Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad


24 januari 2018

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik begin met de pulsvisserij. De Partij voor de Dieren heeft het altijd al een beetje zwaar gehad met het organiseren van groene oppositie, maar op de een of andere manier is het bij de visserij en onze mariene natuur — de Noordzee is het grootste natuurgebied dat we hebben — nog moeilijker om partijen een beetje mee te krijgen in de noodzaak om de natuur te beschermen. Dat is nog moeilijker dan bij de landbouw. Zelfs partijen als D66, GroenLinks, de Partij van de Arbeid en de SP lijken toch mee te gaan in die kleine stapjes die we dan milieuwinst zouden moeten noemen.

Hoe ging het met de pulsvisserij? Vissen met elektriciteit is verboden in Europa. Dat is niet voor niets. Er is een uitzondering mogelijk op dat verbod, namelijk als er een onderzoeksdoel is gediend. Daar heeft Nederland een ontheffing voor gekregen en dat is best redelijk. Als je een nieuwe techniek wilt uitproberen, dan is dat prima. Maar de noodzaak om echte fundamentele veranderingen in te zetten in het visserijbeleid gaat natuurlijk niet weg met een techniekje waarmee je misschien wel wat brandstofkosten bespaart maar waarbij de effecten op het bodemleven — waar het om gaat — misschien niet eens beter zijn dan bij die zware kettingen. We moeten af van die zware kettingen, die boomkorren. Maar of het onder stroom zetten van kwetsbaar bodemleven nou het alternatief is? De Partij voor de Dieren heeft daar altijd heel grote vraagtekens bij gehad.

Tot onze grote verbazing is hier in de Kamer massaal gebruikgemaakt van de mogelijkheid om die ontheffing voor onderzoek creatief op te rekken. Als het je echt ging om onderzoek, dan was je wel in je eigen wateren gebleven om goed te kunnen vergelijken. We waren daar eerst met de boomkor en nu met de pulskor. Wat zijn de verschillen? Wat deed Nederland in die wateren waar tot dan toe alleen maar kleine schepen van Franse vissers konden komen met bijvangstpercentages van 3% tot 6%? De pulskor zit nog steeds op 50% tot 70%. Wat deden we daar? Hoezo denkt iedereen hier nu te kunnen vinden dat de Europese Commissie in haar dooie eentje dit soort deals kan sluiten met landen? Dat had de Europese Commissie eens met een van de andere lidstaten moeten doen, waarbij hun sector bevoordeeld was. Dan zouden we toch ook niet zeggen: nou ja, het is de Europese Commissie; wij trekken onze handen ervan af? Zo werkt het niet in Europa. Dit valt me echt tegen van de collega's die doorgaans wel aan onze kant staan als het gaat om kritiek op de democratische controle. De Europese Commissie is niet gekozen en je kunt haar ook niet wegsturen. Daarom hebben de lidstaten en het parlement ook iets te zeggen. Waarom zouden we dat nu ineens niet vinden? Waarom mag Nederland in z'n dooie uppie met de Europese Commissie een dealtje sluiten, waar verder niemand meer wat over mag zeggen?

De voorzitter:
U heeft succesvol uitgelokt. Eerst de heer Weverling.

De heer Weverling (VVD):
Ik ga iets zeggen waar mevrouw Ouwehand, denk ik, instemmend op zal reageren. Ik kan me voorstellen dat het niet heel handig is geweest dat we hiermee in Franse wateren hebben gevist. Maar daarnaast heb ik nog wel een andere opmerking. U onderschrijft toch wel dat de zeebodem minder wordt aangetast door de pulskor dan door de boomkor?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, daar is nog onduidelijkheid over. Het zou inderdaad zomaar kunnen dat de bodem niet meer wordt omgewoeld, maar we weten niet wat het effect is van die stroomstoten op met name kleine organismen. Als je een platvis zover krijgt dat hij verlamd raakt in het net, dan kan iedereen zich ook zonder onderzoek voorstellen dat kleinere soorten misschien een groter effect ondervinden van die stroomstoten. Het is niet voor niets dat de garnalenvissers ook in de richting van de minister en deze Kamer zeggen: als er een pulskor is geweest, dan zien wij geen garnalen meer. Dat zijn kleinere dieren.

