Bijdrage Ouwehand nota­overleg initi­a­tiefnota 'een proac­tieve handels­agenda'


17 juni 2019

Bijdrage Esther Ouwehand notaoverleg initiatiefnota Een proactieve handelsagenda (Van Haga, VVD)

Voorzitter, dank u wel. Dank aan de indiener en zijn medewerker. Het schrijven van een initiatiefnota is een belangrijk instrument om je ideeën voor het voetlicht te brengen. Dat is altijd een compliment waard. Maar net zoals gold voor mevrouw Diks, houden daar de vriendelijke woorden op. Nou ja, ik blijf wel vriendelijk, maar ook kritisch, mag ik hopen. Net als andere collega’s heb ik even bekeken hoe ik deze nota moest duiden. Ik kwam uit op de wat mijn fractie betreft verdrietige constatering dat het ongelofelijk gewoon is geworden dat we in Nederland een ministerie hebben van «hulp is handel», net als dat het ministerie, deze Minister en de partijen die deze coalitie steunen voor alle kwetsbare waarden in de wereld alle heil verwachten van handel, terwijl er toch echt andere dingen nodig zijn om te zorgen dat mensenrechten gerespecteerd worden, dat we het klimaatprobleem oplossen en dat we onze natuurlijke hulpbronnen niet kwijtraken. Dat handel heil gaat brengen, is zo gewoon geworden dat de VVD misschien een beetje moeite heeft om zich nog te kunnen profileren als dé partij die voor handel staat. Zo zie ik deze nota dan maar. Dat is wat mij betreft verdrietig.

De analyses die zeggen dat deze nota heel kritisch is op het beleid van Minister Kaag deel ik eigenlijk niet, want ik zie heel veel terugkomen van het beleid van de Minister. Het beleid van de Minister zou de kwetsbaren waarden in de wereld juist meer moeten beschermen, en dat niet moeten proberen via handel. Dat was even in het kort de duiding van deze nota waarop wij zijn uitgekomen. Het is geen geheim dat de VVD een groot voorstander is van handel. Daarom dacht ik: ik ga één punt zoeken waarover we misschien wel overeenstemming hebben. Ik vroeg het zojuist al even aan de heer Wörsdörfer, die tot mijn grote opluchting zei: de VVD is er niet voor dat producten die onder de Europese normen worden geproduceerd op de Europese markt terechtkomen, want dat is oneerlijke concurrentie. Dat klopt, maar dan moeten we toch vragen: wat betekent zoiets in het kader van punt 13 in de nota, namelijk om voorop te lopen bij het aandringen op nieuwe EU-handelsverdragen? Er ligt een concrete deal voor, met de Mercosur-landen. Nota bene de VVD stelde daar kritische vragen over, want president Bolsonaro van Brazilië, dat in de Mercosur zit, heeft 120 gifstoffen die in Nederland niet zijn toegestaan opnieuw toegelaten. Hoe beoordeel je dan zo’n deal? Je kan er voor de bühne kritiek op uiten en tegen boeren zeggen, wat de VVD ook doet, dat het niet zo kan zijn dat Braziliaanse producten in de Nederlandse schappen liggen, maar als de Partij voor de Dieren dan vraagt of de regering dan wil besluiten tot een positie waarbij zij tegen de Europese Commissie zegt die deal niet te kunnen steunen zolang die landbouwproducten er in zitten, is de VVD tegen. Dus wat zijn die kritische noties dan waard? Waarom negeren de VVD-fractie en de indiener die grote bezwaren voor de Europese landbouw? Kunnen we aan de hand van punt 13 uit de nota, te weten loop voorop in het aandringen op nieuwe EU-handelsverdragen, vandaag eens duidelijkheid krijgen over wat dat voor de VVD dan betekent? Als je wel kritiek uit maar je er geen consequenties aan verbindt om de boeren echt te beschermen, dan zijn het praatjes voor de bühne. Ik wijs erop dat een handelsverdrag als CETA, dat als een «state of the art»-handelsverdrag aan ons allemaal is verkocht en waarin dat gelijke speelveld zogenaamd geregeld zou zijn en er goede afspraken zijn over duurzaamheid, nog steeds toelaat dat Canadese boeren gifstoffen gebruiken die in Nederland niet meer zijn toegestaan en dat de producten die ze daarmee telen in Nederland mogen worden verkocht. Boeren maken zich daar terecht kwaad over. Als dat bij CETA al zo gaat, dan weet je bij Mercosur zeker dat dat gelijke speelveld ook niet gegarandeerd is. Wat zegt de indiener daarop? En kunnen we als illustratie van wat de VVD en de indiener hiermee bedoelen waar het gaat om het sluiten van handelsverdragen, duidelijkheid krijgen over hoe ze zich opstellen tegenover Mercosur? Dank u wel, voorzitter.

Interrupties Esther Ouwehand

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik zou verschillende vragen aan de VVD-fractie kunnen stellen, maar ik houd het er even bij dat het geen nieuws is dat de VVD voor nog meer handelsbevordering is. Tegelijkertijd zien we dat de VVD toch ook kritische vragen stelt over de op handen zijnde deal tussen Europa en de Mercosur-landen. Welke randvoorwaarden stelt de VVD voor dit soort handelsdeals? Tot nu toe gaat het niet veel verder dan eigenlijk voor de bühne tegen de boeren zeggen dat het niet zo kan zijn dat producten die in Brazilië worden geproduceerd tegen veel lagere normen dan hier in Europa, in Nederland in de schappen liggen. Maar op het moment dat we aan het kabinet vragen «verzet je daar dan ook tegen bij de Europese Commissie», dan trekt de VVD zich weer terug. Ik snap die positie van de fractie dus niet zo goed. Kan de heer Wörsdörfer daar enig licht over laten schijnen?

