Bijdrage Ouwehand Begroting EZ 2014, onderdeel Economie en Innovatie


7 november 2013

Bekijk deze bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Oudehand (PvdD):
Voorzitter. Eén jaar minister van economie en innovatie Henk Kamp, gefeliciteerd! Als ik me niet vergis, lag deze minister lange tijd goed bij de ondernemers, bij de hardwerkende Nederlanders. Misschien is dat nog steeds wel zo. De Partij voor de Dieren ziet echter steeds meer scheurtjes ontstaan in de band tussen ondernemers en de minister van Economische Zaken. Ik heb de minister vorig jaar opgeroepen om niet vast te houden aan de agenda van de gevestigde orde, maar om zelf te sturen op de economie van de toekomst. Dat is een economie die blijft binnen de draagkracht van de aarde, want we hebben maar één wereldbol die ons voorziet van alles wat we nodig hebben, maar niet voor lang meer als we geen radicale koerswijziging naar duurzaamheid inzetten. Het kan, maar je moet het willen. Je moet durven, en je moet in ieder geval kiezen. De volgende vraag drong zich in het afgelopen jaar steeds weer aan mij op: voor welke ondernemer kiest minister Kamp nu eigenlijk?

Zappa zong het al: noodzaak is de moeder van innovatie. Yoram Krozer, onderzoeker duurzaamheid en innovatie aan de Universiteit Twente, toonde onlangs aan dat Zappa gelijk had. Instituties, zo zegt hij, hebben de neiging om een soort vaderrol te vervullen. In die rol beschermen ze gevestigde deelbelangen waarvoor innovaties bedreigend zijn, zelfs als het algemeen belang hieronder lijdt. Bestuurders beslissen bij zaken van algemeen belang bij voorkeur risicoloos, namelijk tegemoetkomend aan de sterkste lobby van gevestigde deelbelangen.

Risicoloos is niet het eerste woord dat in je opkomt als je denkt aan Henk Kamp. Dat is niet bepaald zijn reputatie, dacht ik. Toch lijkt de minister vatbaar voor de krachten van de achterhaalde economie. In zijn energiebeleid zijn de bestaande fossiele spelers de grote winnaars en duurzame, innovatieve ondernemers de grote verliezers. Waarom kiest de minister niet voor de ondernemers die we nodig hebben in onze nieuwe economie? Waarom kiest hij voor de agenda van de sectoren van gisteren?

Een aantal andere woordvoerders hebben het ook al gezegd: topsectoren ademen de oude economie uit, van verticale zuilen en de gevestigde orde aan tafel. De grote, gevestigde bedrijven profiteren hiervan. De echt innovatieve bedrijven krijgen nauwelijks voet aan de grond. Ik noem één voorbeeld, van een jonge ondernemer, een talentvolle werktuigbouwkundige maar ook een echte netwerker. Hij wil een talentenklas opzetten voor energietransitie. Hij dacht dat hij daarvoor wel kon aansluiten bij de topsectoren. Hij werd echter van het kastje naar de muur gestuurd, tot hij uiteindelijk te horen kreeg dat ze hem niet konden helpen, niet met geld en niet met connecties. Hij moest het maar via een ander, groot, bestaand bedrijf proberen. Laten we geen namen noemen. Was het de bedoeling van de minister dat zo'n ondernemer buitenspel komt te staan in het topsectorenbeleid? Voor welke ondernemer kiest minister Kamp?

Die vraag dringt zich ook steeds vaker op in het landelijk gebied. Er worden warme woorden gesproken over het belang van onze recreatieve sector, maar de natuurlijke omgeving waarin deze ondernemers hun brood moeten verdienen, staat intussen onder steeds grotere druk. Ook hierbij wil ik de minister een aantal voorbeelden voorleggen. Kiest dit kabinet voor de lelieteler die zoveel gif spuit dat de aangrenzende campinghouder gasten aan zijn balie krijgt die naar huis willen, niet in hun tentje willen liggen terwijl de gifdampen over hun slapende kinderen waaien? Zo'n ondernemer vraagt zich af wie hem beschermt tegen derving van zulke klandizie.

De oprukkende vee-industrie maakt het voor toeristische ondernemers die zich willen profileren met een mooie natuurlijke omgeving waar je heerlijk kunt wandelen en fietsen, wel moeilijk. Waar kun je nog ongestoord recreëren en genieten van de natuur, zonder een megastal in de buurt? Voor welke soort ondernemer kiest minister Kamp?