De voorzitter:
Kort antwoorden graag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
U heeft gelijk, voorzitter. Wij zijn er nog niet van overtuigd dat dit op de lange termijn beter is voor het kwetsbare bodemleven.

De heer Geurts (CDA):
De Partij voor de Dieren heeft als inzet om in Nederland en Europa de vleesconsumptie naar 0% terug te dringen. Geldt dat ook voor vis?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
We zouden eigenlijk de heer Geurts als woordvoerder en promotor voor volledig plantaardig eten moeten inzetten, want hij zegt het altijd en dat is superverstandig. Dat zou erg goed helpen. Het advies van de Gezondheidsraad is om twee keer per week vis te eten, maar dat lukt eigenlijk al niet eens meer met de soorten die nog over zijn. Dan is het meer dan verstandig om in te zetten op plantaardige consumptie, waar we de vissen voor gebruiken. Uit algen kunnen we precies de voedingsstoffen halen die we nodig hebben. We lopen daarmee ook de vervuiling mis, die helaas in de vissen zit vanwege de grote vervuiling van de oceaan, en we kunnen een gezond voedingspatroon volgen.

De heer Geurts (CDA):
Het antwoord is dus ja. Niet alleen de vleesconsumptie maar ook de visconsumptie moet naar 0%. Ik vind het jammer dat mevrouw Ouwehand zich bedient van nepnieuws door te zeggen: verlamd in het net. Ik vind het jammer dat u dat op die manier gebruikt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De Partij voor de Dieren denkt dat het voor het klimaat, de natuur, onze eigen gezondheid en het dierenwelzijn een stuk beter is als we plantaardiger gaan eten. Het CDA pakt dat stokje over en zegt steeds: iedereen moet 100% plantaardig eten. Ik vind het fijn dat de heer Geurts ons daar volledig in steunt. Maar die verlamming is zeker geen nepnieuws. Onderzoek wijst uit dat platvissen opschrikken van de bodem — dat is ook precies de bedoeling — tijdelijk verlamd raken en zo in het net terechtkomen. Lees de rapporten.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nederland heeft hoog spel gespeeld. Nogmaals, iedereen wist ervan. We zien staatssecretaris Dijksma nog zitten toen zij knipogend zei dat dit een proefproject was. We wisten allemaal dat het ging om een ordinaire concurrentieslag. Dan loop je het risico dat je een tik terugkrijgt. Ik ben trots dat mijn collega Anja Hazekamp in het Europees Parlement als enige Nederlandse Europarlementariër heeft gezegd: dit kan zo niet; we gaan niet de ene destructieve techniek, de boomkor, vervangen door de andere. Zij heeft voor dat verbod durven stemmen. Hartstikke goed! Als het Nederland echt te doen was om duurzaamheid, wat de verkoopstrategie is geweest, dan had Nederland wel wat beter zijn best kunnen doen in het aanwijzen van beschermde natuurgebieden op zee. Iedereen kon zien dat niet geloofwaardig was. Als je zegt "we doen dit voor de duurzaamheid" maar je beschermt vervolgens niet de zeegebieden terwijl we dat wel met z'n allen hebben afgesproken, dan is ook dat argument een verhaal waar iedereen zo doorheen prikt. Het was op alle vlakken risicovol, dus dan moet je nu niet huilen. Dat kan wel, maar dan zijn het gewoon krokodillentranen.

