Bijdrage Ouwehand Begroting Infra­structuur en Milieu 2012 (tweede termijn)


23 november 2011

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het was inderdaad een pittig debat, met name met de CDA-fractie. Ik heb nog eens nagedacht over die grote meningsverschillen. Ik denk dat je, als je een gepassioneerde milieuwoordvoerder bent en echt iets wilt bereiken, naar de landbouwdebatten komt. Daar liggen grote milieuproblemen. De grootste veroorzaker van de klimaatproblemen is de vleesproductie. Ik noem ook luchtvervuiling, watervervuiling, biodiversiteit, dus de samenhang, en het verlies van natuur en dus de buffering die we nodig hebben als de aarde opwarmt. Dat bevreemdt me zo. Laatst was tijdens een debat over ontwikkelingssamenwerking de woordvoerder ontwikkelingssamenwerking van de CDA-fractie helemaal niet op de hoogte van wat bijvoorbeeld de VN-rapporteur op het recht op voedsel over landbouw heeft gezegd. En toen dacht ik: ik geloof wel dat de duurzaamheidswoordvoerder van de CDA-fractie een milieuhart heeft; hoe kan het dan dat er zo'n blindheid is voor die discussie over de landbouw? Toen bedacht ik dat de landbouwwoordvoerders binnen de CDA-fractie natuurlijk wel een enorme vinger in de pap hebben. Ik kan me zomaar voorstellen dat landbouwwoordvoerder Ger Koopmans bijvoorbeeld zegt als er rapporten binnenkomen: oh, dat gaat over landbouw, dat hoort bij mij. Dat zou dan bijvoorbeeld het PBL-rapport over vleesconsumptie kunnen zijn, of de LEI-rapporten over vlees, of de rapporten van de landbouwpanels. Of de Milieubalans, waar letterlijk in staat: de opgave voor de toekomst is om de milieudruk door veehouderij en visserij te beperken. Alleen technologische oplossingen zijn daarbij niet voldoende. Het verlies aan biodiversiteit gaat door en emissies van broeikasgassen blijven stijgen als gevolg van de groeiende consumptie van vlees, vis en zuivel. Een consumptieverandering is daarom nodig. Zou het zo kunnen zijn dat de heer Ger Koopmans die pagina uit de Milieubalans heeft gescheurd voordat de duurzaamheidswoordvoerder eraan toekwam?

De voorzitter: Ik vraag me echt af of we 's nachts om half één het debat nog op deze manier moeten voeren.

De heer Aptroot (VVD): Ik denk dat mevrouw Ouwehand veel debatten met de heer Koopmans voert. Laat haar de meningsverschillen en de animositeit in die debatten uitvechten, maar niet hier, terwijl de heer Koopmans niet aanwezig is. Zij moet gewoon met de woordvoerders op dit terrein het debat voeren en zich ook richten op de bewindslieden. Ik vind dit gewoon flauw. De heer Koopmans kan zich niet verdedigen. Ik heb op mevrouw Ouwehand ook wel eens iets aan te merken, maar helaas vergaderen we niet samen dus kan ik dat ook niet uiten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik weet toevallig dat de heer Koopmans het helemaal niet erg vind als ik het heb over de invloed die hij heeft in zijn fractie. Ik neem dus aan dat hij hier geen aanstoot aan neemt. Om het zekere voor het onzekere te nemen, heb ik voor de duurzaamheidswoordvoerder van de CDA-fractie even alle relevante rapporten over de landbouw en de milieudruk op een usb-stick gezet. Mocht dit dus verboden lectuur zijn binnen de CDA-fractie, dan kan zij er via mij aan komen. Ik heb er twee; ook een voor de woordvoerder ontwikkelingssamenwerking. Ik wil maar helpen.

