Bijdrage Ouwehand over wijziging Mest­stof­fenwet in verband met verhogen afromen fosfaat­rechten


29 mei 2019

Voorzitter. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Het wachten is op een bewindspersoon op de portefeuille LNV die het lef heeft om de Kamer gewoon te confronteren met wat er allemaal niet kan en een voorstel te doen van wat daarbinnen wel kan. Dat wordt niet leuk voor de sector, maar op het ministerie is gewoon kennis aanwezig over de milieudoelen en de natuurdoelen waarbinnen we moeten blijven. Dan kan niet anders. We weten dus wat de ruimte is op de lange termijn. Iedereen die zegt dat boeren recht hebben op duidelijkheid, moet gewoon de hand in eigen boezem steken, want die duidelijkheid hangt als een wolk boven de Kamer. Het is de onbenoemde olifant in de Kamer. Maar wat heb je daaraan? Wat heb je eraan als je dat niet durft te benoemen? En dan niet met een langetermijnperspectief, maar laten we kijken naar 2030, als de klimaatdoelen gerealiseerd moeten zijn en de sector daarin meenemen.

Het fosfaatrechtenstelsel kwam al te laat. Ja, het CDA heeft toen als oppositiepartij geroepen: schiet daar eens mee op. Maar daarvoor koos het CDA ervoor om de sector eerst maar eens even helemaal los te laten. Je ziet wat voor een drama dat oplevert. Die sector heeft 160.000 koeien vervroegd naar de slacht moeten sturen en niemand werd er vrolijk van.

Ik zie een interruptie.

De heer Geurts (CDA):
Ik wil aan iedereen die meekijkt en meeluistert, even duidelijk maken hoe hij de debatbijdrage van de Partij voor de Dieren moet duiden. De Partij voor de Dieren wil 70% tot 100% van de veehouderij Nederland uit hebben. Ze zullen alle argumenten verzinnen om dat doel te bereiken. Laat duidelijk zijn dat dat gewoon de bijdrage is van de Partij voor de Dieren.

De voorzitter:
En uw vraag was?

De heer Geurts (CDA):
Mijn vraag heb ik al eens eerder gesteld: is mevrouw Ouwehand het met mij eens dat de Partij voor de Dieren minimaal 70% of eigenlijk 100% wil laten verdwijnen uit Nederland?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Je moet kijken naar alle doelen die we moeten realiseren. Die kun je niet wegzetten als: er worden steeds meer maatschappelijke eisen aan de boeren gesteld. De minister probeert dat steeds om de kritiek van haar eigen bord af te houden, maar dat zijn geen maatschappelijke wensjes, maar harde doelen waar de overheid verantwoordelijk voor is. We moeten de milieudoelen halen. We moeten de natuurdoelen halen. Gefeliciteerd trouwens met de Programmatische Aanpak Stikstof, verzonnen door het CDA! Moet je zien wat voor ellende die aanpak weer heeft opgeleverd. Doe het gewoon niet! Kijk naar alle maatschappelijke randvoorwaarden. Dat zijn geen particuliere wensjes van een paar mensen die zich zorgen maken over het milieu. Daar moet je gewoon voor staan. Dat is publiek belang. Als je de randvoorwaarden serieus neemt en een integraal beleid maakt, betekent dit dat we met een veel kleinere sector verder moeten. Maar dan is wel voor iedereen duidelijk waar hij aan toe is. Op die manier voorkomen we dit soort debatten, dit soort reparatievoorstellen …

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand!

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
… die waarschijnlijk niet eens het resultaat gaan opleveren dat beoogd wordt.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, voorzitter. De oproep aan de minister is om gewoon de moed bij elkaar te rapen om de Kamer te confronteren met de mogelijkheden en vooral de onmogelijkheden. Laat het debat hier maar ontstaan, zodat iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid kan nemen voor de puinhoop die al of niet valt af te wenden. De Partij voor de Dieren was geen voorstander van het fosfaatrechtenstelsel. Ik ben er nog steeds boos over dat staatssecretaris Dijksma zei: dit is het enige stelsel dat zou kunnen worden ingevoerd. Dat is gewoon niet waar. Ik ben er blij mee dat D66 pleitte voor een ander stelsel. De Partij voor de Dieren heeft daar verschillende voorstellen voor gedaan, waarbij je wel alle factoren meeweegt zodat je nu niet alleen maar heel scherp op fosfaat zit te sturen; en waarschijnlijk zit je ook nog net over de grens. Dus je zit wel te sturen, maar uiteindelijk heb je toch niets bereikt. Dan heb je ook nog de Programmatische Aanpak Stikstof en de natuurdoelen waar je het op een ander moment over hebt en op zit te sturen. Wat een drama is dat! Bekijk het integraal en richt daar een goed stelsel voor in. Dat zou mijn oproep aan de minister zijn.

En dan deze wetswijziging. Op zichzelf is het te prijzen dat de minister iets probeert. Ze probeert om iets voor te zijn, maar de grote vraag is wel of dat gaat lukken. We zagen dit al aankomen. We hebben gewaarschuwd. De minister zelf ook, trouwens. Het lijkt er toch op dat we niet onder de normen blijven om de derogatie te behouden. Dat betekent dus dat er zal moeten worden ingegrepen. Het is nu eind mei. Ik vind dat laat. De minister doet een voorstel. Het treurige is dat de minister een beetje te laat of misschien nog net een beetje op tijd met een voorstel komt. De grote vraag is of dat gaat helpen. Gaat het doen wat de minister beoogt? Ze geeft zelf eigenlijk toe dat het een grote aanname is: ik neem aan dat het lukt. Voor een wet is "ik neem aan dat het lukt" een beetje magertjes.