Ik kom op het gemeenschappelijk landbouwbeleid. In de stukken lezen we dat er vanaf 2020 bij de herziening wordt ingezet op klimaat en meer duurzaamheid, maar ik herinner de minister en de collega's eraan dat die afspraak al stond. Voor 2020 moet 20% van het budget ingezet zijn voor klimaatactie. Dat is niet gebeurd. Gaat de minister dat alsnog doen?

Over glyfosaat hebben we verschillende debatten gevoerd. Ondanks dat Nederland zich niet uit eigen beweging aansloot bij de groep landen die zei "we moeten echt voorzichtiger zijn met landbouwgif", is het gelukkig beperkt gebleven tot een verlenging van vijf jaar, in plaats van de tien jaar die Nederland wilde. Maar ik doe toch nog een poging.

De voorzitter:
Dat is wel uw laatste punt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja. Verschillende landen hebben een briefje gestuurd aan onze Eurocommissaris, Frans Timmermans. Ik zou aan deze minister willen vragen of ook zij bij de Eurocommissaris wil aandringen op uitfasering. Als we dat in Nederland doen, is het superhandig als we dat ook Europees oppakken. Aangezien ze zegt dat ze wil overgaan op geïntegreerde gewasbescherming, verwacht ik dat ze die steun ook Europees wil uitspreken.

Dank u wel.

+

Interrupties:

De heer Moorlag (PvdA):

Mijn tweede punt, voorzitter, is het GLB. We zitten nog vroeg in het proces, maar het Bulgaars voorzitterschap is nu agendazettend bezig. Ik zie in de brief de passage staan dat het GLB ook moet bijdragen aan de klimaatdoelen. De PvdA-fractie vindt dat wat mager. Ook hier speelt dat een schip van koers moet worden verlegd. Minder directe inkomenssteun, een grotere bijdrage van het GLB aan publieke doelen, reduceren van de ecologische footprint, natuurontwikkeling, de leefbaarheid van het platteland: daar kan niet vroeg genoeg op ingezet worden. Hoe gaat de minister zich daarvoor inzetten, mede in het licht van de beschikbaarheid van minder middelen? Is zij bereid om uit te spreken dat haar inzet gericht zal zijn op die minder directe inkomenssteun en grotere bijdrage aan de publieke doelen?

De voorzitter:
Een moment, want mevrouw Ouwehand heeft een vraag aan u.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zo'n bijdrage is de Partij voor de Dieren natuurlijk uit het hart gegrepen. Zeer terecht zegt de Partij van de Arbeid hier: je kan niet vroeg genoeg beginnen om echt structurele veranderingen ten behoeve van het stoppen van de klimaatverandering in te zetten. Nou wil het geval dat de Europese afspraak al is dat van het huidige EU-budget tot 2020 20% moet worden omgevormd in de richting van klimaatactie. De Europese Rekenkamer heeft halverwege geconcludeerd dat we daar een beetje op achterlopen. Wat denk je? Met name landbouw en visserij lijken niet aan die cijfers te voldoen. De Partij van de Dieren diende een motie in, vroeg het kabinet, de PvdA-staatssecretaris, om bij te plussen en toen was het antwoord: dat gaan we na 2020 doen. Dat vond de Partij van de Arbeidfractie prima. Wat is er dan precies veranderd dat deze minister het wel mag gaan doen van de Partij van de Arbeid, maar dat de eigen bewindspersoon gewoon weg kon komen met de uitspraak "we kijken wel even wat we in 2020 kunnen gaan doen"?

