Bijdrage Ouwehand Nota Overleg MIRT


8 april 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, ik wil bijna voorstellen dat u aan het einde van dit debat een prijs uitreikt voor het grootste asfalthaantje vandaag. Daar gaat mijn vraag echter niet over. De Partij voor de Dieren is het bijna nooit eens met het CDA, maar heel soms kunnen zij elkaar vinden. Dat gaat natuurlijk niet over asfalt, maar wel over de fiets. De Partij voor de Dieren steunt de aanleg van fietspaden en snelfietsroutes. In het laatste debat over MIRT heeft de Partij voor de Dieren aandacht gevraagd voor de verandering in de steden. Mensen willen wel met de fiets naar hun werk, maar het is heel druk in de steden. Ze kunnen hun fiets niet goed kwijt. Daarin zit een probleem. Ik heb het CDA hierover niet eerder gehoord. Ik weet echter van het CDA dat het zich wil inzetten voor betere gelegenheden om de fiets te pakken. Deelt de CDA-fractie de analyse dat er binnen de steden ook verbetering nodig is voor de fietscultuur?

De heer De Rouwe (CDA): Ja, dat doe ik zeker. Fietsen op het platteland vind ik ook prachtig. Dat zouden we ook verder moeten stimuleren. Er is echter één verschil: voor de stad ben ik van oordeel dat vooral de stad zelf aan zet is. Het CDA heeft zich altijd ingezet voor snelfietspaden, omdat het onderwerp snelfietspaden vaak veel breder is dan een stad of een provincie. Daarom hebben we in het verleden altijd geld gevraagd en vrijgemaakt voor snelfietspaden. Om die reden heb ik daar een opmerking over gemaakt. Ik heb de stad niet specifiek benoemd, omdat ik vind dat dit vooral op het bordje van de steden ligt. Maar de vraag was: vindt u dat belangrijk? Mijn antwoord is volmondig "ja".

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mooi. Ik snap en onderschrijf ook dat het primair aan de stad is. Maar als wij het in verschillende steden zien, zou het ook zinvol kunnen zijn om er eens landelijk naar te kijken. Zijn er in de verschillende steden dezelfde soorten problemen? Kunnen wij die met elkaar oplossen zonder dat iedereen zelf het wiel moet uitvinden? Ik begrijp dat het CDA positief staat tegenover eventuele voorstellen daartoe en vragen in de richting van de staatssecretaris.

De heer De Rouwe (CDA): Op zichzelf wel. Alleen geldt voor mij dan de term subsidiariteit of gespreide verantwoordelijkheid: op welk niveau vindt dat het beste plaats? Ik denk primair bij de steden, maar ik denk ook even aan de stations. De Kamer is wel vaak bij de discussie daarover betrokken: ProRail, de fietsproblematiek, de tekorten daar. Ik denk dat wij elkaar daarin kunnen vinden. Ik wacht heel graag de voorstellen van mevrouw Ouwehand af. Er is bij dit haantje een positieve grondhouding.

(…)

Mevrouw Kuiken (PvdA): Sommige mensen zeggen dat de VVD geen asfaltpartij meer is, en het kan niet allebei waar zijn. Ik herhaal dat ik nooit heb gezegd dat wij geen oplossing willen bij de A27. Mijn grootste voorkeur was dat het een oplossing werd van 2x6. Heel eerlijk gezegd baalde ik ook toen het onderzoeksrapport van Schoof er kwam. Dit was niet de uitkomst waarop ik had gehoopt. Als ik dit van tevoren had geweten, had ik die beslissing liever een paar maanden geleden genomen, maar het is zoals het is. Ik kijk naar de feiten en de conclusies en dan rest helaas dat ik vanwege de verkeersveiligheid tot dit oordeel moet komen. Ik heb ook altijd van tevoren gezegd dat ik het rapport serieus zou nemen. Dat doe ik dan ook.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik schrik er eigenlijk wel van. Ik hoor de Partij van de Arbeid nu zeggen wat de minister van Infrastructuur en Milieu eigenlijk in net zulke woorden zei bij het aantreden van Rutte I: het milieu, daar houden we een beetje een oogje op. De Partij van de Arbeid zegt: wij willen verkeersproblemen oplossen, en wij houden natuurlijk een beetje rekening met natuur. De vraag is wel of de Partij van de Arbeid eens eerlijk wil zeggen of zij de ecologische hoofdstructuur nu wil realiseren of asfalteren. Je kunt natuurlijk niet een nota voor betere natuurbescherming presenteren en vervolgens instemmen met onnodig asfalt. Gisteren was ik bij de demonstratie op Amelisweerd. Ik hoorde daar dat er gesprekken waren met Diederik Samsom. Wat hebben die opgeleverd, zo wil ik weten. Is erover gesproken dat het nog onduidelijk is wat de fijnstof- en stikstofconcentraties gaan doen als die bak verbreed wordt? Wat kan mevrouw Kuiken daarover zeggen? Zijn er gesprekken geweest, met wie zijn die gevoerd, en wat was de uitkomst?

