Bijdrage Thieme debat klimaat


3 december 2014

MevrouwThieme (PvdD): Voorzitter. Bestuursvoorzitter Sijbesma van DSM zei vorige week dat de klimaatverandering de grootste uitdaging van de mensheid is en dat business as usual niet langer aan de orde kan zijn. We weten dat de minister-president van een uitdaging houdt, maar hij heeft zich tot nu toe helaas weinig aan zijn groene pamflet uit 2008 gelegen laten liggen. Moeten we wachten tot de minister-president demissionair is? Oud-minister-president Balkenende ziet nu dat we niet kunnen wachten met het oplossen van duurzaamheidsproblemen, net als Lubbers en Van Agt. Ook kopstukken uit het bedrijfsleven komen na hun aftreden tot inkeer. Jeroen van der Veer, voormalig Shell-topman, ziet nu dat het veel zwaarder belasten van fossiele energie noodzakelijk is. De minister-president heeft echter een groene man aan zijn zijde die weet dat de klimaatcrisis veel fundamenteler is dan de bedreiging die uitgaat van de economische crisis, die weet dat onderhandelingen over het klimaatprobleem feitelijk een onderhandeling met planeet aarde zijn. Dat is een "keiharde tante", zo zei hij in 2008, "die praat niet terug, die warmt op". De magere inzet van Nederland, zelf een land onder de zeespiegel, ooit koploper in duurzaamheid maar nu een van de vieste jongetjes van de klas, is dan ook onbegrijpelijk. Is collega Samsom vergeten dat hij zijn kinderen in de ogen wilde kunnen kijken als zij vragen: zeg papa, wat deed jij destijds toen je wist dat de energievoorraden uitgeput raakten en de opwarming ons leefklimaat drastisch dreigde te verstoren?

Het jongste IPCC-rapport luidt de noodklok. De huidige vermindering van broeikasgassen is onvoldoende om de opwarming van de aarde binnen de nog net acceptabele 2°C te houden. De grootste kans voor vermindering van broeikasgassen ligt bij de vraagzijde, dus bij wat we kopen en wat we consumeren, aldus het IPCC. Uit het vandaag gepresenteerde rapport van Chatham House blijkt dat het verminderen van de vleesconsumptie essentieel is om binnen de 2°C te blijven. Het rapport bied ik zo meteen graag aan de minister-president aan. Ik krijg graag een toezegging dat het kabinet daarop gaat reageren.

Het overheid moet de kaders vaststellen waarin de vrije markt zich kan bewegen, en niet het bedrijfsleven. De Partij voor de Dieren vindt het onverantwoord om het bedrijfsleven invloed te laten hebben op het tempo van de maatregelen om de aarde te redden. Bedrijven stimuleren om te komen tot technologische oplossingen en duurzame producten is een heel ander verhaal; daar zijn we ook zeer voor. Het kabinet stelt dankzij onze aangenomen motie eindelijk een langetermijnvisie op het klimaat op. Ik hoor graag hoe het daarmee staat.

Fossiele bedrijven ontvangen forse overheidssteun omdat ze als grootverbruikers van fossiele brandstoffen in grote mate zijn vrijgesteld van energiebelasting. Dat is echt bizar en dat moet stoppen. Dat zei de Europese Unie al in 1993. Dat geldt ook voor de andere milieuvervuilende subsidie, het verlaagd btw-tarief op vlees en zuivel. Onlangs berekende Ex'Tax samen met de vier grote consultancykantoren in ons land dat het verschuiven van 33,7 miljard van loonbelasting naar de belasting op grondstoffen, voornamelijk CO2, budgetneutraal kan, en niet alleen 60.000 banen kan opleveren maar ook de klimaatdoelstellingen in één klap haalbaar kan maken.

Het IPCC waarschuwt ervoor dat het uitstel van drastische maatregelen de uiteindelijke klimaatkosten met bijna de helft verhoogt. Volkomen onnodig. Het goede nieuws is namelijk dat we met relatief eenvoudige middelen de kosten voor de periode tot 2050 kunnen halveren. We kunnen 733 miljard euro aan klimaatkosten besparen bij een overgang van alle wereldburgers naar een dieet met weinig vlees, opgesteld op basis van gezondheidscriteria. Laat de westerse wereld nu juist zo veel van die producten consumeren. Als we in Nederland allemaal één dag geen vlees zouden eten, dan zou dat net zo veel effect hebben als 1 miljoen auto's van de weg halen. Het hoeft dus niet moeilijk of kostbaar te zijn.