Mevrouw Van der Werf (CDA): Ik vind het jammer dat dit hier gewisseld wordt. Het doet totaal geen recht aan het debat. Ik denk dat het CDA en de Partij voor de Dieren elkaar op een paar punten kunnen vinden, maar als de Partij voor de Dieren ervoor kiest om voortdurend de confrontatie te zoeken, is dat jammer. Ik wacht echter de motie aan het adres van het CDA met belangstelling af.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar kom ik net aan toe. Als je namelijk al die rapporten goed leest over de milieudruk die door de vleesconsumptie wordt veroorzaakt, en je om een systeemverandering vraagt, dan kun je niet anders dan de volgende motie steunen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Om dit punt af te ronden, merk ik nogmaals op dat ik heus wel geloof in de goede bedoelingen van de woordvoerder duurzaamheid van de CDA-fractie, maar je kunt niet om de vraag heen wat de huidige consumptie voor het milieu betekent. Als dat niet erkend wordt, komen we er niet. Dat staat overigens los van de voorstellen die zij zojuist heeft gedaan en die de Partij voor de Dieren zeker zal steunen. Dat is echter niet genoeg. Het wordt tijd dat we dat erkennen. In eerste termijn heb ik gezegd dat de staatssecretaris voor Milieu niet echt hard gewerkt heeft voor het milieu en eigenlijk voornamelijk dingen tégen het milieu heeft gedaan en dat we graag op zoek wilden gaan naar iets wat bij hem paste en waarmee hij aan de slag kon. Ik was blij te horen dat ook hij enthousiast is over stadslandbouw. We zijn inderdaad geïnspireerd door Boer Koekoek: Robert Koekoek uit Nijmegen. Hij doet geloof ik zelfs mee aan de lokale verkiezingen en als ik daar zou wonen, zou ik nog op hem stemmen ook. De staatssecretaris heeft gezegd dat hij wel iets met stadslandbouw wil en dat hij zal kijken of een van de bestaande klimaatadviseurs het erbij wil nemen in de portefeuille. Ik vind dat op zich een goed idee, maar ik vind ook dat de stad Den Haag zich er nu juist zo goed voor leent. Daar zit een oud-landbouwminister aan de knoppen als burgemeester. Onze zeer gewaarde collega Richard de Mos zit daar in de raad en hij zou dus kunnen meegenieten van een stadslandbouwambassadeur. Ik zou graag zien dat de staatssecretaris de duurzaamheidswethouder van Den Haag vraagt om dit te doen. Ik dien daarover de volgende motie in. Ik zeg er overigens bij dat ik eventueel bereid ben om die aan te houden, maar hij mag best weten dat onze voorkeur uitgaat naar het vragen van een nieuwe klimaatambassadeur, en wel de wethouder in Den Haag.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij voor de Dieren is van mening dat het bestraffen van het overtreden van de wet thuishoort bij de rechter. Dat past ook binnen onze rechtsstaat. Als er echter zoals bij het Belastingplan en bij deze begrotingsbehandeling gevraagd wordt om veroordelingen te betrekken bij het verkrijgen van overheidssteun of fiscaal voordeel, dan zou dat -- mochten die moties aangenomen worden -- voor iedereen gelijk moeten zijn. Daarom dien ik de volgende motie in.

[…]

Beantwoording door de staatssecretaris:

Staatssecretaris Atsma: Ik kan het niet anders zeggen dan ik al heb gedaan. Uit alle berekeningen, ook die van ons eigen Planbureau en onze eigen meetinstituten, het RIVM en andere instituten, blijkt gewoon dat wij op koers liggen. Natuurlijk zijn er maatregelen waarvan sommigen zeggen dat die anders zouden kunnen. Soms worden door de Kamer maatregelen bepleit en beklonken waarvan men zich kan afvragen of die bijdragen aan het realiseren van de CO2-doelen. Wij kunnen tegen elkaar zeggen dat economische groei leidt tot een verhoging van de CO2-emissie en dat wij daarom geen economische groei willen. Dat vind ik echter niet reëel. Het gaat mij om het eindplaatje. Halen wij de doelen die voor 2020 gesteld zijn? In de recent naar de Kamer gestuurde klimaatbrief wordt daarop ingegaan. In die brief wordt niet alleen aangegeven dat wij de ambitie hebben om in 2020 20% reductie te hebben behaald, ook wordt daarin de ambitie uitgesproken om in 2030 40% CO2-reductie bereikt te hebben, om het uiteindelijke doel van 80% tot 95% reductie in 2050 zonder problemen te kunnen realiseren. Dan spreken wij ook over de groene economie, waaraan wij willen werken met verschillende instrumenten. Ik deel dus volstrekt niet de suggestie van de heer Slob dat wij niet op koers liggen met onze CO2-reductiedoelstellingen. Ik nodig hem graag uit om een keer langs te komen, zodat wij het nog een keer kunnen laten zien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Laatst, bij de presentatie van een energierapport, bleek dat wij prima op koers liggen met een temperatuurstijging van 6 graden Celsius. Een kabinet dat voortdurend spreekt over haalbaar en betaalbaar bij alles wat met natuur en milieu te maken heeft, moet zich ook afvragen of wij het ons kunnen veroorloven om niets te doen.
De oppositie vraagt zich af of de staatssecretaris wel een staatssecretaris van Milieu is. De Partij voor de Dieren heeft daar een heel simpele test voor ontwikkeld, die als volgt luidt. Kan de staatssecretaris zeggen wat het meest milieubelastende onderdeel van ons voedselpakket is? Hij heeft een jaar de tijd gehad om daarover na te denken.
Staatssecretaris Atsma: Mevrouw Ouwehand zegt het wel vaker: overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden. Zij vindt alles wat met vlees en vleesproductie te maken heeft, het meest vervuilende op deze aardbol. Ik deel haar opvatting niet, dus ik moet haar teleurstellen. Ook na een jaar zijn wij het op dit punt niet eens. Ik ben trots op het feit dat er in Nederland nog altijd vlees wordt geproduceerd en ik hoop dat dit zal doorgaan. Dat zal in de komende decennia ook bitter nodig zijn, als wij alle monden willen kunnen voeden, niet alleen hier in Europa, maar wereldwijd.

