Bijdrage Ouwehand: nota­overleg gaswinning 1 juli 2015


1 juli 2015

Bijdrage Eerste Termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Het kabinet schrijft in zijn brief over de gaswinning: "De zorgen van de inwoners van Groningen over hun veiligheid, hun woning en hun leefomgeving beheersen hun dagelijkse leven". Dat lijkt me een nogal koele samenvatting van wat het betekent om in Groningen te wonen en scheuren in je huis te hebben, angst te moeten hebben voor de veiligheid van je geliefde én om vervolgens opgezadeld te worden met de enorme strijd die je moet voeren tegen de NAM en de mensen die al dan niet rechtstreeks in dienst van de NAM zijn aangesteld om de schade te herstellen.

Groningen zit in de shit; het is niet anders. Ook als we vandaag de gaswinning tot nul terugbrengen, betekent dat zeker niet dat de risico's zijn verdwenen. Daar moeten we eerlijk over zijn. De Partij voor de Dieren had graag gewild dat deze minister handelt vanuit het perspectief van de veiligheid van de Groningers, maar dan ook echt. De minister zegt wel dat de veiligheid vooropstaat en dat het hem spijt dat de veiligheid van de Groningers tot nog toe "onvoldoende is meegenomen bij de besluiten over de gaswinning" — wat een understatement is — maar vervolgens geeft hij daar in zijn daden geen of onvoldoende blijk van. Dat kun je deze mensen niet aandoen. Die hebben al zo veel ellende over zich heen gekregen en zo veel te verduren gekregen in hun privésfeer, dankzij ons, de overheid, die deze fouten heeft gemaakt, dat je het nu niet kunt maken om niet volledig open, eerlijk en transparant te zijn.

De Partij voor de Dieren herhaalt dus haar bezwaar dat ze al in eerdere debatten heeft geuit, namelijk dat je in deze situatie, waarin letterlijk de veiligheid van mensen op het spel staat, maar ook andere facetten van de persoonlijke levenssfeer op het spel staan, vanuit het veiligheidsperspectief moet redeneren. Je hele leven, al je vrije tijd, wordt in beslag genomen door de zorgen over een oplossing voor de geleden schade en de zorgen over de veiligheid van je geliefde. Dat kennen andere mensen in Nederland niet, maar dat doen we de Groningers aan, ook als ze niet letterlijk onder het puin van een aardbeving liggen.

De minister kan niet goed onderbouwen waarom hij voor de route heeft gekozen van ten eerste heel lang wachten met in beweging komen en ten tweede een verlaging naar 30 plus 2 miljard kuub per jaar. De media schrijven dat de minister in het duister tast. Nu zegt hij dat er meer onderzoek nodig is, omdat we het niet goed kunnen vaststellen. Daar is een goede oplossing voor, die we zouden moeten hanteren als overheid, namelijk het voorzorgsbeginsel. De minister zou moeten redeneren vanuit het meest veilige scenario. Het meest veilige scenario is 0 miljard kuub gaswinning. Van alles wat daarboven komt, zou de minister aan de Kamer, maar zeker ook aan de Groningers, inzichtelijk moeten maken wat daarvan de gevolgen zijn, welke risico's dat heeft en hoe hij dat weegt. We weten immers dat er belangen meespelen zoals de schatkist. We weten dat de leveringszekerheid als argument wordt aangevoerd door de minister. Maar er is geen goede manier waarop de Kamer en de Groningers zelf kunnen controleren hoe die belangenafweging door het kabinet precies plaatsvindt. Het kabinet doet eigenlijk maar wat. Aangevoerd door de Tweede Kamer en onder druk van het groeiende maatschappelijke verzet voelt het zich wel verplicht om de gaswinning ietsje terug te draaien, maar daarmee begint het dus aan de verkeerde kant. De Partij voor de Dieren neemt er echt afstand van dat we het gevoel moeten hebben dat er nu iets voor de Groningers wordt gedaan. Ja natuurlijk, 30 is minder dan 39. Het gaat hierbij echter niet om een regio waar door allerlei omstandigheden, en niet door ons veroorzaakt, toevallig wat problemen zijn ontstaan waarvan je zegt: laten we iets voor de Groningers doen. Nee, wij hebben hen in de problemen gebracht en het is onze verantwoordelijkheid om die problemen op te lossen.