Echter, we doen vrijwel niets met die kennis en deze oplossingen die voorhanden zijn. Sterker nog, onze exportdrift is gericht op het verhogen van de consumptie van vlees en zuivel in de opkomende economieën. We importeren enorme hoeveelheden veevoer met ontbossing als gevolg, om de melkboer en de slager van de wereld te worden. Dit staat natuurlijk haaks op het klimaatbeleid. We gebruiken in Nederland zo veel grondstoffen en energie uit het buitenland dat je ons consumptiegedrag kunt vergelijken met het opscheppen van vier borden bij het buffet. Onze exportdrift is groter dan ons gevoel van verantwoordelijkheid voor het klimaat. Hoe rechtvaardigt de minister-president dat? Is hij bereid te laten berekenen wat de klimaatkosten zijn van ons land en van ons grondstoffengebruik in het buitenland?

Beter dan het exporteren van het klimaatprobleem is het exporteren van klimaatoplossingen. Het Nederlandse bedrijfsleven is bij uitstek goed in het weerbaar maken van landen tegen overstromingen. Welke ambitieuze plannen heeft het kabinet daarvoor?

Vork en mes zijn de belangrijkste wapens tegen de klimaatverandering. De overheid zal de burgers daarvan bewust moeten maken. Daarom ben ik voorts van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Voorzitter. Ik heb hier het rapport "Livestock: Climate Change's Forgotten Sector" van Chatham House.

De heer Van Ojik (GroenLinks): Het zal misschien geen verbazing wekken dat er tussen de Partij voor de Dieren en GroenLinks veel overeenkomsten zijn als het erom gaat waar wij uiteindelijk willen uitkomen. De discussie gaat er vaak over hoe wij dat precies gaan doen. Daarover gaat ook mijn vraag aan mevrouw Thieme. Wij kunnen zeggen dat wij een eind gaan maken aan de vleesconsumptie — het mag gewoon niet meer — en dat wij een bepaalde norm stellen, de "best available technology" zeg ik in de woorden van de heer Zijlstra, die nu toevallig even met zijn fractiegenoot aan het overleggen is. Wij kunnen ook zeggen dat wij iets aan de prijs gaan doen. Ik vraag aan mevrouw Thieme welke methode haar voorkeur heeft.

MevrouwThieme (PvdD): Ik vind het heel belangrijk dat wij in het kader van het oplossen van het klimaatprobleem het principe "de vervuiler betaalt" toepassen. Daarbij bekijken wij vooral wie verantwoordelijk is voor de uitstoot van CO2. Het is eerlijker dat die mensen of die bedrijven de prijs daarvoor betalen. Op dit moment namelijk betalen wij gezamenlijk al €200 per persoon via de Belastingdienst aan de bio-industrie. Wij subsidiëren de bio-industrie omdat de bio-industrie heel veel ammoniak en methaangassen uitstoot. Dat vindt de Partij voor de Dieren zeer oneerlijk. Wij kunnen er beter voor zorgen dat de eindgebruiker, in dit geval degene die dierlijke producten consumeert, ook de rekening betaalt.

De heer Van Ojik (GroenLinks): Ik stel mijn vraag omdat mevrouw Thieme al vaker heeft gezegd: als wij nu allemaal één dag in de week minder vlees eten, dan …

MevrouwThieme (PvdD): Eén miljoen auto's van de weg.

De heer Van Ojik (GroenLinks): Het lijkt of ze daarmee een beroep doet op de burger en het individu om een verantwoorde keuze te maken. De vraag is wat de overheid moet doen of kan doen om het maken van die verantwoorde keuze — ik meen dat wij het over die keuze wel eens zijn — te bewerkstelligen. Burgers denken vaak: ik kan dat wel doen, maar de grote vervuilers gaan gewoon door. Ik zoek naar het instrumentarium dat volgens mevrouw Thieme gebruikt moet worden om de doelen, waarover wij het eens zijn, te realiseren.

