Bijdrage Ouwehand: zesde actie­pro­gramma Nitraat­richtlijn (+ mest­fraude)


16 november 2017

Interruptie:

De heer De Groot (D66): De producent in de keten moet gewoon die verantwoordelijkheid nemen en zorgen dat deze problematiek ook geregeld is. Geef dan aan elke producent vanuit die keten een licence to produce, letterlijk een papiertje. Je kunt een paar strafpunten halen maar daarna is het over. Dan trekt de bank de financiering in en dan is het afgelopen, uit. Die licence to produce is niet iets abstracts, maar dat moet je gewoon doen. Dit als suggestie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben het in grote lijnen wel eens met de analyse die D66 hier maakt, maar mijn indruk is dat er op de landbouw, met name de veehouderij, heel bewust heel fragmentarisch is gestuurd. Dan was het eventjes de stikstof, dan weer heel eventjes de volksgezondheid, dan weer heel eventjes, als we een beetje geluk hadden, dierenwelzijn, terwijl de landbouw schreeuwt om een integrale blik. Nou is die oplossing er al, van alle mensen die er verstand van hebben. Die veestapel is gewoon veel te groot. Het blijft millimeteren aan de randjes, in dit geval mestmillime-teren, maar je lost de problemen niet op. D66 vraagt om een integrale blik en wijst vervolgens weer naar de sector, met die licence to produce, waar dus geen illegale mest aan mag zitten. Maar wie moet dat dan gaan controleren? D66 zegt net ook dat we niet achter iedere vee- of mestwagen een NVWA-controleur kunnen zetten. Als we weten dat die controle verschrikkelijk moeilijk is, wat is dan die oproep in de richting van de sector waard? Wie gaat dan die controle uitvoeren?

De heer De Groot (D66): Wat je als overheid moet doen, is zorgen dat je de sector houdt aan de eigen afspraken. Daardoor kun je controlecapaciteit veel effectiever en efficiënter inzetten. Het is onmogelijk om dat helemaal vanuit de overheid te regelen. Het gaat erom dat de sector net als bij voedselveiligheid zelf de verantwoordelijkheid neemt voor de producten die ze aflevert. Dat betekent dat een ei, in dit voorbeeld, niet alleen veilig moet zijn, maar dat dierenwelzijn gegarandeerd moet worden, dat er geen illegale mest aan mag kleven en voor mijn part ook dat je de haantjes niet meer doordraait en dat je de uitgelegde kippen niet meer naar Afrika stuurt om die daar op de markt te dumpen. Neem verantwoordelijkheid voor die gehele keten en zorg dat je het op orde hebt. Dat lijkt mij heel normaal in een economie en daar kun je als overheid op toezien. Over de omvang van de sector stelde mevrouw Ouwehand ook een vraag. Dat kan een effect zijn, want in het regeerakkoord staat ook een gerichte sanering van de varkenshouderij. Daar is geld voor uitgetrokken. Daarover heb ik wel een vraag aan de Minister. Op zich is het goed om dat te doen, want dat leidt ook tot een kleinere omvang van de sector.

De voorzitter: Bent u nu nog de vraag van mevrouw Ouwehand aan het beantwoorden?

De heer De Groot (D66): Ik ga naadloos over in mijn betoog. De voorzitter: Is mevrouw Ouwehand dan tevreden met het antwoord?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wacht het betoog even af voor mijn tweede punt.

+

Interruptie:

De heer De Groot (D66): Ik kom op de omvang van de sector. In het regeerakkoord is geld uitgetrokken voor een gerichte sanering, waar dat in de omgeving voor de gezondheid nodig is. Daar staan wij vol achter als D66. Tijdens het debat over de regeringsverklaring is daarover ook het een en ander gewisseld. De heer Rutte kon zich niet voorstellen dat deze sanering tot een grotere sector zal leiden, dus ik neem ook aan dat die gewoon tot een kleinere sector gaat leiden. We gaan het er nu niet over hebben hoe we dat allemaal invullen, maar ik wil wel graag van de Minister horen of zij eerst wacht tot de sector zelf de boel naadloos heeft geregeld, voordat er ook maar één cent publiek geld aan die sanering wordt besteed, want anders is het een bodemloze put. Wat D66 betreft: eerst de mest en dan het meisje.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wat D66 hier doet, is toch weer de schijn wekken dat we het gaan aanpakken. Die sector moet een licence to produce, dat moet, dat moet, dat moet. Zij heeft geen plan om dat daadwerkelijk waar te maken. De sector moest zich al aan de regels houden. We hoeven alleen maar te kijken naar de fipronilaffaire, maar ook naar de fosfaatdiscussie in de melkveehouderij, om te constateren dat je volop moet handhaven om ervoor te zorgen dat die regels ook daadwerkelijk worden nageleefd. Het is een vrijblijvende oproep, die nergens toe gaat leiden. Als je naar het mestdossier kijkt, dan moet de veestapel zeker worden ingekrompen, en daar wordt in het regeerakkoord wat geld voor uitgetrokken, maar daarmee zijn wij er nog niet. Onderkent D66 dat oproepen aan de sector te weinig doen en dat we de problemen in de kern moeten aanpakken, dus integraal, zoals deze partij zelf vraagt? Met deze veestapel kan je nooit en te nimmer een verantwoord mestbeleid voeren. De voorzitter: We gaan dat overigens niet meer toestaan vanaf nu, die interruptie in twee delen, want dat wordt een tupperware-avond. We staan het nu even toe, dus gaat u door met de beantwoording, mijnheer De Groot.

De heer De Groot (D66): Temeer daar mevrouw Ouwehand het antwoord al kent. We verschillen niet in de analyse. De sector moet verantwoordelijkheid nemen. Met de manier waarop we het de laatste 40 jaar hebben gedaan, gaan we het niet oplossen. Dat staat als een paal boven water. Die sanering is wel degelijk een voorwaarde en daarom had ik daarover een vraag aan de Minister. Alvorens je daaraan begint, moet de sector het huiswerk op orde hebben. Een kleinere sector draagt natuurlijk bij aan de problematiek, maar doet ten principale niks af aan het feit dat de sector zelf het nu moet gaan regelen en dat de manier waarop we het de laatste 40 jaar hebben gedaan, helemaal niets heeft geholpen. Als u straks gaat pleiten voor nog meer controles, dan weet ik al dat dat in ieder geval niet gaat werken.

Bijdrage 1e termijn:

De voorzitter: Dank u wel, meneer De Groot. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren. Ook voor u geldt: zeven minuten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, dank u wel. Ook ik had de Minister een florissantere start gegund. Welkom op het hoofdpijndossier. Oud-Minister Verburg, de laatste Minister op LNV voordat er Staatssecretarissen kwamen, was er vol van overtuigd dat mest het nieuwe goud was en dat zij in haar termijn wel even een einde zou maken aan die enorme problemen die samen-hangen met de omvang van de veestapel. Daar gaat het eigenlijk om: mest komt niet zomaar uit de lucht, maar dat komt door die enorme veehouderij. De Minister schrijft dat ook in haar brief, maar dat is dus een structureel hoofdpijndossier. Het is heel treurig dat de Kamer eigenlijk nu pas naar fraude kijkt, nu het in de kranten heeft gestaan, want er waren allerlei signalen. Boerderij schreef het in 2012 al: goh, al die signalen over mestfraude geven een déjà vu-gevoel – in 2012 al. Die signalen zijn niet nieuw. Wie een beetje meekijkt in de sector, wist allang wat nu in de NRC is verschenen. De facto zegt iedereen op de werkvloer: iedereen doet mee, niemand houdt zich aan de regels, omdat die druk op de mestmarkt veel en veel te groot is. Welke kant willen we nu eigenlijk nog op?

