Bijdrage Ouwehand algemeen overleg jaar­wis­seling 2013-2014 en vuurwerk


3 juli 2014

Eerste termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Er gaapt een kloof tussen burgers, lokale politici en Haagse fracties die met de zwaarste vuurpijl nog niet te overbruggen is. De jaarwisseling in Nederland is al lang niet leuk meer, met ieder jaar honderden gewonden. Tienduizenden politieagenten die op de been worden gebracht, kunnen niet verhinderen dat er een aaneenschakeling is van incidenten. 20 mensen worden blind. De kosten die wij ieder jaar maken om de beschadigde ogen te behandelen tijdens oud en nieuw zouden wij ook kunnen inzetten om 1.100 ouderen van staar af te helpen. De schade in Rotterdam bedraagt €350.000. 20% van de slachtoffers komt door illegaal vuurwerk en meer dan de helft van spul dat gewoon legaal te koop is. Dus kunnen we alsjeblieft ophouden met blijven roeptoeteren dat illegaal vuurwerk het grootste probleem is? De helft van de slachtoffers is omstander. Kunnen we daarom ophouden met roeptoeteren dat je zelf verantwoordelijk met vuurwerk moet omgaan als we weten dat de helft van de slachtoffers die in het oogziekenhuis terechtkomen, zelf niet aan het afsteken was? Dat zijn ook veel kinderen. Een babyvuurpijl klinkt lekker onschuldig, maar het is als met een gootsteenontstopper: als je vuurwerk in je oog krijgt, smelt dat je hele oog weg. Dat gebeurt bij jonge mensen die voor hun leven beschadigd zijn, die gewoon buiten stonden terwijl ze zelf niets aan het afsteken waren, en die toch voor de rest van hun leven hun ambities, bijvoorbeeld om piloot te worden, in de koelkast zullen moeten zetten.

De politiek kijkt daarvan weg. De Partij voor de Dieren heeft al een aantal jaren geleden een hoorzitting georganiseerd waarbij oogartsen foto's hadden meegebracht van de kinderen die beschadigd waren door legaal vuurwerk dat ze zelf niet hadden afgestoken. Ik weet nog goed dat meer dan de helft van de woordvoerders die foto's niet durfde te zien.

De traditie is onhoudbaar geworden en is ontspoord, om met de woorden van VVD-burgemeester Van Aartsen te spreken, en moet dus worden aangepakt. Ik ben blij te zien dat in elk geval het kabinet een deel van die wegkijkstrategie niet langer volhoudt. Ik ben blij dat het kabinet aangeeft dat er maatregelen worden genomen. Wat de Partij voor de Dieren betreft, zou de brief die wij hebben gekregen het best passen in een aanloop om toe te werken naar een totaalverbod op consumentenvuurwerk en het overschakelen op vuurwerkshows als veilig alternatief. Het inperken van de verkoopdagen en het beperken van de verkooptijden vinden we goede voorstellen, maar we vragen ons wel af waarom er niet beter is geluisterd naar de burgemeesters van de vier grote steden die, ook gesteund door andere burgemeesters, ervoor pleiten om het afsteken te beperken tot de periode tussen 23.00 en 02.00 uur. Pas dan kun je ook echt borgen dat mensen in alle veiligheid bij elkaar op bezoek kunnen gaan en dan is de handhaving goed te regelen. Waarom heeft het kabinet dat niet overgenomen?

Wat schetst mijn verbazing dat in de online kranten gisteren al bekend is geworden dat de coalitie zelfs de maatregelen die het kabinet nu voorstelt nog verder wil terugdraaien. Die maatregelen zijn al water bij de wijn nadat niet de minsten, namelijk de burgemeesters van de vier grote steden, met andere burgemeesters hun voorstel hadden gedaan. Ik begrijp daar niets van, zeker van de PvdA, want was op het congres van die partij niet een motie aangenomen die de fractie opriep om toe te werken naar een totaalverbod op consumentenvuurwerk?

Ik heb ook een vraag over de wens van gemeenten om zelf regie te nemen. Ik begrijp niets van dit kabinet, dat de mond vol heeft van decentralisatie en lokale verantwoordelijkheid maar dat vervolgens geen voorstel doet om gemeenten zoals Hilversum, die vuurwerkvrij willen zijn, daarvoor ook de instrumenten in handen te geven. Is het kabinet ook bereid om toe te geven dat de versoepeling die een paar jaar geleden is doorgevoerd, onder andere in de hoeveelheid vuurwerk die je in één keer mag kopen, van 10 naar 25 kg, onverstandig is geweest en dat we die zullen moeten terugdringen?

Ik roep het kabinet dus op om in elk geval vast te houden aan de eigen inzet uit de brief die wij hebben ontvangen en die liever nog aan te scherpen, dus door een verdere terugdringing van de afsteektijden en door gemeenten de ruimte te geven om zichzelf vuurwerkvrij te verklaren als zij dat willen. De gemeenten moeten ook de kosten dragen van de schade die vuurwerk met zich meebrengt. Draai het besluit terug om mensen 25 kilo vuurwerk in één keer mee te geven. Het allermooiste zou zijn als het kabinet hier vandaag toezegt dat het deze bespreking als een eerste stap ziet naar een totaalverbod op consumentenvuurwerk, zodat we hopelijk op niet al te lange termijn een volledig veilige en gezellige jaarwisseling voor iedereen kunnen vieren in Nederland.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD): In dat kader ben ik benieuwd of de heer Dijkhoff de opening van de journaals op nieuwjaarsdag in België en in Nederland heeft gezien en wat volgens hem het verschil is geweest in de incidenten tussen België, waar veel steden een totaal vuurwerkverbod hadden het afgelopen jaar, en de incidenten in Nederland.

De heer Dijkhoff (VVD): Ja ik heb die journaals gezien. Nederland heeft inderdaad een traditie die andere landen niet hebben. Als die traditie zich in Nederland anders ontwikkelt doordat mensen andere keuzes maken, vind ik dat prima, maar dat moet niet van bovenaf worden opgelegd alsof er iets mis mee is. Natuurlijk is dit een activiteit die risico's met zich meebrengt. Als je die activiteit vaker uitvoert, zullen die risico's ook vaker optreden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het precieze bericht was dat in België de jaarwisseling rustig was verlopen, op enkele incidenten na. Er waren daar zeven auto's in de fik gegaan, in Nederland waren dat er 8.400. Het Belgische journaal ging over de explosieve jaarwisseling in Nederland. Dan denk ik dat de VVD toch niet anders kan dan concluderen, bijvoorbeeld met de burgemeester hier in Den Haag, van eigen huize, dat het om een ontspoorde traditie gaat. Ik heb een aangehouden motie, waarvan ik graag zou zien dat de VVD die vanavond steunt. Burgemeesters zeggen dat het uit de hand loopt en vragen om instrumenten om te kunnen optreden en hun gemeente of grote zones vuurwerkvrij te verklaren en daartoe de wettelijke mogelijkheid te creëren. Dan kunnen ze zelf nog bekijken of ze daarvan gebruikmaken of niet. Waarom wil de VVV gemeenten daarin dwarszitten?

De heer Dijkhoff (VVD): Als ik kort moet zijn, verval ik toch een beetje in herhaling. Ik vind dat je de overlast moet bestrijden en dat je ook zeker maatregelen moet nemen op dat terrein, maar wel vanuit de traditie die er is, de vrijheid en het feit dat het verantwoord kan. Je bestrijdt de overlast in plaats van het om te keren, wat je zou doen door te zeggen dat je het eigenlijk niet moet doen en dat je af en toe nog ergens een hoekje hebt waar het nog wel mag. Dat is niet zoals wij erin staan, dat is een keuze die wij vanavond niet bij motie zullen veranderen.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik probeer een beetje te duiden waar nu de inbreng van de PvdA-Tweede Kamerfractie op neerkomt. Ik weet goed dat tijdens het PvdA-congres een motie is aangenomen die de Tweede Kamerfractie oproept om toe te werken naar een totaalverbod op consumentenvuurwerk. Ziet de heer Marcouch zijn inbreng nu als een constructieve bijdrage en is hij ook bereid om het kabinet ertoe op te roepen om deze eerste stap, de wijziging van het Vuurwerkbesluit, als zodanig te zien en dat ook te communiceren naar de burgers? Of is de Tweede Kamerfractie van de Partij van de Arbeid niet bereid om de wens van het congres uit te voeren?

