Bijdrage Ouwehand Wet Omzet­be­lasting (BTW-tarief dieren)


3 november 2011

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Belasting in Nederland drukt naar willekeur. Dat is een praktijk die in jaren zo gegroeid is. Je betaalt maar weinig belasting over je energieverbruik als je er heel veel van gebruikt of als je bloemen produceert. Je betaalt veel belasting als je weinig energie gebruikt, thuis in je huiskamer, terwijl de overheid zegt aan te moedigen dat er minder energie gebruikt wordt, bijvoorbeeld om klimaat- en milieudoelstellingen te halen. Het is de wereld op zijn kop. Er wordt met regelmaat over gesproken in dit huis, maar er wordt niets aan gedaan. In de beleving van de burgers blijft het: ze dronken een glas, ze deden een plas en alles lieten ze zoals het was. Een andere tegenstrijdigheid van dit kabinet is het volgende. Je moet 19% aan de staatskas betalen over je kaartje voor de schouwburg. Ga je daarentegen naar het circus of de dierentuin, een andere vorm van vermaak, waarvan dieren te lijden hebben, dan hoef je maar 6% belasting te betalen. Waar is dat onderscheid op gebaseerd? Wat is de ratio daarachter? Ik kan haar niet vinden. Misschien kan de staatssecretaris op dit punt een reactie geven. Mijn fractie heeft dit wetsvoorstel van de hamerstukkenlijst afgehaald, om een andere tegenstrijdigheid in de belastingregels aan te kaarten. We bespreken vandaag de aanpassing van het btw-tarief op levende dieren. Over alle dieren die burgers aanschaffen met het oogmerk ze goed te verzorgen, moeten ze 19% btw betalen. Dat was al zo bij de meeste dieren, maar Nederland overtreedt tot nu toe de Europese regels door paarden niet voor 19% te belasten. Paarden kun je immers ook eten; zo moet ooit de redenering zijn geweest. Die mag je dus onder het verlaagde btw-tarief laten vallen. Daar komt die navrante tegenstrijdigheid. Over dieren die je wilt kopen om vet te mesten, te slachten en in dunne plakjes te snijden, hoef je maar 6% belasting te betalen. Alleen de verkoop van sport- en hobbypaarden zal met deze wetswijziging voortaan onder de categorie "luxe" vallen. Paarden die naar de slacht gaan voor de bereiding van levensmiddelen, zoals dat eufemistisch heet, blijven onder het 6%-tarief vallen. Hoe zal dit onderscheid in de praktijk eruitzien en hoe wordt dit gecontroleerd? Is de staatssecretaris met ons van oordeel dat een boete op goede verzorging en een verkapte subsidie op het doden van paarden moeilijk uit te leggen is?

De Partij voor de Dieren vindt het een rare zaak. Wie zijn dieren verkoopt met het doel ze te doden, betaalt nauwelijks belasting. Wie er goed voor wil zorgen, betaalt daar veel voor aan de staatskas. Ik zou dat graag willen omkeren. Concreet stel ik voor dat we erkennen dat het eten van vlees een luxe is, en dat we dit dus ook zo belasten. Vlees, vis, eieren en zuivel horen in het hoge btw-tarief. Ik merk tot mijn grote vreugde dat steeds meer partijen dit inzien. De productie van dierlijke eiwitten is wereldwijd verantwoordelijk voor zo'n 18% van de uitstoot van broeikasgassen, voor 30% van biodiversiteitsverlies en neemt 80% van de landbouwgronden in bezit. 50% van de wereldgraanoogst wordt letterlijk opgeslokt door de veehouderij, waarbij 90% van de aanwezige nuttige voedingsstoffen verloren gaat. De zeeën worden leeggevist. Mangrovebossen, kraamkamers van de wereldvispopulatie en een belangrijke buffer tegen overstromingen die we meer zullen gaan zien door de opwarming van de aarde, worden massaal verwoest voor de kweek van vissen en garnalen. De antibiotica die we hebben, wordt steeds minder werkzaam door de enorme hoeveelheid antibiotica die nodig is om varkens en kippen in megastallen gedurende hun korte en ellendige leven op de been te houden. Als we zo doorgaan, hebben we in 2050 vier aardbollen nodig om de wereldbevolking te voeden. Die zijn er simpelweg niet. De oplossing is gelukkig wel simpel. We moeten met zijn allen wat minder vlees eten. Het verhogen van de prijs kan daartoe bijdragen en de opbrengst kan gebruikt worden om de schadelijke effecten van de bio-industrie tegen te gaan. In jargon heet dat "het verinnerlijken van de gedachte dat externaliteiten door de vervuiler betaald moeten worden". Dat is hard nodig. Onderschrijft de staatssecretaris dat uitgangspunt?