De Raad van State is kritisch. Het moet met stoom en kokend water, maar zou de minister niet toch die wet kunnen aanscherpen om te voorkomen dat aan het eind van het jaar alsnog een generieke korting komt? Dan moeten er allemaal dieren naar de slacht en heeft iedereen weer problemen. Ik weet niet of het te laat is. Misschien is het te laat, maar misschien kan de minister toch nog een beter voorstel naar de Kamer sturen.

Voorzitter. Voor de Partij voor de Dieren geldt dat een integrale kijk op alle doelen die we moeten halen, de beste weg hieruit is. Dan kan je nog een compromis sluiten over de termijn waarop je dat haalt, maar als maar duidelijk is dat we het gaan halen. Dan kan je best even accepteren dat het nog een poosje de grenzen te buiten gaat qua natuur en milieu, maar als we zeker weten dat we er komen, dan is dat het compromis dat we kunnen sluiten. Maar zelfs dat — dat we er gaan komen — is niet in zicht.

De minister schrijft in antwoord op de zorgen van de Partij voor de Dieren dat dit mogelijk weer gaat leiden tot het vervroegd afvoeren van dieren naar de slacht. Dat vind ik echt opmerkelijk, want het is aan de ondernemer om zelf goed op te letten dat het aantal dieren dat hij geboren laat worden, aanvoert of in totaliteit houdt, past bij de hoeveelheid rechten die hij heeft. Met andere woorden: als we straks weer drama's zien van dieren die naar de slacht moeten — er zijn tranentrekkende verhalen op televisie — dan betekent dat eigenlijk dat de minister moet volhouden en moet zeggen: het is heel vervelend, maar dat hebben die boeren zelf gedaan. Dat zie ik haar nooit doen als het erop aankomt. Wat is het nou? Neemt zij verantwoordelijkheid voor het voorkomen van problemen of is ze bereid om te zeggen dat de sector het zelf gewild heeft? Daar komt de hele fosfaatrechtendiscussie eigenlijk vandaan. De sector wilde ruimte. De sector wilde geen beperking. En toen er ellende was, kreeg de politiek de schuld. Maar ja, het is van tweeën een.

De voorzitter:
Hartelijk dank. Mevrouw Lodders heeft nog een vraag aan u.

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik zit naar het betoog van mevrouw Ouwehand te luisteren. Mevrouw Ouwehand wordt bijna emotioneel als ze spreekt over dieren die naar de slacht moeten. Dat snap ik. Het is ook niet de eerste keer dat mevrouw Ouwehand dit naar voren brengt. Ik ben benieuwd of mevrouw Ouwehand ook mijn lijn steunt. Ik heb het dan bijvoorbeeld over boeren die efficiënter produceren. Er zit een onbalans in de cijfers. Laten we dat op zijn minst wel aanpakken. Dat wordt ook bevestigd in de productie, in de voorlopige cijfers en de definitieve cijfers, want we zitten er natuurlijk wel onder. Dat zou dat probleem wel voorkomen. Ik zeg tegen mevrouw Ouwehand dat ik begrijp dat zij een hele andere aanvliegroute kiest als het gaat om milieu en dergelijke, maar op dit punt moeten we elkaar volgens mij wel weten te vinden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zeker, als noodoplossing om te voorkomen dat dieren vervroegd naar de slacht moeten worden afgevoerd. Dan vindt mevrouw Lodders ons altijd aan haar zijde. Maar het moet wel echt nadrukkelijk een noodoplossing zijn. Ik vroeg mevrouw Lodders natuurlijk niet voor niks naar dat efficiënter produceren. We zien dat de melkproductie per dier de afgelopen jaren steeds maar stijgt en steeds maar stijgt. We hebben het kabinet er vaker toe opgeroepen om het in samenhang te zien. Ja, we moeten de veestapel inkrimpen. Dat is onvermijdelijk, gelet op de klimaat- en milieudoelen. Maar we kunnen dat niet afwentelen op de dieren zelf. Je kunt dat niet compenseren door een steeds hogere productie per dier. Die totaaloplossing moet voor de VVD ook bespreekbaar zijn. Dan kunnen we samen overeenstemming vinden over een noodoplossing in de tussentijd.

Mevrouw Lodders (VVD):
Volgens mij hebben we het vandaag in ieder geval over de fosfaatproductie en het fosfaatrechtenstelsel. Dit is wat nu voorligt. Naar de productie per dier kijken wij echt heel verschillend, want ik denk dat het juist ook de productie per dier is waarin wij ons onderscheiden als het gaat om de voedselproductie. Mevrouw Ouwehand vliegt de dierlijke eiwitproductie echt vanuit een andere invalshoek aan. Mevrouw Ouwehand zou het liefst alles plantaardig zien. Nou heb je voor plantaardige producten toch echt dieren nodig, want je moet meststoffen hebben zodat die planten ook kunnen groeien, maar dat is een hele andere discussie. Mij gaat het even om deze tijdelijke oplossing. Ik heb gehoord wat mevrouw Ouwehand heeft gezegd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dieren niet vervroegd afvoeren naar de slacht doe je om die dieren onnodig leed te besparen en ook omdat het voor de boeren niet zo gezellig is. Maar daar hoort bij dat je het dierenwelzijnsargument ook van toepassing verklaart op de hoeveelheid productie per dier. Ik zeg het nog maar eens: die productie per dier is de afgelopen jaren enorm gestegen. Het is dus prachtig dat we wat minder dieren houden in de melkveehouderij, maar dat is ten koste gegaan van het welzijn van de individuele dieren. Dat kan natuurlijk niet. Ik vind dus dat je op allebei de punten dierenwelzijn serieus moet nemen. Daarin zou ik de VVD graag nog een keer aan mijn zijde willen vinden. Ik geef de hoop niet op, maar de hoop is wel klein, moet ik zeggen.