Bijdrage Ouwehand AO MIRT (Rijn­land­route)


28 juni 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. In artikel 21 van de Grondwet is geregeld dat de overheid zorg draagt voor een gezonde leefomgeving. De minister kent dat artikel vast uit haar hoofd, maar de realiteit is dat andere belangen altijd voorgaan. Een gezonde leefomgeving vergt immers langetermijndenken, is minder tastbaar en is een minder harde waarde. Daarvoor zijn er immers geen duurbetaalde lobbyisten met kantoren van drie hoog en honderd werknemers, die voortdurend hun eigen belang onder de aandacht kunnen brengen van de politieke besluitvormers. "Alles van waarde is weerloos", schreef Lucebert. Dat ben ik zeer met hem eens. We zijn aan de grenzen gekomen van wat wij met de leefomgeving in Nederland kunnen doen. We weten dat groen belangrijk is voor het opgroeien van kinderen, voor een gezonde leefomgeving, voor schone lucht en voor beweging. We weten ook dat mensen met groen in hun omgeving minder vaak naar de huisarts gaan, minder hart- en vaatziekten hebben en minder depressief zijn. Het is voor mensen dus fijner en het scheelt ook veel op de begroting voor de zorg. Dat hebben wij laatst in cijfers kunnen zien in een rapport van KPMG.
Het lijkt er echter op dat, als het erop aankomt, zelfs de kleinst mogelijke meerderheid – de helft plus één -- onomkeerbare beslissingen kan nemen die de leefomgeving aantasten. De PvdD doet daar niet aan mee. Beslissingen om ergens een weg aan te leggen, die vaak ten koste van de natuur gaan, worden nooit herroepen, geschrapt of hersteld. Wie het tegenovergestelde beweert, moet maar eens een kijkje nemen in het dossier van de Hedwigepolder. Natuur aantasten is gemakkelijk gedaan, maar wij wachten daar al zeventien jaar op het herstellen van de natuur. Zo gaat het ook met alle andere beslissingen over aantasting van de natuur: eenmaal weg is weg. Dat vraagt dus een veel zwaardere afweging en een veel zwaarder gevoel van verantwoordelijkheid bij de mensen die die beslissingen nemen. Ik vind dat de minister zich daarvan rekenschap moet geven. Eigenlijk vind ik ook dat je het niet kunt maken om met een kleine meerderheid dit soort beslissingen te nemen. Dat zou eigenlijk twee derde moeten zijn. Daar gaat de PvdD hard voor strijden. De minister kan wel raden wat wij vinden van alle asfaltplannen: daar zijn wij tegen. De verbreding bij Amelisweerd, de A13/A16, het doortrekken van de A15 en de Blankenburgtunnel, die gelukkig in de ijskast is gezet, worden allemaal dus niet door de PvdD gesteund.
Een van de belangrijkste punten in dit debat is de RijnlandRoute. Als die weg er komt, is dat een van de duurste stukjes snelweg in Nederland. Er zijn heel veel dingen mis met de besluitvorming. Er zijn voor- en tegenstanders. Leidschendam-Voorburg, Voorschoten, Wassenaar en Zoeterwoude zijn voor de Churchill Avenue; dat wordt daar dus nog leuk. Alleen Katwijk en Leiden zijn voor Zoeken naar Balans. Ik heb van de minister begrepen dat de bijdrage van het Rijk verbonden was aan de voorwaarde dat er voldoende draagvlak zou zijn. Als er nog zo veel discussie is en als slechts vier van de zes gemeenten voor de gisteren door de provincie gekozen variant zijn, welke consequenties verbindt de minister daar dan aan?
Ik ben vanmorgen nog in de wijk geweest. De tranen springen je werkelijk in de ogen als je de hele wijk nu ziet, in het toch al dichtbebouwde gebied in Leiden. Ik woon er zelf; niet in die wijk, maar ergens anders in Leiden. Veel groen is er niet. Je moet het al hebben van de laatste paar snippers die er zijn. Als daar dan nog een weg komt, betekent dat heel veel voor de mensen die daar wonen, en niet in positieve zin.
Er zijn ook grote bezwaren met betrekking tot de natuur. Daar hebben we met staatssecretaris Bleker heel veel discussies over gehad bij de behandeling van de decentralisatieplannen van dit kabinet. We leggen het natuurbeleid in handen van de provincies, maar op basis van de eindverantwoordelijkheid voor de internationale verdragen die Nederland heeft ondertekend, onder andere het Verdrag van Bern en het Biodiversiteitsverdrag, heeft de rijksoverheid de eindverantwoordelijkheid voor de bescherming van bedreigde diersoorten. Het gaat in dit geval om een gruttogebied. Het gaat niet goed met de grutto, ook al denkt staatssecretaris Bleker het tegenovergestelde omdat hij dat toevallig van zijn buurman had gehoord. In dit gebied zit nog een relatief groot aantal broedparen. Hoe denkt de minister om te gaan met de eindverantwoordelijkheid voor de bescherming van de bedreigde diersoorten die op de lijsten staan? En hoe denkt de minister over het schrappen van de ecologische hoofdstructuur en de verbinding daartussen? De m.e.r. stelt duidelijk dat de laatste belangrijkste ecologische verbinding tussen het duingebied en het Groene Hart wordt doorsneden, terwijl die verbinding deel uitmaakt van de ehs. Die verbindingszones zijn belangrijk voor het nakomen van onze internationale natuurverplichtingen.
Ik heb al gezegd dat procedureel niet aan de voorwaarden is voldaan. Het lijkt mij dat de minister vandaag geen groen licht kan geven met steun van de Kamer. Ik heb ook andere kritische geluiden vanuit de Kamer gehoord. Iedereen heeft wel wat vraagjes, al dan niet ingegeven door de wens om aan een aantal kiezerswensen tegemoet te komen. Ik weet dat VVD-Kamerlid mevrouw Neppérus in Voorschoten woont. Zij is op Twitter voortdurend kritisch over deze variant en ik heb de VVD-fractie nu horen zeggen dat daar nog wel naar gekeken moet worden. Zelfs de CDA-fractie had nog wel wat vragen. De PVV plaatst ook nog wat vraagtekens. Ik zou dus graag de toezegging van de minister krijgen dat nu in ieder geval niet kan worden overgegaan tot een onderstreping van de beslissing van de provincie.
Er zijn verschillende vragen. Ik geef eerlijk toe dat er ook verschillende aanvliegroutes zijn. Iedere fractie heeft vanuit haar eigen perspectief nog wel wat kanttekeningen. Voor ons geldt dat wij helemaal geen extra verbinding willen. Ik zie al helemaal gebeuren dat de aanzuigende werking tussen de A4 en de A44 nog meer verkeer op gang zal brengen. Zo'n route zal het sluipverkeer -- waar kan ik er even snel doorheen jassen? -- alleen maar bevorderen. Er zijn ook grote vragen over de prognoses waarop de beslissing is gebaseerd. Alleen dat vraagt al om een nadere studie. Het allerbelangrijkste is dat er in deze Kamer volgens mij nu geen meerderheid te vinden is om nu te kiezen voor het door de provincie genomen besluit. Het gaat om 1 mld. Me dunkt dat er wel belangrijkere zaken zijn om geld aan te besteden dan dubieuze projecten waar geen draagvlak voor is. Ik zou het mooi vinden als de minister op haar verjaardag kan zeggen: inderdaad, we slapen er nog een nachtje over; nu geen groen licht voor de RijnlandRoute.

