Bijdrage Ouwehand verant­woor­dings­debat Econo­mische Zaken 28-6-17 (koe in de wei, stal­branden, hitte­pro­tocol, hitte­stress)


4 augustus 2017

Voorzitter. We voeren vandaag het verantwoordingsdebat van het ministerie van Economische Zaken. Hoewel wij ook altijd vragen hebben aan de minister, zal ik me in mijn bijdrage richten tot de staatssecretaris.

Wat de Partij voor de Dieren betreft, is de belangrijkste vraag die gesteld moet worden: op wie kunnen dieren nu eigenlijk hun hoop vestigen, zo dieren daartoe in staat zouden zijn? Is dat de wet, is dat het kabinet, demissionair of niet? Is dat voormalig minister Verburg, van het CDA nota bene, met de Nota Dierenwelzijn? De vraag wat het beleid betekent voor het dier, wordt eigenlijk niet gesteld in alle plannen die deze staatssecretaris en zijn voorgangers hebben uitgewerkt. Dierenartsen hebben ons er deze week op gewezen dat zelfs de wettelijke bepalingen die dieren zouden moeten beschermen, niet worden nageleefd. Ik herhaal het nog maar even: het staat én in de wet én in de Nota Dierenwelzijn — die tien jaar oud is — van nota bene een CDA-minister, terwijl het CDA, met alle respect voor mevrouw Mulder, niet bekend staat als de grootste voorloper van het dierenwelzijn in dit land.

Dieren moeten gevrijwaard zijn van honger, dorst of onjuiste voeding, van fysiek ongerief, van fysiologisch ongerief, van pijn, verwonding of ziekte en van angst en chronische stress, en ze moeten vrij zijn om hun natuurlijke gedrag te vertonen. Dit geldt voor de gehouden dieren. Die plicht hebben we.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Ik vind het een vreemde gang van zaken dat als je vragen stelt aan een minister, je een andere fractie in dit huis een veeg uit de pan geeft. Ik vind dat eigenlijk niet zo netjes van mevrouw Ouwehand. Dierenwelzijn staat zeker bij ons voorop. Dat weet ze natuurlijk ook wel, want collega Geurts zet zich daar altijd voor in. Hij is hier vandaag niet om dat ook met concrete voorbeelden te kunnen ondersteunen, maar ik wilde dit toch wel even gezegd hebben. Ik vond het een beetje flauw.

De voorzitter:
Ik was even benieuwd of er nog een vraag kwam. Dat is dus niet het geval. Het was een vaststelling.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik kan mevrouw Mulder helaas niet geruststellen. Ja, het CDA heeft op papier dierenwelzijn hoog in het vaandel staan. Daarom noemde ik CDA-minister Verburg, die een mooie Nota Dierenwelzijn heeft gemaakt, met alle rechten voor dieren die ik zojuist noemde. Maar als je dan in de praktijk kijkt naar wat het CDA doet, zie je dat het CDA weidegang voor koeien in de weg staat en voorstellen blokkeert om ervoor te zorgen dat koeien daadwerkelijk voor hun kalveren kunnen zorgen. Dat zijn maar twee van de vele, vele, vele, vele, vele voorbeelden waarin het CDA op papier wel zegt dat dierenwelzijn belangrijk is maar waarin het in de praktijk alle voorstellen voor dierenwelzijn eigenlijk in de weg staat. Dan zeg ik het nog heel voorzichtig, omdat het nu om mevrouw Mulder gaat en niet om de heer Geurts.

Ik ga verder met mijn betoog. Dit Verantwoordingsdebat gaat ook over de vraag wat dit kabinet, met een PvdA-bewindspersoon op deze belangrijke post, heeft gedaan om werk te maken van de wettelijke verplichtingen en de ambities die al tien jaar ongeschreven en geschreven in dit huis liggen. Wat zien we op het punt van het optreden van de staatssecretaris? De Kamer komt in beweging en zegt: koeien zijn zoogdieren; als hun kalf geboren wordt, moeten zij in de gelegenheid worden gesteld om dat jong te zogen. De Kamer vraagt daarom, maar de staatssecretaris zegt ondanks die steun van de Kamer in zijn rug: nee hoor, dat gaan we niet doen. De Kamer zegt dat koeien naar buiten moeten kunnen en moeten kunnen grazen in de wei. De staatssecretaris zegt: het staat misschien wel in de wet, het is onze verplichting, het is al jarenlang de ambitie en de Kamer wil dit nu ook, maar ik doe nog maar eens een onderzoekje. Waar kunnen de dieren nog op rekenen? Of het kabinet nu missionair is of niet, die verplichting staat.

