Bijdrage Ouwehand dertigle­den­debat over de invoer van vervuild vlees uit Brazilië


29 mei 2019

Eerste termijn

Voorzitter, dank u wel. Er is veel te doen over de Nederlandse landbouw en de vraag hoe we die duurzaam kunnen krijgen, met een goed verdienmodel voor de boeren. Daar is ook veel over te doen omdat de Nederlandse markt wordt overspoeld door producten geproduceerd in landen waar de regels net ietsje minder streng zijn, bijvoorbeeld op het gebied van landbouwgifgebruik, van dierenwelzijn en van voedselveiligheid. Laat Brazilië nou zo'n land zijn. We hebben, niet voor het eerst, moeten concluderen dat vervuild vlees uit Brazilië gewoon op de Nederlandse markt te koop is. President Bolsonaro heeft ook nog eens gezegd: het regenwoud kunnen we wel gewoon kappen voor de productie van goedkoop vlees. En in Brazilië mogen 120 chemicaliën die in Europa niet zijn toegestaan opnieuw worden gebruikt.

Het kabinet staat op het punt om de Europese Commissie te steunen bij het sluiten van een handelsdeal met Brazilië, waardoor producten die onder veel lagere standaarden dan in Europa zijn geproduceerd door import onze markt komen overspoelen. Iedereen is boos over de Oekraïnedeal, waardoor goedkoop kippenvlees uit Oekraïne in Nederland kan worden verkocht. Oekraïne is klein bier vergeleken met de Mercosur-deal die nu ophanden is. Ik wilde eigenlijk aan de minister van Landbouw, die er vreemd genoeg niet is omdat zij zich twee uur voor dit debat heeft afgemeld, vragen hoe dat zich verhoudt tot haar kringloopvisie. Zij spreekt wel degelijk haar zorgen uit over de Mercosur-deal. Is zij bereid om die zorgen om te zetten in een ferm kabinetsstandpunt en te zeggen: dat gaan we gewoon niet doen, want we gaan niet meewerken met lucratieve, louche handel uit Brazilië waardoor die spullen in Nederland mogen worden verkocht? Dus wat bedoelt de minister van Landbouw precies met haar zorgen over de Mercosur-deal?

Heeft de minister van Landbouw gezien dat de Europese boerenorganisaties zich streng verzetten, onder andere vanwege het grote risico dat vervuilde producten uit Brazilië gewoon in Nederland mogen worden verkocht? Wat bedoelt de minister van Landbouw als zij zegt: pesticiden die in Europa niet zijn toegestaan, maar in derde landen wel, kunnen de markt op als ze veilig zijn volgens de MRL? Dan verhogen we de invoertolerantie. Bedoelt ze daarmee dat dat daadwerkelijk gebeurt? Bedoelt ze daarmee dat als we de Mercosur-deal afsluiten, producten die zijn blootgesteld aan stoffen die in de Europese Unie verboden zijn maar die in Brazilië in de landbouw gewoon gebruikt mogen worden, in Nederland mogen worden verkocht?

Voorzitter. Het zou zomaar kunnen dat de Europese Commissie die deal komende zomer met onder andere Brazilië gaat sluiten. Wij roepen het kabinet op om zich daar tijdig tegen te verzetten. Anders zijn de zorgen die de minister van Landbouw hierover heeft uitgesproken, gewoon nergens op gebaseerd

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Dank voor de beantwoording van de vragen, maar het lijkt erop dat de minister voor Medische Zorg niet veel heeft geleerd van de fipronilcrisis. Ook daarbij zagen we gefraudeer met een certificaat. We konden zien dat er met verboden middelen werd gewerkt. Er was dus een risico, maar er werd niet ingegrepen. Pas toen die producten in de voedselketen terechtkwamen, moest de minister voor Medische Zorg in actie komen en al die producten vernietigen. Dat is ongeveer de aanpak bij de import van Braziliaans vlees. We weten dat het daar niet deugt, maar we laten het gewoon naar Nederland komen. En dan moeten hier de dozen worden uitgepakt en de spullen worden vernietigd. Mijn laatste vraag aan de minister van Landbouw is dus: hoe verhoudt zich dat tot haar ambities om voedselverspilling te voorkomen?

