Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad


10 november 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik kan de kritiek op de visserijakkoorden van de SP-woordvoerder onderschrijven en ondersteunen. Ik bouw voort op zijn kritiek. De visserijakkoorden evenals de onderhandelingen erover zijn de Partij voor de Dieren een
doorn in het oog. Er ligt een aangenomen motie over het visserijakkoord met Marokko. Hierin wordt uitgesproken dat Nederland geen steun mag verlenen aan verlenging. Wat zagen we echter gebeuren? Twee commissies in het Europees Parlement hebben tegen het akkoord gestemd en de Europese Commissie scherp terechtgewezen over de manier waarop zij hiermee is omgegaan. Het Parlement kreeg de stukken namelijk pas toen de verlenging van het akkoord al was ingegaan. Ik hoor graag van de staatssecretaris wat de verwerping van het akkoord door het Parlement in de praktijk inhoudt. Hoe nu verder? Wil de staatssecretaris dit onderwerp aankaarten tijdens de Raad? Wil hij de Europese Commissie aanspreken op haar handelwijze hierin? Ik vertrouw erop dat de staatssecretaris vasthoudt aan het uitvoeren van de motie, dus dat ook in het vervolgtraject Nederland geen steun zal verlenen aan de verlenging maar zich daartegen zal verzetten. Kennelijk is er ook een juridische strijd gaande over de bevoegdheden van het Europees Parlement bij dit soort akkoorden. Wat gaat de staatssecretaris daaraan doen? Wat gaat hij erover zeggen? Ik hoop dat de staatssecretaris ervoor zal pleiten dat het Parlement in het vervolg op een correcte manier wordt betrokken bij de visserijakkoorden en dat in dit geval de stem van het Parlement met betrekking tot het akkoord met Marokko alsnog wordt meegenomen in de codecisie en dat dus het akkoord van de baan moet. Graag een toezegging dat de staatssecretaris zich hiervoor sterk zal maken en een bevestiging dat hij blijft zitten op de lijn van de aangenomen motie.

Mijn tweede en laatste punt betreft de bijvangst van walvisachtigen. Er wordt gewerkt aan een integraal bruinvisbeschermingsplan. Wat kunnen we daarvan verwachten? Wanneer komt dit plan naar de Kamer? Heeft de staatssecretaris de dolfijnslachtingen bij de Faeröer al aangekaart, zoals hij in een eerder AO heeft toegezegd? Wat mij betreft liggen daar mogelijkheden. Heeft de staatssecretaris The Cove, de film die ik hem over dit onderwerp heb gegeven, eigenlijk al bekeken?

Interrupties
[...]

Beantwoording door staatssecretaris Bleker: [...] Voorzitter. Er is gevraagd hoe het zit met het Europees Parlement. Het Europees Parlement heeft tegen verlenging van het akkoord met Marokko gestemd. De bal ligt nu bij de Europese Commissie. Die moet besluiten wat te doen. Ongetwijfeld zullen allerlei juristen zich bezighouden met de vraag hoe het op Europees niveau staatsrechtelijk moet worden bezien wanneer het Europees Parlement een dergelijke positie inneemt over iets wat volgens sommigen tot de volledige competentie van de Commissie behoort. Wij zullen in ieder geval de Commissie aanspreken op een snelle en degelijke reactie op dit standpunt van het Parlement. Het standpunt van het Parlement gaat uit van dezelfde kritische uitgangspositie van waaruit wij hebben geacteerd richting de Commissie.

[...]

