Bijdrage Ouwehand aan debat over CETA


12 februari 2020

Voorzitter, dank u wel. Afgelopen zondag hield minister Kaag de Koningspreek in de remonstrantse kerk in Bussum. Ze sprak daar over recht en rechtvaardigheid. Volgens een verslag in het Reformatorisch Dagblad deed ze dat aan de hand van Micha 3, vers 8. De tekst zou kortgezegd luiden: "Er is jou, mens, gezegd wat goed is: niets anders dan recht te doen en trouw te betrachten." Ik keek daar nogal van op. Ik weet van mijn jeugd in Katwijk dat daar een gevleugeld woord heerste: "Geen schoner spreuk en meer van kracht, dan Micha 6 en wel vers 8". Zat Katwijk ernaast? Vergiste de minister zich? Of had het zetduiveltje zich toegang verschaft tot het Reformatorisch Dagblad? Ik denk het laatste, want het Reformatorisch Dagblad paste de verwijzing al snel aan. Het zou bij nader inzien toch Micha 6 zijn geweest en niet Micha 3.

Maar in het kader van het CETA-debat ben ik toch blij dat ik dankzij het Reformatorisch Dagblad Micha 3 er nog even bij heb gezocht. Micha was boer. Hij gaat naar Jeruzalem, zeg maar: Den Haag, het Binnenhof van die tijd. Hij stapt de Trêveszaal binnen en begint de hoge heren de les te lezen, waarbij hij er bepaald geen doekjes om windt. "Jullie haten het goede en houden van het kwaad", zegt hij. Het is nogal plastisch hoe hij omschrijft wat die leiders daar dan doen. "De mensen van het volk stropen ze de huid af", volgens Micha, "en het vlees halen ze van de botten". Ze laten niets van de mensen over. "Luister, leiders", zei hij ook, "jullie hebben een hekel aan eerlijke rechtspraak".

We gaan hier natuurlijk geen exegese doen, maar ik vond het wel treffend dat de minister de zondag voor het grote CETA-debat besloot een preek te geven in een kerk, dat ze daarvoor een Bijbelboek uitkoos waarin de leiders van het volk er volop van langs krijgen, eigenlijk door het hele boek heen, en dat zij daar dan net dat ene vers uit pikte dat wel aardig klonk. Dat is meer dan veelzeggend genoeg. Sprak Micha zo'n 700 jaar voor Christus, de minister sprak afgelopen zondag. En vandaag spreken wij hier over de manier waarop we CETA moeten beoordelen en ook over de manier waarop dit Europese vrijhandelsverdrag tussen de EU en Canada door de minister aan Nederland wordt verkocht. Omdat de minister zich heeft verdiept in Micha, wil ik haar nadrukkelijk vragen om te reflecteren op wat hij in dat Bijbelboek zegt. In modernemensentermen komt het op het volgende neer. Je hoeft je niet af te vragen hoe je het goede zou moeten doen. Dat weet je allang, maar de vraag is: doe je het ook, durf je het ook? Durf je te staan voor recht en rechtvaardigheid of praat je er maar een beetje omheen?

Want de minister doet, om het diplomatiek uit te drukken, aan boerenbedrog. Ze stuurde zelfs een brief om de mensen die waarschuwen tegen de gevolgen van dit handelsverdrag tussen de Europese Unie en Canada, verdacht te maken en van leugens te betichten. Boerenorganisaties, consumentenorganisaties, vakbonden, Arjen Lubach: iedereen die iets negatiefs zegt over CETA krijgt ervan langs van de minister. Canada is namelijk de gedroomde handelspartner voor haar. Als je geen zaken kunt doen met Canada, dan kun je dat met niemand, is haar verpletterend simplistische redenering, die ze in Buitenhof bezigde. Canada, het land dat ver achterloopt in regelgeving voor dieren, natuur en milieu. Canada, het land dat volgens The Guardian vorige week nog een nieuw dieptepunt bereikte in klimaathypocrisie. Canada, dat zijn oorspronkelijke bewoners verjaagt en op zeer grote schaal natuur verwoest voor de winning van teerzandolie, de meest verwoestende en vervuilende brandstof ter wereld. Canada, dat nog steeds toestaat dat jonge zeehonden worden doodgeknuppeld. Dat Canada is voor minister Kaag het beloofde land.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren ziet liever boerenbont dan zeehondenbont, en omdat ik vandaag de minister nadrukkelijk wil herinneren aan de belangen van boeren, die op het spel staan, heb ik daar een gepaste outfit, met boerenbontmotief, voor uitgekozen. Eerder heeft de minister op vragen van journalisten over bijvoorbeeld het vrijhandelsverdrag met Brazilië en consorten, het Mercosur-verdrag, geantwoord dat ze nog op geen enkel moment aan de gevolgen voor de Nederlandse landbouw had gedacht, terwijl het nou juist de Nederlandse landbouw is die in dit soort verdragen op het spel staat.

CETA is natuurlijk veel meer dan een handelsverdrag. Het is een verdrag met een enorme set aan afspraken: over investeringsbescherming en over een overlegstructuur met maar liefst twintig comités, waarin achter gesloten deuren over wederzijdse standaarden wordt gesproken en vooral keihard wordt gelobbyd. CETA is een verdrag dat de Europese Commissie met Canada heeft uitonderhandeld tussen 2009 en 2014. Daarna werden er onder grote publieke druk nog wat kleine aanpassingen gedaan aan het mechanisme van de investeringsbescherming, ICS. Op termijn wordt 98% van de importheffingen volledig afgeschaft. Canada is een belangrijke exporteur van landbouwproducten, zoals koolzaad, tarwe, soja, rundvlees, aardappelen en varkensvlees. In ruil voor de lagere invoertarieven van de Canadese landbouw, krijgen Europese farmaceutische bedrijven het recht om hun patenten in Canada langer te verlengen. Dat betekent dus winst voor Big Pharma in Europa en hogere kosten voor mensen die medicijnen nodig hebben in Canada en elders in de wereld. Ook mag Europa meer melk en kaas naar Canada exporteren. Daarbij dringt zich natuurlijk meteen de vraag op hoe zich dat verhoudt tot de kringloopvisie, die na het tekenen van CETA door dit kabinet officieel is aangewezen als de weg die boeren moeten gaan afleggen. Hoe verhoudt dit zich tot de klimaatdoelen, die dit kabinet toch ook zal moeten halen? Daarbij kan het kabinet niet wegkijken van de veestapel, en dus ook niet, juist niet, van de melkveestapel.