In dat licht vind ik de manier waarop de minister is omgegaan met de door de Kamer aangenomen omkering van de bewijslast, dan ook een klap in het gezicht van de Groningers: dat was allemaal niet nodig; dat gaat allemaal hartstikke goed, mensen worden ontzorgd, de schade wordt hersteld, niks aan de hand. De mails met schrijnende verhalen blijven binnenkomen. Toen we het wetsvoorstel in april bespraken en voorstelden om de bewijslast wel om te keren, waardoor de NAM automatisch aansprakelijk zou worden voor schade die in dat mijnbouwgebied ontstaat, probeerde de minister de Kamer nog op andere gedachten te brengen door als volgt te argumenteren: het is een ingrijpende wijziging; laten we het aan de Raad van State voorleggen, dat hoeft maar zes weken te duren. De wet werd aangenomen, inclusief het amendement. Vervolgens zei de minister tegen de Eerste Kamer: ik ga even naar de Raad van State. Maar die zes weken zijn nu al voorbij. Waarom duurt dat zo lang? Vindt de minister het gerechtvaardigd om in de richting van de Groningers zo te talmen met deze door de Kamer gedragen wens? Het is niet zo dat het er nu goed aan toegaat. Dat weet de minister ook, en ik hoor graag dat hij dat erkent.

