Bijdrage Ouwehand Landbouw- en Visse­rijraad


12 juni 2019

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Ik begin met de meest genegeerde dieren in de voedselketen: de vissen. Op de agenda staat een stemming over de herziening van de visserijsubsidies. Mede namens mijn collega Van Kooten heb ik daarover wat vragen aan de minister. Wij lezen dat zij tevreden is over het voorstel om CO2-emissiereductie te koppelen aan het vernieuwen van de motor, het zogenaamde emissievrij vissen. Maar erkent zij dat met een lagere investering daardoor langer gevist kan worden en dat het risico op overbevissing kan toenemen? Erkent zij ook dat Zweden zich om die reden zal onthouden van stemming? Er zijn namelijk internationale afspraken om de subsidies te stoppen die bijdragen aan overbevissing. Erkent de minister dat?

Voorzitter. Ik kom op de eiwitstrategie en de Mercosur-deal. Laat ik beginnen met goed nieuws. Ik las in, ik meen, Boerderij dat de markt voor plantaardige vleesvervangers wel met 1.000% gaat groeien de komende tijd. Dat is niet een tikfout; er had niet 100% moeten staan of 10%, nee 1.000%. Met andere woorden, het inzetten op het telen van plantaardige eiwitten, direct voor menselijke consumptie — en niet eerst kilo's aan dieren voeren, waardoor je één kilootje vlees overhoudt — is gewoon heel verstandig, ook als het je alleen maar om de markt te doen is. De Partij voor de Dieren staat voor de markt meestal niet vooraan, maar ik herinner collega's die dát belangrijk vinden daar wel even aan.

De voorzitter:

Er is een interruptie van meneer De Groot.

De heer De Groot (D66):

Mevrouw Ouwehand beschrijft net de essentie van kringlooplandbouw, namelijk geen granen, eiwitten meer geven aan dieren. Heel goed. Fijn dat mevrouw Ouwehand dat ook onderschrijft of lijkt te onderschrijven. De vraag is: waarom heeft de Partij voor de Dieren dan tegen de motie gestemd om juist die eiwitstrategie, die daar nu weer op de agenda staat, te verbreden tot allerlei eiwitten die nu worden verbrand, maar ook aan dieren kunnen worden gegeven? Je hebt toch ook mest nodig om die plantaardige productie te krijgen, of hoe ziet u dat? Gaat u daarvoor kunstmest gebruiken?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Nee, morgen hebben we een rondetafelgesprek over de kringloopvisie en eerder hebben we al een rondetafelgesprek gehad over hoe de landbouw zou moeten worden veranderd om de klimaatdoelen te halen. Daar zitten buitengewoon innovatieve ondernemers tussen, die met een volledig plantaardige landbouw aan goede bemesting kunnen doen. Sterker nog, het ministerie heeft ook projecten ondersteund waar volledig plantaardig werd bemest. Dat kan gewoon.

De heer De Groot (D66):

Dat kan in sommige gebieden in Nederland als het gaat om de melkveehouderij, maar de plantaardige producten die u bedoelt, daar zul je toch fosfaat en stikstof voor nodig hebben. Stikstof kun je deels uit de lucht halen, dat kan deels op zonne-energie, dus dat kan je duurzaam doen, maar fosfaat is een eindige grondstof en die zul je gewoon nodig hebben. Dan is het toch hartstikke slim om juist reststromen te voeren aan dieren, zodat je heel duurzaam vlees hebt en mooie mest voor je plantaardige productie? Wat is daarop tegen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Een van de problemen is dat er in die hele kringloopvisie van de minister over dieren alleen maar wordt gezegd: is het dierenwelzijn meegewogen? Als je dus inzet op die traditionele kringlooplandbouw en zegt: ja hoor, dat heb ik gewogen en de conclusie was "mwah, dierenwelzijn telt niet zo", dan is het al goed en krijg je al een krulletje. Zo gaat dat werken in die kringlooplandbouw. Van groot belang is het om gehoor te geven aan de maatschappelijke beweging — het is de snelst groeiende sociale beweging van deze tijd — die de politiek oproept om recht te doen aan de levende wezens die dieren nu eenmaal zijn. Geef ze gehoor en erken dat we heel goed, gezond, duurzaam, lekker kunnen eten, zonder dierenleed. En als dat zo is, waarom zou je het dan niet doen? Waarom zou je dan per se vasthouden aan het fokken, gebruiken en doden van dieren, als dat niet hoeft?

