Bijdrage Ouwehand AO Dioxine in paling


6 oktober 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De Partij voor de Dieren heeft dit debat aangevraagd omdat zij nogal geschokt is door de laconieke houding van met name het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met betrekking tot de volksgezondheid. De normen voor paling gelden al op de kop af tien jaar. Al die tijd heeft het ministerie van LNV achterover geleund, blijkt uit de reportage van ZEMBLA. Dat is één ding, maar het ministerie van LNV heeft de Kamer bovendien bewust op het verkeerde been gezet. De gehaltes dioxine in de paling in de vervuilde gebieden waren bekend. In elk geval in 2007 is daar een stevige brief van de Voedsel en Waren Autoriteit over gekomen. Over die brief heb ik wel wat vragen. In 2007 is een uitgelekt conceptpersbericht van de VWA bij de pers terechtgekomen. Pikant is dat het ministerie van LNV daarover een mailwisseling heeft gehad met partijen in de sector. Zoals u weet kom ik uit een vissersdorp; ik heb die mail op straat gevonden. Ik citeer daaruit. Het ministerie van LNV zegt: "overigens waren we van plan om de zaak niet al te paniekerig voor te stellen". Nou, dat hebben we gezien. We kennen de brief die de minister daarop heeft gestuurd. Daarover wordt in de mail ook gesproken: "die zal onderkoeld van toon zijn". Dat klopt. In de brief staat dat men zich geen zorgen moet maken en dat het om een verwaarloosbaar risico gaat. Voor de liefhebber van wilde aal en de sportvisser die gericht op aal vist, geldt echter het advies om wilde aal uit de grote rivieren niet langdurig te consumeren. De minister beloofde dat zij in de komende periode dat advies met nadruk onder de aandacht zou brengen bij de sectororganisaties. Daarnaast schreef zij dat ze een breder publiek zou bereiken door een bericht te plaatsen op de websites van de VWA en het Voedingscentrum.

Hier zit de crux: de minister suggereert dat het mogelijk is om onderscheid te maken tussen gevangen wilde paling uit de grote rivieren en uit andere gebieden. Ze vertelt er niet bij dat het enige onderscheid dat je zou kunnen maken het onderscheid is tussen wilde paling en kweekpaling. Voor wilde paling geldt alleen het onderscheid tussen het gevangen zijn in kustgebieden of in binnenwateren. Waarom heeft de minister van LNV dat niet in de brief aan de Kamer gemeld? Wat is er gekomen van de belofte om de sector aan te spreken? Volgens ZEMBLA hebben de vissers daar nog nooit van gehoord. Ze hebben noch de minister noch handhavers gezien. Hoe wilde de minister het publiek informeren als we ook hebben gezien dat op de website van het Voedingscentrum tot aan de uitzending van ZEMBLA geen informatie te vinden was over de gevaren van paling? Wat heeft de minister met die belofte gedaan en wat kan zij uitleggen over het gebrek aan te maken onderscheid tussen paling uit de grote rivieren en andere gebieden en de belofte die zij hier heeft gedaan? Ik vind het zeer kwalijk en ben benieuwd naar de reactie van de minister hierop. Waar ligt de verantwoordelijkheid van het ministerie van VWS? Als de minister van LNV zegt dat zij het publiek gaat informeren via goede informatie van het Voedingscentrum, waar komt VWS dan om de hoek kijken om te controleren of dat gebeurt? Wat zegt de minister van LNV ervan dat vervuilde paling zonder controle gewoon wordt verhandeld en in IJsselmeerwinkels terechtkomt, waar mensen nietsvermoedend een broodje paling staan te happen?

Die signalen hebben we van ZEMBLA gekregen en het blijkt ook uit onderzoek van IMARES. Het Voedingscentrum heeft tot nu toe gezegd dat je het aan je visboer moet vragen. Het lijkt me dat daar geen duidelijke informatie uit voortkomt. De enige oplossing is een vangstverbod voor de vervuilde gebieden. In Frankrijk kan dat. De minister heeft het tot nu toe afgehouden met een verwijzing naar de juridische onmogelijkheden. Als die er zijn, vind ik dat zij die moet oplossen. Ik wil haar herinneren aan haar eigen uitspraak: ik ben niet de minister van achter iedere boom een AID'er. Als we geen vangstverbod instellen, vraag ik me af hoe zij het anders zou willen oplossen. Ik mag toch aannemen dat de minister vandaag wil en kan garanderen dat die vervuilde paling niet meer op het bordje van de consument terechtkomt?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De PVV-fractie hoeft blijkbaar geen vangstverbod, maar vindt wel dat er gecontroleerd moet worden. Allereerst hoorde ik de PVV-fractie in andere debatten alleen maar zeggen dat onze vissers goed zijn en dat we hen met rust moeten laten. Hoe verhoudt het een zich tot het ander? Hoeveel capaciteit van de VWA moeten we gaan aftrekken van de dierenpolitie?