MevrouwThieme (PvdD): In de discussie over de vermindering van vlees denken mensen al snel: daar heb je weer zo'n fanatieke vegetariër die ons van alles wil opleggen. Wij moeten ons echter realiseren dat IPCC, Chatham House en het Planbureau voor de Leefomgeving het belangrijk vinden dat wij het gedrag van mensen veranderen, omdat wij anders simpelweg niet binnen de 2° C opwarming van de aarde blijven. Wij kunnen de veehouderij een beetje duurzamer maken — het is misschien goed om dat te doen —maar de consumptie zal moeten verminderen, omdat wij straks met 9 miljard mensen op deze aarde zijn. Daarvoor zijn eigenlijk drie aardbollen extra nodig, maar die hebben wij niet. Het is daarom belangrijk dat de overheid veel meer doet aan fiscale vergroening, bijvoorbeeld door voor producten die goed zijn voor het klimaat en die ook gezond zijn, zoals groente en fruit, een laag btw-tarief te hanteren en voor producten waarvan wij het onwenselijk vinden dat die veel geconsumeerd worden, een hoger btw-tarief.

Interrupties bij andere partijen

De heer Slob (ChristenUnie): Klimaat laat je namelijk niet alleen aan de markt over. Daar zit ook heel duidelijk een publiek belang bij. De overheid behoort daarin dus uitdrukkelijk haar positie in te nemen.

MevrouwThieme (PvdD): Ik zou heel graag van de heer Slob willen weten wat er dan zou moeten gebeuren om ons steentje bij te dragen aan de klimaatverandering. Als ik kijk naar de 100 miljoen euro die nu in het Green Climate Fund wordt gestopt om ontwikkelingslanden te helpen zich aan te passen aan nieuwe klimaatomstandigheden, is dit toch wel heel weinig als het wordt vergeleken met wat wij allemaal aan CO2uitstoten. Zou dit bedrag niet verhoogd moeten worden? Waar denkt de heer Slob aan?

De heer Slob (ChristenUnie): Ik heb zonet een aantal suggesties genoemd. Er zijn er inderdaad nog veel meer te noemen. Mevrouw Thieme voegde er al eentje aan toe.

[…]

MevrouwKlever (PVV): Voorzitter. Vandaag bespreken we het klimaatrapport van het IPCC en de gevolgen daarvan voor het Nederlandse beleid. Laten we beginnen met wat feiten. Europa is nu nog goed voor 19% van de wereldeconomie, maar slechts verantwoordelijk voor 11% van de wereldwijde CO2-uitstoot. Europa produceert zijn welvaart dus gemiddeld met ruim 40% minder uitstoot dan de rest van de wereld. Gelukkig loopt Nederland binnen Europa achter.

MevrouwThieme (PvdD): Hoor ik de PVV nou zeggen dat landen verantwoordelijk zijn voor CO2-uitstoot? Erkent mevrouw Klever nu wel dat wij zelf ook CO2 uitstoten en dus ook bijdragen aan de klimaatverandering?

MevrouwKlever (PVV): Mevrouw Thieme hoort het goed. Ik zeg inderdaad dat landen CO2 uitstoten. Ik denk dat dat wel vaststaat.

MevrouwThieme (PvdD): Daarom is het ook zo verschrikkelijk onbegrijpelijk dat de PVV vervolgens zegt dat die CO2-uitstoot niet bijdraagt aan de klimaatverandering.

[…]

MevrouwThieme (PvdD): Als Partij voor de Dieren heb ik het graag over paardenmest. Dat begrijpt u. Er waren op een gegeven moment inderdaad 200 miljoen trekpaarden in de wereld. Zij zijn allemaal vervangen door auto's. Auto's kwamen in plaats van paardenkracht. We vonden het allemaal ouderwets om nog paardenkracht te gebruiken. Nu hebben we in Nederland zo'n 70 miljard kilo koeienstront. Dat komt doordat wij denken dat we dierlijke eiwitten binnen moeten krijgen, al zijn daarvoor inmiddels allang alternatieven. We hebben helemaal geen dierlijke eiwitten nodig. Plantaardige eiwitten volstaan. We kunnen dus ook af van al die koeienstront. Ik hoor graag of de voorzitter van de SGP ook vindt dat innovatie in de vorm van alternatieven voor vlees toegejuicht moet worden, zodat we van de koeienstront af komen.

De heer Van der Staaij (SGP): Als je over paardenmest begint, gaat mevrouw Thieme het over koeienstront hebben. Daarvan moet je niet raar opkijken. Laten we hier niet alle wereldproblemen in een keer proberen op te lossen. We zijn druk bezig, met elkaar de uitstoot aan te pakken die de auto tot gevolg heeft. Wij vinden innovatie nodig om de problematiek in verband met de landbouw aan te pakken en om richting een duurzamere landbouw te gaan. Het Innovatiefonds kan daarbij een handje helpen. Mevrouw Thieme weet dat wij ons daar ook voor hebben ingezet. Aan het einde van de rit willen we wel graag landbouw overhouden. Dat is soms het verschil met de Partij voor de Dieren.