We hebben verschillende vragen gesteld over werkgroepen van Europese en Canadese ambtenaren die in achterkamertjes nog van alles kunnen aanpassen aan het verdrag. Daar is tot op de dag van vandaag geen helder antwoord op gekomen. Dat geeft zeer te denken. Het verdrag is — laat ik het voorzichtig zeggen — omstreden. De enige verdedigingslinie die de hardnekkige voorstanders — dat zijn de VVD, het CDA en D66; dat zijn de enige drie partijen die hartgrondig voor zijn — luidt: maar Canada is een leuk land én we worden er rijker van. Per saldo, bedoelen ze dan, want ook deze voorstanders erkennen dat er ook mensen zijn die armer worden van CETA en dat we ook klimaat- en natuureffecten zullen krijgen. Maar ja, zo zeggen ze dan, er zijn altijd winnaars en verliezers. En de verliezers moeten eigenlijk gewoon blij zijn dat anderen er rijk van worden, of zoiets. Als we als geheel maar rijker worden, is dat goed voor iedereen.

Voorzitter. Deze manier van denken, dit kille neoliberale calculeren, heeft voor een grote ravage in de wereld gezorgd. Ook in Nederland. Het idee dat als we per saldo maar rijker worden, het dan beter gaat met iedereen, wordt iedere dag weer gelogenstraft. Kijk naar Ierland; als ik me niet vergis in de afgelopen jaren het land met de hoogste economische groei van alle Europese lidstaten. Er slapen daar meer mensen op straat dan ooit. Zo werkt het niet. Je kunt niet zeggen: we worden er rijker van, en dus is dat voor iedereen goed. Zeker niet als de manier waarop je rijker wordt alleen maar gaat via het buitenproportioneel bevoordelen van het grootkapitaal, ten koste van de rechten van de burgers, ten koste van het kapitaal dat van ons allemaal is. Of je nou rijk bent of arm, de natuurlijke rijkdommen — onze natuur, een gezond klimaat — zouden voor iedereen gelijk toegankelijk moeten zijn. Het kabinet zet dat in de uitverkoop omwille van een handelsdeal met Canada.

Het is dit oude denken waar we aan het begin van 2020, het nieuwe decennium, heel snel vanaf moeten. CETA is dus een stuiptrekking van het denken dat zijn langste tijd heeft gehad. Ik werd blij verrast door de inzichten die ook bij de VVD en ook bij D66 tijdens de afgelopen politieke beschouwingen bleken. Er zijn grenzen aan de groei, zei fractievoorzitter Rob Jetten. Dat is hartstikke leuk, maar wanneer gaat D66 die grenzen respecteren? Liberalisme moet weer gaan werken voor mensen, zei de fractievoorzitter van de VVD. Ja, hartstikke goed! Maar waarom stem je dan nu in met een vrijhandelsverdrag dat nog op dat oude denken is gebaseerd, waar je nu juist kritische vragen bij stelt? Minister Kaag zegt: het zou een historische fout zijn als we CETA niet ratificeren. Ik zeg: het is een historische fout als we vandaag nog even goedkeuren wat allang in de prullenbak had gemoeten. Want de inzichten zijn veranderd en de wereld is veranderd.

Sinds de Europese Commissie de handelsdeal met Canada beklonk, ondertekenden we het Klimaatakkoord, erkende dit kabinet dat het huidige landbouwsysteem onhoudbaar is, wijst het de kringlooplandbouw aan als officiële nieuwe koers die Nederlandse boeren moeten gaan volgen en presenteerde minister Schouten een toekomstvisie over gifgebruik die neerkomt op "we gebruiken veel te veel gif in de Nederlandse landbouw; dat moet echt naar beneden". Sinds de uitonderhandeling van CETA brak ook de stikstofcrisis uit, waar verschillende partijen hier — en daar ben ik ook blij om — over hebben gezegd: dan moet de landbouw toch echt veranderen. Dat moet ook, maar dan kun je het niet maken om aan de grens de deur open te zetten voor keiharde concurrentie. Sinds de uitonderhandeling van CETA presenteerde de Europese Commissie met veel bombarie een green deal. En het Europees Parlement nam een resolutie aan waarin het zegt dat het dierenwelzijn in de Europese Unie naar een hoger niveau zou moeten.

Als je dat allemaal wilt doen, kun je niet verdergaan met CETA. Of je bent en blijft een bestuur met twee gezichten, waar de burger en de boeren dus niet van op aan kunnen.

Ik sta even stil bij landbouw met een paar voorbeelden. Dank aan collega Diks, die al heel veel dingen heeft uitgelegd die we hier vandaag helaas uitgebreid moeten herstellen, omdat de minister in de kranten en op televisie alle tegenstanders zand in de ogen heeft gestrooid. De feiten zijn: ja, de producten die vanuit Canada naar Europa worden geëxporteerd, moeten aan de grens aan productnormen voldoen, bijvoorbeeld aan dezelfde voedselveiligheidseisen en diergezondheidseisen. Dat is iets heel anders dan productie-eisen. Ik verwijs de minister maar weer even naar haar gezwaai met de bijbel. Vindt ze het zelf eerlijk om het halve verhaal te vertellen, het verhaal dat lekker klinkt en waardoor mensen denken dat er niks aan de hand is? In Canada moeten boeren hetzelfde doen als in Europa, dus waarom zou je moeilijk doen over het afschaffen van die importtarieven? Nou, omdat de minister, doelbewust, een half verhaal vertelt. Ze was zelfs zo erg haar tegenstanders zand in de ogen aan het strooien, dat de voorstanders het niet meer begrepen. Ik zag de heer Weverling bij Radar zeggen dat Canadese boeren aan dezelfde dierenwelzijnseisen moeten voldoen als die in Europa. Dat is gewoon niet waar. Wat de minister steeds bedoelt, is dat als het vlees aan de Europese grens staat er net zo weinig salmonella op mag zitten als in Europa. Ze zegt er niet bij dat de regels voor dierenwelzijn in Canada nog veel bedroevend lager zijn dan in de Europese Unie. Ze is niet heel eerlijk, of wel?