Graag wil ik nu overgaan tot de reactie op …

De voorzitter: Wij moeten eerst even deze interruptie afmaken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris is, zelfs nadat hij een jaar de tijd heeft gehad om zich voor te bereiden, gezakt voor de herkansing. Dit kabinet is nog erger dan de kabinetten-Balkenende, want de toenmalige staatssecretaris van Milieu, Pieter van Geel, wist het wel. Het is namelijk vlees. Het is geen verzinsel van de Partij voor de Dieren, maar de vleesproductie is de belangrijkste veroorzaker van de CO2-uitstoot. Als de staatssecretaris dat niet erkent, heeft de hele oppositie naar mijn mening gelijk: dit is geen staatssecretaris van Milieu. Jammer.

[…]

Staatssecretaris Atsma: […] Mevrouw Ouwehand heeft gepleit voor stadslandbouw. Zij voerde boer Koekoek op. Ik dacht even aan boer Hendrik Koekoek uit Bennekom, maar mevrouw Ouwehand doelde op boer Koekoek uit Nijmegen, die een stadsboerderij heeft en daar een groot aantal producten verbouwt die hij in de stad aanbiedt.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is goed om te horen dat de staatssecretaris positief is over stadslandbouw. Ik leg de staatssecretaris het volgende voor. Op dit moment is er overleg tussen het Rijk en decentrale overheden met de klimaatambassadeurs, om een koppeling te maken tussen het nationale en het gemeentelijke klimaatbeleid. Daarin is stadslandbouw nog geen thema. Is de staatssecretaris bereid om een extra klimaatambassadeur te zoeken en aan te stellen om van dit thema wat te maken in het overleg dat toch al loopt?

Staatssecretaris Atsma: Ik zal onder andere de wethouder van Rotterdam, waar ook een stadsboerderij is, vragen of zij dit punt wil meenemen. Of ik vraag het een andere wethouder. Er zitten namelijk met name wethouders als representanten van de lokale overheden in de club met klimaatambassadeurs. Het is goed om even te bekijken bij wiens of wier portefeuille dat het beste past. Ik neem dit onderdeel graag mee. Sterker nog, ik ben ervoor dat stadslandbouw in welke vorm dan ook een plek krijgt. Ik geloof niet dat het nodig is om een stadsboer de status van klimaatambassadeur te geven. Dat is niet aan de orde, maar ik geloof ook niet dat mevrouw Ouwehand daarom vraagt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee, ik heb het over enkele wethouders die zijn aangesteld als klimaatambassadeur. Ik stel voor om een extra wethouder de portefeuille stadslandbouw te geven. Ik denk in dit verband aan Den Haag, dat al een mooi initiatief in de vorm van "(H)eerlijk Haags" en ook stadsboerderijen heeft. Ik zou het zo mooi vinden voor de staatssecretaris dat hij ook nog iets met landbouw kan doen.

Staatssecretaris Atsma: Wij hebben geen verschil van mening. Ik kijk binnen de groep klimaatambassadeurs wie het zou kunnen opnemen. Als er niemand is die het kan doen, neem ik de suggestie van mevrouw Ouwehand graag over.

[…]

Interrupties andere partijen:

De heer De Mos (PVV): Zeker. We hebben in dit land het recht om te demonstreren. Dan maak je een mooi spandoek, ga je naar het Malieveld en zeg je daar met een megafoon: stop het doodknuppelen van zeehondjes. Of je biedt petities aan. Kortom, er zijn middelen genoeg. De wet overtreden echter moet de overheid niet aanmoedigen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb ook een casusvraagje. Wat vindt de PVV van het van de weg drukken van een vrachtwagen die te veel varkens heeft geladen?

De heer De Mos (PVV): Mevrouw Ouwehand heeft wat met varkens, voorzitter. Ze lijkt Knorretje wel. Dat vinden we ook niet goed. De wet overtreden is niet goed, ongeacht wie het doet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Interessant. Het was uw fractiegenoot die daar trots over sprak in een algemeen overleg. Hij zei dat hij dat weleens had gedaan. Pittig.

De heer De Mos (PVV): Dat vind ik dan niet zo verstandig van mijn fractiegenoot. Zo simpel zijn we dan ook wel weer. De wet overtreden is te allen tijde fout.