De heer De Jong (PVV): De PvdD wil helemaal geen aanleg van een route. De PVV-fractie wil wel dat de RijnlandRoute wordt aangelegd, omdat er files staan. Die files kosten klauwenvol met geld. Heeft de PvdD een financiële dekking om de kosten van die files te compenseren?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er is een verschil tussen zo ongeveer alle partijen en de Partij voor de Dieren. Bij de andere partijen is sprake van: grijze massa, kortetermijndenken, kijken naar de probleempjes op dit moment en niet meer dan vijf centimeter vooruitkijken. De PvdD beseft juist dat echte oplossingen langetermijnoplossingen moeten zijn. We kunnen heel veel dingen niet. De heer De Rouwe zei dat de wereld dan helemaal mooi wordt. Nee, de wereld is niet maakbaar, maar kan wel kapot. De grenzen van wat wij onze leefomgeving kunnen aandoen, zijn bereikt. Die grenzen moet je bewaken. Ik denk dat zelfs bij de PVV de mensen slim genoeg zijn om te kunnen zien dat er ook andere instrumenten zijn om fileproblemen op te lossen. We kunnen meer thuiswerken, we kunnen investeren in het openbaar vervoer, we kunnen met fietspaden het fietsen stimuleren en we kunnen onze samenleving op andere manieren inrichten. Asfalt is niet de oplossing.

