Bijdrage Ouwehand AO Duur­zaamheid


10 februari 2011

Bijdrage Partij voor de Dieren AO Duurzaamheid
10.02.2011

[…]

De heer Leegte (VVD): Voorzitter. Het bedrijfsleven is al jaren bezig met duurzaamheid. Misschien is dat niet ingegeven door altruïsme of de wens om de wereld te redden, maar
gewoon vanuit welbegrepen eigenbelang.

[…]

Maar het ging mis toen politici zich ermee gingen bemoeien. Politici die niet met een droom inspireerden, maar die met plannetjes en goede bedoelingen de discussie plat sloegen, en die met keurmerken gingen afregelen wat goed is. Waarbij duurzaam inkopen is verworden tot het afvinken van lijstjes en waarbij er met iedere nieuwe regering nieuwe plannetjes, nieuwe ideeën en nieuwe lijstjes kwamen. Inmiddels is het bedrijfsleven het zicht op de richting verloren. Duurzaamheid is het sleets geworden buzzwoord dat wij uit de twintigste eeuw hebben meegenomen en omdat niemand ertegen is, wordt het constant misbruikt.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De VVD heeft in de PvdD wel een medestander in de kritiek op de duurzaamheidslabels en het gedoe met lijstjes. Ik ben zo benieuwd wat de VVD dan voor oplossingen heeft. Wij willen heel duidelijk een flinke duurzame bodem in de markt, niet alleen voor de overheid maar ook opdat consumenten zich als zij in de winkel staan niet hoeven af te vragen: is dit shirtje wel of niet door een kind gemaakt? Je moet er gewoon van uit kunnen gaan dat producten die je in Nederland koopt aan heel strikte normen voldoen. Is dat dan waar de VVD voor begint te voelen? Dat zou ik dat toejuichen. Dan kunnen wij op termijn ook van het duurzaam inkopen af.

De heer Leegte (VVD): Dit lijkt op een wonderlijke samenkomst van de PvdD en de VVD. Waar het om gaat, is dat de overheid inderdaad moet nadenken over haar belangrijkste impact als het gaat om duurzaamheid. Als het gaat over bouwen, moet je dus bedenken dat een gebouw minder energie verbruikt. Dan moet je dus niet zeggen: het hout moet FSC gekeurd zijn en dan vervolgens een klimaat in een gebouw hebben waarbij je eindeloos energie verstookt. Want dan draaien wij de verkeerde kant op. Dan moet je dus ook niet zeggen: het hout moet FSC-gekeurd zijn, maar dan moet je zeggen: het moet duurzaam zijn. Het kan best uit Zweden komen met een ander keurmerk, wat verduurzaamd is, zodat het diezelfde kwaliteit heeft. Dat is een weg die leidt tot continue verbetering, wat veel beter is en veel meer richting geeft aan het bedrijfsleven dan het afvinklijstje nu, waarbij ambtenaren niet meer hoeven na te denken en het bedrijfsleven eigenlijk de weg is kwijtgeraakt.

[…]

De heer De Mos (PVV): Voorzitter. Wij voeren vandaag een debat over "duurzaamheid", een woord dat gekaapt is door de milieumaffia en inmiddels symbool staat voor duurder leven.

[…]

