Bijdrage Femke Merel van Kooten aan AO Vreem­de­lingen- en Asiel­beleid


12 september 2018

Voorzitter,

‘Een unieke beslissing in een unieke zaak’, reageerde Rutte eergisteren in de media op de verblijfsvergunning voor Lili en Howick, die op het nippertje toegekend werd óp de geplande dag van uitzetting. Even leek het erop dat het een onbeschaafde klopjacht ging worden op de twee kinderen die hier al bijna hun hele leven wonen, naar school gaan, vriendjes en vriendinnetjes hebben, hun moedertaal nauwelijks of niet spreken, geen herinneringen hebben aan hun moederland. Met als doel hen het land uit te zetten. Denk het je eens in. Zo veel verdriet, wanhoop, onzekerheid over hun toekomst. Zonder hun moeder. ‘Soms moet je hard zijn’, klonk het eerder emotieloos vanuit het kabinet. Wat er precies veranderd is weten alleen de coalitiepartijen en de staatssecretaris, maar 1 minuut voor 12 waren er opeens ‘actuele ontwikkelingen’, was het een ‘schrijnend geval’, werd de verlossende discretionaire bevoegdheid uit de stoffige kast getrokken en mochten de kinderen blijven. Gelukkig. Voor deze kinderen. De Partij voor de Dieren is heel blij met deze beslissing.

En laten we dan nu eens serieus praten over al die andere kinderen. Want voorzitter, hoe uniek is deze zaak eigenlijk, als er zo’n 400 langdurig in Nederland verblijvende en dus diepgewortelde kinderen al jaren in onzekerheid leven en dreigen te worden uitgezet. En voorzitter, hoe rechtvaardig is het dat voor twee kinderen de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris afgestoft wordt en andere kinderen, waar de media nog niet het schrijnende verhaal van hebben opgetekend en in beeld gebracht, ‘gewoon’ uitgezet dreigen te worden? De drie kinderen die vandaag zouden worden uitgezet naar Afghanistan hebben vooralsnog even respijt gekregen; de staatssecretaris zag natuurlijk de bui al hangen. Gisteren kwam, wederom op de valreep, het nieuws tot ons dat asielverzoeken van Afghaanse gezinnen met minderjarige kinderen niet langer geweigerd worden omdat zij zich in een ander deel van Afghanistan zouden kunnen vestigen. Dit zogenaamde ‘binnenlands beschermingsalternatief’ zullen zij niet langer tegengeworpen krijgen. Wederom goed nieuws. Ga zo door, wil ik de staatssecretaris aanmoedigen: de Partij voor de Dieren wil dat er gestopt wordt met uitzettingen van gezinnen met kinderen naar Afghanistan. Wil de staatssecretaris dit toezeggen?

Maar voorzitter, het zou niet nodig hoeven zijn dat de media kinderen en hun verhaal een gezicht geven en het zou niet nodig hoeven zijn om weg te lopen, zodat de maatschappelijke verontwaardiging haar blijkbaar zo onmisbare werk kan doen om de kinderen te laten blijven, om de staatssecretaris zijn hand over zijn hart te laten strijken. Kinderrechten zouden niet afhankelijk mogen zijn van de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris. En al helemaal niet van het humeur van de staatssecretaris, die eerdere adviezen van allerlei kinderbeschermingsinstanties in de wind geslagen heeft, in weerwil van de gerechtelijke uitspraak waartegen hij in hoger beroep ging.

Want voorzitter, het gaat hier vandaag ook om een onontkoombaar debat over het kinderpardon, of beter gezegd de beroerde uitwerking daarvan, waar Lili en Howick tegen wil en dank het boegbeeld van zijn geworden en waar mediaophef de pleister is in een handjevol individuele gevallen.. De Partij voor de Dieren pleit voor een eerlijk kinderpardon. Een kinderpardon dat verlangd wordt binnen de fundamentele beginselen van een beschaafde samenleving. Geen wassen neus, zoals het huidige kinderpardon ook wel bekend staat, waar het percentage afgewezen aanvragen na aanscherping van de criteria boven de 95% ligt. Maar een kinderpardon waarin een brede groep gewortelde kinderen mag blijven.