De heer Geurts (CDA): Ik heb met belangstelling naar de bijdrage van de Partij voor de Dieren geluisterd, maar ik vind dat zij de Kamer nu toch echt tekortdoet. Dat de Kamer niet heeft zitten opletten bij fraude of daar geen belangstelling voor gehad heeft, is klinkklare onzin. Ik kan me nog herinneren dat wij een besloten technische briefing hadden, waarover ik niet kan spreken, in november 2015, waar de Kamer is geïnformeerd over een aantal zaken. Daarna, en dat is wel openbaar, zijn er ook zaken verder aangepakt. Kijk naar een verbeterde registratie van mestopslagen, Bibob-toetsen die doorlopen moeten worden als je je als intermediair wilt aanmelden, een andere vorm van GPS-controle op mesttransporten. We hadden het net over het bruine goud, en ik durf wel de bewering aan te gaan dat mesttransporten beter bewaakt worden dan onze geldvoorraden of de geldtransporten die door Nederland heen gaan. De voorzitter: En uw vraag is?

De heer Geurts (CDA): Per 1 oktober zijn de bemonsteringseisen voor vaste mest ook nog veel verder aangescherpt. Daarom vraag ik mevrouw Ouwehand of zij de stelling dat de Kamer niet op heeft zitten letten of niet betrokken is geweest bij deze mestfraude, dan nog wel overeind kan houden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Laat ik hem aanvullen: de Kamer heeft op het moment dat er wat druk kwam, toen duidelijk werd dat het mestprobleem toch wel vervelend was en dat er toch wel fraude was, voortdurend gezocht naar uitwegen. Er waren ook waarschuwingen vanuit de politie. De kop in het Dreigings-beeld Milieucriminaliteit 2016 luidt: «Onverantwoord overschot: mestfraude». We weten dit al jaren en de sector weet dat ook. Ik wijs op alle discussies over mestfraude die je nu weer kunt volgen en die ook de afgelopen jaren gevoerd zijn. Hoe kun je mestfraude voorkomen? Een krimp van de veestapel is de enige conclusie die blijft staan. Al het andere gaat niet werken. Dat weet de sector zelf ook. De regels zijn makkelijk te omzeilen en de politie waarschuwt ervoor. Alle instrumenten die de Kamer heeft opgetuigd om het grote taboeonderwerp, namelijk dat die veestapel veel te groot is, maar niet aan te hoeven pakken, zijn doekjes voor het bloeden, gerommel in de marge en millimeteren op de mestfraude. Het helpt niet! De voorzitter: Meneer Geurts, kort en puntig alstublieft.