MevrouwThieme (PvdD): Als we inzetten op innovatie en technologie kunnen we de ouderwetse stap overslaan dat plantaardige eiwitten via het maagdarmkanaal van dieren moeten gaan om dierlijke producten zoals melk en vlees te krijgen. Dat is juist het mooie. Het lijkt mij heel goed als de SGP die inzet steunt. De wereldbevolking groeit en de klimaatproblemen vanwege vlees zijn enorm. Het lijkt mij goed om af te komen van die koeienstront, net zoals we af zijn gekomen van die paardenstront.

[…]

De heer Samsom (PvdA): In het kabinet-Balkenende IV werd er een structuurvisie voor kernenergie gemaakt. Daar waren wij niet tegen. Wij zijn tegen het neerzetten van die kerncentrales. Dat is tot nu toe met succes gerealiseerd. Wij zijn echter niet tegen voorbereidingen, onderzoek of iets anders wat de vooruitgang mogelijk zou kunnen maken, ook omdat je nog niet precies weet wat er uitkomt.

MevrouwThieme (PvdD): Ik vind het geheel ten onrechte dat de heer Samsom nu probeert het onderzoek te presenteren als wetenschappelijk onderzoek. De heer Samsom weet met mij dat dit onderzoek wordt gedaan door bedrijven die hier willen exploiteren, die hier gewoon geld willen verdienen en willen kijken of zij het in Nederland mogelijk kunnen maken. Tegelijkertijd zegt de heer Samson: in Nederland is geen plaats voor schaliegas. Laten we nu dus niet doen alsof hier wetenschappelijk en fundamenteel onderzoek wordt gedaan. Deze vergunningen die worden verleend zijn puur en alleen voor de exploitatie. Daarnaast, en dat is mijn vraag, is onderzoek ook vaak schadelijk en zeker als je gaat boren. Het landschap gaat eraan. Alleen daarom al zou ook de heer Samsom tegen deze onderzoeken moeten zijn.

De heer Samsom (PvdA): Ik neem aan dat mevrouw Thieme er als een leeuwin voor zal vechten dat dit onderzoek onafhankelijk gebeurt, en niet door de bedrijven zelf gedaan wordt. Volgens mij is dat inmiddels ook al geregeld. Ik begrijp dat er deze week nog verder wordt gedebatteerd over de precieze randvoorwaarden van het onderzoek. Laten we de precieze techniek nu daarlaten. Als u echter zegt dat we ervoor moeten boren, zeg ik: nee, we moeten kijken of er geboord kan gaan worden. Dat mag, maar onze positie is helder: schaliegas hoort niet bij de toekomst van Nederland en dan moet je er dus ook niet naar gaan boren.

MevrouwThieme (PvdD): Waarom zou je dan alle ruimte bieden aan bedrijven om onderzoek te gaan doen zodat zij duidelijk kunnen gaan maken dat we wel naar schaliegas kunnen gaan boren. Daar kunnen ze dan ook voor lobbyen. Dan laten we toch de deur open?

De heer Samsom (PvdA): Misschien is mevrouw Thieme bang dat die bedrijven haar zullen overtuigen en wil zij daarom dat ze er niet eens aan beginnen. Ik ben daar echter niet zo bang voor. Ik ben niet bevreesd voor meer kennis en meer vooruitgang. Ik heb wel een mening over de manier waarop de energievoorziening van Nederland eruit moet zien.

[…]

De heer Samsom (PvdA): Volgens mij heb ik de meeste punten behandeld, maar ik wil nog op een ding terugkomen. Mevrouw Thieme is weer eens noest in de archieven gedoken en heeft allerlei prachtige citaten van een jonge Samsom opgedoken. Ik moet toegeven dat het klopt dat ik ooit in een bootje stapte met dit doel voor ogen: een duurzame energievoorziening realiseren. Ik stapte ooit uit het bootje en in de politiek omdat ik me realiseerde dat je er met actievoeren alleen niet zou komen. Je hebt breed politiek draagvlak nodig om dit te realiseren.

