Bijdrage Ouwehand aan debat over begroting LNV


10 oktober 2019

Voorzitter, dank u wel. Volgens Wikipedia is een "tragedie" een toneelstuk met een intrige die een ernstige handeling betreft. Vaak leidt dit tot een noodlottige afloop, maar naast deze exitus infelix — ik heb gehoord dat het je veel stemmen oplevert als je af en toe wat Grieks of Latijn in deze Kamer bezigt — onderscheidt men ook tragedies met een exitus felix, ofwel een gelukkige afloop. De intrige van een tragedie werkt naar een punt waar de held tot inzicht komt in zijn falen, waarna een plotselinge en hevige ommekeer van zijn situatie volgt. Het doel van de tragedie is hierdoor een reinigende invloed uit te oefenen op de geest van de toeschouwers, de zogenaamde catharsis. Ik heb van dat reinigende vermogen nog geen enkel bewijs gezien, maar ik dacht: ik begin hiermee, want ook al is het landbouwbeleid in Nederland eigenlijk één groot treurspel, een gelukkige afloop is niet uitgesloten.

Maar dat vraagt wel, beste mensen en vooral minister, dat we onder ogen zien wat al heel erg lang onder ogen moet worden gezien. De voorstellen die D66 in de krant heeft gedaan, namelijk dat het aantal dieren in Nederland met de helft moet krimpen, worden al jarenlang door alle deskundigen aan de Kamer en het kabinet geadviseerd. De heer De Groot memoreerde al eventjes de ingrepen van minister Braks. Ik herinner me ook nog dat minister Braks heel verstandige dingen zei over de criteria die je zou moeten hanteren voor het aantal dieren dat in Nederland kan. Eigenlijk was dat: zorg ervoor dat je voldoende grond hebt om de dieren mee te voeden en om de mest weer op kwijt te kunnen, en dan kun je er ook nog voor zorgen dat de dieren naar buiten kunnen. Dat zijn heel verstandige criteria. Na zijn ingrepen is het aantal dieren weer gegroeid.

Vervolgens zijn er wijze mensen geweest die ongeveer hetzelfde hebben gezegd. Ik noem Wijffels, CDA. Ik noem oud-minister Veerman, ook CDA. Ik noem het kabinet-Paars II, waar toch ook de VVD in zat, samen met D66 en de Partij van de Arbeid. De erkenning is er steeds geweest: het aantal dieren in Nederland is veel te groot als je kijkt naar de houdbaarheid van ons landbouwmodel en de natuur- en milieudoelen die we moeten halen. Maar het is allemaal genegeerd.

Het laatste concrete voorstel dat hier lag, was het eerste burgerinitiatief dat hier in de Kamer is behandeld, namelijk Stop Fout Vlees. Dat is volledig doorgerekend door het Landbouw Economisch Instituut. Dat keek naar de natuur- en milieudoelen die het kabinet zichzelf had gesteld. Het was 2007, dus de Partij voor de Dieren had daar nog op geen enkele manier invloed op gehad. Het waren dus milieu- en natuurdoelen die ook door de middenpartijen werden gesteund. Dat instituut zei: als je die doelen wilt halen, dan is het onvermijdelijk dat het aantal dieren in de intensieve veehouderij met 70% krimpt. Men zei: begin daar nou maar mee, want hoe langer je wacht, hoe moeilijker het wordt en hoe vervelender het voor iedereen wordt. Uiteindelijk vonden de initiatiefnemers van het burgerinitiatief zelfs die 70% wat ver gaan, dus zij stelden 50% aan de Kamer voor. Dat is helaas afgewezen. We moeten wel vaststellen dat de partijen die dat scenario, waarin er ook de tijd was voor die omschakeling, toen niet wilden doorvoeren, kostbare jaren hebben afgepakt van de boeren. Die jaren hadden ze kunnen en waarschijnlijk ook willen gebruiken voor de omschakeling naar een landbouwsysteem dat wél houdbaar is op de lange termijn.