De heer Wörsdörfer (VVD):

Dat vind ik best lastig, want dit punt is niet gemaakt in de initiatiefnota en ik heb het ook niet gebracht. Volgens mij is het uitgangspunt dat wij langs allerlei lijnen van imvo en SDG’s inzetten op handelsverdragen. Als mkb-woordvoerder heb ik met name aandacht voor het feit dat wij inderdaad de export willen bevorderen, langs de lijnen waarop het kabinet inzet. Volgens mij gaat het hier in deze commissie binnenkort weer over en dan zal iemand anders het woord voeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Maar dat is me iets te makkelijk. In de nota, bij punt 13 – 13 is mijn lievelingsgetal, maar dat geldt niet per se voor dit punt uit de nota – staat: «Loop voorop in het aandringen op nieuwe EU-handelsverdragen». Dat is dus wat de VVD voorstelt. Ik kan me voorstellen dat de heer Wörsdörfer niet tot achter de komma is ingevoerd in de gevolgen voor de landbouw, maar de VVD-fractie neemt wel als geheel een positie in. Als de VVD-fractie in relatie tot die op handen zijnde deal kritische vragen stelt over het beleid in Brazilië – daar zijn weer 120 gifstoffen toegelaten die in Europa niet gebruikt mogen worden – neem ik dus aan dat de VVD-fractie een mening heeft in de zin van: dit vinden we wel acceptabel en dat niet. Daar gaat mijn vraag over. Als het gevolg is dat producten die beneden Europese standaarden worden geproduceerd, gewoon de Europese markt op mogen komen, is de VVD dan voor of is de VVD dan tegen? Dat is de vraag.

De heer Wörsdörfer (VVD):

Ik ben er helemaal niet voor dat producten die niet aan de Europese normen en standaarden voldoen, hier het land inkomen. Dat is wel vanuit een ander oogpunt dan mevrouw Ouwehand wellicht denkt, namelijk op grond van oneerlijke concurrentie ten opzichte van onze mkb-ondernemers. Verder zie ik dat de initiatiefnota spreekt van «inzetten op EU-handelsverdragen met oog voor een gelijk speelveld en wederke-righeid». Dat lijkt me een uitstekend plan.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De vraag is wel: wat wordt dan de ondergrens die de VVD stelt aan die handelsverdragen? Ik noemde CETA al even. Dat wordt gepresenteerd als een state-of-the-art handelsakkoord, met goede duurzaamheidshoofdstukken en een gelijk speelveld. Dan blijkt toch dat Canadese aardappeltelers gifstoffen mogen gebruiken die in Nederland en Europa verboden zijn, en dat er een invoertolerantie is waardoor die producten op de Europese markt mogen komen. Europese boeren zijn daar terecht boos over. Zegt de VVD hier dus: het moet gegarandeerd zijn, en anders kunnen we niet instemmen met het handelsakkoord? Of blijft het bij alleen maar zeggen dat je vindt dat het een gelijk speelveld moet zijn, maar verbind je daar vervolgens geen consequenties aan?

De heer Van Haga (VVD):

Een handelsakkoord is altijd een akkoord, en dat is gemiddeld beter voor beide partijen, maar het zou best wel kunnen zijn dat je hier en daar een veer moet laten. Ik kan me voorstellen dat het goed is om vanuit Europa met ongelofelijk veel onderhandelingskracht te proberen de hoge standaarden uit Europa in zo’n akkoord te krijgen. Dat is natuurlijk nog niet zo makkelijk, want binnen Europa zijn die standaarden ook weer anders. Ik kan me ook voorstellen dat je om zo’n akkoord te sluiten, dat gemiddeld evident beter dan geen akkoord, tijdelijk iets anders laat. Ik denk dat dat naar beide kanten werkt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het is me toch niet duidelijk. Als de VVD op alle fronten die deals zou verdedigen, snap ik het nog. Maar wat de VVD doet, is dit. Ze zegt tegen de agrarische pers en tegen boeren: het kan niet zo zijn dat Braziliaanse producten in Nederlandse schappen liggen. Als je dat zegt, moet je daar ook de consequentie aan verbinden dat je die deal niet sluit. De VVD is ook boos over de import van goedkoop kippenvlees uit Oekraïne, maar de VVD heeft daar gewoon mee ingestemd, en is pas boos als het een feit is. Die import van goedkoop kippenvlees uit Oekraïne, is peanuts vergeleken bij wat op de Nederlandse en Europese markten komt als die Mercosur-deal doorgaat. Dus óf je bent er helemaal voor, maar dan heb je ook het lef om dat de boeren recht in hun gezicht te zeggen. Óf je zegt tegen de boeren dat het niet zo kan zijn dat die producten in Nederlandse schappen liggen, en je handelt daar politiek ook naar. Dan zeg je dus: die deal kan er niet komen zolang de landbouwproducten erin zitten, of zolang er geen waterdichte garantie is dat die standaarden gelijk zijn. En ik zie ook de initiatiefnemer, terwijl hij toch voorstelt om meer handelsver-dragen te sluiten, daar geen duidelijkheid over scheppen en dat lijkt me erg wenselijk.

De heer Van Haga (VVD):

Ten eerste is de Mercosur-deal nog niet helemaal uitonderhandeld. Ten tweede blijf ik bij mijn standpunt: wij zijn in z’n algemeenheid voor handelsverdragen. Daar kan voor een specifieke sector tijdelijk inderdaad een minnetje uit komen, maar het totaal is positief.