Bijdrage Ouwehand AO Gast­vrij­heid­s­eco­nomie


13 maart 2013

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit was inderdaad een betoog dat goed past bij de VVD. Benadrukken welke belangrijke rol ondernemers spelen in ons land en in dit geval dus de gastvrijheidsondernemers. Daar kan ik mij helemaal in vinden. Ik vraag mij soms wel een beetje af hoe het dan bij de VVD zit als de belangen van de ene ondernemer de belangen van de andere ondernemer schaden. Ik stond bijvoorbeeld op een camping waar vlakbij een mestvergister wordt gebouwd en er zijn natuurgebieden waar ondernemers proberen om mensen een kopje koffie te laten drinken, waar je niet kunt wandelen zonder de megastallen te ruiken. Mijn vraag is: kan de VVD duiden hoe zij dat zelf ziet? Hier een pleidooi houden voor het ondersteunen van de gastvrijheidsondernemers is mooi, maar het pleidooi dat ik vanuit de landbouw hoor en ook weleens van de landbouwwoordvoerder van de VVD, is daar soms strijdig mee. Hoe verdeelt de VVD die waarden?

De heer Ziengs (VVD): De agrarische sector en de toeristische sector kunnen heel goed hand in hand gaan. Daar zie je ook heel goede voorbeelden van. U noemde net een camping die een biogasvergister heeft staan. Ik ken een camping die bijvoorbeeld houtsnippers verwerkt van de takken die in de buurt worden versnipperd. Die worden gebruikt om het hele park warm te maken. Ik ken bijvoorbeeld ook het project Klaterwater van de Efteling. U kent het vast ook. Daarin wordt al sinds tien jaar het vuile water opgevangen, schoongemaakt en vervolgens uitgesproeid over de golfbanen. U ziet dus allerlei combinaties die wel degelijk met elkaar samenwerken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik begrijp hieruit dat de VVD wegkijkt voor de problemen die recreatieondernemers soms wel degelijk hebben, omdat de belangen van agrarische ondernemers voorrang krijgen van de VVD. Is dat een juiste conclusie?

De heer Ziengs (VVD): Dat is de conclusie die u trekt. Ik trek een andere. Ik gaf aan dat er juist heel veel goede voorbeelden zijn waarin ondernemers in de agrarische en in de toeristische sector hand in hand werken. Natuurlijk zullen er in branches weleens botsingen ontstaan tussen de ene ondernemer en de andere ondernemer. Dat maakt u overal mee en dat zal hier ook weleens gebeuren, maar door de band genomen zien we dat er steeds meer samenwerking ontstaat.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Interessante vraag over de meivakantie, die had ik nog niet bedacht. We horen het antwoord straks van de minister. Alle andere sprekers gehoord hebbende, denk ik dat de Kamer zich terdege bewust is van het belang van de recreatieondernemers en dat we met elkaar zoeken naar een goed ondernemersklimaat voor de recreatieve industrie. Daar ben ik helemaal voor. Ik kan mij bij veel van de reeds gestelde vragen en opmerkingen aansluiten. Ik wil van deze minister ook graag horen hoe hij vanuit zijn verantwoordelijkheid om de recreatieve industrie en haar belangen te bewaken, kijkt naar verschillende ontwikkelingen die ons land niet aantrekkelijker maken. Dat geldt voor toeristen uit het buitenland, maar ook voor mensen die overwegen om hier in Nederland vakantie te vieren, maar dan toch maar liever naar Duitsland gaan, omdat je daar tenminste nog schone lucht inademt als je in de natuur wandelt, mits je het goede gebied te pakken hebt. Hoe wordt dat gewogen?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Is mevrouw Ouwehand zich ervan bewust dat de lucht in Drenthe bijzonder schoon is?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, behalve als je langs een lelieveld fietst, want daar komen gewoon giftige dampen vanaf en dat stinkt ook enorm. In Limburg moet je weer wegblijven bij de megastallen. Het probleem schetst zich vanzelf.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Naar mijn weten is de luchtkwaliteit in Drenthe echt uitstekend, daar kunt u rustig naartoe.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan moeten we dat vooral ook zo houden. We zouden aan Drenthe een voorbeeld moeten nemen en kritisch kijken naar wat bijvoorbeeld de ontwikkelingen zijn in Brabant, Limburg en Overijssel, provincies die volgebouwd dreigen te worden met megastallen. Het wordt steeds lastiger -- dat weet ik uit eigen ervaring -- om plekjes te vinden waar je in de natuur kunt wandelen, hardlopen, fietsen of wat je dan ook maar prettig vindt, zonder iets te ruiken van de vee-industrie. Dat is voor de ondernemers die in die gebieden zitten en die mensen naar hun camping of op hun terras en kopje koffie willen laten drinken, heel vervelend. Ik wil heel graag weten hoe dat gewogen wordt. Ik had het zojuist in een interruptiedebatje met de VVD al over bijvoorbeeld een mestvergister die vlakbij een camping komt te staan. Dat maakt de camping niet aantrekkelijker. Hetzelfde geldt voor de bouw van megastallen. We hebben dreigende schaliegasboringen die het landschap niet mooier maken. Mijn vraag is: hebben al die brede ontwikkelingen die je ziet en die het landschap er niet mooier op maken of die in uitzonderlijke situaties zelfs kunnen leiden tot een negatief reisadvies voor ons land -- dat hebben we gezien bij de Q-koorts -- een plaats in het beleid dat dit kabinet voert voor de recreatie-industrie?