Voorzitter, kent u de uitdrukking "iemand voor het lapje houden"? Aan lapjes geen gebrek in dit duurzaamheidslabeldebat. Door alle labels zijn de duurzaam gekweekte bomen door het CO2-vriendelijke bos niet meer te zien. Daarbij geeft een duurzaamheidslabel de consument de indruk dat het product is gekeurd door een onafhankelijke non-profitorganisatie. Niets is minder waar. Het gaat vaak om de willekeur van een NV die een label op een product drukt en daarmee de consument een nieuwe aflaat bezorgt. Dit stelt ook hoogleraar Lucas Reijnders van de VU op 28 januari 2011 in Trouw. Hij stelt: "De certificering deugt nog steeds niet, ondanks alle kritiek die de afgelopen jaren geuit is. Het is onduidelijk aan welke criteria een product precies moet voldoen." Die onduidelijkheid leidt ertoe dat er een gekte rondom duurzaamheidslabels is ontstaan die zijn weerga niet kent. Met het verzinnen van namen à la "groen", "duurzaam"en "milieubewust" zijn er, hoppa, weer een paar labels bij. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of de labelindustrie eerlijke concurrentie in de weg staat.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Op zich ben ik er natuurlijk voor dat op alle producten in de supermarkten goed te lezen is wat de gevolgen zijn. Wie zou echter moeten controleren of dit allemaal wel waar is? Wij kennen natuurlijk alle duurzaamheidsclaims en beweringen in de trant van "dit yoghurtje is een stuk gezonder en je krijgt er geen puistjes meer van" die dan toch niet waar blijken te zijn. Hoe ziet de PVV-fractie dat voor zich? Verder vraag ik mij het volgende af. De PVV is net als de Partij voor de Dieren van mening dat vlees van onverdoofd geslachte dieren niet in overheidsgebouwen zou mogen worden geserveerd. Ik zou dat graag bereiken, maar hoe doen wij dat als wij het duurzaaminkoopbeleid afschaffen?

De heer De Mos (PVV): De PVV is voor duidelijke milieuwetgeving en voor wetgeving over hoe met dieren moet worden omgegaan. Daarvoor zijn gewoon wetten te maken in dit huis. Als dieren op een onfrisse manier worden geslacht, maken wij een wet waarin staat dat dat niet mag en dat producten daarvan niet verkocht mogen worden. Verder bestaat er voor het labelen een Reclamecodecommissie. Als op labels onjuistheden staan, kunnen bedrijven daarvoor worden vervolgd. Dat hoeft verder allemaal niet door de overheid te worden opgelegd.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. In mijn eerste interruptie gaf ik het al aan: met de VVD-fractie, een onverwachte bondgenoot, wordt de fractie van de Partij voor de Dieren gek van alle keurmerken. Het is niet de eerste keer dat wij daarover zeuren. Vanuit die aanvliegroute snap ik het pleidooi van de VVD-fractie. Wij moeten elkaar nog wel zien te vinden, en ik hoop echt dat de groene beweging binnen de VVD-fractie de komende jaren in het geweer komt, in de keuzes die gemaakt moeten worden om af te komen van dit gepruts in de marge, waar deze administratieve lasten en al dat gedoe vandaan komen, het proberen om op de vierkante centimeter duurzaam te doen. Daarbij hoort het maken van grote keuzes, over de inrichting van de economie. Het gaat dan niet alleen over hoe wij er nu voor staan en over het met een kaasschaaf bestrijden van de nadelige effecten van de veehouderij, maar ook over het kijken naar kwantiteit. Daarin moeten wij stappen durven zetten. In de brief van het vorige kabinet, waarmee ik ook al niet gelukkig was, staat dat zogenaamde "duurzame soja" een certificaat krijgt terwijl wij weten dat het om genetisch gemanipuleerde soja gaat waar bakken met kankerverwekkend en hormoonverstorend gif op wordt gespoten. Dan schaam je toch je ogen uit je hoofd, dat je dat "duurzaam" durft te noemen, daarop trots bent en zelfs geld steekt in gesprekken daarover? Zo wordt het natuurlijk nooit iets met de geloofwaardigheid van duurzaamheidcertificaten. Ik snap het pleidooi van de VVD-fractie, maar zolang er geen grote keuzes worden gemaakt, moeten wij het doen met het duurzaaminkoopbeleid dat wij hebben. Ik deel de frustratie, dus laten wij samen bekijken hoe wij zo snel mogelijk daarvan af kunnen komen.