Ons pleidooi is en blijft om eerlijk naar de Groningers te zijn. Redeneer je vanuit het voorzorgsbeginsel, vanuit die nulstand voor de gaswinning, dan kom je op het scenario waarin je met elkaar bekijkt wat het betekent als je 12 miljard kuub wint, en wat als je 20 miljard kuub wint. Uit de rapporten van SodM weten we al dat dat een substantiële bijdrage zou leveren aan de veiligheid ten opzicht van de 30 miljard plus 2, die de minister nu voorstelt. Mensen in Groningen snappen ook dat we niet van de ene op de andere dag de gaskraan dicht kunnen draaien en dat dat gevolgen heeft. Laten we echter op zijn minst met elkaar eerlijk en open bespreken hoe de belangen liggen, hoe zwaar we ze laten wegen, en laten we daarbij kiezen voor de veiligste optie.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Vanzelfsprekend steunt de Partij voor de Dieren het pleidooi om de Groningens die getroffen zijn zo goed en snel mogelijk te helpen. Wel vraag ik me af wat een noodwet voor het versterken en verstevigen van de huizen voor zin heeft als we weten dat de risico's met het voorliggende besluit van de minister eigenlijk niet afnemen en we eerst — de D66-fractie zegt dat ook — meer moeten onderzoeken. Daarmee laat je de situatie bestaan dat er bevingen zullen plaatsvinden. Het verstevigen van huizen als de bevingen niet stoppen, lijkt me een beetje zonde van de exercitie.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Laten we heel helder zijn: het is en-en. Wat betreft D66 gaat de gaskraan verder dicht. Laten we nu onderzoeken hoeveel verder die kraan dicht moet om de veiligheid van een huis in Haren op het niveau van de veiligheid van een huis in Haren te brengen. Alleen, er zijn twee knoppen om aan te draaien. Enkel de gaswinning omlaag brengen is niet voldoende. Je moet ook die huizen verstevigen. Alleen dan kunnen we snel meters maken. Daarom zeg ik dat we, aanvullend op het verlagen van de gaswinning, snelheid moeten maken met het verstevigen van de gebouwen, de dijken en de industriële complexen. Daarbij, zo hebben we maandag in de hoorzitting gehoord, lopen we tegen regelgeving, tegen bepaalde termijnen aan, die ervoor zorgen dat het allemaal langer duurt. Dat wil ik graag vereenvoudigen voor deze urgente situatie, en daarom stel ik zo'n noodwet voor.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Daar ben ik het mee eens, maar ik snap niet waarom mevrouw Van Veldhoven zegt dat de gaskraan verder dicht moet maar dat ze nog niet weet waarnaartoe. We weten dat 12 miljard kuub vanuit veiligheidsperspectief het maximum zou moeten zijn. Wij weten uit de rapporten dat 20 miljard een substantiële bijdrage levert aan het verbeteren van de veiligheid ten opzichte van de 30 miljard die de minister nu voorstelt. Ik kan me dus voorstellen dat de D66-fractie aan twee knoppen wil draaien. Maar waarom geeft zij geen duidelijkheid over de gasknop, terwijl er wel al scenario's liggen over wat het veiligst zou zijn, en wil zij tegelijk door met het verstevigen van de huizen? Nogmaals: daar ben ik niet tegen, maar volgens mij moet je het inderdaad beide tegelijk doen en kan het ook allebei tegelijk.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
De 12 miljard, waaraan mevrouw Ouwehand refereert, ben ik ook tegengekomen in de rapporten. Dat is het niveau waarop je de aardbevingen niet meer voelt. De vraag is of het niveau waarop je de aardbevingen niet meer voelt, het niveau is waarnaar je terug moet om het ook veilig te laten zijn. Ik denk dat daar nog wel een verschil in zit. Uit de rapporten blijkt heel helder dat we substantieel onder de 33 miljard zullen moeten uitkomen voor de veiligheid. In alle moties die ik in het verleden heb ondersteund, heb ik altijd erg de nadruk gelegd op een veilig winningspatroon. Misschien weet mevrouw Ouwehand meer dan ik, maar op dat punt weet ik het niet. Zij begrijpt ook dat daar de komende zes maanden nader onderzoek naar wordt gedaan, zodat we over een halfjaar hopelijk wél die duidelijkheid hebben. Ik ga voor de maximale veiligheid met dat veilige winningspatroon. Daarbij hangt dus nog in de lucht of die pieken in hun totaliteit veiliger zijn dan een vlak winningspatroon. Als we dat niet weten, weten we niet of we het goede besluit nemen. Zoek het daarom verder uit voor dat spoor, maar het is duidelijk dat het substantieel omlaag moet. Voor het andere spoor moet zo snel mogelijk "het gas erop" bij het verstevigen van die huizen.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb de volgende vraag in eerdere debatten over de gasbesluiten ook aan de VVD gesteld, omdat het een principiële vraag is. Als je redeneert vanuit winning, kun je blijven volhouden dat er nog wat onderzoek nodig is en we niet precies weten wat het veiligste is. Als je redeneert vanuit het voorzorgsbeginsel en het uitgangspunt dat de veiligheid vooropstaat, kom je in een heel andere situatie terecht. Het punt is dat de risico's waaraan we de Groningers blootstellen voorzienbaar en afwendbaar zijn. Er is nu een nieuw besluit over de gaswinning. Ik stel daarom opnieuw de volgende vraag aan de VVD-fractie. Weet de heer Bosman of de aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat bij het voortzetten van het beleid redenerend vanuit de winning, waarbij voortdurend wordt verwezen naar meer onderzoek dat nodig zou zijn om de precieze veiligheidsrisico's te kunnen vaststellen, in afweging is genomen? Is hij betrokken bij een dergelijke afweging? Mij lijkt dat wij daar een behoorlijk risico mee lopen gelet op onze verantwoordelijkheid om de veiligheid voorop te stellen.