Mevrouw Kuiken (PvdA): Ik hoor heel veel in het geruchtencircuit. Er is met mij gesproken vanuit verschillende bewoners- en belangengroepen, zoals Kracht van Utrecht. Met Laat Lunetten Niet Stikken spreek ik nog. Maar voor zover ik weet, zijn er geen officiële gesprekken geweest met Diederik Samsom. Ik weet dus niet helemaal waar dat verhaal vandaan komt. Dit zeg ik maar even voor iedereen voor wie daar onduidelijkheid over bestaat. Dan werd de vraag gesteld of wij de ecologische hoofdstructuur afmaken. Ja, die maken wij af.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Maar intussen gaat er asfalt overheen. Wij concluderen dus toch dat de Partij van de Arbeid op andere trajecten wel een groen imago wil verkopen, maar uiteindelijk kiest voor asfalt. Sterker nog, ik zie dat de Partij van de Arbeid hier aan de minister vraagt: wilt u alstublieft even uitleggen waarom het zo noodzakelijk is, want wij durven het zelf niet zo goed te verdedigen. Dan kan de conclusie eigenlijk alleen zijn dat de Partij van de Arbeid in haar hart heel goed weet dat dit onzinnig is en dat het voor de schone leefomgeving waarvoor de heer Samsom altijd heeft geknokt, van belang is om het fijnstof en het stikstof in de hand te houden, want fijnstof en stikstof zijn slecht voor de gezondheid van iedereen die daar leeft. Maar de Partij van de Arbeid buigt voor de VVD.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Wij worden het op dit punt nooit eens, omdat de Partij voor de Dieren heel veel oog heeft voor milieu en natuur -- daar kunnen wij elkaar op vinden -- maar totaal niet voor economie en bereikbaarheid. Daarover kunnen wij dus geen discussie met elkaar voeren, want de Partij voor de Dieren wil hier überhaupt niets aan doen. Dat is dus een beetje lastig discussie voeren. Maar de vraag blijft wat wij doen met de ecologische hoofdstructuur. Maken wij die af? Ja, die maken wij af. Als er iets gebeurt, zul je op sommige gedeelten moeten compenseren. Dat zal in dit geval ook moeten gebeuren, maar de hamvraag blijft: maak je die af? Ja, wij maken die af. Daar kunnen wij elkaar gewoon op vinden en hoeven wij elkaar niet op te bestrijden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mevrouw Kuiken duikt veel te makkelijk weg voor alle signalen dat dit geen duurzame oplossing is. Zij weet heel goed dat er andere mogelijkheden zijn: inzetten op ov en de snelheid vaststellen op 80 km per uur. Als de PvdA echt een groen hart heeft, zouden de hoopgevende aanwijzingen dat het autogebruik onder jongeren helemaal niet populair is, toch reden moeten zijn om te zeggen: geen haast, wij kiezen nu niet voor de verbreding van de A27?