Mevrouw Van der Werf (CDA): Het verbaast mij dat mevrouw Ouwehand dit "gepruts in de marge" noemt. Door de regels, die ook naar de mening van mijn fractie toe zijn aan
vernieuwing, is de inkoopfunctie van de overheid enorm versterkt. Daarvoor zijn mensen vrijgemaakt en daarover zijn discussies gevoerd. Er heeft een grote professionalisering
plaatsgevonden onder inkopers. Met het afdoen daarvan als "gepruts in de marge" wordt enerzijds geen recht gedaan aan hoe al die mensen bezig zijn en anderzijds een slecht
signaal afgegeven in relatie tot duurzaamheid. Dat valt mij tegen van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij voor de Dieren is gewoon niet bereid om een millimeter vooruitgang al "duurzaam" te noemen. Ik noem dat zeker wel "gepruts in de
marge". Mijn fractie mist ook de dimensie kwantiteit. Ik noemde al even de veehouderij, maar het ligt natuurlijk ook in de dagelijkse consumptie. Ik heb hierover al discussies
gevoerd met ons eigen Restaurantbedrijf. Je kunt inzetten op wat minder dieronvriendelijke stallen die wat minder uitstoten, maar als je meer dan de aanbevolen hoeveelheden vlees blijft eten, krijg je het echt nooit duurzaam. Als je die tussenstapjes, waarmee daarvan geen afstand wordt genomen, "duurzaam" durft te noemen, blijft mijn fractie volhouden dat dat gepruts in de marge is. Mijn fractie vindt dat er groter moet worden gedacht en groter moet worden beslist in de zin van de wetgeving waarover de heer Samsom al sprak. Met name de coalitiepartijen vallen mij op dit punt echt tegen. Gisteren voerden wij het debat over de bescherming van ons drinkwater tegen bestrijdingsmiddelen, maar iedere keer als de mogelijkheden van wetgeving voorbijkomen, trekt iedereen zijn keutel in. Wij moeten de problemen oplossen door overheden aan te sturen en aan te sporen om vooral de beste en duurzaamste producten te kopen terwijl "duurzaam" vaak niet veel meer is dan een groen randje eromheen. Van die situatie moeten wij echt af. Zolang wij die stappen naar echte duurzaamheid niet zetten, is de fractie van de Partij voor de Dieren geen voorstander van afschaffing van het duurzaaminkoopbeleid. Ik zeg daarom: kom maar met voorstellen, dan praten wij verder. Ik ben erg benieuwd hoe de VVD-fractie haar voorstellen uitwerkt, met name op het gebied van handhaving. Dat is ook mijn vraag aan de PVV-fractie: je kunt er wel vanaf willen, maar hoe kun je dan controleren of keuzes echt duurzaam zijn? Het zou mooi zijn als we overheden volledig zouden kunnen loslaten en blind erop zouden kunnen vertrouwen dat zij geen producten kopen die schade toebrengen aan de aarde, maar zo ver zijn wij volgens mij nog niet. Ik stel deze vraag dus aan de genoemde fracties en ik ben ook benieuwd hoe de staatssecretaris daarnaar kijkt en hoe hij reageert op deze voorstellen. Het pleidooi van mijn fractie is helder. Ik moet eerlijk zeggen dat ik voorafgaand aan dit AO dacht: wat gaan wij daar nog doen? Ik vond het vorige kabinet al te slap op het punt van duurzaamheid en ik zie dit kabinet ook nog geen grote stappen zetten, maar vooruit, laat ik het een kans geven. Misschien kan de staatssecretaris nu wel een keer antwoord geven op de vraag wat ook alweer het meest milieuvervuilende onderdeel van het voedselpakket is. Dan praten wij daarna verder.

