Bijdrage Ouwehand AO Hongersnood in Afrika 30-3-17


12 april 2017

Voorzitter. Dit is geen prettig eerste algemeen overleg. Deze enorme crisis heeft miljoenen mensen in hongersnood gestort, terwijl we wisten dat die eraan zat te komen. Vorig jaar voorspelden hulporganisaties de hongersnood al, omdat grote delen van Afrika zijn getroffen door extreme droogte als gevolg van klimaatverandering. In sommige gebieden heeft het al drie jaar niet meer geregend.

De allereerste vragen gaan natuurlijk over het zo goed mogelijk lenigen van de nood nu. Het is van groot belang dat we die 4,4 miljard internationaal bij elkaar weten te brengen. Nederland moet doen wat het kan. Ik vraag aan de minister of zij het daarmee eens is. Ik sluit me aan bij alle vragen die collega 's ook hebben gesteld. Is die 9 miljoen inderdaad extra en komt die niet uit de liggende begroting? Is de minister bereid om binnen het kabinet flink te pleiten voor een additionele bijdrage? Als we zien dat de Serious Request-actie er bij dit kabinet op kan rekenen dat het door burgers ingezamelde bedrag wordt verdubbeld, dan moet dat minstens voor Giro555 ook gebeuren. Dat zou wel het minste zijn. Ik denk dat het belangrijk is om de bereidheid van de Nederlandse burgers om te helpen, verder te stimuleren met voldoende inzet van het kabinet. De weg omhoog vinden we alleen als we het cynisme weten te bestrijden, want ondanks alle gulle giften -- waar ik iedereen ontzettend voor wil bedanken -- heb ik ook reacties gezien over Giro555 waarvan de tranen je in de ogen springen. Wat kan de minister doen om dat cynisme te bestrijden? Als dat de weg wordt, ziet het er namelijk heel slecht uit.

Dat gezegd hebben, moet alles op alles worden gezet om de middelen bij elkaar te krijgen om deze mensen te kunnen helpen. Natuurlijk zijn er moeilijkheden vanwege de conflicten en vanwege de terreur. Die kennen we allemaal. Maar ook op dat punt vraag ik de minister of zij een rol kan spelen om mensen ook duidelijk te maken dat onderinvestering in ontwikkelingssamenwerking de kans op conflicten verergert. De conflicten mogen dan ook geen excuus zijn om te zeggen: we kunnen wel geven, maar het geld komt toch niet goed terecht, want het is een grote corrupte bende. Ik hoor graag een minister die zegt: het is ongelofelijk moeilijk, maar als we te weinig investeren, wordt het in de toekomst alleen nog maar erger.

Dat brengt mij tot het belangrijkste punt. Onze bijdrage aan de leefomstandigheden van mensen in gebieden waar de situatie toch al niet florissant is, moet echt hoog op de agenda komen. Ik hoor graag van de minister dat zij ook deze crisis gebruikt om mensen mee te krijgen in de noodzaak om de klimaatverandering te stoppen. Dat is iets dat we zelf kunnen doen. Los van de omstandigheden daar, is onze opdracht om de omstandigheden niet slechter te maken. Onze manier van leven heeft wel degelijk ongelofelijk grote invloed. Ik wil de minister dan ook vragen om niet alleen te zorgen voor voldoende noodhulp nu, maar alles wat we kunnen doen om de omstandigheden daar te verbeteren of in elk geval niet slechter te maken, moet samen met de noodhulp de agenda voor deze minister zijn.

Interrupties andere partijen

Mevrouw Ye?ilgöz-Zegerius (VVD):

Een van de opties is wat de VVD-fractie betreft ook het uitbreiden van sancties tegen personen die een sleutelrol spelen in het conflict in Zuid-Sudan. Een resolutie om sancties in te stellen tegen rebellenleider Machar, legerleider Malong en minister Makuei haalde het eind 2016 niet in de VN-Veiligheidsraad. Ziet het kabinet andere wegen om alsnog tot uitbreiding van sancties te komen, bijvoorbeeld in EU-verband? Welke rol speelt Nederland bij het vinden van draagvlak hiervoor?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik ben blij dat de VVD de inzet van het kabinet lijkt te steunen op dit punt. Ik vraag me af of de VVD zich kan vinden in de oproep die collega 's al hebben gedaan om het niet bij die 9 miljoen te laten, maar om ook in de meevaller te kijken of het mogelijk is om meer te besteden? Is de VVD bereid om in elk geval de mogelijkheid te erkennen dat onderinvestering in ontwikkelingssamenwerking de problemen groter maakt en de kans op conflicten verergert, waardoor we nu in een humanitaire crisis zitten?