Mevrouw Gerbrands (PVV): Ik heb niet gezegd dat het maar een klein gedeelte is. Ik heb aangegeven dat het om 2% gaat. Dat is 2% te veel wat mij betreft. Ook ik was geschokt door de uitzending van ZEMBLA, vooral omdat er vissers zijn die weten dat ze vervuilde paling vangen, maar die toch verkopen voor consumptie. Ik denk dat we met een vangstverbod het probleem niet oplossen.

De heer Koppejan (CDA): Wat vindt de minister van het idee om IJsselmeerpaling een beschermd merk te noemen, vergelijkbaar met Goudse kaas en Zeeuwse mosselen? Dat zou voor de consument veel meer helderheid geven. Nu is het toch wel jammer dat de vissers en de verkopers van IJsselmeerpaling geschaad worden door deze discussie. Ziet de minister mogelijkheden om in overleg met de sector tot zo'n beschermd merk voor een streekproduct te komen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): IJsselmeerpalingverkopers worden volgens de heer Koppejan geschaad door deze discussie. Wat mij betreft hebben zij er willens en wetens aan meegewerkt. Waar mag die verantwoordelijkheid liggen? Wat is de effectiviteit van zo'n plan? Keurmerken? Handhaving? Hoeveel mensen moeten erop? Wat gaat het kosten? Hoeveel zekerheid kunnen we daaraan ontlenen?

De heer Koppejan (CDA): Ik probeer gewoon een positieve suggestie te doen. Daar waar handelaren willens en wetens paling uit de Biesbosch verkopen als IJsselmeerpaling vind ik dat absoluut fout en moet daarop streng gehandhaafd worden. In die zin zijn we het met elkaar eens. Het idee van een streekproduct waarvan de herkomst helder is en waarvan de mensen weten dat ze gezonde en goede paling consumeren, vind ik een oplossing. Ik denk graag in oplossingen.

Minister Verburg: Voorzitter. Ik dank de Kamer voor haar inbreng in eerste termijn. Laat ik beginnen met het delen van de gevoelens van veel van de Kamerleden. Ik heb geen respect en ook geen achting voor vissers die willens en wetens dioxinepaling mengen met gezonde IJsselmeerpaling. Ik heb ook geen respect en geen achting voor handelaars die willens en wetens dioxinepaling mengen met gezonde IJsselmeerpaling en het op die manier in de handel brengen. Men weet dat men daardoor de volksgezondheid schade toebrengt en dat men daardoor wederrechtelijk opereert. Dat is mijn vertrekpunt. Deze reactie heb ik ook gegeven toen ik hoorde dat een aantal zaken na 2007 nog fout zat. Als ondernemers en handelaren hun verantwoordelijkheid niet nemen, kan het niet zo zijn dat de overheid zich in allerlei bochten moet wringen om compensatie, andere activiteiten of wat dan ook op te gaan zoeken. Ik wil dat hier vanmorgen gezegd hebben, omdat het me hoog zit. Als je dat willens en wetens doet en gewoon zegt "handel is handel en verder zoeken ze het maar uit", is de hele Nederlandse visserijsector bezig maatschappelijk aanzien te verliezen. We kunnen van alles en nog wat doen om onze visserij nog een beetje in stand te houden en om cultuur, folklore en historie ook toekomst te geven, maar dat moet wel verdiend worden en dat moet wel gehandhaafd worden.

Mevrouw Lodders en mevrouw Ouwehand vroegen hoe het kan dat palingvisserij nog steeds is toegestaan. De ondernemer is op grond van de Warenwet zelf verantwoordelijk voor de producten die hij in de handel brengt. Minister Klink en ik hebben de sector de afgelopen jaren hier regelmatig op gewezen. Ik kan alleen maar maatregelen nemen vanuit bestandsbelang.

