Bijdrage Ouwehand AO Voed­sel­prijzen en voed­sel­spe­cu­latie


29 maart 2012

De heer Koopmans (CDA):

[...]

De Chinezen willen hun monden vullen en dat ook voor de toekomst garanderen, en zijn dus expansief bezig om te bekijken hoe ze dat kunnen zekerstellen. Dat heeft allerlei ingewikkelde en nare gevolgen, maar tegelijkertijd begrijp ik ook dat de Chinese leiders vinden dat er wel gegeten moet kunnen blijven worden. In debatten over vleesconsumptie heb ik al gezegd dat het prachtig is dat wij tegen elkaar zeggen dat het wel een onsje minder kan, maar dat er een miljard Indiërs zijn, die wel eens kip bij hun rijst willen. Dat maakt het leven toch wat ingewikkelder.

[...]

De heer Koopmans (CDA): Tegen mij mag best gezegd worden dat het CDA de wereld als complex ziet. Ik heb daar meer mee dan met versimpelen. Ik voel me juist niet thuis bij de neiging die sommige partijen hebben om te zeggen "als we maar minder vlees gaan eten, komt alles goed" of "als we de speculatie maar aanpakken, komt alles goed". Ik denk dat het en-en-en is. Je moet overal naar kijken, ook naar het vergroten van de productie. Dat is ook volstrekt noodzakelijk. Dan hoeft mevrouw Ouwehand die vraag alvast niet te stellen. 9 miljard mensen in 2050 kunnen alleen gevoed worden indien de landbouw in de wereld vergroot wordt en intensiever, effectiever en efficiënter wordt. Voor Nederland is daarbij in de ogen van de CDA-fractie een belangrijke rol weggelegd in bijvoorbeeld veredeling en techniek. Daarover heb ik een vraag aan staatssecretaris Bleker. Op welke wijze gaat hij aan de slag met de kennis en kunde die in Nederland aanwezig zijn, en op welke wijze laat hij bedrijven daarmee aan de slag gaan?
In het tweede deel van de vraag van de heer El Fassed, over biomassa, zit ook zo'n soort dilemma. Nederland is voor diversificeren van energie, maar ja, kernenergie willen we niet, gasopslag in Bergen willen we niet, CO2-opslag willen we niet, molens in de achtertuin willen we niet en een mestvergister in de buurt ook niet. We willen het allemaal niet maar het moet wel. Daar kom je niet verder mee. Dat is een van de problemen waar we mee zitten. En biomassa staat nu ook ineens op het lijstje van zaken die niet zonder problemen zijn. Voor een deel terecht overigens. Uiteindelijk zullen we wel naar elkaar toe moeten groeien, en een systematiek moeten vinden waarbij we en-en-en doen. Anders maken wij niet mee dat er aan het einde van de jaren twintig en dertig een voldoende gediversificeerd en duurzaam energiesysteem is.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): We dachten gisteravond allemaal dat vandaag, 29 maart 2012, een historische dag zou worden. Die verwachting is vandaag in rook opgegaan, maar de heer Koopmans redt de dag! Ik heb hem namelijk echt horen zeggen dat hij het mooi vindt dat we hier tegen elkaar zeggen dat het een onsje minder moet met dat vlees eten. Volgens mij is dat voor het eerst. En hij onderstreepte het daarna nog eens door te sneren naar de Partij voor de Dieren door te zeggen dat er partijen zijn die denken dat het alleen goed komt als je minder vlees eet, maar dat het en-en-en moet. Dus: minder vlees eten met zijn allen.

De voorzitter: Nou, de dag van mevrouw Ouwehand is goed!

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil de heer Koopmans deze credits geven en hem een vraag stellen. Wat verwacht hij van de staatssecretaris, als hij het mooi vindt als we hier tegen elkaar zouden zeggen dat het een onsje minder moet? Want dan zou de staatssecretaris iets anders moeten gaan doen dan nu.

De heer Koopmans (CDA): De grote winst van de bijdrage van mevrouw Ouwehand is dat zij ook volstaat met een onsje minder, en dat het dan wel goed is. Zo begreep ik haar betoog tenminste.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee hoor!

De heer Koopmans (CDA): Dan moet ik mevrouw Ouwehand teleurstellen. Ik ben een beetje in the mood voor grote handreikingen, maar als mevrouw Ouwehand niet wil, doe ik het ook niet! Het onsje minder was een metafoor. Niet voor vlees, maar gewoon in algemene zin. Wij leven hier in het Westen in een enorme luxe, en een onsje minder in een westerse wereld vol met obesitas is een metafoor voor: inderdaad, wij zullen er met elkaar over na moeten denken hoe we dit kunnen doen. Daar hebben we in het verleden op het gebied van voedselverspilling en efficiënte productie al vaak genoeg goede voorbeelden van gegeven. Ik noem de Nederlandse intensieve veehouderij, met de laagste CO2-footprint ter wereld. Ik zeg nu weer tegen de Nederlandse regering: exporteer die kennis en kunde over de wereld.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mijn betoog draaide helemaal niet om de vraag of de Partij voor de Dieren met een onsje of 150 gram minder kan volstaan. Mijn betoog draaide om het uitgebreid in de watten leggen van de heer Koopmans vanwege de goede inzichten die hem vandaag kennelijk hebben bereikt. Ik zal het verslag van deze vergadering nalezen. Ik ben blij dat er hardwerkende mensen zijn die hier notuleren voor ons, want ik hoorde de heer Koopmans toch echt zeggen dat het om een onsje minder vlees ging en niet om: we moeten minder weggooien en misschien wat minder eten, want we zijn te dik. Het zou voor het CDA ook leuk zijn als het kabinet daar beleid op zou voeren. Deze regering zegt helemaal niet dat we minder moeten eten en minder moeten consumeren. Als dat dus vandaag, in dit debat, officieel de lijn wordt van het CDA, dan ben ik bereid om de heer Koopmans de hemel in te prijzen!