Mevrouw Kuiken (PvdA): Ik doe even heel flauw; we weten ook dat Utrecht de stad is die het meest gaat urbaniseren de komende jaren. Dus het zou een beetje een flauwe bak zijn als het argument zou moeten zijn om veranderingen door te voeren op basis van trends die wij nog niet precies in kunnen schatten. Belangrijker is dat wij allebei hebben gesproken over de groeiscenario's. De laag- en hooggroeiscnario's zijn op dit moment nog actueel. In een MKBA zal zowel een hoog- als laaggroeiscenario moeten worden doorgerekend. Dan zullen wij moeten bekijken of de 2×7-variant haalbaar is. Maar belangrijker was de vraag of een 2×6-variant haalbaar is. Daarvan hebben de rapporten laten zien dat dat niet het geval is. Ik had het ook graag anders gezien. Ik zit dit ook niet met plezier te verkondigen. Ik had zeer gehoopt op een andere keuze, maar dat is helaas niet het geval. En verkeersveiligheid vinden wij net zo belangrijk. Een 2×6-variant behoort helaas niet tot de mogelijkheden.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik begin met een vraag aan de staatssecretaris. In de steden willen veel mensen best meer fietsen dan zij nu al doen, maar het is vaak onmogelijk om je goeie fiets goed te stallen. Ik vraag de staatssecretaris om dit in gezamenlijkheid te bekijken. Niet iedereen moet hetzelfde wiel hoeven uit te vinden. Graag een reactie. Het MIRT-debat is altijd een beetje raar. Er worden heel gedetailleerde vragen gesteld. Alle vragen van collega's die een kritisch geluid in zich borgen over asfalt, onderschrijf ik meteen.
Dat geldt ook voor de vragen om een beter openbaar vervoer en alle details die daarbij aan de orde komen. Ik vind het belangrijk om te zeggen dat we echt een bredere blik nodig hebben. Het gaat echt om fundamentele keuzes. We moeten ons niet blindstaren op het kortetermijndenken dat het asfaltdebat altijd zo overheerst. Dat met kortetermijnvisies op de economie en nog steeds met een tunnelvisie naar de mobiliteitsproblemen wordt gekeken, zelfs door de fractie van de Partij van de Arbeid, is te treurig voor woorden. We zijn hier aangenomen om de neiging van mensen om vooral de korte termijn centraal te stellen, te overstijgen. Dat is ons werk. Daar zijn we politici voor. Dat moeten we doen. Wij moeten het publieke belang dienen, en niet alleen vandaag, maar ook voor generaties na ons.
Wij moeten constateren dat er, naast de RijnlandRoute en de Blankenburgtunnel, projecten zijn waarvoor wij ons diep zouden moeten schamen, gelet op de verwoesting die wij daarmee aanrichten voor mensen na ons. Amelisweerd staat misschien wel symbool voor het feit dat we kennelijk maar niet durven te accepteren dat de grens van wat wij de natuur aandoen en wat dat betekent voor de mensen die daar wonen, een keer is bereikt. Zonder de natuur gaat de mens gewoon dood, zo las ik in de krant, ook als die mens een ondernemer is. Dat vond ik wijze woorden. Daar kan ik nog aan toevoegen: ook als die mens een automobilist is. Ik wil de minister erop wijzen dat de economie geen enkele kans van slagen heeft als we onze natuur verkwanselen. Dat staat standaard op de eerste bladzijde van de boeken van Arnold Heertje. De minister zal daar iets mee moeten doen.
De leider van de fractie van de Partij van de Arbeid deed afgelopen jaar steeds het Obamatrucje: hij vertelt dat hij iemand in het land heeft gesproken die zorgen heeft over iets. Over kinderen hoor ik hem echter niet meer zo vaak. Ik wil graag de kinderen die ik gisteren sprak bij Amelisweerd centraal stellen. Ik wil eerst een oproep voorlezen die door hun ouders is geschreven.