[…]

Staatssecretaris Atsma: […]Ik vind het vooral van belang om het signaal af te geven dat er niet wordt gestopt met duurzaam inkopen. Als het enigszins kan, moet evenwel het mes worden gezet in de onnodige lastendruk die, wellicht -- let goed op hoe ik mij uitdruk -- wordt veroorzaakt. Ik heb daarom in de afgelopen week zowel met VNO-NCW als met de Stichting Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen gesproken over de vraag hoe wij hiermee moeten omgaan. Iedereen vindt eigenlijk hetzelfde, namelijk dat eventuele onnodige kosten en lasten moeten verdwijnen. Het doel willen wij echter niet ter discussie stellen. Ik heb de Stichting MVO en VNO-NCW gevraagd om op basis van de rapporten die er nu liggen -- er liggen inderdaad meer rapporten dan alleen dat van Actal, misschien wel tien, die vanuit verschillende invalshoeken zijn geschreven -- binnen enkele maanden, in ieder geval voor de zomer, een advies te geven over een werkbare weg. Uitgangspunt daarbij is het voorkomen van onnodige kosten. Ik ben ontzettend blij dat beide organisaties voluit hebben toegezegd om hiermee met ons aan de slag te gaan.

[…]

Ik ben het zeer met mevrouw Ouwehand eens dat je als consument -- en dat geldt natuurlijk ook voor het bedrijfsleven in algemene zin -- soms helemaal tureluurs wordt van het woud aan keurmerken. Ik vind het overigens niet verstandig om alle keurmerken één op één te koppelen aan het begrip "duurzaamheid". Er zijn in de markt tal van andere keurmerken die niet aan het begrip "duurzaamheid" zijn gekoppeld. Dat zijn misschien wel marketingkeurmerken. Het is aan het bedrijfsleven zelf om daarmee te komen; dat is niet aan ons. Dit leidt soms echter wel tot verwarring. Met name in de foodsector bestaat een woud aan keurmerken. Ik weet dat de Kamer daar in het verleden meermaals over heeft gesproken. Ik neem dus aan dat de Kamer daar in de toekomst over in gesprek zal blijven met mijn collega van EL&I.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Uit mijn betoog bleek al dat het allemaal veel makkelijker kan als je keuzes maakt. De staatssecretaris bevestigde dat hij net als wij niet gelukkig wordt van het woud aan keurmerken. Is hij het met ons eens dat we in elk geval duidelijk moeten maken wat niet duurzaam is en dat wij daar dan dingen kunnen wegstrepen? Je moet dus niet alleen een positief stapje voorwaarts van een keurmerk voorzien; je moet ook duidelijke keuzes maken. Daarmee doel ik met name op de kabinetsaanpak op het punt van duurzame ontwikkeling. Gaan we wegstrepen wat wij niet als "duurzaam" kunnen bestempelen?

Staatssecretaris Atsma: Dan krijgen wij ongetwijfeld een discussie over wat "niet duurzaam" is. Ik sluit niet uit dat wij het daarover niet altijd eens zullen worden, maar er is helderheid over wat je als productiecriteria formuleert omdat je dat hebt afgesproken via de doelen: alles wat niet mag, willen wij ook niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is mij te makkelijk. Ik vraag dit niet voor niets, want dit kabinet zet de lijn van het vorige kabinet voort en wijst vooral naar de consument, die in zijn aankoopgedrag zelf maar verantwoordelijkheid moet nemen voor duurzaamheid. In zo'n discussie wordt echter nooit gezegd wat consumenten zouden moeten laten staan, in de zin van: we hebben liever dat de consumenten biologisch kopen, maar we gaan niet zeggen dat het andere, de gangbare veehouderij, slecht is. Daar worden mensen natuurlijk knettergek van. Nogmaals, onze voorkeur ligt echt bij het creëren van een duurzame bodem in de markt, zodat je niet eens met keurmerken hoeft te werken. Dat zie ik het kabinet echter ook niet doen. Als je vanuit die situatie naar consumenten blijft wijzen in de hoop dat zij de wereld verduurzamen en als je weigert aan te geven wat wel en wat niet kan, zitten wij hier echt voor niets.