MevrouwThieme (PvdD): Het is wel kenmerkend dat de heer Samsom het in zijn positie als coalitiepartner in zijn bijdrage over het klimaat alleen maar heeft over de energievoorziening. Het IPCC heeft in zijn laatste rapport wederom duidelijk gemaakt dat de grootste kansen om de klimaatverandering tegen te gaan of te beperken aan de vraagzijde liggen. Die liggen bij het koopgedrag en de consumptie van mensen. Daarover hoor ik de heer Samsom helemaal niets zeggen. Ik zou heel graag van hem willen weten of hij ook daarvoor ambities heeft, ambities ten aanzien van de vraag wat wij op ons bord hebben liggen — ik heb gezegd dat vorken en messen onze belangrijkste wapens in de strijd tegen klimaatverandering zijn — en of hij het kabinet zou willen oproepen om daar iets aan te doen. Dan is hij weer voor 100% de klimaatman die ik heb leren kennen toen hij nog echt activist was.

De heer Samsom (PvdA): U was er niet altijd bij, maar ik heb in die tijd tien jaar naar mezelf moeten luisteren bij Greenpeace, en ik heb toen nooit een woord aan voedselvoorziening gewijd. Dat zou een tekortkoming kunnen zijn, maar consistentie is er in ieder geval wel. Het ging toen over energie en daar blijft het over gaan. Wij zullen er wel alles aan doen — dat doen wij op dit moment trouwens al — om de voedselproductie dan ook daadwerkelijk duurzaam vorm te geven. Want op één punt heeft mevrouw Thieme natuurlijk gewoon gelijk: dat is een probleem.

MevrouwThieme (PvdD): Dat is heel vreemd, want toen wij, niet alleen de heer Samsom maar ik ook, nog jong waren, zagen wij dat de kabinetten van destijds kwamen met loodvrije benzine en accijnzen op loodhoudende benzine. Dat vonden mensen in eerste instantie ook eigenlijk belachelijk. Het was immers hun eigen vrije keuze wat zij in hun auto goten? Maar zodra het gaat over eten, is er opeens een taboe. Het is terecht dat Chatham House het daarover heeft. Ik verwacht van iemand die openstaat voor innovatie en voor werkelijke gedragsverandering van mensen, zoals wanneer wij spaarlampen willen introduceren en gloeilampen willen verbieden, dat hij ook kijkt naar ons consumptiepatroon. Ik vind het zeer beperkt van de heer Samsom dat hij dan begint over communisme en het feit dat mensen geen vrije keuze zouden hebben. Wij vragen de heer Samsom om het principe dat de vervuiler betaalt, consequent toe te passen.

De heer Samsom (PvdA): De benzine-analogie gaat niet geheel op, want of je nu loodvrije of loodhoudende benzine tankte, de auto reed er even mooi en even hard op. De analogie zou kunnen zijn dat wij als partij of als politiek ook zouden besluiten hoe mensen hun huizen bouwen en hoe zij die inrichten. Dat bepaalt immers voor een groot deel ons energieverbruik. Maar dat doen wij niet. Dat doet de sociaaldemocratie niet. Wij geloven in emancipatie en in de vrije wil en de vrije keuze van mensen. Wij geloven in een overheid die daaraan bijdraagt en die bijdraagt aan een collectieve opdracht, bijvoorbeeld een duurzame energievoorziening. Binnen die twee randvoorwaarden bewegen wij ons. Sturen op wat er op ons bord ligt, daar zijn andere partijen voor maar niet de Partij van de Arbeid.

Devoorzitter: Mevrouw Thieme, uw derde vraag tot slot.

MevrouwThieme (PvdD): Het is heel duidelijk geworden, ook uit het laatste rapport van Chatham House dat wij de 2°C-grens voor de opwarming van de aarde niet halen, ook al zouden wij de energievoorziening verduurzamen, als wij niet tevens wat doen aan de consumptie van vlees. Dat is een keiharde, wetenschappelijke conclusie.

Devoorzitter: Uw vraag?

MevrouwThieme (PvdD): Mijn vraag is: hoe kan de heer Samsom volledig voorbijgaan aan die wetenschappelijke conclusie?