Het gaat niet alleen maar om sector tegen sector, ook binnen de sectoren, in dit geval de landbouw, lopen de spanningen op. Zoals mkb'ers zich niet vertegenwoordigd voelen door MKB-Nederland, zoals we dit jaar hebben mogen leren, zo voelen boeren zich niet langer vertegenwoordigd door LTO. Ik weet dat dit het beleidsterrein van de staatssecretaris is, maar het gebeurt wel op het ministerie van deze minister. Ik hoor graag van hem dat de belangen van de ene ondernemer op zijn ministerie niet ten koste mogen gaan van de belangen van de andere. Een voorbeeld hiervan is de biologische tuinder die gif op zijn gewassen krijgt waardoor hij die vervolgens niet meer als biologisch kan verkopen. De ondernemer die gespoten heeft, heeft vrij spel. De ondernemer die biologisch wil telen, is de dupe.

Terug naar Zappa. De Partij voor de Dieren is kritisch over het topsectorenbeleid, maar dankzij een amendement van, ik meen, D66, moet de creatieve industrie binnen het topsectorenbeleid ruimte maken voor de popsector. We hebben dit jaar een mooi debat gehad. Hoe staat het met de toezegging dat ook de individuele ondernemers, de muzikanten, aan tafel zullen worden genodigd? Het zou zonde zijn als we ook in de creatieve industrie alleen maar de vertegenwoordigers van de sector, die eigenlijk geen sector vormt, aan het woord laten en de individuele ondernemers geen kans bieden.

Interrupties bij andere partijen:

Mevrouw Lucas (VVD): (...) Ook vanuit VNO-NCW en vanuit MKB-Nederland kwamen er erg positieve reacties op dit start-upplan, omdat het wel degelijk iets toevoegt. Natuurlijk moeten wij ook blijven kijken naar de concurrentiepositie als geheel. Ik wacht de voorstellen van de heer Graus af. Ik zou hem wel via de voorzitter een uitdaging willen meegeven voor zijn termijn. Kijk ook wat al uw voorstellen betekenen voor onze staatsschuld. Die staatsschuld is de voornaamste reden waarom wij zo gedaald zijn op het lijstje van meest concurrerende landen. Het laten oplopen van onze staatsschuld schaadt onze ondernemers. Misschien is het indirect, maar zij voelen het zodra zij een lening willen afsluiten. Ik hoop dat de heer Graus daarop straks wil reageren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik dank mevrouw Lucas voor het werk dat zij heeft verricht. Het is een mooie notitie, die ik natuurlijk nog niet helemaal tot mij heb kunnen nemen, maar ik ga er zomaar vanuit dat er allerlei kansrijke voorstellen in staan om start-ups een beetje lucht te geven. Ik zou het jammer vinden als ook dit plan onvoldoende zou werken. Daarom vraag ik mevrouw Lucas of zij met de Partij voor de Dieren van mening is dat het kabinet wat strenger zou moeten kijken en wat anders zou moeten kiezen … Het kabinet moet niet te veel de oren laten hangen naar de gevestigde belangen. Voorzitter, uw telefoon stoort een beetje.

De heer Van Raak (SP): Ik zet hem even uit. Gaat u verder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank u wel. Wij zien dat bij het energieakkoord juist jonge innovatieve ondernemers geen enkele mogelijkheid hebben gekregen om er met hun plannen een onderdeel van te vormen. Ik hoor uw telefoon overigens nog steeds, voorzitter. U wordt toch niet afgeluisterd?

De heer Van Raak (SP): Daar ga ik inmiddels wel van uit. Gaat u verder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb mijn vraag gesteld.

Mevrouw Lucas (VVD): Ik heb de vraag begrepen, ondanks alle stoorzenders. Ik denk niet dat het een kwestie van of-of is. Het is altijd erg makkelijk in de politiek om twee partijen tegenover elkaar te zetten: de gevestigde orde versus de start-ups. Ik denk dat dat hier niet aan de orde is. Wij hebben een klimaat nodig waarin beide aanwezig zijn, ook omdat zij elkaar nodig hebben. Ook startende ondernemers hebben de gevestigde orde, de ervaren ondernemers, de grotere bedrijven, nodig om hen te helpen om van start-up naar een daadwerkelijk bedrijf te groeien. En de gevestigde orde heeft de innovatiekracht van de start-ups nodig. Het is dus geen kwestie van of-of. Mevrouw Ouwehand vraagt of er meer evenwicht moet komen. Ja, ik denk het wel en daarom doe ik dit voorstel ook. Juist de innovatieve start-ups bieden namelijk heel veel oplossingen die ook onze ambities op het gebied van global challenges and Dutch solutions werkelijkheid maken en die dus voor groene groei kunnen zorgen. Als je het via de ondernemerslijn doet, heb je minder overheidsbeleid nodig. Dat is wat mij betreft de beste weg.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit is het begin van een positieve route, maar ik hoop dat de VVD niet op twee gedachten blijft hinken. Wij moeten namelijk wel vaststellen dat het beleid dat door de overheid, het kabinet, wordt gevoerd, buitenproportioneel vaak de gevestigde orde bevoordeelt ten opzichte van start-ups. Ik waardeer de inspanningen van mevrouw Lucas, maar wij zullen ook op alle andere terreinen moeten bekijken of wij keuzes maken die start-ups juist in de weg zitten. Ik hoop dat mevrouw Lucas het kabinet daar het komende jaar ietsje scherper op bevraagt.

