Bijdrage Thieme AO Duurzaam Voedsel (eerste termijn)


20 januari 2010

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter, de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens. Voor een zinvolle discussie over de nota duurzaam voedsel, is het goed eerst te kijken naar eerdere beleidsvoornemens en wat daarvan terecht gekomen is. In 2001 vroeg het kabinet de denkgroep Wijffels om aanbevelingen over de intensieve veehouderij. De denkgroep rapporteerde op 6 juni 2001 en ik zou die rapportage hier als herhaald en ingelast willen beschouwen in mijn bijdrage. Evenals de reactie van het kabinet daarop.
Voorzitter, het is inmiddels 2010 en de herstructurering van de intensieve veehouderij lijkt nog niet erg van de grond gekomen. Daarom zou ik de minister willen vragen of ze bereid is op korte termijn een evaluatie van de aanbevelingen van de denkgroep Wijffels te organiseren, inclusief het beleid van de achtereenvolgende kabinetten in het licht van de aanbevelingen. Graag uw reactie. Ik overweeg daarover een motie in te dienen .

Voorzitter, zolang nog bijna 50% van de wereldgraanvoorraad verspild wordt in de veehouderij zijn campagnes tegen voedselverspilling natuurlijk symboolpolitiek.
In 2050 leven er negen miljard mensen en wordt voorspeld dat er 450 miljard kilo vlees gegeten wordt. De aarde biedt simpelweg niet de mogelijkheden om alle mensen te voeden met dierlijke producten, ook niet als die allemaal biologisch zijn. De vleesconsumptie moet omlaag, te beginnen in de landen die het meeste consumeren.
Vlees is het meest milieuvervuilende onderdeel van ons dieet, dat was en is het officiële standpunt van het kabinet.
Elk wetenschappelijk rapport bevestigt het: Vlees zorgt voor uitputting van eindige grondstoffen, ontbossing en vergiftiging van ons milieu. Mede door de focus op dierlijke eiwitten in het westen heerst er honger in het zuiden. En zo worden vluchtelingenstromen in onze richting tegen wil en dank uitgelokt. Vlees legt een beslag op 80% van de landbouwgronden en is verantwoordelijk voor 30% van het wereldwijde biodiversiteitsverlies. De klimaatimpact is onmiskenbaar hoog. En, voorzitter, de manier waarop we dieren behandelen om zo goedkoop mogelijk kilo’s te produceren is beschamend.

Het probleem dat op ons bord ligt, wordt te vrijblijvend opgepakt. Wageningen Universiteit concludeert dat slechts vier procent van de consumenten zich bij de aankopen laat leiden door thema’s als milieu, dierenwelzijn en rechtvaardigheid. De rest zegt: dat is een taak van de overheid. Onethisch geproduceerde en geprijsde producten horen niet in de schappen thuis, omdat ze een vorm van heling belichamen.

Voorzitter, er is geen intensieve voorlichting over het onduurzame karakter van vlees, vis en zuivel. Sterker nog, het voedingscentrum wil dat ik vooral veel vis eet. En dat terwijl de visbestanden overal ter wereld ernstig overbevist zijn en de oceanen ernstig vervuild. En kweekvis is gewoon de nieuwste tak van de vee-industrie.
Voorzitter, in 2048 zijn de zeeën bij ongewijzigd beleid leeggevist, maar ons voedingscentrum probeert vis met miljoenencampagnes op de kaart te zetten.

De minister heeft nog een schijnbeweging om de aandacht af te leiden van het feit dat we minder vlees moeten eten: insecten. Ik snap de goede bedoelingen, maar ben ervan overtuigd dat we hiermee een verkeerde weg in slaan. Het is niet nodig om dierlijk eiwit in ons voedsel te vervangen door eiwit uit insecten.
Mensen willen er niet aan, de insecten leven ook niet van de lucht, en welke nieuwe ramp halen we op de hals als we hier exotische insecten gaan kweken? Blijven we bomen ruimen in Boskoop als er weer nieuwe boktorren of tijgermuggen opduiken als gevolg van onze koopmansgeest?

De Partij voor de Dieren pleit voor een eerlijke prijs voor ons voedsel. De laatste dertig jaar zijn de voedselprijzen nauwelijks gestegen. Eten kost ons tegenwoordig nog maar een fractie van ons gezinsbudget. De kosten van de productie worden afgewenteld op de maatschappij, hier en vooral ook elders.
We moeten de werkelijke kosten van de productie van ons voedsel tot uitdrukking laten komen in de prijzen. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat consumenten meer uitgeven aan voedsel? Een vleestaks of desnoods door het hoge BTW tarief op vlees, vis en zuivel is een goed instrument voor gedragsverandering. Dat blijkt uit onderzoek,maar ook uit het verleden met bijvoorbeeld de accijnzen op loodhoudende benzine.
Ik heb van de premier de toezegging gekregen dat die mogelijkheden worden onderzocht tijdens de brede heroverwegingen. Het blijkt nu al dat de Studiecommissie Belastingstelsel er positief tegenover staat. Het verbaast me dan ook dat deze minister al bij voorbaat het verlaagde BTW tarief persé wil behouden. Graag een reactie.

