Bijdrage Ouwehand WGO Landbouw- en Visse­rijraad


15 november 2012

1e termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Allereerst wil ik de nieuwe staatssecretaris van harte welkom heten en hem feliciteren met zijn nieuwe baan. Ik liep gisteravond Ger Koopmans tegen het lijf. Wij hielden een praatje en hij vroeg mij of ik de hartelijke groeten wilde overbrengen. Nu vind ik dat niet per se een heel goed teken, maar ik doe het natuurlijk. Ik ga er gewoon van uit dat deze staatssecretaris een duidelijk PvdA-profiel zal hebben en dat we dat zullen herkennen. Ik ga ervan uit dat hij geen VVD- of, nog veel erger, CDA-profiel heeft. Bij dezen dus de groeten.

Ik geef ook complimenten aan het BOR en de rapporteurs voor het belangrijke werk dat zij hebben verricht. Er zijn al verschillende opmerkingen over gemaakt waar ik me bij kan aansluiten. Ik kan niet zeggen dat de Partij voor de Dieren geschrokken is, want we herkennen het beeld wel een beetje. Dat komt overeen met wat de Europese Rekenkamer al jaar na jaar zegt over de besteding van de Europese subsidies. Maar nu het zo zwart op wit staat, ook als het gaat om de wijze waarop we dat in Nederland laten landen, kun je niet anders dan het volgende concluderen. Als wij de woorden "landbouw en visserij" zouden vervangen door "ontwikkelingshulp", zouden we misschien al een veel strengere aanpak hebben gehad en een harder pleidooi hebben gehoord om dat inzichtelijker te maken en scherper te toetsen of het de doelen wel dient. Dat staat even los van de constatering dat je het over die doelen ook nog oneens kunt zijn.

De Partij voor de Dieren heeft grote behoefte aan duidelijkheid over de subsidies die onder het kopje "duurzaamheid" worden uitgedeeld. Er is al een vraag gesteld over de subsidies ten behoeve van de intensieve veehouderij. Ik sluit me daar graag bij aan. Wij zijn voor een subsidieplafond van €300.000. Dat wordt ook door de Commissie voorgesteld. Ik hoor graag wat de staatssecretaris daarvan vindt.

Ik houd mijn inbreng kort. Ik moet dit wetgevingsoverleg ook even verlaten voor een overleg elders. Ik vind het belangrijk om hier op te merken dat we van de landbouw- en visserijsubsidies in elk geval ook weten dat die ontwikkelingslanden in de weg zitten. Dat is een voorzichtige opmerking die iedereen waarschijnlijk wel kan onderschrijven. Met name bij de visserijsubsidies lijkt dat maar niet geagendeerd te kunnen worden. Het kabinet zegt dat het de landbouwsubsidies wil terugdringen. Dat steunen wij. Maar de visserijsubsidies blijven eigenlijk onbesproken. Als je weet dat de Europese vissersvloot een enorme overcapaciteit kent en dat dit mede in stand wordt gehouden door de subsidies, dan kijk ik toch ook even in de richting van de VVD die, voor zover mij bekend, nooit fan is geweest van blijvend gesubsidieerde banen. Ik denk dat je dit niet heel veel anders kunt zien. Kortom, is het kabinet ook voornemens om kritisch te kijken naar die grote pot van Europese visserijsubsidies en zich ervoor in te zetten dat die kritisch aan de kaak worden gesteld en naar beneden worden bijgesteld?

Ik zal om 11.00 uur deze vergadering even moeten verlaten. Ik hoop dat ik snel weer terug ben.

Interrupties:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): We zijn het ook volledig eens. Ik durf zomaar namens mijn hele fractie te spreken. Over de afwenteleffecten komen we nog wel te spreken. We weten namelijk ook dat er met Europese subsidies megastallen in andere Europese landen worden gebouwd. Die discussie komt echter nog. Ik wil het niet meteen al op scherp zetten, maar ik ben wel benieuwd of de staatssecretaris ook nadrukkelijk kijkt naar de afwenteleffecten van ons gedrag, bijvoorbeeld hoe wij consumeren, en van het gedrag van het bedrijfsleven op de allerarmsten in de wereld, op landen die het moeilijk hebben en op mensen in bijvoorbeeld Latijns-Amerika die direct afhankelijk zijn van de natuurlijke hulpbronnen. Als je weet dat wij voor onze veestapel best veel soja importeren, kun je niet alleen maar kijken naar afwenteleffecten binnen de Europese schaal, waarbij een veehouderijbedrijf misschien ergens anders naartoe wordt verplaatst. Je moet ook nadrukkelijk kijken naar de invloed op klimaat en biodiversiteit, en de afwenteling op andere mensen in de wereld.

Staatssecretaris Verdaas: Ja, maar natuurlijk wel met een reflectie op wat je als Nederland en als staatssecretaris in de wereld vermag. Op het gevaar af dat we het WGO nu langzamerhand inruilen voor een algemene beschouwing op de wereld, noem ik toch een voorbeeld. De Europese Unie is bijvoorbeeld bezig om met Mauritanië afspraken over duurzame visserij te maken. Daarin zie je het dilemma dat u ook ziet in volle glorie opdoemen. Deze afspraken zullen altijd suboptimaal zijn, ook vanuit duurzaamheidsoogpunt, maar als wij niet met de sector en Mauritanië tot afspraken komen, zullen de effecten veel slechter zijn. Dan zullen andere landen daar de boel leegvissen op een nog minder duurzame manier. We moeten niet weglopen voor dat soort dilemma's, maar die open bespreken en respecteren dat we daarin misschien andere keuzes maken.