De heer Marcouch (PvdA): Mijn fractie vindt het belangrijk dat we -- daar ben ik vanwege tijdgebrek niet aan toegekomen -- lokaal moeten kunnen regelen wat we kunnen regelen. Dus geef burgemeesters meer ruimte om dit lokaal te regelen, want heel veel van deze dingen zijn openbare orde- en veiligheidsproblemen. Burgemeesters kunnen ook in een proactieve fase handelen. Ik vraag aan de minister of de burgemeesters die ruimte waar zij om vragen, ook kunnen krijgen. De motie van het congres roept niet op tot een algeheel verbod, en mijn inzet is daar ook niet op gericht. Het congres vraagt om datgene wat al illegaal en verboden is effectief te bestrijden en het zware vuurwerk uit de markt te houden, niet alleen in Nederland maar ook in Europees verband. Ik zie dat de staatssecretaris in de brief schrijft dat er allerlei voornemens en complicaties zijn, maar ik vraag de bewindspersonen om hun inzet zo te richten dat dit nationaal en Europees wordt geregeld en dat we wat nu al verboden is uit de markt houden. Dat kan veel beter, want dat doen we nog niet goed genoeg.

De voorzitter: De heer Marcouch is altijd heel creatief in het oprekken van zijn spreektijd. Nu de volgende interruptie van mevrouw Ouwehand, met daarop graag een kort antwoord.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De grap is dat ook bij de PvdA-fractie, net als bij meer partijen hier vandaag aan tafel, de achterban in grote meerderheid wel de analyse deelt dat illegaal vuurwerk natuurlijk een probleem is maar dat het grootste deel van de slachtoffers valt door legaal vuurwerk en dat je de problemen met illegaal vuurwerk niet de wereld uit krijgt als de traditie hier blijft dat mensen zelf vuurwerk mogen afsteken. Dus ik wil toch graag duidelijkheid. Ik ben blij dat de Partij van de Arbeid vanavond onze aangehouden motie gaat steunen om gemeenten ook daadwerkelijk de ruimte te geven om een vuurwerkvrij gebied, desnoods de hele gemeente, in te stellen. Maar gaat de PvdA nu ook echt werk maken van waar de heer Marcouch eerder nog van wegkeek, dat ook het legale vuurwerk veel slachtoffers veroorzaakt, ook kinderen, die zelf niets hebben afgestoken?

De heer Marcouch (PvdA): Ik kan me niet herinneren dat ik mijn steun heb uitgesproken voor welke motie dan ook. De inzet van mijn partij is om oud en nieuw een feest te laten zijn, om wat nu al verboden is te handhaven en om de capaciteit en de samenwerking bij die handhaving te verbeteren. Daarvoor doen de bewindspersonen toezeggingen, die ik scherper en concreter wil. Dat is wat mijn fractie wil: feestvreugde die heel goed hand in hand kan gaan met veiligheid. Ik constateer dat we dat beter kunnen doen. Dus onze inzet is om wat we beter kunnen doen beter te doen en niet om een vuurwerkverbod te realiseren, zoals u dat wenst.

(...)

Beantwoording door de minister en de staatssecretaris

Minister Opstelten: Voorzitter. Dank aan de geachte afgevaardigden voor hun bijdragen in eerste termijn. De staatssecretaris en ik zullen daarop graag ingaan. Ik begin met de timingsvraag van de heer Van der Staaij. Wij herinneren ons nog dat wij de vorige keer, ik meen veertien dagen voor oud en nieuw, dit debat voerden en toen eigenlijk ook geen enkele verandering meer konden aanbrengen. Nu vonden wij het heel prettig dat uw Kamer bereid was om nog voor het zomerreces dit algemeen overleg te houden. Dan weet iedereen waar hij aan toe is. Dat is wel belangrijk als je campagnes wilt voeren, als je maatregelen wilt inzetten of doorzetten, dan moet het ook nu gebeuren. Wij zijn op die ingeslagen weg doorgegaan.

Er is door een aantal leden gezegd dat ik niet tevreden was. Dat is juist, zo zit ik in elkaar, want ik vind dat oud en nieuw een fantastisch feest moet zijn. De Kamer heeft de cijfers over brandstichting, de politie en de veilige publieke taak vlak na de jaarwisseling en daarna nog uitgebreider gekregen, ik ga ze niet nog een keer oplepelen, dus die kennen uw leden net zo goed als ik. Sommige zaken zijn een paar procent beter dan vorig jaar, andere weer iets slechter, maar stap voor stap moet de trend omgekeerd worden. Zo zitten wij erin.

Een derde punt is om ook echt naar de gemeenten te luisteren, zoals ook tijdens vorige overleggen door de Kamer is gezegd. Dat hebben wij dit keer meer dan de vorige keer ook gedaan. Dat heeft onder andere geleid tot ons pakket. De staatssecretaris zal vanuit haar verantwoordelijkheid natuurlijk ingaan op de maatregelen ten aanzien van het vuurwerk en op de bestuursrechtelijke aanpak van het illegale vuurwerk en de handhaving van de vuurwerkregelgeving. Ook in internationaal verband hebben we daarover goede afspraken gemaakt. We hebben met elkaar heel goed samen kunnen opereren.

Veel leden hebben gesproken over de afsteek- en de verkooptijden. Het allerbelangrijkste is toch de handhaving van het grote illegale vuurwerk. De heer Oskam heeft daarover gesproken in relatie tot het werkprogramma van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie.

Als kabinet hebben wij deze brief opgesteld vanuit de absolute overtuiging dat we geen verbod willen. Daarover hebben we geen enkele aarzeling. Het hoort bij de Nederlandse traditie en bij de vrijheid die een Nederlander heeft, zoals de heer Dijkhoff ook zei. Binnen de kaders die de overheid stelt moet die vrijheid er ook kunnen zijn. Dat is ons absolute uitgangspunt. Dit betekent wel dat we onze ogen niet moeten sluiten voor wat er is gebeurd. Het gaat om een goede mix van stevige strafrechtelijke handhaving van illegaal vuurwerk en bestuursrechtelijke maatregelen. Wij werken als een team en hebben gezamenlijk besprekingen gevoerd, waarin de maatregelen die in de brief worden genoemd ook naar voren zijn gekomen. Wie doet wat? De politie doet, met de expertondersteuning van de ILT, het hele jaar door onderzoek naar netwerken die zich bezighouden met de handel in illegaal vuurwerk. Hierbij wordt ook via internet onderzoek gedaan om de stromen illegaal vuurwerk in kaart te brengen. Ook controleert de politie samen met de ILT vooral in de maanden voor de jaarwisseling op de invoer van illegaal vuurwerk door het uitvoeren van controles aan de grens. Politieteams waar mevrouw Kooiman naar vroeg blijven bestaan. In deze tijd van reorganisatie vragen wij veel, maar deze teams blijven bestaan. Met name rond de jaarwisseling is de politie actief in het kader van de handhaving van de openbare orde. Ook hierbij wordt illegaal vuurwerk in beslag genomen.

Opsporing door de politie in samenwerking met de ILT leidt tot 500 à 600 vuurwerkzaken per jaar. Een hoge pakkans is in de ketenaanpak immers ook van groot belang. Dit seizoen is er meer dan 200.000 kilo illegaal vuurwerk in beslag genomen.

Wij zijn daar niet tevreden over. Vandaar dat we nog een keer willen zeggen dat we hiermee hard verder moeten, ook in internationaal verband.

De heer Oskam, mevrouw Berndsen, mevrouw Dik en mevrouw Kooiman hebben gevraagd of er voldoende capaciteit bij de politie aanwezig is voor handhaving van de afsteektijden. Ik zie nog voor me wat de politie zei toen wij dat vroegen. Wij nemen namelijk natuurlijk nooit een maatregel voordat we met de handhavers hebben besproken of dat kan, ook met respect voor datgene wat van de kant van de Kamer is aangegeven. De nieuwe tijden zullen het een en ander vragen van de handhaving. Voor de handhaving van de afsteektijden zullen het OM, de politie en de gemeenten zich inzetten. Datzelfde geldt natuurlijk voor het voorstel dat wij hebben gedaan voor de verkooptijden, waarop de staatssecretaris zo dadelijk zal ingaan. Ik wil hier ook wel zeggen hoe dat gegaan is in ons overleg. Wij hebben in gesprekken vlak na de jaarwisseling geluisterd naar de burgemeesters. Zij hebben veel verdergaande maatregelen voorgesteld dan waarmee wij zijn gekomen. Wij hebben ook met alle gemeenten gesproken en met de VNG. De Kamer kent de brieven daarover. Zij hebben zich hierin ook kunnen vinden. Dit is een stap in een richting waarover je natuurlijk verschillend kunt denken. Elke driehoek besluit natuurlijk hoe men handhaaft, maar men is willens en wetens akkoord gegaan met de voorstellen die wij hebben gedaan.

(...)

Mevrouw Kooiman (SP): Is de minister helemaal klaar met zijn antwoord over het beperken van de afsteektijden?

Minister Opstelten: Ik kan dat natuurlijk ook gaan vertellen, maar dat is de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris, want zij gaat over het vuurwerk.

Mevrouw Kooiman (SP): Dan heb ik een specifieke vraag over de capaciteit van de politie, want het beperken van de afsteektijden heeft, zoals de minister zei, daarvoor mogelijk consequenties. Ik vraag mij af in hoeverre het beperken van de verkoopdagen behulpzaam is voor de capaciteit bij de politie of niet. Daarover heeft de minister nog niets gezegd.