Een van de dingen die dit kabinet ook heeft nagelaten, is optreden tegen stalbranden. In 2016 zijn 1.200 dieren omgekomen door een stalbrand. We hebben er heel lang aan moeten sjorren en trekken, maar in 2011 was er dan eindelijk een actieplan. Nu blijkt dat dat niet werkt. Zelfs de evaluatie van dat plan heeft de staatssecretaris niet naar de Kamer gestuurd. Gelet op de wettelijke verplichting om te zorgen voor dieren die we houden, vraag ik hem wat nu zijn maatregelen zijn. Is hij bereid om daadwerkelijk koers te zetten naar vrije uitloop van dieren? Dat is de allerbeste bescherming als er een brand uitbreekt, want dan kunnen de dieren gewoon naar buiten. Ze zitten dan niet opgesloten in die stal, die binnen de kortste keren vol zit met giftige, hete gassen, waardoor ze, als ze het overleven, brandwonden hebben aan de binnenkant. In veel gevallen overleven ze het niet en verbranden ze levend. Je kiest dus voor een vrije-uitloopsysteem of je zorgt ervoor dat de stallen die je zo nodig afgesloten wilt houden, brandveilig zijn en sprinklerinstallaties hebben, zodat die dieren niet die gruwelijke doodsstrijd hoeven te doorstaan. De staatssecretaris heeft het echt laten zitten in de afgelopen jaren.

Dit geldt ook voor het hitteprotocol. Als dieren onder deze temperaturen naar het slachthuis worden vervoerd, mag dat nog steeds onder omstandigheden die ervoor zorgen dat de temperatuur in de vrachtwagens zo hoog oploopt dat zij het slachthuis soms niet eens levend halen. De hittestress voor dieren is verschrikkelijk. Als je weet dat bij varkens hittestress al optreedt bij een temperatuur boven 25°C, is het onvoorstelbaar dat het plan dat is bedacht om dieren dit leed op transport te besparen, toestaat dat de temperatuur in de vrachtwagen oploopt tot 40°C, want die vrachtwagens mogen gewoon rijden op dagen waarop het 30°C is, met een marge van 5°C, dus tot 35°C. Dat betekent dat het in die vrachtwagen 40°C wordt. De staatssecretaris weet welke drama's dit oplevert bij de dieren en hij doet daar niets aan. De Partij voor de Dieren vindt dit onvoorstelbaar en wil meer actie om die transporten op warme dagen te stoppen en ervoor te zorgen dat dieren niet omkomen door hittestress en ook de voorafgaande lijdensweg niet hoeven te doorstaan.

Ik wijs de staatssecretaris erop dat een fundamenteel andere keuze ook betekent dat de vrije uitloop op heel veel verschillende manieren enorme voordelen voor dieren oplevert. Ik weet dat het kabinet demissionair is, maar waarom zouden we deze keuze nu niet uit willen spreken? In de wet staat immers dat we goed voor dieren moeten zorgen. Ik noem nogmaals de varkens. Ook in de stallen lijden zij aan hittestress. Als het daar boven de 25°C wordt — dat wordt het zomaar, zelfs op een dag waarop het maar 21°C is — kunnen de dieren zich niet afkoelen. De natuur heeft het prima geregeld: als zwijnen in het wild het te warm krijgen, nemen ze een modderbad. Dan kunnen zij de warmte afvoeren, maar dat gunnen wij de varkens in de vee-industrie niet. Als je dieren die vrije uitloop niet gunt, hoe ga je er dan voor zorgen dat die hittestress in de stallen niet optreedt? Dat vergt een heel pakket aan maatregelen. Ik kan mij voorstellen dat de sector daar niet voor voelt, maar het is wel het één of het ander. Het zou de staatssecretaris sieren als hij daar in ieder geval uitspraken over doet.

Dierenwelzijnsproblemen treden echt niet alleen op in de veehouderij. Ook bij individuele dierenhouders moeten we waakzaam blijven ten behoeve van de geldende zorgplicht ten aanzien van dieren. Tot slot van dit Verantwoordingsdebat, vlak voor de zomer, vragen wij aandacht voor dieren die worden achtergelaten in auto's. Het aantal berichten daarover loopt steeds meer op. Telkens is er weer een nieuw bericht, met name over honden die een gruwelijke dood zijn gestorven in een auto die binnen de kortste keren ongelooflijk warm werd. Voelt de staatssecretaris de verplichting om ervoor te zorgen dat we dit tot het minimum beperken, eigenlijk tot nul? Welke maatregelen wil hij treffen om ervoor te zorgen dat dieren op welke manier dan ook — of dat nou in een auto, in een stal of in een transportwagen is — niet worden blootgesteld aan die belachelijk hoge temperaturen?

