamere en betere wereld en meer dierenwelzijn. Maar er is één verschil: u droomt alleen door en D66 realiseert dromen. En dat doe je samen en verder dromen doe je alleen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat vraag ik me af. Ik eet bijvoorbeeld geen dooie dieren en volgens mij de heer De Groot wel. Dus als je het hebt over dierenwelzijn, kan je ook gewoon nu, vandaag, keuzes maken. Je kan boeren vandaag al op weg helpen naar die plantaardige toekomst. Ik ben niet zo van de hoogbewerkte producten, maar de groeiende omzet van vleesvervangers laat zien dat deze producten het supergoed doen. Je kunt boeren helpen door te zeggen: het is toch wel gek dat één van onze succesvolste producenten van vleesvervangers zijn soja niet uit Nederland en niet eens uit Europa kan halen, omdat wij het hier niet telen. We laten enorme kansen voor de boeren liggen en D66 helpt ze dus niet.

De heer Geurts (CDA):
Ik heb een poosje zitten luisteren naar de bijdrage van mevrouw Ouwehand. Daaruit maak ik op dat er alleen maar tegenstellingen worden gecreëerd en dat boeren in een kwaad daglicht worden gesteld. Ik vind dat verwerpelijk en ik vind het ook niet echt verbindend naar de Kamer toe. Is mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren ook in staat om iets positiefs over onze Nederlandse land- en tuinbouw met ons te delen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben eigenlijk wel blij met deze vraag, want ik was er nog niet aan toegekomen om te benadrukken dat boeren klem zitten in dit systeem. Ik heb zojuist de cijfers genoemd van het groeiende of in elk geval niet afnemende aantal dieren, maar het aantal bedrijven is gehalveerd of zelfs met twee derde gekrompen. De Partij voor de Dieren was in het jaar 2000 nog niet opgericht omdat we dachten: het komt misschien wel goed, gezien de beloftes. Maar het is allemaal niet gebeurd. De Partij voor de Dieren heeft niet geregeerd, en de heer Geurts zei net nog dat hij blij was dat al die moties niet zijn aangenomen. En toch staat de boeren het water aan de lippen. Dan doe je toch iets fout? Dan doet het CDA, dat al die jaren óf heeft geregeerd óf het beleid van de VVD heeft gesteund, toch iets verkeerd? Ik wil dus heel graag een gezonde landbouw voor de toekomst, waarin het boerenvakmanschap weer wordt beloond. Ik koop mijn voedsel echt niet in de supermarkt, die de boeren veel te weinig betaalt. Ik doe echt mijn best om ervoor te zorgen dat boeren een normale boterham verdienen. We hebben daarvoor ook voorstellen gedaan. We leggen de bewijslast bij de supermarkten neer, zodat ze de boeren normaal betalen. En dan laat het CDA het altijd afweten. Wat we ook doen, is de boeren beschermen tegen de handel van buitenaf. Ook daar doet het CDA niet mee.

De heer Geurts (CDA):
Ik vind het erg moeilijk om uit dit antwoord iets positiefs voor de land- en tuinbouw te halen. Ik ben echt heel blij dat de collega van de SGP-fractie zo meteen als laatste het woord in deze Kamer heeft op dit onderwerp, want dan ga ik waarschijnlijk wat positiever naar huis. Nog eenmaal — mijn laatste interruptie wil ik er graag voor gebruiken — vraag ik aan mevrouw Ouwehand: heeft u ook nog wat positiefs te melden richting onze boeren en tuinders, die het op dit moment niet makkelijk hebben? Wat u allemaal schetst, gaat ze echt niet helpen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zoals ik al vaker heb gezegd, denk ik dat boeren er niet bij gebaat zijn als hun vertegenwoordigers ervoor kiezen om alleen maar te zeggen dat ze trots zijn op de Nederlandse tuinbouw en landbouw en dan achter hun rug om beleid kiezen waardoor zij het loodje leggen. Ik noem de fosfaatrechten, ik noem de vrijhandelsverdragen en ik noem de verdere inzet op intensivering en schaalvergroting. Ik denk dat boeren er meer aan hebben als je eerlijk bent. Ik ben een groot fan van biologische en biodynamische tuinders. Ik zou hun graag veel meer steun geven dan nu het geval is. Ik zou graag willen dat de Europese landbouwsubsidies gaan naar deze boeren en niet naar de grootschalige melkveehouders. Dus die boeren wil ik best steunen, maar ze hebben er meer aan als we eerlijk zijn dan als we alleen maar zeggen dat we trots zijn op de boeren en intussen het CDA- en VVD-beleid voeren dat ze naar de rand van de afgrond helpt.

De heer Bisschop (SGP):
Laat ik dan daarmee beginnen. Ik ben trots op de boeren en de vissers die het land voeden en nog zo veel meer dan dat. Dat is ook eigenlijk de kern van mijn vraag. Hoe wil mevrouw Ouwehand bij een afnemende veestapel, bij een afnemende productie, bij een wereldwijd groeiende voedselbehoefte en bij klimaatmigratie en klimaatproblematiek elders in de wereld voorzien in de behoefte aan voedsel? En stel dat die voedselproductie zich zou verplaatsen naar andere landen, wat is dan per saldo de winst als het gaat om productiekwaliteit en om dierenwelzijn? Hebt u zich daar rekenschap van gegeven? In welk opzicht verbetert met wat de boeren en tuinders in Nederland zouden inleveren macro gezien per saldo de situatie als die activiteit elders in de wereld plaatsvindt?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Om te beginnen steunt de Partij voor de Dieren niet de opbouw van vee-industrieën in andere landen, wat de SGP wel doet. We hadden vandaag oud-staatssecretaris Bleker hier op het Plein. Hij heeft een mooi foldertje achtergelaten waarin duidelijk werd dat Nederland koeien exporteert om in andere landen een melkveehouderij op te zetten. Dat doen we ook met andere bedrijfstakken. Maar de heer Bisschop zou zich toch, zeker vanuit zijn beginselen, rekenschap moeten geven van de wetenschappelijke feiten die zeggen dat we de wereld alleen maar kunnen voeden als we plantaardiger gaan eten? De krimp van de veestapel hier in Nederland gaat natuurlijk hand in hand met een inzet op een verandering in ons consumptiepatroon, omdat we veel te veel dierlijk eten en plantaardig ook nog eens gezonder voor ons is. Nogmaals, we kunnen de wereld alleen maar voeden als we plantaardiger gaan eten, om te beginnen hier.