Minister Opstelten: Ik heb dat wel gezegd, want wij hebben geen maatregelen genomen die wij niet hebben gecheckt met de handhavende diensten. Zij zeggen natuurlijk dat dat altijd lastig is. Elke verandering is lastig, ik wil dat niet ontkennen, maar u kent ook de korpsleiding van de nationale politie, die dan ook zegt, een beetje met de heer Van der Staaij: "We doen dit, wij volgen daarin het gezag als de burgemeesters het willen en als het door het kabinet wordt ondersteund. Wij hebben het dus niet voor niets ook wat bijgesteld, we staan ervoor en we zullen het doen." Dat is de reactie van de politie. Ik wil niet verhelen dat dat niet makkelijk is. Je gaat een verandering inbrengen en dat gaat natuurlijk niet zonder dat daar goed naar gekeken is. Dat neemt niet weg dat wij meer zorgen hebben over het punt van de handhaving van het grote illegale vuurwerk. Dat is veel ingewikkelder dan dit punt.

De voorzitter: Maar dat is een ander punt. Mevrouw Kooiman heeft hierover nog een vraag.

Mevrouw Kooiman (SP): Ik ben juist meegegaan met de kabinetsbrief, omdat ik veronderstel dat als je van drie naar twee dagen gaat, het voor de politie juist makkelijker is om bijvoorbeeld de controle op dat legale vuurwerk wat beter te kunnen uitoefenen. Je hebt dan immers een dag minder verkoop. Maar als de minister zegt dat het dan alleen maar moeilijker zal worden, dan vind ik het lastig om mijn standpunt te bepalen.

Minister Opstelten: De burgemeesters vroegen om meer. Het is op die manier bijgesteld. Wij hebben aan de politie en andere instanties gevraagd of dat haalbaar was. Dat is haalbaar, maar een verandering van een situatie waarop een grote organisatie al jaren is ingespeeld, is altijd lastig. Het punt is dat het publiek helemaal niet weet dat wij daarover aan het praten zijn en wat er zal veranderen. Het publiek zal dat pas merken op het moment dat men wil kopen als dat niet mogelijk is. Een verandering is altijd lastig. Dat zou mevrouw Kooiman ook uit haar praktijk moeten weten. Dat wil ik dus gewoon meegeven. Maar het kan wel. Anders waren wij hier immers niet mee gekomen.

Ik ga graag door, gelet op de tijd, want het is zo weer oud en nieuw. Als de Kamer op reces is, moeten wij dit allemaal rustig gaan voorbereiden.

Ik denk niet dat ik nogmaals hoef aan te geven waarom er geen vuurwerkverbod komt. Dat is altijd een heel consistente lijn geweest. Die willen we doorzetten. Wij hebben daar ook nooit aarzelingen bij gehad.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik kan me de keuze vanuit de onderbuikgevoelens best voorstellen, maar gelet op alle enigszins dogmatische verhalen die we moeten aanhoren over het illegale probleem -- het is zo'n groot probleem, de handhaving is moeilijk et cetera -- vind ik het wel tijd worden om zo'n keuze om vast te houden aan de gewoonte dat burgers zelf vuurwerk afsteken, ook te bezien in het licht van de problemen die we hebben met de handhaving van illegaal vuurwerk. Ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat het simpele feit dat we hier gewoon vuurwerk afsteken, op zichzelf al zorgt voor een vraag naar zwaardere en mooiere spullen. Kan de minister toezeggen dat hij onderzoekt of de handhaafbaarheid van een verbod op illegaal vuurwerk niet wat gemakkelijker wordt als we met z'n allen wennen aan het idee dat burgers in Nederland geen vuurwerk meer afsteken?

Minister Opstelten: Nee, want dat wil ik niet. Dat ga ik dus ook niet onderzoeken. Wij vinden dat het bij de viering van oud en nieuw in Nederland past dat burgers de vrijheid hebben om binnen door de overheid te stellen voorwaarden vuurwerk af te steken. De werkelijkheid brengt alleen met zich mee dat we ook met illegaal vuurwerk vanuit het buitenland te maken hebben. We hebben in de brief duidelijk aangegeven hoe we dat aanpakken en handhaven. Dat gebeurt via teamwork, met strafrechtelijk en bestuursrechtelijk optreden. Ik heb iets over het strafrecht gezegd, over de aanpak van de politie en het Openbaar Ministerie. De staatssecretaris zal ingaan op de uitvoering van het toezicht door de regionale uitvoeringsdiensten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit verbaast me toch. Ieder jaar deelt de minister ons opnieuw mee dat het onacceptabel is dat hulpverleners vuurwerk naar hun hoofd gegooid krijgen. Hij deelt mee dat het allemaal uit de hand gelopen is, dat het illegale vuurwerk toch echt niet kan en dat mensen daarvoor gestraft moeten worden. Ik deel die opvatting. Ik vind ook dat we onze hulpverleners niet zodanig in gevaar mogen brengen. Ik denk dus dat het niet fair is van de minister om die kant van het verhaal helemaal te negeren door te zeggen: ik wil het gewoon niet; we willen gewoon niet van die vuurwerktraditie af. Als het kabinet het meent dat de problemen die illegaal vuurwerk veroorzaakt serieus moeten worden aangepakt, dan moet ook worden gekeken naar een zeer wel denkbare relatie tussen het simpele feit dat je als consument in Nederland vuurwerk mag afsteken en het feit dat illegaal vuurwerk dan dus ook om je oren vliegt.

Minister Opstelten: Wij willen heel consistent zijn. Wij willen duidelijk zijn dat wij iets wat wij niet willen, ook niet gaan onderzoeken. Het afstoppen van illegaal vuurwerk zal ook niet tot stand komen door het hier te verbieden. Ik ben er absoluut van overtuigd dat dat de illegaliteit alleen maar zal vergroten. Daarom vind ik ook dat wij stap voor stap tot een verbetering van de positie rond oud en nieuw moeten komen als de problematiek daar aanleiding toe geeft. Vandaar dat we met deze voorstellen zijn gekomen. Die kunnen in goed overleg met het parlement nog worden bijgesteld. We moeten goed naar elkaar luisteren.

Een aantal leden heeft gesproken over de lokale ruimte. Kunnen burgemeesters meer mogelijkheden hebben om tot maatwerk te komen? De burgemeesters vragen hier zelf overigens niet om. Er zijn ook al tal van mogelijkheden, zoals vuurwerkvrije zones, het organiseren van evenementen, gebiedsverboden, afspraken met de horeca, waarschuwingsbrieven aan personen, alcoholverboden, cameratoezicht en burgerparticipatie. Gemeenten starten al vroeg met een multidisciplinair overleg om een draaiboek te maken. Ik stel voor dat we telkens stap voor stap bekijken waar we de situatie kunnen verbeteren en dat we het echt een kwestie van de VNG laten zijn. Dat is een dringend verzoek. De VNG vraagt daar zelf ook om, omdat de gemeenten heel goed kunnen samenwerken met de politie, de brandweer en andere partners. Dat is belangrijk. Er zijn burgemeesters die op een gegeven moment zeggen: wij verklaren het centrum of een andere locatie vuurwerkvrij. Dat is een lokale bevoegdheid. Wat niet kan, is dat een gemeente het afsteken van vuurwerk helemaal verbiedt. Daardoor zouden mensen oprukken naar andere gemeenten, die daar dan weer meer overlast door krijgen. Dan krijg je het waterbedeffect. Ook als de tijden van verkoop en van afsteken per gemeente zouden verschillen, wordt het een ratrace. Dan wordt het moeilijk om te handhaven. Mevrouw Berndsen heeft daar heel verstandige dingen over gezegd.

De heer Van der Staaij (SGP): De minister spreekt over de beleidsvrijheid voor de gemeenten. Eerder heeft de Partij voor de Dieren een motie ingediend waarin de regering werd opgeroepen om de gemeenten meer ruimte te geven om daar gewoon in vrijheid over te kunnen beslissen. Mijn fractie heeft die motie destijds gesteund. De minister heeft toen gezegd dat hij met de gemeenten zou praten om te horen hoe zij daartegen aankijken. Wij horen nog steeds, ook vanuit de gemeenten, dat het wel erg lastig is dat er altijd motiveringseisen moeten worden gesteld. Er moet dan een bepaalde afstand in acht worden genomen, bijvoorbeeld ten opzichte van een bejaardencentrum of een kinderboerderij. Waarom kan het niet gemakkelijker worden gemaakt, waarom kan er niet gewoon worden gezegd: daar wel en daar niet?

Minister Opstelten: Ik kan er ook niets aan doen. Als wij iets toezeggen, dan doen we dat ook nog. Wij hebben dat gesprek met de VNG en met de grote steden in alle openheid gevoerd. Men zegt: dit is het instrumentarium, wij komen daar wel uit. De grens die je in de kern stelt, is dat een gemeente zich niet vuurwerkvrij mag verklaren. Nogmaals, dit is eigenlijk niet mijn terrein. Ik houd er echter wel van om af en toe op het terrein van een ander te opereren. Met het vuurwerkvrij verklaren van een bepaalde gemeente zou natuurlijk een waterbedeffect worden gecreëerd. Dat moeten we niet doen. Dat is uit een oogpunt van handhaafbaarheid heel lastig.