Voorzitter. Dat is dus de tragiek in de landbouw. Als het goed is, is het op het ministerie dat verantwoordelijk is voor het natuurbeleid en voor een houdbare landbouw voor de boeren in Nederland, bekend dat het model zoals dat er nu ligt, niet gaat. Eigenlijk kunnen ze op het ministerie de kamers wel behangen met alle adviezen, alle rapporten en alle doorrekeningen, die allemaal constateerden dat vasthouden aan het oude model voor iedereen een drama wordt. Dat is ook gebleken.

De Raad van State heeft het laatste trucje dat door het CDA in 2009 is bedacht afgeschoten: de Programmatische Aanpak Stikstof. Op dat moment was al duidelijk dat het juridisch zeer waarschijnlijk onhoudbaar zou blijken. We hebben adviezen gekregen van de Raad van State, we hebben adviezen gekregen van natuurbeschermingsrechtsjuristen. De Partij voor de Dieren vroeg het CDA natuurlijk naar het het trucje dat men had bedacht: u kunt wel een nieuw stikstofbeleid gaan voeren omdat u wilt dat de veehouderij van het slot gaat — er konden geen nieuwe vergunningen meer komen voor uitbreiding of nieuwbouw van veehouderijen en dat beviel het CDA niet — maar het lijkt juridisch heel wankel. Wat gebeurt er als de rechter dit instrument onderuithaalt? Is dat dan voor rekening van de boeren, de ondernemers, die een vergunning hebben gekregen maar 'm toch weer moeten inleveren? Dat is onduidelijkheid waar de boeren helemaal geen zin in hebben. Of komt het voor rekening van de belastingbetaler die in een rechtsstaat ondernemers zal moeten uitkopen als de overheid voortdurend heeft gezegd: nee hoor, hier heb je een vergunning, je mag wel blijven zitten?

De reactie van het CDA was toen: dat zien we dan wel en tot die tijd hebben de bedrijven er toch maar mooi van geprofiteerd. Tot zover de verantwoordelijkheid die het CDA wenste te nemen voor de duidelijkheid waar de boeren altijd om vragen, voor de staatskas waar we toch zuinig op moeten zijn: geen onnodige uitkoopsommen als je van tevoren al beleid kunt maken dat dat kan voorkomen. Ik weet dat de fractie van de minister indertijd ook heeft ingestemd met die Programmatische Aanpak Stikstof. De houding van de coalitiepartners — we mogen de VVD er gewoon bij optellen — is dus: nou, we zien het wel, we zien wel welke puinhoop er dan is en die lossen we dan wel op en in de tussentijd hebben bedrijven er gewoon van geprofiteerd.

Als ik minister was, zou ik me dan iets vrijer voelen om binnen die coalitieverhoudingen gewoon te zeggen: luister, ik ben verantwoordelijk voor verantwoord landbouwbeleid en uw plannen vind ik net een beetje te mager, net een beetje te veel risico voor de boeren opleveren. Binnen deze gespannen verhoudingen kan ik de minister eigenlijk maar één tip geven. Het enige wat haar gaat redden, is het presenteren van de waarheid. Laat het debat maar aan de Kamer. Stuur gewoon de feiten die op tafel liggen.

Ik wil de minister daarover al een paar dingen vragen. Erkent zij dat het Landbouw Economisch Instituut voor het burgerinitiatief in 2007 al heeft uitgerekend dat een krimp van de veestapel met 70% intensieve veehouderij onvermijdelijk is wil je de natuurdoelen halen, en dat daarin ook toen al ammoniak het belangrijkste criterium was? Vooral ammoniak zou de beperkende factor zijn. Is zij bereid dat te erkennen? Of heeft ze een onderbouwing waarom die berekening nu niet meer zo zou zijn? Is zij bereid te erkennen dat de Raad voor de leefomgeving al heeft gezegd: natuur is één ding, maar als je kijkt naar klimaat, dan zie je dat een krimp van de veestapel onvermijdelijk is voor de klimaatdoelen waar Nederland zich aan heeft gecommitteerd? Hoe langer je wacht, hoe moeilijker het wordt. Doe je het niet, dan ligt alle CO2-uitstoot die Nederland zich nog zou kunnen veroorloven gelet op de klimaatdoelen, volledig bij de landbouw. Dan kan er dus verder helemaal niks meer: dan kan er geen auto meer rijden, dan kan er geen fabriek meer draaien, helemaal niks. Is de minister bereid om dat hier in deze zaal te erkennen?