Mevrouw Lucas (VVD): Ik wil bedrijven van de gevestigde orde niet wegzetten als een stelletje ouderwetse bedrijven, want dat zijn zij heel vaak niet. Het betreft dé mensen en dé bedrijven die voor het grootste deel van de werkgelegenheid in dit land zorgen. Zij zorgen ervoor dat mensen een baan hebben en hun brood kunnen verdienen. Ik zie er dus niks in om hen tot vijand te verklaren, wat de Partij voor de Dieren nog weleens wil doen. Het gaat om en-en. Ik denk dat het prima samen kan en zo zit ik er ook in.

(...)


De heer Dijkgraaf (SGP): (...) Ik kan afsluiten met de volgende vraag. De praktijk leert dat winkeliers in winkelcentra steeds vaker door verhuurders met dwangsommen en boetes onder grote druk worden gezet om hun winkels op zondag open te doen. Tja, dan heb je dus geen vrijheid meer. De Eerste Kamer heeft een motie daarover aangenomen, waarin de regering wordt gevraagd om te kijken welke mogelijkheden er zijn om deze winkeliers te steunen. Ik wil dit graag onderstrepen. Ziet de minister dit probleem ook? Wat gaat hij hieraan doen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik deel de zorgen van de SGP over de kleine winkeliers die zich behoorlijk in een klem gezet voelen als er grote druk ontstaat op het instellen van een koopzondag. Het enige wat ik de SGP wil vragen is of we zo'n zelfde argumentatie en redeneertrant kunnen verwachten als het gaat om boeren. We zien dat ook daar de kleine ondernemer zich steeds vaker in een klem gezet voelt door de schaalvergroting die het kabinetsbeleid bevordert, met steun van de SGP.

De heer Dijkgraaf (SGP): Wij maken ons inderdaad ook zorgen over die schaalvergroting. Daarom komen wij altijd op voor het gezinsbedrijf. Om dat zo veel mogelijk overeind te houden, strijden wij tegen de bureaucratie die de schaalvergroting alleen maar in de weg staat. Wij zijn ongeveer de eersten die vragen hebben gesteld over een marktmodel waarin ook dit soort bedrijven een fatsoenlijke prijs krijgen zodat ze hun investeringen kunnen terugverdienen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zeker, maar de SGP steunt het beleid dat schaalvergroting in de hand werkt. Ik zou dus zeggen: doe even iets beter uw best. Morgen doen we de begroting voor Landbouw en Natuur. Ik verwacht inzet van de SGP voor het behoud van het kleine gezinsbedrijf.

De heer Dijkgraaf (SGP): Mevrouw Ouwehand geeft het al aan: morgen gaan we daar uitgebreid over discussiëren, bij het onderdeel Landbouw. Daar verheug ik mij op. Mevrouw Ouwehand mag er in ieder geval van uitgaan dat wij er alles aan doen om het gezinsbedrijf overeind te houden.

Tweede termijn 7-11-2013

Bekijk deze bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn beantwoording. Ik wil op twee punten nog even terugkomen. Mijn eerste punt gaat over de ruimte voor alternatieven voor dierproeven binnen het topsectorenbeleid voor Life Sciences & Health. Ik dank de minister voor de antwoorden ook op dat punt. Ik heb één motie.

Motie Ouwehand: ontwikkeling van testtrajecten zonder dierproeven verder bevorderen

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is goed om te horen dat er met minister Kamp te praten is over muziek. Wij voerden eerder dit jaar al een mooi debat over de popsector. Daarbij heeft hij inderdaad gezegd dat de middelen vanuit de topsector Creatieve Industrie mede in overleg met muzikanten zullen worden besteed. Er was eventjes wat verwarring over in de schriftelijke beantwoording, maar de minister heeft vandaag gezegd dat hij het met de Partij voor de Dieren eens is dat de sector geen sterke organisatie kent en dat het dus goed is om de vrije jongens en meisjes aan tafel te vragen. Veel dank voor die toezegging.