Interrupties Esther Ouwehand

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het debat gaat op deze manier wel ergens over! Ik wilde graag van de VVD-fractie weten waar zij de aanname op baseert dat het inmiddels wel goed gaat met de controles op het Braziliaanse vlees. Ik heb de audit uit 2018 gelezen, maar net als in de audits uit 2017, 2016, 2015 en 2014 was de conclusie: in theorie zou dat toezicht kunnen, maar in de praktijk komt het er niet van.

Mevrouw Lodders (VVD):

Dan ben ik misschien niet helemaal duidelijk geweest. Ik heb die constatering nu niet gedaan. Ik heb gezegd dat er is geconstateerd dat er in 2017, toen die grootschalige fraude met dat vervuilde vlees boven tafel kwam, wel adequaat gehandeld is. Op dat moment zijn de alarmbellen gaan rinkelen en dat moet ook. Verder heeft de NVWA, net als een aantal andere autoriteiten in de lidstaten, controles uitgevoerd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dus mevrouw Lodders zegt: aan de Europese kant is het goed gegaan, want er zijn alarmbellen gaan rinkelen en de NVWA heeft gewoon partijen afgekeurd en vernietigd. Maar dan is nog steeds de vraag: gaat het in Brazilië wel goed? Die audits, die daar één keer per jaar zouden worden uitgevoerd in de slachthuizen, zijn aangekondigd. De conclusie is: op papier zou dit systeem kunnen werken, maar er is geen enkele garantie. Er zijn geen dierenartsen in die slachthuizen en er kan niet worden gegarandeerd dat bijvoorbeeld het pluimveevlees voldoet aan Europese wetgeving. Als we dat weten, waarom staan we die import dan nog steeds toe? En waarom gaat het kabinet met steun van de VVD verder met die Mercosur-deal waardoor al die producten in nog hogere mate op de Nederlandse markt terecht kunnen komen?

Mevrouw Lodders (VVD):

Twee reacties daarop. Het is nog maar de eerste termijn en ik heb daarin vragen gesteld aan de minister. Met name heb ik gevraagd: wat is er in de periode 2017-2018 gebeurd? In 2017 is het geconstateerd en in 2018, een jaar later, weer. Volgens mij moeten er in die tijd ook wel controles hebben plaatsgevonden. In die 20% microbiologische controles zijn een keer die overschrijdingen van salmonella en die andere — E. coli, geloof ik — geconstateerd, maar wat is daarmee gebeurd? Dat is één en dat antwoord wil ik wel graag van de minister horen. Als je dat constateert na zo'n grootschalige fraude in 2017, moet je volgens mij nog sneller je vinger opsteken. Dat is dus één.

Het tweede punt is dat mevrouw Ouwehand er een klein beetje op doelt — dat heeft ze al eerder gedaan — dat we die hele landbouw buiten de handelsverdragen moeten houden. Daar is de VVD geen voorstander van, want het is wel tweerichtingsverkeer. Wij zijn een voorstander van handel, maar dat moet dan wel op een eerlijke manier gebeuren. Ik haal dan even het goedkope vlees uit de Oekraïne aan. Volgens mij is goedkoop niet het argument waardoor u de steun van de VVD krijgt. Dat gaat er met name om dat de Oekraïne nog steeds niet voldoet aan de voorwaarden die wij stellen aan de stappen die de Oekraïne moet zetten in het hele productieproces, laat ik het zo maar noemen.

De voorzitter:

Dank u wel. Er is toch nog een vraag van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, tot slot; ik ga uit van twee interrupties in drieën. Als het argument bij de Oekraïne zou zijn dat ze wel moeten voldoen aan de Europese wetgeving, zegt mevrouw Lodders daarmee dan dat Brazilië dat doet? Heeft Brazilië dezelfde regels als Nederland en Europa, inclusief de bijbehorende toezichtsintensiteit?

