Bijdrage Ouwehand Debat over de agenda van de Europese Top - klimaat- en ener­gie­pakket


15 oktober 2014

Bekijk de bijdrage hier

Esther Ouwehand:
Voorzitter. Europa: best belangrijk en best een beetje beschamend af en toe. Op 23 oktober stemt het Europees Parlement over de benoeming van de nieuwe Europese Commissie. De Partij voor de Dieren is niet heel gelukkig met hoe die Commissie er uitziet. Van een echte democratische stemming lijkt geen sprake. De twee grootste fracties -- ik kijk even naar het CDA en de PvdA -- lijken alles al beklonken te hebben en omstreden kandidaten te steunen. Ja, er waren hoorzittingen en er was openlijk kritiek, maar langzaamaan werd het stiller. Woensdag gaven de Europarlementariërs die over klimaat en energie gaan, in een besloten vergadering groen licht aan Cañete. Een oliebaron, die nog steeds via een Nederlandse brievenbusfirma verdient aan de handel in olie, mag van hen Eurocommissaris voor Klimaat en Energie worden. Ik heb begrepen dat een van de D66-Europarlementariërs op Twitter heel eerlijk heeft laten weten dat hij deze benoeming steunt. Wat vindt de minister-president hiervan? Is dat een goed startpunt voor een ambitieus en onafhankelijk klimaat- en energiebeleid?

Een ander dieptepunt wat de PvdD betreft, is de nieuwe Eurocommissaris voor Milieu en Visserij, de sociaaldemocratische Vella. Die heeft met zijn nationale kabinet de illegale jacht op trekvogels in Malta oogluikend toegestaan, dus in strijd met de Europese regels. In het verleden werd hij zelfs in verband gebracht met belastingfraude. De start van een Commissie had er beter uit kunnen zien, vinden wij.

Het debat van vandaag gaat wat ons betreft vooral over de twee slachtoffers van het Europa van de blinde economische groei, het Europa van de bedrijfsbelangen, namelijk ons klimaat en een houdbare energievoorziening. Twee recente trieste wapenfeiten op het gebied van energie en klimaat kunnen misschien een winstwaarschuwing zijn. Engeland mag van de Europese Unie miljarden steken in zijn kernenergiesector en de meest vervuilende industrie krijgt het recht om gratis te blijven vervuilen; 5 miljard euro maar liefst. Wat vindt de minister-president daarvan?

Dan het klimaat- en energiepakket. Welke doelen gaat Europa zichzelf stellen voor klimaat en energie in 2030? Dat debat is technisch. Welke percentages moet je vaststellen voor de doelen van broeikasgasreductie, duurzame energie en energiebesparing? Het is belangrijk, want het verschil tussen 30% of 40% vermindering van uitstoot in 2030 maakt werkelijk het verschil. Het belang van de vermindering van broeikasgassen verdwijnt echter naar de achtergrond. Klimaatverandering als een technocratendebat, zodat het niemand van ons echt raakt en we allemaal een beetje wegdoezelen. Dat lijkt tactiek te zijn en daar houd ik niet zo van.

Ik heb even een kijkje genomen op de site van The Boston Globe. Die krant heeft een fotoblog over de ontwikkelingen in de wereld. Twee foto's vielen mij op, foto's die de kern van het klimaatprobleem wat ons betreft wel duidelijk maken. Op de ene foto zie je Nice in juli 2014. Het is warm en kinderen zoeken verkoeling bij de fonteinen in de stad; prachtig, dat gun je iedereen. Op de andere foto zie je Noord-India in september 2014: grote droogte, een drooggevallen rivierbedding en een jongetje dat misschien ook best wat verkoelend water zou willen hebben maar dat niet heeft.

Zo ziet klimaatverandering er uit. Wij in Europa hebben samen met de andere geïndustrialiseerde naties een belangrijke bijdrage aan geleverd aan verslechtering van de leefomgeving van mensen die daar niet zelf om hebben gevraagd en daar ook niet aan hebben bijgedragen. De Partij voor de Dieren vindt dat wij het recht niet hebben om de leefomgeving van anderen te verslechteren. Ik hoop dat de minister-president dat met mij eens is. Als hij daar anders over denkt, hoor ik graag een argumentatie waar we dat recht dan vandaan zouden halen. Het kan niet zo zijn dat we met een beroep op de belangen van ons bedrijfsleven veel fundamentelere waarden, namelijk een gezonde leefomgeving voor iedereen, laten beknellen. Een groot deel van de rest van de wereld wordt heet en droog, zonder verkoeling, zonder bescherming en zonder vangnet. Daarom is het debat dat nu gevoerd wordt over de vraag welke doelen Europa zich precies stelt, ook van belang voor de wereldwijde klimaatafspraken die we in 2015 in Parijs hopelijk op een ambitieus niveau willen vaststellen. Hoe groot is de kans dat opkomende landen zelf ambitie willen tonen als wij achterblijven?