De heer Bosman (VVD):
Daar ben ik niet bij betrokken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Erkent de VVD-fractie dan in ieder geval dat we op dat punt een behoorlijk aansprakelijkheidsrisico lopen, even los van de morele verplichting die we laten liggen? Als je weet dat gaswinning risico's oplevert voor de veiligheid en als je ook weet dat je niet precies kunt vaststellen wat een veilig niveau is, maar als je wel onnodige en afwendbare risico's neemt als je vanuit de winning blijft redeneren en niet vanuit de veiligheid, dan stel je het voorzorgsbeginsel niet voorop. Is de VVD zich daarvan bewust? Ik sluit echt niet uit dat er nog eens een parlementaire enquête komt over de besluiten rond de gaswinning. Hoe eerder we tot bezinning komen, hoe beter, lijkt me.

De heer Bosman (VVD):
Mevrouw Ouwehand doet alsof we niets weten, alsof er geen informatie is en er geen onderzoeken zijn gedaan en alsof we maar een beetje ins Blaue hinein besluiten nemen. Dat is natuurlijk niet waar. Er zijn genoeg zaken bekend. SodM geeft duidelijke informatie. Het geeft duidelijk aan dat het huidige besluit alles afwegende een goed besluit is. SodM zegt dat een substantiële vermindering mogelijk is, maar dat we dan niet weten wat er gaat gebeuren op het moment dat er variatie komt. Dat zijn allemaal afwegingen die worden gemaakt. Zoals ik toen ook heb gezegd, neem ik dit soort besluiten niet zomaar. Ik ga af op goede informatie en op besluiten die op rationale wijze zijn genomen. Daar neem ik mijn verantwoordelijkheid voor, nu maar zeker ook in de toekomst.

Beantwoording door de minister

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het lijkt er bijna op dat de minister een stappenplan gaat neerleggen om die energiebesparing daadwerkelijk te realiseren. Dat heeft het kabinet tot nu toe nog niet laten zien. Het zou kunnen dat de minister ons vandaag gaat verrassen. Mijn vraag is echter de volgende. De minister blijft zeggen dat er naast het belang van de veiligheid, het belang van de leveringszekerheid is. Vervolgens noemt hij allemaal dingen op waarvoor we energie gebruiken terwijl dat niet nodig is, zoals kunstmest. De staatssecretaris van Economische Zaken zei toevallig vanochtend dat zij daar eigenlijk vanaf wil. 6% van de Nederlandse gasproductie gaat op aan de productie van kunstmest. We verliezen enorm veel energie aan niet-geïsoleerde huizen. Gaat de minister vandaag boter bij de vis leveren? Als hij wil verdedigen dat hij alles doet wat mogelijk is, maar ook het belang van de leveringszekerheid in ogenschouw moet nemen, gaat hij het niveau van de leveringszekerheid dan ook zo veel mogelijk terugbrengen zodat dat niet meer hoeft te knellen met het belang van de veiligheid?

Minister Kamp:
"Energiebesparing" was het laatste woord dat ik gebruikte, voordat mevrouw Ouwehand interrumpeerde. Ik ga daar geen plan voor maken, want dat is er natuurlijk allang. We zijn zeer ambitieus als het gaat om energiebesparing. In het energieakkoord hebben we afgesproken om 1,5% energie per jaar te besparen en ook nog eens 100 petajoule. Dat is heel, heel veel. Het gaat nog enorme inspanningen kosten om ook die 100 petajoule te halen. We zijn nog niet zover. We moeten er nog voor zorgen dat de maatregelen die we ons voorgenomen hebben op het gebied van energiebesparing, geëffectueerd worden. Ik denk dat daar meer maatregelen voor nodig zijn. Op het gebied van de energiebesparing is de ambitie dus al zeer hoog. Ik zal alles uit de kast moeten halen om onze voornemens op dat punt te realiseren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Daar was ik al een beetje bang voor. Alles is relatief. Dat probeert de minister in elk geval te zeggen. Als het kabinet serieus meent dat we het belang van de veiligheid en dat van de leveringszekerheid voorop moeten stellen, maar dat de veiligheid wel voorop moet staan, dan kan het niet redeneren vanuit het huidige energiegebruik en zeggen dat het al heel moeilijk is om daar 5%, 3% of 10% van af te halen. Dan moet je redeneren vanuit de vraag wat er kan worden gedaan. We kunnen veel meer besparen dan we nu doen, alleen het kabinet blijft zeggen: dat is wel veel gedoe; het is al een opgave om die procenten te halen.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Komt daar een stap bij, bijvoorbeeld op het gebied van kunstmest of het isoleren van woningen? Dat kan makkelijk. Als het kabinet dat niet doet, kiest het willens en wetens voor grotere veiligheidsrisico's vanwege een hogere onnodige gasproductie in Groningen.

