Bijdrage Ouwehand aan debat over bericht dat premier geïn­for­meerd zou zijn over de 70 burger­doden in Irak


27 november 2019

Voorzitter, dank u wel. "Opdat wij nimmer zullen vergeten": het staat op tal van Nederlandse oorlogsmonumenten en het is het motto van talloze herdenkingen van de gruwelen van oorlog. Oorlog is altijd gruwelijk: voor de mensen die door regering en kabinet gestuurd worden om moeilijk en traumatiserend werk te doen waarbij hun eigen leven op het spel staat, en voor de mensen die daar slachtoffer van kunnen worden. Voor burgerslachtoffers ook.

Maar "opdat wij nimmer zullen vergeten" lijkt niet van toepassing op de minister-president. Probeert u het zich eens voor te stellen, het te visualiseren. De ambtsvoorganger van de minister van Defensie informeert de minister-president op een "niet-alarmerende toon" over de mogelijkheid dat er burgerdoden zijn gevallen bij een bombardement door de Nederlandse F-16 op Hawija. Zo "niet-alarmerend" dat het zijn ene oor in gaat en het andere oor uit. Buitenlandse media hadden het over tientallen burgerdoden, maar de ministers van Buitenlandse Zaken én de minister-president waren kennelijk niet geïnteresseerd, in een gebied waar Nederland vloog met gevechtstoestellen. Zonder context was de boodschap misschien makkelijker verteerbaar, want de waarheid is altijd het eerste slachtoffer in een oorlog.

Er zijn dingen die we niet zouden mogen vergeten. Een dag na de aanval op een bommenfabriek van IS meldden buitenlandse media dat er tientallen slachtoffers waren gevallen. Het Amerikaanse opperbevel vond het "geloofwaardig" dat er burgerslachtoffers waren gevallen. Maar de Haagse realiteit werd dat de ambtsvoorganger van de minister van Defensie in het debat met de Tweede Kamer over de kwestie zei dat "we hebben moeten vaststellen dat er van nevenschade geen sprake is", en dat de minister-president wel is geïnformeerd door voormalig minister Hennis, maar dan "niet-alarmerend". In welk universum is het horen van het woord "burgerdoden" in relatie tot je eigen missie, die je in deze Kamer hebt geprobeerd te verkopen als nodig en noodzakelijk om burgers te beschermen "niet-alarmerend", vraag ik de minister-president. Ik vraag aan de VVD, die zich in het vorige debat hardop afvroeg hoe goed de politieke antenne was afgesteld op het ministerie van Defensie, hoe goed de politieke antenne van haar eigen minister-president is afgesteld, als je niet aanslaat op de mogelijkheid dat er burgerdoden zijn gevallen als gevolg van een missie die je zelf hebt voorgesteld en laat uitvoeren.

Voorzitter. Een andere waarheid die we niet zouden mogen vergeten, is dat het bombardement een ruïne heeft achtergelaten. Tientallen mensen zijn gedood of zijn alles kwijt: hun familie, hun huis en hun spullen. In Haagse termen heet dat dan: er zijn geen procedurele fouten gemaakt. En dus zag Defensie noch het OM aanleiding om een vervolgonderzoek te starten. Er is blijkbaar op het juiste moment op de juiste knop gedrukt: een bombardement volgens het boekje. Dat ontslaat het kabinet echter niet van de plicht om wél zelfstandig onderzoek te starten. Waarom is dat niet meteen gebeurd, en waarom nog steeds niet?

Een andere pijnlijke waarheid die we niet mogen vergeten, is dat mensen gewond zijn geraakt. Een man raakt gewond bij het bombardement op Hawija. Zijn huis en winkel worden verwoest. Hij woont inmiddels in Nederland met zijn zoontje, dat halfblind raakte bij de aanval, maar zijn oude huis ligt nog altijd in puin. De Haagse realiteit is dat er tot op de dag van vandaag geen cent schadevergoeding is betaald aan de slachtoffers en dat er niet meteen over is nagedacht, of er een belletje is gaan rinkelen, dat als we hier verantwoordelijk voor zijn, wij als de drommel in de benen moeten komen om deze mensen te helpen.

De gang van zaken rond dit bombardement laat vooral zien dat het kabinet in zijn eigen realiteit heeft geleefd. Er is geen excuus voor het niet volledig informeren van de Kamer en er is geen excuus voor het niet compenseren van de slachtoffers en het niet instellen van een onderzoek. Pas nu de pers deze zaak naar buiten heeft gekregen, begint de minister van Defensie na te denken over schadevergoeding. Het is te laat. "Opdat wij nimmer zullen vergeten" lijkt voor dit kabinet te zijn verworden tot een motto dat neerkomt op "dat we nimmer echte verantwoordelijkheid willen nemen". Daar is wat de Partij voor de Dieren betreft geen excuus voor.