Voorzitter. Zo mogen Canadese boeren ook gifstoffen gebruiken die hier al niet meer zijn toegestaan. Daar hebben wij lang en hard voor moeten vechten. Dat gevecht is nog lang niet klaar. Neonics, die supergevaarlijke gifstoffen die zijn aangemerkt als zeer desastreus voor de insectenstand, voor bijen, zijn in Nederland eindelijk, na lang gehannes, aan banden gelegd in open teelten. In Canada mogen boeren die nog gewoon gebruiken. Wat zegt de minister tegen akkerbouwers die dat niet eerlijk vinden? Zij moeten concurreren tegen boeren die gifstoffen mogen gebruiken en dus goedkoper en nog meer massa kunnen produceren dan zij. De minister geeft daar gewoon geen antwoord op. Waar gaat dat over?

Groepshuisvesting voor zeugen is in Canada niet verplicht. De minister zegt dan dat Canada ermee bezig is. In 2014 is het verdrag uitonderhandeld tussen de Europese Commissie en Canada. Ze hebben al zes jaar de tijd gehad. We hebben nog niks gezien. Dus hoezo: ze zijn ermee bezig? De harde feiten in dat verdrag zeggen dat de Europese markt open is voor dat Canadese varkensvlees. De zachte kant is dat we een beetje met Canada gaan praten of zij misschien ook een beetje hun regels willen aanpassen. Daarop heb je geen enkele garantie. De ervaring leert dat dat ook niet gaat gebeuren. Canada heeft nog niet laten zien dat het hen menens is, want anders hadden ze het wel gedaan in zes jaar tijd. De harde feiten concurreren straks met de Europese boeren en de zachte, zalvende woorden die de minister spreekt, betekenen helemaal niks. Het is dramatisch voor de dieren en het is oneerlijk voor de boeren.

Het gekke is dat het kabinet het zelf ook snapt. Ik lees een citaat voor: "als ik sommige politici hoor, dan willen zij inderdaad de concurrentie aangaan op dit soort regels. Maar stel dat een goedkoop bestrijdingsmiddel wel in een bepaald land is toegestaan, maar omdat het slecht is voor het milieu niet in de EU, dan wil je ook niet dat de producten waarbij dat is gebruikt, bij ons op de markt komen." Het was minister Blok die dit zei, in het kader van de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk, nu de brexit is doorgegaan. Als het dus om het Verenigd Koninkrijk gaat dan snapt het kabinet wel dat je dat niet doet om de Britten te pesten, maar gewoon omdat het niet eerlijk is voor je eigen boeren. Als je dat dus voor het Verenigd Koninkrijk snapt, waarom zou je dat dat niet snappen voor Canada?

Voorzitter. Vraag je het de boeren, dan zeggen ze "nee". Wat de Partij voor de Dieren ernstig verbaast, is dat de coalitiepartijen het blijkbaar prima vinden dat minister Schouten de boeren in van alles tegemoet moet komen, maar minister Kaag in helemaal niks. Dat hoeft ze in helemaal niks. Als je het huidige landbouwsysteem echter onhoudbaar verklaart, dan is de handelspolitiek die dit systeem heeft aangejaagd dat natuurlijk al helemaal. Boeren gaan niet uit zichzelf voor alleen maar groter, alleen maar meer, concurreren op kostprijs en bulkproductie. Daar wordt niemand gelukkig van. Omdat het zo nodig in die kille handelspolitiek van dit kabinet moest, en er geen enkele bescherming was, heeft de landbouw zich zo ontwikkeld dat we nu zeggen dat het hele systeem onhoudbaar is. Dan moet je om te beginnen kijken naar de aanjager ervan. Het is oorzaak en gevolg. Onze blinde handelsdrift, onze neoliberale handelspolitiek is de aanjager geweest van een landbouwsysteem waarin — let op — vijf tot zeven boeren per dag moeten stoppen, omdat zij de ongelijke strijd niet kunnen winnen, en dat door iedereen die er verstand van heeft al zeker twintig jaar als onhoudbaar wordt gezien. Het is erkend door het kabinet, maar het is een kabinet met twee gezichten. Het wil de landbouw hervormen, maar niet de aanjager van het failliete landbouwmodel stilleggen.

Dan de exclusieve investeringsbescherming voor multinationals. Alleen multinationals, buitenlandse investeerders met activiteiten in Canada kunnen de Nederlandse Staat en andere EU-lidstaten voor een apart investeringstribunaal dagen. Vakbonden, burgers, milieuorganisaties en staten zelf kunnen dat allemaal niet. Zo langzamerhand lijkt niemand dit tribunaal nog te willen. De minister zegt: van mij had het niet gehoeven. De VVD zegt: van ons eigenlijk ook niet, maar ja, er waren anderen die het wilden, dus waarom ook niet? Maar waarom wordt er niet geluisterd naar vakbonden, consumentenorganisaties, voedselveiligheidswaakhonden, privacyclubs, kritische Canadese parlementariërs, milieuorganisaties en vele anderen? Die zeggen allemaal: doe het niet. Waarom luisteren wij niet naar hen?

De Vermillions, de ExxonMobils, de Halliburtons en de Cargills van deze wereld, die al genoeg bescherming genieten en bakken met advocaten in huis hebben om iedere mogelijkheid die de nationale rechtssystemen bieden optimaal te benutten voor de bescherming van hun eigen belangen, krijgen extra investeringsbescherming, omdat zij wel aanvoelen dat de enorme klimaattransitie nog weleens ten koste zou kunnen gaan van hun fossiele investeringen. Waarom zou je die bedrijven nog meer machtsmiddelen geven bovenop het rechtssysteem, waarin op zichzelf al rekening wordt gehouden met het risico op onteigening als een staat een besluit neemt dat ten koste gaat van investeringen? Die bescherming is er al. Waarom is het dan zo nodig om die multinationals een extra laagje bescherming te geven?