Voorzitter. Onderzoek wijst ook uit dat consumenten het hier in ieder geval wel mee eens zijn. Uit een representatief onderzoek van onderzoeksbureau Motivaction blijkt dat twee derde van de Nederlanders van mening is dat elke dag vlees eten meer luxe is dan noodzaak. Ook de internationale consumentenstudie EATWELL, een grootschalig onderzoeksproject gefinancierd door de Europese Commissie, laat zien dat 53% voorstander is van belastingen op ongezonde voeding. 65% is voor een lagere btw voor gezonde voeding en een hogere btw voor ongezonde voeding. Slechts 12% is tegen. Aan een belasting op ongezonde voeding koppelen de ondervraagden wel de voorwaarde dat met de opbrengst gezonde producten moeten worden gesubsidieerd. Dat lijkt ons natuurlijk prima. Bovendien bestaan er meer heffingen die bedoeld zijn om de consumptie te verminderen, zoals de accijnen op tabak en alcohol. Ik vraag de staatssecretaris, mijn voorstel om dierlijke producten onder te brengen in het hogere btw-tarief om te zetten in regelgeving. Het is geen makkelijke vraag. Er zitten technisch gezien haken en ogen aan, dat realiseer ik me en daarom kom ik vandaag ook niet met een amendement hierover. Ik geef de staatssecretaris liever wat tijd. In de uitwerking zal hij vanzelfsprekend ook tegen de complexiteit van ons voedsel aanlopen, want we hebben nu eenmaal veel gemengde producten. Ik geef de staatssecretaris daarom de volgende overweging mee. Als een product bestaat uit meer dier dan plant, dus als het voor meer dan 50% bestaat uit dierlijke ingrediënten, dan is het hoge btw-tarief van toepassing. Als de staatssecretaris dit voorstel niet omarmt, dan dien ik een motie in. Ik vertel daar echter nog wel bij dat het voorstel de staatskas structureel minstens 930 mln. per jaar oplevert. Dat is toch niet gek in tijden van crisis, zou ik zeggen.

Mocht de staatssecretaris een verhoging van de btw die alleen gericht is op dierlijke eiwitten onverhoopt niet steunen, dan geef ik hem nog mee dat onze fractie ook heel wel kan leven met een taks op verzadigd vet zoals Denemarken die onlangs heeft ingevoerd, of met de zogenaamde hamburgertaks van Hongarije. Graag een reactie daarop. Door voedsel dat ongezond is voor de wereld en voor onszelf wat zwaarder te belasten, lopen we dus zeker niet aan kop in Europa en kunnen we een flinke inhaalslag slaan in de verduurzaming van ons voedsel. Ook wil de Partij voor de Dieren dat de belastingwetgeving mensen tegemoetkomt die juist wel goed voor hun dieren zorgen en ze dus niet slachten. De Partij voor de Dieren ontvangt jaarlijks tientallen noodkreten van mensen die het zich niet kunnen veroorloven om een zieke hond, kat of konijn naar de dierenarts te brengen. De tarieven zijn hen simpelweg te hoog en daar komen vaak ook nog eens erg hoge kosten voor medicijnen bovenop. Gevolg hiervan is dat hun dieren soms niet de zorg krijgen die ze nodig hebben, of dat eigenaren zich in de schulden moeten steken om daar toch in te voorzien. In 2009 maakte Netwerk hier nog een reportage over, waarin geconstateerd werd dat bijna 60% van de huisdiereigenaren met een minimuminkomen om financiële redenen weleens heeft afgezien van een dierenartsbezoek. Dat moet en kan anders. Dieren hebben recht op zorg en de kosten van die zorg mogen niet zo hoog zijn dat dit een belemmering vormt. Ik stel daarom voor om de diensten die dierenartsen voor gezelschapsdieren leveren, onder te brengen in het lage btw-tarief. Een amendement daarover is al ingediend of anders onderweg. Het beter laten maken van je zieke dier is geen luxe, maar noodzaak. Het zou dus ook als zodanig belast moeten worden. Ik hoor graag een reactie van de staatssecretaris daarop. Is hij bereid ons tegemoet te komen door het amendement over te nemen?