De heer Ziengs (VVD): Mevrouw Ouwehand noemt diverse zaken op die misschien belemmerend werken voor de toeristische sector, maar heeft zij in haar lijstje ook windmolens staan die een gebied ontsieren, omdat de fietser die er onderdoor moet fietsen, toch last heeft van het geluid?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zeker. Misschien is de VVD in de veronderstelling dat wij overal maar windmolens zouden willen neerzetten, maar dat is niet het geval. We hebben bijvoorbeeld tegen de windmolens bij Urk gestemd, omdat die in strijd zijn met de natuurwaarden daar. Misschien komt deze vraag voort uit een verkeerde veronderstelling, maar ook windmolens horen in die afweging. Mijn vraag aan de minister is: welke plaats hebben dit soort ontwikkelingen, die het landschap niet mooier maken, die zelfs risico's voor de volksgezondheid met zich meebrengen en die nadelig kunnen zijn voor de aantrekkelijkheid van Nederland als geheel en voor toeristen, en dus ook de recreatieondernemers? Hoe worden die afwegingen gemaakt? Ik kan nog een aantal andere voorbeelden noemen. De lelieteelt in Drenthe kwam net al op. Wij zien bijvoorbeeld dat daar het cultuurlandschap verdwijnt, omdat de essen worden afgevlakt met de vervuilde grond die gebruikt is om te spoelen. Over dat soort ontwikkelingen maakt de Partij voor de Dieren zich zorgen en ik hoor graag van de minister hoe het kabinet dat weegt en of we daar misschien scherper op kunnen sturen om ons land mooi en aantrekkelijk te houden voor toeristen.

Minister Kamp: (...) Mevrouw Ouwehand zette alles waar ze een hekel aan heeft naast elkaar. Maar er is ook een flink aantal zaken waar ze aardigheid in heeft; die dingen delen wij vaak. Zij geeft aan dat er veel spanning zit in het buitengebied. Dat is absoluut waar. Je hebt niet alleen de ondernemers in deze sector, je hebt ook allerlei andere activiteiten van andere ondernemers die daar haaks op staan, ondernemers die er belang bij hebben dat de industrieterreinen worden uitgebreid en dat er mestvergisting is. Dat is het wezenskenmerk van ruimtelijke ordening, iets waar we in Nederland goed in zijn. We hebben dat heel goed op orde. Maar in zo'n dichtbevolkt land, met zo'n hoge welvaart en strijdige belangen, is dat iedere keer een
worsteling die we op verschillende niveaus hebben georganiseerd: lokaal, provinciaal en landelijk. Alles wat we daar hebben georganiseerd qua afweging van belangen is een voorbeeld voor de hele wereld. We zorgen er nu voor dat alle verschillende regelingen in een omgevingswet worden verzameld, zodat daar integrale afweging kan plaatsvinden. Daar los ik het probleem niet mee op. Het zal altijd zo zijn dat in een buitengebied de een graag mestvergisting wil, en een ander een camping. Het is de taak van de overheid om te zorgen dat daar de goede beslissingen worden genomen.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Er komen inderdaad in dit debat onderwerpen voorbij waar deze minister niet eerstverantwoordelijk voor is, zoals het openstellen van wandelpaden als je daar subsidie voor hebt gekregen. Maar ik vind het toch wel goed om dat hier even te vragen. Kan de minister de erkenning uitspreken dat een goed natuurbeschermingsbeleid, en dus een goede, gezonde natuur, belangrijk is voor de toeristische sector? De minister zei dat ik alle dingen heb opgenoemd waaraan ik een hekel heb. Dat is niet helemaal waar, want ik heb er nog wel meer. Toevallig zijn dit inderdaad wel dingen die voor dat spanningsveld zorgen waarover de minister sprak. Hij heeft helemaal gelijk als hij zegt dat er in het buitengebied conflicterende belangen zijn, zodat daar een afweging moet plaatsvinden, maar ik heb de indruk dat de belangenafweging niet altijd, of zelfs heel vaak niet in het voordeel van een goede gezonde recreatieve sector uitpakt. Is de
minister het met mij eens dat daar een landelijke verantwoordelijkheid ligt, omdat het ook gaat om het totaalplaatje van de aantrekkelijkheid van Nederland? Los van die ene mestvergister die die ene camping in de problemen brengt, gaat het erom wat we vanuit het Rijk kunnen doen om ervoor te zorgen dat Nederland als geheel gezond en aantrekkelijk is. Is de minister bereid om te kijken of die belangenafweging inderdaad altijd goed uitpakt, of dat misschien sprake is van een scheve verhouding?

Minister Kamp: Mevrouw Ouwehand kwam terug op de ruimtelijke ordening en de kwaliteit van het bestaan in Nederland. Nederland in zijn geheel zou gezond moeten zijn; daar zou het overheidsbeleid op gericht moeten zijn. Ik ben dat geheel met haar eens. Nederland zit in de top-3 van landen waar het goed wonen is, en dat is natuurlijk geweldig. Mevrouw Ouwehand is terecht bezorgd over milieuontwikkelingen, maar zij kan ook zien dat er op het punt van lucht-, water- en bodemkwaliteit vooruitgang wordt geboekt. Ze houdt de druk op de ketel. Ik denk dat ruimtelijke ordening en milieubeleid en de verdeling ervan over de verschillende overheden goed functioneert. Als er nog verbetermogelijkheden zijn, ben ik ervan overtuigd dat mevrouw Ouwehand ons daarop zal wijzen. Daar zullen we dan nader op ingaan.

Lees hier de motie Ouwehand die is ingediend na dit AO