Mevrouw Ouwehand vroeg of wij de consumenten niet op het verkeerde been zetten. Nee, dat doen wij niet. Daarom is het ook noodzakelijk om de zaken, hoe ernstig ook, in de juiste proporties te zien. Het gaat om 2% van de totale hoeveelheid gevangen paling. Alleen bij frequente consumptie is sprake van een risico. Desalniettemin mag het niet. Ik kan het niet vaak genoeg herhalen. Wij zullen er alles aan doen om met de sector zelf, met de handel, maar ook met toezicht en alles wat wettelijk mogelijk is, hier definitief een eind aan te maken, zonder allerlei riante regelingen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank u wel. Ik ben ik elk geval niet tevreden met de manier waarop de minister van LNV haar beantwoording insteekt: die stoere woorden, het wijzen naar de vissers en hun verantwoordelijkheid en opmerkingen als "het zit me hoog" ... Dat kennen wij nu wel. Wij hebben gezien dat de minister heeft gezegd dat ze dit zal neerleggen bij de sector en dat er gehandhaafd moet worden. Wij hebben deze normen al tien jaar. Tot nu toe zijn de vissers niet onder de indruk geweest. Laat de minister dus daar niet mee aan komen zetten! Dan het idee van een keurmerk. Ik vind dat bizar. Met keurmerken kun je werken in geval van bovenwettelijke segmentatie: dit is biologisch; biologisch is niet verplicht, maar kijk, mensen, dit bieden wij aan. Aan de consument overlaten om te controleren of wat hij koopt voldoet aan de wettelijke normen? Dat doen we toch ook niet met rijbewijzen bij touringcarbedrijven? Kom nou toch op! Dat gaan wij niet doen. Bovendien, welke controleen handhavingsapparaten en welke administratieve apparaten moeten daarvoor worden opgetuigd? En dit komt dan van een kabinet -- of het nu gaat om het huidige of het komende -- dat altijd zegt, de bureaucratie met alle regeltjes en lastendruk te willen verminderen! Dat kan de minister niet menen.
De opmerking van de minister van VWS over de aanpassing van de Warenwet lijkt mij van hetzelfde laken een pak. Als het neerkomt op het schetsen van scenario's en duidelijkheid voor de sector -- visser, u kunt zelf concluderen dat het beter is om gewoon te stoppen met vissen -- kan ik mij er nog wat bij voorstellen. Mij lijkt dat wij die knoop gewoon moeten doorhakken. Als dit pad toch gevolgd wordt, moet in elk geval gestart worden met wat de minister van LNV al lang had moeten doen: zoeken naar een wettelijke basis. Wij laten ons niet opnieuw met een kluitje in het vervuilde riet sturen.

Tot slot nog een opmerking aan het adres van de SP over het wegvangen en vernietigen van vervuilde vissen. Wat een plan! Alle oceanen zijn vervuild. Wat gaan wij doen? Zelf met eigen middelen de biodiversiteit nog verder de nek omdraaien?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wijs het keurmerk af, maar aan welke termijn denkt de minister om zaken te kunnen doen? Dezelfde vraag geldt voor de minister van VWS met betrekking tot de aanpassing van de Warenwet.

Minister Verburg: Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar het keurmerk. Daar heb ik antwoord op gegeven. Zij heeft ook gevraagd naar de wettelijke basis: wanneer zou dat kunnen? Dat hangt ervan af in welk tempo de Tweede en de Eerste Kamer dit kunnen behandelen, ervan uitgaande dat er voortvarend gewerkt kan worden. Een wetswijziging vergt normaal gesprokken algauw een halfjaar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb aan beide ministers gevraagd hoeveel de plannen gaan kosten. De minister van VWS heeft een en ander gezegd over de kosten van strakke handhaving van de Warenwet. De minister van LNV is niet ingegaan op de kosten van het keurmerk: wie gaat de kosten hiervoor dragen?

Minister Verburg: Dat doet de sector zelf.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wilde zeggen dat ik sterk de behoefte heb aan een overzicht van de verschillende scenario's inclusief gevolgen voor de inzet, middelen, handhaving en termijnen. Ik wil voorstellen dat wij voorafgaand aan het VAO schriftelijk antwoord krijgen op de vragen die zijn blijven liggen over de handhaving in de periode waarin er nog geen keurmerk is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De minister van LNV roept nog even snel: dat betaalt de sector zelf. Men zal niet verbaasd zijn dat ik daar niet heel veel vertrouwen in heb.