Voorzitter, mijn vraag aan de minister is, waarom er geen enkele afrekenbare doelstelling voor de verduurzaming van voedsel in de voedselnota’s staat.
Er moet een afrekenbare doelstelling voor de eiwittransitie komen: bijvoorbeeld elk jaar een reductie van de dierlijke eiwitconsumptie van 10%. Dat betekent in feite een dagje zonder vlees. Verder zou de doelstelling moeten zijn dat de voedselproductie en voorziening in 2020 grotendeels regionaal (daarmee bedoel ik de driehoek Parijs, Londen, Berlijn) is geworden. Is de minister bereid te onderzoeken hoe de landbouw dan ingericht moet worden, willen we dat voor elkaar krijgen.

En voorzitter, tot slot, laten we het goede voorbeeld geven. Ik nodig de minister en mijn collega’s nogmaals uit tot het instellen van een vleesvrije dag in overheidsgebouwen, zoals het Huis waarin we ons nu bevinden. Ik schenk graag het kookboek de Dikke Vegetariër aan onze restaurants om hen inspiratie te bieden voor een heerlijke Meat Free Monday in de Kamer. Inspireren, het goede voorbeeld geven… Voorzitter, dat kan niet volstaan met symboolpolitiek over minder voedsel weggooien, maar zal werkelijke stappen moeten inhouden. De vraag is waar we nog op wachten!

Dank u wel.

de heer Polderman (SP)
Mevrouw Thieme pleit nadrukkelijk voor het duurder maken van vlees. Ik snap niet goed hoe dat automatisch leidt tot de bedoeling die zij ook nastreeft, om te komen tot de productie van duurzamer vlees. Die zaken zijn niet direct aan elkaar te koppelen. Wij vonden dat wij het roken duurder moesten maken, maar dat heeft helaas niet zozeer geleid tot het verminderen van roken. Kan mevrouw Thieme nog eens op die koppeling ingaan? Op deze manier lijkt het duurder maken van voedsel, en vlees in het bijzonder, een doel op zich. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het duurder maken van met name fout vlees heeft twee
doelstellingen. Ten eerste is er het punt van de maatschappelijke kosten, die nu op de belastingbetaler worden afgewenteld. In Nederland betalen wij onvrijwillig tussen de €100 en €120 per bewoner mee aan de maatschappelijke kosten die met de veehouderij gepaard gaan. Dat zit in de beprijzing van de producten. Verder blijkt uit onderzoek van CE Delft dat er duidelijk een verandering in het koopgedrag van mensen optreedt bij een vermindering van het prijsverschil tussen biologisch vlees en fout vlees. Als wij biologisch vlees goedkoper
maken, zou dat ten koste gaan van boeren, natuur en milieu. Door juist het foute vlees duurder te maken, is het makkelijker om over te schakelen op biologisch vlees. Verder moeten wij af van het idee dat wij elke dag vlees zouden moeten eten.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
Mevrouw Thieme komt met het idee van een vegetarisch kookboek voor de koks. Het lijkt mij dat zij dat niet nodig
hebben, want ook vandaag was de warme lunch in het restaurant op de eerste verdieping weer uitstekend: een heerlijke spaghettigroenteschotel.

De heer Polderman (SP):
Vanuit verschillende organisaties zijn ons de afgelopen dagen suggesties aangereikt om te pleiten voor meer afrekenbare doelen bij de inmiddels door velen gewenste transitie van dierlijk naar plantaardig eiwit. Ik deel in zijn algemeenheid zeker de kritiek op het ontbreken van duidelijk afrekenbare doelen voor de verduurzaming van voedsel. Ook de minister zal de oproep, waarover mijn collega zo-even al sprak, hebben gezien om een derde minder consumptie van dierlijke eiwitten op te nemen als kabinetsdoel.