Beantwoording staatssecretaris

We hebben het natuurbeleid en het natuurbeheer gedecentraliseerd. Dat betekent dat de provincies de verantwoordelijkheid hebben en rapporteren over de vraag wat ze doen. Het Rijk heeft de totaalverantwoordelijkheid voor de rapportage aan de Europese Commissie, maar dat betekent niet dat wij alle details aan de Kamer rapporteren. Ik verstrek de rapportages die de provincies hebben gemaakt, aan de Kamer — dat heb ik ook gedaan — zodat zij inzicht heeft in de vraag of dit gedecentraliseerde stelsel leidt tot de beoogde resultaten. Nogmaals: er zijn belangrijke stappen voorwaarts gezet, maar dat is nog geen reden om tevreden te zijn. Er moet in de komende jaren nog steeds forse biodiversiteitswinst geboekt worden, vooral in het raakvlak tussen landbouw en natuur. Denk aan zaken zoals natuurinclusieve landbouw en agrarisch natuurbeheer. Juist buiten natuurgebieden valt de grootste biodiversiteitswinst te boeken, maar daarop zul je wel moeten inzetten. Ik heb zojuist al gezegd dat ik niet voor niets voornemens ben om daarvoor 20 miljoen extra vrij te maken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit kan ik nooit laten passeren. Heeft de staatssecretaris de indruk dat er te weinig mensen enthousiast zijn over de natuur en dat dat het grootste probleem is voor de natuur in Nederland? Of is het grootste probleem vooral dat de natuur onvoldoende wordt beschermd tegen vervuiling en versnippering en dat er te weinig budget is om de doelen te halen waarover de staatssecretaris het zelf heeft?

Staatssecretaris Van Dam:
Nee, ik denk — dat zei ik zojuist — dat de teruggang in biodiversiteit de belangrijkste bedreiging is voor de natuur, niet alleen in natuurgebieden, maar met name daarbuiten, ook op het platteland. Dat is de grootste bedreiging en tevens de grootste uitdaging waarin we resultaten zouden kunnen boeken. Het boeken van resultaten doet de overheid niet alleen. We doen dat samen met maatschappelijke organisaties en bij voorkeur ook met het bedrijfsleven, dat profijt kan hebben van een sterke natuur. De koers om de natuur niet te beschermen tegen de samenleving maar juist samen met de samenleving, is ingezet door dit kabinet. Daarvoor moet je ook enthousiasme organiseren. Dat betekent dat maatschappelijke organisaties en bedrijven moeten samenwerken en samen plannen moeten maken om de natuur uit te breiden en te versterken, en om ervoor te zorgen dat zij aantrekkelijk blijft, zodat er maatschappelijk draagvlak is. Al die dingen horen samen. Ik vind het niet verstandig om badinerend te doen over een van die elementen, omdat je er met een totaalpakket voor zorgt dat de natuur niet alleen goed wordt beschermd, maar ook verder versterkt kan worden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit is een verantwoordingsdebat, dus dan mag het net iets gemener dan anders. Het is natuurlijk helemaal niet verkeerd om een verkiezing uit te schrijven voor het mooiste natuurgebied van Nederland, maar als we de staatssecretaris vandaag onder de microscoop leggen om te bekijken wat hij precies heeft gedaan voor de natuur, dan zien we dat het daadwerkelijk beschermen van de natuur tegen vervuiling, bijvoorbeeld als gevolg van de intensieve landbouw, niet is gelukt, of hij dat nu heeft gewild of niet. Het is niet gelukt. Het organiseren van zo'n wedstrijd wekt toch een beetje de indruk dat de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor de natuur, wel een natuurvriendelijk imago wil, maar daar stiekem niets voor doet. Er is helaas geen andere conclusie die de Partij voor de Dieren vandaag uit dit verantwoordingsdebat kan trekken.

Staatssecretaris Van Dam:
De dingen die ik zojuist zei over GroenLinks, gelden in sterkere mate voor de Partij voor de Dieren, maar daarop komen we bij het volgende onderwerp terug. Ook mevrouw Ouwehand doet geen recht aan wat er is gebeurd. Een van de belangrijkste bedreigingen die zij noemt, de vervuiling van de natuur door de intensieve veehouderij, gaat om twee dingen, namelijk om fosfaat via het water en om stikstof via de lucht. Mevrouw Ouwehand weet dat dit kabinet juist die twee punten vrij stevig heeft aangepakt. De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is uitgerold en in werking. Die leidt tot een vermindering van de stikstofdepositie in natuurgebieden. Fosfaat is nog steeds een actueel thema. We zijn dag in, dag uit zeer voortvarend bezig met het terugdringen van de fosfaatproductie.

