Bijdrage Ouwehand aan debat over preven­tie­ak­koord


5 september 2019

Plenair debat over concrete maatregelen in het kader van het preventieakkoord

Voorzitter, dank u wel. Als je aan mensen vraagt wat uiteindelijk het belangrijkste in het leven is, dan zeggen ze eigenlijk altijd: je geliefden en je gezondheid. Die moet je gewoon beschermen en koesteren. Mensen die ziek zijn geworden, zeggen vaak: "Ik vond het zo vanzelfsprekend dat ik een gezond lichaam had dat alles kon. Pas toen ik mijn gezondheid was kwijtgeraakt, realiseerde ik me hoe bepalend dat is en hoeveel vrijheid je eigenlijk verliest; de vrijheid om te leven zoals je wilt."

Voorzitter. Dat is een element dat ik mis in het debat over preventie. Veel partijen hebben wel een grote mond dat zij de vrije mens zouden willen beschermen, maar dit element — wat er gebeurt als je je gezondheid kwijtraakt en heel veel vrijheden verliest — komt eigenlijk nooit terug. Ik zou dus aan het begin van dit debat aan de staatssecretaris willen vragen of hij het met de Partij voor de Dieren eens is dat de overheid mensen moet helpen om hun gezondheid zo goed als kan te beschermen en dat mensen dus toegang moeten hebben tot een omgeving die in beginsel gezond is. Want we zien nu gebeuren dat de overheid vooral de industrie heel veel vrijheid geeft om de omgeving waarin mensen moeten werken, wonen en hun kinderen opvoeden en waarin kinderen moeten opgroeien, met grote gevaren voor de gezondheid op te zadelen. We hebben het in een interruptiedebatje al eventjes gehad over tabak. Ja, daar is geen sprake van een vrije keuze, omdat het zo'n nare verslaving is. We zien hier gelukkig een staatssecretaris die uitstraalt dat hij dat ook echt wil aanpakken. Het lijkt ons geen toeval dat de afspraken op het gebied van tabak het scherpst zijn, omdat de tabaksindustrie niet aan tafel mocht. Dat mag niet van de wereldgezondheidsregels. De tabaksindustrie is dus de enige die niet echt mocht meepraten. Daar gebeurt gelukkig het meest. Er kan nog wel een stapje bij, maar vooruit.

Waarom doen we dat dan niet voor andere factoren die ook van grote invloed zijn op de gezondheidskansen van mensen? Ik werd echt een beetje verdrietig toen ik las over de heisessies van het kabinet, waar het leek te draaien om één vraag: hoe kan iedereen erop vooruitgaan volgend jaar? Waarom moet iedereen erop vooruitgaan? Er zijn mensen die het echt niet nodig hebben om nog meer inkomen te hebben. We hebben wel een probleem met mensen die weinig geld hebben, die het toch al moeilijker hebben in het leven en ook nog eens harder geraakt worden — de heer Van Gerven sprak er ook over — door gezondheidsgevaren die nu eenmaal meer op de loer liggen als je weinig geld hebt. Waarom maakt het kabinet daar geen speerpunt van en waarom probeert het kabinet het niet te combineren? Daar zijn we dit weekend door jongeren op gewezen. Zij zeggen: als je beleid maakt op het ene terrein en op het andere terrein en je legt dat vervolgens bij elkaar, dan is de klap voor ons als jongeren wel erg groot. Dat geldt ook voor mensen met weinig geld. Zij hebben te maken met een verhoging van de btw op producten die je gewoon nodig hebt voor een gezond lichaam, zoals groente en fruit, en ze hebben te maken met allerlei kosten en stressfactoren.