Het gaat dus ook over een aangenomen motie van de Kamer die niet wordt uitgevoerd. Ik schrok wel een beetje van de VVD, die zei: nou ja, als bestuurder kijk je even naar een aangenomen motie. Is dat echt de manier waarop de VVD het hoogste orgaan van dit land zou willen beoordelen? De Partij voor de Dieren moet vaststellen dat het een slechte gewoonte van het kabinet is om aangenomen moties niet uit te voeren. Dergelijke moties liggen geregeld op het gebied van milieu. Een andere tactiek lijkt te zijn dat het kabinet denkt: ach ja, milieu, er is nog nooit een partij geweest die daar het kabinet op heeft laten vallen. Dat mag een strategie zijn het kabinet, een risicobeoordeling die het misschien weloverwogen heeft gedaan, maar ik kijk naar de Partij van de Arbeid om daar eens een eind aan te maken.

Interrupties bij andere partijen:


Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De heer Pechtold zei dat deze Commissie uit het Europees Parlement geboren is. Ik kreeg een beetje de indruk dat hij daarmee bedoelde te zeggen dat dat hartstikke goed was. Nu bestaat de Commissie uit figuren waarop wel wat kritiek is geuit, om het maar voorzichtig te zeggen. Zo is in een aantal stemmingen besloten dat de nieuwe Eurocommissaris voor klimaat en energie gewoon de man werd die nog steeds verdient aan de olie-industrie. Ik ben erg benieuwd of de delegatie van D66 in Brussel dat heeft gesteund.


De heer Pechtold (D66):
Die vraag moet u aan haar stellen, want sommige van de stemmingen zijn geheim, dus daar weet ik niets van. Ik heb niet alles gehoord, maar ik weet wel dat de fractie van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa zeer kritisch was. Zij is de op drie na grootste fractie en moet dus opboksen tegen de twee grote machtsblokken van samenwerkende christendemocraten en socialisten. Ik weet dat de fractie waarvan D66 deel uitmaakt kritiek op de Hongaar had en geloof dat zij zich nog wel achter de oren heeft gekrabd. Zij had ook kritiek op de Spanjaard met zijn contacten in de oliewereld. De bedoeling van een hoorzitting is alleen niet dat zij leidt tot het zwart-witte besluit om iemand weg te sturen of te accepteren. Er kan ook een heel duidelijke oranje kaart worden gegeven, waardoor een kandidaat de boodschap mee krijgt dat hij of zij flink aan een bepaald punt zal moeten werken om de geloofwaardigheid in de ogen van een bepaalde fractie te behouden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank. Er was inderdaad wel kritiek, maar die verstomde langzaam. Er waren ook signalen van handjeklap tussen de twee grootste fracties. Ik ben wel benieuwd naar hoe D66 die samenstelling duidt. We kennen D66 namelijk als een partij die altijd zegt dat we Europa nodig hebben voor het milieu. De Partij voor de Dieren ziet dat iets anders, vanwege de blinde groeistrategie van Europa. Dat Europese milieubeleid is niet veel meer dan het wegwassen van de ergste kantjes daarvan. Als D66 deze Commissie met zo veel vreugde omarmt, vraag ik me af hoe het het toekomstige klimaatbeleid van Europa voor zich ziet.