De voorzitter:
Dank u wel. Mag ik ook u vragen om iets korter te reageren?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, ik zal mijn best doen, voorzitter.

De voorzitter:
Fijn, dank u wel. De heer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):
Mevrouw Ouwehand en ik vinden elkaar in het besef dat er inderdaad een proces moet voortgaan waardoor de Nederlandse landbouw anders wordt ingericht. Duurzamer. We verschillen ongetwijfeld over de wijze waarop dat proces ingericht moet worden, maar daarom zitten we ook bij verschillende politieke partijen. Maar mijn vraag is niet beantwoord. Wat is per saldo, macro gezien, de winst als de productie hier in Nederland naar beneden gaat en zich verplaatst naar elders in de wereld? Of heeft de Partij voor de Dieren ook de ambitie om de hele wereld te hervormen en veganistisch te maken of vegetarisch te instrueren? Want er ligt een levensgroot probleem, met een enorm stijgende voedselbehoefte. Daar ligt volgens mij de zwakke plek in uw voorstellen. Bent u dat met mij eens? Nee. Dat weet ik. Maar nu het antwoord.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk dat het van groot belang is om een verschil te maken tussen behoefte en vraag. Vraag is een marktding. Er is altijd vraag naar dingen die niet goed voor ons zijn, waar we te veel van hebben. Maar kijk naar de behoefte. Ik citeer Gandhi: er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht. Natuurlijk moeten we inzetten op plantaardiger consumptie overal. De heer Bisschop zegt dat die dierlijke productie zich dan gaat verplaatsen. Dan moeten we dat ook aanpakken, om te beginnen door in Nederland te stoppen met het verplaatsen van vee en het ondersteunen van het opbouwen van vee-industrieën elders. We sturen koeien naar Jordanië, waar ze ongetwijfeld onverdoofd worden geslacht. Wat is dat voor waanzin? Nederland kan daar een heel andere rol in spelen. Dat doe ik zelf ook. Ik was vorige week nog bij de Verenigde Naties. Daar heb ik precies dit punt besproken met iedereen die het wilde horen, en ook met mensen die het niet wilden horen. We moeten op al die fronten inzetten.

De heer Bisschop (SGP):
Als het elders zo veel slechter is qua dierenwelzijn, is dat toch geen argument om te zeggen dat we het in Nederland moeten afbouwen? Dat pleit er dan toch voor om op een dierwaardige wijze die productie op peil te houden, zodat die dieren in ieder geval op een waardige wijze aan hun eind komen? Ik snap de ambitie om toe te gaan naar plantaardige voeding, enzovoort. Maar dat is wel een heel andere en veel uitgebreidere missie, die mevrouw Ouwehand in deze bedeling denk ik niet zal realiseren

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
En toch zal het moeten. Ik heb respect voor de grijze haren van de heer Roelof … Ik bedoel: de heer Bisschop. Gelukkig zijn mensen met nog geen grijze haren al veel verder in deze transitie. Vlees eten is eigenlijk echt een beetje een dingetje voor 50-plussers aan het worden. Veel jongeren stappen over op een dieet met veel minder of helemaal geen vlees. Dus de heer Bisschop heeft gelijk dat we daar een uitdaging hebben, maar ik heb er alle vertrouwen in dat dat goedkomt. En, het moet me echt van het hart, een "dierwaardig einde"? Heeft u weleens in een slachthuis gekeken? Er bestaat niet zoiets als een diervriendelijke slacht en diervriendelijk vlees.

De heer Weverling (VVD):
Kijk, ik respecteer natuurlijk iedereen in dit huis die hier vol passie zijn passie uitdraagt. Maar hoe gaan we die 2 miljard mensen voeden die erbij komen? Ik zeg niet dat dat alleen met dieren moet, dat hoor je mij niet zeggen. Maar uiteindelijk moeten in heel dat ecosysteem dat de wereld is, die 2 miljard mensen extra wel gevoed worden. Wat is uw visie daarop?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou, juist dat het plantaardig moet. Ik begin een beetje verbaasd te worden over …

De heer Weverling (VVD):
Maar dan hebben we toch …

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zal iedereen die daar interesse in heeft de onderzoeken sturen waaruit blijkt — je kan het ook op basis van boerenverstand bedenken — dat je meer plantaardige eiwitten in een dier moet stoppen dan je er aan dierlijke eiwitten uithaalt. Bij varkens is dat misschien een factor vijf tot zeven. Die eiwitten had je rechtstreeks aan mensen kunnen voeren. Vijf tot zeven, daar had je heel veel mensen mee kunnen voeden. Of je hebt 1 kilo ribkarbonades. Nou, dan kan je kiezen. Dan kan je zien hoeveel mensen je daarmee kan voeden. Voor rundvlees ligt dat nog veel hoger. Dan kan het misschien wel gaan om 20 kilo graan, terwijl je daar maar 1 kilo rundvlees aan overhoudt. Dus zeggen alle experts: willen we de wereld voeden, dan moeten we plantaardiger gaan eten. Hier in het rijke Westen eten we sowieso te veel eiwitten, dus daar moet sowieso een derde van af. Van wat er overblijft schrap je een derde dierlijk en dan houd je misschien een derde over. Dan komen we ergens. Dat is het idee. Niet het idee; dat is wetenschappelijk onderbouwd.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even naar de heer Weverling. Ik heb het idee dat u anders denkt. U heeft nog een laatste interruptie. Maakt u daar gebruik van? Als u dat kort wilt doen, graag.