Mevrouw Lodders (VVD):

In het handelsverdrag met de Oekraïne hebben we met elkaar afspraken gemaakt. Wij vinden die handel, twee richtingen op, belangrijk en wij willen de Oekraïne daar ook bij helpen. Dat is even een korte samenvatting. Verder hebben we de afspraak gemaakt dat de Oekraïne in die periode gaat voldoen aan aspecten als dierenwelzijn. Dat zal de Oekraïne op Europees niveau moeten brengen. Als het gaat om Brazilië, zeg ik dat Brazilië daaraan niet voldoet. Ik ben dan ook niet tevreden met de antwoorden die ik gehad heb, alleen al vanwege de toelating van … Ik wil het eigenlijk niet eens gewasbeschermingsmiddelen noemen, want het zijn middelen die hier al twintig jaar verboden zijn. Die worden daar nog steeds toegelaten. Dan kan je zeggen dat we het residu op producten misschien wel iets kunnen aanscherpen, maar dan zeg ik: nee, als onze boeren dat niet mogen gebruiken, dan wil ik eigenlijk wel heel streng zijn naar andere landen, zeker naar landen waar de controles niet altijd even goed uitgevoerd worden. Dus volgens mij zitten we daarin echt wel op één lijn. Ik ben daar ook scherp op en ik heb de aansporing van de Partij voor de Dieren niet nodig, want wij nemen daarin zelf ook de stappen

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Wat ik nu hoor van het CDA, lijkt een beetje op wat ik lees in de audits die Europa laat uitvoeren in Braziliaanse slachthuizen. Ieder jaar wordt er aangekondigd dat er allerlei verbeteringen mogelijk zijn, maar die worden vervolgens nooit geïmplementeerd. Dus mijn eerste vraag is of de heer Geurts erkent dat in elk geval het handhavingsniveau in de slachthuizen daar lager is dan dat in Nederland, waar we ook al een beetje moeite hebben om dat op orde te krijgen.

Dan mijn tweede vraag. Europese boeren smeken politici om niet verder te gaan met die Mercosur-deal, die een enorme import van goedkoop vlees uit Brazilië zou betekenen. Waarom steunt het CDA die boeren niet? Zij vragen ons om te zeggen: stop ermee.

De heer Geurts (CDA):

Ik hoor twee vragen in deze interruptie. De eerste is of er in Brazilië bijvoorbeeld op dezelfde manier wordt gecontroleerd als in Europa of in Nederland. Ik heb de indruk dat in Nederland en ook in andere Europese landen fors gecontroleerd wordt. We zien in de diverse rapporten van de Europese Unie dat het in andere landen soms wat minder is. Maar ik denk dat de Europese Unie daar wel bovenop zit. Dat blijkt tenminste uit de stukken die ik tot mij genomen heb. Maar op de vraag of het niveau gelijkwaardig is aan dat in de Europese Unie, denk ik dat het antwoord nee moet zijn. Die vraag heb ik overigens, iets anders verwoord, ook bij de minister neergelegd.

Het tweede punt dat mevrouw Ouwehand aankaartte, is dat boeren vinden dat we minder moeten importeren in Europa. Kijk, als je wederzijdse handel hebt, zit daar een wederkerigheid in. Wij van het CDA zijn voor buitenlandse handel, maar vinden het ook belangrijk dat als wij hier in Nederland of Europa eisen stellen aan voedsel, het voedsel uit de landen waarmee we zaken doen, voldoet aan de regels die wij hier in Nederland hebben gesteld. Op dat punt verschillen we niet van mening. Maar ik betwijfel of er echt heel veel boeren zijn die zeggen dat we geen handel zouden moeten voeren met het buitenland. Nederland is toch een exporterend land. We verwerken ook wel voedsel in Nederland, maar exporteren het voedsel toch vooral, zelf opgefokt, gekweekt, hier opgegroeid et cetera. Dus het is voor Nederland van groot belang dat wij er een wederkerigheid in hebben, dus dat we ook met andere landen zaken blijven doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb niet geteld hoeveel boeren er lid zijn van Copa, de vereniging van Europese boeren, en ook niet hoeveel er lid zijn van Cogeca, de Europese agricoöperaties. Het lijken me er nogal wat. LTO is zelfs lid van een van die clubs. Dat zou betekenen dat alle boeren die in Nederland bij LTO zijn aangesloten ons, politici, beleidsmakers, vragen: doe het ons alsjeblieft niet aan, die deal met Brazilië. De heer Geurts erkent dat de standaarden daar lager zijn. Hij vindt wel dat de standaarden gelijk moeten zijn getrokken, maar dat is niet het geval.

De voorzitter:

En uw vraag is?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Nogmaals de vraag: waarom gaat het CDA dan door met die deal met Brazilië, terwijl de boeren vragen om het niet te doen en het CDA zelf erkent dat de standaarden daar lager zijn en dat de productie dus goedkoper kan?

