Bijdrage Thieme AO Voed­s­el­fraude


14 maart 2013

Voorzitter. De voedselschandalen spelen al zeker 25 jaar. Zij laten de structurele problemen in de voedsel- en vleesindustrie zien. Deze zijn gekoppeld aan de drang om zo goedkoop mogelijk te produceren. Het is nodig dat dit hier wordt aangekaart. Louise Fresco zegt dit ook. Ik citeer: "De marges in de vleesindustrie zijn dermate klein dat er voortdurend gezocht wordt naar de laagste prijs. Dat leidt tot opportunistisch gedrag. Handelaren zoeken op internet naar de goedkoopste aanbieding, vaak zonder de leverancier te kennen, die zij de volgende dag even gemakkelijk inruilen voor een ander, 1.000 kilometer verderop." De NVWA zegt te werken op basis van vertrouwen in de sector en noemt dat het nieuwe werken. Kan de staatssecretaris uitleggen waarop dit vertrouwen is gebaseerd? Het ontbreekt de voedingsindustrie aan kritisch vermogen, zo blijkt keer op keer uit evaluatierapporten. De industrie is de afgelopen jaren door het ministerie steevast gefaciliteerd om te komen tot zelfregulering en zelfcontrole, maar zonder resultaat. De op te richten Taskforce Consumentenvertrouwen, gefaciliteerd door deze staatssecretaris, past mooi in deze traditie. De taskforce heeft er alle schijn van, het zoveelste middel te zijn om het imago van de sector te herstellen met steun van de overheid. Is de staatssecretaris een procesmanager met een heilig geloof in zelfregulering ten aanzien van het waarborgen van voedselkwaliteit en -veiligheid of is zij meer dan dat?
Wat de NVWA het nieuwe werken noemt, is niet nieuw. Al jaren lang wordt er ingezet op zelfregulering. Wanneer zich problemen voordeden, beloofde de sector steeds om deze op te lossen en met verbeteringen te komen. In 1996 zei de toenmalige staatssecretaris voor Volksgezondheid, mevrouw Terpstra, dat zij met een verbod op de met salmonella besmette kip zou komen als de sector niet snel zou omschakelen. De sector beloofde toen, binnen vijf jaar met een salmonellavrije kip te komen. Mevrouw Terpstra zei toen: dat duurt mij veel te lang, dit moet binnen tweeënhalf jaar gebeuren, want anders kom ik met een verbod. Tot op de dag van vandaag is de kip echter besmet met salmonella. Sterker, praktisch alle kip is besmet met de ESBL-bacterie. De sector zou het aanpakken, maar er kwam niets van terecht, en van het potentiële verbod van Terpstra al evenmin. Wordt staatssecretaris Dijksma de nieuwe Terpstra of niet? Ook in de diertransportsector zien wij falende zelfregulering. Sinds 2008 is de sector bezig met het opzetten van een eigen kwaliteitssysteem voor transport van levende dieren, omdat de toenmalige minister een einde wilde maken aan de misstanden, maar nog geen rol voor zichzelf zag weggelegd. In de afgelopen jaren heeft het kabinet telkens beloofd dat het zou ingrijpen als zelfregulering niet zou werken. Dat het niet werkt, blijkt uit alle audits van de kwaliteitssystemen die wij voorbij hebben zien komen. De laatste audits geven hetzelfde beeld. In 2011 heeft de Kamer dan ook gezegd dat zij wil dat de overheid de controle weer volledig in eigen hand neemt. Bleker gaf toen aan: wij geven liever eerst nog even de kans aan de sector om zich te verbeteren. Hij deed dus niets. Wordt deze staatssecretaris de nieuwe Bleker, of gaan wij iets anders doen?
Op deze manier komen wij niet tot een keten waarin eerlijkheid en transparantie vooropstaan. Wij moeten af van de drang om zo goedkoop mogelijk te produceren, en de kiloknaller moet verleden tijd zijn. Ik citeer graag Piet Vantemsche, voorzitter van de Boerenbond en auteur van verschillende rapporten over het functioneren van de NVWA, die gisteren heeft laten weten dat wij minder vlees moeten eten en dat wij een eerlijke prijs moeten betalen. Dat is volgens hem de enige oplossing. De staatssecretaris zegt dat de productieketen korter moet zijn. Die mening deelt mijn fractie. Maar ook de handhaving moet uitgebreider en intensiever worden. Boetes moeten hoger worden en de handhavingskosten moeten worden doorberekend aan de sector zelf. Alleen dan zal de sector een prikkel krijgen om zorgvuldig te handelen, transparantie te betrachten en betrouwbare, langdurige contracten aan te gaan. De productieketen zal daarmee korter worden. Deelt de staatssecretaris die mening en zo ja, hoe gaat zij de handhavingskosten doorberekenen aan de sector? Komt zij met hogere boetes? Welke ideeën heeft zij zelf en is zij bereid het initiatief te nemen? Of blijft zij facilitator en procesmanager?
De staatssecretaris wil op Europees niveau een versnelde herkomstetikettering voor voedsel. Als voorbeeld noemt zij de etikettering van halalvlees. De staatssecretaris zegt dat zij de ontwikkelingen in Europa afwacht. Mijn fractie juicht dit allerminst toe. Het is tijd om zelf initiatief te nemen en niet te verwijzen naar een level playing field, want dat is niets anders dan een economisch belang. Dat prevaleert dan kennelijk boven voedselveiligheid, voedselzekerheid en voedselbetrouwbaarheid.