De voorzitter:
Ik stel voor dat u uw beantwoording vervolgt.

Staatssecretaris Van Dam:
Mevrouw Ouwehand had, gelet op de naam van haar partij, vanzelfsprekend een aantal vragen over het beleid in Nederland ten aanzien van dieren. Zij vroeg om te beginnen naar het hitteprotocol en het transport van dieren bij hoge temperaturen. Het ingewikkelde van transportregels is dat ze op Europees niveau worden gemaakt. Ik heb de Kamer al vaker gezegd dat het denken over dierenwelzijn in de meeste Europese landen een stuk minder ver is ontwikkeld dan bij ons. Wij lopen daarin echt voorop, samen met een paar landen die ons omringen, zoals Duitsland, Denemarken en Zweden. We proberen die discussies los te trekken op Europees niveau. Daarom hebben we tijdens ons voorzitterschap het initiatief genomen voor het EU-platform voor dierenwelzijn, waarin we dergelijke kwesties op de agenda kunnen zetten. Dat is gelukt, maar alles op dit terrein gaat stap voor stap en met heel veel moeite. Dat geldt ook voor deze regels. Die zouden wat mij betreft, Europees gezien, een stuk strenger mogen. Ik vind ook dat de maximale transportduur verkort zou moeten worden. Maar er is Europees gezien nauwelijks draagvlak voor dit soort stappen. Dus wat doen we dan? We maken nationale afspraken die verdergaan dan de Europese regels. Dat is gebeurd met het hitteprotocol, op basis van vrijwilligheid van het bedrijfsleven. Als het KNMI code rood instelt, mag er sowieso geen transport plaatsvinden. Er zijn echter ook aanvullende afspraken. Als de temperatuur bijvoorbeeld boven 35°C uitkomt, mag er vanuit Nederland niet meer worden getransporteerd. Ik informeer de Kamer hierover nog voor het reces. De Kamer krijgt dan de volgende stand-van-zakenbrief over het dierenwelzijnsbeleid, waarin ik haar zal informeren over de stand van deze afspraak en over de verdere verscherping van de afspraken waaraan in de afgelopen tijd is gewerkt. Dat komt de kant van de Kamer op.

Mevrouw Ouwehand was kennelijk wel heel tevreden met het werk van minister Verburg — het kan verkeren — maar zij heeft gemist dat niet alleen minister Verburg een nota over dierenwelzijn naar de Kamer heeft gestuurd, maar dat de Kamer ook van dit kabinet, onder mijn ambtsvoorganger, een beleidsbrief over dierenwelzijn heeft ontvangen. Sindsdien wordt de Kamer twee keer per jaar geïnformeerd over de voortgang op dat gebied en op alle beleidslijnen die in die beleidsbrief zijn aangekondigd. Er zijn bijvoorbeeld stappen gezet om ingrepen waarvan dieren te lijden hebben, zo veel mogelijk af te schaffen. Dat is ook in deze periode in gang gezet. De Kamer krijgt waarschijnlijk volgende week maar in elk geval nog voor het reces de volgende stand-van-zakenbrief. Dan kan mevrouw Ouwehand hopelijk met iets meer enthousiasme dan in haar inbreng van vandaag zien dat er wel degelijk een heleboel gebeurd is in de periode van dit kabinet en ook weer in het afgelopen halfjaar.

Mevrouw Ouwehand stelde voorts een vraag over stalbranden. Ook daarvoor zijn verschillende maatregelen genomen, waaronder aanpassing van het Bouwbesluit. Er is een evaluatie uitgevoerd. Die verkeert nu in een afrondende fase. Ook die ontvangt de Kamer binnen twee weken. Stalbranden worden ook voorkomen door aanpassingen die zijn gedaan. Dat ziet men gelukkig dan niet terug in het nieuws. Men ziet het wel in het nieuws als het misgaat. Dat is altijd bijzonder spijtig en droevig. Er zijn dus de nodige stappen gezet om stalbranden tegen te gaan.

Ik noem verder het punt van dieren die in auto's worden achtergelaten. Dat is verboden op het moment dat het heet is. De handhaving daarvan geschiedt door de politie. Op het moment dat mensen dat zien, kunnen ze ook altijd de politie daarop aanspreken, zodat die kan ingrijpen.

