Bijdrage Ouwehand bij motie van wantrouwen tegen minister van LNV


12 juni 2019

Voorzitter,

Het is een erg serieuze aangelegenheid. Het gaat over het informeren van de Kamer en de bescherming van bijen en hommels. De Kamer is sinds begin 2013 duidelijk: pesticiden die gevaarlijk zouden kunnen zijn voor bijen moeten scherper getoetst worden en zolang niet onomstotelijk vaststaat dat ze geen gevaar opleveren voor de gezondheid van bijen moeten ze van de markt. Die uitspraak heeft de Kamer sinds begin 2013 nooit teruggetrokken. Er zijn verschillende moties aangenomen die hierover gaan. Het kabinet heeft, omdat de Kamer die uitspraak heeft gedaan en de huidige beoordelingssystematiek onvoldoende rekening houdt met risico's van pesticiden voor bijen en hommels, op verschillende momenten beloofd om zich in te zetten voor een strengere toetsing. Staatssecretaris Van Dam zei nog: het concepttoetsingskader dat nu voorligt, moet zo snel mogelijk worden vastgesteld.

Toen bleek eind 2018 dat dat anders zou kunnen zitten en sindsdien heeft de Partij voor de Dieren daar in inmiddels twee schriftelijke overleggen en twee algemeen overleggen geprobeerd duidelijkheid over te krijgen. De conclusie is dat de Kamer verkeerd is geïnformeerd, dat het kabinet zich in tegenspraak met zijn eigen belofte en met uitspraken van de Kamer, actief heeft verzet tegen die strengere toetsing. De minister van Landbouw weigert te erkennen dat de Kamer onjuist en onvolledig is geïnformeerd, dus er rest niets anders dan het vertrouwen op te zeggen. Daarom dien ik een motie in.

Motie (21501-32, nr. 1183)

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer na herhaaldelijke kritiek dat de Europese beoordelingssystematiek voor de toelating van chemische bestrijdingsmiddelen achterloopt op relevante wetenschappelijke inzichten over de risico's voor bijen, al vanaf begin 2013 in meerderheid uitspreekt dat alle neonicotinoïden en fipronil van de markt moeten totdat onomstotelijk bewezen is dat deze stoffen geen schadelijk effect hebben op de gezondheid van bijen;

constaterende dat het kabinet de Kamer bij herhaling heeft gezegd dat het in Europa aandrong op het vaststellen van een nieuw toetsingskader, en wel het (concept)bijenrichtsnoer dat in 2013 is gepresenteerd;

constaterende dat de regering zich, in strijd met de Kameruitspraken en haar eigen beloften, in Europese Raadswerkgroepen en in e-mails aan de Europese Commissie juist actief heeft verzet tegen het nieuwe toetsingskader voor een betere beoordeling van de risico's van pesticiden voor bijen en hommels;

constaterende dat de regering in plaats daarvan een model heeft voorgesteld dat mede is ontwikkeld door en wordt bepleit door de chemische industrie;

constaterende dat Kameruitspraken zijn genegeerd en dat de Kamer onjuist en onvolledig is geïnformeerd, maar dat de minister van LNV volhoudt dat er niets onoorbaars is gebeurd;

zegt het vertrouwen in de minister van LNV op,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1183 (21501-32).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. In de richting van de minister wil ik nogmaals zeggen dat de manier waarop dit is gelopen niet de schoonheidsprijs verdient. De Kamer hoort meteen over een vertrouwensvraag te debatteren, zodat die kwestie uit de weg is. Nu werd het donderdagavond laat, waardoor de minister het hele pinksterweekend heeft geweten dat deze motie eraan kwam en dat is niet hoe we …

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, ik ben al heel coulant met de tijd geweest. Uw tijd is al een minuut voorbij.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil dit aan de minister overdragen.

De voorzitter:
Ik denk dat uw punt helder is, dus ik wil u vragen of ik het woord mag geven aan de heer Futselaar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat mag zeker en dan vraag ik u om dit ook in het Presidium op te nemen, want zo horen we niet met het kabinet om te gaan. Dank u wel.

De voorzitter:
Dan de heer Futselaar.

De heer Futselaar (SP)

De heer Futselaar (SP):
Dank u, voorzitter. Als je de artikelen in Follow the Money over de Bee Guidancezaak leest, ontstaat er niet een heel fraai beeld. Dan ontstaat er een beeld van een Nederland dat naar buiten toe, inclusief naar de Kamer toe, stelt de principes van de Bee Guidance, die op wetenschappelijke inzichten is gebaseerd, te onderschrijven en zo snel mogelijk te willen invoeren, maar waar ambtelijk toch op allerlei manieren de belangen van de chemische industrie worden behartigd, waarbij bijvoorbeeld gelobbyd wordt voor alternatieve rekenmodellen. Voor de Kamer zijn dat soort processen eigenlijk onzichtbaar.

