Bijdrage Ouwehand Nota­overleg over de initi­a­tiefnota "Een eerlijke boterham, over het versterken van de voed­sel­keten"


19 december 2016

Voorzitter,

Allereerst dank ik de heer Geurts voor het schrijven van zijn initiatiefnota over de problemen in de voedselketen en vooral over de positie van de boeren. Dat is veel werk en ik dank hem voor deze inzet.

Dat gezegd hebbende, sluit de Partij voor de Dieren zich aan bij een van de opmerkingen van de initiatiefnemer. Inderdaad is voedselzekerheid naast energiezekerheid een van de grootste strategische uitdagingen van deze eeuw. De Partij voor de Dieren deelt die analyse, maar merkt wel meteen op dat het noodzakelijk is om strategische keuzes te maken als je dit erkent. Dat missen we in de nota. Ik begrijp dat de heer Geurts binnen de bestaande structuren oplossingen zoekt voor de grootste knelpunten, maar zonder die strategische keuzes zullen we deze strategische uitdaging niet aankunnen.

Voedsel is in eerste instantie namelijk geen handelswaar. Gezond en voedzaam voedsel is een mensenrecht. De Verenigde Naties hebben een commissie voor mensenrechten met een speciale rapporteur voor het recht op voedsel. Die is al jarenlang actief. Vanuit dat standpunt volgen dus ook allerlei verstandige aanbevelingen die niet alleen maar de situatie in Nederland zonder grote veranderingen een beetje beter proberen te maken, maar ook de voedselketen wereldwijd versterken. Daaruit volgen slimme analyses die je ook wel met je boerenverstand had kunnen bedenken. Hoe korter de ketens, hoe kleiner de kwetsbaarheid. Lokale voedselproductie verdient nu eenmaal de voorkeur boven gesleep met voedsel de wereld over. De initiatiefnemer gaat daar in zijn nota wel een beetje op in, maar durft niet door te pakken. Als Nederland zelfvoorzienend moet zijn voor zijn voedselproductie, ondersteunt de Partij voor de Dieren dat zeer, maar dat vraagt natuurlijk wel een goede analyse van de manier waarop ons voedsel nu tot ons komt. We maken gebruik van landbouwgronden elders om hier bijvoorbeeld ontzettend veel kippenpootjes en hamlapjes te produceren. Het lijkt mij geen zelfvoorzienendheid als je dat doet met behulp van soja dat van de andere kant van de wereld komt.

Die keuze zullen we dus moeten maken, evenals de keuze om de vrije wereldhandel niet leidend te laten zijn in ons landbouwbeleid. Geen nieuwe handelsverdragen die ervoor zorgen dat de concurrentie op de wereldmarkt nog veel moeilijker wordt voor onze boeren. Kies voor lokale en regionale productie. Daar hangt ook de keuze voor het type boer dat je in Nederland wilt behouden mee samen. Dat kwam zojuist al even aan de orde in een interruptiedebat met de VVD. Blijf je in de situatie zoals die nu is -- de VVD wil dat nog wat verder trekken -- met nog meer vrije wereldhandel, dan houd je een aantal heel grote landbouwindustriële ondernemingen over, maar zet de trend waar de initiatiefnemer zich terecht tegen keert wel gewoon door, namelijk dat steeds meer boeren moeten stoppen. Voor welk type boer kiest de initiatiefnemer? Kiest hij voor de gezinsbedrijven? Dat vraagt om andere keuzes ten opzichte van de wereldmarkt. Of kiest hij voor de VVD-lijn, waarvan wij de uitkomst kennen?

Binnen die gegevens kunnen we natuurlijk wel het een en ander doen. De initiatiefnemer stipt terecht de onevenredig grote macht van de supermarkten en de inkopersorganisaties aan. Ik heb zojuist al in een interruptiedebatje aan het CDA gevraagd of een volgende stap dan niet nodig is. We weten dat die verhouding scheef is en dat er iets moet gebeuren. De Partij voor de Dieren stelt voor, de supermarkten een bewijslast op te leggen -- of het kabinet te vragen om de mogelijkheden daartoe te onderzoeken -- dat de prijzen die zij de boeren betalen voldoende zijn voor het verdienen van een goede boterham en waarmee zij voldoen aan de milieu- en dierenwelzijnsregels, zodat zij een krachtiger positie krijgen. De situatie die wij vier jaar geleden meemaakten, waarin Albert Heijn van de ene op de andere dag zei dat zij 2% minder kregen omdat zij zoveel spullen afnamen, is te schandalig voor woorden. Dat fenomeen moeten wij toch echt zien te doorbreken.