Minister Kamp:
Dat kan mevrouw Ouwehand beweren, maar dat staat natuurlijk haaks op de werkelijkheid. De werkelijkheid is dat we juist vanwege het belang van de mensen in Groningen en hun veiligheid in een hoog tempo bezig zijn om zowel de productie van aardgas te verminderen als versterkingsmaatregelen te nemen. Ik kom daar zo nog op terug. De bewering dat wij willens en wetens risico's nemen, staat gewoon haaks op de werkelijkheid. Er zijn natuurlijk huizen in Nederland die beter geïsoleerd kunnen worden, maar met het feit dat we zeggen dat we dat willen, is dat nog niet gebeurd. Het moet nog wel gerealiseerd worden. Er zijn bedrijven die aardgas op dit moment op een heel legale wijze als grondstof gebruiken. Wij kunnen niet zomaar de knop omdraaien en tegen hen zeggen: bekijk het maar. Zo werkt dat niet. Onze ambities op het gebied van energiebesparing is niet: één keertje 5% minder. Nee, onze ambitie is dat er ieder jaar 1,5% minder energie gebruikt wordt. Dat is een zeer hoge ambitie. Die hebben wij verder onder druk gezet door daar een besparing van 100 petajoule aan toe te voegen. De ambities voor energiebesparing zijn dus al heel hoog.

Energiebesparing was een van de punten die ik noemde. Ik heb het ook gehad over onze warmtevisie.

(...)

De gaswinning in Groningen veroorzaakt grote problemen. Daar bestaat bij niemand meer een misverstand over. Als ik het jaar 2013 met 54 miljard m3 aardgaswinning buiten beschouwing laat en kijk naar de aardgaswinning die het jaar daarvoor, in 2012, 48 miljard m3 bedroeg en constateer dat we dit jaar op 30 miljard m3 zitten, dan kan ik zeggen dat er sprake is van een substantiële vermindering. Enkele woordvoerders, onder wie mevrouw Ouwehand, leken de suggestie te wekken dat die vermindering nog helemaal niets voorstelt. Ik denk dat dat een misverstand is. We gaan zover met die vermindering als op dit moment mogelijk is.