De voorzitter:

Meneer De Groot, u gaat uw eerste deel van uw tweede interruptie gebruiken. U mag dat uiteraard doen. Ik vermeld het alleen. Meneer De Groot.

De heer De Groot (D66):

Mevrouw Ouwehand eindigt met een vraag. Het antwoord daarop is ... Of eerst een opmerking: ik ben het absoluut eens met mevrouw Ouwehand dat een transitie naar kringlooplandbouw zonder aandacht voor dierenwelzijn geen geslaagde transitie is. Dat is één. Maar dan nog zul je dieren moeten houden, ook voor een duurzame toekomst, want een totaal veganistisch dieet zoals u nu bepleit, een totaal plantaardig dieet, is gewoon slecht voor de aarde. Dat is ook wetenschappelijk onderbouwd. Uw visie leidt tot een ongelofelijke uitputting van deze aarde, en dat vind ik toch jammer. Dat dierenwelzijn een onderdeel moet zijn van die transitie, daarover zijn we het eens, maar voor de rest is uw visie heel slecht voor de biodiversiteit, voor het klimaat en voor deze aarde.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik kan de heer De Groot aanraden om eens wat andere wetenschappers te consulteren dan de mensen die aan de Wageningen Universiteit werken. Bijvoorbeeld in Oxford, waar mensen studies zijn begonnen naar hoe we nou zo duurzaam mogelijk zouden kunnen eten, leven, landbouw organiseren, in de volledige veronderstelling dat als je de vleesproductie maar verduurzaamt, je er dan wel komt. Die mensen zijn tijdens dat onderzoek zo geschrokken van de uitkomsten van de impact van het fokken, gebruiken en doden van dieren in de voedselketen dat ze stante pede veganist zijn geworden. Omdat hun conclusie is dat een plantaardig dieet — en dat is het goede nieuws — kan zorgen dat we met z'n allen op deze wereld kunnen eten, dat dat gezond is, dat we gebieden terug kunnen geven aan de natuur. We kunnen dat ook nog zonder bestrijdingsmiddelen doen, zonder externe input zoals kunstmest. Dat zijn hartstikke hoopgevende studies en ik begrijp niet dat een partij als D66, die geïnteresseerd is in wetenschap en innovatie, dat allemaal naast zich neerlegt, want volgens mij zijn dat hoopgevende, mooie toekomstperspectieven voor een duurzame wereld met respect voor mens en dier.

De voorzitter:

Meneer De Groot, ik begrijp dat u hier geen interruptie aan wilt besteden, maar er wel wat van wilt zeggen. Dat mag u dadelijk doen in uw tweede termijn. Dan gaan we nu door. Mevrouw Ouwehand, u heeft nog dik drie minuten. Vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Naar aanleiding van de eiwitstrategie hebben we al vaker gevraagd om in te zetten op de teelt van plantaardig eiwit voor humane consumptie. Volgens mij mis je enorme kansen als je dat nu niet doet. Maar een belangrijker punt is: als je gaat inzetten op een eiwitstrategie hier in Europa, is dat allemaal gerommel in de marge als je vervolgens die Mercosur-deal sluit. Alle analyses wijzen daarop. Ik heb persberichten van de grootste Europese boerenkoepelorganisaties, die smeken: doe het alsjeblieft niet. Iedereen is verontwaardigd over Oekraïne, ook deze minister, nadat het kabinet al had ingestemd met het onderhandelingsmandaat aan de Europese Commissie, dat een veel te hoog quotum toestond. Daar gaan we dus nog een debat over voeren. Het is echt superraar dat minister Kaag, toen de Partij voor de Dieren zei dat dat onderhandelingsmandaat wel een beetje wild is en vroeg of we niet moeten inzetten op een lager quotum, zei: nee hoor, dat is niet nodig, wij steunen dit. Maar toen de deal gesloten was, zagen we dat de minister van Landbouw boos op Eurocommissaris Hogan had gereageerd. Dat vind ik prima — ik ben ook boos — maar doe het dan wel vóórdat die deal gesloten is.