De heer Koopmans (CDA): Dat is me te ver weg! En ik zou tegen die aardige meneer van de Dienst Verslag en Redactie willen zeggen: schrijf ook even op dat wij van mening zijn dat de regering, en deze regering, zeker geen beleid moet gaan voeren op het gebied van wat mensen willen eten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. U begrijpt dat ik nog steeds onder de indruk ben van de bijdrage van de heer Koopmans, ook al schrok hij er zelf een beetje van. Ik blijf erbij, het is een mooie dag vandaag.

De heer Koopmans (CDA): Dat vind ik ook.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zie je, ik wist wel dat we dat eens zouden worden. Het komt helemaal goed.
De voedselprijzen en de voedselspeculatie vormen een ingewikkeld onderwerp, maar dit is op geen enkele manier een excuus om achterover te leunen of, als dat uiteindelijk toch de bedoeling was van de heer Koopmans, een beetje obligaat praatje af te steken en dat niet door te vertalen in oplossingen of ieder geval pogingen daartoe. De wereld is niet maakbaar, ik geef iedereen die dat zegt dit onmiddellijk na, maar de wereld kan wel stuk. Als je daaraan keihard een bijdrage levert, zou je daarmee op zijn minst moeten ophouden. In navolging van enkele andere woordvoerders vraag ik de staatssecretaris of hij allereerst de positie wil innemen dat het moreel verwerpelijk is om te speculeren met basisbehoeften terwijl er zo veel honger in de wereld is. Ik vraag hem of hij zich met de Partij voor de Dieren en anderen zich plaatsvervangend schaamt als hij er achter komt dat Nederlandse pensioenfondsen daarbij zijn betrokken. Ik hoop dat hij dan als een dolle gaat zoeken naar mogelijkheden om daaraan een einde te maken. Dat zou zijn positie moeten zijn. Het zou een goede ambitie zijn als hij met open vizier kijkt naar wat hij kan doen en als hij zich nergens achter verschuilt. Dat zou ik van hem willen horen.
Wij kunnen natuurlijk ook de pijn verminderen. Nederland heeft een grote voetafdruk. Dit betekent dat wij beslag leggen op meer hectares van de landbouwgrond die in de wereld beschikbaar is dan ons in alle eerlijkheid toekomt. Ook daarvoor zou je je moeten schamen en zeker als je er niets aan doet. Erken de rol van de veel te hoge vleesconsumptie. Het gaat niet om voedsel versus voedsel, het gaat om eerste levensbehoeften van mensen in kwetsbare landen tegen over de lekkere trek hier. Hoe de heer Koopmans er ook omheen draait, daar komt het wel op neer. Wij kunnen en moeten minder vlees eten. Ook als hij de stijgende vraag in India en China niet zouden kunnen afremmen, dan nog kunnen wij de druk op die landbouwgronden verminderen. Dat moeten we dan dus ook doen. Prijsbeleid is een van de instrumenten daarvoor. Eerlijke voorlichting en externe kosten moeten worden doorberekend. Begin met de btw op vlees, vis en zuivel naar 19% te brengen, maar waarom zouden we dat ook niet doen met bloemen? Bloemen zijn geen eerste levensbehoefte en als het menens is met de zorg over de honger in de wereld, dan zou je ook daarop een 19%- tarief moeten zetten.
Volumebeleid is absoluut van belang, maar ik zie het kabinet dit nog niet doen, ook niet in de debatten met de staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking. In de ene kabinetsbrief wordt gesproken over grote zorgen en de voornemens voor voedsel en water, terwijl in een andere kabinetsbrief staat dat bijvoorbeeld de palmolieproductie omhoog gaat en dat biobrandstoffen sneller moeten worden bijgemengd dan iedereen verantwoord acht. De staatssecretaris zou ook die ontwikkelingen in het kader van het voedselbeleid scherp moeten volgen. Als er geen volumebeleid is, plunderen wij de aarde nog veel harder dan zij aankan en niet wij zullen daarvan de eerste klap opvangen, maar juist de meest kwetsbare mensen op deze aarde.
Een andere belangrijke component is dat wij moeten inzetten op regionalisering van de voedselproductie. Wij hebben het in tal van voorbeelden kunnen zien. Soms raakt het onszelf, in het geval van de EHEC-bacterie, maar vaker raakt het mensen die er niets tegen kunnen inbrengen en die letterlijk van de ene op de andere dag worden geconfronteerd met grote crises. Regionale voedselproductie en kortere ketens maken minder kwetsbaar. Kan de staatssecretaris op zijn minst de wijsheid daarvan erkennen en toezeggen dat hij die samen met staatssecretaris Knapen inzet in het beleid?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris heeft een heleboel vragen niet beantwoord, maar ik zou zo graag van hem willen weten of hij denkt dat volumebeleid noodzakelijk is dan wel of hij misschien denkt dat de aarde uitdijt en we er wel twee of drie aardbollen bij kunnen kopen om in de stijgende consumptievraag te kunnen voorzien.

Staatssecretaris Bleker: Ik denk dat beheersing van voedselconsumptiedrang van belang is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mooi, ik wil het feestje verder niet bederven. Dit is voor nu even leuk.