Bijdrage Ouwehand AO L&V-raad 11 mei 2017


16 mei 2017

Dolfinarium

Voorzitter. Je zegt het niet iedere dag, maar er was echt goed nieuws uit Frankrijk, en niet één bericht, maar wel drie berichten. Het zal de staatssecretaris niet verbazen dat de Partij voor de Dieren wijst op een nogal baanbrekende beslissing die het Franse kabinet heeft genomen, namelijk om een verbod af te kondigen op het fokken van dolfijnen en orka's in gevangenschap. Raakte de staatssecretaris hierdoor ook geïnspireerd? Dacht hij ook dat we dat voorbeeld misschien moeten volgen? Hoe reageert hij op die uitspraak? Zou dit het begin kunnen zijn van het beëindigen van het houden van zeezoogdieren in gevangenschap? Met andere woorden: is hij bereid om in Nederland ook toe te werken naar zo'n verbod?

Landbouwgif

Het andere nieuws dat ons uit Frankrijk bereikte, is dat ook daar de kritiek op landbouwgif enorm groeit. Er wordt gewerkt aan een voorstel om het gebruik van landbouwgif door en de verkoop van landbouwgif aan gebruikers buiten de landbouw, zoals particulieren en terreinbeheerders, te verbieden in heel Europa. Frankrijk neemt daar kennelijk het voortouw in. Is de staatssecretaris bereid om zich te verdiepen in dat voorstel en om het te steunen, mochten de Fransen het ineens opbrengen bij de komende Landbouw- en Visserijraad? Ik herinner hem graag aan de uitspraak die deze Kamer al meermalen heeft gedaan dat in elk geval een Nederlands verbod op het gebruik en de verkoop van landbouwgif buiten de landbouw gerealiseerd moet worden. Het kabinet heeft een meningsverschil met de Partij voor de Dieren over de uitvoerbaarheid daarvan. Wij blijven van mening dat het uitvoerbaar is, gelet op de Europese richtlijnen in hun totaliteit. Het kabinet blijft er echter in hangen. Een pleidooi voor een algeheel Europees verbod zou de minste stap zijn. Dan zijn we af van die nationale discussie.

Walvisjacht

Er is ook minder goed nieuws, uit Noorwegen. Dat heeft besloten om de walvissenjacht nog maar eens een stapje erger te maken. Hiervoor geldt een internationaal moratorium, maar Noorwegen houdt zich daar niet aan. Het maakt het nog net niet zo bont dat het heeft aangekondigd om 1.000 dwergvinvissen te doden, maar Noorwegen gaat in de komende periode wel 999 van die dieren vangen. Dat is een verhoging ten opzichte van het quotum van 880 van vorig jaar. Nederland en de Europese Unie hebben hierin een goede positie. We zijn tegen die walvisjacht en hebben een moratorium gesteld, maar wat kunnen we nog meer doen? Walvisvlees wordt nog steeds via Europese havens doorgevoerd naar onder andere Japan. Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij zich inzet voor een verbod op de doorvoer van handelsvlees via alle Europese havens?

Weidegang

Dan kom ik op de weidegang, waar we zojuist al even over spraken. De Kamer heeft een motie aangenomen waarin zij stelt dat zij wil dat alle koeien die voor melk worden gehouden, uiteindelijk de wei in kunnen. De staatssecretaris heeft een onderzoek naar de mogelijkheden aangekondigd. Dat is een beetje gek, want we hebben al onderzoeken gehad en op basis daarvan heeft de Kamer deze motie aangenomen. De staatssecretaris heeft de onderzoeksopzet naar de Kamer gestuurd; waarvoor dank. Mij valt op dat het onderzoek alleen maar gericht is op de haalbaarheid vanuit de melkveehouderij. Er wordt niet meegenomen wat de voordelen kunnen zijn voor de natuurdoelstellingen, voor het verminderen van het fosfaatoverschot, voor de klimaatdoelstellingen die er nog aankomen en voor het dierenwelzijn. Dat lijkt mij een omissie. Daar komen wij over te spreken als het onderzoek klaar is, maar nu weten de staatssecretaris en de rest van de Kamer alvast dat de Partij voor de Dieren de aanvliegroute te beperkt vindt.