De heer Moorlag (PvdA):
Laat daar geen misverstand over bestaan: de PvdA-fractie heeft altijd ingezet op aanwending van een groter aandeel van het GLB-budget voor publieke doelen. Daar kan geen enkel misverstand over bestaan. Desalniettemin ben je soms ingekaderd in bestaande afspraken. Ik zie nu kansen voor de periode na 2020. Elke mogelijkheid om tot 2020 tot een verschuiving te komen, moet je benutten, maar er komt nu een nieuwe ronde in het GLB. Nu moeten we vol gaan inzetten op een groter aandeel voor de publieke doelen, voor natuurontwikkeling, voor het reduceren van de ecologische footprint en voor verbetering van de leefbaarheid van het platteland. Wat mij betreft, maken we daar een gezamenlijke inzet van.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, maar het probleem is dat toen het kon … De heer Moorlag zei: soms zit je ingekaderd in bestaande afspraken. Die afspraak was er al. De afspraak is al om voor 2020, dus in het lopende budget, 20% van de middelen in te zetten voor klimaatactie. Landbouw voldoet daar niet aan. We hebben twee keer een motie ingediend met het verzoek: laten we dat nu doen. Het is een bestaande afspraak. De Partij van de Arbeid gaf niet thuis, maar doet nu wel een oproep aan de huidige minister. Die steun ik hoor, daar niet van, maar het is wel een beetje gratuit. Ik zou graag willen dat de Partij van de Arbeid hier zegt: we hebben een fout gemaakt en die gaan we herstellen. Ik roep D66 op om niet nu in dezelfde valkuil te trappen: meeregeren en dan ineens "klimaat" laten vallen als een baksteen. Een beetje zelfreflectie graag, zodat ook de nieuwe coalitiepartners kunnen leren van de fouten die de Partij van de Arbeid heeft gemaakt, want dit moeten we niet nog een keer gaan doen voor het klimaat.

De heer Moorlag (PvdA):
Ik vind dat hier wel heel grote woorden worden gebruikt, hoor. Ik vind ook dat die grote woorden hier misplaatst zijn. De PvdA heeft zich, binnen de kaders, binnen de ruimte die er was en is, ingezet voor een andere aanwending van de GLB-middelen. Je kunt misschien wat zuur gaan terugkijken op het verleden, maar het leven wordt gewoon voorwaarts geleefd. Ik roep mevrouw Ouwehand dus op om eens te kijken hoe wij de krachten kunnen bundelen. Ik zie mevrouw Ouwehand wat misprijzend kijken, maar ik meen dat oprecht. Volgens mij zijn onze belangen voor een deel gelijkgericht. U kunt hier de verschillen uitvergroten, maar ik roep u op om de krachten te bundelen.

+

De heer Geurts (CDA):

Een totaalverbod op het gebruik van de puls zal een groot effect hebben op de vissermannen en op de visserijgemeenschap in deze gemeenten. Daarom zou het goed zijn als het Bestuurlijk Platform Visserij ook aan tafel zou mogen aanschuiven bij de minister als dit soort zaken wordt besproken met de visserijmannen, zodat het ook betrokken is bij de voortgang van dit dossier. Is de minister daartoe bereid?

De voorzitter:
Moment alstublieft. Mevrouw Ouwehand heeft een vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik vind dat het CDA hier toch wel een beetje de vermoorde onschuld speelt. Er is sprake van een bestaand verbod. Je mag in Europa niet met elektriciteit vissen. Het CDA was er toch zelf bij toen staatssecretaris Dijksma in 2014 over de zo'n beetje twintig boten die toen voeren op basis van een ontheffing van dat bestaande verbod knipogend — ze zette het niet op zwart-op-wit, maar ze zei het knipogend — zei: mensen, dit is in het kader van een proefproject. En iedereen zat te glunderen, want iedereen had in de gaten dat Nederlandse vissers onder het voorwendsel dat het echt op basis van onderzoek zou zijn, mooi even gebieden in die Franse wateren konden gaan bevissen waar ze eerder, met hun zware boomkorren, niet kwamen. Het CDA had toch wel in de gaten dat daar weerstand tegen was?