De heer Pechtold (D66):
Ik kom daar nog aan toe. Het zal mevrouw Ouwehand plezieren dat ik dadelijk zal aangeven dat de doelstelling van de Commissie, die door Nederland niet wordt onderschreven, voor ons wel een punt is waarop we Europa moeten volgen en waarvoor we de ambitie hoger moeten maken. Maar ik ben het eens met mevrouw Ouwehand dat dit verre van ideaal is. Mijn stelling is dat Europa ons dadelijk nog democratisch inhaalt omdat Commissarissen in het openbaar worden gehoord, terwijl bewindslieden hier hooguit worden gehoord in een prachtige zaal in Huis ten Bosch, waarvan ik overigens hoop dat die nog eens tijdelijk voor het publiek wordt opengesteld. De premier herinnert zich dat debat vast. Ik vind daar wel een verschil tussen zitten. Maar begrijp me goed, ik vind het nog verre van democratisch. 28 Commissarissen vind ik nog steeds een monstrum, en ga zo maar door. Maar de Nederlandse regering heeft het niet in haar eentje voor het zeggen, en dan moet je werken op basis van de gegeven omstandigheden.

(...)


De heer Verheijen (VVD):
Ik speel geen spelletje tussen bindend en indicatief. Wij zijn voor een bindend CO2-doel en daarna voor indicatieve doelen voor energiebesparing en duurzame energieopwekking. De heer Pechtold stelt in wat tussenzinnetjes dat in Nederland de ambities naar beneden worden bijgesteld op basis van het energieakkoord, maar daar is volgens mij geen sprake van. Wij zijn voor een realistisch beleid. Voor mij is het geen criterium of Nederland vooroploopt, voor mij zijn de criteria: concurrentiekracht van Europa, level playing fields wereldwijd en de ambitie op het gebied van het klimaat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zou van de VVD willen weten wat zij bedoelt met de vraag aan het kabinet wat Europa gaat doen als straks India, China en Brazilië niet willen meedoen met het klimaatakkoord. Ik zou ook willen weten hoe groot de VVD de kans acht dat deze landen aan boord blijven als wij op Europees niveau onze ambities zo bedroevend laag vaststellen.

De heer Verheijen (VVD):
Over het ambitieniveau verschillen mevrouw Ouwehand en ik zeker van mening. Volgens mij hebben wij in Europa een doel van 40% CO2-reductie. Wij laten openingen om dit percentage naar boven bij te stellen, als er wereldwijd ambitieuzere doelen worden afgesproken. Ik verwijs naar de motie van de heer Vos en de heer Dijkstra, die daar ook op ingaan. Mijn vraag is alleen: wat nu als het de andere kant opgaat? Ik zit minder in het mondiale klimaatdebat dan u, dus op dit moment heb ik er geen zicht op wat China, India en Brazilië doen. Ik zie wel dat het debat in India heel anders verloopt; dat hebben wij recentelijk bij andere mondiale toppen gezien. India zit er echt anders in en dat is iets om op te letten. Mijn vraag is gewoon open: wat gebeurt er met Europa als die doelen mondiaal lager worden vastgesteld? Blijven wij dan op die 40% of gaan wij dat heroverwegen? Uiteindelijk gaat het ons ook om het mondiale level playing field en om de concurrentiekracht. Wij moeten ervoor zorgen dat wij in Europa werkgelegenheid behouden en ook maakindustrie nog kunnen faciliteren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik waardeer het dat de heer Verheijen zo open zegt "ik zit er niet zo heel goed in, dus wij moeten het maar even zien", maar mijn stellige indruk is toch dat dit eigenlijk een opmaat van de VVD is tot "laat maar zitten, zo'n heel klimaatverdrag". Het cirkeltje komt natuurlijk wel rond. Europa is niet een van de minst vervuilende continenten van de wereld, dat weet de heer Verheijen ook. Wij zullen ambitie moeten tonen, willen wij opkomende landen kunnen meekrijgen. Als we in het cirkeltje blijven redeneren dat wij niet zo veel hoeven doen, omdat het akelig is voor ons bedrijfsleven, en vervolgens naar andere landen wijzen, in de trant van "als zij niet gaan, gaan wij ook niet", zeg je toch de facto: mwah, einde verhaal met die klimaatafspraken?

De heer Verheijen (VVD):
Wij zijn voor ambitieuze klimaatdoelen en onderschrijven de tweegradennorm. Wij moeten daar met die 40% aan gaan werken. Het moet echter wel in het mondiale plaatje passen. De industrie is mondiaal. Onze economie is mondiaal georganiseerd. Op dit moment is Europa verantwoordelijk voor 11% van de mondiale CO2-uitstoot. Het heeft geen zin dat Europa alleen heel ver vooroploopt. Dat kost ons uiteindelijk concurrentiekracht en het kost ons uiteindelijk banen. Daar is volgens mij niemand bij gebaat. Als andere landen die productie overnemen tegen slechtere voorwaarden, op een meer vervuilende manier, zeg ik de heer Leegt na: dan wordt uiteindelijk Europa armer en de wereld alsnog warmer.