Interrupties bij andere partijen:

Mevrouw Lodders (VVD): Voorzitter. Afgelopen week is ons voedsel veelvuldig negatief in de aandacht geweest, en dat is niet goed. Het is niet goed voor de consument, maar ook niet voor de producent. (...) De VVD vindt het ontoelaatbaar
dat consumenten doelbewust worden misleid. Deze praktijken moeten dan ook keihard worden aangepakt. (...)

Mevrouw Thieme (PvdD): Stoere taal van mevrouw Lodders van de VVD dat er keihard moet worden opgetreden, maar hoe kan dat als de NVWA dankzij de VVD volledig is uitgekleed en nauwelijks meer een echte handhavende instantie is? Er zijn geen hoge boetes en er komt nauwelijks enige zaak voor de rechter.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik heb aangegeven dat ik op drie punten zal ingaan. Mijn tweede punt is de NVWA. Met uw goedvinden, mijnheer de voorzitter, zou ik mijn betoog verder willen afronden en ingaan op de NVWA, de capaciteit en met name de prioriteit.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het lijkt mij heel duidelijk dat mevrouw Lodders nu al kan aangeven waarom zij wel instemt met de dramatische bezuiniging op de NVWA en tegelijkertijd zegt dat er keihard moet worden opgetreden.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik zal er een voorschotje op nemen. Er is een stevige bezuinigingsopgave voor de NVWA. Zoals mevrouw Thieme weet, hebben wij bij de behandeling van de begroting voor het ministerie van VWS voor 2013 de bezuiniging teruggedraaid, samen met de PvdA-fractie. Verderop in mijn betoog kom ik terug op de prioritering.

(...)

Mevrouw Dikkers (PvdA): Voorzitter. Ook de Partij van de Arbeid is geschrokken van alle incidenten rond voedsel; paardenvlees in gehaktballetjes, eieren van kippen die niet bleken te scharrelen en aflatoxine in het veevoer. Het vertrouwen van de consument in het voedsel heeft een dreun gekregen en alle sectoren, met name de verwerkende industrie, de tussenhandel en de retail, mogen zich aangesproken voelen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik heb een vraag specifiek over het paardenvleesschandaal. Behalve dat mensen worden misleid, is het ook zo dat is vastgesteld dat paardenvlees niet gegarandeerd veilig is, omdat we simpelweg niet weten waar het paardenvlees vandaan komt. Er is geen sluitend paardenpaspoortsysteem. In Roemenië worden zelfs helemaal geen paardenpaspoorten gebruikt. Vindt u niet dat de staatssecretaris, juist omdat er geen garantie kan worden gegeven of het paardenvlees wel veilig is, een waarschuwing moet geven aan mensen en moet stoppen met het toestaan van paardenvlees, zolang niet de garantie kan worden gegeven dat het paardenvlees veilig is?