Mijn tweede amendement is nog onderweg. Het voorziet erin dat de diensten van asielen, als mensen een dier uit een asiel halen, ook onder het lage btw-tarief vallen. Ik zou graag zien dat dit kabinet ook dat amendement overneemt. Zoals deze staatssecretaris misschien niet weet, maar de staatssecretaris van EL&I wel degelijk, zitten de asielen overvol. Zij zouden er voor de maatschappelijke taak die zij vervullen, zeer bij gebaat zijn als de vergoeding die zij vragen als mensen een dier uit het asiel komen ophalen, niet met 19% wordt belast. 6% lijkt ons meer dan redelijk. Het amendement is onderweg en ik hoop op een positieve reactie.

Staatssecretaris Weekers: Voorzitter. Ik dank de Kamer voor haar inbreng bij dit wetsvoorstel. Meer in het bijzonder bedank ik mevrouw Ouwehand. Zij heeft een interessante inbreng op fiscaal terrein die buiten dit wetsvoorstel valt. Eigenlijk heeft zij mij een beetje in verwarring gebracht, zeg ik in alle vriendelijkheid, want we hebben deze week en volgende week het debat over het Belastingplan. De wat bredere inbreng inbreng op fiscaal gebied van mevrouw Ouwehand had misschien beter bij het Belastingplan ingang kunnen vinden dan bij dit wetsvoorstel. Ik hoop dat mevrouw Ouwehand het mij niet euvel duidt dat ik niet heel uitgebreid inga op haar betoog. Ik zal de diverse elementen heel even aanstippen, maar een echt doorwrochte behandeling daarvan hoort bij de behandeling van het Belastingplan of van de fiscale agenda plaats te vinden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik kan mij de opmerkingen van de staatssecretaris wel voorstellen. Ik vond het van belang om de tegenstrijdigheid in de belastingwetgeving bij dit wetsvoorstel hier te markeren. Voor het doodmaken van dieren geldt 6% en als je goed voor ze zorgt 19%. De staatssecretaris weet ook dat ik geen amendement heb voor het vergaand invoeren van het tarief van 19% op dierlijke producten. Ik weet dat dat technisch gezien best wat uitwerking behoeft, maar ik hoop dat hij wel even kan ingaan op de twee andere amendementen, die hier aardig op zijn plaats zijn.

Staatssecretaris Weekers: Mevrouw Ouwehand begon haar betoog met te zeggen dat zij vindt dat er in het fiscale systeem wordt belast naar willekeur. Dat werp ik verre van mij. Wel kun je vragen stellen bij de vraag of iets laag of hoog belast moet worden met btw. Ik heb die vragen al opgeworpen toen ik de fiscale agenda heb uitgebracht. Die discussie gaan wij voeren. Die voeren wij ook heel uitgebreid in januari. Daarom wil ik nu niet ingaan op de vraag waarom er een hoog btw-tarief op culturele evenementen en een laag btw-tarief op bijvoorbeeld kermissen en circussen zit. Dat lijkt mij nu niet aan de orde, maar ik ga wel in op de dingen die echt te maken hebben met dit wetsvoorstel.

Het onderscheid tussen goederen en diensten -- wat valt onder het lage tarief, wat onder het algemene tarief? -- toegespitst op het onderwerp dat in dit wetsvoorstel wordt behandeld, paarden, is heel simpel. In een ver verleden is ervoor gekozen dat eerste levensbehoeften laag worden belast. Daar is het tegengaan van zwartwerken later bij gekomen. Daarom zijn arbeidsintensieve diensten ook laag belast. Daarom hebben wij een aantal categorieën. Voor dieren en diervoeders betekent dat het volgende. Dieren die bestemd zijn voor consumptie, zijn laag belast. Dieren die niet bestemd zijn voor consumptie, zijn hoog belast, alsook het voedsel voor die dieren. Zoals ik ook in mijn fiscale agenda heb uiteengezet, kun je daardoor het onderscheid krijgen dat bijvoorbeeld hamstervoer hoog belast is, aangezien je een hamster niet opeet, en konijnenvoer laag belast, omdat een konijn in algemene zin ook dient als voeding. Dan kom je ook op dit voorstel. Er is jarenlang geprocedeerd over de vraag of paarden gewoonlijk bestemd zijn voor gebruik bij bereiding van levensmiddelen of voor de landbouw, dan wel of paarden daar gewoonlijk niet voor gebruikt worden. Uiteindelijk heeft het Europees Hof vastgesteld dat paarden gewoonlijk niet meer in algemene zin voor landbouw of voeding worden gebruikt. Wel is onderkend dat paardenvlees nog steeds wordt geconsumeerd. Ongeveer 10% daarvan komt uiteindelijk in de consumptieketen terecht.