De heer Samsom (PvdA): Daar ga ik niet aan voorbij. Ik lees die conclusie net zo goed, ik laat haar tot me doordringen, en ik realiseer me dat wij als collectief — daarmee zijn wij wel weer bij de rol van de politiek — moeten zorgen voor een eiwitproductie die op een duurzame, houdbare wijze op deze planeet plaatsvindt. Daar zijn wij nog niet. Wij doen wel heel aardige pogingen; ik geloof dat de vleesvervangers en andere producten in de familie van mevrouw Thieme zelfs een succes aan het worden zijn. We zijn er echter nog lang niet. Duurzame eiwitproductie, zoals ik het noem, waaronder een poging tot duurzame vleesproductie, wil mijn partij echter als geen andere stimuleren. Maar sturen op wat mensen gewoon in de supermarkt uit het schap halen en op hun bord leggen, zoals zij hun huis inrichten en zoals zij hun leven inrichten ... de sociaaldemocratie gaat voor een vrije samenleving.

[…]

Beantwoording door de minister-president

MinisterRutte: Tot slot is het cruciaal om het bedrijfsleven te betrekken bij het klimaatbeleid en de klimaatproblematiek. Daarom heeft Nederland in de onderhandelingen steeds erop ingezet om de private sector te betrekken bij het aanpakken van klimaatverandering. Emissiereductie vergt namelijk niet alleen gedragsaanpassingen van mensen en bedrijven, het vereist ook innovatie. Het vereist nieuwe technologie die energie efficiënter benut, andere vormen van elektriciteitsopwekking et cetera. Velen van u hebben daar voorbeelden van genoemd. Betrokkenheid van het bedrijfsleven is nodig om deze innovatie te realiseren en om deze innovatie te laten neerslaan in nieuwe producten en nieuwe machines.

MevrouwThieme (PvdD): Ik ben het zeer met de minister-president eens dat je het bedrijfsleven moet betrekken bij de innovatie en dat het bedrijfsleven een grote rol kan spelen bij duurzame producten en de benodigde energietransitie. Maar dat is wat anders dan het bedrijfsleven betrekken bij de vraag hoe snel wij gaan bij het scheppen van het kader waarbinnen de vrije markt alle ruimte krijgt. Dat is typisch iets wat de overheid doet, omdat het bedrijfsleven nou eenmaal niet de hele bevolking vertegenwoordigt en de overheid wel. Is de minister-president het met mij eens dat het bedrijfsleven betrekken bij innovatieve oplossingen iets is wat moet, maar dat wij de vraag hoe snel wij gaan om de klimaatverandering te beperken, democratisch en via de overheid moeten gaan inkaderen en dat het bedrijfsleven daarbij niet mee mag praten of mee mag beslissen?

MinisterRutte: Een van de taken van de overheid is het zetten van rechtvaardige kaders. Daar ben ik het zeer mee eens.

MevrouwThieme (PvdD):
Bij de klimaattop in Lima en bij de voorgaande klimaattoppen waar ik bij was, zag ik dat met name het bedrijfsleven zeer veel invloed had en zeer veel kanalen geopend kreeg om zijn zegje te doen en om bepaalde vooruitstrevende maatregelen tegen te gaan. Die lobby is enorm tijdens de klimaattop. Hoe gaat de minister-president ervoor zorgen dat dat niet gaat gebeuren bij deze klimaattop?

MinisterRutte: Volgens mij is het precies omgekeerd: het bedrijfsleven is op dit moment een van de grote aanjagers van de aanpak van deze problematiek. Mevrouw Thieme noemde zelf Feike Sijbesma van DSM. Kijk naar een Paul Polman van Unilever. Kijk naar de huidige top van het energieconcern Shell. Kijk naar de Dutch Sustainable Growth Coalition, gefaciliteerd door Jan Peter Balkenende. Dat zijn allemaal voorbeelden waaruit blijkt dat het bedrijfsleven juist de toon zet en eerder vooroploopt dan vertraagt.

MevrouwThieme (PvdD): Het is prima dat er topmannen of topvrouwen zijn die aangeven dat het wel een tandje harder kan. Ik begin er nu weer aan te twijfelen of het antwoord helemaal juist was en of de minister-president niet toch de deur openzet voor beïnvloeding door het bedrijfsleven. Vandaar nogmaals mijn vraag: het is toch de overheid die uiteindelijk de kaders bepaalt? Het kan toch niet zo zijn dat het bedrijfsleven aan tafel kan schuiven bij de klimaattop om het tempo van de klimaatmaatregelen te bepalen?

MinisterRutte: Ik ben er heel erg voor dat het bedrijfsleven overal aanschuift, maar het is de politiek die de rechtvaardige kaders stelt.

