Bijdrage Partij voor de Dieren aan het initi­a­tief­wets­voorstel Waalkens houdende straf­baar­stelling van het plegen van seksuele hande­lingen met dieren en porno­grafie met dieren


10 oktober 2007

I Algemeen

1. Inleiding

De Partij voor de Dieren heeft met genoegen kennisgenomen van dit initiatiefwetsvoorstel. Het is goed dat er eindelijk een wetsvoorstel ligt waarmee kan worden opgetreden tegen seksuele handelingen met dieren en tegen het produceren, verspreiden en bezitten van dierenporno. Wel is het volgens de leden van deze fractie een gemiste kans dat dit wetsvoorstel als uitgangspunt heeft dat seks met dieren slechts onwenselijk zou zijn vanwege de aantasting van de goede zeden (dus uitgaat van het straffen van de dader), en niet uitgaat van de bescherming van het dier.

De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) heeft aangegeven dat het wenselijk is om seks met dieren toe te voegen aan lid 2 van artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Waarom heeft de indiener er niet voor gekozen om hier gehoor aan te geven?
In het verlengde hiervan vragen de leden van de Partij voor de Dieren zich af waarom de indiener heeft gekozen voor een benadering die de zeden centraal stelt en niet de bescherming van het dier?

2. De hoofdlijnen van het wetsvoorstel

De indiener heeft er voor gekozen om de term “seksuele handelingen” niet scherper te definiëren. De RDA geeft aan dat de rechter zal toetsen of er sprake is van een misdaad tegen te zeden en hierbij rekening zal houden met wat leeft in de maatschappij.
Kan de indiener aangeven hoe kan worden uitgesloten dat door een veranderende tijdsgeest bepaalde seksuele handelingen met dieren toelaatbaar en dus niet strafbaar worden geacht?

3. Handhavingsaspecten
De leden van de Partij voor de Dieren vrezen dat de opsporing en vervolging van seks met dieren weinig prioriteit zal gaan krijgen, zeker gezien de moeilijkheidsgraad hiervan en de hoogte van de strafmaat.
Hoe ziet de indiener dit en hoe zal dit worden voorkomen?


II Artikelsgewijze toelichting
Art. 254 en 254a
Zoals de indiener zelf al stelt, heeft Nederland een grote rol in de vervaardiging en verspreiding van dierenporno. Het is een commerciële industrie waar zeer veel geld in omgaat (1). Er zouden volgens de leden van de Partij voor de Dieren verdergaande sancties ingesteld moeten worden om een afschrikwekkende werking van dit verbod uit te laten gaan. Hoe is de indiener tot de hoogte van deze strafmaat gekomen?
Hoe denkt de indiener met deze strafmaat recidive te voorkomen? Hoe wil de indiener voorkomen dat degenen die van de gepleegde misdrijven een beroep maken, de opgelegde geldboetes zien en incalculeren als gering bedrijfsrisico?

(1) www.volkskrant.nl/binnenland/article465318.ece/Pornoster_strijdt_tegen_bestialiteit