Mevrouw Dikkers (PvdA): Vlees mag natuurlijk alleen op de markt komen als het veilig is. Als het veilig paardenvlees is, mogen mensen wat mij betreft prima veilig paardenvlees eten. Ik heb geen principieel bezwaar tegen het eten van een paard, maar het moet wel veilig zijn; het moet wel kloppen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het maakt mij ook niet uit of iemand nu een varken of een paard eet -- mij lijkt dat geen van beide het beste is -- maar daar gaat het niet om. Het gaat erom, dat de veiligheid van het paardenvlees niet kan worden gegarandeerd. Dat is een feit. Als die veiligheid niet kan worden gegarandeerd, zou de staatssecretaris niet moeten toestaan dat er gehandeld wordt in paardenvlees. Los van de persoonlijke keuze van de mens om een paard te eten, dan wel een varken of een kip, dit vlees is gegarandeerd niet veilig. Daar moet dus een antwoord op komen vanuit de overheid.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Wij willen alleen vlees op de markt dat veilig is. Als het niet veilig is, mag het wat ons betreft niet worden verkocht. Dat geldt voor de wolhandkrab, voor paardenvlees en voor alles.

(...)

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Voorzitter. Vandaag spreken wij over een nieuw thema, dat de gemoederen aardig bezighoudt, te weten voedselfraude. Er is paarden-DNA in rundvlees aangetroffen en er is gerommeld met eieren die niet biologisch bleken te zijn. Er is dus duidelijk sprake van fraude en misleiding van consumenten. Daarnaast werden wij opgeschrikt door incidenten waarbij sprake is van vervuiling van diervoeder en voedsel: aflatoxine in diervoeder en jodium in melk. Al met al hebben deze meldingen heel wat reuring veroorzaakt en maken mensen zich terecht zorgen over de veiligheid en de inhoud van de voedselproducten die zij kopen. Het moge duidelijk zijn dat wij hiermee niet lichtzinnig moeten omgaan. (...) De fraudemogelijkheden moeten drastisch worden ingeperkt. Ik noem het voorbeeld dat onlangs in EenVandaag te zien was. Nu kunnen dierenarts en paardenhouder eenvoudig frauderen met een paardenpaspoort. Er zou bij de slachter een belletje moeten rinkelen als het paspoort van een paard op leeftijd helemaal leeg is. Is het niet veel slimmer om elk paard voor de slacht te testen op het gebruik van diergeneesmiddelen? De ChristenUnie pleit voor zwaardere sancties voor voedselfraudeurs.

(...)

Mevrouw Thieme (PvdD): Inderdaad heeft EenVandaag schokkende informatie gegeven over de paardenvleesindustrie. Ik probeerde dat zojuist ook al duidelijk te maken aan mevrouw Dikkers. Het gaat niet alleen om fraude, het is ook zo dat wij simpelweg niet de veiligheid kunnen garanderen. Iedere paardenhouder kan gewoon een poedertje in het voer doen met fenylbutazon, wat gevaarlijk is voor mensen. Zolang daarop niet wordt gecontroleerd en zolang wij daarvoor niet een veilig systeem hebben bedacht, zouden wij toch niet moeten toestaan dat er paardenvlees wordt verkocht?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): De ChristenUnie wil heel graag dat het vlees dat verkocht wordt, veilig kan worden geconsumeerd. Wij moeten ervoor zorgen dat dit op orde is. Daarom heb ik voorgesteld om te bezien hoe je het huidige paspoortensysteem kunt verbeteren. Daarnaast moeten wij ook bezien of wij het vlees dat wordt aangeboden, kunnen testen. Per paard wordt dan nadrukkelijk getest of er sprake is van fraude. Dat zijn mijn voorstellen om te voorkomen dat er vlees in omloop komt dat niet veilig is.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het meeste paardenvlees komt uit landen als Roemenië en nog verder weg. Als mevrouw Dik voorstelt om dat allemaal te gaan testen, brengt dat enorme kosten met zich, namelijk wel meer dan 1.000 euro per test. Het kost heel veel geld om de voedselveiligheid te garanderen. Dat zie ik niet zo snel gebeuren, tenzij de staatssecretaris de toezegging doet dat zij dit gaat doen. Anders zouden wij toch echt een standstill moeten hebben, zodat wij de zaak eerst op orde kunnen krijgen, voordat wij mensen in gevaar brengen met het eten van paardenvlees.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Laten wij op dit punt de reactie van de staatssecretaris afwachten. Als de Partij voor de Dieren op dit punt met voorstellen komt, zal ik daarnaar kijken.

(...)