Voorzitter. De oplossingen voor de stikstofcrisis zouden op het ministerie bekend moeten zijn. De Partij voor de Dieren maakt zich echt grote zorgen dat het ministerie dat verantwoordelijk is voor het natuurbeleid na de uitspraak van het Europees Hof kennelijk niet met scenario's is gaan werken, want het zag er niet goed uit. Ik hoor graag een verklaring van de minister, want ik vind dat zij daarover verantwoording moet afleggen. Wat heeft het ministerie gedaan nadat de Raad van State heeft gezegd dat dat PAS-beleid helemaal niet kan? Dat was in mei van dit jaar. Het ministerie wekt de indruk dat ze geen idee hebben wat ze zouden moeten doen om de natuur te beschermen, terwijl het beschermen van de natuur wel bij deze minister is geparkeerd. Dat is haar verantwoordelijkheid. Er kunnen maar twee dingen aan de hand zijn: óf ze weten het niet op het ministerie óf de minister durft het niet te vertellen. En allebei kan niet voor een verantwoordelijk bewindspersoon. De adviezen die de Kamer en ook de minister hebben bereikt, liegen er niet om. Een aantal maatregelen is onvermijdelijk en dat betekent: fors minder dieren, minder hard rijden, minder luchtvaart, geen formule 1 en natuurherstel. Ik vergeet er nog één te noemen, want daar hoort ook bij: stop de subsidie op de biomassacentrales.

Wat de Partij voor de Dieren betreft hoort daar het volgende ook bij. Als je eindelijk de hervorming gaat doorvoeren die de landbouw nodig heeft en de duidelijkheid gaat bieden die de landbouw verdient, moet je ook zeggen dat we dat Mercosur-verdrag niet gaan doen. Het is gewoon niet eerlijk om in Nederland en Europa natuur-, milieu- en dierenwelzijnseisen te stellen aan boeren en aan de grens importheffingen te verlagen op producten die in Brazilië en in andere landen ver onder die standaarden zijn geproduceerd. We hebben deze vraag voorgelegd aan de minister voor Buitenlandse Handel en die heeft in antwoord op onze Kamervragen inmiddels bevestigd dat er inderdaad geen sprake zal zijn van de Europese normen. Die Braziliaanse producten worden ónder Europese normen geproduceerd en het Mercosur-verdrag zegt: met een verlaging van de importheffingen en de quota mogen dat rund- en kippenvlees gewoon op Europese markt, en dus in Nederland, verkocht worden. Mij lijkt dat niet eerlijk. Stop met het Mercosur-verdrag! Dat is wat ik van de minister vraag.

Wat ook nodig is, is een verbod op megastallen. Je kan niet, zoals nog altijd gebeurt in het huidige beleid en waar helaas ook het advies van de commissie-Remkes op stuurt, sturen op minder boeren en meer dieren. Technologische innovaties zijn gewoon eufemismen voor megastallen met emissiearme vloeren en luchtwassers erop. Die luchtwassers zijn loeigevaarlijk als er brand uitbreekt, want dan staat binnen de kortste keren de hele stal in de fik. En dan maakt het ook nogal wat uit of er 500 dieren in zitten of 35.000 varkens, zoals in Grubbenvorst gaat gebeuren. Die stal heeft straks 35.000 varkens en 1 miljard kippen. 1 miljoen, bedoel ik! 1 miljoen kippen is ook al wel erg genoeg. Die stal zou Remkes-proof zijn.

Als de minister geen verbod instelt op megastallen of, anders geformuleerd, als ze geen maximum stelt aan het aantal dieren dat je mag houden per bedrijf en gerelateerd aan de grond en de dierenwelzijns- en milieudoelen, dan beschermt zij dus niet de kleine boeren die zo willen werken. Dan geef je juist de grote cowboys vrij spel. Erkent de minister dat het zo werkt? Als je niet bereid bent om het aantal dieren per bedrijf te maximeren, dan krijg je dus situaties als met Straathof. Die had gewoon 24.000 varkens in één stal en dan kan je ook zeggen: dat waren 24 bedrijven met 1.000 varkens geweest. Erkent de minister dat het zo werkt en is ze bereid om vanuit het oogpunt van dierenwelzijn en omdat je juist de kleine bedrijven wil beschermen, het aantal dieren per bedrijf te maximeren? Als je dat doet, let je op wat de dieren nodig hebben en wat de natuur en het milieu aankunnen.