De heer Geurts (CDA):

Er worden nu zo veel veronderstellingen in één interruptie naar mij toe gegooid dat ik al die zinnen zou moeten ontleden. Laat ik het zo zeggen. Boeren zijn in mijn ogen ervan overtuigd dat buitenlandse handel noodzakelijk is, dus u verkracht, zeg maar, de beweringen vanuit Copa. Die haalt u uit hun verband. Daar ben ik van overtuigd. Ja, wij als CDA vinden dat bij buitenlandse handel de bedrijven moeten voldoen aan de eisen die wij stellen. Ik kan er nog een heel verhaal over houden, maar dat is wel de kern van waar we voor staan.

De voorzitter:

We zijn er allemaal even stil van volgens mij.

De heer Geurts (CDA):

Ja, dat ik zo kort ben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Maar die garantie is er helemaal niet. Als het CDA dat vindt, dan vind ik dat prachtig. Daar ben ik het mee eens, maar dan moet je tegen de Mercosur-deal zijn. Misschien heeft de heer Geurts het persbericht gemist, maar de kop luidt: een deal met Mercosur zou een doodlopende weg zijn voor de EU, voor de boeren en voor de burgers. Ik kan het persbericht zo wel even op uw tafel leggen. De boeren smeken u: doe het niet.

De heer Geurts (CDA):

Mevrouw Ouwehand weet net als ik dat een kop altijd de aandacht moet trekken, maar dat je altijd verder moet kijken dan de kop van een persbericht. Ik heb het even niet voor de geest, dus legt u het zo meteen bij me neer en dan zal ik het lezen. Maar volgens mij zit er in de kern, ook bij Copa-Cogeca, wederkerigheid in buitenlandse handel. Ze vinden ook dat je bij handel aan de Europese eisen moet voldoen, dat het op een gelijkwaardige manier moet gaan en niet anders. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat het zo in elkaar zit. Ik had vanmiddag in een wetgevingsoverleg ook een debat met mevrouw Ouwehand over een heel ander onderwerp. Ik realiseer me dat, nu ze het niet voor elkaar krijgt in deze Kamer om 70% tot 100% van de veehouderij Nederland uit te jagen, ze probeert de vleesconsumptie in Europa en de import van vlees gewoon te verbieden. Ik dacht nog bij de inbreng van mevrouw Ouwehand: goh, gaat ze nou Nederlands vlees promoten, made in Holland, eet dat vlees. Maar ja, blijkbaar is ze daar toch weer van afgeweken.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Even kijken of ik de minister goed begrijp. Ik heb gerefereerd aan de auditrapporten, die heb ik gelezen. Het laatste is uit 2018. De conclusie is daarin nog steeds dat de aanbevelingen uit eerdere audits niet zijn opgevolgd. Er kan nog steeds geen garantie worden gegeven dat geëxporteerd pluimveevlees voldoet aan EU-regelgeving en geen garantie dat het niveau van de dierenartsen in slachthuizen consistent is. Met andere woorden: we weten dat er risico's zijn met de import van vlees uit Brazilië. Dan komt het vervolgens naar Nederland, en dan wordt er extra capaciteit bij de NVWA vrijgemaakt om al die importen te controleren. Om hoeveel mensen gaat dat en wie betaalt dat?

Minister Bruins:

Die cijfers heb ik niet bij de hand. Ik heb u willen uitleggen dat er zowel controles zijn aan de Braziliaanse kant en dat de Braziliaanse overheid die ook serieus neemt. Het punt van het aan het licht komen van deze Braziliaanse vleesfraude bij een aantal bedrijven is ook opgebracht vanuit Brazilië. Het laat ook zien dat Brazilië er zelf belang in stelt om maatregelen te treffen. Dat is de ene kant. Aan de andere kant zijn er de meer intensieve controles vanuit de EU waaraan dus nog niet een einde is gekomen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik vind het wel gek dat de minister op de vragen die op zijn terrein liggen geen antwoord heeft. In Nederland gaat het ook al niet heel goed met de handhaving in de slachthuizen. De NVWA heeft grote problemen. Daar weet de minister alles van. Dan hebben we het systeem met de Europese import waarbij er één keer per jaar een Europees auditteam aangekondigd komt kijken. En zelfs dan is de conclusie dat het niet helemaal op orde is. Mijn vraag is: hoeveel NVWA-mensen worden nu ingezet om die import voortdurend te controleren? Als de Mercosur-deal doorgaat, betekent dat een verlaging van de invoerheffing op dat vlees en dus een enorme toename van de import. Welke capaciteit van de NVWA ziet de minister dan voor zich? De NVWA moet dan al die dozen gaan openmaken.