De heer Van der Staaij (SGP): Het is inderdaad vooral het terrein van de gemeente, en minder van het Rijk. Ik vind dat de gemeente daarin veel vrijheid zou moeten hebben. De minister zegt dat de gemeenten er ook niet om zitten te springen. Als de VNG duidelijk zou aangeven dat gemeenten daar wel bij gebaat zouden zijn, treffen ze dan geen dichte deur in Den Haag aan?

Minister Opstelten: Ik zal hier iets over zeggen. De staatssecretaris zal er straks veel explicieter op ingaan. Het ligt in mijn aard van vriendelijkheid en mildheid, zeker in de richting van de gemeenten …

De voorzitter: Ik verzoek u om geen dubbele antwoorden te geven, om niet allebei dezelfde vragen te gaan beantwoorden. Dat kost allemaal tijd.

Minister Opstelten: Dat zal ik niet doen, dat laat ik de staatssecretaris wel doen. Dat is nu het prettige aan onze afspraken. Ik ben eerst aan de beurt. De criteria staan in de APV. Die is van de gemeente. Laten we dat nu vaststellen. Met de gemeenten worden binnenkort ook nog verdere mogelijkheden verkend. Dit gesprek vindt natuurlijk niet maar één keer plaats; we hebben elk jaar dat gesprek. We kijken voortdurend hoe we het beleid kunnen versterken en verbeteren.

Ik ga nu op verzoek van de voorzitter heel snel door met mijn beantwoording.

De voorzitter: Nee, u gaat nog niet verder, want er is nog een vraag van mevrouw Van Tongeren. Daarna hebben mevrouw Dik-Faber en de heer Marcouch nog een vraag. U kunt dus nog even in de ruststand.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ik hoorde de minister net zeggen dat je een waterbedeffect krijgt als een gemeente helemaal vuurwerkvrij wordt verklaard. Maar als in een gemeente bijvoorbeeld een professionele vuurwerkshow wordt gehouden en een gedeelte van de gemeente vuurwerkvrij wordt verklaard, zou dat waterbedeffect niet optreden. Dat begrijpt mijn fractie niet.

Minister Opstelten: Wilt u de vraag nog een keer herhalen?

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Waarom zou er alleen een waterbedeffect optreden als een gemeente helemaal vuurwerkvrij is? Volgens mij treedt er al een waterbedeffect op als er in een gemeente een professionele vuurwerkshow wordt gehouden, en in een buurgemeente niet. Dat gebeurt nu al. In Rotterdam worden die shows gehouden, daar gaan mensen heen. Het is dus of het één of het ander. Of er heerst in heel Nederland een vuurwerkverbod en er worden overal vuurwerkshows gehouden, dan is er geen waterbedeffect. Of de gemeenten wordt de ruimte gegeven om zelf te kiezen, en dat wordt zo gemakkelijk mogelijk gemaakt. Dat laatste heeft de voorkeur van mijn fractie.

Minister Opstelten: Ik wil hier niet te lang over spreken. Je kunt een groot gebied als vuurwerkvrije zone aanwijzen, mits je het goed kunt verantwoorden. Daartoe zijn gemeenten heel goed in staat. Dat geven zij zelf ook aan. Het is natuurlijk voor de handhaafbaarheid en voor het overzicht beter als er één landelijke norm geldt voor het bepalen van de tijden waarop vuurwerk verkocht en afgestoken mag worden. Gemeenten begrijpen dat ook en willen ook niets anders. Een gemeente kan niet helemaal vuurwerkvrij worden verklaard. Hoe groot mag een vuurwerkvrije zone zijn? Gemeenten kunnen in hun APV vanwege specifieke lokale omstandigheden uitzonderingen aangeven. Daarin zijn ze autonoom. Dat belang moet aantoonbaar zijn. Uitzonderingen zullen daarom niet het gehele grondgebied van een gemeente kunnen betreffen, waardoor de facto een totaalverbod zou gelden. De APV is dus leidend bij het bepalen van de omvang van het gebied waarin geen vuurwerk mag worden afgestoken.

Gemeenten die willen, kunnen een heel eind komen binnen de randvoorwaarden die ik zojuist in grote lijnen heb aangegeven. Laten wij nu niet op het terrein van zeer zelfbewuste gemeenten gaan zitten. Die redden zich daar goed mee.

Het komt weinig voor dat vuurwerkshows worden gehouden. Je kunt ervoor of ertegen zijn. Ik heb daar geen oordeel over, tenminste niet als minister. Een vuurwerkshow is attractief. Er is ook wel eens een evenement. We gaan niet zover dat we zeggen dat ook dat allemaal uniform moet worden geregeld. In gemeente X is er een evenement, Den Haag doet het zo, Rotterdam doet het anders, Albrandswaard doet het anders, Vlaardingen doet het anders en Hilversum doet het ook weer anders. Dat is prima, maar de grondtoon is dezelfde. Het ligt vast in de APV.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Dit doet mij heel erg denken aan de winkeltijden op zondag. Gemeenten moeten zeer creatief zijn, ze moeten de regels zo oprekken dat zij kunnen doen wat ze eigenlijk willen. Ik constateer maar even dat het waterbedeffect ook optreedt in de huidige omstandigheden, omdat een gemeente een professionele vuurwerkshow kan houden. Ik hoor de minister echter heel duidelijk. Hij is niet bereid om hier ook maar één stap te zetten. Al het medeleven met de slachtoffers en de mensen die er overlast van hebben is dus toch een beetje een kwestie van krokodillentranen.

(...)

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): De minister zegt dat de gemeenten hier niet om vragen, maar volgens mij vragen de gemeenten er wel om. Ik refereer aan Hilversum en aan Vlaardingen. Gemeenten willen echt heel graag een stap verder gaan. Zij moeten het nu in de APV aantonen, zij moeten er discussies over voeren, zij moeten bijna tot op de meter aangeven welk gebied vuurwerkvrij mag zijn en zij moeten dat goed motiveren. Kortom, het is zo ongelooflijk ingewikkeld! Waarom wil de minister de gemeenteraden nu niet het vertrouwen geven dat zij hier in wijsheid mee omgaan? Waarom doen wij dat wel bij alle grote decentralisaties, waarbij wij het ook nooit hebben over waterbedeffecten, en waarom niet bij dit dossier?

Minister Opstelten: Een gemeente mag gewoon niet iets verbieden wat in Nederland is toegestaan. Zij mag het wel inperken. Dat is de grote lijn. Ik ben gewend om met zeer zelfbewuste gemeenten te werken, die dat totaal accepteren en daarbinnen hun eigen lijn kiezen. Dan hebben ze geen last van de rijksoverheid. Laten we dus niet een probleem creëren dat er absoluut niet is! Dat is eigenlijk onze lijn.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Valt onder de definitie van "inperken" dan niet de mogelijkheid dat een gemeente zelf een vuurwerkshow organiseert en de rest van het grondgebied vrijhoudt? Dat is toch ook een goede definitie van "inperken"?

Minister Opstelten: Dat is geen goede definitie. We gaan nu echt de casuïstiek in. Dan organiseer je een show en beperk je de vrijheid van de inwoners om vuurwerk af te steken. Dat is immers hetzelfde als een vuurwerkverbod. Ik ben als eenvoudig jurist nog net in staat om dat te beoordelen. Dat moet je niet doen. Dat is echt in strijd met besluiten die wij hebben genomen.

(...)

De heer Marcouch (PvdA): Ik hoor ook die geluiden van de gemeenten om meer ruimte, bevoegdheden en mogelijkheden. Die horen we meestal op 2 januari. Begrijp ik goed dat de minister zegt dat de gemeenten genoeg ruimte hebben om gebieden aan te wijzen waar geen vuurwerk kan worden afgestoken, mits zij niet een heel grondgebied als vuurwerkvrij aanwijzen? De verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid ligt bij de driehoek. Die driehoek moet echter wel tools en instrumenten hebben om niet alleen achteraf op te treden, maar ook vooraf. Als ze van tevoren een gebied kunnen aanwijzen …

Minister Opstelten: Het antwoord op de vraag van de heer Marcouch is: ja.

De voorzitter: Ik zie dat de heer Marcouch tevreden is met dit korte antwoord.

Mevrouw Ouwehand heeft nog een interruptie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Alle vragen hierover hebben nog niet tot een geruststellend antwoord geleid. Ik ben bang dat we toch even in de casuïstiek moeten duiken. Een gemeente kan volledig vuurwerkvrij willen zijn, met uitzondering van een plek waarvan zij denkt: als hier vuurwerk wordt afgestoken, hebben de andere inwoners er vrijwel geen last van en is het voor ons goed te handhaven. Is dat onder de huidige regels mogelijk? Zo niet, is de minister dan bereid om die ruimte te creëren, al is het maar voor een aantal pilotgemeenten?