Dank u wel.

---------------------------------------

Vragen aan de indiener:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Zowel de initiatiefnota als de inbreng van het CDA in eerste termijn maakt duidelijk dat er geen verder onderzoek nodig is naar het feit dat de supermarkten en inkooporganisaties zo veel macht hebben. Dat weten wij al. Daarom vraag ik nu aan de indiener, maar ook aan het CDA, of het geen tijd is voor een volgende stap in plaats van nog een keer vragen om in kaart te brengen hoe groot die invloed precies is. Volgens mij kloppen de analyses. Die volgende stap kan zijn dat wij aan het kabinet vragen om een mogelijkheid te zoeken om bijvoorbeeld een bewijslast op te leggen aan de supermarkten, dat wil zeggen dat die moeten aantonen dat wat zij de boeren betalen, voldoende is om een goede boterham te verdienen en te voldoen aan alle regels die aan hen worden gesteld. Is mevrouw Mulder het daarmee eens?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Fijn om te merken dat de Partij voor de Dieren onze analyses deelt en in dat opzicht de initiatiefnota steunt. Ik hoor de suggestie die zij meegeeft. Het lijkt mij goed als de initiatiefnemer daarop reageert en aangeeft of hij het voordeel daarvan wel of niet ziet. Ik weet dat er een aantal concrete suggesties is gedaan. Als het kabinet die alvast zou oppakken, zijn wij in ieder geval alweer een stap verder. Ik ben dus ook heel benieuwd naar de antwoorden van collega Geurts die deze nota heeft geschreven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik ben blij met deze positieve grondhouding van de CDA-fractie. Ik denk dat het echt tijd is om een volgende stap te zetten. Ik herinner eraan dat Albert Heijn in 2012, kort na de verkiezingen, de zoveelste slechte streek uithaalde: de boeren werden van de een op de andere dag met 2% gekort. Ik heb sindsdien een persoonlijke Albert Heijn-boycot, maar in mijn eentje lukt het niet erg. Ik denk dat het tijd wordt om echte actie tegen dit soort streken een stapje verder te brengen. Ik ben benieuwd naar de reactie van het kabinet en de indiener.

--------------------------------------

Interrupties bij andere partijen:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik ben benieuwd welk type ondernemer de VVD voor ogen heeft als die partij het ook vandaag weer opneemt voor de agrarische ondernemer. In de Kamer is er regelmatig discussie over de positie van gezinsbedrijven. Het werd mij uit het betoog van de heer Bosma niet helemaal duidelijk wat voor type agrarische ondernemer de VVD nu probeert te verdedigen.

De heer Remco Bosma (VVD):

Wij staan voor een ondernemer die zich aanpast aan de markt. Daar zijn wij voor, en de schaalgrootte is daar geen maatgevend criterium voor. Wij zijn echter niet voor een museum van boeren die niet kunnen aanhaken bij de ontwikkelingen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik dank de heer Bosma, want het is wel belangrijk om vandaag dit verschil helder te maken. Enerzijds is er het uitgangspunt dat je gaat bekijken hoe we boeren in Nederland kunnen helpen hun positie te versterken, en anderzijds is er het uitgangspunt van de VVD, die eigenlijk zegt dat de grootste overeind blijft en dat dat jammer is voor degenen die het allemaal niet gaan redden, maar dat dat nu eenmaal de wereldmarkt is. De inbreng van de VVD komt erop neer dat er een paar grote spelers overeind blijven en dat we afscheid moeten blijven nemen van heel veel boeren in Nederland.

De heer Remco Bosma (VVD):

Dat is dus niet de uitleg die ik gaf. Het gaat om de partij die zich het beste weet aan te passen aan de steeds veranderende marktomstandigheden, en een groot bedrijf kan zich niet per definitie het beste aanpassen aan veranderingen die steeds plaatsvinden. Dat is dus geen uitleg van ons.

De heer Van Gerven (SP):

Het valt in de heer Bosma te prijzen dat hij zo duidelijk is. In mijn betoog heb ik aangegeven dat de liberalen staan voor een koude sanering en schaalvergroting en de heer Bosma bevestigt dat eigenlijk in zijn antwoord op de vraag van mevrouw Ouwehand.