De heer Amhaouch (CDA):
Afgelopen maanden is er veel fake news verkondigd in Nederland, ook door de Partij voor de Dieren. Mevrouw Ouwehand spreekt over de grote bedrijven. 97% van de bedrijven die exporteren naar Canada, zijn mkb-bedrijven. Ik heb net al tegen mevrouw Diks gezegd dat Nederland momenteel ongeveer 95 handelsverdragen heeft gesloten met daarin een investeringsovereenkomst. De vraag aan mevrouw Ouwehand is: hoe vaak heeft een bedrijf, een multinational, een formele claim ingediend en hoe vaak is die toegekend? Het lijkt me heel goed voor de mensen op de publieke tribune en de mensen thuis om te weten wat de feiten zijn en wat fakenieuws is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn antwoord daarop luidt als volgt: als het helemaal niets betekent, waarom zit het dan in het verdrag?

De heer Amhaouch (CDA):
Ik wil toch onderscheid maken tussen fake news en feiten. Nederland sluit al veertig tot vijftig jaar handelsovereenkomsten en heeft er al 95 afgesloten met daarin investeringsovereenkomsten opgenomen. Mijn vraag aan mevrouw Ouwehand is — zij weet dat heel goed, want zij zoekt alles precies uit — hoe vaak Nederland formeel aangeklaagd is en hoe vaak Nederland een claim heeft moeten betalen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is het punt van dit bezwaar niet. Nederland heeft bijvoorbeeld besloten om de nertsenhouderij te verbieden. Toen hebben de nertsenhouders tot aan het allerlaatste hof gevraagd aan de rechter of het ging om een legitieme beslissing, gelet op het feit dat een overheid niet zomaar mag onteigenen. Die nertsenhouders hebben dat rechtssysteem keurig doorlopen en dat is hun goed recht. Wat CETA doet, is bovenop wat er al is aan bescherming voor ondernemingen of burgers tegen eventueel oneigenlijke besluiten van de staat, een laagje bescherming bieden dat ervoor zorgt dat jouw investeringen mogelijk zouden kunnen leiden tot miljardenclaims als een staat besluit om iets te doen wat tegen jouw belang ingaat. Alleen die dreiging al heeft invloed op het politieke besluitvormingsproces. Dat zien wij bij soortgelijke verdragen, zoals de Energy Charter. Daar zit eenzelfde systematiek in, op basis waarvan gedreigd wordt met een miljardenclaim als Nederland besluit om de kolencentrales definitief te stoppen. Daar hebben wij het over als wij praten over het risico van dit soort investeringsbeschermingen. Het gaat erom dat overheden dit gaan meewegen in de kosten-batenanalyse van het wel of niet sluiten van kolencentrales.

De heer Amhaouch (CDA):
Wat moeten de mensen op de publieke tribune of thuis voor de televisie niet denken als er twee keer een heel serieuze vraag wordt gesteld, namelijk hoe vaak er in veertig, vijftig jaar, met 95 handelsovereenkomsten, een formele claim is ingediend en hoe vaak die is toegekend, en er een antwoord van een politicus komt dat een kwartier duurt en dat eigenlijk geen antwoord is op de vraag? Als we week in, week uit over CETA fake news verkondigen, dan zijn we toch verkeerd bezig in dit huis? Laten we het dan bij de feiten houden. Over de feiten kunnen we van mening verschillen. Er zitten hier verschillende partijen die er anders over denken en die een andere invalshoek hebben. Dat is geen probleem. Maar laten we het dan bij de feiten houden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben helemaal niet bang voor wat mensen thuis denken. Ik denk dat zij heel goed door hebben dat als zij geen extra bescherming van hun overheid krijgen als de overheid besluit een aantal regeltjes te veranderen, multinationals dat zeker niet moeten krijgen. Alleen al de dreiging daarvan — dat punt wil ik hier maken — heeft een oneigenlijk effect op de vrijheid die volksvertegenwoordigers en regeringen zouden moeten voelen om keuzes te maken die het publiek belang dienen. Als er echt helemaal niks te winnen was bij zo'n investeringsbescherming, dan zat het er toch niet in? Wees daar gewoon tegen!

De heer Jetten (D66):
Een heel simpele vraag: mevrouw Ouwehand, hoe vaak is de Nederlandse Staat in de afgelopen vijftig jaar door een investeerder aangeklaagd met een beroep op investeringsbescherming?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het belangrijkste dat nu speelt, is de dreiging dat het besluit dat D66 graag wil …

De heer Jetten (D66):
Een heel simpele vraag, mevrouw de voorzitter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
… het stoppen van de kolencentrales. Ik ga niet mee …

De heer Jetten (D66):
Voorzitter. Ik ben echt teleurgesteld in mevrouw Ouwehand. U heeft aan de interruptiemicrofoon altijd de grootste mond over dat we in deze Kamer simpele vragen van simpele antwoorden moeten voorzien. De simpele vraag is: hoe vaak is Nederland aangeklaagd met een beroep op investeringsbescherming? Het antwoord is: nul keer. Het zou mevrouw Ouwehand sieren — want ze weet het antwoord — als ze dat antwoord ook gewoon zou geven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb helemaal geen zin om mee te gaan in het spelletje van de partijen die deze deal willen verdedigen. Ik weet waarom u dit vraagt. Ik weet waarom het CDA het vraagt. Ik weet waarom de minister daarmee schermt in de kranten en in de media. Dat gaat helemaal voorbij aan de analyse die de tegenstanders, waar ik bij hoor, maken. Mevrouw Diks zei het net ook, de heer Alkaya gaat het zo zeggen, de vakbonden hebben het erover, iedereen heeft het erover. Wat ik graag wil vertellen, is dat de dreiging van een miljardenclaim al invloed heeft op de besluitvorming. Daar zit ons bezwaar.