Mevrouw Ouwehand zegt dat vlees, vis, eieren en zuivel luxeproducten zijn. Ik kijk daar zelf wat anders tegenaan. Zij heeft een onderzoek daarbij genoemd. Ik ken het onderzoek niet. Dat zal zij mij niet euvel duiden in het kader van dit wetsvoorstel. Ik wil het op een later moment echter met alle plezier tot mij nemen. Het kabinet gaat er in elk geval van uit dat vlees niet als luxeproduct wordt beschouwd, maar gewoon als een dagelijkse levensbehoefte. Om die reden kiezen wij ervoor om vlees in het lage btw-tarief te houden. Mevrouw Ouwehand zei dat het veel geld oplevert als je vlees in het uniforme btw-tarief onderbrengt. Zij heeft becijferd dat dit 830 mln. oplevert. Dat kan best kloppen. Ik heb in mijn fiscale agenda ook aangegeven dat het vele miljarden oplevert als je heel veel zaken die nu onder het lage tarief vallen, in het algemene tarief onderbrengt. Dat geld kun je vervolgens bijvoorbeeld terugsluizen naar de sfeer van de loon- en inkomstenbelasting, zodat mensen zich hun dagelijkse, eerste levensbehoeften kunnen permitteren. Nogmaals, dat debat vindt op een later moment plaats.

Mevrouw Ouwehand vroeg of ik bereid ben om het algemene btw-tarief op vlees toe te passen, maar daar ben ik in het kader van dit wetsvoorstel niet toe bereid. Nadat mijn fiscale agenda is uitgebracht, heb ik overigens begrepen dat een meerderheid van de Kamer zegt dat de boodschappenkar onder het lage tarief moet blijven vallen. Daar komen wij dus niet aan.
Er zijn nog een paar opmerkingen over te maken. Het is heel moeilijk om een onderscheid te maken; hoe zou je dat moeten regelen? Dat heeft mevrouw Ouwehand eigenlijk al erkend. Je kunt een lapje vlees wel onder het hoge btw-tarief brengen, maar dat is niet toegestaan als het vlees wordt verwerkt en er andere bestanddelen worden toegevoegd. Het zou alleen maar kunnen als je alle voedingsmiddelen in het hoge btw-tarief onderbrengt. Je moet je ook buigen over de vraag wat je doet met maaltijden die in een restaurant worden geconsumeerd. Maak je daar ook een uitzondering voor? Er zitten dus heel wat haken en ogen aan als je een paar levensmiddelen eruit licht en in het hoge btw-tarief onderbrengt. Je krijgt dan namelijk allerlei grensgeschillen en problemen in de uitvoering. Ik kan nog iets zeggen over grenseffecten, want dat is misschien wel een interessant punt voor mevrouw Ouwehand. Als je vlees in het algemene btw-tarief onderbrengt, dan heeft dat uiteindelijk een groter prijseffect op het iets duurdere biologische vlees dan op ander vlees. Daarmee moet mevrouw Ouwehand rekening houden, want daardoor zou de verkoop van biologisch vlees mogelijk achteruitgaan. Er kan echter geen onderscheid tussen die twee worden gemaakt.