Staatssecretaris Atsma: Dat is precies het onderwerp waarover wij van mening verschillen. Dat dacht ik al; daarom noemde ik het ook niet. U suggereert dat gangbare veehouderij per definitie niet duurzaam is. Daar heb ik een fundamenteel andere opvatting over. Daar kunnen wij natuurlijk wel eens langer over filosoferen tijdens een goed gesprek met een glas wijn en misschien nog iets anders erbij. Dat doe ik graag en ik nodig u graag uit, maar u zult mij er vanochtend niet van overtuigen dat "gangbaar" een synoniem is voor "niet duurzaam".

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dus …

De voorzitter: Nee, ik grijp nu in en kan niet nog meer toestaan. Wij hebben al prachtige statements gehoord. Dit debat is twee weken geleden trouwens ook al gevoerd met de heer Bleker. Dat gaan wij dus niet overdoen.

[…]

Staatssecretaris Atsma: […] Tot slot ga ik in op het laatste punt van mevrouw Ouwehand. Wat is het meest milieuvervuilend? Ik stel voor dat we eens een hapje gaan eten om die vraag echt te beantwoorden. Ik laat de locatie graag aan u, mevrouw Ouwehand. Ik zal mij daarbij schikken naar wat u goed lijkt om te nuttigen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik herhaal: de wereld kan een heel stuk gemakkelijker, als je maar keuzes durft te maken. Ik herhaal dus mijn pleidooi om een
duurzaamheidsbodem in de markt aan te brengen, zowel voor de overheid als voor individuele burgers. Daarvoor is tot nu toe niet heel veel draagvlak, maar wat niet is, kan
komen. Ik vraag de staatssecretaris verder om concreet in te gaan op de vraag die ik heb gesteld over de kwantitatieve dimensie. Hoeveel kunnen we eigenlijk consumeren, ook als het gaat om producten die we wat duurzamer hebben gemaakt? Ik heb de staatssecretaris gevraagd om die vraag een plaats te geven in het duurzaamheidsbeleid. Ik ben benieuwd of hij daartoe bereid is. We weten dat het nooit zal lukken om de aarde leefbaar te houden als we veel van bepaalde zaken blijven consumeren. Ik noem voedsel en energie. Die dimensie mis ik in het duurzaamheidsbeleid. Graag wil ik daarop een reactie. Laten we vooral uit eten gaan. Ik vind het heel gezellig als de heer De Mos ook aanschuift. Ik wil de heer Leegte dan ook uitnodigen, want ook met de VVD wil ik nog even doorpraten. We zullen zien hoever we kunnen komen.

Staatssecretaris Atsma: Voorzitter. Voordat we verzanden in de agendaproblematiek lijkt het me goed om een paar reacties te geven op de bijdragen van de Kamerleden.

[…]

Mevrouw Ouwehand, ik ben niet van plan om voor te schrijven hoeveel voedsel een consument mag gebruiken. Ik ken sommige berekeningen, maar dit valt onder ieders eigen verantwoordelijkheid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb ook niet gevraagd om voorschrijven.

Staatssecretaris Atsma: Ik ga dus niets voorschrijven. Ik vraag iedereen wel om verstandig met consumptie om te gaan, naar eigen inzicht, in de wetenschap dat hetgeen je doet, duurzaam moet zijn en blijven voor nu en voor de lange termijn. Misschien is dat meer in uw geest, mevrouw Ouwehand. Dat etentje gaan we zeker doen.

De voorzitter: Tot zover de beantwoording van de staatssecretaris. Er zijn twee toezeggingen gedaan. De staatssecretaris stuurt de Kamer voor de zomer van 2011 een
brief over een nieuwe aanpak voor het duurzaam inkoopbeleid van de overheid. Verder komt de staatssecretaris voor het zomerreces van 2011 met voorstellen voor het vormgeven van een grondstoffenrotonde. Dat lijken me twee stevige toezeggingen.