Mevrouw Jacobi, de heer Houwers en mevrouw Ouwehand hebben gesproken over de bruinvis. Ik kan hen zeggen dat ik echt een bruinvisfan ben geworden. Ga maar met je dochter naar het bruinvisopvangcentrum van het Dolfinarium -- waar ze in het algemeen al
heel goed werk doen maar dus ook met de bruinvis -- en je denkt: goh, dat is inderdaad ontzettend lief spul, die bruinvissen. Mijn eerste indruk is dat het aantal bruinvissen lijkt te groeien als kool. Ik weet dat dit allemaal de vraag niet was, voorzitter, maar ik ben soms geneigd om mijn gevoelens te veel kenbaar te maken. De bruinvis heeft een plek in mijn hart. Op 23 november ontvang ik het rapport over het bruinvisbeschermingsplan. Dat zal vervolgens met een spoedige reactie naar de Kamer toe worden gestuurd.
Dan het punt van de dolfijnenslachtingen op de Faeröer. Ik heb die film nog niet bekeken …

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb nog een vraag over de grienden. Dat zijn ook walvisachtigen, dolfijnen, bij de Faeröer. Ik stelde hier destijds een vraag over omdat er een soort makreeloorlog gaande was tussen de Europese Commissie en als ik mij niet vergis
IJsland en de Faeröer, waarbij werd gedreigd met sancties als men zich niet aan de makreelafspraken hield. Ik neem aan dat wij dus ook wel stevig kunnen optreden over die gruwelijke slachting ieder jaar. Wat is de stand van zaken bij die makreeloorlog? Ik zou het jammer vinden als we de boot missen en helemaal opnieuw over de grienden moeten beginnen. Volgens mij moet het punt nu mee.

Staatssecretaris Bleker: De Commissie komt met een voorstel over de situatie aldaar en over sancties. Wij zullen het punt dat mevrouw Ouwhand benoemt, meenemen in onze reactie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Is er al enig zicht op wanneer dat gaat spelen?

Staatssecretaris Bleker: Nee.

[...]

Blok Landbouw:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Wat mij betreft en wat de PvdD betreft hebben kippenboeren die niet zijn omgeschakeld en die geen gebruik hebben gemaakt van de zeer ruime overgangstermijn, geen licence to produce. Wie niet om is, stopt er maar mee en mag lekker de eigen kosten zelf nemen. Dat zou de houding moeten zijn. Ik ben dan ook uiterst verbaasd over de coulante houding van de heer Dalli. Ik ben benieuwd wat de staatssecretaris gaat doen. Hij heeft altijd namens Nederland gezegd dat 1 januari 2012, 1 januari 2012 is; geen omwegen, niet in eigen land je eieren verwerken tot koekjes met de mogelijkheid -- daar ben ik bang voor -- dat je die kunt exporteren naar andere Europese lidstaten. Per saldo ligt er dan immers gewoon nog steeds legbatterijspul op je bord. Ik krijg graag een reactie van de staatssecretaris die past bij de stoerheid waarmee we hem andere dossiers zien aanpakken. Ik zou die houding graag zien in dit Europees overleg. Dan de labeling van voedsel en veevoer. Er zijn plannen om te komen met ecolabels.
De Partij voor de Dieren vindt het prima om dergelijke labels te plakken op shampoo zonder chemicaliën en op zuinige apparaten. Echter, er wordt nu kennelijk ook over gesproken om deze labels op levensmiddelen, diervoer en aquacultuur te plakken. Daar bestaat echter al een EKO-label voor, dat duidelijk maakt dat het betreffende product biologisch is. Als je er een ander ecolabel op plakt, dat je net even anders schrijft, terwijl niet wordt voldaan aan de biologische standaard, ontstaat er een enorme verwarring. Ik vraag de staatssecretaris dus om er in Europa op te wijzen dat we deze kant niet op moeten. IFOAM (the International Federation of Organic Agriculture Movements) en Bionext hebben hierover al een duidelijk standpunt ingenomen. Dat kan de staatssecretaris zich eigen maken en daarmee kan hij Europa in trekken.