Ik zie een kabinet dat deze combinatie niet maakt. Waarom gebeurt dat niet? We hebben de staatssecretaris eerder indringend gevraagd naar de invloed van de voedselomgeving. Wat je koopt, wat je eet, wordt in belangrijke mate bepaald door de industrie, die tot nu toe van de overheid alle ruimte krijgt om die ruimte vrij in te richten: gestunt met vlees, gestunt met goedkope producten, overal fastfoodketens, reclames vooral voor producten buiten de Schijf van Vijf. Ja, dat maakt nogal wat uit voor wat mensen wel en niet kopen. Dat kun je ook met je boerenverstand wel aanvoelen, want als die marketingstrategieën niet zouden werken, zouden die bedrijven ze niet zo uitvoeren. Dan zouden ze niet al die miljarden aan reclames besteden. Je kunt dat met je gezond verstand zien, maar we weten het ook van wetenschappers.

Begin 2018 hadden we een belangrijk voedseldebat hier in de Kamer, omdat niet alleen de gezondheid van groot belang is — gezond voedsel, gezond voedselaanbod — maar omdat er ook nog wel wat issues liggen als het gaat om duurzaamheid. Toen heeft de Kamer wetenschappers uitgenodigd en gevraagd: hoe moeten we dat nu doen, want de overheid probeert het al een poos, mensen verleiden, voorlichten over wat gezond voedsel is en wat duurzaam voedsel is, maar we komen er niet. 50% van de mensen heeft overgewicht. Dat is heel vervelend voor de mensen die ermee te kampen hebben. Wat zeggen die wetenschappers dan: die voedselomgeving maakt ongelooflijk veel uit, grijp daar nou op in. Toen diende ik een motie in en toen zei de staatssecretaris: ik ben het eens met mevrouw Ouwehand, die voedselomgeving speelt een grote rol, maar wacht nu even, want we gaan het Preventieakkoord schrijven en daar zult u vast blij mee zijn. Ik zie niets terug van de aanbevelingen van die wetenschappers. Dan vraag ik me af: kent het ministerie van VWS al die rapporten dan niet of worden die welbewust genegeerd? Wat gebeurt daar?

Ik haal er één voorbeeld uit. In het Preventieakkoord staat over kindermarketing dat het gebruik van license media characters — dat zijn de Disneypoppetjes of de Bob de Bouwer-poppetjes op ongezonde producten — wordt ingeperkt voor ongezonde producten. Maar wat betekent "ingeperkt"? Als er nu 1.000 ongezonde producten met Disneyfiguren in de winkel liggen en over vijf jaar zijn dat er 999, noemt de staatssecretaris dat dan al winst? De wetenschappers hebben echter gezegd dat je alle kindermarketing moet verbieden. Ik vraag me af waarom die voedselomgeving niet is aangepakt. Ik vraag me ook af waarom het kabinet niet kijkt naar de adviezen van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het Planbureau voor de Leefomgeving, die allemaal uitspraken hebben gedaan over hoe je met het voedselbeleid aan de slag zou moeten, en ook niet naar die van het RIVM, ook niet de minste, die naar het Preventieakkoord heeft gekeken. Ze zeggen alle vier: zo ga je de doelen niet halen. Wat prevaleert hier nu, de wetenschap en de wens om de gezondheid van mensen echt te beschermen, of de politieke wil van de VVD?

Dank u wel, voorzitter.