De heer De Jong (PVV): De PVV-fractie is zeker slim, want er is aangetoond dat investeren in openbaar vervoer veel minder efficiënt is dan investeren in bijvoorbeeld asfalt. Dat is gewoon een feit, maar ik heb nog steeds geen antwoord gekregen op mijn vraag. Files kosten per jaar miljarden euro's. In bepaalde gebieden kosten zij honderden miljoenen euro's per jaar. Niet alleen in dit geval, bij de RijnlandRoute, maar bij elke aanleg van welke weg dan ook zegt de PvdD dat zij die aanleg helemaal niet wil. Een file kost echter heel veel geld. Heeft de PvdD daar een financiële compensatie voor? Hoe gaat zij dit oplossen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat zei ik zojuist: je kunt files oplossen door de inzet van een combinatie van andere instrumenten. De PVV heeft alleen het zelfbedachte dogma dat investeren in openbaar vervoer niet voldoende oplevert. Dan kijk je slechts naar een fractie van wat er allemaal nodig is. Files kosten geld, maar ook gezondheid kost veel geld. Ik vind het schandalig dat je het op die manier moet beredeneren om hiervoor überhaupt een luisterend oor te krijgen bij andere partijen. Mensen die gebruikmaken van de zorg -- het is al erg dat zij ziek worden dankzij de PVV -- … Ik neem de term "Q-koorts" terug, want die ligt mij op de tong, maar we weten dat het aantasten van de leefomgeving …

De heer De Jong (PVV): Dit kan echt niet. Dit is schandalig.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, ik geef de heer De Jong de mogelijkheid om een reactie te geven, want dit is uitlokking.

De heer De Jong (PVV): Het is schandalig dat de PvdD aangeeft dat de PVV ervoor zorgt dat mensen ziek worden. Ik vraag de PvdD nu om dit terug te nemen, want dat is een schandalige opmerking. Dit kan echt niet. De Q-koorts werd genoemd. Hoe haalt zij het in haar hoofd? Ik geef daarbij aan dat files heel slecht zijn voor de gezondheid. Je moet de files dus oplossen. Dat doe je niet door voor elke weg te gaan liggen. Ik vraag de PvdD hier nu om dit terug te nemen, want dit kan echt niet.

De voorzitter: Ik wil even een punt van orde maken, want ik vind niet dat de verschillende politieke partijen dit soort opmerkingen tegen elkaar moeten maken. Een feitelijke inbreng is goed, maar ik vind dat dit soort opmerkingen tegen elkaar absoluut niet kan.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Mag ik een ordevoorstel doen?

De voorzitter: Uiteraard.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Dit is een persoonlijk feit. Ik snap dus wel dat de heer De Jong daar even op reageert, maar het is niet de bedoeling dat je vervolgens een heel inhoudelijk betoog houdt. Dat is een beetje misbruik van het persoonlijk feit.

De heer De Jong (PVV): Nou ja, wat is dit nou weer?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zal zeggen waar mijn ergernis vandaan kwam. De PVV lijkt het alleen over de centen te hebben en wil op geen enkele manier onderkennen dat aantasting van het groen ook kosten oplevert. Ik zei nog dat ik de Q-koorts maar even niet noemde, maar dat heb ik wel gedaan. De heer De Jong is daar erg door geïrriteerd. Dat begrijp ik wel, zeker gelet op de positie van de PVV in dat dossier.

De voorzitter: Ik verzoek u nogmaals om terug te gaan naar de inhoud.

Mevrouw Ouwehand (PVV): Mijn antwoord is dat aantasting van groen een reële stijging van de zorgkosten betekent, nog even los van het feit dat het schandalig is dat je dit mensen en kinderen zou willen aandoen. De PVV wil niet eens ingaan op die stijging van de zorgkosten. Ik vind het echt misselijkmakend.

De heer Aptroot (VVD): Ik vind dat wij niet met elkaar moeten omgaan zoals mevrouw Ouwehand nu doet. Ik zou een excuus voor die uitglijder dus royaal vinden. Zo hoort het en dan is het over. Ik vraag haar wel of zij beseft dat uit de stukken over de RijnlandRoute blijkt dat het verkeer met vele tientallen procenten afneemt op een heleboel bestaande trajecten, waar ook allerlei mensen wonen. Dat geldt in de stad Leiden, op de N44 en voor wegen door Voorschoten. Daar is een forse ontlasting. Dat moet je allemaal afwegen. Ik heb er geen moeite mee dat iemand tegen zo'n weg is, maar laten wij wel een beetje fatsoenlijk met elkaar praten en eerlijk zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, u vergeeft het mij vast dat ik een beetje moet lachen als ik vanuit de VVD-fractie hoor dat de PvdD nu een excuus moet maken vanwege het noemen van de Q-koorts, terwijl de overheid met steun van de VVD weigert om met betrekking tot de Q-koorts ook maar een begin te maken met "het spijt me" zeggen. Dat ga ik dus echt niet doen.