Mijn vraag is: leidt het niet tot een ongewenste schaalvergroting, als je de markt haar gang laat gaan? Die schaalvergroting zien we nu al, maar het punt is dat die nog veel sterker zal plaatsvinden, zodat we afscheid moeten nemen van het boerengezinsbedrijf zoals wij dat kennen als drager van het platteland, als we de markt ongebreideld haar gang laten gaan.

De heer Remco Bosma (VVD):

Hier worden oorzaak en gevolg een beetje door elkaar gehaald. Het is heel simpel. Nationaal en lokaal komen er allemaal eisen bij of de ruimte om te ontwikkelen wordt beperkt. Uiteindelijk heb je schaalgrootte nodig om extra kosten die aan de productie worden opgelegd terug te verdienen. Voedsel is niet elastisch qua prijs. Als de prijs lokaal te hoog wordt, dan wordt het van ergens buiten Nederland gehaald. Je wilt toch kunnen produceren tegen ongeveer de prijs die er op de wereldmarkt staat. Dat betekent dat er schaalvergroting moet komen. Wij hebben niet gevraagd om allerlei extra eisen die er nu zijn. Uiteindelijk moet het toch terugverdiend worden.

-----------------------------------------

Beantwoording van de initiatiefnemer Geurts (CDA):

[...]
Mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren sprak over voedselzekerheid en strategische uitdagingen en pleitte voor een zelfvoorzienend Nederland. Zij heeft ook gevraagd welke keuze ik maakte: gezins- en familiebedrijven of ...? Tegen mevrouw Ouwehand zeg ik dat in het huidige systeem voedsel al als handelswaar wordt gezien. Dat is al eeuwen het geval. Eeuwenlang zorgden mensen eerst voor hun voedsel en daarna pas voor de rest. Dat zijn we een beetje kwijtgeraakt in de hedendaagse samenleving. Je gaat nu naar de supermarkt en denkt dat alles wat je wilt, er ook wel is. Maar het is helemaal niet zo mooi als het eruitziet. Ik verwijs naar datgene waar ik mijn introductie mee begon.

De Partij voor de Dieren verwees ook naar de overname van C1000 door Ahold en de overname van Delhaize door Ahold. Ik kan mij herinneren dat we op dat punt samen hebben opgetrokken. Zowel de PvdD-fractie als het CDA zijn boos over de wijze waarop voedselproducenten maar ook leveranciers worden benaderd. Ik vind het ook triest dat, als zo'n overname is goedgekeurd, zo'n organisatie gelijk haar leveranciers een brief stuurt waarin staat: wij zijn groter geworden, want we zijn gefuseerd, en wij willen even praten over de leveringsvoorwaarden. Lees: de prijs moet naar beneden. Daar verweren wij ons tegen. Dat wordt ook breder beleefd in mijn achterban. Ik verwijs maar even naar de opinie van gedeputeerde Jan Jacob van Dijk uit de mooie provincie Gelderland. Zelfs Cees Veerman sprak daarover op een heel groot symposium in Flevoland. Maar het heeft er ook in geresulteerd dat LTO, CBL, FNLI en de genoemde gedeputeerde afgelopen vrijdag een gezamenlijke brief hebben gepubliceerd, getiteld Ruimte voor waardevolle afspraken. Er moet immers ruimte komen voor ketenbrede afspraken. Ik zie die brief als een ondersteuning van deze initiatiefnota. Ik denk dat we daar de komende maanden ook in de Kamer over te spreken zullen komen. Ik vind de brief echt een ondersteuning. In de laatste zin staat "voor een beter Nederland". Dat vind ik helemaal perfect, want dat staat ook in de slogan van het CDA.

Nederland is voor een deel al meer dan zelfvoorzienend, zo zeg ik tegen mevrouw Ouwehand. We exporteren en daar verdienen we als Nederland BV behoorlijk wat geld mee. Dat geld wordt ingezet voor sociale zekerheid, voor zorg en noem de onderwerpen maar op.

Ik kies voor familie- en gezinsbedrijven en niet voor aandeelhoudersgedreven bedrijven. Ik kies voor die bedrijven die gericht zijn op de toekomst en die door de generaties heen hun waarde doorgeven en waar, als er eens tegenwind is, het personeel of hun medewerkers niet direct hun ontslag krijgen. Deze familie- en gezinsbedrijven snijden eerst in hun eigen vlees. Soms gaat dat dan heel ver.