De minister zei op het Malieveld tegen de boeren: zolang ik minister ben, komt er geen halvering van de veestapel. Dat vinden wij buitengewoon onverstandig. Als dat gebaseerd zou zijn op onderbouwde scenario's waardoor zij zeker weet dat dat ook niet nodig is, gelet op stikstof, gelet op klimaat, gelet op dierenwelzijn, dan had zij een verhaal. Maar zij leek het een beetje uit de losse pols te zeggen. Of zij moet hier met de cijfers komen waaruit we kunnen concluderen dat het echt niet nodig is, of zij heeft iets tegen de boeren gezegd wat wel lekker klinkt, maar wat ze niet waar kan maken. Dat lijkt me niet verstandig. GroenLinks stelde de vraag ook al. Stel nou dat het wel nodig is, heeft de minister dan haar lot verbonden aan al dan niet een krimp van het aantal dieren in Nederland of moeten we dat toch anders zien? Ik zeg maar gelijk dat we de analyses waarom het wel nodig is, al hebben.

We voeren volgende week een uitgebreid debat ... Nou ja, uitgebreid. We hebben volgens mij vijf minuten spreektijd. We voeren in ieder geval het grote debat over de maatregelen die het kabinet gaat nemen in het kader van de stikstofcrisis. De Partij voor de Dieren maakt zich zorgen, omdat de brief die vrijdag is gekomen, nog heel vaag is. Ik denk dat we geen goed debat kunnen voeren als we geen scenario's hebben, niet weten hoeveel het kabinet wil uittrekken om de sanering door te zetten, en niet weten wat de doelen precies zijn. Het lijkt erop dat het ministerie dat verantwoordelijk is voor de natuur nog niet weet met welke reductiecijfers we rekening moeten gaan houden.

Ik wil de Kamer vragen of zij mij toestaat om in eerste termijn een motie in te dienen. Ik wil namelijk een nieuwe brief van het kabinet, voordat we het debat gaan voeren. Dat moet in eerste termijn, zodat die morgen mee kan in de stemmingen die al zijn gepland. Maar ik weet dat ik toestemming van de Kamer nodig heb om in eerste termijn een motie in te dienen, dus die vraag ik bij dezen.

De voorzitter:
Het is gebruikelijk om eerst het debat te voeren en in tweede termijn een motie in te dienen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, u heeft gelijk. Ik zal nog even duidelijk maken waarom ik het zo doe. De tweede termijn van deze Kamer is morgenavond. Dat betekent dat ik pas morgenavond de motie kan indienen. Dan kunnen we er dinsdag over stemmen. Dat is wat laat voor het debat dat we volgende week willen voeren. Nu heb ik zojuist bij de regeling van werkzaamheden gezien dat er morgen ook stemmingen zijn. Ik zou heel graag deze motie in die stemmingen laten meelopen. Dat betekent dat ik haar nu moet indienen, als de Kamer mij dat toestaat.

De voorzitter:
Ja, maar ook voor de stemmingen van morgen had u dat bij de regeling moeten vragen, want alle Kamerleden horen te weten waar ze morgen over gaan stemmen. Daar heb je ook een meerderheid voor nodig. Dus om nu een motie in te dienen, heeft u een meerderheid nodig, maar u heeft ook een meerderheid nodig om morgen daarover te stemmen. Dat had bij de regeling moeten worden geregeld.
U gaat de motie niet voorlezen. U mag alleen vertellen waar het over gaat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
We hebben gezien dat de brief die de minister van LNV afgelopen vrijdag stuurde over de kabinetsaanpak van de stikstofcrisis geen enkele concrete doelstelling bevat, geen enkele duidelijkheid biedt over de effecten van beoogde maatregelen en bovendien nog geen nieuwe middelen presenteert. Daarom zou ik de minister willen vragen om voor het debat over de stikstofproblematiek een nieuwe brief te sturen met daarin concrete doelstellingen, cijfermatig onderbouwde maatregelen of scenario's. Maar ik kan me ook voorstellen dat de minister het nog te moeilijk vindt om de knoop door te hakken. Ik zie dat er binnen de coalitie nogal wat gehannes is over wie nu minder dieren wil, wie minder hard wil rijden of allebei niet. Dan presenteer ik u gewoon de scenario's en voeren we het debat open in de Kamer. Ik kan het me heel goed voorstellen als de minister zou zeggen: jullie zoeken het maar uit met je geruzie en ik hoor wel wat het wordt. Maar duidelijk is — ik hoop dat de minister dat wel voor haar rekening neemt — dat de natuur beschermd moet worden. Dat zijn we gewoon verplicht; dat staat nota bene in onze Grondwet. Dus: u kunt a, b, c of d kiezen, dit zijn de scenario's en dat zijn de gevolgen, maar u moet wel kiezen.