Minister Opstelten: De gemeenten hebben altijd de ruimte binnen de wet. Als er geen nationaal vuurwerkverbod is, dan is er dus ook geen vuurwerkverbod per gemeente. Men kan wel binnen de marges van het Vuurwerkbesluit, waar overigens de staatssecretaris over gaat, maatregelen nemen. Dat loopt goed. Er zit nu geen enkele gemeente te springen om extra instrumentarium. De gemeenten nemen die maatregelen ook binnen hun APV. Er is nog geen moment geweest waarop het Rijk heeft willen of moeten ingrijpen. We hebben nog nooit een burgemeester op het matje moeten roepen om hem of haar dat mee te delen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is nog niet aan de orde geweest, maar in Hilversum wil de burgemeester wel naar zo'n situatie toe: of volledig vuurwerkvrij of vuurwerkvrij met uitzondering van één plek waar het wel kan. Is het kabinet bereid om zulke gemeenten die gelegenheid te geven? Dan kunnen we op een later moment evalueren hoe dat heeft gewerkt. Dan kunnen we de veronderstellingen over het al dan niet optreden van een waterbedeffect en het lonkende perspectief dat we kennen vanuit België bekijken. In België hebben gemeenten dat massaal gedaan en zijn maar zeven auto's tijdens oud en nieuw in de fik gestoken. We kunnen dan bekijken welk effect het iets vergroten van de ruimte heeft.

Minister Opstelten: Op het moment dat wij onze brief de deur uit deden, heb ik toevallig de burgemeester van Hilversum over een heel andere zaak gesproken. Hij was zeer tevreden met de brief. Hij had geen enkele last van het Rijk. Ik wil niet ontkennen dat hij mij om andere redenen ook nodig had. Maar goed, zo zijn de wapenfeiten. Daar gaat het om. Laten we geen probleem creëren dat er niet is.

(...)

Staatssecretaris Mansveld: Voorzitter. Ik had een hele inleiding voorbereid om aan te geven waarom we deze voorstellen doen, maar ik zal die met het oog op de tijd niet houden. Wanneer zouden we immers die tweede termijn moeten houden als dat vandaag niet meer kan?

We zien dat er vanuit de samenleving en de grote gemeenten een toenemende vraag is om de overlast van vuurwerk aan te pakken. Daarom hebben we in gesprek met de gemeenten en met alle betrokken instanties bekeken hoe we moeten omgaan met de verkoop- en afsteektijden en hoe we illegaal vuurwerk kunnen aanpakken. Daar zit immers ook een heel groot probleem. Zoals de minister al heeft aangegeven, kwamen we in dat overleg tot een heel goede consensus met alle partijen. Er is hier immers niet één oplossing voor alle problemen.

De heer Van der Staaij heeft een intrigerende vraag gesteld: waarom voeren we dit debat in de zomer? Ik denk allereerst dat het goed is dat je reflecteert op een ander tijdstip dan de week voor of na oud en nieuw. We hebben ook een heel praktische reden: er moet regelgeving worden aangepast voor het volgend jaar. Dan is het goed om dat op een tijdstip te doen dat de zon schijnt, dat het de laatste dag voor het reces is en we even in een andere omgeving zitten. Ik denk dat het ook belangrijk is om duidelijk te zijn. Als je wet- of regelgeving verandert, dan is het netjes om dat op tijd te doen, zodat bedrijven tijdig weten waar ze aan toe zijn. Daarom hebben we het er nu over.

De heren Dijkhoff en Marcouch hebben een algemene vraag gesteld. Ik zal die eerst behandelen en daarna spreken over het toezicht, de inspectie en de verkoopdagen. Dat zijn de hoofdpunten die onder mijn verantwoordelijkheid vallen. De algemene vraag luidde: welke maatregelen worden genomen om het aantal letselgevallen terug te dringen? De in de brief aan de Kamer voorgestelde maatregelen dragen bij aan het terugdringen van de overlast van met name het illegale vuurwerk. Een aanzienlijk deel van de letselgevallen wordt veroorzaakt door het gebruik van illegaal vuurwerk. Mevrouw Ouwehand heeft de cijfers daaromtrent keurig opgenoemd. Wij verwachten dat de maatregelen een positief effect hebben op het aantal letselslachtoffers. Daarnaast hebben we de campagne Veiligheid NL die zich dit jaar met name zal richten op het terugdringen van het gebruik van illegaal knalvuurwerk. Dat heeft immers een heel negatief effect op de vuurwerktraditie. Ik zal, net als het afgelopen jaar, de campagne van de vuurwerkbranche steunen waarmee het gebruik van vuurwerkbrillen wordt gestimuleerd. Daarover is vorig jaar een motie van de heer Marcouch aangenomen. Mevrouw Dik-Faber heeft daar vandaag ook over gesproken. Ik denk ook dat dit belangrijk is. Sommige woordvoerders hebben gesproken over de mogelijkheid van het geven van voorlichting bij de verkoop van vuurwerk. Vuurwerk wordt vaak van tevoren besteld. Het is vervolgens een kwestie van een pakket ophalen en dat afrekenen. Dat vindt dan inderdaad in een korte tijd plaats. Ik weet niet of de voorlichtingsfunctie van de vuurwerkverkoper op dat moment nadrukkelijk aandacht krijgt.

Op initiatief van de vuurwerkbranche zal worden bekeken welke specifieke legale vuurwerkartikelen de oorzaak zijn van letselschade. De branche is bereid om deze producten in overleg met de overheid van de markt te halen. Ik zal in overleg met de vuurwerkbranche bekijken hoe aan dit voornemen het beste invulling gegeven kan worden. Ik denk dat met beide zaken ook tegemoet wordt gekomen aan de punten die de Kamer heeft aangesneden.

Ik kom te spreken over het toezicht. In de brief wordt gesproken over het aanpassen van de afsteektijden en mogelijk ook de verkooptijden. Dat is niet voldoende om substantieel de overlast van met name het illegale vuurwerk terug te dringen. Daarvoor zijn extra maatregelen nodig. Gezien de complexiteit daarvan vergt dit een gezamenlijke inzet van beide ministeries. De minister van Veiligheid en Justitie heeft zojuist ook al aangegeven dat er nauw wordt samengewerkt. Er is een piekmoment in het jaar waarop alle partijen gezamenlijk, schouder aan schouder en de handen ineen, moeten bezien hoe zij een looping als het gaat om illegaal vuurwerk kunnen doorbreken.

De aanpak zal zich richten op een aantal pijlers: internationaal, nationaal en preventief. Bij de internationale pijler is de aanpak gericht op de bron. Dat zijn de export- en transitolanden waarvan dergelijk vuurwerk afkomstig is. We proberen deze problematiek aan te pakken via bilaterale afspraken met dergelijke landen. Deze aanpak moet leiden tot een aanscherping van de Pyrorichtlijn. Zeer recent heeft mijn ministerie een initiatief ingediend bij de Europese Commissie voor het organiseren van een expertmeeting met de lidstaten om het misbruik van illegaal vuurwerk binnen de EU tegen te gaan. We hebben daarvoor een film gemaakt. We hebben die getoond in Brussel. De lidstaten en de Europese Commissie steunen het voorstel om een expertmeeting te houden. Die zal dus plaatsvinden. Op het moment dat je alle landen bij elkaar hebt, kun je stappen maken.

Wat de nationale pijler betreft, kijken we naar de invoering van een importvergunning voor vuurwerk. Wij doen dit overigens mede op aandringen van het bedrijfsleven zelf, dat hiervoor een gedragscode heeft opgesteld. Naar verwachting zal medio 2015 de importvergunning worden geïmplementeerd. Op nationaal niveau zullen importeurs aansturen op een kwaliteitsverbetering van het legale vuurwerk en het treffen van maatregelen bij de postpakketdiensten om de import van illegaal vuurwerk via die weg tegen te gaan.

Bij de preventieve pijler gaat het om een voorlichtingscampagne over de risico's van zwaar knalvuurwerk en om het stimuleren van vuurwerkbrillen. Ik streef in samenwerking met de vuurwerkbranche naar uitfasering van een bepaald type knalvuurwerk dat die letselschade veroorzaakt.

Ik wil voorts benadrukken dat de afgelopen jaren het toezicht op en de handhaving van het Vuurwerkbesluit fors is opgepakt en het toezicht op de gehele keten is verbeterd. In mijn reactie op de motie van de leden Oosenbrug en Marcouch heb ik de Kamer daarover reeds in februari geïnformeerd.

