Bijdrage Partij voor de Dieren aan Wetge­vings­overleg over Natuur­on­der­werpen LNV-begroting 2008


14 oktober 2007

INTRO
Voorzitter. Alles wat leeft verdient respect. Helaas spreekt dat niet uit het natuurbeleid in Nederland. Ik wil graag een korte schets geven van de waanzin van ons natuurbeleid. Een beleid waarbij de in het wild levende dieren zijn overgeleverd aan de grillen van selectieve bescherming en de macht van de jagers.

Sommige dieren staan in de schijnwerpers van het beleid zoals grutto’s, kieviten en kemphanen. Zij hebben recht op vier miljoen euro in het kader van weidevogelbeheer. Met man en macht wordt geprobeerd deze vogels een broedmogelijkheid te bieden en de overlevingskans van jongen te vergroten. Maar tot op heden worden de jongen nog steeds stelselmatig weggemaaid want de controle en handhaving is miniem.

Andere dieren, zoals de vos en de kraai, worden zonder pardon afgeschoten omdat ze niet doen wat we willen Zij worden voor het gemak als plaag bestempeld. De vos wordt ten onrechte gedemoniseerd en is zelfs in natuurgebieden zijn leven niet zeker.

Ganzen, toch ook een soort weidevogel, worden stelselmatig vogelvrij verklaard. Van deze beschermde trekvogels mogen er tienduizenden per jaar worden afgeknald (grauwe gans, kolgans). Er wordt zelfs overheidsgeld geïnvesteerd in het ontwikkelen van culinaire ganzenrecepten om die tienduizenden beschermde dieren op te eten.

Maar de echte decadentie wordt pas zichtbaar als wij het zogenaamde faunabeheer in Nederland onder de loep nemen. Faunabeheer is in Nederland een eufemistische term voor jagen. Het Koninklijk Huis, de adel en de top van het bedrijfsleven zorgen kunstmatig voor een grote populatie wilde zwijnen en herten om ze onder het mom van populatiebeheer tijdens jachtpartijtjes neer te kunnen knallen. Het ‘nee, tenzij’ principe en de zorgplicht, worden voor het instandhouden van de plezierjacht met voeten getreden.

En als dieren uiteindelijk bijna zijn uitgestorven, worden hun gefokte soortgenoten - tegen het advies van deskundigen in – weer uitgezet in natuurgebieden. Zoals vorige week met de tamme korhoenders op de Hoge Veluwe is gebeurd. Deze dieren worden gefokt om overgeleverd te worden aan hun predatoren en als ze overleven is de kans op genetische vervuiling van de paar achtergebleven inheemse soorten levensgroot.

Het soortenbeleid in Nederland gaat uit van de selectieve gastvrijheid (die ook zo kenmerkend is voor ons huidige immigratiebeleid) en van willekeur: zolang je niet met velen bent word je omarmd met een warme deken van zorg. Maar zodra jouw soort wat talrijker wordt, kom je op de schietlijst. De intrinsieke waarde van het dier en het recht op bescherming zijn niet meer dan een lege huls in het natuurbeheer.

BESCHERMING VAN IN HET WILD LEVENDE DIEREN

Populatiebeheer en faunabescherming
Voorzitter. De minister zegt een ‘nee, tenzij principe te hanteren in populatiebeheer en schadebestrijding. Het ontwikkelen van alternatieve preventieve middelen heeft haar voorkeur. Deze ambitie wordt uit haar begroting niet duidelijk. Evenmin blijkt dat ui de Nota Dierenwelzijn die vrijdagmiddag is gepresenteerd. Op het punt van dierenwelzijn heb ik namens de commissie begrotingsonderzoek gedaan. Naar aanleiding daarvan heb ik gezegd dat er te weinig concrete ambities zijn weergegeven, dat onduidelijk blijft welke financiële middelen zij hiervoor in gaat zetten en hoe de minister haar beleid zal monitoren. De minister heeft verwezen naar de nota Dierenwelzijn en toegezegd dat er een financiële paragraaf komt waarin duidelijkheid wordt gegeven. Wij hebben de nota onder ogen gehad en geconstateerd dat die financiële paragraaf ontbreekt. De motie die ik daarover heb ingediend, zal ik aanpassen en in stemming brengen. Maar nu liggen er dus nog allerlei vragen over de ambities van de minister en de invulling daarvan.

Kan de minister aangeven hoeveel financiele middelen zij gaat inzetten voor het ontwikkelen van alternatieven voor afschot en welke doelen, prestatie- en effectindicatoren zij hiervoor heeft geformuleerd? Hoe gaat zij het één en ander meten?