De heer Geurts (CDA): Als u dat nou tegen mijn voorgangster ook had gezegd... Wat de Minister zo meteen ook gaat zeggen, ik denk dat het nooit voldoende zal zijn voor de Partij voor de Dieren. U bent pas tevreden als de Minister zegt: ik zorg dat in mijn termijn 100% van de veehouderij verdwijnt uit Nederland. Dat is de conclusie die ik ook trek uit uw bijdrage.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is knap, want ik had volgens mij nog zes minuten te gaan, maar het CDA weet al waar het op uit gaat draaien. Het klopt natuurlijk wel dat dat een krimp van de veestapel moet zijn. De voorzitter: U vervolgt uw betoog, en de tijd loopt weer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Ik wil van de Minister graag weten of zij de conclusies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid uit 2014 erkent. Je kan het niet leuk vinden, maar de Onderzoeksraad voor Veiligheid conclu-deerde wel dat de veehouderij een sector is die er niet voor terugdeinst om de wet te overtreden. Erkent de Minister ook de conclusies van de politie in het Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit dat de mestfraude een rechtstreeks gevolg is van een onverantwoord mestoverschot, dat de druk hoog is en blijft met deze aantallen dieren en dat mestwerking, een van de oplossingen die deze Kamer samen met het kabinet heeft gezocht om maar niet naar een krimp van de veestapel te hoeven, zeer fraudegevoelig is? Erkent zij dat de rechter bij de recente schorsing van de vergunning voor de grootste mestverwerker van Europa, die in Oss zou moeten komen, heeft gezegd: ja, maar dat kan zomaar niet? De Partij voor de Dieren heeft voortdurend gewaarschuwd voor de volksgezondheids-aspecten bij de gekozen vluchtroute naar mestverwerking. Die volksge-zondheidsaspecten moeten worden gewaarborgd, maar dat heeft de provincie helemaal niet gedaan. Er is in het mestbeleid om de hete brij heen gedraaid – of eigenlijk de vieze brij. De enige oplossing die de boeren structureel gaat helpen, is kiezen voor duidelijkheid. Kies voor een kleinere veestapel, zodat iedereen weet waar hij aan toe is en er geen circus aan regelgeving moet worden opgetuigd waarvan iedereen in de sector zegt dat het niet te doen is. En dat is dan nota bene de klacht van de sector in de richting van de overheid! De overheid heeft de sector zo vrij mogelijk gelaten, maar je ontkomt er niet aan om een aantal regeltjes op te stellen omdat er nou eenmaal interna-tionale afspraken gemaakt zijn waar Nederland zich aan moet houden, bijvoorbeeld over de waterkwaliteit. Zo vrij mogelijk, maar de overheid moet toch een beetje sturen, en nota bene op dat punt zegt de sector tegen de regering: ja, maar het is ook zo ingewikkeld dat je het eigenlijk niet kunt maken om dat aan ons te vragen, want we weten niet meer waar we ons aan moeten houden met die regels. De Minister is nieuw op dit dossier, maar dit moet haar toch de schrik om het hart doen slaan? Wat je als overheid ook probeert om die sector te faciliteren, het is nooit goed genoeg. Ze nemen een loopje met je. We zagen het bij de melkveehou-derij. De sector zou zelf de veestapel wel onder controle houden, maar het gebeurt gewoon niet. We zien het bij fipronil. De sector weet heel goed dat je moet controleren op stoffen voordat je ze in de voedselketen brengt, maar de sector doet het gewoon niet. En op het moment dat de bom barst, wijzen de vingers naar de overheid. Ja, de NVWA moet meer doen en er moet meer budget komen, maar dat is niet het grootste probleem dat hieraan ten grondslag ligt. De Partij voor de Dieren is daarom echt verbaasd dat de sector nu een kans krijgt om met een plan te komen. Waar gaat dat plan aan voldoen? Gaat dat getoetst worden, ook door de Minister van Justitie en Veiligheid, op handhaafbaarheid? De waarschuwingen van de politie zijn niet mis. En zoals ik net al zei, zijn deze geluiden in de sector zelf ook echt niet nieuw. Er wordt al jaren voorspeld dat alle problemen die samenhangen met de omvang van de veestapel in Nederland, uiteindelijk via een ontploffing van het mestdossier zullen worden opgelost. Dat mag zo zijn, maar dan moet het wel nu gebeuren, want we hebben al heel vaak ontploffingen op het mestdossier gezien.

Een van de andere tactieken die Kamer en kabinet de afgelopen jaren hebben gebruikt, is doorverwijzen naar andere overheden. Uit het dreigingsbeeld van de politie blijkt ook dat er met de hoeveelheid dieren makkelijk gefraudeerd kan worden. Als je meer dieren in je stal stopt dan het aantal waarvoor je een vergunning hebt, betekent dat meteen dat je meer mest hebt dan op papier staat. Als wij daarnaar vragen, is het antwoord structureel: dat is aan de gemeenten, en de provincie moet erop toezien dat de gemeente controleert. Uit de reconstructie van NRC blijkt opnieuw de verwevenheid van de politiek, met name in die gebieden waar de wethouder misschien makkelijker is met het afgeven van een vergunning omdat hij zich in de familiekringen van een varkensboer bevindt. Burgers hebben moeite om op het bestuur daar te vertrouwen. En als ze zeggen dat er daar niet wordt gecontroleerd, blijken ze gewoon gelijk te hebben. Wie ziet daarop toe? Wil de Minister ook niet weten hoe het zit aan het begin van de keten? Waarom hebben we geen zicht op de hoeveelheid dieren die daadwerkelijk wordt gehouden ten opzichte van de vergunde situatie?