(...)

Mevrouw Maij (PvdA):Tot slot kom ik te spreken over de inzet van het kabinet voor het klimaat- en energiebeleid 2030. Mijn fractie is voorstander van een ambitieus klimaatbeleid. Wij hebben daarbij gepleit voor minstens 40% CO2-reductie. We moeten daarbij verder kijken dan de EU alleen. Uiteindelijk hebben we voor een ambitieus klimaatbeleid ook de VS, China, India en Rusland nodig. Mijn fractie staat op het standpunt dat de drievoudige doelstelling noodzakelijk is en dat deze vervolgens moet worden vertaald naar de individuele lidstaten. In de brief van minister Kamp lees ik dat de motie van Van Tongeren en Dik-Faber over duurzame energie ondersteuning van beleid is en inzet van het kabinet in de Europese onderhandelingen. Er was daar al enig debat over onder mijn collega's. Ik zou graag de bevestiging van de premier krijgen dat dit ondersteuning van beleid en inzet van het kabinet in de Europese onderhandelingen is.(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben bang dat dit straks in tweede termijn allemaal weer met een sisser afloopt. We doen ons werk als Kamerlid allemaal op onze eigen manier. Als ik een brief van het kabinet zou lezen waarin feitelijk wordt gezegd dat men het met die aangenomen motie zo net nog niet weet, dan zou ik niet alleen aan het kabinet vragen of even kan worden bevestigd dat de motie echt wordt uitgevoerd, maar dan zou ik er ook bij zeggen: want, anders… Daar ben ik een beetje naar op zoek. Zijn mevrouw Maij en haar fractie bereid om consequenties te verbinden aan het feit dat het kabinet de vrijheid neemt om een aangenomen motie heel anders uit te leggen dan de Kamer bedoeld heeft? Zegt zij: je kunt hoog springen, laag springen, op je kop gaan staan, het maakt allemaal niet uit, maar dit is wat we wilden, dat gaat u doen en anders zijn de rapen gaar?

Mevrouw Maij (PvdA): Ik wil eerst graag het antwoord van de premier horen. Dan kan ik natuurlijk de volgende stap zetten. Mevrouw Ouwehand gaat uit van een antwoord en trekt daaruit een conclusie. Dat kan. Ik ben nog niet zo ver. Ik wil eerst graag horen wat de premier erover zegt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat mag natuurlijk, maar ik vind het niet zo'n heel sterk optreden vanuit de Kamer. Wij zijn hier wel de belangrijkste factor. De minister-president is een aardige meneer, maar wij zijn hier de baas.

Minister Rutte: Medewetgever!

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hoor de minister-president "medewetgever" zeggen. Daar heeft hij gelijk in. Ik zal het vriendelijk formuleren: ik wil mevrouw Maij graag aanmoedigen om een iets krachtiger positie in te nemen.M

Mevrouw Maij (PvdA): Dat was, geen vraag maar een oproep.

(...)

Minister Rutte: Ik ga niet reageren op allerlei krantenartikelen. Ik moet dan nagaan op welke stukken men dat gebaseerd zou kunnen hebben en welk ambtelijk concept dat dan moet zijn; het zal wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mooi, de minister-president draagt er zorg voor dat wat de Kamer heeft gevraagd in de aangenomen motie wordt uitgevoerd. Je zou kunnen zeggen dat het eerlijk is dat de minister-president zegt dat hij het niet gaat halen. Maar wat is dan precies de strategie? Ik proef bij het kabinet niet de vurige wens om het klimaatbeleid dat wij hier in de Kamer noodzakelijk vinden te vuur en te zwaard te verdedigen in Europa. Wat vindt de premier ervan dat hij het niet gaat halen, wat voelt hij erbij? Moet het kabinet niet meer doen? Zou het niet verstandiger zijn om de doelen die de Europese Commissie voorstelt minstens te onderschrijven om zo een krachtiger positie te hebben in dat hele veld? Ik vind het wat gelaten allemaal.