Bij de voorbereiding van deze tweede termijn dacht ik: alleen maar praten over muziek is ook maar saai; ik neem iets mee voor de minister. Ik heb getwijfeld tussen de aanstormende, jonge talenten van John Coffey. Maar misschien zou dat iets te ruw zijn. Ik schat de minister in als een liefhebber van rock, stonerrock. Candybar Planet is een bandje dat al iets langer meedraait. Het is een psychedelisch plaatje. Daar kan de minister volgens mij goed tegen. Ik kijk uit naar een warme samenwerking, ook vanuit de positie die de minister van Economische Zaken heeft voor de ondersteuning van de popsector. Ik zou zeggen: vanavond kan de minister er even in de auto samen met zijn chauffeur van genieten. Als hij het niets vindt, krijgt hij de volgende keer iets anders.

De voorzitter: Daarmee is er een einde gekomen aan de tweede termijn van de zijde van de Kamer, terwijl de minister mevrouw Ouwehand als dank een kus geeft.


Interrupties:


Minister Kamp: Het vertraagt niet. We hebben de voorstellen uitgewerkt en in consultatie gebracht. We komen er in het voorjaar van 2014 mee naar de Kamer. Sneller kan niet; uitgesloten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb twee vragen naar aanleiding van de schriftelijke beantwoording. De eerste gaat over de beantwoording van vragen van de SP-fractie. Die vroeg in het kader van alternatieven voor dierproeven om in de topsectoren een specifiek project aan te wijzen. De minister zegt dat dit niet in dat beleid past. Dat snap ik. Maar ziet de minister wel ruimte om nieuwe ontwikkelingen onder de aandacht van de topsectoren te brengen en aan de specifieke teams daar te vragen, wat de mogelijkheden zijn? Dat is mijn eerste vraag.

Mijn tweede vraag gaat over de creatieve industrie en de positie van de popsector daarin. Bij het eerdere debat daarover had ik de minister gevraagd om het model over te nemen dat de Tweede Kamer had gevlochten. Wij hebben hier een rondetafelgesprek gehad en daarvoor ook muzikanten uitgenodigd. De minister zei toen: ik kan het niet opleggen, maar ik zal het doorgeleiden naar het team. Uit de schriftelijke beantwoording blijkt mij niet of daadwerkelijk muzikanten betrokken zijn geweest bij de gesprekken. Kan de minister dat nog eens toelichten?

Minister Kamp: Op dat laatste punt heb ik geen gerust gevoel. Ik weet niet of dat wel de aandacht heeft gekregen die mevrouw Ouwehand daarvoor heeft gevraagd en of een en ander wel goed is uitgevoerd naar aanleiding van de reactie die ik haar toen heb gegeven. Ik zal nagaan wat er tot dusver is gebeurd, maar ik begrijp heel goed wat mevrouw Ouwehand zegt. In zo'n sector, waarin men niet sterk is georganiseerd, heb je wel bepaalde mensen die zich daarvoor uitsloven en pretenderen namens het geheel te spreken, maar het zijn allemaal vrije jongens en meisjes. Dus het is heel nuttig om daar ook eens een paar van die mensen zelf bij te hebben. Over die gedachte ben ik het met mevrouw Ouwehand eens. Voor zover die tot dusver niet voldoende is omgezet in concreet handelen, zal ik dat vanaf nu wel gaan doen.

Haar andere punt was dat er aandacht moet worden gevraagd in de topsectoren voor dierproeven. Zij begrijpt dat ik niet tegen een topsector kan zeggen: daar moet je zo veel geld voor beschikbaar stellen. Maar ze heeft gelijk dat ik wel de mogelijkheid heb om aandacht te vragen voor wat zij, de Kamer en ik belangrijk vinden, namelijk dat je terughoudend en verantwoord omgaat met dierproeven. Ik ben bereid om die aandacht aan dat onderwerp te geven, omdat het een belangrijk onderwerp is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het gebeurt niet heel vaak, maar ik ben blij met deze twee antwoorden van de minister van Economische Zaken. Dank.

De voorzitter: Waarvan akte.

(...)

De heer Verhoeven (D66): Dat is heel goed, want dat kost me dan geen tijd. Anders zou ik minder mogen spreken bij de behandeling van het onderdeel Wonen. Dat zou toch jammer zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voor de volledigheid in dit debat wil ik de stelling van de heer Verhoeven dat iedereen een D66'er is, graag onderschrijven. Ik wil hem echter toch nog even verrijken met de analyse van socioloog Willem Schinkel, die de politiek een beetje bekritiseert omdat iedereen een soort van probleemmanager is geworden. Hij zegt: alle partijen zijn min of meer varianten van D66, behalve de Partij voor de Dieren. Daar ben ik dan persoonlijk weer een beetje trots op.

De heer Verhoeven (D66): Ik kan niets anders zeggen dan dat ik daarom zal overwegen om mevrouw Ouwehand uit te nodigen voor het volgende D66-congres. Dat is alweer in februari. Ik durf de stelling aan dat als mevrouw Ouwehand op ons congres is geweest, de diversiteit weliswaar wat zal toenemen maar dat zij wel D66'er zal worden.