De vraag is: hoe ziet de minister Mercosur nu? We zien nu ook dat er zorgen zijn. We vragen wat de impact is en wat het betekent dat Bolsonaro heeft gezegd: dat hele regenwoud kan wel weg, want het telen van veevoer is belangrijker; mensenrechten aan de kant, huppekee; de 120 nieuwe gifstoffen die in Europa niet meer mogen worden gebruikt, gaan wij gewoon toepassen in onze landbouw. Dan kun je wel vragen wat de impact daarvan is, maar dat weten we toch? Onder veel lagere normen wordt daar massaproductie gedraaid, en dat mag allemaal met lagere invoertarieven de Europese markt op. Ik denk dat je dat niet moet doen. We staan op het punt die deal te sluiten. Laten we onze zorgen omzetten in een duidelijk "nee" tegen de Europese Commissie en zeggen dat Nederland niet mee wil doen aan de deal. Laten we andere lidstaten, die ook kritisch zijn, meekrijgen om die deal te stoppen. Ik wil graag een reactie van de minister. Voor iedereen die het niet wil geloven, heb ik het persbericht van de boerenorganisaties meegenomen.

Voorzitter. Dan de Bee Guidance, die hier natuurlijk nauw mee samenhangt. Gelukkig heeft de Kamer een motie aangenomen die het kabinet op een andere koers zet, namelijk die van wel instemmen met de strengere toetsing van landbouwgif. Dan kan je natuurlijk geen handelsdeals blijven sluiten — ik noemde net CETA al — die een loophole hebben waarbij om een invoertolerantie kan worden gevraagd als er stoffen worden gebruikt die hier niet meer zijn toegestaan. Ik heb hierover in het AO over bestrijdingsmiddelenbeleid al een vraag gesteld. Volgens de minister is het niet in het belang van bijen en hommels als we niet instemmen met het voorstel dat er nu ligt, dat uitgeholde voorstel. Ik wil weten hoe het voorstel dat er nu ligt, zich verhoudt tot het huidige beoordelingsmodel. De minister zei: acute toxiciteit zit erin. Ja, maar dat was al zo. Het gaat om chronische toxiciteit, het gaat om de bescherming van niet alleen de honingbijen, maar ook de solitaire bijen, het gaat om de bescherming van hommels. Kunnen wij zien hoe dat voorstel zich verhoudt tot de beoordelingssystematiek die er nu is?

Mijn laatste vragen gaan over thiacloprid.

De voorzitter:

U heeft nog twintig seconden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Volgens aangenomen moties van de Kamer hadden de minister en haar voorgangers nooit mogen instemmen met automatische verlenging — "procedurele verlenging" moet ik zeggen — want de Kamer wil af van alle neonicotinoïden en daar hoort thiacloprid bij. Kan de minister uitleggen dat er voor thiacloprid een verlenging is geweest van november 2016 tot april 2018, van maart 2018 tot april 2019 en in januari van dit jaar nog een keer, ondanks uitspraken van de Kamer dat we van die stoffen af moeten? Kan de minister uitleggen dat er wel degelijk instemming nodig is van de lidstaten, dat Nederland dus ruimte had om ja of nee te zeggen, en dat de hele juridische discussie over het verbieden van een stof die al is toegelaten, daar wel ruimte voor liet?

Dank u wel.