Minister Rutte: Helemaal niet. Misschien is het verstandig om ook te kijken naar wat politiek haalbaar is. We zitten niet in ons eentje aan tafel. Ik acht de politieke kans op een akkoord over een doorvertaling van een Europees bindend doel in nationale doelen nul. Dat vertel ik u. Het heeft niet zo veel zin om daar geheimzinnig over te doen. Ik zal het pleidooi houden, maar het gaat niet gebeuren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb onderkend dat het mooi is dat de minister-president daar eerlijk over is, maar ik kan me ook voorstellen dat hij zegt: daar baal ik van; ik vind dat we meer moeten doen om ervoor te zorgen dat we toch een doorbraak bereiken. Dan denk ik -- ik gok maar wat, want ik zit niet aan die tafels daar -- dat het niet helpt dat als de Europese Commissie, toch al niet het meest vooruitstrevend als het gaat om klimaatbeleid, doelstellingen voorstelt voor energiebesparing, Nederland dan zegt: oei, dat vinden wij wel een beetje moeilijk; wij pleiten voor iets minder. Dat maakt je positie toch niet sterker? Dat kan de minister-president toch onderschrijven? Is hij niet bereid om daaraan wat meer te doen?

Minister Rutte: Ik begrijp niet waar ik voor minder zou pleiten. Volgens mij voeren wij de motie-Van Tongeren uit, zoals in de brief aan de Kamer staat. Die was ondersteuning van beleid. Als je een Europees bindend doel hebt -- dat is al maanden voorzien, en in Kamerdebatten altijd al -- zal er een doorvertaling moeten zijn naar de lidstaten. Nederland zal het doel moeten doorvertalen. Dat is voor ons niet heel ingewikkeld, want dankzij het energieakkoord zijn we goed op weg naar onze bijdrage aan dat doel. Wat veel belangrijker en crucialer is -- daarover heb ik nog niks gezegd en de Kamer gek genoeg tot nu toe ook niet -- is de discussie over dat tradingsysteem. Daar zitten grote risico's in. Als dat tradingsysteem puur wordt gebaseerd op het bnp per hoofd van de bevolking en niet op wat Nederland wil, dat inzet op veel meer flexibiliteit, waarbij een klein geïndustrialiseerd land als Nederland ook van flexibiliteitsmechanismen gebruik kan maken, dan wil ik daar veel meer politiek kapitaal op inzetten bij de Europese Raad dan als een Don Quichotte als een van de zeer weinigen knokken voor nationale doelstellingen. Ik zal het doen, maar het gaat niet lukken.

(...)


Minister Rutte: Ik heb zeker geen probleem, want ik heb dit afgelopen vrijdag nog besproken met de heer Van Rompuy. Volgens mij ben ik, na de Koning, de hoogste die dat kan doen. Ik heb met hem besproken wat de Nederlandse doelstellingen zijn en hoe wij hierin zitten. Dat lag precies in lijn met wat ik hier nu met u bespreek. Weet u, als een krant achter een of andere ambtelijk document komt -- en ik weet ook niet op welk niveau dat document zweeft -- ga ik me daar echt niet voor verantwoorden. U vraagt mij hoe het zit. Ik vertel u wat de inzet van de Nederlandse regering is. Of u vertrouwt me, of niet, maar dan hebben we een ander probleem. Zo zit het.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan heeft de minister-president wel een ander probleem, want als hij vrijdag met Van Rompuy precies heeft besproken wat de Nederlandse inzet zal zijn, namelijk uitvoering van die motie, dan snap ik niet dat twee van zijn bewindslieden een andersoortige brief naar de Kamer sturen. Dus dan gaat het in het kabinet niet helemaal goed. Verder zegt de minister-president: die Permanente Vertegenwoordigers sturen we geen stukken want dat gaat allemaal in overleg. Dan rijst bij mij de vraag of de Permanente Vertegenwoordigers dan de opdracht hebben om door de Kamer aangenomen moties, direct te incorporeren als zijnde het nieuwe Nederlandse beleid. Of krijgen ze wel degelijk een instructie van het kabinet? Dat laatste lijkt mij wenselijk, maar als de minister-president hier doet alsof die stukken niet verstuurd worden en hij iedereen persoonlijk even belt, vraag ik mij af of hij nog wel aan nachtrust toekomt. Dus het lijkt mij allemaal wat onwaarschijnlijk.