Dan kom ik bij het tweede blokje.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Na al deze mooie woorden moet het toch weer wat scherper worden, anders wordt het saai. Die uitgangspunten delen we wel. De Partij voor de Dieren heeft het over het zelfvoorzienend zijn in voedsel en dat staat ook letterlijk in de nota van de heer Geurts. Ik wil graag geloven dat het CDA ook graag kiest voor gezinsbedrijven, maar er zijn wel diepere strategische keuzes nodig om dat ook mogelijk te maken. Ik heb daarom een quizvraagje voor de heer Geurts. Als Nederland in zijn eigen voedsel moet kunnen voorzien, welke omvang van de veestapel hoort daar volgens hem dan bij?

De voorzitter:

Geen a, b, of c?

De heer Geurts (CDA):

Ik ben al blij dat het geen multiple choice is. Het is een open vraag waar ik een open antwoord kan geven. Ik kan me niet herinneren dat ik in mijn initiatiefnota zo'n gesloten vraag heb geponeerd. Dat is ook absoluut niet aan de orde. Ik heb zojuist al aangegeven dat ik trots ben op de export. We verdienen daar ook fors geld mee. Een groot deel van die export is naar Duitsland, dus hoe ver is dat? Als mevrouw Ouwehand bedoelt hoe ik naar de strategie voor de rest van de wereld kijk, wijs ik haar erop dat ik daar een aantal keren wat over heb gezegd. De voedselzekerheid moet hoger op de agenda van het kabinet komen. Over het postbedrijf hebben we recent discussies meegemaakt, maar voor voedsel laten we het gewoon gebeuren. Ik heb een keer mevrouw Agnes Mulder mogen vervangen toen het ging over buitenlandse handel en toen heb ik aangegeven dat wij echt moeten nadenken over de vraag of wij zomaar Nederlandse bedrijven moeten laten verkopen aan het buitenland. Ik wijs op a.s.r., die 28.000 hectare van onze landbouwgrond in haar bezit heeft. Als die door een grote mogendheid in bezit wordt genomen, zou dat een enorme betekenis hebben voor de pachtprijs en de Europese voedselvoorziening.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik vermoed dat de heer Geurts toch niet uitkomt op de vraag wat het zelfvoorzienend zijn betekent voor de omvang van de Nederlandse veestapel, ook al laten we hem de hele middag aan het woord. Het CDA pakt de Partij voor de Dieren altijd hard aan als we zeggen dat we waarschijnlijk meer dan 30% van de dieren die we nu in ons land hebben staan niet met onze eigen grond kunnen voeden. Ik ben er benieuwd naar welk getal het CDA durft te noemen als het -- terecht -- zegt dat wij zelfvoorzienend zouden moeten zijn, in elk geval veel meer dan nu.

De heer Geurts (CDA):

Mevrouw Ouwehand kan een concreet antwoord krijgen. Het CDA noch de heer Geurts is er van om het aantal dieren in Nederland te verminderen. Daar is ook helemaal geen noodzaak toe. In het huidige mestbeleid zou er juist door nog wat meer mineralen op de grond te brengen juist weer wat evenwicht komen in de balans. Wij putten de grond op dit moment uit, niet omdat er zo veel afgehaald wordt maar omdat er te weinig mineralen ingebracht mogen worden. Deze discussie hebben wij bij de melkveehouderij gevoerd, bij de akkerbouw, en zo zijn er nog wel sectoren te noemen. Het aantal dieren hoeft voor mij dus echt niet terug. Het gaat erom dat het systeem wordt veranderd, zodat er een betere prijs voor de boer, de tuinder en de visser komt.

[...]

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, heel kort op dit punt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik vraag me, op ditzelfde punt, af waarom het CDA de motie van de Partij voor de Dieren niet heeft gesteund waarin werd gevraagd om onderzoek naar de mogelijkheden om in elk geval de bewijslast bij de supermarkten te leggen. Zij moeten kunnen aantonen dat ze een goede prijs hebben betaald, wat betekent dat in elk geval de kostprijs is gedekt, inclusief alle milieu- en dierenwelzijnsmaatregelen, waardoor de boeren een goede boterham kunnen verdienen. Waarom vindt het CDA zo'n onderzoek niet wenselijk?