Mevrouw Lodders (VVD): Ik vind het eigenlijk wel een beetje kwalijk worden. Mevrouw Ouwehand stelt hier de integriteit van lokale bestuurders aan de orde. Ik vind dat dat niet in dit debat hoort, maar als je dat doet, moet je ook daadwerkelijk met feiten komen en hier niet allerlei insinuaties doen. Ik vind dat zeer kwalijk en wil daar afstand van nemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voor de verwevenheid van de politiek met de veehouderijsector zijn we al in 2002 gewaarschuwd door het KLPD. De bestuurlijke integriteit zou kunnen worden geschaad. Dat was een beschreven risico. In de jaren daarna hebben we voortdurend burgers gezien die met dat signaal aanklopten in Den Haag: we worden hier niet gehoord, er worden vergunningen afgegeven die onterecht zijn en als je ze durft aan te klagen, wordt het leven je meer dan zuur gemaakt. Burgers klagen dat er onvoldoende wordt gecontroleerd. Ik voel me daardoor dus zeer gesterkt om de conclusie van het KLPD dat er risico is op schading van de bestuurlijke integriteit, gecombineerd met al die klachten van burgers die in die overbelaste gebieden wonen, nu opnieuw aan de Minister voor te leggen. Dit kan pas ontkracht worden als we daadwerkelijk controleren op de vergunningen die worden afgegeven en op de naleving daarvan. Zolang dat niet gebeurt, blijft deze veronderstelling staan.

Mevrouw Lodders (VVD): Nogmaals, ik neem afstand van deze geluiden die mevrouw Ouwehand naar voren brengt. Ik ken mevrouw Ouwehand als een politicus die alle dossiers induikt, dus ik ga ervan uit dat zij op het moment dat ze ook maar één signaal krijgt, het dossier van onder tot boven zal uitspitten en weer drie keer terug. Ik vind het buitengewoon kwalijk dat ze nu dit beeld creëert.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik sta erachter. Die suggestie is heel reëel. Ik vraag de Minister om dit op te lossen, want daar ben ik wel voor. Laten we zicht krijgen op de vergunningverlening en op de vraag of de vergunningen daadwerkelijk worden nageleefd. Daar is een heel grote slag te slaan. Wij willen niet meer met een kluitje in het riet gestuurd worden door een kabinet dat zegt dat het aan de gemeenten is. We moeten hier zicht op hebben. We moeten zicht hebben op waar het aan het begin van de keten fout gaat.

De voorzitter: U heeft nog 39 seconden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan wil ik tot slot vragen naar de derogatie. Als die nog binnen te slepen is, wat ik mij zeer afvraag, hoe ziet de Minister dan het risico dat we over de daadwerkelijke fosfaatcijfers uit de melkveehouderij pas begin volgend jaar of misschien wel pas halverwege volgend jaar helderheid hebben? Want dan zijn de cijfers over de melkproductie pas beschikbaar. Hoe schat zij dat in, ten opzichte van de geluiden over de fraude nu? Moeten we niet gewoon concluderen dat deze hele exercitie echt de allerlaatste keer was en dat we niet nog een keer gaan vragen om derogatie? Dank u wel.

+

Interruptie:

De heer Geurts (CDA): Zeker, voorzitter. Ik had nog twintig seconden. Het gaat erom goed te kijken waar de overschrijding zit in de knelgebieden en te bekijken wat wij daaraan kunnen doen. Is de Minister voornemens het DAW te blijven ondersteunen? Ik ben vergeten dit aan het begin te melden: ik mocht mede namens de SGP-fractie spreken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb de Minister al gewaarschuwd voor de manier waarop de sector opereert: zoveel mogelijk vrijheid willen en als je dat dan faciliteert en het bommetje barst, krijgt de overheid alsnog de schuld. Dat doet de Kamer dus ook. Wat ik de CDA-fractie hier weer hoor doen, is even snel over de mestfraude heen gaan, terwijl wij weten dat de Europese Commissie dit zeer nauwlettend zal bezien als het gaat om het verlenen van derogatie. Dan over het plan dat voorligt. Wij hebben het bij alle andere bewindsper-sonen ook gezien: je moet een plan inleveren, want anders krijg je die derogatie zeker niet. Wij weten nu al dat het niet voldoet. Wat doet het CDA? Dat plan nog verder uithollen. Dat mag van mij, maar zeg dan eerlijk tegen de boeren: jongens, ik speel Russische roulette met jullie derogatie. Wees daar dan eerlijk over. Want straks deze Minister weer de schuld geven, zou ik zeer oneerlijk vinden.