De voorzitter:

Dank u wel. Als de minister nog niet alle exacte gegevens heeft: we hebben ook nog een tweede termijn.

Minister Bruins:

Ik wilde juist benadrukken dat de NVWA de intensievere controles ter hand heeft genomen. Alle partijen uit Brazilië worden fysiek gecontroleerd. 20% wordt microbiologisch onderzocht. Uit deze onderzoeken blijkt dat de besmettingspercentages zijn teruggelopen tot een zeer laag niveau. Ik vind het belangrijk om dat te vermelden. Ik zou best aan de NVWA willen vragen hoeveel inspectie-uren daarmee gemoeid zijn. Ik heb net voor het debat nog contact met de NVWA gehad, maar deze vraag had ik niet voorzien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Als die informatie later kan komen, heel graag. Ik wil daar dan ook heel graag een vraag aan toevoegen: welke inzet van de NVWA verwacht de minister voor Medische Zorg dat nodig zal zijn als de import uit Brazilië enorm toeneemt? Hoeveel mensen moeten we dan vrijmaken om al die dozen open te maken?

De voorzitter:

Ik kijk even of de minister straks in de tweede termijn op deze vragen kan terugkomen.

Minister Bruins:

Nee, dat doe ik nu meteen. De audit door de HFAA moet dit jaar worden gedaan. Dan moet ook worden bekeken of de intensievere controles gehandhaafd blijven of dat een andere afspraak kan worden gemaakt. Dat is natuurlijk een grondlegger voor afspraken over de inzet van capaciteit van NVWA-medewerkers.

De voorzitter:

En de vorige vraag? Daar ging namelijk mijn vraag over. Kunt u daarop terugkomen in de tweede termijn, of liever op een later moment schriftelijk? Ik kijk even naar de minister wat mogelijk is.

Minister Bruins:

Ik kijk even naar allerlei deskundigen, maar ik heb mijn brilletje niet op. Ik ga kijken of ik dat in de tweede termijn kan beantwoorden, voorzitter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De minister zegt: dat weet ik pas als die audit is gedaan. Ik zou graag de toezegging willen dat we die informatie toegestuurd krijgen. Dat kan niet in de tweede termijn, want die audit moet nog plaatsvinden. Maar ik wil deze informatie wel graag naar de Kamer krijgen.

Minister Bruins:

Dat begrijp ik heel goed. De vraag is dan als volgt: als de intensievere controles nog veel langer moeten blijven bestaan, hoeveel capaciteit is daar dan mee gemoeid? Dat kan ik best toezeggen. Dat is niet zo heel erg ingewikkeld, denk ik. Misschien kijk ik hier iets te zonnig naar, maar ik denk dat de collega's van de NVWA dat wel kunnen vertellen. Het is een feitelijke vraag. Daarop is een feitelijk antwoord mogelijk. Niet zo mopperen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, om te beginnen is dit een bijzondere avond. Ik zou een schriftelijke beantwoording door de minister van LNV erg op prijs stellen. Als dat binnen een week kan, dan zou ik daar ook de motie aan willen toevoegen die ik straks wil indienen. Ik wil graag dat de minister van LNV daarop reageert, want ik had de motie speciaal voor haar geschreven.

En ik wilde graag nog een vraag toevoegen. De minister voor Medische Zorg zei zojuist: namens de minister van LNV kan ik alleen dit en dat zeggen. Ik zou de minister van LNV willen vragen of zij zich herinnert dat de Kamer een motie heeft aangenomen, waarin staat dat, gelet op de kringloopvisie, het Nederlandse handelsbeleid van het kabinet moet worden getoetst aan de doelen hiervan. Als dat mee kan komen bij het antwoord op de schriftelijke vragen en er binnen een week een reactie op mijn motie volgt, dan hebben we vanavond toch nog een oplossing gevonden voor deze bijzondere constructie.