De minister stelt in de nota Dierenwelzijn dat ‘uit de enquête komt naar voren dat meer dan de helft van de mensen het afschieten van wild accepteert’. Waarop is dat gebaseerd? Hoe representatief was die enquête en die vraag? Hoe relateert die stelling zich tot eerder onderzoek van Blauw Research waaruit blijkt dat bijna iedereen van het publiek de plezierjacht afwijst?

De helft van het meerjarenprogramma Onderzoek Faunafonds (250.000 euro) wordt besteed aan de ontwikkeling van alternatieve methoden om schade te voorkomen.

Kan de minister aangeven waar de andere helft van de onderzoeksgelden aan wordt besteed en of ook onderzoeksgeld wordt ingezet voor jachtmethoden en andere vormen van het doden van dieren?En welke vormen van preventie worden onderzocht en hoe zijn de kosten van dat onderzoek verdeeld?

Kan de minister aangeven hoeveel geld in 2008 wordt besteed aan faunabeheereenheden, culinaire verwerkingsmogelijkheden van afgeschoten dieren en andere zaken die niet direct gericht zijn op het beschermen van dieren en diersoorten?

ZWIJNEN
Ik kom op de huidige omvang van de populatie wilde zwijnen op de Veluwe en Limburg.
Is de minister bereid om te onderzoeken of het stelselmatig bijvoeren van wilde zwijnen, het uitzetten van wilde zwijnen en het laat in het seizoen starten met afschot binnen de huidige werkwijze, evenals het creëren van scheve geslachtsverhoudingen, heeft bijgedragen aan de huidige populatiegrootte? Ik zie dit onderzoek het liefst verricht worden door een onafhankelijk instituut.

Kan de minister aangeven of bij het ontwikkelen naar alternatieven voor afschot van wilde zwijnen ook geld is gereserveerd voor verbetering van wildkerende hekken rondom de natuurgebieden waar wilde zwijnen voorkomen?

GANZEN
Deelt de minister de conclusies van de tussenrapportage over ganzenopvang waarin staat dat de afschotregistratie beter moet en dat de coördinatie van verjaagactiviteiten (inclusief afschot) nog niet optimaal is om het opvangbeleid te doen slagen?


Kan de minister aangeven welke conclusies zij verbindt aan de tussenrapportage en of zij bereid is om per direct het afschieten van ganzen stop te zetten totdat een beter inzicht is verkregen in alternatieven voor afschot en de coördinatie beter is geregeld? Kan ze ook aangeven wat ze doet aan de ontwikkeling van diervriendelijke alternatieven?

Soortenbescherming
In de LNV begroting wordt gesteld dat via de leefgebiedenbenadering meerdere soorten actief worden beschermd en dat dit een versterking oplevert van de traditionele soortenbescherming. Voor mijn fractie is het onduidelijk wat deze zinsneden daadwerkelijk betekenen voor de in het wild levende dieren in Nederland en dan met name predatoren die nu lijken te worden gedemoniseerd, zoals de vos.

Kan de minister aangeven hoe binnen de leefgebiedenbenadering wordt omgegaan met predatoren en dan met name de vos. Is het waar dat de vos geweerd kan worden in leefgebieden, zoals de Stentor laatst schreef?

Kan de minister aangeven waarom voor de vos andere regels gelden dan voor predatoren zoals hermelijn, wezel, bunzing en havik en op basis van welk onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek de vos als gevaar voor biodiversiteit wordt gezien?

Uitzetten van soorten
Vorige week zijn dertig gefokte korhoenders uitgezet op de Hoge Veluwe ondanks protesten van de grote terreinbeheerders en de Faunabescherming. Naast het grote risico dat de tamme dieren een snelle dood sterven --de eerste exemplaren zijn al dood-- dreigt bij overleving genetische vermenging met de nog in het wild levende soorten op de Sallandse heuvelrug. Inmiddels heeft de Universiteit van Wageningen een afwegingskader ontwikkeld voor herintroductie van soorten maar daar heeft de minister kennelijk niet naar gekeken.

Kan de minister aangeven of zij bereid is om alsnog het uitzetten van korhoenders opnieuw te beoordelen aan de hand van het door Alterra ontwikkelde toetsingskader en voor de herintroductie van gefokte dieren in de toekomst?