Scharrelkinderen voeren actie tegen verbreding van de A27 bij Amelisweerd. Onze kinderen van 12 en 8 zijn samen met andere buurtkinderen een handtekeningenactie begonnen tegen deze verbreding en zij hebben al meer dan 100 handtekeningen verzameld. Opvallend is dat iedereen bereid is mee te doen, op letterlijk een handjevol mensen na. Ze krijgen veel positieve reacties. Dat vinden wij een duidelijk signaal aan de politiek dat er hier geen enkel maatschappelijk draagvlak is voor deze verbreding. Bente, 12, en Jibbe, 8, groeien met hun broertje en zusje op in de wijk Lunetten, omgeven door de A12, op 200 meter afstand de A27 en de drukke Waterlinieweg. Zij hebben last van de geluidsoverlast van deze wegen en fijnstof vormt een aanslag op hun gezondheid. Toen zij iets kleiner waren, struinden ze elke zondagmorgen met ons door het bos bij Amelisweerd, echte scharrelkinderen, zoals beschreven in het boek van Richard Louv, Het laatste kind in het bos. Dat boek toont wetenschappelijk aan dat veel gedrags-, leer- en fysieke problemen van kinderen gerelateerd zijn aan te weinig beweging, aan te weinig frisse lucht, kortom, aan te weinig in de vrije natuur zijn. Sinds deze publicatie lijkt een grotere bewustwording op gang te zijn gekomen en om dit contact met de natuur mogelijk te houden, is bescherming nodig van de natuur die wij hier hebben, zelfs koesteren. En dan nu die bedreiging van verbreding van de A27, alsof we al niet genoeg asfalt hier om ons heen hebben. Onze kinderen leven straks als volwassenen in een land dat wij nu bezig zijn in te richten. De verantwoordelijke politici staan op het punt, een wezenlijk en verstrekkende keuze te maken omtrent de A27, een keuze die om visie vraagt op het land en de samenleving waarin de kinderen straks leven. Asfalt dat nu aangelegd wordt, gaat nooit meer weg. Het heeft een aanzuigende werking en zal leiden tot nog meer autoverkeer. Er zijn zinvolle alternatieven voor verbreding van de A27 -- ze liggen er gewoon -- voor een gezonde en leefbare toekomst van alle kinderen. Wij roepen de politici op hun verantwoordelijkheid te nemen en hun verstand en hun hart daarin te laten spreken. Het roer moet om. Deze geldverslindende uitbreiding is op vele fronten volstrekt onverantwoord. Onze kinderen zijn vol hoop en vertrouwen dat hun actie zal helpen, dat politici te bewegen zullen zijn tot wijze beslissingen. Wij steunen hen in deze hoop en al die buurtbewoners met ons.

Dat schreven de ouders van Bente en Jibbe. Ik heb Bente en Jibbe beloofd dat ik de handtekeningen die zij hebben verzameld, aan de minister zal overhandigen. Ik zal ook nog even voorlezen wat zij erbij hebben geschreven.

"Handtekeningenactie. Wij zijn deze handtekeningenactie begonnen omdat we het heel zonde vinden en het kost heel veel geld, zoveel dat iedere inwoner van Nederland € 80 moet betalen. Wij komen hier al heel veel jaar, we kunnen hier heerlijk spelen, wandelen en picknicken. We HOPEN dat mensen dit snappen en een betere oplossing bedenken dan alleen maar asfalt."
Bente, 12 jaar, Elise, 12 jaar, en Jibbe, 8 jaar, hebben handtekeningen verzameld. Ik wil deze via de bode graag overhandigen aan de minister.

In het belang van de kinderen, vraag ik de minister om de verbreding van de A27 en ook al die andere projecten die ten koste gaan van natuur, niet door te zetten. Ik heb een laatste belofte gedaan aan Boudewijn. Hij is 9 jaar. Hij fluisterde mij gisteren toe "als ze hier de bomen willen kappen, dan moet je gewoon zeggen: maar dan kunnen de kinderen niet meer voetballen." Laat het even op u inwerken!

(…)