De voorzitter:
Dat is toch veel levendiger dan een motie?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is het.

De voorzitter:
Zo hoort een debat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar als de minister morgen zegt dat niet te gaan doen, dan heb ik geen gelegenheid meer. Dan stemmen we pas dinsdag. Nou ja, goed, hartelijk dank voor deze noviteit en dat u mij dit toestaat in de Kamer: geen motie indienen, wel een motie indienen en dan toch voorlezen.

Ik heb nog een andere tip voor de minister. Na het aantreden van deze minister zei ik al: gefeliciteerd, je zit op Landbouw, maar daar liggen heel wat moeilijke keuzes. Die keuzes moeten wel gemaakt worden. De boeren verdienen dat ook. Ik heb ook wel met de minister te doen in die zin dat het een zware kluif is. Lang is Landbouw geen hoogmis geweest in de Haagse politiek, maar op Landbouw zijn heel belangrijke keuzes te maken die van heel grote invloed zijn op de leefbaarheid in ons land. Het is extra moeilijk voor deze minister, maar ik vind het goed dat die keuzes voorliggen. En omdat die keuzes grote gevolgen hebben, moet dat goed gebeuren. Tot nu toe hebben we helaas gezien dat de minister zich nog niet gesteund voelde om door te pakken. Ik weet niet of op het ministerie de juiste analyses worden gemaakt. Zo waarschuwt bijvoorbeeld de Algemene Rekenkamer ervoor dat als je niet de juiste keuzes maakt en niet durft in te grijpen, de regels zich opstapelen en het voor iedereen een drama wordt. Ik weet niet of op het ministerie dat soort analyses wel voldoende navolging krijgen in de adviezen die vervolgens bij de minister terechtkomen, maar als Kamerleden kunnen we gewoon constateren dat er al zo lang is gewaarschuwd en dat al zo lang op presenteerblaadjes is aangeleverd welke keuzes er gemaakt moeten worden, dat ik had gehoopt dat deze minister daar inmiddels wel toe gekomen zou zijn. Dat is nog niet gelukt. Ik zie ook hoe de coalitie tegenstribbelt en dat vind ik vervelend voor de minister.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik heb daar een vraag over. Mevrouw Ouwehand heeft het erover of het ministerie het gezien heeft. We hebben een rapport liggen van de commissie-Remkes wat mevrouw Ouwehand niet een heel goed rapport vindt, maar wat GroenLinks wel een baanbrekend rapport vindt. Is dat nou een probleem van de ambtenaren op het ministerie en de minister, of speelt de politieke daadkracht uit de coalitie en het verzwakte compromis hier een rol?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is wel de vraag. Bij eerdere bewindspersonen op Landbouw heb ik deze oproep ook gedaan. En of de coalitie het nu wil of niet: de feiten zijn de feiten. Als je verantwoordelijk bent voor natuurbeleid en ook voor een landbouwbeleid dat eerlijk is naar de boeren, namelijk eerlijk over wat er wel en niet kan, dan kan je als minister of staatssecretaris er ook voor kiezen om de feiten gewoon te presenteren en het debat daarover open in de Kamer te voeren. Ik erken dus dat met name het conservatieve deel van de Kamer op het gebied van landbouw een minister die zou willen doorpakken wel redelijk tegenwerkt. Maar ik zeg ook: er is een andere route. De feiten zijn namelijk de feiten. Met betrekking tot het fosfaatdrama heb ik tegen staatssecretaris Dijksma, toen zij met de Partij van de Arbeid in een coalitie met de VVD zat, gezegd dat zij gewoon tegen mevrouw Lodders had moeten zeggen: hartstikke leuk wat u hier wilt en ik zie dat u daar een Kamermeerderheid voor heeft geregeld, maar het wordt een drama en ik ga het niet uitvoeren, want ik ben verantwoordelijk voor gezond en deugdelijk landbouwbeleid. Dat kan ook.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Dus ook als dat het einde van het kabinet zou betekenen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja. Ik denk dat de partijen die de gezonde en verstandige keuzes tegenwerken daar zelf verantwoordelijkheid voor moeten nemen.