De heer Geurts (CDA):

Ik kan mij nog herinneren dat het kabinet aangaf dat dit zou zorgen voor een gigantische -- ik weet niet of dit woord is gebruikt; anders komt het nu uit mijn koker -- verhoging van de administratieve lasten. Daar is het CDA zeker niet voor. Het is moeilijk om het, zoals mevrouw Ouwehand het formuleert, bij de supermarkten te regelen. Als het op die manier niet lukt, of als het moeilijk of helemaal niet kan, en als de gigantische administratieve lasten zich zouden doorvertalen in een nog lagere prijs voor de boer, dan gaat de heer Geurts daar niet in mee.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat is dan toch jammer. Het kabinet ziet een voorstel, maakt zijn vinger even nat en zegt: nou, dat wordt een beetje te ingewikkeld. Het voorstel was juist om er onderzoek naar te doen en om de resultaten daarvan aan de Kamer voor te leggen, zodat deze kan bekijken of ze het proportioneel vindt. Ik vind het jammer dat het CDA zich op zo'n belangrijk punt, op zo'n punt waarover we het eens zijn, namelijk dat de supermarkten een normale prijs aan de boeren moeten betalen, zo makkelijk door het kabinet laat wegsturen met het argument dat het veel administratieve lasten zou opleveren. Die lasten kunnen makkelijk door de supermarkt worden betaald.

De heer Geurts (CDA):

Mevrouw Ouwehand kent mij wel een klein beetje. Als het kabinet roept dat iets niet kan, dan denk ik niet meteen ook dat we het dan dus niet moeten doen. Ik heb er ook mijn eigen boerenverstand even op losgelaten. Ik vond dat het kabinet best wel een redelijke reactie gaf op de motie van mevrouw Ouwehand om het niet te doen. Ik heb ook nog geen nieuwe argumenten gehoord die mij ervan overtuigen om het wel te doen. Maar laten wij buiten de vergadering om proberen om argumenten uit te wisselen.

De voorzitter:

Gaat u verder.

[...]

De heer Geurts (CDA):

Mevrouw Ouwehand stelde in dat kader dat je de supermarkten eigenlijk om bewijslast moet vragen dat de prijs die zij betalen voor boeren ook voldoende is voor een goede boterham. Dat is eigenlijk niet te doen. Het is namelijk ongelooflijk moeilijk om al die prijzen te controleren en te zien hoe die precies worden opgebouwd. Bovendien beperkt dit ook het vrije ondernemerschap en het businessmodel van supermarkten, dat kan inhouden dat bepaalde producten met verlies worden verkocht terwijl op andere producten veel geld wordt verdiend. Daarvoor kiezen betekent dat we heel ver interveniëren in die bedrijfsmodellen, met heel veel uitvoerings- en handhavingsproblemen. Ik zie meer in enerzijds meer samenwerking tussen boeren in de vorm van producentenorganisaties en coöperaties en anderzijds investeringen in meer innovatie en onderscheidend zijn, zodat de marktpositie van boeren vanzelf daardoor ook sterker wordt.

--------------------------------------
Tweede termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter,

Er zitten behoorlijk wat denkfouten in ons voedselsysteem. Dat Nederland de tweede landbouwexporteur ter wereld is, is gek als je bedenkt dat we een van de kleinste landen ter wereld zijn, met helemaal niet zo veel landbouwgronden. Het is ook gek als je bedenkt dat in ons land mensen naar de voedselbank moeten. Het is ook een beetje raar als je naar kwaliteit kijkt. Ik wijs hierbij alleen maar naar het verschil tussen de Nederlandse tomaat en die uit Italië.

Ik dien twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt uit dat Nederland zo veel mogelijk in zijn eigen voedsel moet kunnen voorzien;

verzoekt de regering, met voorstellen te komen om Nederland daadwerkelijk zo veel mogelijk zelfvoorzienend te maken in zijn voedselproductie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 17 (34004).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het streven naar gezond en duurzaam voedsel vraagt om een integrale aanpak;

constaterende dat het kabinet werkt aan een voedingsapp die consumenten in staat moet stellen om op basis van objectieve en heldere informatie een bewuste keuze te maken;

overwegende dat voor het maken van een bewuste keuze ook informatie nodig is over de herkomst, de impact op milieu en klimaat en de wijze waarop dieren zijn gehouden en geslacht, alsmede over de vraag of er sprake was van eerlijke handel;

verzoekt de regering, deze aanvullende informatie over voedsel mee te nemen in de ontwikkeling van de voedingsapp,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 18 (34004).


