Bijdrage Partij voor de Dieren AO Medische ethiek


13 februari 2008

Voorzitter,

Een belangrijk debat vandaag. Menselijke waardigheid en het recht op fysieke integriteit zijn zeer belangrijke waarden die om zorgvuldig beleid. Het is dan ook goed dat het kabinet is gekomen met deze beleidsbrief medische ethiek.

De staatssecretaris schetst in haar beleidsbrief de kaders van het medisch-ethische debat. De rode draad van het kabinetsbeleid, waarbij de menselijke waardigheid het kernbegrip vormt. Op zichzelf heeft mijn fractie waardering voor de zorgvuldigheid en de integriteit waarmee de staatssecretaris die kaders tot stand probeert te brengen. Maar wat mijn fractie betreft wordt over een aantal belangrijke fundamentele vragen die thuishoren in het medisch-ethische debat heen gestapt en daar wil ik in dit debat graag bij stilstaan.

Immers, het kabinet lijkt uitsluitend op zoek naar het antwoord op de vraag op welke manier de menselijke waardigheid kan worden gegarandeerd in de situatie waarin continu wordt gestreefd naar nieuwe medische technieken. Het kabinet lijkt dit streven als een gegeven te beschouwen, een autonome ontwikkeling, en plaatst pas vraagtekens bij de gevolgen van die ontwikkeling.

De samenleving ziet zich geconfronteerd met de beschikbaarheid van allerlei medische technieken, waarvan we ons afvragen of we die wel zouden moeten willen toepassen. De vraag is of het niet een beetje laat is om ethische debatten pas te voeren wanneer die technieken beschikbaar zijn. Zouden we niet al veel eerder een brede discussie moeten voeren over alle aspecten van medisch wetenschappelijke ontwikkeling? Niet alleen over de beloften, maar ook over de minder prettige effecten van het proces, van de zoektocht naar oplossingen die niet zelden weer nieuwe problemen met zich meebrengen. Hoe wordt het maatschappelijk belang van medisch wetenschappelijk onderzoek bepaald, en door wie?

Wat is het (eind)doel van de voortdurende drang naar vooruitgang? Wat zijn de kaders? Eén kenmerk van alle medisch-technologische ontwikkelingen is in ieder geval dat er geen weg terug is. Voorzitter, dat moeten we serieus nemen. De Partij voor de Dieren hecht grote waarde aan keuzevrijheid, maar we zien dat dit begrip lijkt te verworden tot de plicht om uit steeds meer opties een keuze te moeten maken. We lijken te denken dat keuzevrijheid vooral betekent dat we veel te kiezen zouden moeten hebben. De vraag is of dat wel zo is. Vergroten van het keuze-aanbod op het gebied van lichaam, leven en dood kan grote gevolgen hebben. We verliezen de vrijheid om niet te hoeven kiezen. De staatssecretaris gaat hier in haar brief niet op in, maar ik zou toch graag van haar horen hoe ze hier tegenaan kijkt.

Ter illustratie voorzitter: Het Centrum voor ethiek en gezondheid spreekt in een recent rapport over zwangere vrouwen die voor de keuze komen te staan om te testen of hun kind een bepaalde aandoening zal hebben. Deze vrouwen geven aan dat dit soort keuzes niet zouden mogen bestaan, maar ze bestaan wel. Hun primaire ethische gevoel zegt dat ze niet over het leven of de dood van een ander levend wezen behoren te beslissen .

Keuzes maken ten aanzien van het eigen lijf en de eigen gezondheid zijn niet makkelijk te maken. Ook het Centrum voor ethiek en gezondheid constateert dat keuzevrijheid een kiesplicht dreigt te worden, omdat het vaak niet meer mogelijk is om niet te kiezen. Hoe ziet de staatssecretaris deze ontwikkeling in het licht van de autonomie die zij terecht als belangrijke waarde heeft geformuleerd? In haar brief schrijft zij: Om zelfstandig en autonoom een beslissing te kunnen nemen, moeten mensen diverse alternatieven kunnen afwegen. Daarvoor is het nodig alle alternatieven te kennen en de gevolgen ervan te kunnen overzien.

We móeten dus kiezen, maar hoe zit het met de competenties - een belangrijk aspect van volwaardige autonomie - die we daarvoor nodig hebben?

Voorzitter, ik sluit af met een citaat van hoogleraar medische ethiek Henk ten Have. Hij zei: “Mag alles wat kan? Dat vind ik niet zo’n interessante vraag, dat schetst een beeld van de ethiek als dwarsligger. De vraag moet denk ik zijn: wat is de moeite waard? Ik ben helemaal niet tegen technologische ontwikkeling, maar die vraag moet wel gesteld worden. Los ik er bepaalde problemen bij patiënten mee op?” Ik zou daaraan willen toevoegen: en met welke nieuwe problemen zadelen we mensen op?

Wij denken dat een brede discussie over alle aspecten van het maatschappelijk belang medisch onderzoek op z’n plaats is, en we horen graag of het kabinet hiertoe initiatieven wil ontplooien.

Dank u wel.