Er is ten slotte nog een vraag over een droevige aangelegenheid bij het Europees Octrooibureau. Dat betreft een medewerker die zelfmoord gepleegd heeft. Dat bericht is zeer recent naar buiten gebracht. Het is een persoonlijke tragedie. Mij is niet bekend wat precies de relatie met de werkzaamheden is geweest. Ik vind het bij zo'n persoonlijke tragedie ook niet gepast om daar verder over te speculeren. De Kamer heeft de motie-Hijink/Ouwehand (25882, 292) over het arbeidsrecht bij dergelijke internationale instellingen aangenomen. Daarin werd de regering verzocht om ervoor te zorgen dat arbeidsrechtelijke conflicten door een nationale rechter kunnen worden beslecht. De Kamer ontvangt volgende week een reactie op die motie. In die brief zal de Kamer ook geïnformeerd worden over de uitkomsten van de vergadering van de raad van bestuur van het Europees Octrooibureau die vandaag plaatsvindt.

Er is door de Kamer ook uitgebreid met de minister van Buitenlandse Zaken gesproken over immuniteit en toepasselijk arbeidsrecht. Hij is daar in zijn algemeenheid natuurlijk het eerste aanspreekpunt voor namens het kabinet.

Voorzitter. Daarmee ben ik gekomen aan het einde van mijn inbreng.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb natuurlijk niet voor niets verwezen naar de Nota Dierenwelzijn van CDA-minister Verburg. Ik heb dat allereerst gedaan om te markeren dat je wellicht nog een iets betere dierenwelzijnsuitstraling zou kunnen hebben dan een CDA-bewindspersoon. Ik laat maar even in het midden of dat waar is of niet. Ik heb dat ook gedaan omdat die Nota Dierenwelzijn tien jaar oud is en de minister destijds heeft geschreven dat je veranderingen niet zomaar voor elkaar krijgt en dat zij daarom een langetermijnperspectief van vijftien jaar hanteerde. We zitten nu op twee derde. Er zijn tien jaar voorbij. De staatssecretaris zegt dat hij binnenkort met een nieuwe stand van zaken op het gebied van dierenwelzijn komt. Dan zou het wel mooi zijn als hij de moed heeft om even te reflecteren op die startafspraken, op de ambities die we nu eenmaal hebben. Die staan ook in de wet. Het zou mooi zijn als hij dan ook zijn licht laat schijnen over wat er nodig is om het binnen de komende vijf jaar op een dusdanig niveau te brengen dat we die ambities ook gaan halen. Hij heeft alle vrijheid, want hij is demissionair. Laat het maar aan de Kamer om daar de oorlog over te laten uitbreken! Ik zou tegen hem willen zeggen: schets dat perspectief vanuit de verantwoordelijkheid die u nu nog hebt.

Staatssecretaris Van Dam:
Ik heb mevrouw Ouwehand de afgelopen jaren leren kennen als iemand die zeer overtuigend kan zijn in haar pleidooien, maar ze is desondanks tot op heden nog steeds niet zo overtuigend dat zij Kamermeerderheden voor haar standpunten weet te organiseren. De afgelopen jaren is de praktijk in de Kamer geweest dat zelfs de stappen die het kabinet zette, die voor mevrouw Ouwehand dan misschien nog niet ver genoeg gingen maar die volgens mij toch allemaal stappen in de goede richting waren, vaak betwist werden door een Kamermeerderheid. Die was er eigenlijk vanaf de ChristenUnie tot en met de PVV. Mevrouw Ouwehand persisteert in haar onvrede over wat dit kabinet heeft gedaan. Ik spreek haar graag na aan het einde van de komende kabinetsperiode. Ik hoop van harte dat ze dan tevredener is over de prestaties van het kabinet dat er mogelijk nu aan zit te komen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zei het al: bij zo'n verantwoordingsdebat mag het net iets gemener dan anders. Dit is me te gemakkelijk. Deze staatssecretaris heeft zeer vriendelijke uitnodigingen van een Kamermeerderheid gekregen om ervoor te zorgen dat alle Nederlandse koeien in de wei kunnen grazen, dat koeien voor hun eigen jong mogen zorgen als het kalf geboren is, dat het niet direct bij haar wordt weggehaald. Deze Kamer is een groot voorstander van de invoering van een positieflijst, waarvan dit kabinet heeft gezegd: het is allemaal niet gelukt. Ik ben het met de staatssecretaris eens dat het meekrijgen van de Kamer nog niet altijd even makkelijk is, maar hij kan altijd rekenen op de Partij voor de Dieren om daar onvermoeibaar voor te blijven strijden. Maar als het eenmaal is gelukt, dan willen we toch zeker niet dat het kabinet het erbij laat zitten, en al helemaal niet als dat een PvdA-bewindspersoon is!