Ik erken dus ten volle dat de minister geen makkelijke taak heeft, maar de keuzes moeten gemaakt. Ik denk dat de boeren het ook verdienen om een bewindspersoon te hebben die eerlijk tegen ze is. Omdat dat lastig lijkt te zijn — dat zagen we bij het boerenprotest — wil ik hier in deze zaal de minister vragen om een aantal dingen te erkennen. We zien dat het debat raar geframed wordt door de mantra "boeren zorgen voor ons voedsel". Dat kan zo zijn, maar 70% tot 80% van wat in Nederland wordt geproduceerd, is voor de export. Erkent de minister dat? En erkent zij dat het een beetje een half verhaal is als je zegt dat boeren nodig zijn voor het voedsel in Nederland? De landbouw als geheel gaat over natuur- en milieugrenzen heen. Het is niet zo dat we hier honger zouden hebben als we in zouden grijpen.

Ik wil de minister ook vragen om in deze zaal te vertellen — laten we het even bij de varkens houden — hoeveel varkensbedrijven we hadden in 2005 en hoeveel dat er inmiddels zijn. Hoeveel varkens hadden we in 2005 en hoeveel zijn het er inmiddels? Ik zou graag willen dat ze daarmee duidelijk maakt, ook aan de boeren, dat het misschien wel vervelend is om in de krant te lezen dat het aantal dieren moet krimpen, maar dat dat niet betekent dat het aantal boeren vanaf nu gaat halveren en dat dat een heel nieuwe situatie is. Door het ontbreken van keuzes in het landbouwbeleid moeten er nu al vijf tot zeven boeren per dag stoppen. Als de minister dat inbrengt in het debat, dan geeft dat toch een heel andere dynamiek? Daardoor snappen Nederlanders ook: o, hoe het nu gaat, is vervelend voor de kleine gezinsbedrijven. Alleen de grote jongens met hun megastallen houden het vol, als ze investeren in een luchtwasser. Dat komt voort uit het gebrek aan keuzes. Als je niet het aantal dieren vermindert, dan zul je het moeten oplossen met techniek. Die uitkomsten zijn sowieso beperkt. Wat we van de techniek mogen verwachten, is nooit genoeg. Daardoor zeggen boeren terecht: nu heb ik geïnvesteerd in een emissiearme vloer en is het nog niet genoeg.

Er gebeurt ook het volgende. Als een boer wil investeren, moet dat dus met een emissiearme vloer of een luchtwasser. Dan zegt de Rabobank: dat is allemaal leuk en aardig, maar dan moet je er wel meer dieren bij, want anders rendeert het niet. Dat is het beleid dat steeds stuurt op verdere schaalvergroting. De kleine gezinsbedrijven worden weggedrukt en het wrange is dat de investeringen, die deels door de boeren moeten worden gedaan en deels met heel veel belastinggeld, nooit genoeg zijn om de natuurdoelen te halen. Dat boeren zeggen dat ze gek worden van al die regels, snap ik dus. Ik zou graag zien dat de minister uitlegt waar dat door komt. Als je de grote keuzes uit de weg blijft gaan — de Algemene Rekenkamer heeft dat ook gezegd — dan blijf je in deze situatie zitten waarin je boeren dwingt te investeren in maatregelen waarvan we nu al weten dat ze niet genoeg zullen zijn.