De heer Weverling (VVD):
Nee, dank u wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, het is een enerverende avond.

Voorzitter. Ik was er nog niet aan toe, maar ik zeg wel: de toekomst is plantaardig. Dat is gezond, we houden lekker landbouwgrond over om terug te geven aan de natuur, ook fijn, we kunnen de wereld voeden en er hoeven ook geen dieren voor te lijden. Nou, wat wil je nog meer?

Voorzitter, ik moet echt even zoeken waar ik gebleven was. O ja, de VVD. Ik benadruk dat zo, omdat mensen soms denken: goh, maar het is natuurlijk wel lastig als je met de VVD en het CDA moet regeren, want die willen nooit wat. Maar de VVD zei: de overheid, niet de sector, heeft een verantwoordelijkheid voor het tegengaan van welzijnsonvriendelijke methoden die plaatsvinden met gehouden dieren, bijvoorbeeld fokkerijmethoden die gewoon leiden tot ernstige welzijnsaantastingen bij dieren. In 2012, maar uiterlijk 2020, aldus de VVD, zouden dieren in de veehouderij soorteigen gedrag mogen vertonen. Die ambitie is later nog onderschreven door het kabinet-Balkenende met het CDA, de Partij van de Arbeid en de ChristenUnie. Dus alle partijen die vandaag regeren waren aan boord. Dan is dus de vraag: wat gaan we nu doen, welke instrumenten moeten we inzetten, en moeten we niet nog langer vooruitkijken?

Gisteren kwam ik een foto tegen van een kip die vlak bij een slachthuis van de vrachtwagen was gevallen. Ik wil hem graag ronddelen, want alle mooie eufemismen en beloftes ten spijt — we hebben het dan over "uitval" bij kippen en "enige welzijnsaantasting" — dit is hoe het eruitziet. Ik wil het graag ronddelen aan de woordvoerders. Kijk daar even naar: een vleeskuiken in de veehouderij. Zijn of haar hele onderlichaam is ontstoken, omdat het hele leven van dit dier zich af heeft gespeeld in een gesloten stal op strooisel, dat natuurlijk bevuild is geraakt met de eigen uitwerpselen. Iedereen die kinderen heeft of weleens op kinderen heeft gepast, weet: als een luier vuil is, moet je die zo snel mogelijk verwisselen, want anders krijg je uitslag en erger. Deze dieren leven hun hele leven in hun eigen uitwerpselen. Zo ziet dat er dus uit. De zwarte dingen die u ziet aan de onderkant van de poten van het dier zijn zweren. Ze worden ook wel voetzoollaesies genoemd, pijnlijke zweren. Dit ontstaat dus in het korte leven van een kip in de huidige veehouderij. Als we dan hebben afgesproken dat het fokken op extreme groei uiterlijk in 2022 is afgelopen, als we hebben afgesproken dat dieren hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen, hun soorteigen gedrag, dat we met respect met dieren omgaan, is dit dan wat we acceptabel vinden? En als dat niet zo is, hoe gaan we dan binnen drie jaar tijd die situatie veranderen?

Voorzitter. Het natuurlijk gedrag van dieren is volstrekt anders dan de ruimte die ze krijgen in de veehouderij. Kippen leven het liefst in het bos, waar ze 's nachts op boomtakken kunnen slapen. Ze zijn gek op stofbaden om hun verenpak schoon te maken en ze leven in kleine groepen van 4 tot 30 individuen. In de veehouderij zitten ze met minstens 5.000 andere soortgenoten op elkaar. Dat leidt tot grote stress en de dieren gaan elkaar verwonden. Dat komt op geen enkele manier tegemoet aan hun natuurlijke behoeften. We slachten 600 miljoen kippen per jaar, en dan alleen nog maar de dieren die levend uit de stal komen. In de hoogste bezetting — dat is de enige manier waarop geregistreerd wordt — zijn er ook nog eens 10 miljoen kippen die al in de stal creperen. Ik vroeg het zojuist al even in een interruptiedebatje: hoe gaat dat eigenlijk met dieren die niet levend uit de stal komen? Kan de minister bevestigen dat daar geen dierenarts bij wordt gehaald voor individuele zorg ofwel een euthanasie? Die dieren worden gewoon of aan hun lot overgelaten of door de veehouder zelf doodgemaakt. Kan de minister bevestigen dat het er zo aan toegaat?