De voorzitter: De discussie gaat over de vraag of het binnen de orde valt dat u dit soort opmerkingen maakt, tegen welke partij dan ook. Ik vind als voorzitter dat dit gewoon niet kan. Op inhoud kun je elkaar bestrijden, maar je kunt dit soort opmerkingen niet maken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar neem ik notie van. De term is gevallen. Ik zei daarbij dat ik maar niet begon over de Q-koorts. Dat heb ik wel gedaan. De heer De Jong heeft de gelegenheid gekregen en genomen om daar uitgebreid op in te gaan, maar het irriteert mij mateloos dat bij aantasting van het groen en het laten prevaleren van economische belangen geen rekening wordt gehouden met wat dat betekent voor de gezondheid van mensen en voor de daarbij horende kosten.

De voorzitter: U hebt uw punt gemaakt. Nogmaals: dit is niet de manier waarop wij met elkaar debatteren. Ik stel voor dat u uw betoog vervolgt en dan graag op basis van inhoud.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik was klaar.

De heer Verhoeven (D66): De PvdD doet mij de laatste tijd steeds meer denken aan de PVV: jullie lopen weg uit vergaderingen en gebruiken steeds grotere woorden om nog enigszins in de aandacht komen, maar jullie zijn voor geen enkele rede meer vatbaar. Is er een scenario denkbaar waarin de PvdD de aanleg van een weg op basis van een berekening zou steunen? Of bent u altijd tegen elke vorm van het aanleggen van een weg?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit is interessant. De socioloog Willem Schinkel heef gezegd dat alle partijen min of meer D66 zijn, behalve de PvdD. Dat maakt inderdaad het verschil duidelijk. Wij opereren vanuit de wetenschap dat de grenzen van wat wij onze aarde kunnen aandoen, zijn bereikt. Wij zeggen dus: niet nog een stap vooruit, zoals D66 wil. D66 is wel een beetje voor natuur, maar als het anders moet, doet D66 toch maar asfalt. Wij zeggen: nee, geen asfalt, maar op een andere manier gaan kijken. Wij willen dus ook uw partij ertoe dwingen om de andere instrumenten serieuzer te nemen. In ons verkiezingsprogramma staat dat er geen centimeter meer van de natuur af gaat, behalve bij zeer hoge uitzondering; dan moet er sprake zijn van een aantoonbare verbetering van de duurzaamheid op lange termijn. Daarmee mag het antwoord gegeven zijn.

De heer Verhoeven (D66): Dat is helder. Eigenlijk zegt u dus dat de PvdD een soort tegenpartij is en altijd tegen dit soort dingen is om andere partijen scherper te houden. Dat is dus de rol van de PvdD. Dat is hartstikke mooi. U kent de D66-slogan: "En nu vooruit". Ik bied u bij dezen een slogan aan die misschien geschikt is voor de komende tijd: "En nu achteruit".

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik waardeer dit soort campagneadviezen natuurlijk zeer, maar …

De voorzitter: Als ik u mag onderbreken: ik heb geen vraag gehoord. U hoeft hier dus niet op te reageren. Er wordt u iets aangeboden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil er heel graag op reageren.

De voorzitter: Dan heel kort, want we lopen intussen uit de tijd. Ik neem aan dat mevrouw Wiegman ook haar inbreng nog wil leveren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Uiteraard en ik wil haar daar ook alle gelegenheid voor geven. Ik waardeer het zeer dat D66 mij van campagneadviezen voorziet. Als de heer Verhoeven het niet erg vindt, leg ik die adviezen echter naast mij neer. Als je met z'n allen aan de rand van de afgrond staat, is het heel onverstandig om te zeggen: en nu vooruit. Dan is het juist veel wijzer om te zeggen: laten wij even stilstaan, een stap opzij doen of een stap achteruit doen. Dat is eigenlijk de enige veilige stap vooruit.

Interrupties bij andere partijen

De heer Verhoeven (D66):
[…] Tot slot een algemene opmerking over burgerinitiatieven. Ik heb enorm veel respect voor de mensen achter de Churchill Avenue. Dat zijn professionals en burgers die allemaal een baan en een gezin hebben, maar toch offeren zij containers vol tijd op voor hun idee om de omgeving er beter uit te laten zien en een betere vorm te geven. Desondanks hebben zij te maken gehad met een negatieve grondhouding en met weerstand van ambtenaren en het bestuur. Dit is niet het enige burgerinitiatief dat daar last van heeft. Dat is echt onaanvaardbaar. Mensen die een initiatief nemen, verdienen geen ambtenaren, bureaucraten en bestuurders die hen tegenwerken. Dat moet echt afgelopen zijn. In die zin is in dit land nog heel veel verbetering nodig. In plaats van dat Rijkswaterstaat en de provincie meedenken over hoe de variant kan worden verbeterd, worden er steeds nieuwe en soms ook ongefundeerde argumenten tegen de voorstellen ingebracht. Deze
burgerinitiatieven krijgen op deze manier geen serieuze kans om zich daartegen te verweren. Dat vind ik echt teleurstellend. Dat moet beter. Bij de afronding van dit debat in de plenaire zaal zal ik volgende week daarom een motie indienen waarin de minister wordt gevraagd om een protocol op te stellen om op een positieve wijze om te gaan met burgerinitiatieven, zodat dit soort situaties in de toekomst wordt voorkomen.

