Bijdrage Partij voor de Dieren AO Houts­kool­schets GLB 2013-2020


7 oktober 2008

De Houtskoolschets voorziet in een behoefte om de tientallen miljarden euro’s gemeenschapsgeld die jaarlijks aan boeren worden uitbetaald te voorzien van subsidievoorwaarden die de samenleving ten goede komen. Een groot deel van het toekomstig succes hangt echter af van de verdere invulling en concretisering van de ambities van de minister. Wat landschapskwaliteit en natuur kan ik me iets voorstellen. Maar wat betreft dierenwelzijn ben ik daar nog niet zo gerust op. Het kan namelijk nog knap lastig zijn om een daadwerkelijke slag te maken op het gebied van dierenwelzijn en daarbij struikelblokken als de staatssteuntoets te doorstaan.

Maar er is nog een groter bezwaar. Moeten marginale zogenaamde dierenwelzijnsverbeteringen eigenlijk beloond worden met een subsidie of met inkomenssteun? Een maatschappelijk aanvaardbaar niveau van dierenwelzijn is een básisvoorwaarde om te mogen produceren, zou ik zeggen. Dat moet in wettelijke regels worden vastgelegd en niet als een soort keuzemenu aan veehouders worden voorgehouden. En de kosten daarvoor moeten in de prijs worden verrekend. Vlees, zuivel en eieren mogen niet onethisch laag geprijsd zijn en dat gebeurt ook niet als alle maatschappelijke kosten in de prijs worden verrekend. De vervuiler betaalt….. Bijkomend voordeel van een hogere prijs is de vermindering van de consumptie van dierlijke producten. En dat past mooi bij de kabinetsbrede aanpak duurzame ontwikkeling.

Zeker gezien de ecologische en sociale bezwaren die kleven aan de consumptie van dierlijke producten, is het subsidiëren van iets diervriendelijker productieomstandigheden bijna immoreel te noemen. We moeten toe naar minder dieren en minder productie als we de mondiale problemen echt willen aanpakken. Respectvolle omgang met dieren is een op zichzelf staande waarde en de Partij voor de Dieren voelt er dan ook niet zoveel voor om dierenwelzijn te degraderen tot maatschappelijke dienst waar je vrijblijvend voor kunt kiezen en een leuk centje voor krijgt. Hoe ziet de minister dat eigenlijk?

Voorzitter, ik zou graag van de minister willen weten hoe zij in het kader van de prestatiebeloning het thema dierenwelzijn zou willen invullen. Graag wat concrete voorbeelden. We vinden het onaanvaardbaar dat zo dadelijk een behangetje hier en een handje stro daar door kunnen gaan voor dierenwelzijnsprestaties waarvoor de samenleving moet dokken…

Maar voorzitter, hoe we het ook wenden of keren, de houtskoolschets en het daarin geschetste gemeenschappelijke landbouwbeleid blijft doorgaan op de doodlopende weg waarbij grote hoeveelheden geld vanuit de samenleving naar boeren vloeit. De voorgestelde koppeling met dierenwelzijn is een doekje voor het bloeden in een systeem dat dierenleed tot productiefactor heeft verheven.

Voorzitter. Wat dat betreft biedt de herziening van het Europese Kwaliteitsbeleid misschien betere aanknopingspunten om prestaties op het gebied van dierenwelzijn te integreren in het Europees beleid en dierenwelzijnsvriendelijker producten te onderscheiden van de rest. Welke bijdrage heeft de minister geleverd aan het groenboek? Waar ziet zij kansen als het gaat om dierenwelzijn en etikettering?

Voorzitter. De doorkijk van de minister naar 2020 zou ook al nu zijn weerslag moeten krijgen in de Health Check. Om een soort zachte landing te realiseren, zeg maar… Als ik echter de inzet van de minister in de Health Check bekijk, verbaast het me dat de minister in de houtskoolschets wél een lans breekt voor belonen naar maatschappelijke prestaties na 2013; maar níet meegaat in voorstellen van de commissie om nu al maatschappelijke waarden mee te nemen in de Health Check. Zoals verdergaande modulatie (13% ipv 5%) en het instellen van bufferzones. Waarom eigenlijk?

Via de artikel 68 mogelijkheid wil de minister wel al een kleine maatschappelijke slag maken. Zodat, zo zegt ze: ‘het geld in ieder geval op en rond het erf blijft hangen’. Het gaat om flankerende maatregelen om een sterkere koppeling van inkomenssteun aan maatschappelijke prestaties te realiseren. In hoeverre heeft de minister in dit kader al concrete ideeën van flankerende maatregelen op het gebied van dierenwelzijn? En vallen die ideeën in de categorie ‘pappen en nathouden’ of moeten we bijvoorbeeld denken aan steun bij omschakeling naar biologische veehouderij? Want uiteindelijk zijn de eisen van de biologische veehouderij toch het minimale waar aan moet worden voldaan om een acceptabele vorm van dierenwelzijn te garanderen.

Voorzitter. Ik wil dit vooral weten omdat de bio-industrie inmiddels al zit te azen op nog meer Europese subsidies en artikel 68 als een uitgelezen kans ziet. Vleesgigant Vion wil ‘inkomenssteun laten landen op het erf van de intensieve veehouder’. Voorzitter. Ik heb daar grote moeite mee. Het moet toch niet zo zijn dat de bio-industrie zo meteen wordt gesubsidieerd in het kader van maatschappelijke prestaties. Duurzaamheid in de intensieve veehouderij is een contradictio in terminis en dierenwelzijnsprestaties slaan in die sector als een tang op een varken. Ik ben benieuwd of de minister mijn mening deelt.

Voorzitter. Terwijl de echte vermaatschappelijking van de landbouw volgens de minister nog wel even mag wachten; lobbiet ze wél met man en macht voor een versnelde verruiming van het melkquotum. Juist dat zal de verduurzaming van de veehouderij aardig in de spaken rijden (ammoniak, mest, dierenwelzijn). Hoe verhoudt deze tomeloze inzet zich eigenlijk tot de duurzaamheidsambities in de houtskoolschets en visie op de toekomst van de veehouderij? Graag een reactie.

Voorzitter. Ten slotte nog dit. De huidige steun op basis van historische rechten is niet meer van deze tijd. En dat geldt zeker voor de nog gekoppelde steun aan de kalversector. Eén miljoen kalveren per jaar worden onder de meest ellendige omstandigheden gehouden en per kalf wordt maar liefst veertig euro aan Europese subsidie betaald. Waarom? Geen idee; maar ondertussen kost het in standhouden van deze dieronvriendelijke sector de samenleving wél tientallen miljoen euro’s per jaar. De kalverindustrie vreest dat door de ontkoppeling van de kalverpremie veehouders de productie zullen staken of inkrimpen, zo las ik afgelopen week in de Boerderij. Mijn eerste reactie is dan: hoera! Gelukkig is de minister voornemens deze sector in 2010 te ontkoppelen. Wanneer worden hiertoe de eerste stappen eigenlijk gezet en hoe vindt uitwerking plaats?