De heer Jetten (D66):
Dan hebben we nu geconstateerd dat Nederland nul keer is aangeklaagd. Dat is fijn, dan weten we de feiten. Dan kom ik bij de zorg van mevrouw Ouwehand, want dat is een terechte vraag om te stellen in dit debat. De Universiteit Leiden heeft het onderzocht: laten Nederlandse politici en beleidsmakers, nationaal of lokaal, zich onder druk zetten door deze dreiging? Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat dat niet het geval is. Mevrouw Ouwehand heeft dat zelf ook ervaren. Heeft, toen we in deze Kamer debatteerden over het wettelijk verbod op kolen — gelukkig is dat er gekomen, dus we stoppen met het verbranden van kolen in dit land — ook maar één Kamerlid de vraag opgeworpen: moeten we dit wel doen, want misschien is er wel een eng bedrijf uit het buitenland dat ons gaat aanklagen? Nee, natuurlijk niet. Wij zijn hier met 150 parlementsleden die zich niet laten chanteren door zo'n investeerder. Wij bepalen hier zelf welke afwegingen we maken in het publieke belang. Ik weet dat ook mevrouw Ouwehand dat vertrouwen in haar collega's heeft en in dat wij als Kamer opkomen voor de Nederlandse belangen en ons helemaal niet laten beïnvloeden door zo'n internationaal hof.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou wordt-ie helemaal mooi. Natuurlijk worden dit soort dingen niet in het publieke Kamerdebat gezegd. Dat gebeurt allemaal in de achterkamertjes. Als niemand hier onder druk zou staan van belangen waar je niet tegenop durft, dan was er geen klimaatprobleem geweest en dan hadden we die landbouw allang hervormd. Iedereen hier, aan die kant van de zaal, laat zich volledig koeioneren door gevestigde belangen. Kom op zeg, maak me nou niks wijs. Waar is uw landbouwherziening? Waar is de krimp van de veestapel? Gevestigde belangen maken hier de dienst uit.

De heer Jetten (D66):
Tot slot. Daar moeten we inderdaad tegen ten strijde blijven trekken. Dat doe ik samen met u als het gaat om klimaat en landbouw en internationale standaarden ten aanzien van de rechten van werknemers. Maar wat u doet, mevrouw Ouwehand, is dat u elke keer dat we een stap in de goede richting zetten, tegenstemt. Het Klimaatakkoord, daar stemt u tegen. De Klimaatwet, daar stemt u tegen. Een internationaal handelsverdrag met de hoogste standaarden ter wereld, daar stemt u tegen. Waarom? Omdat u niet 100% uw gelijk haalt. Maar als we ooit die duurzame wereld willen bereiken, moeten we ook bereid zijn om samen te werken met andere partijen, met andere landen, om in ieder geval een klein beetje de goede richting in te bewegen en niet te blijven hangen in het neoliberale verdienmodel waar u en ik allebei van af willen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De Partij voor de Dieren is tegen dit soort vrijhandelsverdragen, omdat we maar één aarde hebben. Daar zullen we het mee moeten doen. Alles wat er voorbijkomt, voorstellen van D66, voorstellen van het CDA, zullen wij eiken aan de vraag of die gaan helpen om de aarde leefbaar te houden voor mens en dier of dat ze schijnoplossingen zijn. Is het greenwashing die ons misschien nog wel van de regen in de drup brengt? Greta Thunberg — u kent haar ook — houdt ons als politici namelijk nadrukkelijk voor dat we niet moeten doen alsof we oplossingen aan het verzinnen zijn als het geen echte oplossing is. Daar zijn wij heel scherp in. Dat vindt D66 niet altijd leuk. Maar ik zou D66 willen oproepen om ook zo scherp te kijken naar de voorstellen die voorbijkomen en ook zo scherp te toetsen of dit echt is wat nodig is om die klimaatdoelen te halen. Als we ze niet halen, dan zijn we namelijk allemaal de sigaar.

De heer Bisschop (SGP):
Mevrouw Ouwehand gaat natuurlijk over haar eigen woorden, maar ik wil toch de kanttekening maken dat ik het buitengewoon onkies vind om ongeveer de helft van haar collega's in deze Kamer weg te zetten als de pionnen van organisaties die allerlei belangen hebben, pionnen die de belangen van anderen moeten verdedigen. Wij erkennen in de Partij voor de Dieren, in mevrouw Ouwehand, de gedrevenheid door principes. Waarom kan mevrouw Ouwehand dat ook niet gewoon in anderen erkennen? Dan is politiek het maken van afwegingen, van belangenafwegingen. Dat hoort erbij. Dan gaat het toch niet aan om ongeveer de helft van de collega's weg te zetten als de slaven van machten achter dit parlement wiens belangen dan gediend worden? Het zijn politici die integer hun werk proberen te doen. Die kanttekening wilde ik graag gemaakt hebben. Mevrouw Ouwehand mag natuurlijk reageren, als ze maar niet in de modus schiet van: het is toch zo.

De voorzitter:
U heeft uw punt gemaakt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik mag dus wel iets zeggen, maar niet dat ik eerder vond dat ik toch gelijk had. Ik zal het anders formuleren om de heer Bisschop een plezier te doen. We zien het volgende bij welke besluitvorming dan ook. Dat is al jaren aan de hand in Nederland en ook in andere landen. Als we gesteld staan voor de vraag of we niet wat beter zouden moeten opkomen voor kwetsbare belangen die in het gedrang komen, zoals natuur, dierenwelzijn, mensenrechten en milieu, dan zie je dat gevestigde belangen, die vaak over het verdienen van geld gaan, een enorme toegang hebben tot de volksvertegenwoordiging en de ministeries en dat die gevestigde belangen een enorm stempel drukken op de uiteindelijke besluitvorming. Kennelijk — laat ik het voorzichtig zeggen — zijn we dus wat gevoeliger voor kortetermijnbelangen nu, kortetermijnbelangen die zich goed weten te organiseren, die pasjes hebben, die hier alle lobbyisten hebben, die de Kamerfracties binnen kunnen komen. Belangen die wat verder weg liggen, voor toekomstige generaties, hebben het wat moeilijker. Natuur kan niet uit zichzelf komen demonstreren op het Malieveld. Misschien heb ik zo de heer Bisschop recht gedaan en toch mijn punt gemaakt.

De voorzitter:
Het is eigenlijk een soort persoonlijk feit dat de heer Bisschop maakt. Ik hoop dat we daar niet te lang stil bij blijven staan.