Staatssecretaris Van Dam:
Zeker niet. Mevrouw Ouwehand heeft er ook alle reden toe om te zeggen dat het kabinet het er niet bij moet laten zitten. En dat gebeurt dus ook niet. Het houden van kalveren bij de koe, dat mag altijd. Elke veehouder kan daartoe beslissen. Het was alleen de vraag of een wettelijke verplichting de meest verstandige route is. Dat stelde mevrouw Ouwehand voor. Daarover hebben we uit-en-te-na gedebatteerd.

Wat de verplichte weidegang betreft, heb ik in een uitvoerig debat met de Kamer, en volgens mij ook met brede steun vanuit de Kamer, gezegd dat het goed zou zijn om alle verschillende opties om weidegang verder te stimuleren dan wel te verplichten op een rij te zetten en te laten onderzoeken op hun effectiviteit en handhaafbaarheid. De Kamer krijgt de resultaten van dat onderzoek nog van mij dan wel van mijn opvolger. Op basis daarvan kan de Kamer een verstandige beslissing nemen over het instrument dat het beste kan worden ingezet om het doel te bereiken dat we met elkaar delen. Ik denk dat dat een ordentelijke manier van besluitvorming is. Ik denk dat de Kamer hiermee meer opties krijgt aangereikt dan in het eerdere debat dat we met elkaar hebben gevoerd over de nota die er lag vanuit de Kamer. Het zal dus een verrijking van het debat betekenen. Dat is ook de manier waarop het kabinet dat ook met vrij brede steun vanuit de Kamer, ook van de initiatiefnemers van die nota, heeft ingezet.

Mevrouw Ouwehand noemde verder de positieflijst. Het kabinet is op dat gebied tot een afronding gekomen, maar het is helaas gestuit op een uitspraak van de rechter over de vorige positieflijst. Ik heb die uitspraak aan alle kanten binnenstebuiten gekeerd, maar ben tot de conclusie gekomen dat die ook consequenties zal hebben voor het voorgenomen besluit dat er lag voor een nieuwe positieflijst. We hebben derhalve op het ministerie gekeken hoe we zo snel mogelijk tot een besluit kunnen komen dat stand houdt bij de rechter. Daar gaat het om. Een dergelijk besluit moet niet weer onderuitgehaald kunnen worden. Dat lukt binnen een halfjaar. Dat betekent dat we een halfjaar vertraging oplopen. Ik vind dat zelf ook teleurstellend, maar de rechter is uiteindelijk het hoogste orgaan in dit land. Als we erin slagen om binnen een halfjaar alsnog een besluit te hebben dat overeind blijft, dan is er door het ministerie ook echt een enorme prestatie neergezet. Dat moet ook om ervoor te zorgen dat die lijst er uiteindelijk komt en dat die ook zijn werking zal hebben.

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. De zomer staat voor de deur. Ze is zelfs al begonnen! Het is van belang om juist dan dieren bescherming te bieden tegen de hitte die dat met zich mee brengt. Daarover een aantal moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het hitteprotocol voor diertransporten bedoeld is om hittestress en dus ernstige lijden in transportwagens te voorkomen;

constaterende dat het huidige hitteprotocol maar weinig heeft opgeleverd, onder meer omdat de pluimveesector ondanks eerdere toezeggingen niet meedoet, de afspraken niet gelden voor transporten korter dan acht uur en de afspraken over temperatuur voor verschillende diergroepen onvoldoende zijn om het risico op hittestress daadwerkelijk te verkleinen;

verzoekt de regering, het hitteprotocol verder aan te scherpen, in elk geval op bovengenoemde punten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13 (31725).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ondanks het actieplan Stalbranden er in 2016 maar liefst 201.000 dieren zijn omgekomen en dat de teller voor 2017 alweer richting de 100.000 gaat;

constaterende dat in het huidige actieplan Stalbranden belangrijke aanbevelingen van wetenschappers niet of onvoldoende zijn opgevolgd en dat sinds de start van het actieplan in 2011 geen dalende trend is te ontwaren in het aantal stalbranden;

verzoekt de regering, aanvullende maatregelen te treffen om zowel het aantal stalbranden terug te dringen als het aantal dieren dat omkomt bij een stalbrand,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 14 (31725-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij varkens en kippen al hittestress optreedt wanneer de temperatuur in de stal boven de 25ºC uitkomt en dat zij in afgesloten stallen geen gelegenheid hebben om lichaamswarmte kwijt te raken;