------------------------------------------

Tweede termijn indiener (CDA) en reactie staatssecretaris Van Dam:

De heer Geurts (CDA):

[...]
In de motie op stuk nr. 17 van mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren spreekt de Kamer uit dat, conform de initiatiefnota "Een eerlijke boterham, over het versterken van de voedselketen", Nederland zo veel mogelijk in haar eigen voedsel moet kunnen voorzien. Op die uitspraak zijn veel antwoorden mogelijk, maar ik ben van mening dat de landbouwgronden in Nederland tot de beste van de wereld behoren. Dat maakt het in combinatie met onze goede boeren mogelijk om hoge opbrengsten van het land te halen. Wij steunen regionalisering in Europees perspectief, bijvoorbeeld door de bevordering van lokale teelt van voedergewassen zoals soja. Wij hebben dat eerder uitgesproken in een motie die wij samen met de fractie van de ChristenUnie hebben ingediend. Volgens mij staat het ook met zoveel woorden in ons conceptverkiezingsprogramma.

Het CDA is van mening dat Europa minimaal in het eigen basisvoedsel moet kunnen voorzien dat op een veilige manier wordt geproduceerd. Dit is de grootste uitdaging van deze eeuw. De voedselveiligheid en -zekerheid in Nederland vragen om een sterke Nederlandse landbouwsector. Deze Hollandse maakindustrie voorziet in primaire levensbehoeften waarvoor wij niet afhankelijk mogen zijn van regio's als Azië en Zuid-Amerika. Het gaat dus meer om geopolitiek en wij spreken op geen enkele manier uit dat wij tegen export zouden zijn. Wij zijn juist een groot voorstander van export. Ik heb in mijn beantwoording al betoogd hoeveel die bijdraagt aan onze economie, sociale zekerheid, zorg en alles wat daarbij hoort. Dus laten wij daarmee alsjeblieft niet gaan rommelen.

Daarom ontraad ik de motie ten stelligste.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De initiatiefnota bevat weliswaar een typefout, maar toch lees ik op de eerste pagina, net boven het midden: "Nederland moet in haar eigen voedsel kunnen voorzien". Dat heb ik geciteerd in de eerste overweging van de motie.

De heer Geurts (CDA):

Dat klopt, maar daarna wordt in de motie gesteld: verzoekt de regering met voorstellen te komen om Nederland daadwerkelijk zo veel mogelijk zelfvoorzienend te maken in haar voedselproductie. Gezien de opstelling en de bijdrage aan het debat van de fractie van de Partij voor de Dieren blijf ik erbij om deze motie ten stelligste te ontraden. Die zou betekenen dat het aantal dieren met ten minste 70% moet worden teruggedrongen en dat alles wat wij te veel produceren voor ons eigen gebruik, niet meer mag worden geëxporteerd. Dat is de inzet van de Partij voor de Dieren en daarbij kan ik mij absoluut niet aansluiten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het punt is wel dat de heer Geurts net deed alsof hij ineens niet meer voor zelfvoorzienendheid is, terwijl dit in zijn eigen initiatiefnota staat. Die nota kan worden aangepast, maar ik viel daarover. Dat de heer Geurts het verzoek niet steunt, verbaast mij niks. Maar ik citeer in mijn eerste overweging letterlijk uit zijn nota.

De heer Geurts (CDA):

Maar daarna geeft mevrouw Ouwehand er een uitleg aan over de export. Nu verval ik in herhaling. Dat zal ik niet doen. Nogmaals, ik ontraad de motie ten stelligste.