Mevrouw Thieme (PvdD): Hoe denkt de heer Polderman de doelstelling van een derde minder consumptie van dierlijke eiwitten in 2020 te bewerkstelligen? De SP was tot nu toe eigenlijk niet positief over accijnzen op vlees.
De heer Polderman (SP): Dat is precies de reden waarom ik mevrouw Thieme al eerder vanmiddag interrumpeerde. Op zich ben ik er erg voor dat de nota Duurzaam voedsel wordt geconcretiseerd. De nota is vaag en daar was mijn kritiek op gericht. In die zin vind ik het heel goed om een doel te stellen. Maar met mevrouw Wiegman hoor ik graag waarop die 33% is gebaseerd, want dat percentage lijkt mij nattevingerwerk. Waarom kan het geen 25% of misschien 45% zijn? Als die 33% als doel goed onderbouwd kan worden, ben ik bereid
daarin mee te gaan. Hoe ga je dat vervolgens betalen? Op dat punt heb ik mevrouw Thieme geïnterrumpeerd en
gezegd dat je ervoor moet oppassen om het duurder maken van voedsel niet te zien als doel op zichzelf. Ik wil daar een koppeling in zien. Als vleesproductie vervuiling met zich meebrengt, ben ik ervoor dat de kosten daarvan worden doorberekend volgens het "de vervuiler betaalt"-principe. Als dat ertoe leidt dat fout vlees duurder wordt, dan is dat een consequentie die wij onder ogen moeten zien. Volgens mij moeten wij echter fout vlees niet
duurder maken, in de hoop dat dat effect heeft op de verbetering van de productie. Daar zie ik niets in.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik wil graag wat meer helderheid. Ik heb uitgelegd dat het gaat om beprijzing van dierlijke eiwitten. Daar staat de heer Polderman toch ook voor? Dan zal hij toch met mij van mening zijn dat het hoge btw-tarief kan worden toegepast?

De heer Polderman (SP):
Dan zouden wij een discussie moeten voeren over de vraag in hoeverre het mogelijk is om, afgezien van de btw, de prijs van goed vlees lager te maken en een helder onderscheid te maken in de verhouding tussen goed en fout vlees, zodat de consument weet dat fout vlees duurder is gemaakt omdat de productie daarvan vervuilender
is. De vraag is nog wel hoe je het onderscheid kunt maken, omdat er heel veel samengestelde producten zijn. Het is nog niet zo simpel. Ik ben wel bereid om met mevrouw Thieme hierover verder door te denken, maar ik ben nog niet zo ver dat ik het eens ben met de oplossing, het hoge btw-tarief te gaan berekenen. Als je dat doet, moet je rekening houden met de consequenties voor de consumenten. De heer Atsma had het daar al over. Nogmaals: ik hecht erg aan de verbinding. Wij moeten bij de achterkant beginnen en de werkelijke kosten van de productie van vlees doorrekenen. Als dat ertoe leidt dat het duurder moet worden, ga ik met mevrouw Thieme mee, maar niet andersom.

De heer Atsma (CDA):
(...) Volgens onze fractie mag bij het begrip "duurzaamheid", naast elementen als dierenwelzijn, milieu en nog een reeks andere factoren, de sociale component niet worden vergeten. Ik heb collega's horen pleiten voor het
opleggen van een vleestaks of heffing op vlees. Het bevreemdt mij dat tot nu toe niemand de suggestie heeft gedaan dat een deel van de opbrengst daarvan, afgezien van het feit of wij voor zijn, naar de individuele ondernemer zou moeten gaan. Deze ondernemers hebben de afgelopen jaren alleen maar aan het eind van de rit gezeten en hebben vaak onder kostprijs moeten leveren. Wat ons betreft is duurzaam een breed begrip waar een brede definitie bij hoort evenals de component sociaal en een fatsoenlijk inkomen voor ondernemers.

Mevrouw Thieme (PvdD): De heer Atsma toont zich in dit debat, evenals in de debatten van de afgelopen drie jaar, een fel tegenstander van een heffing op vlees. Ik heb eens bekeken wat de heer Atsma daar de afgelopen jaren allemaal over heeft gezegd. Tijdens een debat over de BSE-crisis eind 2002 heeft hij juist gepleit voor een heffing op vlees. De kosten voor de dierziektebestrijding waren zodanig hoog, dat het de maatschappij geld kostte en het was dus belangrijk dat via een vleesheffing de kosten werden beprijsd. Waarom heeft de heer Atsma nu opeens een andere mening?

