Bijdrage Partij voor de Dieren AO Paarden


7 april 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Als het aan mij lag, zou ik een uur spreken, maar ik begrijp dat het in zes minuten moet. Dat is jammer, want …

De voorzitter: Na afloop spreken wij graag met u verder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Maar dan hoort niemand het en hoeft de minister mijn vragen niet te beantwoorden. Dat is dus altijd een beetje jammer.
Ik zal een voorzet geven van wat de Partij voor de Dieren-fractie zou willen. Het gebeurt niet vaak in een overleg van deze Kamercommissie, maar ik kan mij meteen al aansluiten bij de woorden van collega's over de registratie, het coupeerverbod, het uitroeien van Jacobskruiskruid, de erkenning van hoefsmeden, een uniform beleid voor schuilgelegenheden, trailercontrole en het uitfaseren van prikkeldraad. Wij zijn daar allemaal voor. Het vervelende is dat het bij mij nooit goed is; de minister weet dat ook. Want ik vind dat met bovengenoemde punten wel de gemakkelijke krenten uit de pap worden gehaald door de collega’s aan tafel. Dit kunnen wij wel regelen zonder dat iemand daar echt aanstoot aan neemt.
Wij moeten constateren dat de minister de sector heeft gevraagd om een plan van aanpak voor de verbetering van het paardenwelzijn in Nederland. Het is op zich prijzenswaardig als die sector zich een beetje organiseert en met een aantal voorstellen komt. De realiteit is echter dat een groot aantal paardenhouders niet is aangesloten bij de sectorraad en zich dus niet zal conformeren aan welke afspraak dan ook, ook niet als de minister de sectorraad vraagt om een verdere uitwerking van het plan van aanpak omdat wat nu voorligt nog te weinig concreet is. Als mensen die zich het lot van paarden aantrekken, die paarden houden en berijden en zich zorgen maken over hun welzijn, mogen wij paarden die in handen komen van mensen die niet zijn aangesloten bij de nu besproken clubs niet aan hun lot overlaten.
Mijn fractie ziet echter dat er van alles misgaat. Daarom merkte ik op dat ik wel een uur zou kunnen vullen. Wij zien varkensboeren die hun bedrijf stoppen of om andere redenen een paar stalletjes bijbouwen om wat pensionpaarden te kunnen huisvesten. Het is deze mensen in eerste instantie niet te doen om het paardenwelzijn, maar om een extra inkomen. De minister kan alle problemen die worden veroorzaakt door de ouders die bezwijken voor de druk van de vragende dochter die zo graag een pony wil niet oplossen met een voorlichtingscampagne, vanuit de veronderstelling dat iedereen wel het beste met paarden voorheeft. Wij weten uit de literatuur en van wetenschappers dat voorlichting een goed instrument kan zijn. Volgens mij is er ook een wereld te winnen bij mensen die het beste voorhebben met paarden, maar op zich nog niet over de juiste kennis beschikken. Prima, gaan wij allemaal doen. Er zijn echter ook mensen die zich nergens aan storen. Dat is geen geheim. De minister weet dat. Het zijn gewoon welbekende feiten uit de communicatiewetenschap. Iedereen die zich ooit heeft bezig gehouden met communicatie weet dat het zo werkt. Hoe lossen wij dat op?
Gedurende de afgelopen maanden heb ik verschillende werkbezoeken in de paardensector afgelegd, waarbij ik enige argwaan bespeurde over mogelijke regelgeving. Ik ben bij maneges en bij het opleidingsinstituut in Deurne geweest. Uit alle gesprekken die ik daar voerde, bleek steeds weer dat iedereen eigenlijk wel wil dat de minimale eisen voor alle paarden in Nederland gewoon worden veilig gesteld. Dat betekent dus: goede huisvesting, bewegingsvrijheid, goed voerregime en waarborgen dat niet iemand met allerlei hulpmiddelen op de rug van een tweejarig paard gaat zitten, met het gevolg dat het dier voor de rest van zijn leven ernstig verpest is. Eigenlijk wil iedereen dat het goed gaat met paarden in Nederland. Volgens mij ontkom je er dus niet aan om specifieke wetgeving, een paardenbesluit, op te stellen, waarin wat mij betreft de minister wordt uitgedaagd om al die problemen die zich thans kunnen voordoen in een paardenleven in elk geval te ondervangen.
Ik praat met manegehouders over de vraag hoe je dat nu moet doen. Volgens de algemene consensus is een paard niet gemaakt om op te rijden. Dat kan wel, maar dat moet je wel zorgvuldig doen. Die zorgvuldigheid vraagt een enorm intensieve en professionele aanpak. Wanneer kun je een veulen afspenen, wanneer kun je beginnen met trainen, hoe moet je dan trainen, wanneer kun je erop, hoe voorzichtig moet je dat doen? Als dat uiteindelijk is gelukt, als je een paard goed hebt voorbereid op een werkzaam leven als rij- of trekpaard en het dier komt in een manege terecht, hoe leer je dan vervolgens mensen die nog nooit op een paard hebben gezeten hoe zij dat voorzichtig moeten doen? De goedbedoelende maneges zitten ook met die vraag in hun maag. Zij zouden best hun klanten kunnen willen verplichten om eerst een aantal theoriecursussen te volgen en een aantal zitlessen te nemen, wellicht zonder bit te rijden, maar mensen gaan mopperen, want ze betalen niet om in een klaslokaaltje even de basiskennis tot zich te nemen, maar om op een paard te zitten. Volgens mij kan niemand moeilijk doen als dit allemaal wettelijk wordt verplicht. Die consensus heb ik ook bereikt met die manegehouders. Als je geen auto mag besturen als je het theorie-examen nog niet hebt gehaald, dan mag je ook niet op een paard zitten als je niet eerst de moeite hebt genomen om de basisvaardigheden je eigen te maken.
Voorzitter. Ik ben bang dat ik niet alles kan zeggen wat ik wilde zeggen.

De voorzitter: U gaat richting de zes minuten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar was ik al bang voor.
Kortom, ik daag de minister uit om te komen met een paardenbesluit met daarin de waarborgen, zijnde de minimale basiseisen die ervoor kunnen zorgen dat alle paarden in Nederland het goed hebben. Dat betekent dus niet alleen de paarden die het geluk hebben om terecht te komen bij mensen die weten wat zij doen of mensen die misschien nog niet weten wat zij doen, maar bereid zijn om daar wat tijd en energie in te steken, maar ook die paarden die worden aangeschaft door mensen die het "wel leuk lijkt". Met alle respect, daar kan geen voorlichtingscampagne tegenop.