Op het kleinste schaalniveau ben ik de opvatting toegedaan dat het uiteindelijk de individuele consument is die bepaalt of er in de agrarische sector een transitie kan komen naar meer duurzaamheid en dierenwelzijn. Ook daarover zal ik me altijd blijven uitspreken en ik zal mensen er ook op aanspreken.

De heer Merkies en mevrouw Ouwehand hebben een vraag gesteld over het plafond. Ik heb begrepen dat er in Europees verband zorgen zijn over de handhaafbaarheid ervan. Ik wil dit uitwerken in het verbeterplan. Subsidieaanvragen kunnen namelijk gesplitst worden. We moeten dus goed bekijken of we iets afspreken wat uitvoerbaar en handhaafbaar is. We gaan dus naar zo'n plafond kijken, maar we komen er nog op terug of het een uitvoerbaar idee is.

[...]

Dan kom ik op de visserijsubsidies. Ik heb al in generieke zin gezegd hoe ik naar subsidie als instrument kijk. Daar blijf ik kritisch naar kijken. We zitten toch met het dilemma van het Europese speelveld. En altijd speelt de vraag of je je deel uit de pot wilt hebben zolang er subsidies bestaan. We kunnen het denk ik snel eens zijn over het feit dat we het liefst een duurzame sector hebben in Nederland die zonder subsidie kan. Het dilemma is echter, en daar loop ik ook niet voor weg, dat je zolang er subsidies zijn, toch je aandeel uit de pot naar je toe wilt halen. Dat is denk ik een logisch mechanisme.

2e Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de toezegging om een aantal dingen schriftelijk te beantwoorden. Ik ben zeer geïnteresseerd in de manier waarop hij consumenten gaat aanspreken op hun verantwoordelijkheid voor duurzaamheid. Meent hij dat alle partijen preken van hem kunnen verwachten? "Preken" is eigenlijk niet zo'n gepast woord, maar kunnen mensen verwachten dat zij te horen krijgen wat de staatssecretaris vindt dat zij moeten doen in het licht van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor duurzaamheid? Ik ga ervan uit dat we daar nog veelvuldig over zullen spreken met elkaar.

Met de heer Bosman had ik op Twitter al een onderonsje over de visserijsubsidies. De VVD berichtte vanochtend dat quota voor vissen zijn en niet voor vrouwen. De heer Bosman zei: we zijn ook kritisch op de quota. Ik hoop dus ook dat de VVD kritisch is op de subsidies in breed Europees verband. Ik heb ineens het gevoel dat er een mooie Kameruitspraak zou kunnen komen over de manier waarop we naar de Europese subsidies kijken en wat de Nederlandse opstelling ten opzichte van de jaarlijkse pot zou moeten zijn. Ik sluit niet uit dat ik daar een motie over zal indienen.

Staatssecretaris Verdaas: Dat kan. Mevrouw Ouwehand vroeg hoe ik consumenten ga aanspreken. Dat wil ik zakelijk doen, ik wil mensen bewust maken. Ik ga niet moraliseren. Dat past ook niet bij mijn functie. Dat individuele keuzes effecten hebben, moet je met concrete voorbeelden zichtbaar maken. Zo heb ik altijd gewerkt. Op bijeenkomsten of gewoon in de supermarkt ontstaan spontaan gesprekken. Dat gaat meestal wel goed. Ik denk dat handelen vanuit ontspanning de beste manier is om in een open dialoog stappen vooruit te zetten. Gelukkig worden die stappen inderdaad gezet zoals blijkt uit cijfers en onderzoeken. Laten we dat samen vasthouden.

[...]

Staatssecretaris Verdaas: Dat is natuurlijk zeker een reflectie waard. Daar zijn we het wel over eens. Als we echter in het kader van subsidieverstrekking de inkomenseffecten gaan monitoren, houden we uiteindelijk geen geld voor subsidies meer over. Dat is toch wel een waarschuwing van mijn kant. Ik blijf dus bij mijn oordeel en ontraad de motie.

Dan kom ik bij de motie van mevrouw Ouwehand. Die triggert natuurlijk, maar toch moet ik haar ontraden. Waarom? Mevrouw Ouwehand kent de inzet van dit kabinet en die is consistent met die van vorige kabinetten. Over de hele linie willen we de subsidies in het kader van het GLB gaan afbouwen in de toekomst. Dat wordt hier ook breed gedeeld volgens mij. Vanwege tactische overwegingen lijkt het me niet verstandig om nu op een onderdeel de inzet zo concreet te formuleren. Je ontneemt de onderhandelaars die namens ons bezig zijn hun slagkracht in dat ingewikkelde speelveld. Ik moet de motie dus ontraden. Vertrouw erop dat de onderhandelaars naar eer en geweten handelen in dat speelveld.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het regeerakkoord is duidelijk over de landbouwsubsidies, maar niet over de visserijsubsidies. Zojuist sprak ik met de woordvoerder van de VVD en ik zei hem dat ik mijn motie echt niet verder kon afzwakken. Toch kan ik dat bij nader inzien wel doen. Geniet hier maar van, staatssecretaris, want zo mild ben ik meestal niet. Ik zou de regering kunnen verzoeken te "streven naar" een verlaging van de Europese visserijsubsidies. Dan mag de staatssecretaris dat binnen de context van de hervorming van het GVB, inclusief het afbouwen van de overcapaciteit, meenemen. Ik wil namelijk markeren dat dit het streven is. Wat zou de staatssecretaris er dan van vinden?

Staatssecretaris Verdaas: Met die nuancering, en de bereidheid van mijn kant om mild te beginnen, zie ik die gewijzigde motie als ondersteuning van beleid. Daarmee brengen we de onderhandelaars namelijk niet uit positie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD) : Prima, dan ga ik de tek st van de motie wijzigen.