Minister Rutte: Het is heel simpel: die motie is ondersteuning van beleid, dus daarvoor behoeven we geen nieuwe instructie te geven aan Brussel, want we deden het al. Tegelijkertijd schets ik u wel mijn verwachting van hoe dat politiek gaat landen de volgende week in de Europese Raad en dat ziet er minder vrolijk uit. De inzet is ieder geval conform de motie. De brief die is gestuurd door de twee bewindslieden behandelt drie doelstellingen. Daar zijn verschillende inzetten op. Op de 40% is het Europees bindend en nationaal bindend. Op duurzame energie is de verwachting dat we uitkomen op Europees bindend en niet-nationaal bindend maar dat Nederland er wel voor zal pleiten, maar dat we het niet gaan redden. Dan heb je nog de derde doelstelling waar het betreft energiebesparing. Die is Europees indicatief niet doorvertaald. Daar kan Nederland zich goed in vinden. Als er staat "de doelstellingen moeten worden doorvertaald", dan geldt dat voor de drie doelstellingen. De heer Klaver heeft specifiek gevraagd naar de doelstelling over duurzame energie in relatie tot de motie-Van Tongeren. Ik heb in antwoord daarop geschetst wat altijd onze inzet daarbij is geweest.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als de minister-president nu eens op zou houden met tijd verspillen aan zeggen wat zijn inschatting is in Europa, want daar gaan de vragen van de Kamer niet over. Mij lijkt dat er sowieso een probleem blijft bestaan. Ofwel het was klip-en-klaar dat wat de Kamer heeft gevraagd al ondersteuning van beleid was. Dat zou dan prima zijn. Dan behoef je inderdaad de Permanente Vertegenwoordigers niet extra te instrueren, maar dan blijft de minister-president wel zitten met twee bewindslieden die uiterst onhandige brieven naar de Kamer sturen. Dat lijkt mij ook niet wenselijk. Dus ergens klopt er iets niet en de minister-president mag wat mij betreft zelf kiezen wat het probleem is dat hij hier uiteindelijk wil opbiechten aan de Kamer. Heeft hij nu wel of niet de Permanente Vertegenwoordigers goed geïnstrueerd of heeft hij gewoon onhandige bewindspersonen?

Minister Rutte: We hebben één Permanente Vertegenwoordiger en die is permanent goed geïnstrueerd want die maakt ook deel uit van degenen die deze discussies voeren. Die lobby voeren we niet alleen in Brussel maar ook vanuit BZ en Algemene Zaken met de hoofdsteden en wat betreft dit dossier ook nog vanuit EZ en I en M. De brief van de twee bewindslieden betrof de drie doelstellingen. Daarin is het geaggregeerd weergegeven. Voor zover er vragen over waren, heb ik die volgens mij specifiek voor de doelstelling duurzame energie naar tevredenheid beantwoord. De brief begint met het feit dat de motie-Van Tongeren ondersteuning van beleid is. Hoe duidelijk wilt u het hebben?

Tweede termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het blijft een rare zaak. Het kabinet was niet van plan om in te zetten op bindende doelstellingen en legt een aangenomen motie van de Kamer in een brief zo uit dat er geen sprake is van bindende doelstellingen, en dan spreekt de minister-president hier vandaag toch alsof hij allang aan het uitvoeren was wat de Kamer hem had gevraagd. Het lijkt erop dat het kabinet heeft besloten om de Partij van de Arbeid dan maar ter wille te zijn door te zeggen: wij gaan het wel doen, in de wetenschap -- dat hoorden we de minister-president zeggen -- dat het toch niet uitmaakt. Nu kan dat waar zijn in het Europese debat, maar je kunt er ook zelf iets aan doen. Je hoeft niet het hoofd in de schoot te leggen. Ik heb een voorstel dat de Nederlandse positie sterker zou maken als het ook de Partij van de Arbeid menens is dat we ons best moeten doen om deze motie tot beleid te verheffen in Europa.

motie Ouwehand: steun de Europese doelen voor een klimaat- en energiepakket van 27% hernieuwbare energie en 30% energiebesparing

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Een slotopmerking. Was het maar waar dat we inzetten op ambitieuze klimaatdoelen en was het maar waar dat dit ook voor de VVD-fractie geldt! Als we de tweegradendoelstelling willen halen, is dit verre van genoeg. Al het geruzie over bindende doelstellingen en zelfs de motie die ik net heb ingediend, gaan er niet voor zorgen dat we wereldwijd de temperatuurstijging tot 2 graden gaan beperken. Daar is veel meer voor nodig. Ik hoop dat de minister-president bereid is om dat te erkennen.