De heer Geurts (CDA):
Mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren moet niet aan geschiedvervalsing doen. In 2014 had Nederland op een haar na gewoon de pulskorvisserij binnengehaald. Dat was op een haar na gelukt. Alleen, er waren nog een aantal partijen, ook in het Europese, die zeiden: laten we die onderzoeken nog maar even vervolmaken. Maar toen was er al een heel positieve stemming. Dat heeft er ook terecht toe geleid dat staatssecretaris Dijksma die pulsvergunningen kon organiseren. Maar dat gebeurde wel met toestemming van de Europese Commissie. En dat hoor ik GroenLinks en de Partij voor de Dieren niet zeggen. Het was met toestemming van de Europese Commissie. En ja, het onderzoek naar de pulskor werd verder voortgezet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het CDA kan wel doen alsof het naïef is, maar zo ken ik ze niet, want ze weten heel goed hoe de hazen lopen. En het was ook het CDA dat hier met anderen grote verontwaardiging uitsprak over die blokkades van de Franse vissers. We hebben het hier dus over dat verzet gehad. Dus nu alleen maar zeggen "de Europese Commissie is uiteindelijk overstag gegaan" en doen alsof andere lidstaten geen zeggenschap hebben in deze kwestie, doen alsof het Europees Parlement, waarin inderdaad ook Franse parlementariërs natuurlijk echt wel hebben gezien wat er gebeurd is hun wateren, geen bedreiging was! Het is allemaal genegeerd. Het zou de CDA-fractie sieren als zij daar ook voor uitkwam, dat ze zegt: nou, het was wel een beetje hoog spel dat we gespeeld hebben.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, uw passie is mooi, maar ik ga toch verzoeken om de vragen wat korter te houden. Dan kruip ik weer in mijn strenge rol.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Prima.

+

Tweede termijn:

Minister Schouten:
Ik kijk even of ik de vragen over de puls allemaal heb beantwoord. Ik wil nog graag enkele woorden wijden aan de bijdrage van mevrouw Ouwehand. Zij zei: wij hebben onze bedenkingen bij de puls, wegens het effect op de bodem. Zij heeft gezegd — ik heb de woorden letterlijk opgeschreven — "ik ben daar nog niet van overtuigd". Dat woordje "nog" intrigeert mij wel. Wij zijn nu juist onderzoek aan het doen om te laten zien wat het precies doet. Ik heb al aangegeven dat de pulskorvisserij ook veel voordelen heeft ten opzichte van de originele boomkortechniek, met name op terreinen waarvan ik verwacht dat mevrouw Ouwehand er een groot voorstander van is. Maar zij is "nog" niet overtuigd. Dan komt het goed uit dat wij juist dat onderzoek aan het doen zijn. Een oprechte vraag terug aan mevrouw Ouwehand is: laat zij zich dan wel overtuigen op het moment dat de resultaten van de onderzoeken er straks liggen en daaruit blijkt dat pulskorvisserij veel beter is dan boomkorvisserij? Als dat zo is, zou ik haar willen uitdagen om dat hier ruiterlijk toe te geven en te zeggen: het klopt, wij hebben het niet bij het goede eind gehad en moeten hier eigenlijk toch ruimte gaan creëren voor de pulskorvisserij.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik geef maar meteen even antwoord. Dat zijn eigenlijk twee vragen. Zou het in theorie mogelijk zijn, als je alle effecten bij elkaar optelt en die van de pulskor zet naast de effecten van de boomkor, dat de pulskor minder slecht is? Ja, dat kan ik mij voorstellen. De volgende vraag is wel: vind je dan dat de bedreigde mariene ecosystemen erbij gebaat zijn dat wij overstappen van de boomkor naar de pulskor, of zou een fundamenteler verandering nodig zijn? Je bent dus eigenlijk op twee vlakken op zoek naar antwoorden. Het zou kunnen dat de pulskor minder schadelijke effecten heeft dan de boomkor, maar "alleen een beetje minder slecht" gaat de zee niet redden. Dus dat betekent nog niet dat wij dan enthousiast zullen zeggen: laat dan die hele vloot maar overschakelen.