De regering was het afgelopen jaar nogal blij over en trots op de deal met China, dat na zeventien jaar lobbyen zijn markt heeft geopend voor het kalfsvlees uit Nederland. Als ik dan de minister maar ook mevrouw Dik-Faber van de ChristenUnie hoor zeggen dat mensen misschien niet meer weten waar hun voedsel vandaan komt, dan denk ik: ja, dat klopt, maar alleen maar vertellen dat melk van de koe komt, is natuurlijk maar het halve verhaal. Een koe geeft alleen maar melk als ze een jong heeft gekregen, net als bij mensen. Het is een zoogdier. Dus als een koe niet drachtig is geweest, geeft ze geen melk. Ze wordt geïnsemineerd om een jong te dragen. Als ze dat gebaard heeft, wordt het binnen een paar uur na de geboorte bij haar weggehaald, omdat de melk naar de fabriek gaat om er kaas van te maken en toetjes en pakken melk. Het is een fundamenteel moreel probleem om moeders te maken van zoogdieren die een natuurlijke behoefte hebben om voor hun jong te zorgen, om het te zogen, met als enige doel om het jong weer weg te halen, omdat dat de manier is waarop we aan melk komen. Waarom hebben we het daar niet over? Waarom erkennen we dat niet als een moreel probleem? Is er misschien een reden dat we schoolkinderen wel vertellen dat melk van de koe komt, maar dat we niet vertellen dat dit eraan voorafgaat? Is er misschien een reden dat we schoolkinderen wel meenemen naar een appelboomgaard, maar niet naar een slachterij? Als we ons er niet voor schamen, dan moet je het ook vertellen. Ik denk dat de reden dat we het niet vertellen is dat we allemaal wel aanvoelen dat het misschien toch niet helemaal deugt, dat er misschien toch iets mis mee is.

Voorzitter. Dan de varkens, zeer sociale en pientere dieren. Ze zitten opgesloten in een systeem waarin ze nooit daglicht zien en niet naar buiten kunnen. Er leven 12,4 miljoen varkens in de veehouderij in Nederland, bestemd voor vlees. Ze leven in dichte bedompte stallen en de lucht in de stallen is ronduit giftig, ook al is er sinds 1991 een Europese afspraak waar Nederland aan moet voldoen, namelijk dat de lucht in de stallen niet schadelijk mag zijn voor dieren. Het duurde tot vorig jaar dat er eindelijk een keer een handhavingsprotocol van de NVWA kwam, waardoor ze kunnen gaan handhaven op dit ene hele kleine puntje van het welzijn van deze dieren. Waarom zijn we niet wat scherper? Waarom maken we de omstandigheden van de dieren niet zo dat ze altijd frisse lucht kunnen hebben? Zou dat niet passen bij de natuurlijke behoefte van het dier, waar al zo veel mooie beloftes over zijn gemaakt?

Dan de biggensterfte. Per jaar worden er miljoenen biggen geboren in Nederland. Daarvan sterven er veel, omdat er is doorgefokt op een grote worpgrootte. Er worden dus meer biggetjes geboren dan de moeder daadwerkelijk kan verzorgen. En "verzorgen" is nog een mooi woord, want de moederzeug ligt tussen stangen en de biggen kunnen bij haar drinken, maar zelf heeft ze op geen enkele manier de mogelijkheid om voor haar jongen te zorgen. Sterker nog, ze moet toekijken hoe haar pasgeboren jongen bij haar worden weggehaald, even vastgehouden en zonder verdoving het staartje wordt afgeknipt. Moet je je voorstellen dat dat voor je ogen gebeurt. Die dieren voelen dat heus wel.

Minister Verburg zei over die biggensterfte — 12,9% in 2008 van alle biggetjes die geboren worden: dat is te hoog. Dit moet en kan echt naar beneden en ik geef de sector daar tien jaar de tijd voor, zei ze. Eind 2018 — dat is eind dit jaar — moet het teruggedrongen zijn tot 10,5%. Ik vroeg de minister eerder al: wat als we dat niet halen? Want we zitten op 13,3% in plaats van 10,5%. De minister zei: als we afspraken maken en we halen ze niet, dan vind ik dat onacceptabel. Ik wil van de minister weten wat zij gaat doen zodat op 1 januari 2019 die biggensterfte terug is gebracht. 10,5%: dat gaat nog steeds over zo'n beetje drie miljoen biggen per jaar die dus vlak na de geboorte van ellende al sterven. Is de minister bereid om wetgeving voor te bereiden om die belofte gestand te doen?

Voorzitter. De doelen staan dus allang. De opgave is nu … Het Planbureau voor de Leefomgeving zegt ook: als je alles al geprobeerd hebt, moet je dus kijken naar andere instrumenten. Minister Brinkhorst zei al: van intensieve samenwerking met de sector zal geen sprake meer zijn. Hij voorzag al dat dat misschien niet heel handig is. Maar de voorman van LTO heeft laatst in een interview laten weten dat zij niet alleen de formatie gewonnen hebben maar ook de visie op de kringlooplandbouw. Dus ik wil van de minister weten met wie ze dat nou afstemt. Heeft zij haar eigen visie? Gaat zij haar eigen uitwerking vormgeven, gelet op alle problemen die al lang en breed bekend zijn en de doelen die wij moeten halen? Of mogen de usual suspects weer aan tafel zitten en gebeurt er dus niks? Dat kan niet meer.

Neem landbouwgif. Nederland stond al in de top drie van de landen met het hoogste gifgebruik in de landbouw ter wereld. Die hoeveelheid gif per hectare is toegenomen met 2%. Dat betekent een verlies van biodiversiteit. De insectensterfte is een enorm probleem. We zijn onlangs met een nieuw onderzoek weer gewaarschuwd voor glyfosaat. Kan de minister hier toezeggen dat er als onderdeel van haar nieuwe landbouwvisie ook een andere koers komt op de toelatingen van landbouwgif in Nederland? Stappen we ook echt af van glyfosaat? Gaan we de toelatingen die in Europa voorliggen, beoordelen op basis van het voorzorgsbeginsel? Als we steeds wachten op het oordeel van de EFSA, dan gebeurt hetzelfde als met de neonicotinoïden, dat gif dat enorm schadelijk is voor bijen. Daar zijn we jaren geleden voor gewaarschuwd, maar de EFSA had heel erg lang nodig om tot de conclusie te komen dat het inderdaad gevaarlijk was. En nu zit dat gif in onze bodem. Dat gaat er niet zomaar meer uit, want dat gif heeft een hoge afbreuktijd.