Wat me ook opvalt in het debat is dat wordt er gezegd dat de veehouderij al zoveel heeft gedaan aan stikstofreductie. Dat kan waar zijn, maar ik vind dat de minister die verantwoordelijk is voor het natuurbeleid dan wel moet uitleggen dat de natuurregels niet zo in elkaar zitten. Natuur heeft last van continue depositie van ammoniak, dus neerslag van ammoniak in natuurgebieden, die hoger is dan het gebied aankan. Dat moet je vergelijken met de volgende situatie. Stel, je woont in een rijtjeshuis en jouw buurman gooit iedere dag tien vuilniszakken bij jou over de schutting. Dat vind je niet leuk. Als je daar je buurman na een paar dagen op aanspreekt, liggen er na 5 dagen al 50 vuilniszakken. Dan zegt hij: weet je wat, ik ga dat met de helft halveren. Ik doe er voortaan nog maar vijf per dag. Daarmee ben je dan toch ook niet tevreden? Maar zo werkt het met het natuurbeleid. De vuilniszakken die er al liggen, liggen daar. Die buurman gaat ze niet opruimen. En er komen iedere keer toch weer nieuwe vuilniszakken bij. Ik roep de minister op om die misverstanden over het natuurbeleid niet te laten bestaan. Het kan zijn dat de veehouderij heeft gewerkt aan reductie, maar zo werkt het niet als je kijkt naar de natuurregels. Ik denk dat boeren recht hebben op die duidelijkheid. Ik denk ook dat boeren er recht op hebben dat deze minister zegt: ja, dat klopt, Schiphol moet ook krimpen. Je kan het niet maken om nu alleen vaag wat maatregelen voor de landbouw aan te kondigen en daarover nog even te zwijgen. Vertel gewoon dat dat ook onvermijdelijk gaat zijn, een krimp van de luchtvaart.

Een ander ding wat ik in de discussie terug zie komen, is wat mevrouw Lodders zei: de Nederlandse landbouw is zo efficiënt, want per kilogram product hebben wij de minste uitstoot. Ook daarvan vind ik dat de minister moet zeggen dat het zo niet werkt. Het kan zijn dat Nederland per kilogram varkensvlees de minste uitstoot heeft, maar als je heel veel varkens op een kluitje zet, betekent dat nog steeds dat de totale uitstoot onacceptabel groot is. En Nederland is nou eenmaal het meest veedichte land van de wereld. Nergens ter wereld zitten zo veel dieren op een kluitje als in ons land. Je kunt wel zeggen dat we efficiënt zijn per kilogram product, maar zo werkt het milieubeleid niet en zo werkt het klimaatbeleid niet. Daar gaat het om de uitstoot als geheel.

Dat geldt ook voor landbouwgif. Het kan zo zijn dat we het minste gif gebruiken per kilogram product, maar als je overal in Nederland dicht bij woonhuizen heel veel gif gebruikt — dat is ook het geval, want Nederland staat in de top twee van het aantal landen met het hoogste gifgebruik in Europa — heb je nog steeds een te grote milieubelasting en een te grote gezondheidsbelasting van omwonenden. Ik ben echt teleurgesteld dat de minister zelfs voorbijgaat aan aangenomen moties van de Kamer, waarbij ze de vrijheid zou kunnen voelen om in te grijpen, om omwonenden ten minste te beschermen tegen het gebruik van landbouwgif vlak bij hun woonhuizen en de schoolpleinen waar hun kinderen spelen. De Kamer heeft gezegd: stel afstandsnormen in. En de minister stuurde eergisteren een brief waarin ze zegt dat ze het niet gaat doen. Waarom past ze niet het voorzorgsbeginsel toe en zegt ze niet tegen partijen in de coalitie die daarover misschien mopperen dat dat kan? Ja, het voorzorgsbeginsel is een van de instrumenten die ik kan hanteren. En bovendien heeft de meerderheid van de Kamer mij daarom gevraagd. Ik begrijp het niet, want deze minister heeft in reactie op de zorgen van omwonenden gezegd dat het radicaal anders moet met die bestrijdingsmiddelen. Dit is niet radicaal anders. Dit is wat we al weten. Nog meer onderzoek doen en "dan ga ik kijken wat ik kan doen".