De Inspectie Leefomgeving en Transport heeft een vliegende brigade vuurwerk ingesteld. Gemeenten, provincies en regionale uitvoeringsdiensten dragen nadrukkelijk hun steentje daaraan bij en de meeste bedrijven in de vuurwerkbranche houden zich aan de regels en streven ook naar zelfregulering en imagoverbetering. Zoals ik net al zei, het feit dat er een vergunningenstelsel komt op verzoek van de branche zelf, vind ik een belangrijk signaal. Dan hebben we natuurlijk nog de samenleving en het ongepaste gedrag. De minister heeft daar al uitgebreid over gesproken. Je kunt een traditie niet met een wettelijke regeling afschaffen. Je kunt een traditie wel ombuigen in de gewenste richting.

De heer Marcouch heeft gevraagd wat er in internationaal verband zal worden gedaan om zwaar en illegaal vuurwerk nog harder aan te pakken. Wij hebben inmiddels via een film die in Nederland is gemaakt, in Brussel laten zien wat we graag willen. Er zal een expertmeeting worden georganiseerd. We zullen blijvend aandringen op aanscherping van de Pyrorichtlijn, met name als het gaat om het zware, professionele knalvuurwerk. De expertmeeting zal medio september plaatsvinden. Daarnaast bekijken we welke mogelijkheden er zijn om met bepaalde lidstaten bilaterale afspraken te maken. Er wordt medio 2017 een Europees paspoort voor professionals ingevoerd. Dat zal ook de verkoop van dergelijk vuurwerk bemoeilijken. Vanaf dat moment wordt het verboden voor een producent of importeur om professioneel vuurwerk te verkopen anders dan aan personen die over een dergelijk paspoort beschikken.

Ik heb al gesproken over de samenwerking tussen de ILT, het Openbaar Ministerie en de politie bij de bestuursrechtelijke en de strafrechtelijke aanpak die is gericht op de oorsprong van het vuurwerk. Dat zijn de productielanden. Op die manier kan bij de leveranciers van vuurwerk ook inzicht worden verkregen in de Nederlandse afnemers.

Mevrouw Dik-Faber en mevrouw Van Tongeren hebben gevraagd of ik me sterk ga maken voor het invoeren van het vuurwerkpaspoort. Het voorstel om een Europees document vast te stellen waarmee vuurwerkprofessionals kunnen worden onderscheiden, is door de Europese Commissie omarmd. Ook andere lidstaten hebben zich daar positief over uitgelaten. Ik denk dat dit een goede zaak is. De uitwerking van een dergelijk paspoort is nu nog onderwerp van discussie binnen de Europese Commissie. Ik verwacht dat het medio 2017 zal worden ingevoerd. Wij zullen er in ieder geval voor zorgen dat het ook in de expertmeeting van september aanstaande aandacht krijgt. Wij dringen dus in Brussel aan op actie en spoed. Het is echter niet zo dat alle landen dat steunen. Niet iedereen ervaart de problematiek zoals die in Nederland wordt ervaren.

Mevrouw Dik-Faber heeft gevraagd naar de stand van zaken rondom de vergunning voor de import van vuurwerk. De sector heeft eind vorig jaar de gedragscode opgesteld als onderdeel van de vergunning voor de import van vuurwerk. Deze zelfregulering is van groot belang, aangezien het vergunningenstelsel voor ongeveer 30 bedrijven de nodige administratieve en bestuurlijke lasten met zich meebrengt. Het streven is er juist op gericht om zo min mogelijk van dergelijke stelsels in stand te houden. Nu gaan we er wel één opzetten. Wij hebben met de betrokken partijen -- het ministerie van Veiligheid en Justitie, het Openbaar Ministerie, de ILT, de branche alsmede de heren Mans en Biezeveld -- de gedragscode en het nut en de noodzaak van de importvergunning besproken. Wij nemen het voortouw in de verdere uitwerking van de importvergunning en de daaraan gekoppelde gedragscode. Wij verwachten dat de implementatie medio 2015 kan plaatsvinden.

Mevrouw Van Tongeren heeft gevraagd naar de eisen die worden gesteld aan de opleiding van de vuurwerkmeesters en -juffen. Zij is altijd heel zorgvuldig. Als het om meesters gaat, gaat het bij ook altijd om juffen. Dat vind ik prima. De opleiding volgt de Arborichtlijn van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Elke vuurwerkmeester of -juf moet beschikken over het persoonscertificaat Vuurwerkdeskundige. Vervolgens wordt een vergunning tot afsteken verleend op basis van het Vuurwerkbesluit. De certificering is nu onderwerp van heroverweging door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De heer van der Staaij heeft gevraagd of de regels niet alleen gericht zijn op brand, maar ook op explosies. Jazeker. Na de vuurwerkramp in Enschede zijn de voorschriften aangepast in de vorm van bouwvoorschriften en sprinklers om brand en explosies te voorkomen.

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd waarom er wordt toegestaan dat mensen veel meer vuurwerk in één keer kunnen kopen, namelijk tot wel 25 kg. Uit de evaluatie van het Vuurwerkbesluit is gebleken dat individuele vuurwerkartikelen vaak zo'n 10 kg wegen en de mensen daardoor gemiddeld meer dan 10 kg vuurwerk rond de jaarwisseling aanschaffen. De keuze voor de nieuwe grens is ingegeven om aan de wens van de consument tegemoet te komen zonder de detaillist in de knel te laten komen met regelgeving. Als randvoorwaarde is daarbij gesteld dat de nieuwe grens niet mag leiden tot onveilige situaties in de woning van de consument. Het RIVM heeft ernaar gekeken. Gebleken is dat daarvan geen sprake is.

Mevrouw Dik-Faber en anderen hebben gevraagd welke wettelijke mogelijkheden er zijn om pakketdiensten te dwingen om het vuurwerk uit de pakketstroom te halen. Het Vuurwerkbesluit bevat een verbod om vuurwerk op te slaan, voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen. De bepaling is met opzet ruim geformuleerd in het Vuurwerkbesluit. Postpakketbedrijven vervoeren het vuurwerk in strijd met het Accord Européen relatif au transport international de marchandises Dangereuses par Route (ADR), waardoor de bedrijven nadrukkelijk een verantwoordelijkheid hebben. Postpakketbedrijven zijn volgens hun eigen algemene voorwaarden gerechtigd om de inhoud van de pakketten te onderzoeken en die pakketten eventueel te openen. Daarvoor is geen overheidsbemoeienis nodig. De ILT en de politie zullen de pakketdiensten van informatie voorzien om afzenders van illegaal vuurwerk te kunnen traceren. Zij kunnen elkaar nu ook al informeren. Sommige bedrijven doen dit nu al. Je ziet dat partijen met elkaar samenwerken teneinde stappen te kunnen zetten.

We hebben in het vorige overleg met de Kamer meer over dit onderwerp gesproken. Het ging toen om vragen als: hoe zit het nu met internet? Je ziet dat er steeds nieuwe wegen gevonden worden om regels te ontduiken. Het betreft natuurlijk een relatief kleine groep, maar het is ook een heel creatieve groep. Je ziet ook dat er neveneffecten ontstaan. Vorig jaar werd er als test een website gebouwd waarop illegaal vuurwerk gekocht zou kunnen worden. Mensen kregen op het moment dat ze op die website inlogden te zien dat ze iets deden wat ze niet mochten. Maar uiteindelijk bleek ook dat sommige kinderen het heel interessant vonden om die melding dat ze iets illegaals aan het doen waren, te ontvangen. Je krijgt dan dus vreemde effecten. Mensen zijn gewoon heel creatief. Het is belangrijk dat alle instanties, zoals de politie, het OM en de inspectie, elke keer weer proberen om die creativiteit voor te zijn, zo niet zo snel mogelijk in te dammen. Dat geldt natuurlijk alleen als het om slechte creativiteit gaat.

De heer Oskam heeft een vraag gesteld over het werk van de ILT. De ILT heeft vijftien controles gedaan bij postpakketdiensten. De planning is om in 2014 zo'n 30 à 40 van deze controles te laten plaatsvinden. Ik vind het belangrijk dat de bedrijven zelf de verantwoordelijkheid hebben. Bij PostNL worden wekelijks 3 miljoen pakketten verwerkt. Het is dus ook niet iets waar je even snel een controle doet en dan meteen een overzicht over de hele zaak hebt. De ILT heeft vorig jaar 428 objectinspecties en 76 administratieve controles gedaan.

Mevrouw Kooiman vraagt wat de ILT heeft gedaan met het idee van de zwarte lijst. Die wordt nu gebruikt. Zowel de politie als de inspectie geeft informatie over buitenlandse leveranciers. De bedrijven zelf wisselen ook informatie uit over deze leveranciers. De ILT is hierover ook in gesprek met de pakketdiensten.