Interrupties:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ken mevrouw Dik-Faber als iemand met een groot hart voor preventie. We trekken ook vaak samen op, op het gebied van roken en alcohol. En zelfs op het gebied van voedsel, maar daar wordt het wel het moeilijkst. Ik wil dus vragen wat mevrouw Dik-Faber ervan vindt dat in het Klimaatakkoord — ook al geen ideaal akkoord waarmee we de doelen gaan halen, maar toch — ten aanzien van de eiwitconsumptie wordt gesteld dat we toe moeten naar een verhouding 40/60, 40 dierlijk en 60 plantaardig en dat deze staatssecretaris met zijn Preventieakkoord nog steeds uitgaat van 50/50. Dat lijkt me nou een kansje. Het is maar een heel klein dingetje dat je bij zou kunnen sturen, maar dat je wel op één lijn zou moeten brengen. De volgende vraag is hoe we er dan komen. Mevrouw Dik-Faber weet net zo goed als ik dat we vrijblijvend stimuleren en verleiden geprobeerd hebben en dat het niet werkt. Moet daar niet ook een schepje bovenop?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Goed om te horen dat mevrouw Ouwehand de documenten zo naast elkaar heeft gelegd. Volgens mij is de ambitie inderdaad 40 dierlijk en 60 plantaardig. Dat is een ambitie die goed is voor het milieu, maar die vooral ook heel goed is voor onze gezondheid. Daarom vind ik het ook belangrijk dat dat onderwerp een plek krijgt en ook heeft in het Preventieakkoord. Ik zie dat die beweging al gaande is in onze samenleving. Het Voedingscentrum geeft daar ook veel adviezen over. Dat is wat ik op dit moment zie, dus ik ben even aan het zoeken naar de maatregelen die mevrouw Ouwehand wil voorstellen om die ontwikkeling een duwtje geven.

Ik debatteer ook veel met mevrouw Ouwehand in de commissie voor Landbouw. Als het gaat om de veehouderij, zitten we er wat verschillend in. Laten we daar ook eerlijk over zijn. Wellicht kunnen we het onderwerp eiwittransitie agenderen zonder het over de veehouderij te hebben, want dat is toch wel echt wat ons onderscheidt. Mevrouw Ouwehand wil vanuit de overheid de veehouderij klein maken en zo de eiwittransitie in gang zetten en mijn fractie zegt: we gaan toe naar kringlooplandbouw, we zien een verandering in de samenleving en wat is er dan nog vanuit de overheid nodig?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik vraag het omdat mevrouw Dik-Faber het, terecht, over het RIVM had. Dat heeft naar het Preventieakkoord gekeken en gezegd dat we met de maatregelen de ambitie niet gaan halen: de ambitie is hartstikke leuk, maar we redden het niet. Het is niet voor het eerst dat we door een gezaghebbend instituut erop worden gewezen dat het beleid dat we voeren en de ambities die we hebben niet bij elkaar passen. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur heeft ook gekeken naar wat we nou met voedsel moeten en die adviseert net als vele anderen heel nadrukkelijk prijsprikkels, zoals ik in mijn bijdrage ook heb genoemd. Wetenschappers zeggen: maak nou gezond voedsel goedkoper en ongezond voedsel duurder. Dat geldt ook voor duurzaamheid, dus een prijsprikkel: vlees en zuivel duurder en groenten en fruit goedkoper. Zou de ChristenUnie daarvoor voelen?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik wil eigenlijk mevrouw Ouwehand voorstellen om een keer samen op werkbezoek te gaan in een supermarkt, omdat ik ervan overtuigd ben dat op het moment dat wij vanuit de overheid gaan sturen met differentiatie in belastingen het gewoon ongelofelijk ingewikkeld wordt en dat op dit moment een supermarkt ook niks in de weg staat om marges te veranderen. Er zijn supermarkten die hebben gezegd: wij voeren de btw-verhoging op groenten en fruit niet door en wij zetten die prijsverhoging op andere producten. Dat zijn de supermarkten waar we volgens mij allemaal een voorbeeld aan moeten nemen. Het kan dus gewoon.

……

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk dat preventie op alle terreinen van belang is. Ik hoorde dat D66 het had over een omgeving waarin je al dan niet kunt bewegen. Toen dacht ik dat ik even moest vragen naar de groene omgeving, want daar kwam ik in mijn eigen bijdrage niet meer aan toe. Jaren geleden heeft de Partij voor de Dieren aan het kabinet gevraagd om met gemeenten in gesprek te gaan om te zorgen voor voldoende groen in de omgeving. Juist kinderen groeien daardoor gezonder op. Ik lees daar in het Preventieakkoord eigenlijk niet zo veel over terug en ben benieuwd hoe het ermee staat. Eigenlijk gebruik ik deze interruptie om te vragen of D66 daar ook benieuwd naar is, want dan kunnen we dat samen aan de staatssecretaris vragen. Een groene leefomgeving en een groene speelomgeving voor kinderen: wat is de stand van zaken?