Natuurbeleid

In dat licht wijs ik ook graag op het voorliggende actieplan voor de Vogel- en Habitatrichtlijn. Er lijken wat stappen gezet te worden om die te verbeteren. Dat klinkt leuk, maar de groene maatschappelijke organisaties hebben ook kritiek. Ze wijzen erop dat de aanpak misschien te smal is en -- dit is het cruciale punt -- dat deze de invloed van het gemeenschappelijk landbouwbeleid op onze natuurdoelstellingen gewoon niet adresseert. Kan de staatssecretaris reageren op de kritiek van de groene organisaties? Wat ons betreft hoeft dat niet vanavond, het mag ook schriftelijk. Dan komen we er in een later debat op terug.

Hormoonverstorende stoffen

Tot slot kom ik op de hormoonverstorende stoffen. Daarover blijven we maar in discussie. Er is een nieuw compromisvoorstel van Denemarken. Kan de staatssecretaris ons laten weten hoe hij daarop gaat reageren en ons informeren over de vervolgstappen? Het lijkt er namelijk op dat we toch weer één stap gemist hebben in dit hele proces, maar de Kamer wil echt betrokken blijven bij de voortgang op dit punt.

Interrupties bij andere partijen

De heer De Groot (D66):

Voorzitter. Als ik de brief aan de Kamer lees met daarin het nieuws dat de pulskor het niet gaat redden, heb ik daarover grote zorgen. Daar is door Nederland heel lang aan gewerkt op internationaal niveau en dat zou nu zomaar verloren gaan. Het gaat mij aan het hart dat een innovatie die goed is voor zowel vissers als natuur, ook al kan er nog wel het een en ander aan verbeterd worden, op deze manier door de achterdeur zou kunnen verdwijnen, met alle negatieve gevolgen van dien voor de natuur en de vissers die hierbij betrokken zijn.

In september vorig jaar bleek dat de notificatie voor de fosfaatwetgeving op onverwachte problemen stuitte bij de Europese Commissie. Als ik deze twee zaken met elkaar combineer, zie ik een parallel, namelijk dat Nederland twee keer nul op het rekest heeft gekregen. Dan heb je ook nog de vrije-uitloopeieren. Daar is enigszins goed nieuws over, want de Commissie is daar nu mee bezig. We zitten deze zomer en dit najaar ook midden in de onderhandelingen over de derogatie. Ik maak mij werkelijk zorgen over de vraag hoe Nederland het doet in Brussel. Hoe doen we het politiek? Hoe doen we het ambtelijk? Hoe is het samenspel? Eens waren wij daar een heel invloedrijke partij. Dat is tegenwoordig met 28 lidstaten uiteraard heel lastig. Het is nu lastiger; dat weet ik. Dat vergt dat je je spel, je strategie, en, niet in de laatste plaats, je aanwezigheid in Brussel daarop afstemt. Dat is mijn eerste punt. Mijn vraag is: in hoeverre kunnen we, met het oog op de toekomst, leren van een aantal grote zaken die Nederland heeft verloren dan wel zijn misgegaan? Ik vind dat een heel belangrijk punt. Bij alles wat er misgaat en goed gaat, moet je evalueren en bekijken welke lessen je eruit kunt trekken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik zit hier niet om het kabinet te verdedigen; dat weet het kabinet maar al te goed. Maar ik vind het toch altijd een beetje ingewikkeld als de suggestie wordt gewekt dat de dingen die Nederland niet voor elkaar krijgt, te maken hebben met een te beperkte aanwezigheid van onze bewindspersonen in Brussel. Volgens mij is dat echt niet aan de hand. Het is vaker het geval dat het kabinet met onhoudbaar beleid op pad wordt gestuurd, waar D66 niet zelden zelf om heeft gevraagd.