Alle woordvoerders hebben gesproken over de verkoopdagen van het vuurwerk. Het kabinet heeft het standpunt ingenomen dat de overlast van het vroegtijdig afsteken van vuurwerk op de dag van verkoop begint. Op het moment dat de winkel opengaat en het eerste rotje is gekocht, begint ook de overlast. Sommigen steken immers al vuurwerk af als ze nog voor de deur van de aankoopplek staan. We kunnen dit aanpakken door het beperken van de verkoopdagen alsmede de afsteektijden van vuurwerk. De vuurwerkbranche en een aantal partijen in de Kamer hebben hier bezwaar tegen. Zij voorzien lange rijen bij de verkooppunten, waardoor meer mensen illegaal vuurwerk zullen kopen. Ik heb het beeld voor ogen van een goede huisvader die met zijn zoontje vuurwerk gaat kopen op een van die twee of drie dagen. Ik zie het beeld niet dat die vader, als de verkoop van drie naar twee dagen gaat, vervolgens aangezet crimineel gedrag gaat vertonen. Het is niet mijn beeld dat al die goede huisvaders dan in het busje stappen en naar het buitenland rijden. Ik zie dat niet zo snel gebeuren. Het beperken van de legale verkoop zou hiertoe volgens sommige partijen aanzetten. Het CDA meent dat het plan ondernemers dwars zit die veel hebben moeten investeren om aan strenge regels te voldoen.

We hebben een aantal overwegingen. Wij hebben de voorgestelde aanpassing van de verkoopdagen besproken met het bedrijfsleven. Dat gesprek heeft met meerdere partijen plaatsgevonden. De partijen hebben de bezwaren van het bedrijfsleven ingebracht en we hebben onderzocht voor welk voorstel er een breed draagvlak zou zijn. In de brief van de vier grote gemeenten wordt gevraagd om een beperking van de verkoopdagen en de afsteektijden. De vier grote gemeenten gingen verder dan twee dagen, die gingen namelijk naar de verkoop gedurende anderhalve dag. Uit een enquête van de VNG blijkt dat 66% van de burgemeesters voor een beperking van de verkoopdagen van drie naar twee of zelfs nog minder dagen is. De Kamer en het ministerie hebben daarover vandaag een brief van de VNG ontvangen. Bovendien is er binnen de huidige Winkeltijdenwet, die winkels toestaat om tussen 06.00 uur en 22.00 uur open te zijn, genoeg ruimte voor het bedrijfsleven om ook in de avonduren vuurwerk te verkopen, wat bijvoorbeeld zou kunnen leiden tot kortere rijen voor de winkel. De beperking van de verkoopdagen zal er naar mijn mening ook niet toe leiden dat allerlei consumenten opeens illegaal vuurwerk gaan kopen. Volgens de schatting is zo'n 10% van het vuurwerk illegaal. Naast het treffen van deze maatregelen willen we daarom juist ook inzetten op het aanpakken van het illegale vuurwerk. Dat was ook het idee achter de voorstellen die we hebben neergelegd. We willen een totaalpakket om legaal vuurwerk te reguleren en het illegale vuurwerk aan te pakken.

Ik kan goed luisteren en ik kan ook tellen. Ik heb de Kamer goed gehoord. Wij zijn bereid om het aantal verkoopdagen niet te veranderen. Wij willen wel vasthouden aan de beperking van de afsteektijden. Ik wil daar echter nog wel een opmerking bij maken. Ik vind het belangrijk dat we kijken naar een evenwichtig totaalpakket. Er moet een aantal afwegingen en besluiten naast elkaar worden gelegd. Ik vind dat de vuurwerkbranche en de detailhandel mede hun verantwoordelijkheid moeten nemen om de overlast van het vroegtijdig afsteken en van vuurwerk in het algemeen terug te brengen. Ik zal daar ook met de branche afspraken over maken. Ik zal voorts monitoren wat het effect is van de handhaving van de verkoop gedurende drie dagen, maar wel een beperkte afsteektijd. We zullen volgend jaar bekijken of die maatregel opnieuw ter discussie zou moeten staan.

Mevrouw Kooiman heeft opgemerkt dat het bedrijfsleven heeft aangegeven dat er met het terugbrengen van het aantal verkoopdagen veiligheidsrisico's kunnen ontstaan. Zij doelt daarmee op de opslag van vuurwerk bij de verkooppunten. In het Vuurwerkbesluit worden duidelijke veiligheidsregels aan de opslag en de verkoop van vuurwerk gesteld. De voorgestelde aanpassing van de verkoopdagen is besproken met het bedrijfsleven, de regels worden door het bedrijfsleven gedragen en zijn vooralsnog geen reden om die nu aan te passen. Daarnaast ziet de decentrale overheid toe op de naleving van deze voorschriften. Een opslag die niet aan de voorschriften voldoet, kan ook gesloten worden door het bevoegd gezag.

De heer Oskam heeft nog gevraagd welke maatregelen genomen worden om de veiligheidsrisico's rond de verkooppunten te reduceren als de verkoop van drie naar twee dagen zou gaan. Binnen de huidige Winkeltijdenwet is verkoop mogelijk tussen 06.00 en 22.00 uur. Daarvoor is geen ontheffing nodig. Het Vuurwerkbesluit verzet zich hier ook niet tegen. Dit vermindert het risico op een toename van het handelen in vuurwerk. Tevens zal via een duidelijke communicatiecampagne richting de decentrale overheid en de vuurwerkbranche gewezen worden op de aangepaste verkooptijden. Daarbij zal tevens aandacht worden gevraagd voor de risico's die aan twee dagen vuurwerkverkoop zouden kleven.

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd waarom niet gekozen is voor een afsteektijd van 23.00 uur tot 02.00 uur. Dat voorstel is besproken met de VNG. De VNG steunt de afsteektijd van 18.00 uur tot 02.00 uur. De belangrijkste afweging daarbij is geweest dat de winkels dan dicht zijn en dat er ook een moment moet zijn waarop een vader met zijn kinderen nog voor etenstijd vuurwerk kan afsteken. Niet iedereen kan immers wakker blijven tot 24.00 uur. We hebben ervoor gekozen om die ruimte aan het begin van de avond te bieden. Daarom zijn we uiteindelijk tot het voorstel gekomen om vuurwerk af te steken van 18.00 uur tot 02.00 uur.

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Er is goed en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat het kabinet wel erkent dat de huidige vuurwerktraditie een behoorlijke impact heeft op mensen die er niet om zitten te springen. De minister van Veiligheid en Justitie zei eerder tijdens een uitzending van het journaal dat mensen er ook voor kunnen kiezen om binnen te blijven. Daar neemt het kabinet nu voorzichtigjes een beetje afstand van door de afsteektijden te beperken en pas vanaf 18.00 uur het afsteken van vuurwerk toe te staan. Ik weet echter uit ervaring dat je juist op oudjaarsavond best wel op bezoek wilt gaan bij mensen en dat mensen die gewerkt hebben, niet per se om 18.00 uur al thuis zijn. En je kinderen om 18.00 uur al naar bed sturen, vind ik eigenlijk ook niet heel erg vriendelijk. Als er hier wordt terugonderhandeld op de beperking van het aantal verkoopdagen, dan kan het kabinet ook de VNG en de grote gemeenten een stapje tegemoet komen door de afsteektijden dan toch iets verder te beperken om meer recht te doen aan het pakket van wensen dat daar lag.

Het slechte nieuws is natuurlijk het volgende. De staatssecretaris zegt terecht dat je een traditie niet kunt verbieden met een wet, maar je kunt die traditie wel ombuigen naar de gewenste richting. In Australië is dat gelukt. We zien dat er in België echt grote tevredenheid is over de gelegenheid die gemeenten hebben om een totaalverbod in te stellen op het afsteken van consumentenvuurwerk. Dat helpt ook enorm bij het beperken van het aantal incidenten. Het kabinet zegt echter tegelijkertijd: we zetten een stop op het denken, want we willen per se niet dat de traditie ombuigt in de richting van vuurwerkshows. Het kabinet wil geen afscheid nemen van het idee dat consumenten vuurwerk afsteken. Dat is jammer, want daardoor mis je kansen om echt serieus te kijken naar een manier om ook illegaal vuurwerk goed aan te pakken. Ik handhaaf mijn verzoek om een VAO te houden, omdat ik een aantal moties wil indienen.

Beantwoording door de minister en de staatssecretaris

Minister Opstelten: Voorzitter. Er is aan mij nog een enkele vraag gesteld. Ik bedank de woordvoerders voor hun reactie. Ik vind het mooi dat we vandaag weer een stapje zetten. Mevrouw Kooiman heeft nog over Hilversum gesproken. De gemeente wil een gebiedsverbod instellen. Er vindt daarover op het verzoek van de gemeente Hilversum met een aantal gemeenten overleg plaats. We zullen hier zeker uitkomen. Ik zeg toe dat we in de brieven die zullen volgen in het komend jaar ook hun ervaringen zullen meenemen. Dat is voor de Kamer goed, en voor ons ook.

De heer Marcouch heeft gevraagd wat er het komend jaar anders zal worden gedaan. Wij zullen in september onze traditionele brief sturen over het instrumentarium en onze verwachtingen ten aanzien van de burgemeesters rond oud en nieuw. Zij nemen daarin hun eigen verantwoordelijkheid. We gaan wel inzetten op de aanpak van het grote, illegale vuurwerk via multidisciplinaire teams. Dat is een extra punt en dat is heel belangrijk. We hopen op dat terrein een stap te zetten.