Wat voor de minister spreekt, is dat wanneer wij vragen om alle informatie die vervolgens wel naar de Kamer wordt gestuurd. Over de Bee Guidance stelt ze nu dat Nederland nog geen officieel standpunt heeft ingenomen, omdat er nog geen definitief eindvoorstel van de Commissie ligt. Dat is natuurlijk feitelijk ook zo, maar aan de andere kant weten we dat een dergelijk eindvoorstel van de Commissie komt op grond van allemaal ambtelijke en voorbereidende overleggen, waar wij weer geen zicht op hebben. Zo zit je beiden in een soort catch 22. Dat proces is voor ons onzichtbaar en als wij dan berichten krijgen dat de ambtelijke tak of de ambtelijke lobby afwijkt van de officiële, is dat gewoon schadelijk.

Voorzitter. Wij trekken niet de zware conclusie die de Partij voor de Dieren trekt in dezen. Wij willen wel graag uitspreken dat wij ontstemd zijn over deze gang van zaken.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Von Martels. Die maakt geen gebruik van zijn spreektijd. Dat geldt ook voor de heer De Groot. Tot slot is het woord aan mevrouw Bromet van GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks)

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter. Ik kan mij grotendeels aansluiten bij het betoog van mijn collega van de SP. De bijen zijn voor GroenLinks ontzettend belangrijk. Wij willen echt dat er een einde komt aan het gebruik van de bestrijdingsmiddelen. Wij houden aan dit relaas van de Partij voor de Dieren, en alle stukken die daarbij horen — het is een ongelofelijke stapel papieren met ingewikkelde formuleringen — een naar gevoel over. Wij hopen dat de minister de inzet houdt die er altijd geweest zou zijn. Maar GroenLinks gaat heel voorzichtig om met het indienen en steunen van moties van wantrouwen. Dat doen wij alleen als wij de bewindspersoon niet meer vertrouwen, en dat is in dit geval niet het geval.

De voorzitter:
Mevrouw Bromet, mevrouw Ouwehand wil nog een vraag aan u stellen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Aan welke inzet houdt GroenLinks zich dan vast? We hebben namelijk twee inzetten gezien. Er was een kabinet dat zei: wij zijn voor vaststelling van een nieuw toetsingskader. Maar achter de schermen, in die Raadswerkgroepen en in brieven aan de Europese Commissie, was er een andere inzet. Dus hoe kan GroenLinks nou bepalen welke inzet het is? Ik wil graag weten aan welke inzet GroenLinks dan vasthoudt.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
GroenLinks heeft een mening over bestrijdingsmiddelen. Die zullen wij hier inbrengen. Wij hopen altijd dat daar een meerderheid voor te vinden is. Er is een verschil tussen de inhoudelijke inzet van diverse kabinetten, en de procedure. Wij hebben nog steeds goede hoop dat we met deze minister verder komen dan met voorgaande ministers.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, kort.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Een laatste vraag, voorzitter. Ik heb in de verschillende debatten, en zeker in het laatste debat, donderdagavond, tegen de minister gezegd: het is niet onder u begonnen. Haar voorgangers zeiden het een, en dan gebeurde het ander. Als de minister nou gewoon erkent dat dat niet goed is, en dat je de Kamer juist en volledig moet informeren, dan is de kou uit de lucht en dan hoeft er ook geen motie van wantrouwen te komen. Maar de minister erkent dat niet. Erkent GroenLinks niet dat er sprake is geweest van twee gezichten, namelijk enerzijds wat het kabinet de Kamer voorspiegelde, en anderzijds wat er in werkelijkheid gebeurde in die Raadsvergaderingen en in e-mails aan de Europese Commissie?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Wat mevrouw Ouwehand de minister verwijt, is gedaan door haar voorgangers. Ik weet dat ze daar verantwoordelijk voor is, maar zíj heeft meer documenten dan ooit naar de Kamer gestuurd. Wij hebben alles kunnen inzien. Ik moet eerlijk zeggen dat ik best geloof dat de Partij voor de Dieren een punt heeft. Ik wil dus niet ontkennen dat er dingen zijn gebeurd die misschien ongelukkig zijn. Alleen, wij verbinden er een andere conclusie aan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter …

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bromet. Ik denk dat dit een helder antwoord is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil heel graag nog één opmerking maken, voorzitter. Het is onder voorgangers van deze minister gebeurd, maar ook deze minister heeft niet de informatie gestuurd …

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand …

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
… toen wij daar om vroegen.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, u heeft uw punt gemaakt. Mevrouw Bromet heeft u netjes van een antwoord voorzien.

Ik kijk nog even naar de leden. Iedereen heeft spreektijd gehad. Ik kijk naar de minister. Moet ik voor enkele ogenblikken schorsen? Wil de minister hier nog op reageren? Het hoeft niet; het staat u vrij.

Termijn antwoord

Minister Schouten

Minister Schouten:
Voorzitter. Ik heb geen opvatting over deze motie. Het is aan uw Kamer om daarover te oordelen. Tegelijkertijd zeg ik: ik heb niets toe te voegen aan hetgeen ik in het debat al heb gezegd. Wij hebben dit daar omstandig besproken. Daarbij ging het ook over de vragen die mevrouw Ouwehand nu weer opwerpt. Ik heb niks toe te voegen aan de antwoorden die ik in het algemeen overleg daarop heb gegeven.