De heer De Groot (D66):

Het gaat om het samenspel. Het is dus niet uitsluitend tegen de bewindspersoon gericht. Het gaat om het politieke en ambtelijke samenspel, om je vertegenwoordiging daar en om de vraag hoe je het spel speelt. Doen we dat zo effectief dat we daar gaan binnenhalen wat we nodig hebben? Zo onhaalbaar is het niet. Ik kan me niet voorstellen dat de staatssecretaris tevreden is met de resultaten die de laatste jaren in Brussel zijn bereikt, maar als dat wel zo is, dan hoor ik dat graag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dit is toch wel een beetje een fundamenteel punt. Nogmaals: ik sta echt niet achteraan in de rij als er kritiek kan worden geleverd op het kabinet of op het functioneren van een bewindspersoon. Daar zijn wij altijd heel scherp op. Maar ik vind het gewoon raar om te suggereren dat er op ambtelijk niveau en op het niveau van de bewindspersoon zelf te weinig inzet is geweest in Brussel als je daarvoor geen concrete aanleiding of aanwijzing hebt. Ik vind dat echt een beetje een rare debattruc worden voor alles wat we niet binnen hebben weten te slepen.

De heer De Groot (D66):

Het gaat om heel belangrijke onderwerpen voor de natuur en voor de agrosector. Het lijkt me niet meer dan normaal dat als je niet binnenhaalt waarop je had gehoopt, wat je had gedacht of wat het mandaat was, je dat evalueert en bekijkt welke lessen daaruit te trekken zijn.

Mijn tweede onderwerp betreft de brief over weidegang. Wat mij opvalt, is dat het onderzoek heel erg geschreven is vanuit de kosten voor de melkveehouder. Als er één ding is dat ook, wellicht indirect, een meeropbrengst heeft, dan is dat weidegang. Ik heb het dan niet over supermarkten, maar over het imago van Nederland in het buitenland. Waarmee wordt het geld verdiend? Dat is niet omdat we zo intensief of efficiënt zijn, maar dat is omdat we toch een aantal zaken hebben die ons onderscheiden van onze directe concurrenten, bijvoorbeeld Duitsland. Mijn suggestie aan de staatssecretaris is om ook te bekijken wat de extra opbrengst in vooral de internationale markt is van het imago van Nederland en in welke mate weidegang hierin een rol speelt. Die suggestie wil ik graag meegeven om te voorkomen dat we het alleen over extra kosten hebben en daarbij vergeten dat we in Nederland uniek zijn en dat weidegang daarvan een onderdeel is.

Beantwoording staatssecretaris

De heer Van Dam:

Het is een beetje raar om hier het debat te voeren dat ongetwijfeld dinsdag in de senaat gevoerd zal worden, maar goed. De senatoren zullen het amendement gezien hebben dat op voorstel door mevrouw Lodders door deze Kamer is aangenomen, waarin de inwerkingtredingsbepaling afhankelijk is gemaakt van het feit of er zicht is op derogatie op het moment dat de wet in werking moet treden. Dat afwegingsmoment is voorzien aan het einde van dit jaar. Dan moet er ook duidelijkheid zijn over de vraag of we met het fosfaatreductieplan de beoogde reductie van de fosfaatuitstoot daadwerkelijk hebben gerealiseerd. Op basis van de cijfers heeft men kunnen zien dat we op de goede weg zijn, maar dat betekent niet dat we er al zijn. Er zal nog een forse stap gezet moeten worden de komende maanden. Als we doorgaan op de manier waarop we nu bezig zijn, moeten we de beoogde reductie kunnen halen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik schrik een beetje van het enthousiasme waarmee de staatssecretaris zegt dat de uitspraak alleen maar geldt voor de boeren die zaak hebben aangespannen en dat hij nagaat of hij in beroep kan. Dat is natuurlijk zijn goed recht, maar ik zou het hem afraden. Vrijdag krijgen we een brief. De staatssecretaris gaat de uitspraken bestuderen. Dat snap ik, maar volgens de juridische analyse die tot ons is gekomen, kunnen boeren, bijvoorbeeld biologische melkveehouders, die een vergelijkbaar geval hadden als de boeren die de Staat hadden gedaagd, onder dezelfde uitzonderingsvrijstelling vallen als ze bij de staatssecretaris aangeven dat ze aanspraak maken op dezelfde uitspraak. Klopt dat? Ik denk dat we deze boeren, die denken dat die uitspraak ook voor hen geldt, zo snel mogelijk duidelijkheid moeten geven.