Voorzitter. Als we onze biodiversiteitsdoelen willen halen en de biodiversiteitscrisis willen stoppen, dan zullen we niet alleen de veestapel moeten laten krimpen en daar een goed saneringsplan voor moeten maken zodat boeren daarin mee kunnen en kunnen omschakelen, maar dan zullen we ook moeten stoppen met dat landbouwgif. Dat vraagt dus meer dan het huidige "we wachten tot het Europese voedsel- en warencomité daar een uitspraak over heeft", want je zit veel te lang met de gevolgen. Verschillende woordvoerders hebben het al aangehaald: de biodiversiteitsrapportage die deze week verscheen, is echt zorgwekkend.

Voorzitter. Ik heb al vragen gesteld over de sanering van de varkenshouderij. Wij hebben deze vragen ook gesteld aan de minister van Binnenlandse Zaken, omdat we steeds van het kastje naar de muur worden gestuurd. Toen ik deze minister iets vroeg over het lokale bestuur, dat nou eenmaal een grote rol heeft in vergunningverlening en toezicht op de veehouderij, zei deze minister: daar ga ik niet over. Nou goed, toen vroegen wij aan de minister van Binnenlandse Zaken: "Goh, er komt 200 miljoen uit jouw kabinet, jouw staatskas. Is er dan misschien iets misgegaan in het functioneren van het lokale bestuur? Zijn zij te ruimhartig geweest met vergunningen of waren de milieuregels niet scherp genoeg?" Toen zei ze: "Mijn collega van LNV gaat daarover." Dus ik sta weer hier.

Ik ben heel benieuwd naar de analyse. Wat is er nou gebeurd? Waren de milieuregels te ruim, heeft het lokale bestuur te ruimhartig vergunningen afgegeven of was er misschien nog iets anders aan de hand? Ik denk niet dat we zonder een antwoord op die vraag die 200 miljoen kunnen uitgeven. En nogmaals, als je 200 miljoen uitgeeft, waarom dan maar 120 miljoen voor een echte sanering en eigenlijk weer 60 miljoen subsidie aan de varkenshouderij? En hoe zit het met het fosfaatplafond?

Voorzitter. Het PBL heeft een mooie schets gegeven, die het "Naar een wenkend perspectief voor de Nederlandse landbouw" noemt. Daarin zeggen ze: we kunnen doorgaan met het huidige model — dat is een politieke keuze — maar dan moeten we ook de consequenties accepteren. Dan moeten we de gevolgen accepteren voor de positie van de boeren, die dat kostenmodel niet overeind zullen houden. Als we kiezen voor die schaalvergroting, technologische ontwikkeling en produceren tegen zo laag mogelijke kosten, dan hebben we op korte termijn in Nederland altijd wel een kleine voorsprong omdat we zo innovatief zijn, maar op de lange termijn kijken andere landen met veel goedkopere grond en veel goedkopere arbeid ons trucje natuurlijk af. Op die wereldmarkt kunnen Nederlandse boeren op de lange termijn dus niet goed concurreren. Dat weten we al heel erg lang. Neem daar nou afscheid van.

De minister en de ChristenUniewoordvoerder zeggen het ook: mensen moeten weer verbinding hebben met hun voedsel. Dat ben ik ontzettend met de minister en de ChristenUnie eens, maar dat gaat op de wereldmarkt natuurlijk niet gebeuren. Het is maar de vraag of het ons lukt om hier in Nederland een kanteling te maken in het verdienmodel van boeren. Daar zouden wij zeer voor zijn. De supermarkten moeten zich kapot schamen dat ze de boeren zo uitknijpen. Wij zeggen: kom met een bewijslast. Laat de supermarkten maar bewijzen dat ze een eerlijke prijs hebben betaald. Laat ook de verwerkende industrie maar bewijzen dat ze een eerlijke prijs heeft betaald. Als het ons al lukt die kanteling te maken, dan kan je dat doen voor de productie voor je eigen land. Maar op de wereldmarkt kan de minister natuurlijk niet met advertenties in Duitse en Roemeense dagbladen, of ik weet niet waar, proberen een verbinding tussen die burgers en de Nederlandse boeren voor elkaar te krijgen. Dat lijkt mij niet.

Dus terug naar het PBL, dat zegt: je kunt wel doorgaan met dit model en niet die systeemveranderingen doorvoeren, maar dan moet je accepteren dat dit de consequenties zijn. En wat ik heel scherp vond van het PBL: de samenleving zal daar andere waarden tegenover blijven stellen en daarmee de legitimiteit van de huidige ontwikkelrichting. Daarmee heeft het PBL het dus eigenlijk over de kritiek vanuit de samenleving, of eigenlijk het publieke belang dat we met zijn allen moeten waarborgen en waar burgers ook om vragen. Burgers hebben recht op bescherming van hun leefomgeving door de overheid. Burgers hebben er recht op dat de overheid de dingen regelt die je als individu niet kan regelen. Dat is niet kritisch zijn richting de boeren. Dat is gewoon zeggen dat dit systeem ten koste gaat van de gezondheid van je leefomgeving, van je kinderen, van de dieren en dat je dat niet wilt. Je wilt dat de overheid daar wat aan doet. Het gaat om die kritiek.