Mevrouw Diertens (D66):
Ik zal deze vraag met liefde doorspelen naar de staatssecretaris. Ik ben ook woordvoerder sport, zoals u weet. Ook in die hoedanigheid en in het D66-verkiezingsprogramma zijn wij voor een groene leefomgeving, maar ook voor een leefomgeving waarin bijvoorbeeld ouderen uitgedaagd worden om een leuk wandelingetje te maken waar een verhoginkje in zit, zodat ze een betere conditie krijgen.

……

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil ook het fundamentele punt maken dat de Kamer in een lastige positie wordt gebracht. Wetenschappers die hebben meegewerkt worden ook in een lastige positie gebracht als hun gevraagd wordt om mee te denken over zo'n akkoord. Ik vraag de staatssecretaris dus om ten minste te erkennen dat de wetenschappers er eigenlijk zitten voor het publieke belang dat we allemaal delen, namelijk de gezondheid van mensen, en dat zij aan tafel zitten met partijen die niet het publieke belang delen maar een eigenbelang hebben. Dat is fundamenteel ingewikkeld; laat ik het zo zeggen.

Staatssecretaris Blokhuis:
Laten we eerlijk zijn daarover: dat is ook een spannende exercitie, ook voor de wetenschappers. Zij hebben volop meegedacht, heel ruimhartig, en zij zullen af en toe ook achter de oren hebben moeten krabben toen hun werd gevraagd: wil je hiermee instemmen? Dat ga ik ook niet ontkennen.

………

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Toch ook op dit punt. Ik begon daar net al even mee. De staatssecretaris heeft een aantal goede dingen gezegd over roken, over alcohol. Hij heeft echt een aantal taboes doorbroken. Maar het hele idee van een akkoord sluiten met partijen die daar belang bij hebben: bedrijven zijn niet goed of slecht, ze zijn per definitie amoreel. Die dragen niet het publieke belang van een goede gezondheid in hun DNA. Dat kun je ze ook niet kwalijk nemen; hun doel is geld verdienen. Maar dan ga je ze aan tafel zetten met mensen die wel voor dat publieke belang staan. Dat is fundamenteel problematisch. Als de staatssecretaris hier wordt aangesproken op dat probleem, zegt hij: nu blijkt dat we die doelen niet gaan halen. Nee, die haal je niet met zo'n constructie. Dan hadden we ook de ambities naar beneden kunnen bijstellen. Dat vind ik wel echt vervelend, want de staatssecretaris had ook de Kamer kunnen confronteren, van: "dit is wat we nu weten van de wetenschap. Als we die en die maatregel nemen, dan komen we in de buurt; zegt u het maar". Dat had ook gekund en dat was wel de chiquere route geweest.

Staatssecretaris Blokhuis:
Ik heb het idee dat we nu de hele tijd dezelfde argumenten blijven uitwisselen en ik vind het wel een heel vergaande uitspraak om te zeggen dat bedrijven per definitie amoreel zijn. Er zijn natuurlijk ook allerlei bedrijven die proberen om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Die leveren ook een goede bijdrage aan de gezondheid in Nederland. Dus om die allemaal over één kam te scheren, vind ik wel heel erg generaliserend.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het is neutraal, hè, het is amoreel. Ik citeer de heer Robert Reich, oud-minister onder Clinton, die daar mooie dingen over heeft gezegd. Het gaat erom dat het een fundamentele scheve belangenconstructie is als je kiest voor het akkoordprincipe. Ik daag de staatssecretaris uit om de Kamer ook gewoon te informeren over de feiten. We weten wat de wetenschappers ons hebben geadviseerd, wat wel en niet gaat werken. Geef de Kamer de kans om daar een eigen oordeel over te vellen. Want mevrouw Ploumen heeft gelijk: als het RIVM nu al de analyse neerlegt dat we de doelen niet gaan halen, is dat toch gek? Als we nu al weten dat we straks moeten gaan bijsturen, laten we dan nú die discussie voeren.