Mevrouw Ouwehand heeft ook gevraagd of ik iets zie in een soort vetbelasting. Zij verwees daarbij naar Hongarije, want daar schijnt men een hamburgertaks te hebben. Denemarken bestrijdt overgewicht met een belasting op vette producten. Op het gebied van volksgezondheid staat het kabinet voor de eigen verantwoordelijkheid en kracht van mensen. Dat heeft de minister van VWS namens het kabinet verwoord in Gezondheid dichtbij, de landelijke nota over gezondheidsbeleid. Het kabinet ziet dan ook niets in een vetbelasting. Een vetbelasting zou trouwens ook haaks staan op de uitgangspunten in mijn fiscale agenda en in het Belastingplan, dat ik deze week en volgende week met de Kamer behandel. Ik probeer samen met de Kamer een aantal kleine belastingen af te schaffen. Ik voel er daarom niets voor om dan weer een nieuwe kleine belasting in te voeren. Dat helpt namelijk niet mee aan een eenvoudiger en meer solide belastingstelsel.
Mevrouw Ouwehand vroeg ook nog hoe het onderscheid tussen de toepassing van het algemene btw-tarief voor het zorgen van paarden en het verlaagde btw-tarief voor het eten van paarden er in de praktijk zou uitzien. In de praktijk zullen alle leveringen van paarden onder het verlaagde btw-tarief vallen met als uitzondering paarden die worden geleverd met het oog op de slacht om gebruikt te worden in voedingsmiddelen. Dat is buitengewoon goed uitvoerbaar door de Belastingdienst. Mevrouw Ouwehand heeft samen met haar collega Thieme een tweetal amendementen ingediend over de vraag of de diensten van dierenartsen voor gezelschapsdieren en asieldieren onder het verlaagde tarief kunnen worden gebracht. In de btw-richtlijn is een tabel opgenomen waarin staat op welke goederen en diensten lidstaten het verlaagde btw-tarief mogen toepassen. Dat is een limitatieve lijst. Op grond van deze btw-richtlijn is het niet mogelijk om het verlaagde btw-tarief op de diensten van dierenartsen voor gezelschapsdieren en asieldieren toe te passen. Overigens, zo zeg ik tegen mevrouw Ouwehand, vallen diergeneesmiddelen wel onder het verlaagde tarief. Dat waren de belangrijkste vragen van mevrouw Ouwehand voor zover ik die in dit debat kan beantwoorden.

(…)

De voorzitter: Mij is gebleken dat twee leden der Kamer nog behoefte hebben aan een korte tweede termijn. Ik geef het woord allereerst aan mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik was er al een beetje bang voor: dit is een beetje een bizar debat. Het gaat over sperma, eicellen, kunstmatige inseminatie, dekhengsten, fokmerries en dan de vraag wat de uiteindelijke bestemming is van het veulen dat geboren wordt. Wordt het een landbouwpaard, een werkpaard of een consumptiepaard? De stelling van de Partij voor de Dieren is dat het om paarden gaat en dat we geen verkapte subsidie zouden moeten willen zetten op het doden van paarden, en ook niet op het doden van andere dieren. Ik vind het ook bizar dat er 930 mln. op de plank ligt die deze staatssecretaris zo kan binnenhalen -- daar kunnen we mooie dingen van doen in dit land -- maar dat hij dat niet wil. De staatssecretaris sprak over 830 mln., maar zijn ministerie heeft het over 930 mln. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft het zelfs over 1,1 mld. Dat is een enorme zak met geld. En als we vlees gaan belasten, krijgen we er ook nog eens gratis een beter milieu bij.

Ik ben dus echt verbaasd dat de staatssecretaris niet bereid is om het plan nader uit te werken. Ik had al gezegd: ik ga het nu niet amenderen, maar ik wil wel graag een toezegging van de staatssecretaris horen. Ik bestrijd ten stelligste dat vlees een eerste levensbehoefte zou zijn. Daar sta ik niet alleen in. De Vrije Universiteit, het Planbureau voor de Leefomgeving en ook de Gezondheidsraad, die door de minister van Volksgezondheid als een gezaghebbend adviesorgaan en één van haar belangrijkste adviseurs is aangewezen, zeggen allemaal dat wij hier in het Westen te veel eiwitten eten. We moeten daar sowieso op schrappen. Als we een derde van de eiwitten uit ons voedselpakket schrappen, dan nog moeten we daarna een derde van de dierlijke eiwitten ook schrappen. Dus als we ons zo overeten aan dingen die we niet nodig hebben, die bovendien het milieu en het dierenwelzijn erg belasten, dan snap ik echt niet dat het kabinet daar zo'n afwijzende houding tegenover stelt. Als het gaat om milieu en dierenwelzijn ken ik het kabinet ook niet anders, maar als het gaat om de centen -- 930 mln. -- dan vind ik het echt gek.
Voorzitter. Ik wil daarom graag een motie indienen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik kom bij de reactie op de amendementen. De staatssecretaris heeft gezegd dat het niet kan vanwege de Europese richtlijn. Dat stelt mij wel wat teleur, want ik denk dat er ruimte is. In artikel 132 bijvoorbeeld gaat het over de vrijstelling van btw voor weliswaar ziekenhuisverpleging en medische verzorging alsmede de handelingen die daarmee nauw samenhangen, maar ik kan mij voorstellen dat daar voor diergeneeskundige handelingen een vergelijkbare toepassing zou kunnen plaatsvinden. In artikel 282 staat, ik citeer: "de in deze afdeling vastgestelde vrijstellingen en verminderingen zijn van toepassing op door kleine ondernemingen verrichte goederenleveringen en diensten". Ook daar zit naar het oordeel van de fractie van de Partij voor de Dieren ruimte. Ik krijg dus graag een toelichting waarom voor landbouwers bijna overal het verlaagde btw-tarief zou moeten gelden terwijl dat voor elementaire zorg voor dieren die bij mensen thuis wonen, niet mogelijk zou zijn. Graag dus nog een nadere bestudering van de mogelijkheden voor onze amendementen. Ik breng ze gaarne in stemming maar ik krijg natuurlijk graag een positieve reactie van het kabinet.