We komen natuurlijk nog te spreken over het gemeenschappelijk landbouwbeleid, maar ik kan nu al zeggen dat de PvdD niets ziet in de huidige plannen en ook niet in de reactie van de staatssecretaris daarop. We vinden dat Olivier De Schutter goede dingen heeft gezegd over het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het is een contradictie ter grootte van 50 miljard met de Europese verbintenissen om landbouw in ontwikkelingslanden vooruit te helpen. Dat is nog eens een constatering! Zolang het Westen hoge subsidies uitkeert aan zijn industriële landbouwers, vreest De Schutter dat het een vergeefse strijd is voor kleinschalige boeren in ontwikkelingslanden. Ik ben bang dat wij het met hem eens moeten zijn. Kan de staatssecretaris deze analyse van de VN-rapporteur onderschrijven? Kan die analyse zijn inzet bepalen in toekomstige debatten?

Interrupties
[...]

Beantwoording door Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Ik begin met de kwestie van de legbatterijen en de kooihuisvesting. Wij vinden dat Commissaris Dalli de voorbereidingen moet starten voor de ingebrekestelling van de landen die daarvoor in aanmerking komen. Ook vinden wij dat het uitstel waarvoor de heer Dalli nu ruimte biedt, maximaal een halfjaar mag zijn. Daarbij hoort dat de eieren op het erf gemerkt moeten zijn en in het land moeten worden verwerkt. De eieren mogen niet worden geëxporteerd uit het betreffende land, ook niet in de vorm van eierpoeder. Van producten waarin eventueel eieren uit legbatterijen zijn verwerkt, zoals shampoo -- denk bijvoorbeeld aan Roemeense eiershampoo -- moeten wij accepteren dat ze nog een halfjaar in andere landen binnenkomen, voor zover daarvan sprake is. Het begint wat ons betreft echter met de ingebrekestelling en een maximale termijn van een halfjaar. Dit zal onze reactie aan de Commissaris zijn als hij aanstaande maandag hierover weer iets
meldt.

Het alternatief is dat de eieren en het voedsel, het eierproduct, gewoon niet op de markt, ook niet op de binnenlandse markt of de verwerkingsmarkt terecht mogen komen in het komende halfjaar. Dat geldt ook voor de kippen; naar ik heb begrepen, gaat het om 15
miljoen kippen. Dit betekent gewoon dat 15 miljoen legkippen vervroegd naar de slachterij gaan en eieren op de stort belanden. Dit zal het geval zijn als je dit in zijn meest extreme vorm doorvoert. Wij zijn voor een heel strenge benadering, maar om voor het komende halfjaar, per direct, voor onze rekening te nemen dat de kippen naar de slacht en de eieren naar de stort gaan, gaat ons net wat te ver. In die zin zijn wij voor een heel strenge overgangsregeling van maximaal een halfjaar.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De VVD wierp voorzichtigjes tegen: wij gaan de kooien hier afbouwen, maar dan worden ze in Polen weer opgebouwd. De heer Van Gerven heeft een punt: daaraan werkt men dan wel zelf mee. Ik heb een pluimveehouder gesproken die zei: ik kan de kooien naar de schroot brengen, maar de Oekraïne geeft net een paar centen meer; dus doe ik dat. Ik vind dat de staatssecretaris daaraan een moreel oordeel zou kunnen verbinden. Het gebeurt niet vaak, maar ik deel de opvattingen van de SGP. Het is chantage. Hoezo zou de enige uitweg zijn om de kippen naar de slacht te brengen? Zonder dat dit een concreet voorstel is, zie ik toch voor me dat degenen die het verbod hebben zien aankomen en daarnaar niet hebben gehandeld, voor de 15 miljoen kippen waarover de staatssecretaris sprak zelf met een oplossing komen die recht doet aan de normen voor dierenwelzijn in Europa.

De voorzitter: Uw vraag is?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat wordt dus een enorm veld met 15 miljoen kippen, waaraan wij kunnen zien: zo schaamteloos gaan wij in Europa met dieren om. Waarom wordt het meteen de slacht? Wat voor precedent zal dit scheppen voor andere afspraken die
wij in Europa maken? Gaan wij dit straks ook krijgen met de zeugen: wij kunnen ze niet in groepshuisvesting onderbrengen, en anders gaan ze allemaal naar de slacht? Ik wil daar niet in mee.