verzoekt de regering, maatregelen te treffen tegen hittestress bij dieren in de veehouderij, waarbij vrije uitloop van voldoende kwaliteit de voorkeursoptie is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 15 (31725-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ondanks voorlichting door zowel dierenbeschermingsorganisaties als de politie het achterlaten van dieren in auto's op warme dagen fatale gevolgen kan hebben, er nog steeds regelmatig berichten opduiken dat de politie een dier heeft moeten bevrijden waarbij het dier de hitte niet altijd overleefde:

verzoekt de regering, in overleg met dierenbeschermingsorganisaties en politie maatregelen te nemen om het achterlaten van dieren in auto's op warme dagen zo veel mogelijk te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Arissen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 16 (34725-XIII).

Beantwoording staatssecretaris

De motie op stuk nr. 13 van mevrouw Ouwehand gaat over het hitteprotocol. Ik heb in mijn eerste termijn al gezegd dat de Kamer volgende week de stand-van-zakenbrief dierenwelzijn krijgt, waarin ik hierop zal ingaan. Ik vind de motie nu wat prematuur. Ik geef mevrouw Ouwehand in overweging om haar aan te houden. Er zit ook een enkele misvatting in de motie, namelijk dat de afspraken niet gelden voor transporten korter dan acht uur. Europese afspraken die voor lange transporten gelden, zijn in Nederland juist van toepassing verklaard, in plaats van de afspraken met de sectoren, op korte transporten, bijvoorbeeld bij temperaturen boven de 35°C. Er zijn verschillende afspraken over gemaakt. In de stand-van-zakenbrief dierenwelzijn koppel ik daar verder over terug aan de Kamer. Het baart mij evenzeer zorgen dat ook de pluimveesector daarin nog steeds dwarsligt. Ook daarop zal ik ingaan in de brief. Ik vind het nu niet het geëigende moment om een motie in te dienen. Ik geef u in overweging om eerst te zien wat u van mij krijgt.

De voorzitter:
U geeft in overweging om de motie aan te houden, maar wat is uiteindelijk het oordeel?

Staatssecretaris Van Dam:
Ik zag mevrouw Ouwehand al met haar hand bij de knop, dus misschien is dat niet nodig.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik was eigenlijk benieuwd of de brief begin volgende week komt, zodat ik voor de eindstemmingen volgende week donderdag kan bezien of de brief voldoende tegemoetkomt aan wat ik vraag en of ik mijn motie al dan niet in stemming breng voor het reces of daarna, na een debat met de staatssecretaris of zijn opvolger.

Staatssecretaris Van Dam:
Als de VAO's volgende week op een schappelijke tijd worden gepland, dan zal ik ervoor zorgen dat de brief er tijdig is in de loop van komende week.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Hartelijk dank. Ik wacht nog eventjes met mijn beslissing over het aanhouden van de motie.

De voorzitter:
Akkoord, maar dan zullen we in ieder geval moeten weten wat het uiteindelijke advies over de motie is als die in stemming komt. Is het advies dan "oordeel Kamer"?

Staatssecretaris Van Dam:
Dat kan ik nu nog niet zeggen, want we zullen van gedachten moeten wisselen over de beoordeling van de brief door mevrouw Ouwehand. Ik kan mij voorstellen dat zij haar motie dan wil aanpassen op basis van wat er dan ligt.

De voorzitter:
Dat zal ongetwijfeld het geval zijn, maar we zullen wel ongeveer moeten weten welke kant het opgaat als de motie in gewijzigde vorm wordt ingediend. Is het advies dan oordeel Kamer of ontraden?

Staatssecretaris Van Dam:
U vraagt mij iets waarop ik geen antwoord kan geven zolang de Kamer de brief niet heeft. De motie gaat bijvoorbeeld over het aanscherpen van het hitteprotocol op een aantal punten waarop ik juist in die brief zal ingaan. Als de motie in deze vorm in stemming komt, dan ontraad ik haar omdat ze prematuur is.

De voorzitter:
Dat wilde ik even horen.

Staatssecretaris Van Dam:
De motie-Ouwehand op stuk nr. 14 gaat over stalbranden. Daar ga ik hetzelfde over zeggen. De Kamer krijgt binnenkort de evaluatie. Op basis daarvan worden nieuwe afspraken gemaakt en maatregelen genomen. Dat krijgt de Kamer over twee weken, niet begin volgende week. Maar ook hiervoor geldt: als de motie nu in stemming wordt gebracht, dan ontraad ik haar, omdat de Kamer op zeer korte termijn nadere informatie daarover krijgt.