Mijn ondergrens is de leveringszekerheid. Ik heb rekening te houden met de leveringszekerheid, maar die heeft voor mij niet het laatste woord. Ik wil op het punt van de leveringszekerheid ook risico's nemen. Dat betekent: minder aardgas winnen dan in een jaar nodig zou zijn voor de leveringszekerheid. Je loopt dan het risico dat je in de loop van dat jaar toch extra aardgaswinning nodig hebt, omdat het een koude winter is. Dan is het de vraag wat de effecten voor de veiligheid van de mensen in Groningen zijn van de extra winning die dan gaat plaatsvinden. Ik weet dat niet. We zaten eerst op een niveau van 48 en 54 miljard. Dit jaar zitten we op een niveau van 30 miljard. Het is denkbaar dat we volgend jaar vanaf 1 januari 2016 nog verder gaan. Ik heb daar twee modellen voor geschetst, die ik op dit moment allebei laat uitwerken. Een van die modellen houdt in dat we maximaal importgas zouden gebruiken, een conversiecapaciteit, en dan jaarlijks tussen 21 miljard en 33 miljard m3 uit Groningen halen afhankelijk van de temperatuur in een jaar. Het tweede model houdt in dat we ergens tussen 21 miljard en 33 miljard m3 gaan zitten, omdat we kunnen vaststellen dat dat een verantwoord winningsniveau is, ook in combinatie met de versterkingsopgave die we kunnen realiseren. Beide opties laat ik nu uitzoeken. Het is mogelijk dat er per 1 januari spanning ontstaat met de leveringszekerheid. Ik zal daar dan naar kijken, maar ik kan de mensen uiteindelijk niet in de kou laten staan. Ik moet er ook voor zorgen dat er elektriciteit beschikbaar blijft en dat mensen niet verkleumen in hun huis. In een heel koude winter kan het nodig zijn dat er wat extra gewonnen wordt. Ik zal het risico van die extra winning voor de veiligheid van de mensen in Groningen moeten inschatten. Het terugbrengen naar 30 miljard m3, hetgeen wij nu doen per 1 juli, is dus niet de laatste stap. De volgende stap wordt mogelijk op 1 januari genomen, nadat we de informatie beschikbaar hebben die daarvoor nodig is.

Het is absoluut niet zo dat ik de zaken voor mij uit schuif en mij achter onderzoeken verschuil. Dat wordt door sommigen in Groningen en tot mijn spijt ook enkele woordvoerders wel gesuggereerd. Ik heb mij nog nooit één seconde achter een onderzoek verscholen. Ik heb nog helemaal niets vooruitgeschoven. Iedere keer als ik een besluit neem, probeer ik voor mijzelf helder te hebben wat de effecten daarvan zijn en welke risico's daaraan verbonden zijn. Ik probeer iedere keer het noodzakelijke besluit zo snel mogelijk te nemen. Ik probeer er ook steeds zo snel mogelijk voor te zorgen dat ik de daarvoor benodigde informatie beschikbaar krijg. Dat houdt ook in dat iedereen in de wereld die iets van aardbevingen en gaswinning en de combinatie van beide weet, op de een of andere manier bij de activiteiten in Groningen betrokken is. Ik probeer de beslissingen die noodzakelijk zijn, zo snel mogelijk te nemen. Uitstellen of vooruitschuiven is het laatste waar ik mee bezig ben.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil nog even doorgaan op de force majeure, waarover de heer Vos begon. Het is mij niet duidelijk wat de minister precies zegt. Zegt hij: ik kan het niet? En heeft hij dat laten uitzoeken? Of zegt hij: ik wil het niet, want ook in de landen waaraan wij leveren wonen mensen die niet in de kou willen zitten? Wat zegt de minister?

Minister Kamp:
Ik zeg dat er een dubbel slot op zit. In de eerste plaats zijn er contracten, waaraan ik gebonden ben. De juridische situatie met betrekking tot de langetermijncontracten met het buitenland is dat, zolang er Groninger gas beschikbaar is, we gehouden zijn om aan die contracten te voldoen en te leveren. In de tweede plaats speelt het volgende. Zelfs als die contracten helemaal niet spelen, dan nog voel ik mij moreel verantwoordelijk voor de mensen in die landen. Dat zijn gewone mensen, die voor de verwarming van hun huis afhankelijk zijn van het Groningse gas, althans van Groningencapaciteit. Ik moet er op de een of andere manier, linksom of rechtsom, voor zorgen dat ik niet alleen aan de leveringszekerheid ten behoeve van de mensen in Nederland aandacht geef, maar ook aan de leveringszekerheid ten behoeve van de mensen in die landen. Als het gaat om het belang van leveringszekerheid maak ik geen verschil tussen mensen en kijk ik niet aan welke kant van de grens zij wonen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wat de minister zegt over die contracten, klopt. Maar het geldt niet ten koste van alles. We hebben niet in die contracten staan: als heel Nederland instort omdat wij dat laatste restje gas nog uit Groningen kunnen halen, dan hebt u daar recht op, want dat hebben wij nu eenmaal in het contract vastgelegd. Daar gaat force majeure over: ja, je voldoet aan je contractuele verplichtingen, behalve als er heel grote ellende ontstaat. We kunnen wel vaststellen dat dat laatste in Groningen gebeurt. De vraag is dus: kan dat? Verder voelt de minister zich verantwoordelijk voor de leveringszekerheid voor ook andere mensen, zodat die niet in de kou komen te zitten. Ik vind dat dat nog wel een stapje verder mag gaan. De minister zou een groot appel op die betreffende landen kunnen doen om de vraag terug te dringen. Ook daar kunnen huizen worden geïsoleerd. Wat gebeurt er op dat vlak?