De voorzitter: Ook u blijft keurig binnen de tijd. Mevrouw Ouwehand wil u nog interrumperen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben blij dat ik het verhaal helemaal heb afgewacht, want volgens mij maakt D66 deel uit van het provinciebestuur en onder andere ook van het gemeentebestuur in Leiden. Die besturen zijn kennelijk niet zo netjes omgegaan met dit burgerinitiatief. Dat sluit goed aan bij mijn vraag: hoe fundamenteel zijn de principes en de idealen van D66? Ik weet dat D66 werkt aan een initiatief Mooi Nederland, voor een betere bescherming van de natuur, maar ik heb de woordvoerder van de D66-fractie in de Tweede Kamer slechts zijdelings vragen horen stellen over de natuur. We weten onder andere dat
de RijnlandRoute, zoals de provincie die nu -- met D66 -- heeft goedgekeurd -- zeer nadelig
zal zijn voor de grutto. Het gaat niet goed met de grutto. We weten ook dat de belangrijkste
ecologische hoofdstructuurverbinding tussen het duingebied en het Groene Hart wordt
doorsneden. Verbindt D66 daar harde consequenties aan? Of vindt D66 dat het met het
initiatiefwetsvoorstel waaraan D66 werkt, eigenlijk hetzelfde gaat als nu: als we andere
belangen zien, zijn die toch belangrijker dan de bescherming van onze laatste natuur?

De heer Verhoeven (D66): D66 vindt de grutto bij uitstek een belangrijk dier, maar D66 is ook een partij die bredere afwegingen maakt dan alleen op basis van het belang van één dier, in dit geval de grutto. Ik wil daar geen grapjes over maken, want de grutto is heel belangrijk. Er zijn echter ook heel veel mensen die uren in de file staan: ondernemers, werknemers van bedrijven, mensen die hun familie willen bezoeken, ouderen die uit hun isolement willen komen en even op bezoek willen bij een vriend of vriendin, loodgieters of tegelzetters die naar klanten moeten. Werknemers en werkgevers verliezen ontzettend veel uren omdat zij vaststaan. D66 kijkt niet alleen naar de grutto, maar maakt een totaalafweging op basis van allerlei verschillende belangen, inclusief de manier waarop wordt omgegaan met de democratische mogelijkheid van een burgerinitiatief. Uiteindelijk maken wij een afweging. Wij zijn ons ervan bewust dat wij met die afweging niet altijd iedereen tevreden kunnen stellen en dat wij soms ook moeten handelen ten koste van een bepaald belang. Zo gaat het nou eenmaal als je in de politiek op verschillende plaatsen actief bent. Ik ben mij ook bewust van onze positie in Leiden en in de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Wij zijn een partij die dit land wil besturen om het land zo goed mogelijk te maken. Daarbij moeten wij afwegingen maken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik begon niet over de mensenbelangen, want ik wilde expliciet weten hoe D66 tegen de natuur aankijkt. Ik ben vanmorgen nog in die wijk geweest en mensenbelangen houden ook in dat kinderen gewoon buiten willen spelen en recht hebben op gezonde lucht en op voldoende groen in hun omgeving om gezond op te groeien. Op het punt van mensenbelangen staan wij volgens mij dus aan de goede kant van de streep en D66 misschien niet. Ik stelde mijn vraag omdat de natuurwoordvoerder van D66 grote woorden sprak tegen de heer Bleker. Daar was ik het van harte mee eens: bedreigde diersoorten zijn al beschermd in de wet. Nu zegt D66 echter eigenlijk: als het erop aankomt, praten we gewoon Henk Bleker na, want dan maken wij een andere afweging. De feitelijke bescherming van de natuur is voor D66 dus helemaal niet zo hard. Als het erop aankomt, zet D66 een streep door de ehs en door de bescherming van met uitsterven bedreigde diersoorten en verbindt D66 daar geen harde consequenties aan. Is dat wat wij hier moeten concluderen?

De voorzitter: Dat laatste is een vraag. Ik wilde net zeggen dat ik geen vraag hoorde. Mijnheer Verhoeven, wilt u kort op de vraag reageren?

De heer Verhoeven (D66): Voordat ik op de vraag van mevrouw Ouwehand reageer, heb ik een punt van orde. U bent de voorzitter. U staat voortdurend ellenlange vragen toe om vervolgens tegen de beantwoorder te zeggen dat er kort moet worden geantwoord. Aan dat spelletje wil ik niet meedoen. Of je stelt een korte vraag en je krijgt een kort antwoord of je stelt een lange vraag en je krijgt een lang antwoord. Dat zijn wat mij betreft de twee smaken.