De heer Bisschop (SGP):
Ik vind het belangrijk genoeg om hier toch ook nog even in tweede instantie op te reageren. Dat was ik in eerste instantie niet van plan. Mevrouw Ouwehand doet precies hetzelfde als toen ze haar opmerking voor de eerste keer maakte. Ze zegt gewoon: ja, en ik heb toch gelijk. Natuurlijk spreek je met belangenorganisaties. Natuurlijk spreek je met mensen die komen uitleggen welke belangen er in het spel zijn. Daar horen bijvoorbeeld ook de natuur- en milieuorganisaties bij. Dan maak je een afweging in z'n totaliteit. Ik vind het jammer dat mevrouw Ouwehand persisteert met het in twijfel trekken van de integriteit van ongeveer de helft van haar collega's. Nu ga ik niet echt meer reageren. Dit lijkt me voldoende.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat klopt. Ik heb die motie ook gezien en die is inderdaad verworpen, waardoor mensen thuis zich afvragen: goh, wat zou daar nou meespelen, waarom zijn mensenrechten niet belangrijker dan handel? Als de heer Bisschop een beter antwoord heeft op de vraag van die mensen, dan horen we het graag. Maar ik kan toch niet anders dan concluderen dat gevestigde belangen gewoon makkelijk toegang vinden tot de volksvertegenwoordiging en het kabinet, en kwetsbare belangen misschien nét iets minder.

De heer Van Haga (Van Haga):
Ik heb toch nog een vraag over het Investment Court System. Ik vraag me af of mevrouw Ouwehand niet ook een paar voordelen ziet, bijvoorbeeld dat het sneller is en goedkoper, en dat het juist voor mkb-bedrijven heel gunstig is om wat sneller uitsluitsel te krijgen als een overheid iets raars doet, zoals onteigening zonder compensatie. Daar waar multinationals batterijen met juristen hebben en dat allemaal prima aankunnen, is het voor het mkb juist een enorm voordeel om dat snel en goedkoop te kunnen doen. Ziet mevrouw Ouwehand dat misschien, net als ik, ook als een voordeel?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee. Ik denk dat onze rechtsstaat zorgvuldig en na veel pijn en moeite is opgebouwd en dat we er alles aan moeten doen om die rechtspraak die we zo goed hebben weten te regelen te borgen en verdedigen. Als iemand geraakt wordt in zijn belangen door een besluit dat wij hier nemen, staat de gang naar de onafhankelijke rechter altijd open. Zo hebben we dat georganiseerd. Juist die zorgvuldigheid is echt belangrijk.

De heer Van Haga (Van Haga):
Ik ben het natuurlijk helemaal met mevrouw Ouwehand eens dat we een goed functionerende rechtsstaat hebben. Alleen, als mkb'er heb je misschien van je twintigste tot je zeventigste de tijd en als je dan tien jaar moet procederen om je gelijk te krijgen, dan is dat toch wel een behoorlijke aanslag op je leven. Dit Investment Court System verkort die tijd aanmerkelijk en maakt het goedkoper. Dus dat is toch een groot voordeel? Dat kunt u toch wel toegeven, zonder af te doen aan de rest van uw verhaal?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk dat het erbij hoort als je een zorgvuldige rechtspraak hebt dat je altijd met termijnen zit die misschien langer duren je leuk vindt. Dat is de prijs die je ervoor betaalt. Dus ik snap wel dat de heer Van Haga hier een nadeel opnoemt als je via de gerechtelijke procedures te werk gaat. Het duurde ook best lang voordat we bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van State hadden die in 2013 tot de conclusie kwam dat het stikstofbeleid dat in 2015 door uw partij en anderen is goedgekeurd toch niet mocht. Ja, dat had ik ook best wel sneller gewild, maar zo gaat dat, dat hoort erbij; dat kan niet anders.

De heer Van Haga (Van Haga):
Wij worden het niet eens.

De voorzitter:
Dan stel ik voor dat u verdergaat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, we worden het niet eens. Dat had u al een beetje in de gaten.

Het punt van de Partij voor de Dieren is dat multinationals al heel goed voor zichzelf kunnen zorgen en dat Europa en Nederland al min of meer een verzorgingsstaat voor multinationals zijn. Waarom nog zo'n investeringsbescherming erbij, zeker als het kabinet zelf zegt "het had van ons niet gehoeven"? Dan is dat toch een reden om niet in te stemmen met die ratificatie?

Maar vervelend genoeg zitten er nog meer foefjes in het CETA-verdrag waar de Partij voor de Dieren grote zorgen over heeft. Zo zijn er CETA-comités en -werkgroepen. Dat zijn overlegorganen tussen Canadese en Europese ambtenaren om het verdrag, volgens de minister, bij de tijd te houden. We hebben vragen over wat daar dan gebeurt in die overlegjes. We hebben daar verschillende keren vragen over gesteld. Toen zei de minister: maakt u zich geen zorgen, dat gaat alleen maar over technische en uitvoerende aspecten van CETA. Want onze zorg was natuurlijk: hier is het verdrag, daar wordt wel of niet mee ingestemd en als het er is, wordt daar dan nog in geheime ambtenarenoverlegjes van alles wat daarmee te maken heeft veranderd? Nee, zei de minister, alleen technisch en uitvoerend. Maar we waren niet gerustgesteld. We hebben verschillende vragen gesteld. En die geluiden waren met name zorgwekkend over het comité waarin onze voedselveiligheidsstandaarden worden besproken.

Follow the Money berichtte in oktober vorig jaar dat in dit zogenaamde SPS-comité Canadese ambtenaren actief hebben gelobbyd om het Europese voorzorgsbeginsel los te laten bij, luister goed, glyfosaat. Glyfosaat! Was dat niet dat middeltje waar we hier al een enorme discussie over hadden? In 2017 stond de Europese Unie voor de vraag of de producent van glyfosaat wel of niet nog tien jaar lang dat middel in de Europese Unie mag verkopen. Daar hebben we lang over gevochten. D66 stond daarbij altijd aan de kant van de Partij voor de Dieren, in het Europees Parlement en voordat die partij ging regeren. Men zei: we moeten ervanaf. Uiteindelijk is besloten om dat middel nog vijf jaar lang toe te laten in de Europese Unie, niet tien jaar lang. En D66 vraagt de hele tijd aan minister Schouten om het gebruik van dat middel in Nederland af te remmen. Dat zijn legitieme vragen, maar dan had D66 eigenlijk ook niet voor die toelating moeten stemmen.