De SGP-fractie heeft gevraagd hoe ik het verdere verloop van het proces zie. De staatssecretaris heeft gezegd dat er nog diverse toelichtingen komen van zowel het kabinet als de Europese Commissie op het rapport van de commissie-Veerman. Er is een discussie over het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Vandaag is al eerder gesproken over mijn geduld, of liever gezegd mijn ongeduld. Het is een van mijn minder mooie karaktereigenschappen dat ik redelijk ongeduldig ben. Als ondernemer bedenk je 's ochtends iets en voer je dat 's middags uit. Toen ik raadslid was, bedacht ik 's ochtends iets en duurde het een paar weken langer. Hier in de Kamer duurt het maanden tot jaren voordat je iets uitgevoerd kunt krijgen. Soms gaat het overigens binnen een week, maar dat terzijde. Ik overweeg om wetgeving op te starten om invulling te geven aan de initiatiefnota. Als de moties die door collega Agnes Mulder zijn ingediend, geen meerderheid halen, zullen wij een andere route moeten bewandelen om snelheid in het proces te krijgen. Ik heb vandaag de inbreng van diverse fracties gehoord, dus ik weet ook de fracties te vinden die daar positief over waren.

Gezien de tijd wil ik het hierbij laten.

De voorzitter:

Ik dank u, ook namens mijn collega's, voor uw inbreng en al het werk.

Het woord is aan de staatssecretaris voor de beantwoording en de toelichting op alle moties.

[...]

Staatssecretaris Van Dam:

De motie-Ouwehand op stuk nr. 17 moet ik ontraden. In de motie wordt gevraagd om zo veel mogelijk zelfvoorzienend te zijn in de voedselproductie. "Zo veel mogelijk" is mooi en ook zeker de inzet van het beleid om de mate waarin Nederland c.q. Europa zelf kan voorzien in zijn eigen voedsel verder te versterken. Hier zit echter toch een beetje onder dat we er eigenlijk al op korte termijn voor moeten zorgen dat we helemaal onafhankelijk zijn. Dat is gewoon geen realistisch perspectief. We hebben het daar onlangs even over gehad in deze Kamer. Op dit moment is de verwevenheid van de voedselstromen dusdanig dat de voedselproductie zoals die in Nederland c.q. ons deel van Europa plaatsvindt gewoon niet los kan bestaan van de internationale context. Mevrouw Ouwehand doelt ongetwijfeld op veevoer. Daarvoor wordt heel veel soja geïmporteerd. De hele veehouderij in Nederland is op korte termijn niet los te zien van de productie van bijvoorbeeld soja aan de andere kant van de wereld. Kunstmest wordt over het algemeen gemaakt uit fossiele grondstoffen die van buiten Europa komen. Ik ben voor het versterken van zelfvoorzienendheid, maar het is op korte termijn geen realistische ambitie om volledig zelfvoorzienend te worden. Ik heb hier eerder al gezegd dat ik, omdat ik dat kwetsbaar vind, gevraagd heb om een strategische analyse van waar die kwetsbaarheden, met name de internationale kwetsbaarheden, in ons voedselsystemen zitten. Zoals de heer Geurts terecht zei, is dat een geopolitiek vraagstuk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik ken de positie van de staatssecretaris wel, maar in de motie wordt gevraagd om met voorstellen te komen om zo veel mogelijk zelfvoorzienend te worden. Er is dus ruimte om te schetsen wat er op korte termijn mogelijk zou zijn, wat meer tijd gaat kosten, wat misschien helemaal niet gaat lukken en in hoeverre Nederland dan zelfvoorzienend kan zijn. De motie laat dus eigenlijk alles open wat betreft tempo, haalbaarheid en weging. Dit gaat niet alleen maar over soja, maar bijvoorbeeld ook over palmolie, waar grote problemen mee zijn.

Staatssecretaris Van Dam:

De Kamer krijgt de door mij gevraagde analyse van de kwetsbaarheden van ons voedselsysteem. Dat lijkt mij het moment om daarover met elkaar door te praten. Het is overigens de bedoeling dat dit soort kwetsbaarheden daar ook in wordt omschreven. Het gaat daarbij echt om de vraag hoe kwetsbaar we geopolitiek zijn, want bepaalde stromen in onze voedselketen zijn politiek-strategisch kwetsbaarder dan andere doordat we voor die stromen afhankelijk zijn geworden van gebieden die over het algemeen wat minder stabiel zijn en waarmee de betrekkingen minder stabiel zijn dan met andere gebieden op de wereld. Dat wordt allemaal in kaart gebracht en naar aanleiding daarvan kunnen we dit gesprek verder met elkaar voeren, omdat we dan een realistisch beeld hebben van wat er mogelijk is en van wat er moeilijk ligt. Ik zou mevrouw Ouwehand daarom in overweging willen geven om deze motie tot dan aan te houden. Op dit moment moet ik haar ontraden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Daar denk ik nog even over na. Ik ben blij met de tweede reactie van de staatssecretaris, want ik zou het jammer vinden dat partijen tegen de motie stemmen omdat ze de lijn van de staatssecretaris volgen en denken dat in de motie wordt gevraagd om een importverbod op soja volgend jaar. Ik zou het prachtig vinden, maar dat is niet waar in de motie om wordt gevraagd!