De heer Graus (PVV): Voorzitter. (...) Wij vragen om een oplossing van het tekort aan goed opgeleide NVWA'ers: betere scholing, betere informatievoorziening, werkvoorbereiding, terugkoppeling en nazorg. Wij vragen om zowel kwalitatieve als kwantitatieve opbouw van het aantal controles door NVWA'ers, geïntensiveerde opsporing en vervolging, betere samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven en meer onaangekondigde controles door meerdere handhavers of controleurs, om het waarschuwingssysteem en de kans op intimidatie en bedreiging te verkleinen. Wij hebben continu om meer handen gevraagd. Ieder jaar heb ik erom gevraagd en nu is het dan zover. (...) Verder noem ik de kwalitatieve en kwantitieve toename van het aantal NVWA'ers. Ik wil geen bezuinigingen en vind dat de bezuinigingen moeten worden teruggedraaid. De directeur van de NVWA die pas is aangesteld, die beste man, kan zo niet werken.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik hoor de heer Graus zeggen dat hij wil dat de bezuinigingen op de NVWA worden teruggedraaid. Klopt dat? Heb ik dat goed gehoord? Hoe moet ik dat nu zien? Is dat een soort spijt? Tijdens het kabinet-Rutte I, dat door zijn partij werd gedoogd, zijn nu juist de dramatische bezuinigingen op de NVWA ingezet.

De heer Graus (PVV): Dat klopt, maar dat komt omdat wij tegelijkertijd die 500 mensen van de dierenpolitie hadden verwacht, die ons toen door de VVD zijn toegezegd, wat er ook zou gebeuren. Dat weet u als geen ander en daar heb ik u zojuist voor bedankt. De VVD was tot die tijd altijd een heel betrouwbare partner. Dat blijf ik zeggen en dat blijf ik van de heer Opstelten vinden. Dat zijn mensen die strafrechtelijk beter kunnen optreden. Zij zijn bewapend en hebben niet alleen bestuursrechtelijke, maar ook strafrechtelijke bevoegdheden. Zij zijn veel weerbaarder en veel herkenbaarder als zodanig. Hen wilden wij gaan inzetten bij de ondersteuning van de controlerende diensten. Dat bleek uit de interruptie met de heer Klaver. Daarom hebben wij dit toegestaan. Wij konden toen niet weten dat de dierenpolitie zou worden teruggedraaid.

Mevrouw Thieme (PvdD): Nu hoor ik toch een beetje een tegenstrijdigheid, want zojuist in een interruptiedebatje met de heer Klaver zei u, om te verdedigen dat er een dierenpolitie kwam, dat het om een extra dienst ging, ter ondersteuning van de NVWA. Tegelijkertijd werd er al dramatisch bezuinigd op de NVWA. Als u meent wat u zojuist zei tegen de heer Klaver, had u inderdaad de dierenpolitie gesteund, maar was u zeker niet akkoord gegaan met de bezuiniging op de NVWA. Dat doet u nu gelukkig ook niet, maar het is toch duidelijk een andere koers die de PVV nu vaart.

De heer Graus (PVV): Nee, absoluut niet. Tussen 2006 en het moment dat de dierenpolitie er kwam, heb ik altijd gevraagd om meer LID'ers, meer NVWA'ers en meer ID'ers. Toen de dierenpolitie kwam, was ik daar nog blijer mee, want die heb ik liever dan boa's. Ik heb liever algemene opsporingsambtenaren dan buitengewone opsporingsambtenaren. Wij zaten toen wel met de dekking, want je moet een en ander natuurlijk wel kunnen verantwoorden. Toen was ik opeens niet meer voor de verhoging van het aantal LID'ers, AID'ers of VWA'ers. Van de artsen zijn wij altijd een groot voorstander geweest. Dat is nooit veranderd.

Beantwoording door het kabinet:

Minister Schippers: Voorzitter. Ik zal beginnen met een inleiding en daarna proberen per lid de vragen van de Kamer te beantwoorden. (...) Het etiket is een belangrijk onderwerp. Veel leden hebben daarover gesproken. Het is
evident dat het etiket juist moet zijn. Een consument moet ervan uit kunnen gaan dat de informatie daarop klopt. Daar gaan wij allemaal van uit. Dat moet ook, want wij weten dat wij een toenemend aantal voedselallergieën hebben en dat er mensen zijn die uit religieuze overwegingen juist wel of geen rund en juist wel of geen varken willen eten. Wij moeten dus een helder etiket hebben, maar op dat etiket moet ook relevante informatie staan. Niet meer dan dat, want anders zien wij op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer. Ik heb in mijn familie ook mensen met een voedselallergie. Als je het etiket dan moet lezen, moet je er zo langzamerhand een vergrootglas bij nemen om het allemaal te kunnen lezen. Wij moeten dus eerlijke informatie hebben. Over de etikettering wordt momenteel in Europees verband gesproken. Wij zijn er nog niet van overtuigd dat een herkomstetiket toegevoegde waarde heeft, omdat wij al een systeem hebben van tracering. Je moet binnen vier uur, vooruit en achteruit, informatie over je product kunnen geven. Wij willen dat onderzoek dus graag afwachten. Wij zullen wel wat tempo vragen, want de Brusselse molens kunnen nog weleens een beetje langzaam malen. Ik vraag binnen Europa om versnelling van de haalbaarheidsstudie die in Brussel loopt. (...)

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik heb een vraag over de herkomstetikettering. Nederland gaat wachten op Europa -- dat lezen wij ook in de brief -- want er moet sprake zijn van een level playing field. Het gaat dus om het bedrijfsbelang. Dat heeft niets te maken met consumentenvertrouwen. Nee, het bedrijfsbelang prevaleert kennelijk, want wij moeten wachten op Europa. Dat is heel vreemd. Ik wil graag weten waarom Nederland dit zo doet, want bijvoorbeeld in Frankrijk wordt er al gewerkt aan een etiket waarop staat hoeveel de boer heeft gekregen voor het product dat in de schappen ligt. Frankrijk wacht dus niet op Europa. Waarom doet Nederland dat wel?

Minister Schippers: Ik ben ten eerste nog helemaal niet overtuigd van de relevantie van het noteren van de herkomst op etikettering, omdat wij veel meer belang hechten aan tracering. Die moet goed geregeld worden. Er is net al aangegeven dat je bij veel producten zo'n beetje een bijsluiter zou moeten doen, omdat producten nu eenmaal uit de hele wereld komen. Dat kunnen wij goed of slecht vinden, maar dan moet je maatregelen nemen om dat aan te passen. Ik zeg niet dat wij per definitie tegen zijn, maar als we dit op het etiket neerzetten, zie je misschien door de bomen het bos niet meer. Ik wil graag het onderzoek afwachten, want misschien staan daar wel argumenten in waarvan ik zeg: daar ben ik wel door overtuigd. Ik ben er dus niet per definitie een voorstander van. Daarom wil ik dat onderzoek afwachten.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het is bijzonder dat de minister zegt dat zij niet overtuigd is van de toegevoegde waarde van herkomstetikettering maar dat zij zich er wel sterk voor gaat maken in Europa. Dat lijkt mij tegenstrijdig aan elkaar. Iemand die er niet in gelooft maar er wel voor moet strijden in Europa, geeft weinig vertrouwen. De Kamer heeft bij meerderheid aangegeven dat zij dit wel wil en dat dit ook in Nederland moet gaan beginnen. De minister heeft dus een opdracht van de Kamer om daar meer stappen in te zetten. Waarom doet zij dat niet?

Minister Schippers: Ik heb niet gezegd dat ik mij er sterk voor ga maken. Ik heb gezegd dat er mede op aanvraag van Nederland onderzoek aan de gang is in Brussel over de etikettering, over de vraag wat relevant is om op de etiketten te zetten en wat een toegevoegde waarde heeft. Ik vind het van belang om zo'n onderzoek dan ook even af te wachten. Ik vind alleen dat er een beetje tempo achter gezet mag worden, zodat wij daarop niet te lang hoeven wachten. Ik vind het echter tamelijk onzinnig om een onderzoek te starten en dan toch de conclusies al door te voeren. Ik wil het onderzoek graag afwachten. Ik vraag om tempo in Europa. Op basis van het onderzoek kunnen wij dan bekijken wat eruit komt en welke conclusies wij moeten trekken.

(...)

Minister Schippers: Ik kom op salmonella. De sector zou binnen vijf jaar met een oplossing voor kip komen. Sinds de jaren tachtig is er inderdaad een aanpak voor salmonella. De regelgeving in de Europese Unie is er sinds 2003. De aanpak wordt door productschappen gedaan, ook het waarschuwingsetiket. Het Voedingscentrum besteedt er ook heel veel aandacht aan. Ondertussen is het aantal ziektegevallen gedaald van 10.000 naar 2.000. Ik kom met een brief naar de Kamer. Die volgt heel snel. Ik schat in dat die volgende week of de week daarop komt, binnen veertien dagen dus.