TOEGANKELIJKHEID NATUURGEBIEDEN
Voorzitter. De toegankelijkheid van de natuur in ons land draagt in een belangrijke mate bij aan de waardering en de verantwoordelijkheid van mensen voor de natuur in ons land. Met name op de Veluwe staan veel hekken die geen enkel doel dienen. De minister heeft dit tijdens een overleg ontkent. Zij was niet bereid om de aanwezigheid van dit soort hekken te laten inventariseren. Er zijn sterke signalen uit het land dat er allerlei ondeugdelijke en overbodige hekken zijn die mensen belemmeren in hun toegang tot de vrije natuur. Er zit toevallig een gedeputeerde uit de desbetreffende provincie in de zaal die dit kan bevestigen.

Ik vraag de minister nogmaals of zij vasthoudt aan haar stelling dat er helemaal geen sprake is van overbodige hekken.

Je moet een gegeven paard niet in de bek kijken. Maar toen het Kroondomein in 1959 werd geschonken is aan het Nederlandse volk werd er niet bij verteld dat dit Staatsdomein een paar maanden per jaar gesloten blijft voor zijn ontvangers, de burgers. Dat terwijl alle burgers via hun belastinggeld volledig blijven opdraaien voor de kosten van beheer en instandhouding ervan. Het natuurgebied dat van ons allemaal is worden van eind september tot eind december alleen leden van het Hof, adel, en de top van het bedrijfsleven toegelaten zodat zij ongestoord kunnen schieten op zwijnen en herten. Dit is voor de Partij voor de Dieren onaanvaardbaar.

Vindt de minister het gerechtvaardigd om het publiek buiten de grenzen van het Kroondomein Het Loo te houden en hen slechts buiten de hekken te laten toekijken hoe de terreinwagens voorbij stuiven, op weg naar de jachtfeestjes van het Koningshuis?

Kan de minister aangeven via welke wet de periodieke sluiting van het Kroondomein is geregeld en waarom dit privilege is voorbehouden aan het Koninklijk Huis? Betaalt het Koninklijk Huis een vergoeding voor privégebruik van het kroondomein? Welke kosten van beheer, onderhoud en instandhouding van het kroondomein worden via de landbouwbegroting gefinancierd
?

Welke opbrengsten genereert het Kroondomein? Vloeien deze toe aan de staat of aan de Koninklijke familie?

NATUUREDUCATIE AAN KINDEREN EN JONGEREN
Als ik de Kamer goed beluister, denk ik dat wij breed aan de minister vragen om meer werk te maken van natuureducatie aan kinderen en jongeren en concreter aan te geven hoe wij dit vormgeven binnen het onderwijs. Ik heb gelezen dat dit voor de minister een belangrijk thema is. Zij stelt dat kinderen en jongeren in de stad steeds meer verwijderd raken van de natuur en dat dit op termijn een risico betekent voor de maatschappelijke verbondenheid met de natuur. De Partij voor de Dieren onderschrijft deze zorg en juicht natuur- en milieu educatie op basisscholen een het voorgezet onderwijs van harte toe. We vinden het echter onbegrijpelijk dat de gastlessen die jagers en hengelaars op basisscholen door de minister worden geduid als een vorm van natuur- en milieu educatie. Het moedwillig verminken en doden van dieren is geen onderdeel van respect voor de natuur. Juist het oproepen van het beeld dat met geweer en hengel de natuur onderworpen kan worden aan de mensen kan leiden tot een ongewenst natuurbeeld bij kinderen en dito gedrag.

Kan de minister uitleggen waarom zij gastlessen van jagers en hengelaars op scholen toestaat en zelfs in de antwoorden op Kamervragen toejuicht als een vorm van educatie die bij kinderen ‘het benodigde draagvlak, respect en verantwoordelijkheidsgevoel creëert’?

GEVOLGEN AMMONIAKDEPOSITIE OP NATUURGEBIEDEN
Voorzitter. Tot slot wil ik kort stilstaan bij de ammoniakdepositie in natuurgebieden. Onze natuur wordt ernstig bedreigd door de uitstoot van ammoniak door onze veehouderij. Desondanks heeft de minister met het huidige toetsingskader eerder minder dan meer ruimte gegeven om de ammoniakdepositie terug te dringen. Waar dat al gebeurt, is dat te danken aan wat lapmiddelen die met zware overheidssubsidie worden ingezet. Meer dan 8 mln. zal in 2008 door de samenleving worden opgehoest in de vorm van subsidie op luchtwassers om de bio-industrie een vrijbrief te geven om haar nietsontziende vervuilingpraktijken voort te zetten. Dat verhoudt zich slecht tot cijfers van CE, dat heeft berekend dat in 2005 de maatschappelijke kosten van ammoniakuitstoot jaarlijks al op meer dan 800 mln. liggen.

Wij willen de minister opnieuw vragen of zij bereid is, de noodzakelijke aanscherping van het ammoniakbeleid door te voeren en de Kamer hierover nogmaals te informeren.