De Partij voor de Dieren vindt in het algemeen dat vluchtelingen die in Nederland asiel aanvragen, binnen twee jaar uitsluitsel moeten krijgen over hun verblijfsrecht. En dat kinderen die hier al vijf jaar of langer leven, geworteld zijn, mogen blijven. Uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat het uitzetten van gewortelde kinderen schade toebrengt aan hun ontwikkeling. Het zou bijvoorbeeld niet mogen uitmaken of de ouders in het verleden actief hebben meegewerkt aan uitzetting. Laten we vooral niet vergeten dat het hier om kinderen gaat. Wat hebben kinderen daar immers over te zeggen? Het zijn kinderen, die leven onder het ouderlijk gezag, en in de meeste gevallen gaat het om kwetsbare kinderen. Kinderen die bescherming nodig hebben, dienen deze te krijgen, maar in de Vreemdelingenwet wordt er niet naar de belangen van het kind gekeken. Voorzitter, kan de staatssecretaris uitleggen wat onze handtekening onder het VN-Kinderrechtenverdrag nog waard is als kinderrechten alleen gelden met een Nederlands paspoort in het kinderhandje? De huidige Kinderombudsman geconcludeerde ook al, evenals haar voorganger, dat de criteria én de uitvoering van de Kinderpardonregeling niet in lijn zijn met het VN-Kinderrechtenverdrag. De Partij voor de Dieren wil dat kinderrechten worden opgenomen in de Vreemdelingenwet. Daarbij moet leidend worden dat wanneer de ontwikkeling van het kind wordt bedreigd het kind verblijfsrecht toekomt. Ook moet de leeftijdsgrens verhoogd moeten worden van 21 naar 25 jaar, waardoor kinderen die net te oud zijn, maar wel door lange procedures geworteld zijn in Nederland, ook onder het Kinderpardon vallen. Ook dient er naar de opvang en begeleiding van kinderen gekeken te worden; vooral de specifieke situatie van gehandicapte en/of zieke kinderen verdient hierbij verbetering. Graag een reactie van de staatssecretaris op voorgaande voorstellen.

Voorzitter, ik wil verder ingaan op het onrechtvaardig uitzetten van LHBTI’s, maar ik zie dat ik veel te weinig spreektijd heb voor dit zeer belangrijke onderwerp. Ik sluit mij aan bij de voorgaande sprekers die hier al veel vragen over hebben gesteld. COC Nederland heeft de staatssecretaris en de leden van deze commissie voorafgaand aan dit debat een brief gestuurd met vele verbeter- en aandachtspunten voor het LHBTI-beleid. De Partij voor de Dieren wil de staatssecretaris graag vragen om een schriftelijke reactie op deze brief.

Het nieuwe LHBTI-asielbeleid bevat diverse positieve wijzigingen, maar de IND blijft in rechtszaken kennelijk nog immer vasthouden aan het verkeerde principe dat LHBTI-asielzoekers een ‘proces van bewustwording en zelfacceptatie’ moeten hebben doorgemaakt. Hoe realistisch is dat, als je in je moederland nu juist vervolgd, bedreigd en gediscrimineerd wordt voor die ‘bewustwording en zelfacceptatie’. Na een leven lang taboe en angst moet een asielzoeker voor de IND opeens ‘bewustwording en zelfacceptatie’ tonen. Onmogelijk. Daarom wil de Partij voor de Dieren eveneens dat de termen ‘processen van ontdekking’ als criterium geschrapt worden. Graag een verheldering van de staatssecretaris op deze punten en een toezegging dat de IND het nieuwe LHBTI-beleid ook daadwerkelijk uit gaat voeren. Daarbij wil de Partij voor de Dieren eveneens aandacht vragen voor alle LHBTI’s die worden teruggestuurd naar onveilige oorden omdat zij ‘niet gay genoeg’ worden bevonden. Denk het je eens in. We hebben met dank aan LGBT Asylum Support het afgelopen jaar heel wat petities in ontvangst mogen nemen van de slachtoffers van verkeerde IND inschattingen. Wat wil de staatssecretaris daaraan gaan doen, voorzitter? Tot slot wil de Partij voor de Dieren dat het eenvoudiger wordt voor LHBTI’s uit Oekraïne en Cuba om asiel in Nederland te krijgen. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Dank u wel.