Minister Kamp:
Met het isoleren van huizen en het nemen van allerlei andere maatregelen zijn die landen net zo hard bezig als wij. Sommige zijn er misschien nog wel harder mee bezig dan wij. Ik kan dat niet inschatten. Het is niet goed om te denken dat wij in Nederland daarmee bezig zijn en zij niet. Ook zij hebben te maken met Europese afspraken, bijvoorbeeld over die 1,5%. Ook zij hebben hun ambitie en taakstelling om een duurzame energietransitie te realiseren. Dat speelt daar dus sowieso. Dat levert voor de korte termijn echter geen oplossing op. Ik kan het probleem van de mensen in die landen die mogelijk in de kou komen te zitten, niet oplossen door te zeggen: ga maar aan isolatie doen. Natuurlijk moet dat gebeuren, maar dat is geen oplossing voor de korte termijn.

Mevrouw Ouwehand vraagt ten aanzien van de leveringszekerheidsbelangen, waarbij ze volgens mij geen verschil maakt tussen de belangen van de mensen in de andere landen en de belangen van de mensen in Nederland: die gaan toch niet ten koste van alles? Nee, die gaan niet ten koste van alles. Uitgaande van het belang van de mensen in Groningen, van hun veiligheidsbelang, waarmee ik ben begonnen, gaan we daarom ook bekijken wat we per 1 januari het beste kunnen doen. Daarbij zal ik zeker ook acht slaan op hoe het zit met de leveringszekerheid. Dat zal ik goed in de gaten houden. Ik heb het recht niet om dat te veronachtzamen, noch ten opzichte van de mensen in Nederland, noch ten opzichte van de mensen in andere landen die van ons gas afhankelijk zijn.

(...)

Mevrouw Ouwehand zei dat de minister nou eens moet gaan handelen vanuit het veiligheidsbesef. Zij zei dat je het niet kunt maken om niet volledig transparant te zijn. Het is makkelijk om dat even te beweren, maar mijn stelling is dat ik volledig transparant ben. Ik zou niet weten wat ik achterhoud. Laat mevrouw Ouwehand dat maar vertellen. Dat ik niet handel vanuit het veiligheidsbesef, is makkelijk gezegd, maar ik handel in de eerste plaats vanuit het veiligheidsbesef en vanuit mijn eigen verantwoordelijkheidsbesef voor de veiligheid van de mensen in Groningen. Ik moet deze stelling van mevrouw Ouwehand dus tegenspreken. Zij zegt dat ik ervoor gekozen heb om heel lang te wachten en zo weinig mogelijk te doen. Dat spreek ik dus ook tegen. Ik zal niet herhalen wat ik daarover al gezegd heb. Het kabinet doet maar wat, zegt mevrouw Ouwehand. Wij doen een heleboel, maar wij doen dat op een verantwoorde manier.

