Bijdrage Ouwehand Landbouw en Visse­rijraad


9 oktober 2018

Bijdrage Ouwehand Landbouw en Visserijraad

9 oktober 2018

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. We hebben met zorg kennisgenomen van de ontwikkelingen op het gebied van de hormoonverstorende stoffen. We hebben een lange geschiedenis lopen in de discussie met dit kabinet en ook met de Europese Commissie. De afspraak is dat hormoonverstorende stoffen uitgefaseerd worden. Het gedoe was welke criteria je daarvoor moet hanteren. Er bleek een rapport te liggen van Europese ambtenaren waarin stond dat er allang criteria waren. Daar wilde de Europese Commissie niets over zeggen of niet mee aan de slag. Nou zijn we een aantal stappen verder, maar we begrijpen dat er in SCoPAFF – dat is zo’n subcommissie waarin ambtenaren namens de lidstaten besluiten mogen nemen – binnenkort besluitvorming is over de invulling van het voorstel. Het voorstel dat de Europese Commissie heeft gedaan, is om pesticiden te beoordelen op basis van verwaarloosbaar risico in plaats van op verwaarloosbare blootstelling. Dat is een vermindering van het bescher-mingsniveau. Ons bereiken signalen dat Nederland dat voorstel van de Europese Commissie zou willen gaan steunen. We hebben hier al vragen over gesteld in het schriftelijk overleg over de informele Landbouwraad. Die zijn nog niet beantwoord. Ik wil heel graag van de Minister weten of het klopt dat Nederland de inzet van de Europese Commissie steunt. Wij zouden dat graag anders zien. Ik wil de Minister ook vragen om ons te informeren over dit soort ontwikkelingen, want soms vindt er in die subcommissies besluitvorming plaats waarbij wij als Kamer wel degelijk de vinger aan de pols willen houden.

We hebben vorige week gesproken met een delegatie van de landbouw-commissie uit het Roemeense parlement. Ik heb me erin verdiept in voorbereiding daarop en toen las ik dat het Roemeense platteland nog steeds gebukt gaat onder armoede, dat de kleine familiebedrijven in de armen van internationale investeringsstructuren worden gejaagd en dat inmiddels een derde van de bewerkte Roemeense landbouwgrond in handen is van buitenlandse investeerders, terwijl driekwart van de actieve bevolking afhankelijk is van de landbouw. Dan zou je kunnen denken «nou ja, dat moeten ze zelf oplossen», maar Nederlandse bedrijven spelen daar een rol in en Europese subsidies lijken dat te ondersteunen. Kan de Minister de Kamer voorzien van een overzicht van het doel van die subsidies, welke het precies zijn en uit welke middelen ze komen? Want ons bereiken signalen dat vaak minstens de helft van de financiering uit Europese gelden komt. Welke bedrijven uit Nederland zijn daarbij betrokken? Worden er ook subsidies verstrekt voor nertsenfokkerijen en, zo ja, hoe beoordeelt de Minister dat dan?

Dan hebben we in de geannoteerde agenda gelezen dat de Minister en marge van de ministeriële bijeenkomst in bilaterale gesprekken de banden heeft aangehaald met onder andere Argentinië, Japan en Australië. Wij zijn dan natuurlijk heel benieuwd wat dat betekent en wat daar besproken is. Heeft de Minister bijvoorbeeld in haar contact met Australië de massale kangoeroeslacht besproken en met Japan de walvisjacht?

Voorzitter. Dan de jaarlijkse bijeenkomst over de bescherming van de tonijn, ICCAT, of in elk geval wat bescherming zou moeten zijn. Er is een rapport van ICCAT dat waarschuwt voor ernstige overbevissing van de grootoogtonijn. Als er niet wordt ingegrepen, is de visstand binnen twee decennia volledig ingestort. Wij maken ons daar grote zorgen over. De

huidige vangst is 60% boven het niveau waarop de grootoogtonijn nog enige kans heeft. Strengere maatregelen zijn nodig. We hebben begrepen dat Japan en de Europese Unie hier een doorslaggevende stem in hebben. Zal de Minister namens Nederland bij de Europese Commissie aandringen op onmiddellijke maatregelen?

Voorzitter. Tot slot de handel in ivoor. De Minister heeft in de beantwoording van onze Kamervragen gezegd dat zij de Kamer zou informeren over de uitslag van het onderzoek van de Europese Commissie of de legale handel in ivoor inderdaad bijdraagt aan de illegale handel en of daarmee verdergaande maatregelen nodig zijn binnen de EU. De Minister heeft ook gezegd – daar waren we verheugd over – dat ze zelf met strengere maatregelen wil komen om de handel in ivoor in Nederland te verbieden als dat op Europees niveau geen resultaat oplevert of te lang op zich laat wachten. De uitslag van dat onderzoek zou half september met de lidstaten worden gedeeld tijdens het beheerscomité van Cites. Wij vragen ons af of dat gebeurd is, of het onderzoek klaar is. Als dat zo is, kan het dan ook naar de Kamer komen? Wij dringen er bij de Minister op aan om zich in te zetten voor een volledig verbod op de handel in ivoor. Dank u wel.