De voorzitter: U mag kiezen of u de vraag wilt beantwoorden. Ik geef u gelijk, want de vragen zijn aan de zeer lange kant. Ik zou graag kortere vragen horen. Dat is dus een goed punt, maar kiest u ervoor om de vraag te beantwoorden of niet?

De heer Verhoeven (D66): Om de tijd weer in balans te brengen, zal ik een kort antwoord geven. Mevrouw Ouwehand hield een ellenlang betoog met een zeer vooringenomen mening over de positie van D66 over de natuur en zij vroeg of dat correct was. Ik antwoord daarop: nee, dat is niet correct.

[…]

De heer De Jong (PVV):
[…] Een tweede combinatiepakket waar al jaren veel discussie over is, heeft betrekking op de RijnlandRoute en de RijnGouwelijn of het HOV-net Zuid-Holland-Noord. Wat ons betreft, had de RijnlandRoute er allang moeten liggen, maar omdat dit ook weer zo'n combinatie is, kan dit alleen als er een ov-lijntje wordt aangelegd waar niemand op zit te wachten. Wij vragen de minister om de RijnlandRoute zo snel mogelijk aan te leggen. Er is al 30 jaar discussie. Volgens mij is de RijnlandRoute 40 jaar geleden op een kaart gezet. Er zijn dus al heel wat nachtjes overheen gegaan. We moeten nu aan de slag en er moet nu een beslissing worden genomen. Ik hoop dat de minister dat straks in dit debat zal bevestigen. Er zijn al vragen gesteld over de btw. Ook wij willen graag van de minister weten hoe het precies zit met de btw met betrekking tot infrastructurele projecten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben een beetje bang dat de PVV hetzelfde trucje gaat doen als bij de aanbesteding van het openbaar vervoer. Hoe kan het nou dat de PVV in de provincie het besluit over de RijnlandRoute niet heeft gesteund en dat wij hier in de Tweede Kamer van de woordvoerder horen dat de minister het besluit moet steunen? Is dat niet een beetje wat de heer Wilders de heer Rutte gisteren verweet, namelijk twee gezichten om de kiezers zo veel mogelijk te paaien en uiteindelijk toch, zonder dat het al te veel opvalt, de hardwerkende Nederlander in de Stevenshof gewoon in de stront te laten zakken?

De heer De Jong (PVV): Dat slaat natuurlijk tien keer helemaal nergens op. De PvdD wil helemaal geen aanleg van welke weg of tunnel dan ook. Al die mooie praatjes over varianten slaan dus tien keer nergens op. De PvdD wil helemaal niets. Zij wil gewoon dat de hele regio vol staat met files. Dat is lekker goed voor het milieu, zou ik zeggen. Niet dus; wij kiezen ervoor om die files aan te pakken. En wat democratie betreft: het kan gebeuren dat een plaatselijke fractie in de regio aangeeft dat zij een bepaalde variant wil. De minister heeft ook aangegeven dat die keuze tussen de varianten aan de regio is. Als landelijke PVVfractie zeggen wij dat er gewoon een RijnlandRoute moet komen. Als je de twee varianten naast elkaar legt, is het qua kosten lastig om voor die ene mooie tunnel te gaan, maar er is ook het HOV-net. We zouden dus bijvoorbeeld kunnen voorstellen om dat HOV-net niet te doen en het geld aan die variant te besteden. Als de PvdD dat wil, is daar altijd over te praten, maar de PvdD moet niet net doen alsof er, als het aan haar ligt, sprake is van een keuze tussen varianten. De PvdD wil namelijk helemaal niets.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer De Jong heeft mijn inbreng alvast goed samengevat: wij willen dat inderdaad helemaal niet. Ik stelde hem echter een vraag, mede door het gloedvolle betoog van de heer Wilders, gisteren in de plenaire zaal. Hij verweet de ministerpresident dat hij een soort Jekyll en Hyde is, maar ik zie de PVV precies hetzelfde doen: aan de ene kant zegt de PVV in de provincie dat zij die variant niet wil -- dan kun je tegen de kiezers in de Stevenshof zeggen dat je je heus wel hebt verzet -- maar aan de andere kant zet de PVV, als het erop aankomt, gewoon een kruisje.

De voorzitter: Dat is dezelfde vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het was een vrij lang antwoord, omdat de heer De Jong begon over dingen waar ik niet naar had gevraagd. Ik wil hier de erkenning dat er sprake is van een "tweegezichtenpartij".