De heer Van Dam:

Ik zal de Kamer deze week nog een brief sturen over hoe ik aankijk tegen deze uitspraak en over het in beroep gaan. Ik wijs er nogmaals op dat een dergelijke uitspraak alleen van directe toepassing is op degenen die het kort geding hebben aangespannen. Dat betekent dat de regeling op dit moment gewoon geldt voor alle anderen. Een van de dingen waarop ik zal ingaan in de brief, is de vraag wat dit voor vergelijkbare gevallen betekent. Als we in beroep gaan, en dat ligt voor de hand, is het eerst aan de rechter om zich te buigen over de vraag of de uitspraak in kort geding wel overeind blijft en dus of deze 70 boeren wel worden uitgezonderd van de regeling. Maar goed, ik zal daarop nog ingaan in de brief. Volgende week is er een debat gepland. Dan heeft de Kamer ook de informatie die zij wil hebben.

De voorzitter:

Daarmee hebt u een toezegging, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dank. Ik denk dat het van belang is dat daar zo snel mogelijk duidelijkheid over komt. Kan de staatssecretaris -- ik denk dat hij dit ook bedoelt, maar ik wil dit zo scherp mogelijk krijgen -- dan ook de termijnen schetsen die daarvoor gaan gelden en wat de betreffende boeren in een vergelijkbare situatie in de tussentijd moeten doen? Zij zullen hun dieren immers niet naar de slacht willen sturen als de rechter heeft gezegd dat dat onrechtmatig is omdat de biologische boeren niet voor de overschrijding van het fosfaatplafond hebben gezorgd.

De heer Van Dam:

Ik heb zojuist al gezegd dat de regeling alleen voor de eisers buiten werking is gesteld en voor niemand anders.

(….)

De voorzitter:

Een heel korte, verduidelijkende vraag van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De conclusie is dat het halen van doelen op het gebied van natuur, biodiversiteit, klimaat en dierenwelzijn niet in kaart wordt gebracht. Dat moeten wij er zelf zo meteen, als het onderzoek klaar is, bij concluderen.

De heer Van Dam:

Een van de deelvragen is welke andere voor- en nadelen van de verschillende opties kunnen worden geïdentificeerd. Daarin zullen verschillende aspecten aandacht krijgen, ook gelet op de onderzoekende instanties, die over het algemeen een brede blik hebben. Ik neem aan dat ze dat meenemen. Maar ik zei het al: het onderzoek is niet bedoeld om mensen die twijfelen aan het nut van weidegang nog eens te overtuigen. Volgens mij delen wij die overtuiging breed. De vraag is hoe we ervoor zorgen dat weidegang meer wordt toegepast. Wat is daarbij het meest effectief? Wat zijn de voor- en nadelen van de verschillende beleidsopties die we hebben?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik begrijp dat wel, maar als je uitvoerbaarheid en haalbaarheid in harde termen laat onderzoeken, zou het ook logisch zijn om de andere doelen die we stellen op eenzelfde manier daaronder te scharen, of die doelen nu door dit kabinet of door een volgend kabinet gesteld zijn of voortvloeien uit internationale verplichtingen. Welke bijdrage levert het aan het doel dat dieren hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen? Welke bijdrage levert het aan de klimaatdoelen, aan de beperking van de import van soja? Al die dingen kunnen niet afgedaan worden als halve voordelen, waarvan het leuk zou zijn als we ze zouden halen. Ze moeten net zo hard als de andere kant uit dat onderzoek komen.

De heer Van Dam:

Ik zei al dat een onderdeel van de opdracht is om te onderzoeken welke voor- en nadelen er aan de verschillende opties vastzitten. Daarin kunnen de onderzoekers dit soort aspecten meenemen, maar zoals ik al zei, zijn de voordelen van weidegang vrij evident. We hebben daarover ook uitgebreid gediscussieerd en er was vrij breed overeenstemming over. De vraag was hoe je daadwerkelijk bereikt dat er meer koeien de wei in gaan. Dat is de hoofdvraag van het onderzoek.