Voorts is het met name belangrijk dat we ons beleid en onze uitgangspunten consistent volhouden. Dat is het beste voor de operationele diensten die ons dat ook nadrukkelijk vragen.

Staatssecretaris Mansveld: Voorzitter. Mevrouw Ouwehand heeft het woord "terugonderhandelen" gebruikt. Ik heb gezegd: ik kan luisteren en ik kan tellen. Ik kijk naar een totaalpakket en een aantal mogelijkheden die daarmee samenhangen. Ik zal de verkoop, die wat mij betreft dus weer op drie dagen wordt gesteld, wel monitoren om te kijken of het evenwicht in het totaalpakket voor volgend jaar wel goed is. We hadden immers onze argumenten om dat mee te nemen.

Mevrouw Ouwehand heeft erop gewezen dat men het in België anders doet dan in Nederland. Ik heb aangegeven dat het in Nederland een traditie is. België heeft ook eigen tradities. Dat geldt voor alle landen. België kan dus ook zijn eigen keuze maken. Overigens is er in België ook geen totaalverbod.

De heer Dijkhoff heeft gesproken over Romeinse kaarsen. Ik heb ook het woord "Cobra's" gehoord. Ik ben totaal verbijsterd over de namen die tegenwoordig aan vuurwerk worden gegeven. Ik heb heel andere ideeën bij die woorden. Ik vind overleg met de branche belangrijk, want die heeft natuurlijk een belangrijke rol in het geheel. Er wordt gesproken over het verbieden van heel zware knallers. Ook heel kleine pijltjes schijnen erg gevaarlijk te zijn voor de ogen. We gaan het gesprek daarover aan met de branche, die daar ook positief tegenover staat.

Dan de situatie in Heerde. Ik heb de antwoorden op de vragen die daarover al eerder gesteld zijn, niet bij de hand. Drie fracties hebben daarover gesproken. Ik stel voor om de antwoorden op de vragen die vandaag gesteld zijn, schriftelijk aan de Kamer te doen toekomen.

Wij hebben vorig jaar een uitgebreid gesprek gevoerd over de vuurwerkbrillen. Er is toen ook een motie over ingediend. Ik heb de mogelijkheid om die brillen op een vrijwillige basis aan te bieden, indertijd ook besproken met de branche. Ik wil de vraag of die brillen nu standaard zouden kunnen worden meegeleverd bij het vuurwerk aan de branche voorleggen. Vervolgens komen we natuurlijk bij de vraag of iedereen de bril ook opzet. Je kunt je op een gegeven moment afvragen of degenen die al die stoute dingen doen, nu net die bril bij de hand hebben en ook nog de wil hebben om hem op te zetten. Dat blijft bij dit onderwerp ingewikkeld. Er zijn immers heel veel partijen bij betrokken. Ik zeg echter toe dat ik de vraag aan de branche zal voorleggen.

De heer Marcouch heeft nog een vraag gesteld over de campagne van dit jaar. Die zal gericht zijn op het gebruik van knalvuurwerk en de gevolgen daarvan en het zware knalvuurwerk en het letsel dat als gevolg daarvan kan optreden. We zullen dit jaar ook inzetten op de rol van de ouders. Ik ben nog van de generatie dat je enge foto zag waaronder stond: je bent een rund als je met vuurwerk stunt. Ik heb begrepen dat dit tegenwoordig niet meer werkt, dat er nu andere manieren moeten worden aangewend.

De heer Van der Staaij (SGP): De staatssecretaris zegt toe dat zij met de branche zal overleggen over de vuurwerkbrillen. Zij zegt daarbij dat het de vraag is of het mogelijk is. Het lijkt mij dat het praktisch mogelijk is. Je kunt toch zeggen dat een veiligheidsbril geleverd moet worden bij de verkoop van vuurwerk. De minister heeft in het Vuurwerkbesluit toch de bevoegdheid om op grond van gezondheid maatregelen te nemen? Ik ben bang dat de sector zal zeggen: het kost geld, dus doe maar niet. Waarom pakken we niet gewoon door en zeggen we niet dat die brillen gewoon verstrekt moeten worden?

Staatssecretaris Mansveld: Ik vind het belangrijk dat het niet zozeer een plicht is , maar dat het initiatief ook omarmd wordt door de branche zelf. Ik ga met de branche in gesprek om te kijken of de vuurwerkbril er standaard bij geleverd kan worden. Ik vind echter niet dat we meteen moeten overgaan tot het verplicht stellen van een vuurwerkbril bij de levering van vuurwerk.

De heer Oskam (CDA): Ik kan akkoord gaan met het voorstel van de staatssecretaris om de vragen over Heerde schriftelijk te beantwoorden. Laten we dan wel afspreken dat die antwoorden er na het zomerreces liggen.

Staatssecretaris Mansveld: Dat is geen enkel probleem. Normaal zou ik zeggen dat het antwoord er voor de stemmingen zou zijn, maar dat zou vandaag een wat spannende marge worden. Meestal vinden de stemmingen immers pas een week later plaats. Dan kan ik dat op donderdagmiddag wel toezeggen.

Er is gesproken over de ruimte die wij gemeenten geven. Mevrouw Van Tongeren heeft gevraagd wanneer we de gemeenten wel en niet vertrouwen. De minister heeft daar zojuist al heel veel over gezegd. Ik zal dat kort en bondig herhalen. Ik heb in het gesprek met de VNG en de gemeenten gevraagd: is er iets anders wat u nodig hebt als u kijkt naar de problemen die u ervaart rondom het afsteken van vuurwerk tijdens oud en nieuw? De APV valt overigens onder Binnenlandse Zaken. Wij hebben het er vandaag wel over, maar wij moeten voor wijzigingen van de APV bij een ander ministerie zijn. De gemeenten hebben nadrukkelijk aangegeven: nee, wij hebben met de middelen die we nu hebben, voldoende middelen om te sturen. De gemeenten hebben dat in twee verschillende gesprekken aangegeven. Waarom zouden we op dat vlak dan iets gaan veranderen? Wij vinden het van belang dat er vastgehouden wordt aan het principe van een landelijke, uniforme regeling. Gemeenten kunnen in hun APV vanwege specifieke lokale omstandigheden uitzonderingen maken. Die kunnen gemaakt worden in het belang van het voorkomen van gevaar, schade en overlast. Dat belang moet aantoonbaar zijn. De uitzonderingen zullen daarom niet het hele grondgebied kunnen betreffen, waardoor het de facto een totaalverbod zou worden. We hebben eerder al gesproken over de mogelijkheid dat er vuurwerktoerisme zou ontstaan, met weer heel andere openbare-ordeproblemen. Daar heb ik geen verstand van, maar de minister wel. Mevrouw Van Tongeren vroeg of wij de gemeenten vertrouwen. Dat doen wij. Maar iets wat nationaal is toegestaan, mag gewoon niet op lokaal niveau worden verboden. Het mag wel, omkleed met redenen, worden ingeperkt. Ik kan het verhaal nog langer maken, maar er is niet meer dan dit. Gemeenten kunnen daarover van mening veranderen. We hebben elk jaar een gesprek over vuurwerk. Er vindt dus elk jaar een discussie plaats. Het onderwerp kan dan dus voorbijkomen.

Mevrouw Berndsen heeft gevraagd of er een anoniem meldpunt kan komen. Excuus dat ik die vraag niet in eerste termijn heb beantwoord. Ik noem een aantal voorzieningen en meldpunten die er al zijn: "Meld Misdaad Anoniem", 112 of gewoon de politie. Ik vind dat dat voldoende moet zijn; ik vind niet dat hiervoor een specifiek meldpunt moet komen. Ik acht dat dus niet noodzakelijk. Er zijn gewoon drie punten. Als het echt spoed heeft, dan weten we allemaal dat we 112 moeten bellen. Verder kan de politie gewoon gebeld worden. Die is daar ook op voorbereid. De politie krijgt daar ook klachten over via het nummer 0900-8844. Ik denk dat het ook goed is dat we de reguliere wegen gebruiken voor zo veel mogelijk situaties.

De voorzitter: Ik heb ook niet gezegd dat er een nieuw meldpunt zou moeten komen. Ik heb zelf "Meld Misdaad Anoniem" genoemd. Ik denk dat het wel goed is om in een campagne aan te geven dat mensen makkelijk kunnen melden. Zeker als het om buren gaat, zijn mensen benauwd om de politie te bellen, omdat het altijd weer te herleiden is tot de beller. Er moet dus een campagne komen waarin duidelijk wordt gemaakt dat mensen kunnen melden.

Staatssecretaris Mansveld: Ik denk dat dit goed is. Het is inderdaad belangrijk dat mensen vervolgens geen ontwrichte relatie met hun buren hebben. Het is ook belangrijk dat ouders worden aangesproken. Ik zal in ieder geval bekijken of dit een aandachtspunt kan zijn in de campagne die nu wordt voorbereid.