Je moet niet doen alsof mensen kritiek hebben op de boeren. Mensen hebben kritiek op het systeem. De overheid kijkt weg en laat het in stand, tenzij ze dus andere keuzes maakt. Daar pleit PBL ook voor. Die andere keuzes zijn keuzes voor voedsel als een mensenrecht, zodat je ervoor kiest om te redeneren vanuit de vraag hoe we de wereld nou gaan voeden. Wat hebben we nodig? Er is genoeg voor ieders behoefte, maar misschien niet voor ieders hebzucht. Je kan hebzucht makkelijk definiëren als overconsumptie van vlees dat je niet nodig hebt, of honderd soorten toetjes die je niet nodig hebt, of allemaal hoogbewerkt voedsel dat ons niet voedt maar ziek maakt. Kies voor de benadering van voedsel als een mensenrecht en laat dat je leidraad zijn voor de verdere uitwerking. Kies voor boeren en niet voor de agro-industrie. We weten allemaal dat de belangen in de agro-industrie gebaat zijn bij die schaalvergroting, bij die vrijhandelsverdragen en dat individuele boeren die kleinschalig willen werken daardoor uit de markt worden gedrukt. Kies voor de boeren.

Zet in op daadwerkelijke kringlooplandbouw. Dat betekent ook dat je die op regionaal niveau moet sluiten. Je kan niet schermen met het woord kringlooplandbouw als je geen enkele grens stelt aan wat die kringloop dan zou moeten zijn, behalve de wereld. We kunnen in Nederland ons voedingspatroon vérgaand regionaliseren. We hoeven geen palmolie uit Indonesië en ook geen soja uit Latijns-Amerika. Maak die keuze.

Kies voor een daadwerkelijk respectvolle behandeling van dieren. Dat betekent veel minder dieren, erkenning van hun intrinsieke waarde en uitgaan van hun natuurlijke behoefte en gedrag. Doe je dat niet, dan zal de samenleving blijven vragen of de overheid dat alsjeblieft wil regelen. Want in je eentje kun je dat niet. En zet in op landbouw die de biodiversiteit niet langer onder druk zet, maar kies voor vormen van landbouw die zich allang bewezen hebben en waar boeren hun eigen vakmanschap in kwijt kunnen.

De minister presenteerde haar visie op een biodynamisch bedrijf. Dat vond ik een positief teken, omdat biodynamische boeren nauw samenwerken met de natuur. Dat doen ze in de wetenschap dat ze de ecosystemen die de natuur biedt heel hard nodig hebben om een gezonde bodem en een gezonde vruchtwisseling te houden, en om op de lange termijn gezond voedsel te kunnen produceren, niet alleen maar dat ene jaar door alles dood te spuiten wat jou toevallig niet bevalt.

Dat vakmanschap van die boeren, daar moeten we voor kiezen. We moeten hun een steuntje in de rug geven. Daar is geld voor. Er is 365 miljard aan landbouwsubsidies voor de komende zeven jaar. Als we dat nou gebruiken voor een transitie naar een landbouw die alle waarden dient en niet alleen maar de belangen van LTO, dan wordt het een stuk gezelliger in Nederland.

Voorzitter, dank u wel.


Interruptie van Esther Ouwehand bij Helma Lodders (VVD)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mevrouw Lodders schetst hier een beeld alsof de boeren en tuinders in Nederland gezond voedsel voor ons allemaal produceren en dat we allemaal zouden verhongeren als ze dat niet zouden doen. Maar een heel belangrijk deel, misschien wel de helft, gaat naar de voedselverwerkende industrie. Aan de andere kant wijzen allerlei experts ons erop, en waarschuwen ze ons ervoor, dat we helemaal niet zo gezond eten en dat we misschien een keuze moeten maken voor inderdaad gezonde groente en gezond fruit, voor plantaardige eiwitten en voor minder voedsel dat eigenlijk geen voedsel is maar gewoon vulling, troep, suiker, met bijvoorbeeld honderd soorten toetjes die we helemaal niet nodig hebben. Is de VVD in elk geval bereid om dat onderscheid te maken, tussen voedsel dat goed voor ons is en voedsel dat je als een soort luxe kunt beschouwen? En dan gaat het eigenlijk om een luxe met nare kantjes, want we worden er niet gezond van.

Mevrouw Lodders (VVD):
Mevrouw Ouwehand heeft goed naar mijn inbreng geluisterd, want ik heb net geschetst dat mensen zich natuurlijk zorgen maken. Maar laten we wel zijn: er wordt voldoende en kwalitatief goed voedsel geproduceerd in Nederland. Een aantal partijen, zeker ook de partij van mevrouw Ouwehand, geeft vaak als antwoord: minder, minder, minder. Minder dieren, minder landbouw en minder keuze voor de consument. Het is niet onze oplossing.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik verzin dit niet zelf. We kunnen de wereld voeden. Dat is een grote opgave. Ik mag aannemen dat de VVD er ook achter staat dat we de honger de wereld uit helpen. Er zijn tal van wetenschappers en onafhankelijke rapporteurs en adviseurs die hebben gezegd: dat gaan we alleen maar halen als we gezonder en plantaardiger gaan eten. Dan moet je dus afscheid nemen van heel veel vlees en heel veel zuivel, en zeker van die zooi die we niet nodig hebben. Mijn vraag is eenvoudig: is de VVD bereid om dat te erkennen? Er liggen natuurlijk prachtige perspectieven die dat voedsel gaan produceren, dus laten we samen kijken naar wat er kan. Maar daar hoort ook de keuze bij dat we het luxe voer, het slechte voedsel, wat minder doen.