Ik kom bij het blokje "varia", bij de vragen die niet in een van de andere categorieën passen. Mevrouw Ouwehand heeft een vraag gesteld over het verbieden van de verkoop van landbouwgif buiten de landbouw. Zij was in dat opzicht zeer enthousiast over het vertrekkende Franse kabinet. Over de Nederlandse inzet hebben Kamer en kabinet vaak gesproken. De beoordeling van stoffen door de EFSA is voor Nederland altijd leidend. Voor het gebruik van middelen buiten de landbouw is de staatssecretaris van I en M verantwoordelijk. Zij heeft daarop ook maatregelen genomen in de afgelopen kabinetsperiode. Zo is er per 16 maart een verbod op het gebruik van verhardingen. Per november 2017 gaat een verbod gelden op het gebruik van alle gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw, met enkele uitzonderingen.

Mevrouw Ouwehand vroeg ook naar het voorstel van Denemarken over hormoonverstorende stoffen. Wij hebben daarover uitvoerig gesproken, ook over mijn beoordeling van het voorstel. Volgens mij is het voorstel dat op tafel lag een stap in de goede richting. Op 8 februari heeft de Commissie nieuwe voorstellen gepresenteerd. Daarover heb ik de Kamer per brief geïnformeerd. Dat voorstel had onvoldoende steun en is uiteindelijk niet in stemming gebracht. Er ligt nu weer een nieuw voorstel. De criteria worden ter stemming geagendeerd in het Europese SCoPAFF (Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed) op 18 en 19 mei. De wijzigingen die zijn aangebracht, zijn in onze ogen een verduidelijking of verbetering van wat er lag. Ze zijn ook in lijn met het standpunt dat ik eerder met de Kamer heb gecommuniceerd. Nederland blijft zich ervoor inzetten dat alle hormoonverstorende stoffen met wetenschappelijke criteria worden geïdentificeerd. Ik heb op dit moment nog geen informatie over het concrete Deense voorstel. Mogelijk komt dat in die vergadering van SCoPAFF aan de orde; dan zullen wij het beoordelen.

(….)

Mevrouw Ouwehand had een vraag over de kritiek van groene organisaties op de natuurdoelstellingen van het GLB, als ik het goed heb. Met de vergroening binnen het GLB is er een belangrijke stap gezet. Wij hebben er vaker met elkaar over gesproken dat de ambitie nog een stuk groter mag. Ook het plattelandsontwikkelingsprogramma levert een bijdrage met het agrarisch natuur- en landschapsbeheer, maar ik ben het met mevrouw Ouwehand eens dat dit nog niet genoeg is. De grootste winst op het vlak van biodiversiteit is, zoals wij ook weten, waarschijnlijk op het platteland te realiseren. Dat is veel meer dan in de natuurgebieden zelf. Ik heb eerder al gezegd dat ik voor de toekomst van het GLB een veel stevigere ambitie wil op het gebied van natuur en landschap en dat ik het ook logisch zou vinden als het toekomstige GLB zich daar meer op zou richten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het is allemaal wel waar wat de staatssecretaris zegt, maar mijn vraag ging over het actieplan Vogel- en Habitatrichtlijn en de kritiek van de groene organisaties daarop. Ze noemen het "een stap vooruit", maar ze hebben ook kritiek, waaronder inderdaad op de invloed van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Kan de staatssecretaris -- dat hoeft niet nu -- schriftelijk reageren op de inbreng van de groene organisaties?

De heer Van Dam:

Dat lijkt me dan het meest efficiënte om te doen. Volgens mij heb ik met wat ik net heb gezegd, wel de vragen van de heer Futselaar hierover beantwoord. Dat is handig.

(....)

Ouwehand:

Ik wil een VAO over de doorvoer van walvisvlees en de ontwikkelingen in Frankrijk over een Europees verbod op landbouwgif. Dat hoeft niet voor de Landbouwraad. Ik wil even de tijd om te bekijken of het nodig is om moties in te dienen. Ik wil dus een VAO en als het niet nodig is, trek ik de aanvraag weer in.