Staatssecretaris Bleker: Volgens mij is er niet echt een vraag gesteld. Er is een stelling betrokken. Er is mij gevraagd om een moreel oordeel vellen, maar dat doe ik niet. Als de Nederlandse overheid dit had willen voorkomen, had zij een saneringsregeling met geld erbij op tafel moeten leggen. Zo nuchter moet je zijn. Dan voorkom je dat de zaak verkocht wordt aan wie dan ook. Nogmaals, als Nederlandse ondernemers die nieuwe investeringen plegen en aan fatsoenlijke huisvesting doen, de kooien op normale basis verkopen, vind ik het ongepast om met het vingertje te wijzen en te zeggen: die 2 of 3 cent extra -- dat kunnen uiteindelijk samen een heleboel euro's zijn -- had je niet mogen vangen. Kom op.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand gaat over haar vragen, de staatssecretaris gaat over zijn antwoord. Ik heb alleen het verzoek aan mevrouw Ouwehand, evenals aan de anderen, om te proberen iets korter te zijn, want anders loopt het een beetje uit. U krijgt nog uw
nabrander, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil nog van de staatssecretaris weten of hij zeker weet dat in Nederland iedereen is omgeschakeld. Als dat niet zo is, als wij in Nederland op 1 januari 2012 nog een bedrijf hebben met een legbatterij, is hij dan bereid om dat bedrijf onmiddellijk te sluiten wegens het illegaal houden van dieren?

Staatssecretaris Bleker: Het is nu 10 november. Voor zover ik weet is er in Nederland een vijf- tot tiental bedrijven die graag per 1 januari 2012 een gerenoveerde of nieuwe kippenschuur zonder kooien hadden willen hebben, maar door lengte van procedures
ondanks tijdige aanvraag, bijvoorbeeld onduidelijkheid over Natura 2000-gebieden en onduidelijkheid over LOG-procedures, procedures voor landbouwontwikkelingsgebieden, nog steeds geen zekerheid hebben over een vergunning. Zulke bedrijven zijn er. Volgens onze schatting -- dit ligt echter met name bij de provincies -- gaat het om vijf tot tien bedrijven. Zij hadden graag al willen bouwen en hebben de vergunning tijdig aangevraagd, maar door exogene factoren is de procedure langer gaan lopen dan redelijkerwijs gesproken had kunnen worden voorzien. Dat klopt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan gaat het dus om het illegaal houden van dieren, want de legbatterij is verboden. Gaat de staatssecretaris deze bedrijven dan sluiten? Hij hoeft bij mij niet met krokodillentranen aan te komen over Natura 2000, want het is dit kabinet, het is het CDA, dat voor die enorme vertraging en die onzekerheid heeft gezorgd. Daar trappen wij dus niet in.

Staatssecretaris Bleker: Het is 10 november, en wij wachten even af hoe de balans eind december is. Dan zullen wij bekijken hoe en wat. Als ondernemers echt alles hebben gedaan in de procedure, als zij tijdig de vergunning hebben aangevraagd en tijdig de
informatie hebben verstrekt, als zij alles en nog wat hebben gedaan en dan door exogene factoren, waarmee je normaal gesproken geen rekening kunt houden, over de termijn van 1 januari 2012 heen gaan, hoort de overheid te bezien of in zo'n geval een hardheidsclausule moet worden toegepast. Dat is ook recht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan wordt staatssecretaris Bleker dus de illegale kippenhouder.

De voorzitter: Hiermee is dit voldoende besproken, denk ik. Ik stel voor dat de staatssecretaris zijn beantwoording vervolgt.

Staatssecretaris Bleker: Toen was staatssecretaris Bleker de illegale kippenhouder. Voorzitter. Mevrouw Ouwehand zei dat ecolabeling op levensmiddelen verwarrend is met het oog op biologische producten. Het is op dit moment verboden om iets ecologisch te noemen als het niet biologisch is. In die zin ben ik tegen ecolabeling.