Staatssecretaris Weekers: Voorzitter. Ik begin met het antwoord op de tweede termijn van mevrouw Ouwehand. De vraag is: hoe kijk je tegen dieren aan? Van de Partij voor de Dieren weten wij dat zij daarop een bepaalde visie heeft. Haar woordvoerders brengen die, terecht, op basis van hun overwegingen in elk debat in. Dat respecteer ik zeer. Tegelijkertijd kun je daar een heel andere visie tegenover stellen. Ik zou een laag btw-tarief op vlees geen verkapte subsidie op het doden van dieren noemen, maar duiden als een laag btw-tarief op een eerste levensbehoefte. Mevrouw Ouwehand zegt: beste staatssecretaris, u laat zomaar 930 mln. liggen. Normaal gesproken zou ik de eerste zijn om zo'n bedrag op te rapen, ware het niet dat je daarmee gewoon de boodschappenkar van mensen duurder maakt. Hun eten wordt duurder. Als je deze discussie al wilt voeren, moet je die wat breder trekken. Als je al wilt overwegen om het lage tarief op een aantal producten te verhogen, moet je ook de terugsluis regelen. Die discussie kan prachtig en in de volle breedte plaatsvinden in januari bij de behandeling van de fiscale agenda. Ik nodig mevrouw Ouwehand graag uit om daaraan deel te nemen. Mevrouw Ouwehand heeft gezegd dat ze niet begrijpt dat ik de twee amendementen moest ontraden. Zij denkt mogelijkheden te zien bij artikel 132, lid 1c. Dat slaat op medische verzorging. Het gaat daarbij echter om medische verzorging van een mens. Ik snap dat de Partij voor de Dieren de dieren in alles gelijk wil stellen aan de mens. In de meeste wetten en regels -- dat geldt ook voor de btw-richtlijn -- is het zo echter niet geregeld. Dit biedt dus geen oplossing.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik was al een beetje bang voor deze interpretatie, maar die wil ik hierbij weerleggen. De Partij voor de Dieren wil dieren niet gelijkstellen aan mensen. Ik heb de staatssecretaris op dat artikel gewezen omdat daarin wellicht mogelijkheden liggen. Laten we eerlijk zijn: we kennen dit kabinet nou niet per se als een kabinet dat het braafste jongetje van Europa wil zijn. Ook in antwoord op vragen van andere fracties heb ik de staatssecretaris horen zeggen dat hij bereid is om te kijken naar mogelijkheden. Het zou jammer zijn als we op dit punt wel strikt zouden doen wat Europa ons voorschrijft. Ik vraag de staatssecretaris dan ook om creatief te zijn en met een open blik te kijken naar wat kan.

Staatssecretaris Weekers: Voorzitter. Ik ben altijd bereid te kijken naar mogelijkheden. Als ik echter bij voorbaat weet dat er geen mogelijkheid is, simpelweg omdat deze bepaling echt alleen maar geldt voor de medische verzorging van mensen, dan heeft het ook geen zin om ruimte of creativiteit te zoeken. Dan lok ik de volgende procedure voor het Europees Hof uit, en daar heb ik geen zin in. Het lijkt me een onbegaanbare weg. Artikel 282 is een soort bagatelregeling, een belastingkorting voor kleine ondernemers. Die geldt generiek, dus ook voor dierenartsen met een heel kleine praktijk. Het is de motie op stuk nr. 11. Eigenlijk ben ik zojuist al impliciet op deze motie ingegaan. Het kabinet voelt er niets voor. Deze discussie kan worden gevoerd bij de behandeling van de fiscale agenda. Ik meen dat het bij dat debat past. Ik heb dus al aangegeven waarom ik deze motie ontraad.