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik word bijna uitgedaagd om hier een debat te hebben over preventie met betrekking tot voedsel. Dat wil ik niet doen, want volgens mij is dat vorige week tijdens de begroting van VWS al aan de orde geweest en het zal in de komende maanden best nog een keer op de agenda staan. In dat debat zal ook naar voren komen dat er veel meer aspecten zijn die kunnen bijdragen als we het hebben over gezondheid en gezonde levensstijl. Dat zijn niet alleen de keuzes die mevrouw Ouwehand maakt. Het is ook niet de keuze die de VVD maakt om allerlei dingen te verbieden of minder te doen.

-----

De voorzitter:
Dank u wel. Er is wel nog een interruptie van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb even tot het einde van het betoog gewacht, want ik had eigenlijk verwacht dat de VVD zou ingaan op twee punten waarvoor ze zich altijd sterk maakt, namelijk: "afspraak is afspraak" en "we gaan niet zomaar belastinggeld uitgeven". Daarover heb ik twee vragen. De eerste gaat over de warme sanering van de varkenshouderij. Daar gaat 200 miljoen belastinggeld heen en ik mis de analyse. Heeft de VVD enig idee hoe het zo is gekomen dat het nu nodig is om in die gebieden te saneren? De tweede gaat over "afspraak is afspraak". Eind 2018 moet de biggensterfte in de varkenshouderij zijn teruggedrongen tot 10,5%. We zijn bijna eind 2018. Ik heb niet de indruk dat ze er zijn. Welke conclusie gaat de VVD eraan verbinden als dit doel niet is gehaald?

Mevrouw Lodders (VVD):
Allereerst de warme sanering. Over dat traject hebben we al langer met elkaar gesproken. In het regeerakkoord is deze afspraak gemaakt. Ik denk dat mevrouw Ouwehand vooral heel erg blij moet zijn dat daar geld voor beschikbaar is. Ik denk dat mevrouw Ouwehand dat graag anders had willen inzetten. Er kan een analyse aan ten grondslag liggen dat we nu deze stap zetten, maar het feit is dat we hiermee aan de slag gaan. Wat betreft de biggensterfte: ik denk dat het niet zo eenvoudig is als werd geschetst, alsof we aan een knop kunnen draaien om dat bij te stellen. Ik denk dat alles op alles gezet moet worden om te proberen om dat streefcijfer te halen, maar het is wat mij betreft iets te gemakkelijk. Ik haal dan ook een ander voorbeeld aan, het terugdringen van het aantal stalbranden. Dat zouden we ook graag zien met z'n allen, denk ik. Maar ook daarvoor is, zou ik in ieder geval aan mevrouw Ouwehand willen meegeven, een grondige analyse nodig van de oorzaak. Ook daarbij kunnen we niet zomaar aan een knop draaien. U mag de vraag stellen, maar ik ga me hier niet verbinden aan een uitspraak over wat we doen als het niet gehaald wordt. Het belangrijkste voor mijn fractie is dat de inspanning geleverd wordt, en dat zie ik in ieder geval in de sector.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Eerst even over het punt van de biggensterfte. Ik wil de VVD eraan herinneren dat de nota van het tweede paarse kabinet is geschreven door de heer De Groot, of minister Brinkhorst, maar de VVD zat daarin. Zij zat in dat kabinet. De VVD was toen voorstander van een beleid dat het ongewenst is om door te fokken op kenmerken die leiden tot welzijnsgebreken en zei dat we dat zouden gaan stoppen. Hét probleem van de biggensterfte is dat er is doorgefokt op te grote worpen. De sector heeft tien jaar de tijd gehad om dat terug te brengen. Zegt de VVD nu echt: wat we toen steunden onder Paars II vergeten we, en zelfs na tien jaar vrijblijvende pogingen van de sector verbinden wij er nog geen enkele conclusie aan als we het doel niet halen?

Mevrouw Lodders (VVD):
Mevrouw Ouwehand suggereert hier dat dit aan de knop draaien is. Boeren werken met levend vee. Ik zie dat er inspanningen gepleegd worden. Volgens mij moeten we dat vooral heel erg waarderen. Tegelijkertijd zetten we in op dierenwelzijn. We hebben daar met elkaar regelmatig debatten over. De eisen worden ook aangescherpt. Maar nogmaals, het is niet een knop waar je zomaar aan kunt draaien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn vraag is toch wat er gebeurd is met de VVD. Ik heb hier een brief voor me van minister Van Aartsen. Die zei in 1996: "Hartstikke leuk, er is een plan van aanpak van LTO. Ik zie een jaar later geen verbetering: huppekee, doorpakken. Binnen een jaar resultaten, anders komen er gewoon wettelijke maatregelen." Dát was de VVD toen. Nu zegt mevrouw Lodders dat de VVD nu is: tien jaar lang creperende biggetjes en als het niet gelukt is om dat ietsje terug te dringen, vinden we nog steeds niet dat we kunnen ingrijpen. En bedankt …

-----


Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn tweede vraag gaat over de sanering van de varkenshouderij. Ik zou toch heel graag die analyse willen. De Partij voor de Dieren heeft steeds gezegd dat nieuwe vergunningen niet handig zijn. Nu moet er 200 miljoen naar die sanering, maar is er geen analyse hoe die situatie uit de hand heeft kunnen lopen en is er dus ook geen garantie dat het niet nog een keer gebeurt. Is de VVD bereid om in elk geval die analyse te vragen aan de minister?

Mevrouw Lodders (VVD):
Gezien deze vraag zal mevrouw Ouwehand die analyse zéker vragen. Dus daar wacht ik dan het antwoord maar eens op af. De reden dat we deze stap hebben gezet? Ik zou zeggen in de richting van mevrouw Ouwehand: tel je winst.
Wat betreft het creperen van biggetjes en dergelijke: dat is een beeld dat ik echt niet overneem van mevrouw Ouwehand. Er wordt heel zorgvuldig omgegaan met onze dieren in de veehouderij. Dat is misschien niet de manier waarop mevrouw Ouwehand het graag zou zien, maar ik wil echt afstand nemen van het beeld dat hier neergezet wordt, alsof varkens machines zijn en biggetjes liggen te creperen. Echt, integendeel. Aan dat beeld doe ik niet mee.