[...]

Staatssecretaris Bleker: De uitspraken van de heer De Schutter onderschrijf ik niet. Het idee dat het Europese landbouwbeleid nog steeds, ook in zijn nieuwe vormen van de afgelopen jaren, de ontwikkeling van de landbouw- en voedselproductie in de ontwikkelingslanden blokkeert, vind ik echt getuigen van weinig oog voor de ontwikkelingen in de afgelopen twintig jaar. Dit heb ik ook in de brief aan de Kamer tot twee keer toe vermeld. Het is een ouderwets idee. Ik durf wel een andere stelling aan, namelijk de volgende. De investeringen die mede door de publieke sector in de agrisector in Nederland en in Europa zijn gedaan, zijn een zegen. Ze hebben knowhow opgeleverd, bijvoorbeeld over uitgangsmateriaal of teelten. Zo worden droogtebestendige teelten mogelijk gemaakt. Dankzij die investeringen kunnen technieken worden geïntroduceerd en kan er knowhow worden overgedragen. Het is een zegen dat wij dit voor heel veel ontwikkelingslanden kunnen doen.

Tijdens alle handelsmissies die ik tot nu toe heb gedaan naar armere landen, van alle kleuren, of het nu gaat om de Socialistische Republiek Vietnam, om India, om Zuid-Afrika, om Mozambique of om Kenia, wordt door de regeringen en mensen uit het bedrijfsleven steeds één ding als eerste gezegd: help ons op het terrein van landbouw en agrifood, want daarin bent u de beste en is Europa de beste. Dat is toch uitzonderlijk? Men vraagt in al die landen: kom met knowhow uit Wageningen, kom met knowhow uit de glastuinbouw, kom met knowhow uit de melkveehouderij, kom met knowhow over manieren om -- het klinkt een beetje cru -- veilig en effectief te slachten in plaats van op de manier waarop wij het hier nu doen. Men moet mij niet vertellen dat het anders is. Die landen zitten te springen om onze knowhow, onze investeringen en onze tools. Die willen ze dolgraag. Stel je voor dat wij 40 jaar lang niets hadden gedaan aan onze landbouw. Dan hadden wij nu op het niveau van de jaren zeventig gezeten. Dat zou slecht zijn geweest voor de ontwikkelingslanden die nu vooruit willen met hun voedselproductie. Het zou anders zijn als wij tarifaire barrières zouden opwerpen, maar dat is allang voorbij. Dat speelt niet. Wij moeten eens een einde maken aan dat verhaal. Telkens wanneer ik weer een nieuw voorbeeld heb, uit welk land dan ook waar ik op bezoek ben geweest, zal ik proberen mevrouw Ouwehand te overtuigen. Dat gaat niet lukken, hoor ik mevrouw Ouwehand zeggen. Ga eens naar India, zou ik tegen haar zeggen,
om te weten te komen wat de toekomst is van kalveren die daar geboren worden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris daagt mij uit. Hij kan weten dat er een heel ander startpunt is.

De voorzitter: Deze uitdaging moet u maar even weerstaan, mevrouw Ouwehand. Dit moeten wij op een ander moment doen. Wij hebben nog tien minuten. De staatssecretaris vervolgt zijn beantwoording.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik was niet onder de indruk, dat kan ik wel zeggen.

Staatssecretaris Bleker: Nee, dat is mij niet gegeven. Er is overigens wel een moment geweest waarop ik heel veel indruk heb gemaakt, want ik heb begrepen dat u mij een brief hebt geschreven onder de naam van een ander. U mag mij gewoon onder uw eigen naam brieven schrijven. Daar heb ik geen enkel probleem mee. Toen ik wat in het ongerede lag, heb ik ook een kaartje gehad. Gewoon zelf brieven schrijven, dat vind ik veel leuker, met naam en toenaam erbij.