Voorzitter. Ik denk dat de minister parallel aan de keuzes die gemaakt moeten worden, veel kan doen om boeren uit te leggen wat de grenzen zijn waar we tegenaan lopen en ze te adviseren om zich niet gek te laten maken door mensen die iets anders beweren. Ze kan zeggen: het gaat deze kant op en we gaan jullie helpen in het omschakelen naar een landbouw die wel houdbaar is in ons kleine Nederland. Het doorvoeren van de plantaardige transitie is mijn tip. Als de minister die doorvoert, liggen er mooie perspectieven voor de boeren. Ik vind ook dat ze een weerwoord moet geven op al die debattrucjes die plaatsvinden en die eigenlijk — dat snap ik goed — de boosheid onder boeren alleen maar aanwakkeren.

Voorzitter, tot slot. Ik ben blij om te horen dat D66 nu ook zegt dat je de dieren niet mag vergeten als je kringlooplandbouw wilt doorvoeren. We hebben eerder gewezen op de beloftes die eerdere kabinetten aan de dieren hebben gedaan. Eigenlijk in 2012, maar uiterlijk in 2022 zouden de systemen waarin dieren worden gehouden niet zijn aangepast aan het dier, maar andersom. Ik zeg het verkeerd. De dieren zijn dan niet aangepast aan het systeem, maar het systeem aan het dier. Dieren moeten de mogelijkheid hebben om hun natuurlijke gedrag te vertonen. Ik heb deze minister eerder gevraagd naar deze deadline van 2022 van oud-minister Verburg. Ik zie nog geen enkel plan om deze te halen.

Over het routinematig couperen van biggenstaartjes, dat al heel erg lang verboden is in Europa, zegt de minister: dat gaan we misschien vrijwillig in 2030 doen. Tja, hoezo? Waarom heeft de minister de dieren zo nadrukkelijk uit haar kringloopvisie gelaten? Waarom gaat ze niet aan de slag en gebruikt ze niet dat mandaat, dus dat er eerder al kabinetsbeloftes zijn gedaan voor het welzijn van dieren, en confronteert ze de Kamer ermee dat deze beloftes zijn gedaan? Waarom zegt ze niet: de deadline was 2022 en deze maatregel mag u van mij verwachten?

Ik zeg tegen de minister dat de maatschappelijke belangstelling voor dierenwelzijn en het belang dat aan dierenwelzijn wordt toegekend, alleen maar groeien. Dus je organiseert je eigen verzet als je daar maar van blijft weglopen en niet de beloftes nakomt die deze regering wel degelijk heeft gedaan voor de dieren. Dan is het triest om bijvoorbeeld de biggensterfte te zien; het is maar een voorbeeld. Oud-minister Verburg zei dat deze te hoog was. Zij gaf de sector tien jaar de tijd om zelf maatregelen te nemen om deze sterfte terug te dringen. Vervolgens blijkt dat die niet kleiner is geworden maar juist is gestegen, en zegt de minister: ja, jammer de pammer. En zegt D66: nou, we geven ze nog maar eens vijf jaar de tijd. Er gaat belastinggeld naar die programma's, dus de sector hoeft zich én niet aan regels te houden én krijgt nog geld toe én haalt de doelen niet. En áls ze de doelen halen, krijgen ze nog weer extra tijd. Tja, wat denkt de minister dat dát doet met het vertrouwen van burgers in de politiek, het vertrouwen dat die politiek dierenwelzijn serieus neemt?

Voorzitter. Ik vraag de minister om een einde te maken aan het boerenbedrog. Ik vraag de minister om de keuzes te maken die nodig zijn voor het oplossen van de problemen voor natuur in Nederland, maar ook om verder te kijken dan dat. Je kan niet alleen maar sturen op stikstof; we hebben ook problemen met nitraat, we hebben ook klimaatdoelen waaraan we ons moeten houden. En er zijn dierenwelzijnsdoelen te halen. Als ze dat allemaal met elkaar combineert, moet de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in staat zijn om een toekomstperspectief te presenteren met een tijdpad. Een aantal boeren zal acuut moeten worden uitgekocht en een aantal boeren kan de tijd nemen om om te schakelen, maar het moet wel. Als de minister deze plannen niet kan presenteren voordat we het grote, fundamentele debat aangaan volgende week, vraag ik me echt af wat er op dat ministerie gebeurt.

Voorzitter. Dank u wel.