Mevrouw Thieme (PvdD): Wat komt er in de brief te staan?

Minister Schippers: Dat zal ik schrijven in de brief. Als ik hem hier ga voorlezen, heeft het weinig zin om hem nog te versturen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik wil alleen even weten of het over de activiteiten van de overheid gaat om salmonellavrije kip te garanderen.

Minister Schippers: Ik vind het belangrijk om zeker bij dit soort zaken waarin er wel wat speelt ten aanzien van de voedselveiligheid, een brief over de stand van zaken te sturen. De brief gaat in op de vragen: waar staan we en wat is er nodig of niet?

Staatssecretaris Dijksma: Mevrouw Thieme heeft gezegd dat het kwaliteitssysteem voor het transport van levende dieren niet werkt. Daarover hebben wij al eerder met elkaar gesproken. Mevrouw Thieme weet dat ik daarop heel kritisch ben. Daarover zijn wij het dus eens. Ik ben in gesprek gegaan met de mensen van QLL. Dat had ik ook beloofd. Ik zal de Kamer binnenkort informeren over de uitkomst daarvan.

(...)

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik wil de complimenten geven aan de staatssecretaris. Ik heb echt het gevoel dat zij anders wil opereren dan haar voorgangers en dat er een andere wind waait op het ministerie. Daarover ben ik erg hoopvol. Ik kan niet anders zeggen dan dat het heel fijn is dat dit gebeurt. Ik hoor de staatssecretaris echter zeggen dat we teruggaan naar een wat vereenvoudigd kwaliteitssysteem, zodat wij niet meer een wirwar aan verschillende kwaliteitssystemen hebben. Tot nu toe had de overheid toezicht op controle als taak en dacht de overheid: wij laten het over aan de sector en kijken toe of dat wel goed gaat. De vraag is nu of wij naar een actieve rol van de overheid gaan, waardoor de controle weer primair in de handen van de NVWA ligt.

Staatssecretaris Dijksma: Ik wil voorstellen om dat beide te doen. Ja, de NVWA moet een actieve rol hebben en houden, want anders werkt het systeem niet. Als je het echter allemaal alleen bij de NVWA laat en niet ook oproept en eist, zo zou ik haast willen zeggen, dat bedrijven in de keten hun verantwoordelijkheid nemen, wordt de druk op de NVWA gigantisch. Daar probeer ik een pleidooi voor te houden. Ik geef een voorbeeld. Stel dat er bijvoorbeeld partijen vlees worden aangeboden voor een belachelijk bedrag, waarvan je eigenlijk al op voorhand kunt zeggen: voor dit bedrag kan dat nooit rundvlees zijn. Dan moet je als producent niet denken: wat heb ik nu een mazzel. Dan moet je alarm slaan. Die mentaliteit moeten wij zien om te laten slaan, want het kan niet zo zijn dat iedereen achteroverleunt en denkt dat zij het aan de anderen over kunnen laten en dat zij tegen de lamp lopen als ze pech hebben. Een van de leden zei het ook: het is echt in het belang van de sector dat ook de sector hier acteert.

(...)

Mevrouw Thieme vroeg of het handelen van de NVWA alleen of te veel is gebaseerd op vertrouwen in de sector. Natuurlijk is ook het bedrijfsleven verantwoordelijk voor een goede naleving. Laten wij een keer vaststellen dat er heel veel bedrijven zijn die dit doen. Ik moet dat zeggen. Mevrouw Thieme heeft een andere rol. Mijn rol is om dat hier te zeggen. Er zijn heel veel bedrijven die het hartstikke goed doen. Tegelijkertijd zijn er ook een paar rotte appels. Daar moeten wij heel hard bovenop zitten. Dat is precies waar de NVWA haar meeste energie aan kwijt moet zijn.