Dit glyfosaat is dus een omstreden middel. En nou lezen we dat Canadese ambtenaren in die comités van CETA tegen Europese ambtenaren zeggen: ik weet niet wat jullie gaan doen bij glyfosaat, maar het lijkt ons niet zo'n goed idee als Europa dat gaat verbieden, dus laat even dat voorzorgsbeginsel los. En hoewel het voorzorgsbeginsel in Europa een beetje lafjes wordt toegepast — glyfosaat had op basis van dat beginsel allang verboden moeten zijn — is die laffe toepassing dus al een groot probleem voor Canada. Want in dat land wordt glyfosaat volop gebruikt. En de producten met glyfosaat wil Canada hier op de Europese markt gewoon kunnen blijven verkopen. Dus Canada vindt het vervelend dat sommige Europese landen strengere eisen voor glyfosaat willen, omdat de zwaar bespoten Canadese akkerbouwproducten dan minder makkelijk naar de EU zouden kunnen worden geëxporteerd. Dus wat doen ze daar? Ze eisen dat Europa de voedselveiligheidsstandaarden met betrekking tot glyfosaat verlaagt.

Maar wanneer wij daar schriftelijke vragen over stellen, dan weigert de minister daar antwoord op te geven. We moeten het natuurlijk wel gewoon helder hebben. Follow the Money kan daarover schrijven, maar wij willen gewoon even hoor en wederhoor toepassen. Maar de minister weigert tot nu toe. Dus ik stel de vraag hier opnieuw. Kunt u bevestigen, minister Kaag, dat de Canadese delegatie bij de bijeenkomst van het SPS-comité van 15 maart 2018 kritiek heeft geuit op het gedeeltelijk aan banden leggen van glyfosaat door en in enkele Europese lidstaten? En — dit is cruciaal — wat was dan de reactie van de Europese vertegenwoordiging op die kritiek?

En Canada lobbyt helaas niet alleen om standaarden voor glyfosaat te verlagen. Foodwatch maakte melding van in totaal drie pesticiden. In notulen van het SPS-comité, waar de minister de hele tijd naar verwijst, staat niet meer dan dat er gesproken is over de zogenaamde MRL's, de standaarden over hoeveel gif er nog op een product mag achterblijven. De minister geeft in aanvulling op die notulen toe dat in het SPS-comité in februari 2019 tussen de Europese Unie en Canada gesproken is over MRL's voor het op de markt brengen van agrarische producten in de EU. Dat betekent dus dat Canada daar om zit te vragen. Een goed verstaander weet dat Canada heeft gepleit voor het verhogen van de MRL's, oftewel het verlagen van de Europese landbouwgifstandaarden. En als mijn fractie daar dan kritische schriftelijke vervolgvragen over stelt, blijft het oorverdovend stil. Dus ik begrijp niet zo goed dat de minister de hele tijd zegt: ik kijk uit naar het debat en we moeten alle misverstanden wegnemen. Dat zegt zij, terwijl ze op dit soort vragen gewoon geen antwoord geeft.

Gelukkig is er foodwatch. Foodwatch heeft op basis van een WOB-verzoek over de bijeenkomst van dat comité in maart 2018 een onthutsend beeld geschetst over hoe in dat voedselveiligheidscomité de Canadezen hebben geprobeerd om de Europese wetgeving te beïnvloeden. Het rapport van foodwatch op basis van dat WOB-verzoek laat zien dat Canada heeft geprobeerd de uitvoering van twee Europese verordeningen te beïnvloeden. Hoe verhoudt zich dit tot het verkooppraatje dat de minister houdt over CETA, namelijk dat er niet getornd wordt aan onze standaarden en dat Canada trouwens ook nog aan dezelfde standaarden moet voldoen? Waarom, vraag ik de minister, kan Canada in een comité dat zou moeten gaan over technische en uitvoerende aspecten van CETA, lobbyen over de uitwerking van Europese verordeningen? Die Europese verordeningen hebben niks met CETA te maken. Waarom begint Canada daar dan over in het CETA-comité, en beginnen ze daar eisen te stellen? Wat is de reactie van de Europese delegatie op deze eisen van Canada geweest?

En voorzitter, ik wil ook het volgende aan de minister vragen. Als zij ons meldt dat die comités alleen zien op technische en uitvoerende aspecten van CETA, dan lijkt het erop dat ze de Kamer onjuist heeft geïnformeerd. Wil zij daarop reflecteren? Hoe komt zij aan dat antwoord? Is dat wat de Europese Commissie aan haar heeft verteld, of wist zij wel degelijk dat het anders zat en heeft zij toch besloten om het bij deze woorden te houden? Want het beeld dat oprijst uit de documenten die naar buiten zijn gekomen, is dat het veel verder gaat dan technische en uitvoerende aspecten. En als de minister de Kamer onjuist heeft geïnformeerd, is dat heel ernstig. En het is hier helaas niet bij gebleven; niet alleen heeft Canada binnen dat SPS-comité gelobbyd om de uitvoering van Europese wetgeving te beïnvloeden, het is daarin ook succesvol geweest, zo lijkt het. In het SPS-comité heeft de Europese delegatie, zo blijkt uit de stukken, aan Canada toegezegd dat: "The long term goal for the EU is to move away from a hazard-based cut-off criteria as a basis for regulatory decisions." Dit betekent in gewonemensentaal Nederlands, dat Europa in die comités heeft gezegd "ja, we willen van dat voorzorgsbeginsel af", na aandringen van Canada.

Gisteren werd duidelijk dat de minister weigert antwoord te geven op vragen die hierover gaan. Wij moeten als Kamer een afweging kunnen maken over alle feiten over CETA, dat zegt zijzelf ook. Dus: komen die antwoorden dan vandaag alsnog? Het kan niet zo zijn dat de minister zegt dat de CETA-comités gaan over technische en uitvoerende aspecten, maar dat uit documenten blijkt dat Canada die werkgroepen gebruikt om de Europese Commissie zo ver te krijgen, dat deze gaat tornen aan de Europese standaarden. Ik neem aan dat de minister daar zelf ook bezorgd over is. Daarom de volgende vragen. Heeft de Canadese delegatie bij de SPS-werkgroepen van maart 2018, februari 2019 of op een andere datum aangedrongen op het verhogen van de Europese MRL voor gifstoffen die in de EU verboden zijn en die in Canada zijn toegestaan? Wat was de reactie daarop van de Europese delegatie? Heeft de Canadese vertegenwoordiging gevraagd om de garantie dat de twee Europese verordeningen waar foodwatch over schrijft, niet zouden leiden tot een verslechtering van de exportpositie van Canada? Wat was de reactie daarop van de Europese delegatie? En heeft de Europese Commissie in een SPS-comité, dus via haar ambtenaren, aan de Canadese overheid toegezegd dat Europa op termijn het voorzorgbeginsel zou verlaten? Voorzitter, excuus voor de details, maar ik heb deze vragen ook schriftelijk gesteld en ik krijg gewoon geen antwoord, dus dan moet dat maar in het debat.