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: We kunnen niet alles ontzien, maar het beeld dat mevrouw Ouwehand schetst, namelijk dat er ontzettend veel asfalt en ontzettend weinig natuur is, klopt niet helemaal. Als je alle wegen bij elkaar optelt, vormt dat 2,5% van de totale oppervlakte van Nederland. Het overgrote deel van die 2,5% betreft gemeentelijke wegen. Ik wil het toch een beetje in verhouding zetten. Als we in de toekomst extra infrastructuur en nieuwe ontsluitingen aanleggen, willen we die zo goed mogelijk inpassen. We willen het niet totaal stopzetten alleen ten bate van de natuur.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Kan de minister zeggen hoe vaak Nederland al de internationale verplichtingen over het behoud van biodiversiteit is nagekomen?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dat weet ik niet. Ik denk dat mijn collega Dijksma die vraag wel uit het hoofd kan beantwoorden. Het gaat erom dat we meerdere verplichtingen hebben. We hebben bijvoorbeeld ook de afspraak dat we de SVIR willen gaan halen, bereikbaarheid willen realiseren en dat mensen van a naar b moeten kunnen, of dat nu voor hun werk of voor sociale contacten is. Mevrouw Ouwehand pakt er één aspect uit, maar we hebben diverse belangen tegen elkaar af te wegen. Dat vind ik ook het leuke van dit vak. Die belangen hebben allemaal onze aandacht. Voor de een weegt het ene wat zwaarder, voor de ander het andere. Wij proberen het in ieder geval zo goed mogelijk met elkaar in verhouding te brengen, helemaal binnen dit ministerie waarin infra en milieu ineen zitten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het antwoord op mijn vraag was: nul keer. Nederland heeft tot nu toe nog niet één keer de afspraken gehaald, terwijl de Nederlandse regering op biodiversiteitsconferenties -- daar doen we het altijd keurig -- heeft erkent dat we met z'n allen flink … Nee, ik moet even nettere woorden kiezen dan ik in mijn hoofd heb. Laat ik het zo zeggen: we gaan het niet redden als we de natuur niet weten te herstellen. Ik snap dat we allerlei andere belangen tegen elkaar moeten afwegen, maar zonder natuur gaan we het gewoon niet redden. Dat is de basis van ons leven. Dit zou ik graag tegenover het perspectief van de minister willen zetten. Zij probeert duidelijk te maken dat het allemaal wel meevalt met de schade van asfalt voor onze leefomgeving, maar dat valt helemaal niet mee.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Mevrouw Ouwehand geeft gewoon haar politieke visie weer. Zij vindt natuur belangrijker dan alle andere belangen. Dat kan en mag. Ik ga daar verder niet op in.

(…)

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik breng iedere keer weer in kaart, ik pas de NMCA iedere keer weer aan, de MKBA's worden eens in de zoveel tijd aangepast, maar het kan niet zo zijn dat wij nooit een besluit nemen, omdat iets er altijd weer anders kan uitzien over twee, vier of zes jaar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wij hebben een rapport gezien, in de Mobiliteitsbalans wordt het bevestigd en het was mijn indruk ook al een beetje: autorijden is echt voor 40-plussers. Dat lijkt een trend te zijn waarvan ik mij serieus afvraag hoe de minister die gaat meenemen in de toekomstige afwegingen. Het zou prachtig nieuws zijn als de trend dat autorijden echt zó 2009 is bewaarheid wordt, en dat het gewoon niet meer terugkomt.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Wij hebben zelf dat advies aan het KiM gevraagd. Wij hebben ook zelf opgeschreven dat wij zien dat er in eerste instantie onder jongeren minder autogereden wordt. Of dat een trend is, is nog niet te zeggen. Je zult dat over meerdere jaren moeten bekijken. Het is mogelijk dat het een trend wordt. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn, bijvoorbeeld budgettaire. Het kan te maken hebben met verstedelijking, waardoor mensen kiezen voor andere vormen van vervoer. Als je buiten de stad woont, kies je wat vaker voor de auto. Binnenstedelijk kies je wat vaker voor het ov. Het kan allemaal. Het is een prima ontwikkeling. Het maakt mij niet uit. Wij kijken iedere keer wat de problemen zijn. Waar zitten de capaciteitsproblemen? Er zijn twee manieren om daar een oplossing voor te bieden. Aan de ene kant kunnen wij de infrastructuur uitbreiden, aan de andere kant zijn er programma's als Beter Benutten, waarbij gedragsbeïnvloeding een rol speelt. Ik sluit mijn ogen er niet voor. Wij zullen blijven monitoren. Wij zien ook een andere ontwikkeling, namelijk dat ouderen steeds meer en langer in de auto zitten. Daar weet mijnheer Klein alles van. Wij zullen het blijven monitoren. Als op een gegeven moment blijkt dat er minder behoefte is aan wegen, waarom zou het Rijk die dan gaan aanleggen? Als op een gegeven moment blijkt dat er minder gebruik wordt gemaakt van auto's en meer gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer, dan pas je je investeringen daar toch vanzelfsprekend op aan? Mevrouw Ouwehand doet net alsof we vanaf nu tot en met de toekomst kunnen stoppen met de investeringen als dit vandaag wordt geconstateerd. Nee, dit is een eerste beeld. De trend is nog niet bewezen. We blijven altijd actualiseren en volgen. Als blijkt dat toekomstige investeringen niet nodig te zijn, dan gaan we daar in de toekomst ook niet toe over, maar dat is nu niet met zekerheid te zeggen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vraag de minister om een aantal van die puzzelstukjes bij elkaar te leggen en te constateren dat tegen een aantal projecten echt reële en goede bezwaren zijn, ook gezien de opgave waar het kabinet voor staat om de natuur in Nederland te herstellen. Ik vraag de minister om even af te wachten hoe deze trend zich ontwikkelt. Dat past bijvoorbeeld ook bij het puzzelstukje waarbij de staatssecretaris gaat zorgen voor een betere fietscultuur in de binnensteden. Het kabinet kan daar natuurlijk ook zelf aan bijdragen. Ik noem verder het belang van groen voor de gezondheid van mensen en de oplopende zorgkosten. Waarom is de minister niet bereid om bij een aantal projecten te zeggen: ik zie een aantal nieuwe trends, ik wil eigenlijk wel even afwachten hoe die zich ontwikkelen en het lijkt mij verstandig om de besluitvorming daarover nog even uit te stellen?