De heer Geurts (CDA): Mevrouw Ouwehand poneert een heel aantal stellingen en daarna een kleine vraag. Ik zou heel graag op al die stellingen willen ingaan, maar daar heb ik dan nog heel wat tijd voor nodig. De voorzitter: Probeert u te antwoorden op de vraag.

De heer Geurts (CDA): Er zit een heel aantal aannames in die niet zijn onderbouwd. Waar het gewoon om gaat, is dat er nu een conceptprogramma voorligt. Ik heb te vaak meegemaakt dat dan wordt gezegd: geduld, geduld, geduld. Dan zijn wij zover en dan is het: ja, mijnheer Geurts, u bent te laat, want u had het eerder moeten inbrengen. Ik breng het nu op dit moment in, goed wetende dat het een conceptprogramma is, dat ook nog ter inspraak ligt. Dit zijn aangelegen punten, juist in de vruchtbare delta waarin wij ons in Nederland bevinden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De dynamiek is dat uiteindelijk de bewindspersoon verantwoordelijk is, maar de Kamer heeft er een handje van – het CDA en de VVD voorop, maar ook de SGP en de ChristenUnie doen mee – om opdrachten mee te geven die rechtstreeks de derogatie in gevaar brengen. Voor ons hoeft die derogatie niet, maar als je van de ene op de andere dag de derogatie verliest, levert dat heel veel problemen op. De Partij voor de Dieren wil er op langere termijn vanaf. Maar de Kamer, het CDA voorop, vraagt voortdurend om net iets soepeler te zijn, met een programma dat net niet scherp genoeg is, met hier maatwerk en daar moet het anders, waardoor de Minister op pad moet met een programma waarbij je eigenlijk van tevoren al weet dat het niets gaat worden met die derogatie.

De voorzitter: En uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind het niet fair. Ik vind dat het CDA moet kiezen. Of je wil die derogatie, maar dan steun je de Minister met voorstellen die ook echt zorgen dat die doelen worden gehaald. Of je zegt: die derogatie hoeft van ons niet, we zien het wel wat de gevolgen zijn als we die kwijtraken. Want dat is wat het CDA met de belangen van de boeren doet.

De heer Geurts (CDA): Ik moet altijd heel goed nadenken op het moment dat de Partij voor de Dieren zegt op te komen voor de belangen van boeren. Die belangen ziet de Partij voor de Dieren in in ieder geval 70% van de veehouderij saneren. Er wordt geknikt, dus dat is een bevestigend antwoord op dat punt. Dat is ook het belang waar mevrouw Ouwehand voor staat, om de veehouderij met minimaal 70% te verminderen.

+

Interruptie:

De voorzitter: Ik zag nog een vinger van mevrouw Ouwehand. Ik heb de vraag van de heer Moorlag niet genoteerd als een interruptie, omdat het een aanvul-lende vraag was.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Met respect voor de Minister: ik ben niet gerustgesteld. Zij is nieuw op dit dossier, dus zij is in actie gekomen, en dat snap ik, maar haar uitleg op eerdere vragen van andere leden waarom de sector dan nu wel serieus werk zou maken van het naleven van de regels, gaat volledig voorbij aan hoe we de sector kennen. Het was al niet in het belang van de sector om meer koeien te houden dan het fosfaatplafond toeliet, maar dat werd toch gedaan, waardoor individuele boeren in de problemen zijn gekomen. Het was al niet in het belang van de sector om verboden middelen in pluimveestallen te gebruiken. Daar zijn individuele boeren die zich wel netjes aan de regels houden, de dupe van. Het was al niet in het belang van de individuele boeren dat er met mest wordt gefraudeerd. Wat maakt de situatie dan nu zo anders dat de Minister zegt: het is in het belang van de sector zelf om dit op te lossen? Dat was al. Waar moeten we dat vertrouwen dan op baseren? Waar wordt het plan dan op getoetst? Ik vind het echt te mager als dat alleen maar de opsporingsdienst van de NVWA is. Ik wil van de Minister van Justitie weten hoe het zit als de eigen politie zegt dat die fraudedruk structureel aanwezig is, met een groot risico dat het gebeurt. Zijn er andere sectoren waarbij het OM en de Minister van Justitie zeggen: nou ja, zo’n structurele prikkel voor fraude, dat gaan we dan toch maar oplossen door aan de sector te vragen om zelf iets beter haar best te doen?

