Bijdrage Frank Wassenberg AO Mileuraad


20 februari 2018

Voorzitter, Europa produceert per jaar bijna 26 miljard kilo plastic, zo lezen we in het stuk over de Europese plastic strategie. En minder dan 30 procent daarvan wordt gerecycled.

Maar half januari las ik op de site van de NOS dat we op dit moment in Nederland nog maar 16 procent van de kunststof recyclen. 80% wordt verbrand. Kan de staatssecretaris dat verschil tussen 16% in Nederland en 30% in Europa verklaren? 16% is inderdaad minder dan 30%, maar ik hoop dat ik het document zo niet hoef te lezen.

In het stuk van de NOS zeggen deskundigen dat er 250 soorten plastics in verpakkingen zitten en dat de huidige recyclingindustrie daar maar 4 van kan recyclen.

Voorzitter, dat toont meteen de Achilleshiel van de Europese plasticstrategie: die zet in op recycling uit afvalstromen. Maar de grootste stappen in de recycling van plastic zet je niet achteraf, in de afvalscheiding, maar bij de productie van plastics. De bronaanpak levert de meeste winst op. Als je meer plastic wil hergebruiken, moet je de kwaliteit van de plastics verbeteren en uniformer maken. Als fabrikanten gedwongen worden meer gerecycled plastic te gebruiken, wordt de kwaliteit van de plastics vanzelf beter, want daar hebben producenten dan zelf alle belang bij.

Met scheiding achteraf red je het niet. Zeker niet met honderden soorten plastics, waarbij dezelfde plastic ook nog eens een ander kleurtje kan hebben en daarmee ongeschikt is voor recycling. Voor een bronaanpak moet je regels maken voor producenten, en dat wil de EU niet. Het grote probleem is dus opnieuw dat Europa vooral ambities uitspreekt, het liefst voor de lange termijn, veel aan producenten wil overlaten, maar zelf niet met concrete eisen komt aan die producenten.

Dus als we het aan Europa overlaten, gebeurt er niet veel. Is de staatssecretaris het met mij eens dat we duidelijke afspraken moeten maken om plastics waar mogelijk uit te faseren, en voor de rest, waar dat niet kan, zoveel mogelijk uniform te maken, om recycling te vereenvoudigen? En dat we binnen de Milieuraad zoveel mogelijk moeten doen om inderdaad tot concrete doelen en tussendoelen te komen, ook voor de kortere termijn?

Nu gebeurt het omgekeerde. Europese ambities zijn voor de lange termijn, en als het even kan voor de nog langere termijn.
Zo is de doelstelling van 65% recycling van stedelijk afval uit het voorstel van de Commissie met vijf jaar uitgesteld tot 2035. Dat lazen we in de brief die de staatssecretaris gisteren stuurde. We lazen ook dat “de ambitieniveaus van de lidstaten sterk verschilden” en dat slechts een minderheid de ambities van Nederland en de Commissie deelde. Voorzitter, dat moet de staatssecretaris toch pijn doen? Dit moet voor haar toch een aanmoediging zijn om in ieder geval op het gebied van afval en plastic met eigen beleid te komen, los van Europa? Want het is duidelijk dat Europa ontwikkelingen eerder remt dan stimuleert, in ieder geval uitstelt.

Europese ambities stralen vooral goede bedoelingen uit, maar zijn volkomen vrijblijvend en vooral gericht op de lange termijn. Wie dan leeft, dan zorgt. En als de datum van het doel dichterbij komt, plakken we er gewoon weer 5 jaar aan vast.
Tot slot, voorzitter: nano- en microplastics. Minder zichtbaar dan zwerfaval, maar net zo problematisch. Nederland wacht al heel lang op een Europees verbod op nanoplastics in cosmetica. Intussen zien we dat Zweden en het Verenigd Koninkrijk het heft in eigen hand nemen en zelf met een verbod komen. Waarom blijft Nederland hier op Europa wachten?
Van nanoplastics en microplastics moeten zo snel mogelijk af, in cosmetica, maar ook bijvoorbeeld in verf. Al op 11 juli 2016 kregen wij een toezegging van de toenmalig staatssecretaris dat zij zou komen met maatregelen gericht op het voorkomen van microplastics uit schurende reinigingsmiddelen, verf en autobanden in water. Haar letterlijke woorden: In december zal ik u melden welke maatregelen genomen kunnen worden voor deze drie bronnen.

Bij mijn weten zijn die maatregelen er nooit gekomen. Klopt dit? Krijgt de Kamer die brief nog?
Half december 2016 heeft de toenmalige staatssecretaris wèl een briefadvies van de Gezondheidsraad, waarin deze waarschuwt voor de gezondheidseffecten van microplastics naar de Kamer gestuurd. Maar voor zover ik kan nagaan is ook daarop nooit een reactie van de staatssecretaris aan de Kamer gezonden. Kan dat alsnog gebeuren?