[…]

MinisterRutte: Mevrouw Thieme vroeg om een reactie op het rapport van Chatham House over de impact van de veehouderij op het klimaatvraagstuk. Wij komen voor de zomer van 2015 met een reactie op het WRR-rapport over voedsel en op het interdepartementaal beleidsonderzoek naar de agrosector. In deze reactie zullen we ook de bevindingen van Chatham House betrekken. Er komt dus een reactie op.

De Partij voor de Dieren vroeg ook of wij bereid zijn om te laten berekenen wat de mondiale impact is van de Nederlandse productie en consumptie. Het Centraal Bureau voor de Statistiek en de gezamenlijke planbureaus maken periodiek een Monitor Duurzaam Nederland. Dit is een indicatorenmonitor met kerngegevens over duurzaamheid en hun onderlinge samenhang. In november 2014 is een nieuwe versie verschenen. In het rapport wordt bekeken in hoeverre de keuzes die wij als samenleving maken, resulteren in een kwaliteit van leven die op de langere termijn houdbaar is en niet ten koste gaat van het buitenland en in het bijzonder de allerarmsten op de wereld. Ik zou zeggen dat wat mevrouw Thieme wil al gebeurt. Misschien moet ze dus nog even naar die rapporten kijken. Haar kennende heeft ze dat allang gedaan, dus dan begrijp ik haar vraag niet.

MevrouwThieme (PvdD): We kennen inderdaad het gebruik. We weten hoeveel veevoer er wordt verbouwd en wat wij allemaal importeren. Die kerngegevens zijn er dus wel. Het is echter niet duidelijk wat de klimaatimpact is van onze productie die we gebruiken voor de interne consumptie in Nederland en om te kunnen exporteren. Daar ging mijn vraag over.

MinisterRutte: Volgens mij zit dat ook in die rapportages en is dat er allemaal uit te halen. Misschien zou ik er nog eens naar moeten kijken. De vraag is of we daar weer extra onderzoek voor moeten doen.

MevrouwThieme (PvdD): Ik zou zeker geen onderzoek willen doen als het al bekend is. Ik zal in tweede termijn nog wat explicieter maken wat ik bedoel.

[…]

Tweede termijn

MevrouwThieme (PvdD): Voorzitter. De heer Samsom noemt het sturen op consumptie "communistisch". Als toegift zal ik nog een extra citaat geven van de heer Samsom uit zijn opinieartikel De opkomst van het 'Dikke Ik': "De samenleving als geheel gedraagt zich als een steeds 'Dikkere Ik'. Met ons consumptiepatroon ontnemen we anderen – elders op deze wereld en de generaties na ons – kostbare leefruimte." Vandaar dat ik de volgende moties indien.

Motie Thieme: formuleer doelstellingen om klimaatimpact van Nederland in het buitenland te verminderen

Motie Thieme: kom met voorstellen om de vlees- en zuivelconsumptie te verminderen

Motie Thieme: geen belastingkorting meer voor grootverbruikers van fossiele energie

Motie Thieme/Roemer: geen olie- en gaswinning in de arctische regio

Beantwoording van de minister-president in het tweede termijn

Mevrouw Thieme heeft gevraagd of in het rapport Monitor Duurzaam Nederland wordt ingegaan op de vragen van de Partij voor de Dieren. Ik heb dit datamining genoemd en zou het nog nagaan. Paragraaf 4.3 van dit rapport gaat in op de milieudrukindicatoren van productieactiviteiten. Het wordt daarin dus aan de orde gesteld.

In relatie tot de motie op stuk nr. 96 wil ik nog een keer wijzen op de reactie die zal komen op het WRR-rapport Naar een voedselbeleid. Om die reden ontraad ik de motie.De motie op stuk nr. 97 is overbodig en ik ontraad haar om die reden. Wij houden natuurlijk rekening met de impact op het klimaat.De motie op stuk nr. 98 gaat ook over het belastingstelsel en ik ontraad haar om die reden. De motie op stuk nr. 99 gaat over de internationale klimaatonderhandelingen. Ik verwijs hiervoor naar mijn beantwoording in eerste termijn. Ik heb er op gewezen dat alles wat daar gebeurt, moet plaatsvinden binnen de internationale kaders. Ik heb het verdrag genoemd wat daarbij vigerend is en om die reden ontraad ik de motie.