De voorzitter:
Een interruptie is bedoeld voor een korte vraag en een kort antwoord. Dit wordt een debat tussen twee personen. Ik wil de minister vragen om dat niet te doen en ook mevrouw Ouwehand om dat niet te faciliteren.

Minister Schouten:
Ik houd al op. Ik besef dat dit ook uitlokking van mijn kant was, maar het is wel een oprechte vraag, want nu komt namelijk naar voren dat het voor mevrouw Ouwehand eigenlijk niet zo heel veel uitmaakt of het nu boomkor of pulskor is of wat dan ook. Zij wil gewoon niet dat er gevist wordt. Dan vind ik het wel zo ruiterlijk om dat toe te geven, in plaats van een techniek te betwisten waarmee in mijn visie juist stappen worden gezet in de richting van een situatie die mevrouw Ouwehand misschien niet genoeg vindt, maar die wel die kant opgaat. Dat zou mijn weerwoord daarop zijn en dan zou het fair zijn als mevrouw Ouwehand zegt: ik wil gewoon helemaal niet dat er gevist wordt.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat vind ik dan niet fair van de minister, want zij heeft — en dan word ik ook gemeen — de plicht om de mariene biodiversiteit te beschermen, net zo als de biodiversiteit op het land, trouwens. Wij voldoen niet aan die plicht. In 2010 had de teruggang van soorten al gestopt moeten worden. Dat is niet gelukt. Iedere keer wordt het beleid dat is afgesproken, uitgesteld. Heeft Nederland beschermde natuurreservaten onder water? Nee. Dus zo lang je niet serieus die doelstellingen voor biodiversiteit, waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd, ook een beetje waarmaakt, vinden wij dat je niet van de ene destructieve techniek kunt overstappen op de andere. Dan ligt het echt voor de hand om structureler in te grijpen. Dat is het hele verhaal. En natuurlijk vind ik het voor alle vissen fijn als ze niet worden opgevangen en opgegeten. Dat is niet het officiële voorstel dat de Partij voor de Dieren hier doet.

+

Minister Schouten:
Dan kom ik op de gewasbeschermingsmiddelen. Woordvoerders van verschillende partijen, mevrouw Kröger, mevrouw Ouwehand, de heer Moorlag, hebben gevraagd naar de discussie over glyfosaat. Een aantal landen hebben een brief gestuurd aan onze eigen Eurocommissaris, de heer Timmermans, om dat uit te faseren. Ik heb eind vorig jaar al aangegeven wat mijn strategie is ten aanzien van glyfosaat, namelijk inzetten op meer geïntegreerde gewasbescherming. Dit betekent dat glyfosaat het sluitstuk is in alle stappen die je daarvóór zet, dus preventie en eerst inzetten op niet-chemische gewasbeschermingsmiddelen. Tot slot, als het niet anders meer kan, is er het sluitstuk van de chemische gewasbeschermingsmiddelen. Dat is een pad dat wij nu zelf ook verder aan het uitwerken zijn. Het middel is de komende vijf jaar toegelaten. Dat is een feit en binnen dat kader handelen wij ook. Wij gaan zelf daarop inzetten, maar ik zie nu geen aanleiding om mij aan te sluiten bij andere initiatieven. Ik denk dat wij er nu vooral voor moeten zorgen dat wij zelf hard aan de slag gaan om de goede stappen op dit terrein te gaan zetten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb een VAO aangevraagd, want op dit punt wil ik een motie indienen. Als ik het goed begrepen heb, staat het niet op de agenda van de komende Raad. Dan hoeft het niet vandaag en hoeft er dus niet deze week over te worden gestemd.

De voorzitter:
Ik zal even inventariseren er of andere mensen zijn die misschien wel een VAO willen, maar u spaart het nog even op.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil wel een VAO, maar als ik het goed begrijp, hoeft het niet per se deze week.

De voorzitter:
Dat klopt.