Staatssecretaris Van Dam:

De motie van mevrouw Ouwehand op stuk nr. 18 gaat over een voedings-app. Ik begrijp de gedachte achter de motie en die is eigenlijk ook in lijn met ons beleid, want ook wij willen de transparantie vergroten. Doelen daarbij zijn het geven van meer inzicht in duurzaamheid en de herkomst. Ik zei daarstraks niet voor niets dat we de boer achter het product in de supermarkt een gezicht willen geven. Andere doelen zijn het inzichtelijk maken van de impact op milieu en klimaat en van de wijze waarop dieren worden gehouden. Het vergroten van de transparantie is bedoeld om dat soort dingen beter inzichtelijk te maken. Het gaat ons daarbij verder ook om de eerlijkheid van internationale voedselketens.

De voedings-app maakt wel gebruik van die informatie, maar als initiatief van de minister van VWS is die toch vooral bedoeld om snel en eenvoudig inzicht te krijgen in de samenstelling van producten en de gezondheidsrisico's van die producten. Daar is dit soort informatie nou weer net niet op zijn plek. Omdat mevrouw Ouwehand specifiek vraagt om het daarin op te nemen moet ik de motie ontraden, terwijl het eigenlijk precies is wat ik beoog met het versterken van de transparantie. Recent, volgens mij vlak voor de begrotingsbehandeling, heeft de Kamer een brief van mij gekregen waarin mevrouw Ouwehand kan lezen dat het bedrijfsleven hier ook aan meewerkt. Het bedrijfsleven ziet hierin zelfs een kans om internationaal weer voorop te gaan lopen, zoals het dat ooit ook deed met de GS1-database, de database waarin alle barcodes staan. Men ziet een kans om hier de internationale koploperspositie in te nemen door de leiding te nemen bij de transparantie. We willen die kant dus op, alleen niet in het kader van de voedingswet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat begrijp ik niet. De minister van Volksgezondheid was inderdaad heel enthousiast over de mogelijkheden van die app. Begrijp ik nu goed dat het kabinet eigenlijk wil dat mensen twee barcodes op een en hetzelfde product moeten gaan scannen? Waarom niet één app met een aantal icoontjes waaruit duidelijk wordt wat de ingrediënten zijn en waarin je door kunt klikken naar informatie over dierenwelzijn of voedselkilometers? Veel eenvoudiger kan het toch zeker niet? We gaan mensen toch niet vragen om twee apps te openen?

Staatssecretaris Van Dam:

Als u bij de Albert Heijn of binnenkort bij de Jumbo naar binnen loopt, moet u maar eens doorlopen naar het schap met varkensvlees, een schap waar u volgens mij anders nooit komt. Daar kunt u nu al de herkomst van het vlees scannen. U krijgt daar dus al meer informatie over hoe het vlees is geproduceerd en waar het vandaan komt. Dat is een pilot die gebaseerd is op dit hele transparantietraject. Het komt voort uit onderzoek dat ik met het bedrijfsleven heb afgesproken over de vraag hoe we de transparantie kunnen versterken. Toen de minister van VWS dat onder ogen kreeg, zei zij: dat is mooi, want dan kan ik zo ook iets voor de volksgezondheid ontwikkelen. Dat is een app geworden met een heel ander doel. We hebben er straks dus al twee, maar misschien kun je op basis van al deze informatie wel 20 of 50 verschillende apps ontwikkelen met allemaal interessante informatie voor consumenten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De Kamer heeft een punt gemaakt over het woud aan keurmerken. Straks zitten we hier te discussiëren over de hoeveelheid apps.

Staatssecretaris Van Dam:

Er kunnen ook allerlei mooie private initiatieven ontwikkeld worden voor meer transparantie. Die zijn er nu ook al, ook voor het geven van inzicht in duurzaamheid en herkomst, bijvoorbeeld Questionmark.