De heer Atsma (CDA):
De CDA-fractie heeft geen andere mening. Ik heb bewust voor deze opening gekozen, omdat ik niemand hier iets heb horen vertellen over een sociale component in het begrip "duurzaamheid". Wanneer je spreekt over een vleestaks, zou je erover moeten nadenken of je de boer ook een fatsoenlijk inkomen gunt. Dat is de aanvliegroute geweest toen wij destijds bij de BSE-crisis spraken over de mogelijkheid om een dubbeltje meer per kilo vlees in de portemonnee van de ondernemer te krijgen, vooral omdat die ondernemer met megahoge testkosten en destructiekosten werd geconfronteerd. Ik ben blij dat de suggestie daartoe nu wordt gedaan. Als die ook wordt overgenomen, kunnen wij in de toekomst misschien zaken doen. Dat laat onverlet dat het begrip "duurzaamheid" in mijn beleving inhoudt dat de boer een fatsoenlijk inkomen krijgt.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Helemaal duidelijk is het CDA-standpunt niet. Wij hebben de ene na de andere dierziektecrisis. Wat dat betreft is er niets veranderd. Waarom pleit de heer Atsma dan niet gewoon opnieuw voor een heffing op vlees om op die manier de maatschappelijke kosten in de prijs van vlees te verdisconteren? De heer Atsma (CDA): Wij hebben recent een discussie over de verhoging van de destructietarieven gehad. De CDA-fractie heeft er grote moeite mee dat de kosten daarvan eenzijdig bij de producent worden gelegd, terwijl diezelfde producent niet eens de kostprijs van zijn bedrijfsvoering terugkrijgt via de schappen van de winkels. Dat vinden wij een schandaal. Daar zou wat meer oog voor moeten zijn. Mevrouw Thieme vindt ons aan haar zijde, als zij pleit voor een fatsoenlijker prijs voor de boeren in de zin van een hogere prijs die de boer in de portemonnee voelt. Dat is iets anders dan een ordinaire belastingverhoging waarbij het btw-tarief van 6 naar 19% gaat. Ik kom daar nog op terug.

(...)


Minister Verburg:
(...)Mevrouw Thieme vraagt om een evaluatie van het rapport van de denkgroep-Wijffels. Dat is overbodig. Wijffels is namelijk werk in uitvoering, dat zijn beslag krijgt in de nota Duurzame veehouderij met daarbij de totale uitvoeringsagenda. Het rapport van Wijffels uit 2001 en de nota Duurzame veehouderij sluiten niet een-op-een op elkaar aan, omdat in de tussenliggende periode al een aantal zaken is gerealiseerd. Wij willen in de nota Duurzame veehouderij de kringlopen sluiten, en wel precies in de driehoek Berlijn-Parijs-Londen die mevrouw Thieme zelf noemde. Dat gaan wij de komende tijd ook doen. Wij hebben de tijd tot 2023 voor integraal duurzame stallen, mestinnovaties, tussensegmenten enz.

(...) Veel sprekers hebben gevraagd naar fiscale instrumenten en naar iets als de vleestaks. Mevrouw Thieme heeft gerecht gezegd dat dit punt wordt meegenomen in de heroverwegingen, waarbij ook andere zaken op het gebied van de fiscaliteit worden meegenomen. Ik wil daar nu niet op vooruitlopen. Het lijkt mij goed om af te wachten en op basis van de uitkomsten van de heroverwegingen op dit onderwerp door te gaan.

(...) Een andere doelstelling is 20% minder voedselverspilling. Als wij het resultaat daarvan uitrekenen, zou dat zelfs meer opleveren dan een dag geen vlees eten. Ik heb wel enig gevoel bij de vraag waarop men mij mag afrekenen. Mevrouw Wiegman, de heer Polderman en mevrouw Thieme stelden deze vraag. Ik beluisterde iets dergelijks ook bij de heer Vendrik, hoewel hij het liefst al aangaf wat ik ervoor zou moeten doen om vervolgens daarop te worden afgerekend. Ik denk niet dat ik helemaal aan zijn wensenlijstje kan voldoen. Wel kan ik toezeggen dat ik volgend voorjaar de Kamer een rapportage zal toesturen van de resultaten van de huidige convenanten en activiteiten, waarbij ik een doorkijkje zal geven van de verdere doelstelling en de ontwikkelingen. Ik zal dat zo concreet en meetbaar mogelijk doen. Men moet het mij maar vergeven dat ik bij de mondiale
ontwikkelingen niet alles met een procentje kan knippen, maar ik begrijp de vraag. Ik heb
zelf ook de behoefte om daaraan te voldoen. Wij gaan onze uiterste best doen om ervoor te
zorgen dat die rapportage er volgend voorjaar ligt.

(...)

De voorzitter:
Wij hebben allemaal nog andere verplichtingen. Zelf moet ik snel weg
wegens een radioprogramma. De tweede termijn zal dan ook heel kort moeten zijn. Ik stel
voor een minuut per persoon.
Het woord is aan mevrouw Thieme voor een punt van orde.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Voordat ik aan mijn minuut spreektijd begin, wil ik opmerken dat
wij geen gelegenheid hebben om over dit belangrijke onderwerp in debat te gaan met de
minister, want ik kan in een minuut geen debat met de minister voeren. Ik heb er dus grote
bezwaren tegen om nu snel een korte tweede termijn te houden en stel voor om dit overleg
op een ander tijdstip nader te vervolgen, zodat wij als Kamer een goede tweede termijn
kunnen hebben.