De motie op stuk nr. 15 gaat over hittestress bij dieren. Ik zou best in kaart willen brengen wat daaraan wordt gedaan op dit moment. De motie zegt dat vrije uitloop van voldoende kwaliteit de voorkeursoptie is. Vrije uitloop voor dieren in de veehouderij in Nederland vind ik in zijn algemeenheid de voorkeursoptie — dan moet er nog een hoop gebeuren — maar of dat altijd de beste oplossing is in het geval van hittestress is bijvoorbeeld bij varkens maar zeer de vraag, omdat het type varkens die wij in Nederland houden, niet goed bestand is tegen de zon. Dus vrije uitloop naar buiten is niet per se een goede oplossing voor hittestress. Op basis van die zinsnede kan ik deze motie alleen ontraden, maar ik ben best bereid om in kaart te brengen wat er gebeurt om hittestress tegen te gaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Als ik de staatssecretaris goed beluister, dan onderschrijft hij dat vrije uitloop wel degelijk varkens de gelegenheid kan bieden om een modderbad te nemen zodat ze hun warmte kwijt kunnen, maar zegt hij ook dat de varkens die wij gebruiken in onze intensieve veehouderij zodanig zijn doorgefokt dat ze extra gevoelig zijn voor hitte. Misschien kan hij dit als een uitnodiging opvatten om ook dat aspect van het houden van deze dieren mee te nemen in de vraag hoeveel hittestress wij dieren willen aandoen.

Staatssecretaris Van Dam:
Ik zei al dat ik best bereid ben om in beeld te brengen wat er allemaal gebeurt om hittestress tegen te gaan. Volgens mij heeft mevrouw Ouwehand genoeg verstand van dieren en van varkens in het bijzonder om te weten hoe de varkens die wij houden omgaan met hitte en met zon buiten. Daar zijn ze niet zo heel goed tegen bestand.

In de motie-Ouwehand/Arissen op stuk nr. 16 vraagt mevrouw Ouwehand naar iets wat er al is. Het is namelijk al verboden. De politie handhaaft er ook op. Ik zou niet weten wat de overheid meer zou kunnen doen. Het is echt een verantwoordelijkheid van houders van dieren zelf om hun dieren niet achter te laten in een hete auto, dus ik ontraad die motie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb de motie met opzet heel voorzichtigjes geformuleerd. Ik kan mij voorstellen dat uit zo'n overleg met dierenbeschermingsorganisaties en de politie de wens komt om net iets meer aandacht te besteden aan voorlichting. Zoiets. Dat is heel minimaal, maar ook de politie vraagt iedere keer om aandacht voor dit probleem. Het lijkt mij ook zonde van haar handhavingscapaciteit. Wellicht is er met een heel klein beetje inspanning een beter resultaat te bereiken. Ik vraag eigenlijk: ga in overleg en bekijk wat er mogelijk is.

Staatssecretaris Van Dam:
Als we een probleem zien in de samenleving, zeggen we vaak: mensen moeten nog meer worden voorgelicht. Maar het is een kwestie van gezond verstand dat je een levend wezen niet achterlaat in een auto die in de zon staat. Als mensen dat nog niet doorhebben, kun je voorlichten tot je een ons weegt, maar dan heeft dat geen zin. Mensen die dieren houden, horen dat gewoon te weten. Daar is echt voldoende aandacht voor. Op het moment dat geconstateerd wordt dat mensen toch een dier in de auto achterlaten, dan wordt daartegen opgetreden. Ik zei al: het is verboden en de politie handhaaft ook. Ik zie niet in wat de overheid nog meer kan doen. Dus ik blijf bij het ontraden van die motie.

De voorzitter:
Dat is helder en duidelijk.

Ik ga eerst even inventariseren hoe het zit met de dechargeverlening. Ik heb van de VVD gehoord dat zij akkoord gaat. Ik zie mevrouw Mulder, de heer Futselaar en mevrouw Ouwehand knikken. Dus ik kan doorgeven dat deze commissie een positief advies aan de commissie Financiën daarover uitbrengt.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Omdat ik zo gemeen ben geweest, wil ik ook iets aardigs tegen de staatssecretaris zeggen. Hij heeft gezegd dat de brief over de stalbranden in de zomer komt en niet voor de zomer.

De voorzitter:
Dan wordt de omschrijving van de toezegging over de stalbrief zodanig dat die in de zomer komt en niet voor de zomer. Dat geeft de staatssecretaris iets meer ruimte om de brief samen te stellen.