Dan hormoonvlees. In Canada wordt door de Canadese vleesbazen steen en been geklaagd over de, in hun ogen, strenge Europese voedselveiligheidseisen, waardoor Canadees hormoonvlees niet op de Europese markt komt. En dat klopt, Europa weert hormoonvlees van de markt. Maar de passages in de WOB-documenten die gingen over de Canadese inbreng aangaande rundvlees en varkensvlees, waren — en misschien raadt u het al — weggelakt. Kan de minister ervoor zorgen dat we deze WOB-documenten zo snel als mogelijk volledig naar de Kamer krijgen? Ik kan me voorstellen dat er in deze Kamer meer partijen zijn die willen weten of Canada heeft geprobeerd om Europees beleid en standaarden te beïnvloeden als het gaat om Canadees vlees.

We zijn niet gerustgesteld, zo kan ik de minister zeggen. Nee, hormoonvlees is niet het allerbelangrijkste punt. Dus ik maak me zorgen dat de ChristenUnie het juist daarover heeft, omdat Europa nou juist hormoonvlees van de markt probeert te weren. De ChristenUnie zou zich zorgen moeten maken over gifgebruik en veel lagere dierenwelzijnsnormen, die dus zorgen voor oneerlijke concurrentie voor de boeren waarvoor minister Schouten zegt op te komen. Maar goed, als je wel eventjes stilstaat bij hormoonvlees, dan vinden wij het wel heel veelzeggend dat de minister van Handel van Canada gisteravond in Nieuwsuur tot drie keer toe — het blijft een beetje Bijbels — de vraag kreeg: kunt u garanderen dat hormoonvlees niet uit Canada naar Europa wordt geëxporteerd, en dat zij tot drie keer toe alleen maar als antwoord gaf: Canada produceert kwaliteitsvlees. Tja, als je niet kan zeggen de je de garantie kan geven dat dat gewoon niet gaat gebeuren, dan denkt iedereen toch juist: daar is wat aan de hand? Blijkbaar hebben ministers van Handel over de hele wereld dezelfde argumentatie en debattrucjes.

Voorzitter. Ik ga naar een conclusie. CETA is een achterhaald en omstreden verdrag. Er is sprake van groeiend verzet. Dat doet de Partij voor de Dieren deugd. Het aantal partijen dat tegen CETA is, is groter dan ooit. De vraag is niet waarom partijen die eerder nog dachten dat het misschien een goed idee was, zich hebben aangesloten bij mensen die zeggen: "We moeten het gewoon niet doen, want per saldo, als we kijken naar de belangen die op het spel staan, natuur, klimaat, werknemersrechten, een eerlijke verdeling van het geld in de wereld, de boeren en de landbouw die we gaan hervormen, is het gewoon heel onverstandig om nu door te gaan met een verdrag dat nog stamt uit de beginjaren van deze eeuw." De vraag is waarom andere partijen die stappen niet zetten, ook als ze zelf beginnen te twijfelen aan die kille, neoliberale handelspolitiek.

De VVD-fractie van de heer Weverling zegt: eigen groente eerst. Hartstikke leuk, maar je kan toch niet tegen boeren zeggen dat je bent voor eigen groente eerst als je ze laat kapot concurreren door boeren uit Canada, die gewoon aan minder strenge regels hoeven te voldoen? Zeg het dan niet. Ik hoop dat de heer Weverling dat meent: eigen groente eerst. Je voedselproductie regionaal organiseren is echt verreweg het beste idee voor iedereen. Voedsel de hele wereld overslepen is nadelig voor het klimaat. Je neemt enorme risico's met mogelijk bederf en je raakt de verbinding tussen boer en burger kwijt, een punt waar de ChristenUnie altijd om vraagt. De ChristenUnie weet in haar hart dat CETA een slecht idee is. Waarom handel je daar dan niet naar?

D66 wil de veestapel in Nederland halveren. Daar ben ik voor. Daar ben ik zeer voor. Maar de minister die dit moet regelen, heeft hier een zware dobber aan, want de boeren moeten veranderen. We moeten allemaal veranderen, van de Europese Commissie en van dit kabinet. Burgers moeten van het gas af. Boeren moeten veranderen. En dan zou je zelf de manier waarop je naar die neoliberale handelspolitiek kijkt niet veranderen? Dat kan je toch niet verkopen? Als je aan iedereen vraagt om te veranderen, gelet op de uitdagingen waarvoor we staan, moet je zelf ook laten zien dat je dat durft: de Europese Commissie, het kabinet, D66, VVD, CDA. En het enige wat de ChristenUnie hoeft te doen, is trouw te blijven aan haar eigen idealen.

Voorzitter. We moeten vandaag een belangrijk besluit nemen. Het is de voorbode van wat ons nog te wachten staat als we nu niet durven zeggen: CETA, toch maar niet. De Mercosur komt er nog aan, net als Thailand. Al die andere handelsverdragen die gebaseerd zijn op de gedachte dat we er allemaal beter van worden als we per saldo maar rijker worden, terwijl kwetsbare waarden daaraan ten onder gaan, de boeren als eerste. Laten we ons vandaag bezinnen op de uitdagingen die voor ons liggen. Laten we vandaag kiezen voor het beschermen van die kwetsbare waarden en het mogelijk maken van de doelen waar bijvoorbeeld ook D66 erg voor zegt te staan. Je gaat de klimaatdoelen niet halen als je maar blijft denken: meer handel is goed voor iedereen.

Voorzitter. En voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie