Bijdrage Thieme begroting EZ 2015 onderdeel Landbouw en Natuur


28 oktober 2014

Klik hier voor het bekijken van het debat.

Voorzitter,

Vorige maand verzocht ik de staatssecretaris via een motie om zich sterk te maken voor een Europees importverbod op angorawol. De staatssecretaris ontraadde de motie ondermeer omdat zij verwachtte dat ik de volgende dag al aan haar zou vragen of ze de motie al had uitgevoerd. De motie is aangenomen, ik heb nog niet gebeld. Ik wil de staatssecretaris graag de ruimte geven om dierenwelzijn, een onderwerp dat ons beiden aan het hart gaat, op een goede manier te regelen. Zeker in een tijd waarin het antwoord op de vraag wat we ons wel en niet kunnen veroorloven vooral wordt uitgedrukt, heden ten dage, in termen van geld. Zowel de staatssecretaris als ik weten dat dieren de prijs voor deze misvatting moeten betalen, veelal met hun leven.

Tijden van crisis vragen om leiderschap, om lef en om moed. Kwetsbare waarden zoals dierenwelzijn, natuur en milieu dienen beschermd te worden tegen de markt, tegen achteloosheid en onverschilligheid. Als we dat niet doen komen de negatieve gevolgen niet alleen voor dieren, natuur en milieu maar ook voor onszelf als een boemerang terug.

We hebben het hier over een vrije kwestie in het regeerakkoord, met een potentiele Kamermeerderheid om eindelijk stappen te zetten voor een samenleving die “volhoudbaar” is in termen van volksgezondheid, dierenwelzijn, een gezonde natuur en een gezonde leefomgeving. Unilever topman Paul Polman zei daar vorige week over dat we geen tijd meer hebben om pessimistisch te zijn, maar dat we nu vol aan de bak zullen moeten om te redden wat er te redden valt.

Voorzitter, ik wil de staatssecretaris in dat kader graag uitdagen om de zo noodzakelijke regierol in te nemen om de grote uitdagingen aan te gaan die de landbouw kent: de wereld voeden, de aarde leefbaar houden en respectvol omgaan met dieren.

Ik vraag de staatssecretaris zich bij de hervorming van de veehouderij niet te laten belemmeren door korte termijn economische belangen en door de gedachte dat tussen droom en daad wetten in de weg zouden staan en praktische bezwaren, zoals de meest geciteerde dichtregel van Willem Elsschot luidt.

Voorzitter, als we de recente rapporten van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het Planbureau voor de Leefomgeving, de Onderzoeksraad voor Veiligheid, het Platform Landbouw, Innovatie & Samenleving en tal van andere adviesorganen en van bijvoorbeeld de Verenigde Naties mogen geloven, is het vijf voor twaalf op het gebied van klimaat, voedsel, dierenwelzijn, volksgezondheid, mineralenkringlopen, ontbossing, de toestand van onze oceanen en de biodiversiteit. En daar gaat deze staatssecretaris over, samen met haar collega's in andere landen. Alle genoemde rapporten vragen om een actieve overheid die lef toont. Het Planbureau voor de Leefomgeving spreekt over: ”Een overheid die durft te experimenteren, keuzes van burgers en bedrijven beïnvloedt door te verleiden en te stimuleren. Een overheid die ongewenste neveneffecten corrigeert en zich durft uit te spreken welke praktijken of technieken, vanwege hun negatieve gevolgen voor de samenleving, niet langer passen”, einde citaat.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid adviseert “een overheid die lastige afwegingen durft te maken, met name rond de noodzakelijke afname van vlees- en zuivelproductie en –consumptie.”

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid heeft met nadruk gesteld dat de staatssecretaris in actie moet komen omdat (ik citeer) “de vleessector op dit moment niet geschikt is voor verregaande private regulering en systeemtoezicht”.

In het eindrapport van Olivier de Schutter, VN-mensenrechtenrapporteur voor het recht op voedsel, staat dat er een einde moet komen aan de bio-industrie. Omdat alleen dan (ik citeer) “het uitroeien van honger en ondervoeding een haalbaar doel wordt. Het bereiken ervan vereist echter dat we afstappen van het business as usual” zo zegt de Schutter.

Voorzitter, afstappen van business as usual. En lef, moed en een regierol voor de overheid.

Wij kennen de staatssecretaris als een bevlogen idealist. Ze liet in het verleden als kamerlid geen mogelijkheid onbenut om onrecht te bestrijden en bewindslieden aan te spreken op inconsequenties en onjuistheden. Ze liet geen mogelijkheid onbenut het kabinet te wijzen op wetenschappelijke rapporten en de adviezen die hieruit voort vloeiden.

Tijdens een mondeling vragenuur kwam zij op voor kwetsbare, oudere voetgangers in het verkeer en vroeg zij de minister van I&M adviezen van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid over te nemen.

Maar ook tijdens een debat over asielaanvragen herinnerde het kamerlid Dijksma de minister van Immigratie, Integratie en Asiel gepassioneerd aan rapporten van de ACVZ en de kinderombudsman die aantoonden dat asielkinderen ernstige psychische schade oplopen als zij na een lange tijd worden uitgewezen. In een debat over marktwerking was het kamerlid Dijksma die benadrukte dat de SER adviseerde om de markt niet tot doel te verheffen.

Voorzitter, deze staatssecretaris is een door de wol geverfde politica. Ze kent als geen ander het belang van wetenschappelijke adviesorganen. Ze kent ook de frustratie als bewindspersonen wetenschappelijke rapporten van die adviesorganen en onderzoeksraden afdoen met: ‘dat is maar een mening’ of 'het deugt niet'. Voorzitter, het moet te voorkomen zijn dat de toenmalige slachtoffers van die frustratie nu de daders worden van zo’n zelfde werkwijze. Dat moet voorkomen worden.

Tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren. Maar niet als het gaat om een hervorming van de veehouderij. De wet laat het toe, verkiezingsprogramma’s beloven het, de kiezer wil het en het regeerakkoord staat niet in de weg.

Tal van wetenschappers en wetenschappelijke instituten delen onze zorgen en zij hebben geen enkel belang bij de zogenoemde vermenselijking van dieren of bij een veganisering van onze samenleving; van iedereen een veganist maken.

De Partij voor de Dieren wil graag, in het kielzog van alle genoemde instituten en mensen als Al Gore, Bill Gates en Paul McCartney een serieus debat over de noodzaak om te komen tot een vermindering van de vlees- en zuivelconsumptie. Omdat – en dat is ook het kabinetsstandpunt – vlees het meest milieubelastende onderdeel is van ons voedselpakket.

Dat kabinetsstandpunt, voorzitter, heeft nu meer dan ooit de wind in de zeilen. Laten we die wind gebruiken om meters te maken op dit dossier.

Voorzitter, De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid adviseert de regering, net als het Planbureau voor de Leefomgeving, om een voedselstrategie te ontwikkelen die gericht is op vermindering van de vlees-en zuivelproductie én –consumptie omwille van duurzaamheid en de volksgezondheid.

De Raad zegt dat een dergelijke transitie een deel van de sector economisch zal raken, maar ze zegt daarbij dat die lastige afwegingen horen bij een voedselbeleid wat gericht is op ecologische houdbaarheid en volksgezondheid. De afschaffing van de loodhoudende benzine ging ook niet zonder slag of stoot. Maar niemand vindt dat we er op achteruit zijn gegaan.

De Raad pleit voor een onafhankelijke instantie voor het voedselbeleid. Ze vindt het verkeerd dat het voedselbeleid al die jaren bepaald is door het voormalige ministerie van landbouw, de kennisinstellingen, denk aan Wageningen, en de sector. Daardoor is er veel te veel focus op export en productiviteit. De Raad zegt dat daardoor andere waarden en belangen en andere opvattingen over voedsel moeilijk voet aan de grond kregen binnen het beleid. Het is van het grootste belang dat er meer institutioneel tegenwicht wordt georganiseerd die het voedselbeleid regelmatig gaat evalueren. Er komt nog een kabinetsreactie op dit rapport, en we zullen over dit rapport nog uitgebreid spreken, maar mijn mijnfractie vindt het belangrijk om te eten hoe de staatssecretaris hier tegenover staat, tegen die onafhankelijke institutie. Ook in verband met de mogelijke begrotingsmaatregelen die moeten worden getroffen. Ik overweeg een motie op dit punt.

Voorzitter, voor de Nederlandse voedselconsumptie is binnen en buiten Nederland ruim 4 miljoen hectare nodig. Meer dan 80 procent van het landgebruik voor de Nederlandse consumptie ligt buiten Nederland. De Nederlandse veehouderij vergt onacceptabel veel land voor veevoer en stoot veel broeikasgassen uit. We kunnen heel veel landbouwareaal vrijspelen, broeikasgassen reduceren en het biodiversiteitsverlies terugdringen als we minder vlees en zuivel produceren en consumeren. Volgens de Universiteit van Minnesota, en dat vind ik een hoopvolle boodschap, kunnen 4 miljard mensen extra gevoed worden met het huidige akkerbouwareaal in de wereld, als we niet meer een belangrijk deel van de oogst omzetten in veevoer en biobrandstof.

Voorzitter, een actief overheidsbeleid gericht op de vermindering van de vlees- en zuivelproductie en -consumptie is voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het Planbureau voor de Leefomgeving, voor de VN-mensenrechtenrapporteur, geen taboe. Is het dat wel voor de staatssecretaris? Graag een reactie.

Wij vinden het heel normaal om consumenten met afschrikwekkende teksten, foto's en forse accijns te waarschuwen voor de gevolgen van roken. Wij vinden het ook heel normaal om de aankoop van gloeilampen te ontmoedigen en zelfs te verbieden. Het kabinet heeft de aanschaf van loodhoudende benzine eerst ontmoedigd en daarna verboden tot tevredenheid van iedereen. Gaat de staatssecretaris actief overheidsbeleid formuleren om de consumptie van dierlijke eiwitten te verminderen? En zo ja hoe vult ze dat in? Ik overweeg een motie op dit punt. Ik doel zeker niet op een verbod, voorzitter wat veel mensen mij in de mond willen leggen. We willen dat de echte prijs betaald moet worden en dat er een transitie moet worden ingezet naar de consumptie van meer plantaardige producten.

De Raad spreekt, net als de VN-mensenrechtenrapporteur, van een landbouw die ecologisch houdbaar moet gaan worden en robuust. Dus voorzitter, geen laboratoriumstallen waarin dieren in volstrekt onnatuurlijke omstandigheden als kasplantjes moeten leven. Stallen die een tikkende tijdbom vormen voor nieuwe bacteriën en zoonosen. In de vee- en vleessector moet niet het parool ‘meer’ maar ‘minder’ gaan gelden, zo stelt de Raad. Voorzitter, hoe lang moeten we nog rapporten voorbij zien komen die zonder uitzondering aangeven dat we af moeten van de focus op export, grootschaligheid en intensivering in de veehouderij?

Voorzitter, het idee van een klimaatslimme landbouw, waar deze staatssecretaris in New York mee is gekomen, zou een doorbraak kunnen zijn. Maar in de ideeën die daar nu voor gepresenteerd zijn, moeten we vaststellen dat het nog altijd gericht is op intensivering, op het vergroten van de productiviteit en op de export. We moeten waken voor een nieuwe vorm van greenwashing.

Nederland is koploper op het gebied van dierenwelzijn, zegt de staatssecretaris. Maar laten we niet te vroeg juichen. Nederland behoort in de EU tot de landen met het kleinste aandeel biologische landbouwgrond. Alleen landen als Bulgarije, Hongarije en Roemenië scoren nog minder op dit punt.

Je kunt jezelf dus al dierenwelzijnskampioen noemen als je honderden miljoenen dieren in donkere betonnen stallen opsluit en die nooit het daglicht zien.

Hoe trots kun je zijn als dierenwelzijnskampioen op zo’n veehouderij? Als de dieren de lucht van hun eigen uitwerpselen moeten in ademen waardoor hun ogen continu ontstoken zijn. Als je melkkoeien hebt die vel over been zijn omdat zij letterlijk tot ‘op het bot’ uitgemolken worden. Als je varkens fokt met extra tepels omdat de veehouders er in hun fokbeleid op gericht zijn om de zeugen enorme aantallen biggen te laten werpen. Als je elk jaar 30 miljoen eendagshaantjes levend versnippert omdat ze economisch gezien waardeloos zijn. Als je 400 miljoen plofkippen en plofkalkoenen fokt en je tienduizenden geitenbokjes afmaakt omdat ook zij geen economische waarde hebben. Als je kalfjes bewust ziek maakt omdat er nog steeds wit vlees verkocht moet worden.

Voorzitter, wij ontvangen berichten over het op gruwelijke wijze doden van te lichte kalveren – die dus economisch ook niet interessant zijn-. Het doden zou gebeuren met pistolen waarbij meerdere malen geschoten moet worden of door het slaan met stenen op de kop? Is de staatssecretaris bereid om hier onderzoek naar te laten verrichten en de Kamer hierover te informeren? Graag een reactie!

In 2001 was het kabinet van PvdA, VVD en D66 van mening dat er, ( ik citeer), "zonder aanvullende nationale regelgeving, geen kooi tot stand zou kunnen komen die voldoet aan de eis dat het systeem wordt aangepast aan het dier, in plaats van het dier aan het systeem." Wij proberen nog steeds dieren aan te passen aan het houderijsysteem in plaats van andersom, voorzitter.

De fokkers krijgt van de staatssecretaris nu de mogelijkheid om te gaan experimenteren met de landbouwdieren in zogenaamde proefpolders om te kijken waar de ethische grenzen liggen vant fokbeleid he. Heeft de staatssecretaris om voortgangsrapportages gevraagd? Ik had vorig jaar al gevraagd om een oordeel van de staatssecretaris ten aanzien van het fokken van de dieren met extreem snelle groei, extreem hoge melkopbrengst of op hoge biggenproductie. Dit heeft ze toegezegd. Ik mis echter nog steeds een visie.

Voorzitter, ook het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid spreekt harde woorden.

Het rapport schetst een sector die ondanks allerlei gecertificeerde controlesystemen, er niet voor terugdeinst de wet te overtreden en waarbij het zelfreinigend vermogen van de sector ernstig tekort schiet. Inspecteur-Generaal Harry Paul van de NVWA spreekt over een sector zonder ethisch besef. Een sector die zich kennelijk niets gelegen laat liggen aan wetten en praktische bezwaren.. Voorzitter, het wrange is: dit was voor niemand een verrassing. Een door het ministerie van Landbouw geheim gehouden rapport van het Korps landelijke politiediensten uit 2005 sprak al over de veevoersector waarin sprake is van structurele en georganiseerde criminaliteit waarbij zelfs de bestuurlijke integriteit van gemeenten en provincies in het geding is. De misstanden waar we nu mee kampen in slachthuizen zijn het directe resultaat van de vrije hand geven aan de sector om zichzelf te controleren, de jarenlange intensivering en schaalvergroting.

De Partij voor de Dieren pleit al jaren om het toezicht op de vleeskeuringen volledig in overheidshanden te brengen. We zijn blij dat de staatssecretaris eindelijk onze motie uit 2011 heeft uitgevoerd. Alleen krijgt de toezichthouder, de NVWA, te maken met een enorme bezuiniging en slechts een doekje om het bloeden te stelpen. Voorzitter, de SP heeft mede namens ons een amendement ingediend om het budget van de NVWA te vergroten.

De staatssecretaris laat vandaag in een brief helaas weten, open te staan voor toezicht en controle door de bedrijven, in dit geval diertransporteurs zelf. Waarom is dat? Omdat praktische bezwaren van de sector zwaarder wegen dan handhaving van wetten? De Onderzoeksraad stelde onomwonden vast dat de vleessector niet toe is aan zelfregulering en systeemcontrole. Waarom gaat de staatssecretaris daaraan voorbij?

De Onderzoeksraad waarschuwt dat het vlees in Nederland niet veilig is, of dit nu gaat om vlees van Nederlandse dieren of geïmporteerd vlees. In slachthuizen worden 650 varkens per uur aan de lopende band geslacht.

Dat is zo ongelooflijk snel; dierenwelzijn en hygiëne kunnen dan natuurlijk onmogelijk worden gewaarborgd. De staatssecretaris heeft mij beloofd te gaan kijken naar de bandsnelheden in de varkensslachterij en te komen met een visie.

Graag hoor ik van de staatssecretaris hoe ze deze praktijk beoordeelt. Is de staatssecretaris bereid om in te grijpen?

Op dit moment schakelen slachthuizen massaal over op de CO2-slachtmethode voor varkens. Dat is namelijk goedkoper dan het diervriendelijkere elektrisch verdoven van varkens. Onlangs is er door dierenwelzijnsorganisatie Eyes on Animals een opname gepubliceerd van een groep varkens in Nederland die CO2-bedwelming onderging. De beelden van naar lucht happende en gillende varkens zijn verbijsterend. Kan de staatssecretaris aangeven wat de actuele stand van zaken is in Brussel ten aanzien van de CO2-bedwelming en de Nederlandse positie daarin? Graag een reactie.

Voorzitter, ik ben blij en ik complimenter ook de staatssecretaris met de top over dierenwelzijn die zij gaat organiseren in de EU. Daar ben ik blij mee. Maar voorzitter, de Kamer heeft, bij motie van mijn fractie, de staatssecretaris gevraagd om niet op de EU te wachten met verdergaande maatregelen om diertransporten waar Nederland voor verantwoordelijk is, te verkorten. Om die motie uit te voeren, hoeft de staatssecretaris weinig moed te tonen. De Kamer staat in ruime meerderheid achter zo’n ingreep!

Waarom wil de staatssecretaris bij de diertransporten terugkeren naar de stalkeuringen -keuringen van dieren die pas een dag later op transport worden gezet - in plaats van de zogenaamde klepkeuringen bij de vrachtwagens als de dieren worden ingeladen. Het is juist van groot belang om klepkeuringen uit te breiden naar kippentransport. Het aantal gebroken poten en verwondingen is enorm.

Voorzitter, we staan aan de vooravond van de opheffing van de melkquota die nog enigszins de groei van de melkvee-industrie beteugelde.

En terwijl het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwt dat het niet zeker is dat de in EU-verband afgesproken doelen voor ammoniak en nitraat gehaald zullen worden zonder ingrepen in de structuur en omvang van de veehouderij, zet dit kabinet in op een explosieve groei van de melkvee-industrie. Een verdergaande industrialisering en schaalvergroting waar ook de melkveehouders niet op zitten te wachten. Zij vrezen, zo staat in de Leeuwarder Courant te lezen, een “varkenisering” van de melkveehouderij die dezelfde kant opgaat als de varkensindustrie.

De verdere industrialisering van de melkveesector krijgt de ruimte omdat de grondgebondenheid van een melkveebedrijf dreigt te worden losgelaten.

En dat terwijl er een meerderheid in potentie in de Kamer dit niet wil. De staatssecretaris probeert de gemoederen te bedaren door te wijzen naar, verassing, weer een convenant. Dit keer het Convenant weidegang en de Duurzame Zuivelketen. Waarom zou je zoiets doen als melkveehouders zelf en een Kamermeerderheid voor het behoud van de grondgebondenheid zijn, voorzitter? Bovendien, koeien hebben niets aan convenanten en sussende woorden wanneer door het verlaten van de grondgebondenheid steeds meer koeien levenslang worden opgesloten en letterlijk worden uitgemolken.

Het huidige veehouderijsysteem is vastgelopen, voorzitter. We importeren enorme hoeveelheden veevoer. We exporteren enorme aantallen varkens. En de rotzooi blijft hier.

Het sommetje is simpel; meer dieren, meer mest! Op dit moment produceren koeien, varkens en kippen jaarlijks 71 miljard kilo mest. Dat zijn vierentwintig volle badkuipen per Nederlander. De melkveewet baseert zich op 1,6 miljoen melkkoeien in 2020. Deze groeivoorspelling is nu al achterhaald, want dat aantal is al deze zomer behaald. En melkboeren blijven maar uitbreiden. Er zijn inmiddels zelfs stallen met 1200 koeien.

De staatssecretaris vindt, althans zo lijkt het, een goede ontwikkeling als de melkvee-industrie koeien fokt die meer melk kunnen produceren. Voorzitter, hoe verhouden dergelijke uitspraken zich tot haar inzet voor meer dierenwelzijn? Een melkkoe is gefokt op een extreme melkproductie.

Een melkkoe produceert zoveel melk, dat zij alleen maar met veel krachtvoer een korte tijd gezond kan blijven, terwijl ze letterlijk opbrandt.

Een jaar geleden zei de staatssecretaris nog dat de melkveesector ecologisch begrensd zou zijn. Kan de staatssecretaris daar een actuele visie op geven? En wat is voor de staatssecretaris de ethische grens bij het steeds meer ophogen van de melkproductie per koe?

Voorzitter, de Reclame Code Commissie doet uitspraak na uitspraak over de verkeerde voorstelling van zaken in de veehouderij door de sector. Donzige kuikentjes, varkentjes in een zichtstal vol stro, je mag er dan niet achter kijken...

We hebben de staatssecretaris gewaarschuwd voor de koeien met gouden horens die ook zij voorgespiegeld zou krijgen. Maar is de staatssecretaris ooit uitgenodigd bij het vangen van plofkippen die niet meer op hun eigen poten kunnen staan, bij het vergassen van tienduizenden ganzen met CO2, bij het onverdoofd slachten van een rund?

Greenwashing, voorzitter, er zijn voorbeelden te over. Maar, zo vraag ik de staatssecretaris, wat is er precies duurzaam aan het breder fokken van bekken van een dikbilkoe om daarmee het probleem van keizersneden te voorkomen? Wat is er duurzaam aan de Kip van Morgen als deze slechts een smartphone meer aan ruimte krijgt, drie dagen langer mag leven en iets trager groeit?

De staatssecretaris is een door de wol geverfd politica. Ook zij moet in de afgelopen jaren de trucjes kennen van vertraging, mooie beloftes en doorzichtige pr. Ze stoorde zich daar uitermate aan als kamerlid, waarom zou ze daar als staatssecretaris geen korte metten mee maken?

Dezelfde tactieken zien we ook binnen de intensieve veehouderij, helaas.Dan heb ik het niet over individuele boeren maar over het hele systeem. De tactiek van aanschuiven en bewust vertragen zien we overal optreden als er radicale verandering nodig is en de gevestigde belangen, vervuilende belangen daar geen zin in hebben. “Transitiepijn” noemt het Planbureau voor de Leefomgeving dat en waarschuwt de overheid om daar in mee te gaan. De tijd van convenanten, blauwdrukken en zelfregulering is echt voorbij zo staat te lezen in de genoemde rapporten. De Partij voor de Dieren sluit zich daarbij aan.

Voorzitter, tot slot aangaande de veehouderij nog enkele woorden over de bestendigheid van de veehouderij en het verdienmodel van de boer.

Veelvuldig wordt door de staatssecretaris verwezen naar het economische belang van de Nederlandse agrarische sector. De bijdrage zou 9% van het Bruto Binnenlands Product zijn. In de begroting roemt de staatssecretaris de bijdrage van de landbouw aan de economie. Die zou ons zelfs door de crisis gesleept hebben.

Maar, wie weet dat de bijdrage van de Nederlandse boer en tuinder inclusief bosbouw en visserij, nog geen anderhalf procent bedraagt, terwijl de maatschappelijke kosten die door die sector veroorzaakt worden aanzienlijk groter zijn dan die anderhalve procent, komt tot een hele andere kosten-batenanalyse van de landbouw. Ik zou daar heel graag een reflectie van de staatssecretaris op hebben.

Mijn fractie wil boeren een duurzame toekomst geven. Veel boeren hebben het in de afgelopen jaren moeilijk gehad. In twintig jaar is het agrarisch jaarinkomen niet zo laag geweest als de laatste jaren, en dat terwijl vooral het CDA de scepter zwaaide over het landbouwbeleid. De helft van de boerenbedrijven zakt onder de armoedegrens en elke dag stoppen ongeveer zes boerenbedrijven. De primaire producent ontvangt veel te weinig van de consumentenprijs. Het gestunt met prijzen door supermarkten gaat onverminderd door. Een vrijblijvende oproep van het kabinet om niet te stunten met vers, heeft niets opgeleverd. Wat is de volgende stap, voorzitter?

Boeren moeten niet meer terecht kunnen komen in situaties waarin ze onder de kostprijs moeten produceren. Dat gaat ten koste van hun inkomen en heeft grote gevolgen voor de voedselveiligheid, het dierenwelzijn en het milieu. Het minste wat de overheid van de supermarkten zou moeten vragen, is dat zij kunnen aantonen dat de boer een prijs heeft gekregen dat kostendekkend is. Een verplichting voor de marktpartijen om aan te kunnen tonen dat de producent voor het ingekochte bedrag heeft kunnen produceren, binnen de wettelijke en eventueel bovenwettelijk ingestelde normen. Graag een reactie. Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

De maatschappelijke kosten van onze huidige wijze van produceren en consumeren moeten worden betaald door degenen die deze maatschappelijke kosten veroorzaken. Alleen al de echte prijs van bijvoorbeeld varkensvlees zou volgens onderzoek van de Vrije Universiteit 31% hoger moeten zijn dan de huidige winkelprijs als wij alle maatschappelijke kosten zouden verrekenen in de prijs. En als wij die niet langer zouden laten betalen door de belastingbetaler want uiteindelijk gaat het via de blauwe envelop.

Nu is immers elke belastingbetaler elk jaar verplicht donateur van de vee-industrie voor meer dan €100, nog voordat hij een ei, een druppel melk of een gram vlees heeft geconsumeerd. Hoe gaat het kabinet de maatschappelijke kosten van de huidige productie- en consumptiewijze meten en wie gaat deze kosten betalen? Is dat de belastingbetaler of gaat het kabinet het de-vervuiler-betaalt-principe toepassen? Dat lijkt mij wel zo eerlijk. Graag een reactie.

Voorzitter, als vlees en vis onder het hoge BTW-tarief zouden vallen, zou dat meer dan 800 miljoen euro opleveren voor de schatkist, zo berekende CE Delft. Als ook zuivel hieronder zou vallen, zou dat nog eens bijna 540 miljoen euro opleveren. Totaal dus bijna anderhalf miljard euro extra inkomsten voor de verduurzaming van de landbouw. Dat kan veel pijnlijke bezuinigingen ongedaan maken, voorzitter! Waarom zouden we die kans laten lopen om het mes van twee kanten in het vlees te laten snijden? Is de staatssecretaris bereid de aanbevelingen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid op te volgen en de btw op groente en fruit af te schaffen en de btw op vlees te verhogen naar 21 procent? Is de staatssecretaris bereid om deze opbrengst van deze btw-verhoging te gebruiken om gezonde en biologische levensmiddelen goedkoper te maken?

Voorzitter, dan de jacht. De staatssecretaris is gekomen met een nieuwe natuurwet. De nieuwe natuurwet is gericht op het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde. Het erkennen van die intrinsieke waarde is mooi, maar mag niet beperkt blijven tot mooie woorden. Als we de waarde van dieren in het wild écht willen erkennen, dan moeten we de dieren ook beschermen tegen activiteiten van de mens.

Daarbij moet worden uitgegaan van het ‘nee, tenzij-principe’: dieren worden niet gedood, tenzij het écht niet anders kan. De staatssecretaris gaat nu regelen dat provincies zelf mogen bepalen of dieren gedood mogen worden. Dit gaat lijnrecht in tegen het uitgangspunt dat het een landelijke taak is om de kaders te scheppen rondom het al dan niet mogen gebruiken en doden van dieren.

De plezierjacht past niet in een nieuwe natuurwet. Het doden van dieren zonder noodzaak is zowel in strijd met het erkennen van de intrinsieke waarde van het dier als met het ‘nee, tenzij-principe’. Toch wordt in de nieuwe natuurwet de plezierjacht door dit kabinet in stand gehouden, zij het gedelegeerd en gecamoufleerd.

Het wetsvoorstel bepaalt, dat beheer en jacht plaatsvindt op basis van een faunabeheerplan. Maar dat plan wordt opgesteld door de belanghebbenden zelf, de jagers, zonder deugdelijke en onafhankelijke controle. Mijn fractie vindt dit alles behalve objectief.

Welke wetten of praktische bezwaren verzetten zich tegen het beschermen van in het wild levende dieren tegen een kleine groep hobbyisten die jaarlijks 2 miljoen slachtoffers maakt? Graag een reactie!

Het kabinet heeft het mogelijk gemaakt om in strijd met het Benelux verdrag en in strijd met een duidelijk en harde uitspraak van de Raad van State, ook ‘s nachts met zwaar geschut te jagen met schijnwerpers. Het gevolg is verstoring, onveiligheid en meer aangeschoten dieren. Ook wordt jagen in natuurgebieden mogelijk gemaakt als het aan het kabinet ligt, in strijd met alle verkiezingsbeloften daarover. Dus kennelijk waarschijnlijk ook in de natuurparken waar de PvdA en D66 zo voor pleiten.

Mijn fractie wil een jachtvrije proef op het kroondomein, waar de populatieontwikkeling kan worden gemonitord. Het lijkt mij ook dat we dan meteen moeten kunnen regelen dat het eigenlijke kroondomein, zo heet dat, in zijn geheel jaarrond voor bezoekers is geopend. Momenteel wordt het drie maanden gesloten ten behoeve van de koninklijke jachtpartijen op wettelijk gezien niet bejaagbare diersoorten. Dat is toch niet meer van deze tijd? Ik hoop dan ook dat de staatssecretaris bereid is, ervoor te zorgen dat recreanten jaarrond van dit prachtige natuurgebied, wat zeer waarschijnlijk ook een natuurpark gaat worden, kunnen genieten.

Vorig jaar is een motie van mij aangenomen om een einde te maken aan de jacht op katten. De staatssecretaris is hierop met een reactie gekomen dat zij met gemeenten en provincies in overleg zou treden. Wat komt daar uit?

Voorzitter, De Vlaamse regering heeft begin dit jaar het jagen op katten met een geweer verboden. Is de staatssecretaris bereid dit verbod over te nemen zoals ook de motie vraagt?

Voorzitter, ik rond af. De staatssecretaris heeft alle wetenschappelijke argumenten en adviezen in handen om haar beleid duurzaam en diervriendelijk te maken. Niets in het regeerakkoord verzet zich ertegen en een Kamermeerderheid zal haar steunen wanneer haar eigen partij voet bij stuk houdt qua eigen verkiezingsbeloften en daar lijkt alle aanleiding voor.

De staatssecretaris zou in dat opzicht voorstellen van de Partij voor de Dieren als een ondersteuning van beleid kunnen omarmen.

Het gaat om een volhoudbare samenleving waarin mens en dier in harmonie kunnen samenleven. En zonder dat komende generaties de rekening gepresenteerd krijgen van onze hebzucht en onze kortzichtigheid. Ik hoop zeer dat de staatssecretaris eindelijk stappen gaat zetten om te komen tot een einde aan de bio-industrie, aan het voor de lol doden van dieren en het bewaken van de biodiversiteit waarvan nog maar 15% in ons land over is.

Wij zullen haar daarin steunen waar we maar kunnen!

Dank u wel!

..................................................

Interrupties:


Mevrouw Lodders (VVD):

Wij staan voor een kwalitatieve opgave. Nederland is koploper als het gaat om innovatie en hoogproductieve en efficiënte landbouw. Al die ingrediënten zijn nodig om die koppositie te behouden. De sector is toonaangevend in de wereld. Dat is natuurlijk niet te danken aan de overheid, zoals ik al heb aangeven. Het afgelopen jaar zijn er enkele belangrijke stappen gezet. Zo is de Nederlandse invulling van het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid afgerond. Dat is een duidelijke verbetering ten opzichte van de vorige periode omdat het overgrote deel van het landbouwbudget naar het boerenerf gaat en niet meer naar fietspaden of de lokale sjoelvereniging. Het totale budget is afgenomen. Ook dat is een goede en verantwoorde trend. Het liefst verdient een ondernemer immers zijn geld in de markt.

Ook het verdwijnen van de product- en bedrijfschappen ziet mijn fractie als winst: geen verplicht lidmaatschap van een organisatie waarop je geen invloed kunt uitoefenen. Begin deze maand mocht ik spreken op een informatieavond van de Nederlandse Vakbond Varkenshouders en de LTO-vakgroep Varkenshouderij die de handen ineen hebben geslagen en de Producenten Organisatie Varkenshouderij hebben opgericht: een prima initiatief waarbij de sector zijn verantwoordelijkheid neemt. Uit de reacties die ik daar in de zaal hoorde, blijkt dat men ziet hoe belangrijk het is om als collectief te staan voor de sector. Dit initiatief vormt een voorbeeld voor andere sectoren. Maar we zijn er nog niet.

Mevrouw Thieme (PvdD):

We zijn er inderdaad nog niet. Mevrouw Lodders schetst een heel rooskleurig beeld van de sector en zegt dat die zo belangrijk is voor de economie. Als je echter naar de veehouderij kijkt, zie je dat zij maar aan 0,6% van het bnp bijdraagt. Tegelijkertijd zien we dat heel veel boeren moeten stoppen. Per dag stoppen er zes boeren. Vaak moeten zij hun producten onder de kostprijs aanbieden aan supermarkten of tussenhandelaren. Is dat volhoudbaar?

Mevrouw Lodders (VVD):

Nee, dat is zeker niet volhoudbaar. Daarop moeten wij elkaar ook aankijken, want een van de belangrijkste redenen is de regelgeving die keer op keer in deze Kamer wordt vastgesteld. Die extra regelgeving vormt extra lasten voor deze sector.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Je kunt twee dingen doen en ik wil graag van mevrouw Lodders horen waar zij voor kiest. Je kunt ervoor zorgen dat de kosten die de ondernemer maakt voor dierenwelzijn, natuur en milieu, worden verdisconteerd in de prijs. Dan wordt de echte prijs betaald en heb je een eerlijk prijssysteem. Of je kunt zeggen: weet je wat, we stoppen met eisen stellen aan dierenwelzijn of om natuur en milieu te beschermen en we gaan volledig voor het inkomen van de boer. Waar kiest de VVD voor?

Mevrouw Lodders (VVD):

Voor de lijn die wij al jaren nastreven. Nederland is koploper als het gaat om dierenwelzijn. Wij vinden het ontzettend belangrijk dat de regels die in Nederland zijn gesteld, nu ook in Europa worden doorgevoerd en gehandhaafd. We zullen daar een aantal keren op terugkomen. Dat is de lijn die de VVD kiest. Daar hoort bij dat verschillende partijen in deze Kamer de mond vol hebben over werkgelegenheid. De Nederlandse land- en tuinbouw is een sector waar veel werkgelegenheid wordt gecreërd. Dat vinden wij ook een heel belangrijk argument.


Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik werd even getriggerd door de ferme woorden van mevrouw Lodders: "regels zijn regels", "er moet worden gehandhaafd" en "afspraak is afspraak". Dat doet mij denken aan het rapport van Dier&Recht waarin staat dat er in de veehouderij jaarlijks 2,7 miljard overtredingen van de wet zijn vast te stellen. Daarnaast zegt de Algemene Rekenkamer dat 50% van de vleeskuikenhouders en meer dan 30% van de varkenshouders de dierenwelzijnsregels gewoon aan de laars lapt. Een "law and order"-partij zoals die van mevrouw Lodders, die zegt dat er meer gestraft moet worden en er minder begrip moet zijn voor criminelen, zou dit toch absoluut niet moeten goedkeuren?

Mevrouw Lodders (VVD):

De regels die we in dit land hebben, worden nageleefd. De NVWA voert controles uit, ook op de bedrijven waaraan mevrouw Thieme refereert. Op het moment dat de NVWA een overtreding vaststelt, ga ik ervan uit dat er sancties worden opgelegd. Er is een categorie harde en zware overtredingen, waarbij willens en wetens de wet overtreden wordt en waarbij ook bijvoorbeeld het volksgezondheids- of voedselveiligheidsaspect in het geding is. Mevrouw Thieme weet dat de VVD recentelijk nog met meerdere partijen in de Kamer heeft gepleit voor verhoging van de boetes in die gevallen. Het kan niet zo zijn dat je bij dat soort forse overtredingen, waarbij de volksgezondheid, de diergezondheid of de voedselveiligheid in het geding is, wegkomt met een boete van €1.500. Dat debat hebben we gevoerd en dat is dus niet nieuw.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Zeker, er moeten hogere straffen komen. Tegelijkertijd zien we dat de VVD verantwoordelijk is voor een draconische bezuiniging op de toezichthouder van de overheid, de NVWA. De inspecteur-generaal van de NVWA zegt: er is een gebrek aan ethisch besef in de voedselketen, bij de veehouders, bij de diertransporteurs, bij de veemarkten. Daar moet dus wat aan gebeuren. Hoe is de strengheid die mevrouw Lodders hier tentoonspreidt, als zij zegt dat we hard op moeten treden tegen wetsovertreders, te rijmen met het gegeven dat er tegelijkertijd zo draconisch wordt bezuinigd op de NVWA?

Mevrouw Lodders (VVD):

Ja, die bezuinigingen hebben plaatsgevonden. Tegelijkertijd hebben, na alle debatten die we in de Kamer hebben gevoerd, zowel de staatssecretaris als de minister van VWS extra budget beschikbaar gesteld. Ook hierbij zou ik de spiegel misschien niet in de laatste plaats aan mevrouw Thieme willen voorhouden. Recentelijk hebben we in de Kamer weer een heel aantal moties aangenomen -- niet met steun van de VVD -- waarmee extra capaciteit van de NVWA gemoeid is. Het is het een of het ander. Je kunt niet de mond vol hebben over controleren en aanpakken en vervolgens meer regels opstellen zonder de capaciteit aan te vullen.

..............................


De heer De Liefde (VVD):

We hebben inderdaad bij verschillende overleggen in deze Kamer over genetisch gemodificeerde gewassen als mais, zijdiscussies gehad over de werkwijze van de EFSA en de onafhankelijkheid daarvan. Het staat mij nog helder voor de geest dat daarover een debat plaatsvond tussen de Socialistische Partij, de Partij voor de Dieren en staatssecretaris Mansveld. De precieze antwoorden kan ik niet letterlijk reproduceren, maar volgens mij was de conclusie dat er onvoldoende aanleiding is om te twijfelen aan de werkwijze van de EFSA. Mocht mevrouw Ouwehand onomstotelijk wetenschappelijk bewijs weten aan te leveren dat van die hele werkwijze niets klopt, dan zal ik daar zeer grondig naar kijken.

Grondstoffen zoals voedsel zullen de komende jaren geopolitiek steeds belangrijker worden. Kijk alleen al naar de Russische boycot waarmee we de laatste maanden te maken hebben. De wereldbevolking neemt sterk toe en de welvaart van miljarden mensen stijgt. Het bevorderen van groei en innovatie in de agrarische sector wordt belangrijker dan ooit en de kennis over voedselproductie wordt van strategisch belang. Vlees, groenten, fruit en zuivelproducten versterken niet alleen onze welvaart maar worden ook steeds belangrijker voor onze veiligheid. Ik vraag de staatssecretaris om met een reactie te komen op ons voorstel om voedsel toe te voegen aan de geopolitieke agenda.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het Planbureau voor de Leefomgeving en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, maar ook de VN-rapporteur Recht op Voedsel, zeggen dat er een actief overheidsbeleid moet komen om de vlees- en zuivelconsumptie te verminderen. Dat komt dus niet uit de koker van een fanatieke vegetariër maar van het Planbureau voor de Leefomgeving, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de VN. Vindt de VVD dat we daar iets mee moeten doen?

De heer De Liefde (VVD):

Ik kom daar verderop in mijn betoog op terug. Ik stel voorop dat de VVD ervoor pleit dat het individu de keuzevrijheid heeft om zelf te beslissen wat hij eet, wat hij in zijn mond stopt, of dat nu vlees, zuivel of groente is. Wij vinden het heel ver gaan om van bovenaf als overheid te zeggen: gij zult minder vlees eten.

Mevrouw Thieme (PvdD):

De VVD wil een totaalverbod op hasjteelt en zegt dus tegen mensen dat zij geen jointje mogen opsteken. De VVD wil dus wel degelijk invloed hebben op het consumentengedrag. Loodhoudende benzine is verboden, mede met steun van de VVD. Iedereen is blij dat dat nu uiteindelijk is gebeurd. De consumptie van vlees en zuivel kost ontzettend veel landbouwgrond, levert ontzettend veel biodiversiteitsverlies op en stoot brood uit de monden van mensen in landen waar veevoer wordt geteeld in plaats van gewassen voor hun eigen gebruik. Het Planbureau voor de Leefomgeving en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zeggen heel helder: zorg ervoor dat we in het Westen die consumptie terugdringen. Dat lijkt mij toch een heel redelijk verzoek, aangezien ook de VVD aangeeft dat we een grote opgave hebben om de aarde leefbaar te houden en 9 miljard mensen te voeden.

De heer De Liefde (VVD):

Onze voorkeur gaat ernaar uit om technologische innovaties te blijven stimuleren en daarvoor open te blijven staan, juist om die 9 miljard monden te kunnen voeden. Wat mevrouw Thieme voorstelt, is het herverdelen van wat wij al hebben in plaats van de taart groter te maken. Dat vind ik jammer. De VVD onderschrijft dat niet.

Ook onze vissers stuiten op een duurzaamheidslobby die met de rug naar de toekomst staat. Onze visserijsector is een van de meest innovatieve en productieve vissectoren ter wereld, met een miljardenomzet en duizenden banen. Door de roep om meer duurzaamheid en meer beperkende regels wordt de vis heel duur betaald. Kan de staatssecretaris aangeven hoe Nederland scoort in vergelijking met andere landen, als het gaat om duurzame visserij? Hoe verhouden de investeringen die de Nederlandse vissers hebben gedaan zich tot de bereikte duurzaamheid, ook in vergelijking met andere landen?

Als de angstige achteruitgangspessimisten het winnen van ons nuchtere boerenverstand, dan heeft de WRR voor toekomstige werkloze agrariërs al wat gesubsidieerde banen in petto. In zijn rapport tuigt de WRR een betuttelkermis op aan nieuwe voedselwetten en voedselinstellingen die er kort gezegd op neerkomen dat de overheid gaat bepalen welk voedsel en hoeveel voedsel wij maken en opeten. Zo moet er een voedselfonds komen, moet er een onafhankelijk instituut komen dat de uitvoering van de nieuwe voedselwetten in de gaten houdt en wil de WRR naast alle bestaande logo's en keurmerken ook nog eens twee nieuwe overheidsvoedselstoplichten verplichtstellen. Ik zou graag van de staatssecretaris horen wat zij van deze nieuw op te tuigen voedselwetten en voedselinstellingen vindt. Ook hoor ik graag wat zij vindt van de uitspraken van de WRR in het rapport dat haar departement met het bedrijfsleven samenspant en dat de andere belangen daardoor ondergesneeuwd raken. Zo staat het er niet letterlijk, maar dat is even mijn samenvatting van de bedekte woorden in het rapport.


De heer De Liefde (VVD):

Als ik het goed heb gelezen, wordt vanaf 2016 de etikettering in heel Europa geüniformeerd. Dat lijkt mij al een goede stap. Laten we vervolgens vanaf daar verder gaan kijken. Laten we ook niet naïef zijn in dit huis. Stel dat alles uniform op een etiket staat, bijvoorbeeld op de achterkant van een pak roze koeken. Dat zal er niet automatisch toe leiden dat een persoon die daarvoor dat hele pak opat, dat niet meer doet doordat de complete informatie achterop staat. Volgens mij moeten we niet zo naïef zijn om te denken dat die vorm van informatievoorziening het effect dat mevrouw Dik vreest, zal wegnemen. Zo naïef zijn wij niet.

Ik hoor graag een reactie van de staatssecretaris op de forse kritiek die de WRR op haar, het bedrijfsleven en de samenwerking tussen hen uit. Ik hoor graag van haar hoe die is gevallen, want ik kan me niet voorstellen dat ze daar heel erg blij van is geworden.

We kwamen er in de interrupties al even op, maar het meest betuttelende idee van de WRR is dat politiek en overheid zich moeten gaan bemoeien met wat, hoeveel en wanneer we eten. De WRR zegt bijvoorbeeld dat we de consumptie van vlees en zuivel moeten aanpakken. Daar schrikt de VVD van. De WRR zegt dat er geen subsidies of fiscale maatregelen meer moeten zijn voor producten als suiker, vlees en zuivel omdat die ongezond zijn voor je. Suiker is niet slecht voor je, vlees is niet slecht voor je en kaas ook niet. In de zestiende eeuw sprak Paracelsus, de grondlegger van de toxicologie, rake woorden. Hij zei namelijk dat de dosis het vergif maakt. Suiker is dus niet slecht voor je, te veel wel. Kaas is niet slecht voor je, te veel wel. Als het al in de zestiende eeuw duidelijk was, dan is het wat ons betreft nog steeds duidelijk: overdaad schaadt, het ingrediënt zelf niet.

Mevrouw Thieme (PvdD):

De VVD hecht wel veel waarde aan zestiende-eeuwse wetenschappers, maar treedt die van heden ten dage toch wat badinerend tegemoet, maar dat is voor haar rekening. Ik werd echter getriggerd doordat de heer De Liefde zei: het is schandalig dat de WRR af wil van de subsidies op suiker, zuivel en vlees. Ik vind het nogal wat dat de VVD dat zegt. De VVD vindt subsidies toch linkse hobby's? Daar moeten wij toch inderdaad van af?

De heer De Liefde (VVD):

Volgens de WRR is het overheidsbeleid inconsistent. Hij geeft aan dat bepaalde zaken fiscaal worden gefaciliteerd of gesubsidieerd -- die subsidies komen veelal uit Europa via het GLB; ons standpunt daarover kent mevrouw Thieme denk ik wel -- maar dat dat ander overheidsbeleid tegenwerkt, dat vaak vanuit VWS komt, waarbij men gedragsverandering wil in de consumptie van bepaald eten en drinken. Die staan haaks op elkaar. De WRR kiest ervoor om aan de ene kant te zeggen: wij gaan eten duurder maken.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik begrijp heel goed dat de VVD anders dan voorheen af wil van de subsidies die nu direct dan wel indirect via fiscale voordelen worden gegeven aan de productie van vlees, kaas, suiker en al die andere landbouwproducten die op dit moment kunstmatig in de benen worden gehouden door middel van subsidies. Dat is goed om te horen. De VVD zegt vervolgens dat het een individuele keuze blijft om al dan niet deze ongezonde producten te eten. Oké, als je je eigen lichaam wilt vervuilen of laten vervetten, dan is dat je eigen verantwoordelijkheid. Als je consumptiepatroon echter negatieve effecten heeft op de maatschappij -- vlees heeft bijvoorbeeld negatieve effecten op de leefbaarheid van het platteland en op de eerlijke voedselverdeling in ontwikkelingslanden omdat daar veevoer wordt verbouwd in plaats van voedsel voor de mensen zelf -- dan zou je toch moeten zeggen: oké, je mag het absoluut zelf kopen, maar dan moet de vervuiler wel betalen? Dan moeten wij er toch voor zorgen dat de kosten die anders door anderen moeten worden betaald, voor rekening komen van de vervuiler?

De heer De Liefde (VVD):

Ik weet haast niet waar ik moet beginnen met ingaan op het hele betoog van mevrouw Thieme, maar in tegenstelling tot de Partij voor de Dieren pleiten wij niet voor mensen als eenheidsworst die allemaal hetzelfde eten. Dat proef ik in haar betoog. Ik schrik ervan als zij zegt dat iedereen hetzelfde moet gaan eten, want als je iets slechts eet, zou je daar extra voor moeten betalen en dat zou eigenlijk niet mogen. Dat is niet de keuze die wij maken. Wij moeten ervoor waken om alles van bovenaf te gaan organiseren, verbieden en gebieden. Wij moeten veel meer inzetten op technologische innovaties op verschillende vlakken, zowel in de zuivel- als de vlees- als de groente- en fruitsector.

........................


Mevrouw Thieme (PvdD):

De heer Geurts zegt dat de veehouderij de stoffeerder is van het platteland. Ik zou eerder zeggen: de stikstoffeerder of de fijnstoffeerder. Want als de veehouderij iets veroorzaakt, is het wel fijnstof en stikstof. Er zijn mensen die continu last hebben van luchtweginfecties. Er zijn mensen die gewoon niet meer buiten komen en letterlijk stikken vanwege de stank en de fijnstof die met name in Brabant, maar ook in Noord-Limburg, aan de orde van de dag zijn. Als we dan praten over de toekomst van de veehouderij en over kansen bieden aan jonge boeren, moeten we toch niet inzetten op die grootschalige veehouderij, die megastallen die zo ontzettend veel van dit soort stoffen uitstoten? Dan moeten we er toch juist voor zorgen dat er weer familiebedrijven komen, waardoor we veel meer boeren aan het werk kunnen krijgen? Nu moeten elke dag zes boeren stoppen. Dat is niet dankzij het beleid van de Partij voor de Dieren, maar vanwege decennialang beleid van het CDA. Wanneer gaat het CDA ander beleid voeren?

De heer Geurts (CDA):

Ik denk dat een heel stuk van de geplande bijdrage van 70 minuten van de Partij voor de Dieren al op me afgekomen is. De boeren zijn echt de stoffeerders van het landschap. Zij onderhouden het landschap, de houtwallen en het gras. Zij zorgen ervoor dat het mooi groen is en dat we daardoorheen kunnen fietsen. Dus ja, het zijn echt de stoffeerders van Nederland.

Dan kom ik op de megastallen. Ik hoor het mevrouw Thieme heel vaak roepen. Maar realiseert zij zich dat elke nieuwe stal voldoet aan de nieuwste eisen, de nieuwste normen van de best beschikbare technieken en de nieuwste emissienormen? Dan kan zij toch niet beweren dat elke nieuwe stal een verslechtering is ten opzichte van een stal die nog uit de jaren dertig stamt en waarin eventueel nog dieren worden gehouden?

Mevrouw Thieme (PvdD):

Mijn punt is dat er te veel dieren zijn in Nederland en dat mensen daardoor letterlijk stikken. Het kan zo niet langer doorgaan omdat het onze natuur, onze volksgezondheid en het dierenwelzijn bedreigt. Als de heer Geurts zegt dat hij kiest voor de toekomst van de landbouw en voor jonge boeren, dan moeten we er toch voor zorgen dat wij een duurzame landbouw krijgen waarbij het familiebedrijf vooropstaat? We moeten niet willen dat een paar cowboys uit Brabant oprukken naar Overijssel om daar megastallen te bouwen met een miljoen kippen of met 1.500 koeien.

Het is wel heel bijzonder dat de langspeelplaat van mevrouw Thieme een beetje grijs begint te worden. Het gaat in Nederland steeds beter met de natuur. Dat kan zij niet ontkennen. Er zijn meer vogels geteld. Dat kan zij niet ontkennen. Het gaat beter met onze waterkwaliteit. Die is zelfs zo goed dat er geen vis meer in kan leven onderhand. Mevrouw Thieme blijft dat ontkennen, niet ik.

............................


Mevrouw Thieme (PvdD):

Het zou mooi zijn als de heer Geurts en ik het op een enkel punt met elkaar eens kunnen zijn. Ik denk dat wij elkaar kunnen vinden als het gaat om een eerlijke prijs voor boeren en tuinders. Wat vindt de heer Geurts van het idee dat de overheid mag verwachten en mag eisen van de supermarkten en van de tussenhandelaren dat zij kunnen aantonen dat de prijs die zij aan de boeren en tuinders hebben gegeven voor hun vlees, zuivel en aardappelen, op z'n minst kostendekkend is? Vindt de heer Geurts dat wij zoiets zouden mogen vragen van de supermarkten?

De heer Geurts (CDA):

Als u het zo zegt, klinkt het heel sympathiek, alleen vraag ik mij altijd af wat er nog meer achter zit. Dat is misschien de argwaan die ik een beetje heb. Die kunt u bij mij wegnemen door met een concreet voorstel te komen. Ik verwacht op dat punt een initiatiefvoorstel en daar zullen we heel serieus naar kijken, zoals de CDA-fractie doet bij de initiatiefvoorstellen van alle partijen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik wil heel graag weten of de heer Geurts met mij van mening is dat alle kosten die de boer maakt, voor arbeid en de stallen en om van alles aan dierenwelzijn, natuur en milieu te doen, verdisconteerd moeten worden in de prijs. Dan betaalt degene die het koopt, de echte prijs. Mijn voorstel is om ervoor te zorgen dat de supermarkten kunnen aantonen dat al die kosten ook inderdaad gedekt zijn door de prijs die zij geven aan de boeren of aan de tuinders. Daar wil ik graag een reactie op.

De heer Geurts (CDA):

Nogmaals, dat klinkt heel sympathiek. We hebben vandaag eens gekeken wat peren in de winkel kosten. Dat is €2,30 per kg, terwijl de teler er €0,40 per kg voor krijgt. Daar zit al een gigantische range tussen. Ik ben blij dat uw partij daarmee bezig is, want het CDA is ook heel druk bezig om dat beter te laten worden, want dit kan niet. Ik heb nog een voorbeeld: wortels kosten €0,50 per kg in de winkel en een teler krijgt er €0,08 voor. Daar zit een gigantisch verschil tussen en dat kan niet alleen uit het transport of de kosten verklaard worden. Daar moeten we toch eens goed naar kijken. Misschien kan er een mooi gezamenlijk punt uit voortkomen.

..........................................


Mevrouw Thieme (PvdD):

De heer Leenders merkte terecht op dat consumenten niet altijd goed invloed kunnen uitoefenen op of informatie kunnen vergaren over de producten die zij willen kopen. Wij hebben ook nog te maken met het feit dat 70% van alle landbouwproducten wordt geëxporteerd. De invloed van de consumenten op de wijze waarop bijvoorbeeld dieren worden behandeld, of aardappelen of tomaten worden geteeld, is dus heel beperkt omdat het maar om 30% van de totale productie gaat. Hoe denkt de Partij van de Arbeid die invloed van de consument te vergroten? Moeten wij misschien andere maatregelen nemen om het productieproces meer te laten aansluiten bij de wensen die de maatschappij heeft betreffende dierenwelzijn, landbouwgif, natuurbescherming en dergelijke?

De heer Leenders (PvdA):

Ik weet niet of ik de vraag goed begrijp. U vraagt hoe de informatieverstrekking aan de consument kan worden verbeterd en u koppelt dat aan de export. Ik begrijp de relatie tussen die twee niet helemaal.

Mevrouw Thieme (PvdD):

De heer Leenders zei dat het voor consumenten vaak moeilijk is om gezonde of duurzame keuzes te maken. Wij willen graag dat er gezonde en duurzame producten zijn. Nu is het zo dat 70% van de producten wordt geëxporteerd, dus de Nederlandse consument heeft weinig invloed op de productiewijze, op de verduurzaming van het product, aangezien het meeste naar het buitenland gaat. Hoe kun je, als consument of misschien wel als overheid, er dan toch voor zorgen dat het hele productieproces verduurzaamt?

De heer Leenders (PvdA):

Ik begrijp werkelijk niet waar mevrouw Thieme naartoe wil. Natuurlijk hebben wij wel invloed op het productieproces van alles wat er in Nederland gebeurt, als zij dat bedoelt. Zij zegt dat 60% wordt geëxporteerd. We hebben toch ook invloed op de wijze waarop die 60% wordt geproduceerd?

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik denk dat het goed is als wij dit nog eens in een bilateraaltje doorspreken. Ik wil het volgende duidelijk maken. Ook al vraag je aan een consument om biologisch in te kopen en duurzame keuzes te maken, dan heb je in feite nog steeds niet de hele sector om, want die is vooral gericht op de export.

De heer Leenders (PvdA):

Het lijkt mij goed als we dat nog eens wisselen in een liberaaltje … ik bedoel bilateraaltje. Sorry, die vlieger gaat niet op, denk ik!

............................

Mevrouw Thieme (PvdD):

De woordvoerder van de VVD zei dat een aantal voorstellen niet deugt. Dat gaat behoorlijk ver. Maar goed, mijn vraag gaat over de voedselvisie. De PvdA wil graag dat die naar de Kamer gaat alvorens we een debat voeren over het rapport. Daar ben ik helemaal voor; fijn dat zij daar om vraagt. Mijn vraag is of de PvdA-fractie het belangrijk vindt dat er in die voedselvisie in ieder geval wordt ingegaan op de aanbeveling die regelmatig terugkomt in het rapport, namelijk dat wij toe moeten naar een vermindering van de productie en consumptie van vlees en zuivel. Staat de Partij van de Arbeid daar ook positief tegenover, of is dat een taboe?


De heer Leenders (PvdA):

Ik heb in mijn vraag onder andere de verschuiving van dierlijke naar plantaardige producten genoemd. Daar doelt mevrouw Thieme op. Het is een aanbeveling die door de WRR, onder meer, wordt gedaan. Het is een beweging die wij ondersteunen. Over de mate waarin dat gebeurt, zullen mevrouw Thieme en ik waarschijnlijk enigszins van mening verschillen. Maar dat zullen we in dat debat, waaraan zij vast ook mee gaat doen, wel zien.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Zeker, maar zou de PvdA-fractie een tipje van de sluier kunnen oplichten? Hoe ziet zij ongeveer voor zich dat wij kunnen komen tot een vermindering van de productie en consumptie van dierlijke eiwitten?

De heer Leenders (PvdA):

Dat lijkt mij voor dit moment eerlijk gezegd een te gedetailleerde vraag. Ik zou er wat meer tijd voor nodig hebben en zou me er graag wat op willen voorbereiden, als mevrouw Thieme het goed vindt. We komen er vast op terug bij de bespreking van het rapport.

.......................


Mevrouw Thieme (PvdD):

Nog heel even. Het landbouwbeleid heet een vrije kwestie tussen de Partij van de Arbeid en de VVD. Er staat inderdaad niets over in het regeerakkoord. Ik zoek een verklaring voor het volgende. We hebben samen met de Partij van de Arbeid een motie ingediend om de dierentransporten waar Nederland verantwoordelijk voor is, aan banden te gaan leggen, even los ervan dat je op Europees niveau ook gaat voor strengere regelgeving. Die motie weigert de staatssecretaris uit te voeren. Heeft dat ermee te maken dat er misschien toch weinig vrije ruimte is binnen de coalitie van Partij van de Arbeid en VVD? Ik kan daar geen andere verklaring voor vinden. De PvdA schrijft immers in haar verkiezingsprogramma: gezeul met dieren over lange afstanden moet aan banden word

De heer Leenders (PvdA):

Ik ken die motie niet. Ik schat zo in dat dit niets te maken heeft met de coalitie. Mevrouw Thieme gaat de motie wellicht opnieuw indienen. Dan gaan we haar opnieuw beoordelen, maar nu ken ik de motie niet.

Mevrouw Thieme (PvdD):

De motie is aangenomen, dus op zich hoef ik haar niet opnieuw in te dienen. Zij blijft gewoon staan. Tot slot. Ik kan mij in grote lijnen heel erg vinden in de bijdrage van de heer Leenders, maar wij zijn in de Kamer om te bezien hoe wij dierenwelzijnsnormen kunnen verankeren, hetzij via de private sector, hetzij via wetgeving, om concrete maatregelen te nemen die dieren en natuur gaan beschermen. Ik hoor geen concrete voorstellen, terwijl in het PvdA-verkiezingsprogramma staat: er moet een einde komen aan de handel in plofkippen; er moet een einde komen aan de langeafstandstransporten; de PvdA is tegen verdere intensivering van de bouw van megastallen. Ik wil heel graag wat concrete agendapunten horen van deze fractie.


De heer Leenders (PvdA):

Dat heeft natuurlijk ook alles te maken met de tijd. We hebben zojuist geconstateerd dat onze staatssecretaris een top dierenwelzijn gaat organiseren. Daar zal onder andere het vervoer van dieren over langere afstanden, 24 uur respectievelijk 8 uur, worden besproken. Daar zijn wij een ontzettend groot voorstander van, als u dat bedoelt, mevrouw Thieme.

...............................


Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik wil nog reageren op het eerste punt, de regionalisering van de veevoerproductie. Het is heel populair om daar in deze Kamer steeds vaker over te spreken. Ik weet dat D66 dit altijd heeft bepleit dus dat is niet nieuw voor mij, maar het is goed om het nog een keer te horen. Ik heb de D66-fractie echter ook altijd horen zeggen dat je er niet aan ontkomt om ook voor een inkrimping van de veestapel te gaan als je veevoerteelt gaat regionaliseren, omdat er regionaal simpelweg niet genoeg veevoer kan worden geproduceerd om alle dieren te voeden.


De heer Schouw (D66):

Ja, die twee dingen hangen natuurlijk met elkaar samen. Je zult dus iets moeten doen aan de veevoerteelt, en dat zal ook iets betekenen voor de productie van kippen, varkens en al dat soort zaken. Die dingen gaan wel een beetje gelijk op. Ik denk dat de Partij voor de Dieren en D66 het met elkaar eens zijn dat die twee dingen met elkaar samenhangen en dat we het op zich niet erg vinden als er ten aanzien van de dierhouderij ook iets gaat veranderen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het is goed om dat nog even te horen, omdat ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft gezegd dat het parool met betrekking tot de dierlijke-eiwitproductie moet zijn: niet meer, maar juist minder. Het is dus goed om dit nog even te horen.


De heer Schouw (D66):

Ja.

................................


Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik steun het pleidooi van de ChristenUnie om voedselverspilling tegen te gaan van harte. De ChristenUnie vindt de Partij voor de Dieren in dezen aan haar zijde. Deze maand, een week of twee geleden, is een rapport verschenen van de universiteit van Wageningen. Die heeft uitgerekend wat het zou betekenen als we minder voedsel zouden verspillen in Europa. Dit zou ongeveer een landbouwareaal opleveren ter grootte van België; zo veel meer kunnen we dan gaan produceren. In het rapport van de universiteit van Wageningen wordt echter geschreven dat de voedselverspilling die veroorzaakt wordt doordat we eerst granen in dieren stoppen en van die dieren vlees maken, vele malen groter is. Daar kunnen we drie landbouwarealen ter grootte van België mee besparen. Vind ik de ChristenUnie aan de zijde van mijn partij om ook te kijken naar een vermindering van de vleesconsumptie om op die manier meer monden te kunnen voeden?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Deze vraag had ik al een beetje verwacht, gezien de vorige interrupties van de Partij voor de Dieren. In het vervolg van mijn betoog zal ik ingaan op regionalisering van de voedselproductie. Daar kom ik straks dus nog uitgebreid op terug. Ik heb uiteraard ook kennisgenomen van het rapport van de WRR, waar in staat dat het een goed ding zou zijn als wij meer plantaardige eiwitten en minder dierlijke eiwitten zouden eten. Dat is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor onze eigen gezondheid. Ik denk dat die route onvermijdelijk is. Tegelijkertijd zeg ik erbij dat de weg die de ChristenUnie daarin zal bewandelen misschien wel verschilt van die van de Partij voor de Dieren. Laten wij daarover dan met elkaar de discussie aangaan, want dat er minder vlees geconsumeerd zal moeten worden, moge duidelijk zijn. Ik denk dat dat echt onvermijdelijk is.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dat zegt het Planbureau voor de Leefomgeving ook. Ik vraag mij af aan welke richting de ChristenUnie denkt om beleid te kunnen maken op dit terrein.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik vind die vraag te ingewikkeld om nu, in een interruptiedebatje, te beantwoorden. Ik denk dat wij daarvoor veel meer tijd nodig hebben. Ik vind het heel belangrijk dat de consument goed wordt voorgelicht over de keuzes die hij maakt en dat hij de instrumenten in handen krijgt om goede keuzes te kunnen maken. Ik denk dan aan de nieuwe schijf van vijf die het Voedingscentrum nu ontwikkelt. Ik denk dat goede etikettering en een andere wijze van voorlichting heel belangrijk zijn. Laten wij daarmee beginnen. Straks zal ik ingaan op regionalisering van de voedselproductie. Ook dat zal hopelijk bijdragen aan verdere verduurzaming van productie en consumptie. Gisteren ging de FoodBattle van start. Deelnemers strijden daarbij met elkaar om zo min mogelijk voedsel te verspillen. De vorige keer lukte het om 30% minder voedsel te verspillen in drie weken. Nu doet ook de ChristenUnie mee. U begrijpt, voorzitter, dat mijn verwachtingen zeer hoog gespannen zijn.