De voorzitter: Wat is de vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil dus weten waar het plan op wordt getoetst en waar het vertrouwen op berust in de sector, want er is niks nieuws, het was al niet in het belang van individuele boeren dat er wordt gefraudeerd. Waarom zou dat nu wel worden opgepakt?

De voorzitter: Helder.

Minister Schouten: Ik blijf het maar weer herhalen: er zijn maatregelen genomen. Er zijn de afgelopen periode, vanaf 2015, maatregelen ingevoerd. Ik heb het lijstje hier naast me liggen, met alle regels die er nog zijn. Ik geloof dat de heer Geurts deze net ook al noemde, zoals de bemonstering. Ik moet even kijken. Er is een hele lijst met maatregelen genomen. Ik ga ze voorlezen, want dan weten we dat gewoon. Het gaat om: verbeterde registratie van mestopslagen per 1 januari 2016, zodat aan- en afvoer van mest nauwkeu-riger gecontroleerd kan worden, de Bibob-toets voor de intermediairs, verscherpte aandacht voor de aan- en afvoer van dierlijke mest met extreem hoge waarden, per 1 januari 2017 de GPS-apparatuur en per 1 oktober 2017 de bemonstering, die onafhankelijk gaat gebeuren. Het zijn maatregelen die voor een deel ook nog hun beslag moeten krijgen. Daarnaast zullen de Minister van JenV en ik kijken wat er nog meer mogelijk is, bijvoorbeeld bij de samenwerking rond handhaving en opsporing. Daarnaast heb ik ook gewoon de sector zelf nodig om te zorgen dat zij meer zelfreinigend vermogen aan de dag gaat leggen. Mevrouw Ouwehand vraagt waarop dat vertrouwen is gebaseerd. Dat komt doordat heel veel andere goedbedoelende boeren anders steeds de dupe worden van het imago van een sector waar het helemaal misgaat. Dat heb ik maandag ook laten weten. Ik heb laten weten dat er transpor-teurs zijn die het heel goed doen en die denken nu allemaal dat zij in dat hoekje zitten waar alle klappen vallen, en dat is niet eerlijk, want zij doen het wel goed. Er zijn boeren die het allemaal wel netjes doen met mest en die denken dat de complete sector nu zo te boek staat. Ik hoop ook dat de druk vanuit de organisaties zelf komt om niet te gaan staan voor fraudeurs, maar om te staan voor die goedwillende boer en die goedwil-lende vervoerder, omdat die juist hier de dupe worden. Ik heb net aangegeven met welke partijen wij zullen toetsen of de plannen die zij neerleggen, voldoende zijn om weer een verdere stap in dat zelfreinigend vermogen te zetten. Ik wil die plannen eerst zien. Ik ga er nu niet op vooruitlopen of dat voldoende of onvoldoende is, want ik ken ze nog niet, maar ik ga wel half december met ze in gesprek daarover.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het lijkt mij wel fair dat de Minister aan de Kamer duidelijk maakt waarop zij dat plan gaat toetsen. Nu moeten we wachten tot 15 december. Wij willen dat die fraude stopt. Wij willen het beleid van de Minister daarop kunnen toetsen. Dat mag ook schriftelijk. Ik kan mij voorstellen dat de ontwikkelingen deze week snel gingen, terwijl er een nieuwe Minister is, maar volgens mij moet je helder hebben waaraan zo’n plan moet voldoen en binnen hoeveel tijd welke concrete resultaten moeten zijn behaald. Het lijkt mij echt heel verstandig om de Minister van Justitie te laten toetsen op de handhaafbaarheid, want die rapporten van zijn eigen politie en van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zijn gewoon niet mis. Die prikkel om te frauderen is er. Daar moet dus heel wat tegenover staan, wil je dat structureel oplossen. Als dat niet de uitkomst wordt van de route die de Minister nu kiest, dan is het water naar de zee dragen.