De voorzitter: Als ik u mag onderbreken: ik heb de indruk dat de heer De Jong uw vraag al heeft beantwoord. U stelt de vraag nu nogmaals. Ik geef de heer De Jong kort de gelegenheid om hetzelfde antwoord misschien samen te vatten, maar hij heeft uw vraag echt beantwoord.

De heer De Jong (PVV): Wij verzetten ons niet tegen de RijnlandRoute. Sterker nog: die moet er gewoon komen, en zo snel mogelijk. Er is al 30 jaar discussie over en wij moeten die knoop nu doorhakken. Wij komen de kiezers dus juist ontzettend tegemoet. Er moet een oplossing komen voor de problemen met de doorstroming. Daar is de RijnlandRoute ontzettend goed voor. Van het verwijt van "twee gezichten" klopt natuurlijk helemaal niets. Wij zeggen juist: als de regio gaat over de varianten, moet de regio vooral gaan over de varianten. Wij gaan over de vraag of de RijnlandRoute er wel of niet moet komen. Wij zeggen: ja, de RijnlandRoute moet er komen. Als hier een discussie ontstaat over hoe wij eventueel een van die twee varianten gaan financieren, wijs ik er nogmaals op dat je, als je stopt met die HOV-lijnen, de mogelijkheid hebt om een tunnel te realiseren. Dat is echter een andere discussie. Wij kiezen er gewoon voor dat de RijnlandRoute moet worden aangelegd. Dat is wat wij zeggen.

Beantwoording door de minister van Infrastructuur en Milieu

Minister Schultz:
[…] ver de RijnlandRoute zijn natuurlijk veel vragen gesteld. Dat is zeer actueel, omdat de provincie daar gisteren een besluit over heeft genomen. Af en toe kreeg ik het gevoel dat mij werd gevraagd om een ander tracé te ontwikkelen, maar ik benadruk dat dit een provinciaal project betreft waaraan wij van rijkswege een bijdrage geven. Dat doen wij op basis van diverse elementen van het kader op basis waarvan wij altijd werken: wat draagt het bij aan een oplossing van de verkeersproblematiek en wat draagt het bij aan de robuustheid van het wegennet?
Er is gevraagd hoe ik aankijk tegen de besluitvorming in de Provinciale Staten en de daar aangenomen moties. Het is natuurlijk besluitvorming door de Provinciale Staten. Ik heb begrepen dat de gedeputeerde de moties heeft overgenomen en dat de moties ook passen binnen het bestaande budget. Ik vind dus dat ik als minister geen rol heb om over die moties iets te zeggen. Het feit dat zij volledig zijn overgenomen door de gedeputeerde, geeft echter al aan dat zij serieus worden genomen door de partij die daar ook echt mee aan de slag moet. Ik heb begrepen dat de gedeputeerde nader onderzoek zal doen naar aanleiding van de moties, inclusief een quick scan naar aanleiding van een motie over een onderzoek naar de boortunnel bij Voorschoten. Ik sta daar ook positief tegenover.
Ik snap heel goed dat elke nieuwe weg die wordt aangelegd om een ontbrekende schakel te realiseren, ook nadelen heeft, want je gaat altijd door het bestaande gebied heen, of dat nou groen is of grijs, omdat daar gewoond wordt. Dat levert natuurlijk altijd problemen op. Daarom is het bij dit soort wegen extra belangrijk om ervoor te zorgen dat je datgene wat je aan inpassing kunt doen, zo goed mogelijk vorm geeft. Verscheidene partijen, van rechts naar links, hebben daarom gevraagd om dit in ieder geval zo goed mogelijk vorm te geven. De provincie heeft 100 mln. extra budget beschikbaar gesteld voor inpassingen van de weg. Naar ik heb begrepen, is ongeveer 25 mln. daarvan nog niet precies ingevuld. Ik denk dat dat de mogelijkheid geeft om samen met Voorschoten goed te bekijken hoe die inpassing zo goed mogelijk moet gaan plaatsvinden. Wie weet kan de provincie de constructie gebruiken die wij kennen: als je een goede aanbesteding hebt, kun je vervolgens besluiten om ook het budget dat je overhoudt, te gebruiken voor inpassing of andere verzachtende maatregelen.