Mevrouw Ye?ilgöz-Zegerius (VVD):

Is de VVD bereid om extra middelen in te zetten? Het is heel erg belangrijk dat we met elkaar kijken hoe we de hulp, zorg, medicijnen en middelen daar krijgen waar het echt nodig is. Meerdere collega 's, onder wie ik, hebben hier geconstateerd dat dit echt een uitdaging is. Dat is wat de VVD betreft echt de eerste stap. Er is ontzettend veel geld vrijgemaakt, maar hoe krijgen we nu de hulp daar waar die thuishoort? Laten we die stap als eerste zetten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb twee vragen gesteld. Op de eerste heb ik geen antwoord gekregen. Er is, inderdaad, efficiëntie nodig, maar ook 4,4 miljard. Als Nederland 9 miljoen vrijmaakt en de Nederlandse burgers hebben gedoneerd, komen we daar nog lang niet aan, ook niet met de bijdrage van andere landen. Dus mijn vraag is: is de VVD bereid om daarbovenop nog te investeren? De tweede vraag is: is de VVD bereid om te onderkennen dat onderinvestering in ontwikkelingssamenwerking de kans op dit soort conflicten wel vergroot?

Mevrouw Ye?ilgöz-Zegerius (VVD):

De VVD krijgt graag eerst van de minister een overzicht van de bedragen die de afgelopen tijd zijn vrijgemaakt hiervoor en wat de dekking daarvoor was. Daarnaast willen wij heel graag dat de hulp op de plek komt waar die thuishoort. U hebt het over ontwikkelingssamenwerking. De VVD is van mening dat dit meer moet zijn dan een verzameling goede bedoelingen. Het moet vooral heel efficiënt en effectief zijn. Wij zijn voor focus bij ontwikkelingssamenwerking. Juist focus op dit soort noodhulp, op opvang in de regio en dat soort zaken, zodat hetgeen wat je doet, ook echt effect heeft. "Effect" is het sleutelwoord in mijn betoog.

Beantwoording minister

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik dacht: ik spaar mijn ene interruptie op. Als ik het betoog van de minister zo beluister, hoor ik dat het kabinet wel in actie komt en dat er ook goede dingen gebeuren. Het venijn zit er natuurlijk wel in dat we alles moeten doen wat we kunnen. Aan die oproep heeft ze nog weinig gehoor gegeven. Ik snap dat ze de positieve kanten van de rozenkweek in Afrika wil benoemen. Mevrouw Karabulut vroeg daar ook al naar. Als je echt kijkt, zie je echter dat we via die rozen water exporteren uit een continent dat al het water zelf nodig heeft. Het is niet eens voedsel. Mijn oproep aan de minister is om alle factoren in ogenschouw te nemen bij de noodhulp nu en bij alles wat we kunnen doen. Er is een grote onderliggende factor, namelijk de manier waarop wij leven en de klimaatverandering en de import uit ontwikkelingslanden die dat veroorzaakt. Daar moeten we naar kijken. Ik wil haar vragen om een stevige rol te spelen ten aanzien van de klimaatverandering. Ik vraag haar ook of zij de lijn van de VN-rapporteur voor het recht op voedsel als leidraad neemt voor het adresseren van die landbouwopgaven.

Minister Ploumen:

Ik ben het zeer eens met mevrouw Ouwehand dat klimaatverandering mensen raakt die die niet veroorzaakt hebben. Ik denk niet dat we nu heel specifiek op die rozenkweek in moeten gaan. Daar hebben we ook de tijd niet voor. Ik wil wel zeggen dat wij juist in wat wij doen niet alleen maar kijken of er werkgelegenheid wordt gecreëerd en of mensen een fatsoenlijk salaris krijgen, maar ook naar wat het beslag is dat die activiteiten leggen op natuurlijke grondstoffen en hoe je dat beslag kunt mitigeren. De Nederlandse kwekers doen het daarin gelukkig vaak veel beter dan andere. We hebben al eerder van gedachten gewisseld over de aanbevelingen van die VN-voedselrapporteur. Eerder verschilden we een beetje van mening over de vraag of Nederland die aanbevelingen opvolgt of niet. Ik vond van wel en mevrouw Ouwehand vond van niet. Het lijkt mij heel goed om daar in het kader van het voedselzekerheidsprogramma -- daar komen we ongetwijfeld in een apart AO over te spreken -- wat nader op in te zoomen. Ik ben het zeer eens met mevrouw Ouwehand dat er niet alleen voor moet worden gezorgd dat boeren leren om te telen met andere zaden. Je moet ook kijken hoe ervoor kan worden gezorgd dat het klimaatakkoord van Parijs uitgevoerd wordt op een manier die ook aan hen ten goede komt. Hoe zorgen we ervoor dat de klimaatfinanciering juist ten goede komt aan vrouwen in ontwikkelingslanden, die vaak de zwaarste lasten dragen? In grote lijnen zijn we het dus zeer eens. Het is fair om te zeggen dat we tot nu toe op onderdelen van mening hebben verschild, maar misschien kunnen we nader tot elkaar komen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De reden dat ik dat vraag, is dat bij de klimaatverandering en de manier waarop we naar landbouw kijken het allermoeilijkst is dat wijzelf hier in Nederland, in de rijke westerse wereld, ook moeten veranderen. Dat zouden we moeten koppelen aan wat ik zie bij de Nederlandse bevolking, namelijk dat mensen wel bereid zijn om te voorkomen dat mensen in deze verschrikkelijke situatie terechtkomen. Het is dus nodig om met elkaar de stappen te zetten die nodig zullen zijn om de klimaatverandering te stoppen. We moeten kijken naar de manier waarop we landbouw bedrijven. Daarom wijzen wij naar de VN-rapporteur voor het recht op voedsel. Die wijst namelijk ook op de consumptie in het Westen, waar bijvoorbeeld Wageningen Universiteit alleen maar kijkt hoe je in die droge gebieden climate-smart agriculture kunt bedrijven. Dat is ook belangrijk, maar juist over die blik naar ons, naar wat wij kunnen en moeten veranderen om de situatie daar niet erger te maken dan zij al is, zou ik de minister graag meer horen.

Minister Ploumen:

We hebben daar de afgelopen jaren veel aan gedaan. Om in de rozen te blijven: ik was heel blij dat ik het eerste boeket fair geteelde rozen uit Afrika mocht ontvangen en dat die bij een grote supermarkt in Nederland -- ik zal geen reclame maken -- te koop zijn. Dat zijn de stappen die je moet zetten. Daarvóór was het voor consumenten die doen waar mevrouw Ouwehand toe oproept, namelijk in een winkel om faire rozen vragen, onmogelijk om zeker te weten of zij het goede deden. We zetten daar dus stappen in. Ik denk dat we daar later nog over komen te spreken.

Intussen heb ik iets gedetailleerdere informatie over de belastingverdragen. Is het de bedoeling dat ik die nu geef, voorzitter?

De voorzitter:

Ik denk inderdaad dat het goed is dat u die antwoorden nog even geeft.

Minister Ploumen:

We zijn met een aantal landen in gesprek, namelijk Egypte, Georgië, India en een aantal andere landen. De verdragen met Ethiopië, Kenia, Zambia, Malawi, Ghana en Oezbekistan zijn getekend of bijna getekend. Er zijn drie landen waarmee we nog niet in gesprek zijn. Dat is niet omdat wij dat niet willen, maar omdat die landen nog niet hebben willen of kunnen reageren. Dat zijn Mongolië, de Filippijnen en Nigeria. Ik zal hierover een update geven in een brief die we toch al van plan waren om te sturen. We werken er dus hard aan.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb een vraag over de orde. Er is voor vanmiddag inderdaad een VAO aangekondigd, maar de minister heeft beloofd dat ze over de precieze verdeling en de inzet van de middelen een brief stuurt. Moet we dat VAO dan wel vandaag houden? Kunnen wij die brief begin volgende week verwachten? Kunnen we het VAO dan niet beter dinsdag of woensdag houden? Ik kijk even naar de eerste aanvrager wat hij handig vindt.

(…)

De voorzitter:

Ik moet toch nog even de gedane toezegging formeel aan u voorleggen om te checken of het allemaal goed is begrepen.

- De Kamer ontvangt een schriftelijk overzicht van de bedragen die het kabinet in 2017 heeft besteed aan noodhulp in de vier crisislanden en de tekorten die er nog bestaan ten opzichte van het totaal benodigde bedrag van 4,4 miljard euro.

We zullen het VAO aanmelden bij de Voorzitter van de Tweede Kamer en dan komt het allemaal goed.

Dank voor uw inbreng. Ook de nieuwe leden dank ik hartelijk voor de kwaliteit van hun inbreng. Als u dit volhoudt, worden dit heel mooie vergaderingen. Ik dank de minister voor haar beantwoording en ik dank iedereen voor de belangstelling.