De voorzitter:
Dank u wel. Uw zesde vraag, mevrouw Ouwehand. Ga uw gang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Je kan wel zeggen dat je er niet aan meedoet, maar kan mevrouw Lodders dan hier misschien even schetsen hoe die biggetjes daar sterven? Kan zij bevestigen dat dieren worden doodgeslagen tegen de muur? Vindt zij dat dan een humane manier van het laten doodgaan van weerloze dieren? Mevrouw Lodders kan toch wel bevestigen dat er geen dierenarts komt om een biggetje dat het niet gaat halen, pijnloos uit zijn lijden te verlossen? Als dat wel zo is, moet zij daar de bewijzen voor overleggen.

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik neem afstand van het feit dat veehouders allemaal maar biggetjes doodslaan tegen muren. Als dat zo is, is dat overigens onacceptabel en moeten we daarop ingrijpen. Dus als dat geconstateerd wordt: aanpakken, die handel. Maar hier het beeld creëren dat iedere veeboer op die manier zijn werk doet, daarmee doen wij echt al die mensen meer dan tekort die met hart en ziel, 7 dagen in de week, 24 uur per dag en het jaar rond bezig zijn met hun vee. Daar doe ik dus niet aan mee.


Interrupties Esther Ouwehand op Tjeerd de Groot (D66)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, want ik vroeg me even af waar de dieren bleven in dat clubhuis van D66. Ik denk dat ze daar niet in passen, want het zijn er veel en veel te veel. Ik weet toevallig dat de heer De Groot als medewerker de dierenwelzijnsnota van toenmalig minister Brinkhorst heeft geschreven. Daarin werd afgesproken dat de veehouderij er binnen tien jaar heel anders uit zou zien en dat in 2012, maar uiterlijk toch 2020, het perspectief van het dier leidend zou zijn en dat fokkerijmethoden die leiden tot ernstige welzijnsproblemen niet meer tot de mogelijkheden zouden behoren. Nou, de eerste deadline, van 2012, hebben we niet gehaald en 2020 is best wel dichtbij. Ik zie in de landbouwnota alleen maar de vraag: is het dierenwelzijn meegewogen? Vraagteken. Gaan we de doelen halen die de heer De Groot in het jaar 2000 op papier heeft gezet?

De heer De Groot (D66):
Dat is de minister van LNV geweest, toenmalig minister Brinkhorst. Maar inderdaad zag D66 in die tijd al het belang van dierenwelzijn in. Het is ook de eerste nota geweest over dierenwelzijn. Volgens mij zat er toen nog geen Partij voor de Dieren in de Kamer. De nota had ook een mooie titel: Houden van dieren. Dat delen we. Maar wat ik ook met u deel, is dat het hemeltergend langzaam gaat. Ja, het heeft even geduurd voordat D66 weer kon gaan regeren en dat is toch de enige manier om stappen te zetten op het gebied van dierenwelzijn.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog één interruptie over, mevrouw Ouwehand. Dat weet u? Goed, gaat uw gang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, die heb ik ook bewaard speciaal voor de heer De Groot. In die nota stond namelijk ook: we gaan eerst kijken of het met de sector lukt; de sector krijgt de gelegenheid om werkplannen te maken, maatwerk en zo, maar als dat niet lukt gaan we toch maatregelen nemen. De grap is dat ook minister Verburg deze doelstellingen overeind hield, toen D66 niet regeerde. Uiterlijk in 2022 zou het perspectief van het dier leidend zijn. Nou zien we dus dat de doelen op zich niet veranderd zijn, maar dat de aanpak niet heeft gewerkt. Zegt D66 hier nu met de Partij voor de Dieren dat de sector zijn kans heeft gehad en dat het tijd is voor andere instrumenten? Deze aanpak was namelijk al beloofd door minister Brinkhorst: dan zouden er wettelijke maatregelen komen. Die vrijblijvende aanpak heeft dus niet gewerkt en we hebben nog maar twee, drie jaartjes te gaan. We moeten het wel regelen.

De heer De Groot (D66):
Nogmaals, ik deel dat het langzaam gaat. Ik deel ook de ongerustheid over dat tempo. Maar uiteindelijk ben je als boer zelf verantwoordelijk voor de manier waarop je met je dieren omgaat. Dat stond ook in die nota. Tegelijkertijd zien we dat de markten elke keer leiden tot kostprijsverlaging en schaalvergroting. Dat staat ook goed beschreven in de nota. Dat is niet altijd in het belang van het dier. Daarom moet je ook werken aan een structurele verandering van de hele sector. Je moet perspectief bieden, zodat je ook beter met dieren kunt omgaan. Als het mag, voorzitter, noem ik één leuk voorbeeld van kringlooplandbouw. Dat is het OERei; ik maak toch even reclame. Die kippen zijn gevoed met insecten die zijn gevoed op voedselresten. Kippen zijn insecteneters. Het leuke is dat de kippen, doordat ze de hele tijd bezig zijn om daarachteraan te scharrelen, hun verenkleed nog hebben. Ook hoef je geen snavels te kappen. De kippen zijn rustiger en hebben een beter leven, alleen al door op een andere manier te kijken naar onze landbouw. Ik ben het met u eens dat het langzaam gaat, maar laten we het radicaal aanpakken want dan gaan we het echt doen.