Minister Schulz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik hoop dat de economisch slechte tijden toch weer snel omdraaien naar economisch goede tijden. We weten dat de groei dan weer sterker zal worden. Je weet immers niet zeker of de trend onder jongeren ook echt een trend wordt. Ik ga niet alle projecten die wij de afgelopen jaren uitgebreid hebben onderzocht, waarvan wij nut en noodzaak hebben aangetoond en waarbij een MKBA is opgesteld, stilleggen omdat misschien een kleine groep jongeren op dit moment minder gebruikmaakt van de auto. Ik snap wel dat mevrouw Ouwehand dat zou willen omdat zij meer prioriteiten hecht aan andere zaken, maar dat doe ik niet. Ik zeg wel toe dat wij altijd zullen blijven kijken of de wereld er anders uit gaat zien. Daar zullen we ook op acteren. We denken niet alleen aan extra infrastructuur, maar ook aan andere oplossingen die binnen het programma Beter Benutten vallen. Daar trek ik zelfs extra geld voor uit, zelfs nu we aan het bezuinigen zijn, ook voor de komende periode. Ik kijk niet eendimensionaal. Andersom wil ik ook niet door alles een streep zetten bij het eerste het beste berichtje dat de wereld er misschien ook anders uit kan zien, zodat al die projecten geen doorgang meer kunnen vinden. Dat levert ons nu schade en problemen op. Voor toekomstige projecten zullen wij die afweging maken afhankelijk van de nationale markt- en capaciteitsanalyses, zoals wij dat altijd hebben gedaan. Die worden altijd aangepast op basis van de huidige situatie.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb er eerlijk gezegd een beetje moeite mee om een minister, die op verschillende plekken snelheidsverschillen en de daarbij behorende vervelende gevolgen accepteert, nu te horen zeggen dat het gevaarlijk zou zijn om 80 km/u te rijden en dat dit onveilige situaties zou opleveren. Ik zou van haar willen weten wat haar belet om die 80 kilometerzone, die zou kunnen helpen om de weg binnen de bak te houden, groter te maken.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik krijg zojuist een citaat onder ogen uit het rapport van Movares waarin staat dat je met 80 km/u misschien tot een andere invulling kunt komen qua veiligheid. Vervolgens citeer ik uit hetzelfde rapport van Movares over de 80 kilometerzone. Movares wijst erop dat het technisch kan, maar dat dit wel vraagt om een principieel ander soort aanpak van de vormgeving van de weg, de aankleding en de omgeving ervan en dat de weggebruiker mogelijk niet begrijpt waarom hij daar maar 80 km/u kan rijden. Daarover concludeert Movares dat tegen deze aanpak pleit -- ze doen een voorstel en tegelijkertijd zeggen ze in hetzelfde rapport "tegen deze aanpak pleit" -- uit oogpunt van begrijpelijkheid voor de weggebruiker, dat de A27 juist op dit gedeelte een weinig stedelijke uitstraling heeft, juist door de doorsnijding van het landgoed Amelisweerd. Ook de relatief grote breedte, 2×6, van de bak leidt niet tot een krap gevoel dat bij 80 km/u past. Dit kan ertoe leiden dat de weggebruiker niet begrijpt -- "human factors" -- waarom hier slechts 80 km/u gereden kan worden. Anderzijds is het natuurlijk wel een stedelijke randweg, en bovendien een weggedeelte waar de knooppunten Lunetten en Rijnsweerd met elkaar verweven zijn. Movares brengt zelf aan de ene kant het voorstel in om misschien weer naar 80 km/u te gaan, maar merkt aan de andere kant op dat dit ook nadelen heeft. Dat is wat ik citeer. U citeert willekeurig, maar ik citeer beide