De heer Van Gerven vroeg hoe het precies zit met de controles. Zit Nederland niet in de oranje zone? Hij verwees daarbij naar het onafhankelijke Bureau Risicobeoordeling & onderzoeksprogrammering (BuRO). Recherchetaken passen niet bij dit bureau, maar de NVWA heeft zelf wel een inlichtingen- en opsporingsdienst voor strafrechtelijk optreden. Die beschikt over 110 fte. Dat zijn dus niet 110 mensen. Zo zit dat op dit moment. Er bestaat overigens al sinds jaren een telefonische meldlijn voor consumenten, zo zeg ik tegen de heer Van Gerven. Iedereen die een melding doet, kan dat aan de NVWA doorgeven. Dat gebeurt ook. De NVWA wordt heel regelmatig gebeld.

Mevrouw Thieme (PvdD): Uiteraard zijn er ook heel veel bonafide mensen in de voedingsindustrie, maar ik wil toch nog even de zekerheid hebben van de staatssecretaris dat zij met alle verschenen rapporten over de voedingsmiddelenindustrie erkent dat er echt sprake is van een structureel probleem in de sector. We hebben te maken met een mentaliteit van te weinig zelfkritiek. Er is echt te veel zelfregulering, waardoor de overheid geen vat meer heeft op wat er geproduceerd wordt en hoe het wordt geproduceerd. Ik hoop dat de staatssecretaris het met mij eens is dat wij dat structurele probleem moeten aanpakken en dat het niet simpelweg gaat om wat incidentjes.

Staatssecretaris Dijksma: Als mevrouw Thieme het goed vindt, kies ik wel mijn eigenwoorden. Ik zei tegen de heer Geurts dat wij niet alleen naar één partij in de keten moeten wijzen. Ik spreek elk onderdeel van de keten aan. Wij stellen vast dat het vertrouwen, hoewel er een opeenvolging van incidenten is, daarmee onnodig onder druk komt te staan. Daarmee probeer ik in ieder geval hard het signaal af te geven: beste mensen, let op uw zaak! Ja, wij zullen zelf ook onze verantwoordelijkheid moeten nemen met onze dienst en onze regelgeving. Dat laten wij niet aan anderen over. Daar is mevrouw Thieme immers bang voor, maar dat zullen wij niet doen.

(...)

Er is mij gevraagd naar de fraude met de paardenpaspoorten. Voedselveiligheid staat hierbij centraal. De informatie in het paspoort moet je gebruiken om te kunnen checken of het vlees resten van diergeneesmiddelen kan bevatten. In 2012 is de controle op paarden en paardenpaspoorten al aangescherpt. Overtredingen worden via het OM aangepakt. Wij registreren nu niet alleen in het paspoort gegevens over medicijngebruik -- als dit vervalst wordt, heb je daar immers niets aan -- maar ook in het centrale register. Dan kan er aan de hand van een zogenaamde transpondercode worden opgevraagd wat er speelt.

Mevrouw Thieme (PvdD): Zelfs als er een sluitend paardenpaspoortensysteem is, dan nog is de veiligheid niet te garanderen, omdat het meeste paardenvlees uit Roemenië komt. Daar zijn helemaal geen paardenpaspoorten. Moet de staatssecretaris nu niet zeggen dat wij hier een stop op zetten, omdat wij de veiligheid van al het paardenvlees niet kunnen garanderen?

Staatssecretaris Dijksma: Dat is een heldere vraag. Mijn antwoord is om dat niet zo te doen, want paardenvlees wordt wel gekeurd. Wij hebben natuurlijk meerdere vormen van controle, ook in de keten.

De toezeggingen van de staatssecretaris zijn als volgt:
De staatssecretaris zal de voorstellen die in Europees verband gedaan worden betreffende de openbaarmaking van fraude naar de Kamer sturen;
De Kamer wordt binnenkort geïnformeerd over de resultaten van de gesprekken met QLL over het kwaliteitssysteem voor diertransport.
De staatssecretaris zal de Kamer voor de zomer van 2013 een brief sturen over de voortgang van de taskforce, waarin thema's als ketenverkorting, naming and shaming en streekproducten aan de orde komen.
De staatssecretaris zal samen met de minister van VWS voor het te plannen VAO een brief naar de Kamer sturen over boetes, onder meer in relatie tot de Wet dieren;
De Kamer zal een brief ontvangen over de prioritering van de NVWA, inclusief het retributiestelsel.
Indien het in Europees verband niet lukt om de motie betreffende etikettering van halalvlees uit te voeren, wordt de Kamer hierover geïnformeerd.
In april ontvangt de Kamer een brief over de manier waarop de verantwoordelijkheid van de productschappen wordt opgevangen.