[…]
Er is gevraagd of ik bereid ben om toch nog een keer naar de andere tracés te kijken. Mijn antwoord daarop is: nee, want die afweging is aan de provincie. Gisteren heeft een meerderheid van de Provinciale Staten -- niet een zeer kleine meerderheid, maar een meerderheid -- ingestemd met het voorkeursalternatief voor de RijnlandRoute. De bijdrage van I en M aan het gebiedsbudget bevat middelen voor weg en openbaar vervoer. De provincie heeft binnen dat hele gebiedsbudget een afweging gemaakt. Ik denk dat het goed is dat dit nu samen met de andere partijen verder op een juiste manier wordt uitgewerkt.
[…]
Ook op dit punt is dus sprake van een totaalplaatje: de provincie heeft in één keer besloten over de RijnlandRoute en het HOV-netwerk. Wij hebben vanuit het Rijk altijd aangegeven dat wij een verbinding tussen de A4 en de A44 mede willen realiseren. Wij doen dat gaarne op basis van de keuze die nu door de provincie is gemaakt. Wij zien dat dat verkeerskundig het beste model is en dat het ook het duurzaamste model is voor de toekomst, omdat er vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de alternatieven: zijn zij na 2030 wel voldoende haalbaar? Dat staat nog los van vraagstukken met betrekking tot de vergunbaarheid van de tunnel. Ik zou dit dus niet willen aanhouden en opnieuw bestuderen; ik zou het voorstel van de provincie willen volgen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb twee vragen. Er ligt een model om het verlies van natuur of de waarde van natuur terug te rekenen naar daadwerkelijke kosten. Kan de minister aangeven of dat model bij dit project is toegepast en deelt zij de inschatting dat dit tot een structurele kostenpost van een of enkele miljoenen euro's per jaar zou kunnen leiden, uitgaande van het TEEB-model? De burgemeester van Zoeterwoude maakt zich zorgen over de weidevogels. Ik denk dat hij daar gelijk in heeft. Ik wil dus weten hoe de minister daarover denkt. In de m.e.r. is sprake van negatieve effecten op die soorten. Daar moet compensatie voor komen, maar dat zal heel lastig zijn, wetende dat de eindverantwoordelijkheid voor bescherming van die soorten bij het Rijk ligt.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik moet wederom namens de provincie spreken, want deze vragen gaan over een provinciaal project. Ik ga ervan uit dat er niet een apart natuuronderzoek gedaan is naar de effecten van infrastructurele projecten op natuur, zoals u dat aangeeft. Als dat wel is gedaan, zou dat immers ook bij u bekend zijn.
Nogmaals: ik spreek namens de provincie. Neemt u het mij dus niet kwalijk als dit toch anders blijkt te zijn. De m.e.r. geeft aan dat je, als je iets aantast, dat moet compenseren, dat niet moet doen of een alternatief moet kiezen. Ik weet dat de provincie daar zeer zorgvuldig naar heeft gekeken, want naar aanleiding van de eerste concept-m.e.r.'s heeft zij een en ander aangehouden om in brede zin nieuwe studies te doen naar de m.e.r.-effecten. Daarom heeft dit bij de provincie een paar maanden langer geduurd. Ik ga er dus van uit dat de provincie al die aspecten goed in beeld heeft en ook goed weet wat zij ter compensatie moet doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daarbij komt een belangrijk bezwaar om de hoek kijken, want de kosten die gemaakt worden als mensen groen in hun omgeving verliezen -- dan moeten zij vaker naar de huisarts en lopen zij dus gezondheidsschade op -- komen ten laste van de rijksbegroting. De minister kan dit dus niet terugverwijzen naar de provincie. Hetzelfde geldt voor onze natuurverplichtingen. Daarover hebben wij veel discussies gehad met staatssecretaris Bleker, die wél zegt dat het Rijk uiteindelijk verantwoordelijk is. Dan kan het natuurlijk niet zo zijn dat de minister zegt dat de provincie dit moet uitzoeken en dat zij zich verder nergens mee bemoeit. De handtekening van het Rijk staat immers onder die verdragen. Hoe past de minister dat in, nu de m.e.r. duidelijk aangeeft dat dit heel lastig wordt? Wij hebben dus niet de zekerheid dat de compensatie gaat lukken.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Mevrouw Ouwehand stelt nu een geheel andere vraag, namelijk of het Rijk verantwoordelijk is voor de milieu- en natuurregels binnen dit land. Daarvoor is het Rijk inderdaad verantwoordelijk. Als een provincie een project doet, zal zij dus altijd binnen alle wettelijke normen en kaders moeten opereren. Daarvoor zijn wij volledig verantwoordelijk en daar zien wij ook op toe. U vroeg mij of de provincie een bepaald type rapport heeft gemaakt. Ik denk het niet, maar dat is ook niet nodig, want zij moet er gewoon voor zorgen dat zij met haar projecten binnen de spelregels van het milieukader blijft. Hierna gaat de Commissie voor de m.e.r. weer toetsen. Zij heeft vooraf zorgen gehad. De provincie zegt bepaalde zaken aangepast te hebben in de trajecten en dan gaat de Commissie voor de m.e.r. achteraf toetsen. Daaruit blijkt hoe transparant we hier in dit land mee omgaan. Iedereen kan meekijken en kan zien wat er van tevoren werd bedacht, wat er is aangepast en of dat wordt waargemaakt met wat er is gerealiseerd.