zaken, zodat wij het totale plaatje zien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het lijkt erop dat de minister een "kunnen"-verhaal probeert te verkopen, terwijl het eigenlijk een kwestie is van willen. Zij wil niet. Een talentvol politicus leest zo'n rapport en denkt: oké, ik zie hier een bezwaar, maar misschien kan ik daar een oplossing voor vinden. Mijn vraag was, wat de minister tegenhoudt om de 80 kilometerzone groter te maken, als zij wordt gewezen op eventuele onduidelijkheden bij automobilisten die daar rijden. Daar kan ik mij best wat bij voorstellen, ook bij de 130 kilometerzones, trouwens. De minister kan toch zelf een oplossing daarvoor zoeken? Ik heb het gevoel dat zij zich nu verschuilt achter de problemen die in de rapporten worden aangevoerd en dat zij niet bereid is om naar oplossingen te kijken. Wij krijgen nu waarschuwingen en daar zouden oplossingen voor kunnen zijn. De minister probeert het echter te presenteren als gedane zaken, alsof het allemaal niet kan. Daarmee haalt zij kunnen en willen door elkaar. Ik heb sterk de indruk dat zij het gewoon niet wil, om Amelisweerd te redden.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Zoals mevrouw Ouwehand weet, ben ik voorstander van de verbreding van de A27, om de bereikbaarheidsproblematiek op te lossen, maar ook om een aantal leefbaarheidsproblemen rond de stad op te lossen. De Kamer betwijfelde in meerderheid of dat niet kon binnen de 2×6-variant en of dat voldoende was onderzocht. Er is een onafhankelijke commissie voor aangezocht. Die onafhankelijke commissie constateert dat de onderzoeken die zijn uitgevoerd, op een juiste manier zijn uitgevoerd. De commissie constateert ook dat de verschillende alternatieven die zijn ingebracht op een juiste manier zijn onderzocht. De onderzoekscommissie gaat specifiek in op de aanvullende onderzoeksvraag of een aanvaardbaar veiligheidsniveau mogelijk is binnen de 2×6 in de bak. De commissie stelt: op basis van de extra verstrekte informatie is alsnog de conclusie te trekken dat met 2×6 binnen de bak onvoldoende uitzicht is op een aanvaardbaar veiligheidsniveau. Volgens mij is dat klip en klaar helder. Het is een veel "bigger picture".

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dit is een uniek moment, dus ik ga meteen mijn eerste motie voorlezen.

Motie over het terugdringen van problemen rondom fietsparkeren

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Verder een ander relatief uniek moment, maar in de negatiefste betekenis van het woord. De minister staat op het punt om het sprookjesbos van Carice van Houten om te kappen. Ik heb het over Amelisweerd. Dat de minister dit eigenhandig de nek wil omdraaien, is niet per se vervelend omdat Carice van Houten daar is opgegroeid en daar waardevolle herinneringen aan heeft, maar omdat dit staat voor het afpakken van de beleving van al die kinderen. Ik heb de minister daarop gewezen. Ik heb haar niet één opmerking horen maken over de inspanningen van de kinderen die Amelisweerd willen behouden, of over de handtekeningen die ik de minister heb aangeboden. De minister is ook niet serieus ingegaan op mijn vragen over die 80 km-zone. Dat stemt zeer droevig. Ik heb nog één motie. We moeten concluderen dat het in ieder geval vandaag niet goed lijkt te komen met Amelisweerd, tenzij de minister nog bereid is om serieus te kijken naar alle argumenten.

Motie over de instelling van een ruime 80-km zone onderdeel te maken van de aanpassing van de A27