De wijze waarop ik omga met de omkering van de bewijslast, ervaart mevrouw Ouwehand als een slag in het gezicht van de Kamer. Wat ik doe, is een voorlichting vragen van de Raad van State. Ik hoop die voorlichting nog in deze maand te krijgen. Als die voorlichting er is, gaat zij direct naar de Eerste Kamer toe. Ik heb er helemaal niets op gezet om de besluitvorming die in de Tweede Kamer is geweest, te vertragen of zo. Ik heb alleen de Eerste Kamer geïnformeerd dat ik de voorlichting gevraagd heb. Zodra ik die voorlichting heb gekregen over omkering van de bewijslast, stuur ik die aan de Eerste Kamer toe. Ik ben beschikbaar om vervolgens zo snel mogelijk met de Eerste Kamer te spreken over de conclusies die zij met betrekking tot het wetsvoorstel wenst te trekken. Wat mij betreft kan het dus allemaal zo snel mogelijk worden afgedaan.

Ik bekijk even of er behalve de citaten van mevrouw Ouwehand waarop ik ben ingegaan, nog iets is waar ik op in zou moeten gaan. Ik denk dat dit niet het geval is.

Tweede Termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Tijdens de beantwoording van de minister was ik even de zaal uit. Maar ik heb zijn antwoord op mijn vragen wel degelijk gehoord, want ik stond in de fractiekamer even wat moties te maken en zag hem toen op televisie. Zijn conclusie was dat hij de kritiek die de Partij voor de Dieren op zijn beleid heeft, niet deelt. Nou, dat is niet per se een verrassing, maar het is wel jammer. Ik dien een aantal moties in.

Motie Ouwehand: vanuit het voorzorgsbeginsel scenarios ontwikkelen over de gaswinning

Motie Ouwehand: een plan van aanpak opstellen om de levering van gas aan buitenlandse afnemers terug te dringen

Motie Ouwehand: de doelen voor energiebesparing verhogen en realiseren

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb ook een aantal moties van collega's medeondertekend, waarin de regering verzocht wordt om structureel lagere productieniveaus of om in elk geval scenario's daartoe uit te werken. Men zal mijn naam vanzelf onder die moties zien staan.

Beantwoording door de miniser

Minister Kamp:
Dan kom ik op de motie-Ouwehand op stuk nr. 180. Deze vraagt de regering om scenario's voor de gaswinning te ontwikkelen op basis van het voorzorgsbeginsel. Wij passen het voorzorgsbeginsel al toe. Wij ontwikkelen nu al scenario's voor 2016. Daarover heb ik net al veel kunnen zeggen. Ik ontraad deze motie van mevrouw Ouwehand, omdat zij de redenering ophing dat we met nul gaswinning zouden moeten beginnen en al het meerdere zouden moeten motiveren. Dat is een andere redenering dan ik heb gevolgd, toen ik sprak over wat wij in het jaar 2016 gaan doen. We gaan uit van de veiligheidsbelangen van de mensen in Groningen, maar we moeten ook oog hebben voor de leveringszekerheid. Ik heb een toelichting gegeven op hoe ik dat wil vertalen in besluitvorming per 1 januari 2016, dus ik ontraad deze motie van mevrouw Ouwehand.

In de motie-Ouwehand op stuk nr. 181 wordt gesteld dat de regering een plan van aanpak moet opstellen om de levering van gas aan buitenlandse afnemers terug te dringen en daarbij een beroep moet doen op de mogelijkheid van force majeur. Daarover hebben we een hele gedachtewisseling gehad. Daaruit bleek dat het zo niet werkt. Ik heb mevrouw Ouwehand niet overtuigd, dat is spijtig voor mij, maar zij heeft mij ook niet overtuigd. Daarom ontraad ik haar motie.

In de motie-Ouwehand op stuk nr. 182 wordt gevraagd aan de regering om de doelen voor energiebesparing te verhogen. Dat gaat de regering niet doen, want wij hebben zeer ambitieuze doelstellingen voor energiebesparing. Wij moeten nog van alles en nog wat doen om die te halen, in het bijzonder de 100 petajoule is een enorme taakstelling. Wat mij betreft kan er geen sprake van zijn om die doelen nu weer te verhogen, dus ik ontraad de motie-Ouwehand op stuk nr. 182.