Bijdrage Ouwehand aan Nota-overleg Reali­satie LNV-visie Kring­loop­landbouw


24 juni 2019

Voorzitter, dank u wel. Ik vond een bericht uit december vorig jaar. Toen ik het las dacht ik: dit is eigenlijk de samenvatting van de kringloopvisie. Het bericht luidt: "De Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant vinden dat de export van mestproducten naar Azië niet past binnen de kringlooplandbouw." Maar we gaan toch die mestfabriek bouwen. We weten allemaal de keuzes waar we voor staan en toch gaan we door met de dingen waarvan we weten dat die de kringlooplandbouw niet binnen bereik zullen brengen. Iedereen is het eens met de doelen die de minister stelt. Zelfs de VVD zei: ik ken niemand die tegen kringlooplandbouw is. Ik ken ook niemand die tegen een vermindering van regeldruk is. Maar dan hoort daar wel bij dat je de keuzes maakt die nu al heel wat jaartjes, als het goed is, op het ministerie op een presenteerblaadje klaarliggen.

Het kan toch niet anders of ze weten op het ministerie ook dat de veehouderij zodanig tegen de grenzen aanzit dat de conclusies die de Algemene Rekenkamer vorige week heeft moeten trekken in een vervolgonderzoek weer dezelfde waren. Ze zeiden: dit is eigenlijk uniek; het gebeurt niet zo vaak dat we moeten blijven onderzoeken en dan steeds dezelfde conclusie trekken. Ook de Algemene Rekenkamer heeft het over die ongelofelijke regeldruk, maar zij zegt daar terecht bij dat die wel samenhangt met een model dat maar maximaal de milieuruimte opsoupeert. Als we het eens zijn met de coalitiepartijen en de minister dat er minder regels moeten komen, waarom volgt dan niet de keuze die daarbij hoort? Je kan dit toch niet voor de bühne blijven zeggen? Ook boeren vinden natuurlijk dat "minder regels" fijn klinkt. Ik snap dat ze er knettergek van worden. Maar het is toch niet eerlijk om dat te zeggen en er vervolgens niet iets mee te doen?

De oproep aan de minister is echt dringend, want boeren kunnen zichzelf niet bevrijden uit dit vastgelopen systeem. Steeds minder boeren houden gemiddeld steeds meer dieren. Dat is niet omdat ze daar zelf vrolijk van worden, maar dat is de autonome ontwikkeling, nog zonder dat ook maar welk milieudoel is gehaald. Dat je dit afschuift op "de regels worden steeds strenger en daardoor wordt het voor boeren steeds moeilijker" klopt niet. Nee, die regels zijn helemaal niet strenger geworden. We hebben de milieudoelen nog niet gehaald en er is geen verbod op landbouwgif. Toch stoppen er boeren en zie je een steeds verdere concentratie. De minister is echt aan zet om die cirkel te doorbreken. Ik begrijp niet dat ze die keuzes niet maakt. Ze heeft een uitspraak van de rechter in de rug, ze heeft rapporten van de Rekenkamer in de rug en ze heeft een Kamer die van deze situatie af wil. Waarom doet ze dat niet? Ik begrijp gewoon niet wat er aan de hand is, want de analyses zijn duidelijk genoeg.

Voorzitter. Dan begrijp ik ook niet dat de minister in haar nota zegt dat we toe moeten naar een beleid waarin aan buitenlandse producten dezelfde regels worden gesteld als aan de Nederlandse om twee dagen na de presentatie van haar plan een brief naar de Kamer te sturen waarin ze de motie van de Partij voor de Dieren ontraadt om zich te verzetten tegen de Mercosur-deal. Er ligt een aangenomen motie van de Kamer die haar vroeg om bij de uitwerking van haar visie op de landbouw ook het handelsbeleid tegen het licht te houden en te toetsen op de doelen in de landbouwvisie. De analyse is: de kringloopnota kan bij het oud papier als de grenzen opengaan voor Braziliaanse producten. De minister was woest over de heronderhandelingen en de uitkomst met Oekraïne. Als ze daar woest over is en we weten dat de Braziliaanse deal nog vrijblijvender is plus veel groter, waarom is ze daar dan niet tegen?

Voorzitter, een laatste punt. In de nota worden de dieren doodgezwegen. Ik vraag de minister te reflecteren op de vraag of dat verstandig is. PBL zegt dat je kunt blijven kiezen voor dit systeem, maar dat de maatschappij daar andere waarden tegenover zal zetten. Dit betekent dat het verzet alleen maar zal toenemen. Ook daar liggen aangenomen moties van de Kamer. Ik noem er één: het hitteprotocol voor dieren. 35°C is het maximum om dieren te vervoeren — dat is al veel te hoog — en de pluimveesector doet daar niet eens aan mee. De Kamer heeft een motie aangenomen om dat aan te scherpen. Een voorganger van de minister, staatssecretaris Van Dam, heeft gezegd: als de sector niet over de brug komt, kom ik met regels. De minister zegt nu: er is verschil van opvatting over het vervoeren van dieren bij 35°C of meer. Hoe kan dat nou? Ze kan gewoon met die motie van de Kamer aan de slag en zorgen voor een wettelijke beperking van de temperatuur waaronder dieren mogen worden vervoerd. Ik zie dat mijn tijd op is, voorzitter. Dank u wel.