+

Interruptie:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, dank u wel. Ik vind het echt vervelend voor deze Minister maar het probleem is nog veel groter dan wij vandaag hebben besproken. Het mestprobleem heeft acute gevolgen voor de bescherming van ons water, maar de veehouderij faalt van alle kanten. De dieren worden niet goed genoeg beschermd, de volksgezondheid niet, de natuur niet, het drink-water niet. We moeten die problemen integraal bij de kop pakken. Ik ben er met opzet niet zelf over begonnen omdat ik heel erg benieuwd was of een van de andere partijen of de Minister zelf erover zou beginnen, maar het signaal dat uit de evaluatie van het PBL en ook uit de sector zelf komt, is dat er wordt gefraudeerd omdat de boeren niet anders kunnen. Ze kunnen hun hoofd niet boven water houden. Daarom doet iedereen eraan mee. En waarom begint niemand erover? Omdat ook het PBL zegt dat dat het rechtstreekse gevolg is van de schaalvergroting. Wat gaat er gebeuren als wij die fraude daadwerkelijk gaan aanpakken? Gaan dan alle varkens-houders failliet? De consequenties zijn enorm. Óf er wordt gefraudeerd omdat het lucratief is, gewoon om wat meer geld te maken. Óf het gaat gewoon echt niet meer vanwege de schaalvergroting, zoals het beeld van de sector laat zien. De voorzitter: Kunt u afronden? Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan is er dus een veel grotere inzet van de Minister nodig en een veel breder plan om ervoor te zorgen dat de problemen voor het milieu en de boeren worden opgelost. De heer Graus (PVV): Ik wil hier toch een opmerking over maken. Ik ben er niet over begonnen omdat er een aangenomen motie van mij ligt, die nota bene gesteund is door de Partij voor de Dieren en alle partijen hier aanwezig, waarin staat dat er een beter verdienmodel moet komen voor boeren. Want ze kunnen inderdaad het hoofd niet meer boven water houden. Daarom wordt er op het nieuwe ministerie gewerkt aan een beter verdienmodel. Dat gaat niet van vandaag op morgen, maar daar wordt aan gewerkt. Dat heeft de laatste Staatssecretaris mij nog toegezegd. Het is echt niet zo dat er niets gebeurt. Ik wil het opnemen voor alle Kamerleden die er niet over zijn begonnen en die wel die motie hebben gesteund. De voorzitter: Waarvan akte. Mevrouw Ouwehand.

+

Interruptie:

Minister Schouten: Mevrouw Ouwehand geeft aan dat er een grotere inzet nodig is. We zullen nog veel discussies gaan voeren, maar ik ben blij dat de heer Graus op dit punt ook een klein beetje het woord voert namens het kabinet. Hij heeft gelijk als hij zegt dat het gaat om de positie van boeren in de keten. Zoals u hebt gemerkt, hebben we daar in het regeerakkoord het nodige over afgesproken. Dat zal nog best een klus worden ten opzichte van Brussel en mededinging, zeg ik in alle eerlijkheid, maar we zijn zeer gemotiveerd om hiermee aan de slag te gaan. Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mijn excuses, maar dat spelletje wordt altijd gespeeld. De heer Graus krijgt hier nu de credits voor omdat hij in een motie heeft gevraagd naar het verdienmodel van boeren. De analyse van de Partij voor de Dieren is dat als je boeren in dit systeem houdt, ze gedwongen worden tot fraude omdat ze het niet volhouden in die race naar de bodem. Het PBL bevestigt dat en de sector zegt dat zelf ook. Als iemand opkomt voor een eerlijk werkveld voor boeren, dan is het de Partij voor de Dieren wel. Het is hartstikke leuk als de heer Graus ons daarin steunt, maar dan moet zijn partij ook de Partij voor de Dieren steunen als het gaat om het beperken van de wereldwijde concurrentiedruk, waaronder onze varkenshouders het gewoon niet volhouden.

De voorzitter: Ik neem aan dat de interruptie is gericht op de Minister? Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zeker. Minister Schouten: Ik wil heel graag iedereen alle credits geven, dus als mevrouw Ouwehand die ook nodig heeft, dan vind ik dat prima. Maar laten we eerst eens aan de slag gaan.