Staatssecretaris Blokhuis:
Ik weet eerlijk gezegd niet wat ik nog moet toevoegen in aanvulling op wat ik hier al drie keer over gezegd heb. Ik blijf bij het standpunt dat ook de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij die thematafels problematisch alcoholgebruik en overgewicht een meerwaarde heeft gehad. Ik kan daar voorbeelden van noemen en ik kan u lijstjes sturen, maar ik noem één heel sprekende voorbeeld, waar ik u dan ook niet op hoor reflecteren: het is toch wel een heel mooi aanbod dat de levensmiddelenindustrie zegt: wij garanderen dat wij 30% minder suikers in de frisdranken doen. Voor sommigen is dat kennelijk nieuws, maar het staat in het Preventieakkoord.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Daar wil ik dan wel op reflecteren: ik vind dat tamelijk naïef. Ik denk dat de staatssecretaris datzelfde aanbod had gekregen als hij had gezegd: er komt een suikertaks in 2020, tenzij jullie voor die tijd aantoonbaar hebben bewezen dat er 30% minder suiker in die frisdranken komt. Dat had ook gekund. Wedden dat zo'n FNLI dan alsnog zelf in actie komt? Het is echt niet alsof praten met de industrie de enige manier is om wat los te krijgen. Ik denk dat het juist andersom moet. Het is naïef omdat we dit eerder hebben geprobeerd. Dit is niet de eerste keer dat de overheid probeert de obesitasepidemie aan te pakken, dus ik maak daar echt bezwaar tegen.

Staatssecretaris Blokhuis:
Ik kom straks bij de thematafel overgewicht nog terug op de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij dat bod. Misschien is het een verrassend inzicht, maar de levensmiddelenindustrie kruipt nu al richting 25% reductie. Ik vind het dus ook te makkelijk om dat allemaal weg te wuiven en te zeggen dat ze het toch niet gaan waarmaken.

…….

Staatssecretaris Blokhuis:
Ik wil dat met alle liefde doen. Dan meld ik ook aan de Kamer wat daaruit komt. Ik heb al eerder gezegd dat ik met het CBL in gesprek wil. Ik weet niet of morgen dat hele gesprek plaatsvindt. Laten we afspreken dat ik met het CBL in gesprek ga, dit punt meepak en de Kamer daarover informeer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat moet wel een harde afspraak zijn, want we kennen het CBL langer dan vandaag. Ze zeggen wel vaker dingen die lekker klinken, en die ze vervolgens niet gaan doen. Daar gaat ook mijn vraag over. De staatssecretaris zegt: we gaan die voedselomgeving veranderen. Maar het is allemaal vrijblijvend: het is stimuleren en verleiden. Wij zijn niet van gisteren. We zijn door wetenschappers ...

Ik heb hier een position paper van de Universiteit Utrecht die ik gewoon voor de herinnering toch eventjes aan de staatssecretaris wil meegeven, omdat ik in mijn tweede termijn voorstellen zal doen om het echt scherper te doen, zodat we weten dat het resultaat geboekt wordt. Ik snap dat de staatssecretaris het wil. Ik vertrouw hem daar ook op. Maar met vrijblijvende maatregelen weten we gewoon dat we er niet komen. Dus ik geef deze position paper aan de bode, en dan komen we erop terug.

…..

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb de staatssecretaris gevraagd of hij het met de Partij voor de Dieren eens is dat de overheid mensen moet helpen om hun gezondheid te beschermen en zijn antwoord was volmondig ja. Dat is mooi en dat geloof ik ook, maar dan moet je wel de dingen anders doen, want de vrijblijvendheid heeft, zoals in het verleden is bewezen, gefaald. Daarom doen we een aantal voorstellen om de staatssecretaris te helpen bij zijn ambitie.